ZEIST - Als iedereen in de wereld net zoveel zou consumeren als de gemiddelde Nederlander in 2008, zou er drieënhalve aarde nodig zijn om dit mogelijk te maken.
Nederland staat op de negende plaats van landen die de aarde het meest uitleven. Twee jaar geleden stond Nederland nog op plek 11.
De overconsumptie van Nederlanders wordt uitgedrukt in de zogenoemde ecologische voetafdruk.
Grond
Dat getal geeft weer hoeveel grond een bepaalde bevolkingsgroep nodig heeft om zijn consumptiepatroon te kunnen volhouden en zijn geproduceerde afval te verwerken. De drie landen die het zwaarst beslag legden op de aarde waren Qatar, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten.
De ecologische voetafdruk van Nederland was in 2008 6,34 mondiale hectare. Dat betekent dat Nederlanders ruim zes keer zoveel grond nodig hebben als in het land aanwezig is. Nederland is dan ook sterk afhankelijk van import uit andere landen.
Zo wordt de grond van arme landen uitgeput. Juist daar is het aantal dieren en planten de afgelopen 40 jaar fiks afgenomen, zo blijkt uit het rapport. De soortenrijkdom op de aarde daalde van 1970 tot en met 2008 met bijna 30 procent. In de tropen was dat percentage zelfs 61.
CO2
Nederlanders stoten vooral veel CO2 uit omdat ze erg veel energie verbruiken, aldus Natasja Oerlemans (WNF). Zij is deskundige op het terrein van de ecologische voetafdruk. Nederlanders reizen relatief veel met de auto en het vliegtuig en ook huizen zijn lang niet altijd goed geïsoleerd.
Ook eten Nederlanders veel vlees en zuivel, waar veel landbouwgrond voor nodig is. ''Voor de productie van vlees en zuivel is veel meer grond nodig dan voor de productie van graan.''
Het WNF gebruikte voor het rapport gegevens van de Zoological Society of London en het Global Footprint Network. Die laatste organisatie gebruikte vooral gegevens van de Verenigde Naties, aldus Oerlemans.
25 april 2012 Sepp Holzer, een boer uit Oostenrijk nam in 1962 het bedrijf van zijn ouders over en bouwde dat uit tot een boerenbedrijf dat winstgevender is, minder werk nodig heeft, en een rijke biodiversiteit kent. Holzer combineert op zijn bedrijf succesvol landbouw met natuur, en weet tegelijkertijd zo min mogelijk energie te gebruiken. Zijn aanpak biedt een radicaal ander perspectief op hoe landbouw er uit kan zien. Een perspectief dat al velen in het duitstalige gebied inspireerde. In mei komt zijn handboek uit in het Nederlands.
Het boek word mogelijk gemaakt door crowdfunding. Deelnemers zeggen vooraf toe het boek aan te schaffen, waardoor uitgave haalbaar wordt en het boek zelf veel goedkoper. Deelnemen aan de crowdfundactie kan tot 1 mei. De actie loopt voorspoedig. Al ruim 700 mensen deden mee. Alle informatie en het deelnameformulier vind u op http://www.janvanarkel.nl/nieuw/holzerspermacultuur.html Op http://www.facebook.com/UitgeverijJanvanArkel vind u meer voorbeelden uit het boek en het voorwoord geschreven door Fransje de Waard (Tuinen van Overvloed).
Naar alle waarschijnlijkheid zal Sepp Holzer eind november een bezoek brengen aan Nederland (en Vlaanderen) en enkele presentaties geven over permacultuur en duurzame landbouw.
04 april 2012 Geschonden vertrouwen herstellen tussen de biologische zuivel en FrieslandCampina.
Er is nog hoop en perspectief! Een open dialoog is de beste basis voor vertrouwen.
Er is over en weer veel onduidelijkheid over de prijsstelling van biologische melk. Deze onduidelijkheid heeft ervoor gezorgd dat er een stevige vertrouwensbreuk ontstaan is tussen FrieslandCampina en de biologische melkveehouders.
Wat is er aan de hand?
Binnen de coöperatie is afgesproken dat er een toeslag voor de biologische melk boven op de gangbare melkprijs gezet wordt.
Laat ik voorop stellen dat ik een verklaard voorstander ben van dit model en wel om een paar redenen.
Allereerst 'ademen' we mee met de melkmarkt en is er dus sprake van een oriëntatie op de markt. Weliswaar niet de markt voor de biologische zuivel, maar toch.
Ten tweede is en blijft de biologische sector, ook die van de melk, een betrekkelijk klein marktaandeel, waarbij het nog maar zeer de vraag is of alleen de markt voor biologisch voldoende body heeft voor het vaststellen van een eigen prijs.
Ten derde is het helemaal niet uitgesloten dat bij een calamiteit de hele sector in een keer de afgrond in wordt gesleurd en er daarmee enorme risico's gelopen worden. Het is een kleine sector, die een grote toegevoegde waarde heeft voor de hele onderneming als speler met een compleet assortiment.
Uitgaande van het kostprijsmodel komt de toeslag boven op de gangbare melkprijs.
Tot zover is er geen verschil van uitgangspunten. Die liggen vast en moeten
ordentelijk ingevuld worden. Partijen zijn elkaar kwijtgeraakt over de uitwerking van van het kostprijsmodel. In voorgaande jaren was er altijd wel een spanning rondom de vaststelling van de toeslag. De ene keer ging het om een toeslag inclusief of exclusief btw, dan was er wel weer gedoe over de hoogte van de toeslag. Er spelen nu eenmaal verschillende belangen, die ook nog tegenstrijdig kunnen zijn. De boeren willen een hoge toeslag/melkprijs en de onderneming graag een marktconforme.
Om de extra kosten vast te kunnen stellen is er een model bedacht om de meerkosten in kaart te brengen en van daaruit de toeslag te bepalen.
In wijsheid is besloten dat het Landbouw Economisch Instituut samen met de Animal Science Group hiervoor de data zou aanleveren.
De uitkomst van die calculaties zou de basis zijn voor de hoogte van de toeslag.
Vorig jaar is er een clash gekomen over de uitkomst. Tussen de uitkomst van de berekening en de besluitvorming door FrieslandCampina gaapte een groot gat, en dat was reden voor het opzeggen van het vertrouwen door de biologische melkveehouders in de coöperatie.
Dat vertrouwen moet hersteld worden en dat kan alleen maar als er goede afspraken gemaakt worden over de systematiek, de criteria die ten grondslag gelegd worden aan de berekeningen en de aansluiting bij de markt.
Mijn voorstel voor het vaststellen van de toeslag ziet er als volgt uit.
Neem de gangbare melkprijs als uitgangspunt.
Laat een volstrekt onafhankelijke commissie van deskundigen de criteria opstellen van de variabele kosten, voor zover die relevant zijn voor de extra kosten voor het produceren van biologische melk.
Beschouw de uitkomst van de berekeningen in het licht van de marktsituatie voor de biologische melk.
Laat de toeslag een voorschot zijn dat met een nacalculatie gecorrigeerd kan worden, mocht blijken dat de inschatting van de variabelen substantieel afwijkt.
De uitkomst van bovenstaande opzet is binnen redelijke grenzen bindend voor zowel de melkveehouders als de coöperatie.
Met betrekking tot de zomer- en wintermelktoeslagen zou er geen verschil in hoogte moeten zijn tussen gangbaar en biologisch. Er is een noodzaak voor de onderneming om de aanvoer van de melk gelijkelijk verdeeld over de seizoenen aangeleverd te krijgen. Dat snap ik, maar om de weidegang bij biologische melkveehouders meer te corrigeren dan van gangbare melkveehouders is in tegenspraak met onze wens om zoveel mogelijk koeien in de wei te houden.
Daarnaast zou het een aanbeveling zijn als er inzicht komt in de bijdrage die de biologische sector levert aan het bedrijfsresultaat van de onderneming. Natuurlijk is dat concurrentiegevoelige informatie, die niet gedetailleerd verstrekt kan worden. Wel zou ik me voor kunnen stellen dat hier enig inzicht in te geven is.
Het kan niet zo zijn dat er tussen de gangbare melkveehouders en de biologische een zweem van bevoordeling boven de markt blijft hangen. Ieder heeft zijn eigen rol te spelen in de grootst mogelijke openheid.
De kracht van de coöperatie is dat het bestuur zich laat corrigeren door de leden. Dat kan en moet als dat nodig is, zonder dat er excuses aangeboden hoeven te worden voor beslissingen die genomen zijn. Lessons learnt en learning by doing!
Een open dialoog is de beste basis voor vertrouwen.
04 april 2012 Lekker Buiten: Outdoor Animal Husbandry De kracht en uitdagingen van het buiten houden van vee
Op donderdagavond 19 april organiseert de Boerengroep i.s.m. de Studiekring Biologische Landbouw een symposium over het buiten houden van dieren. Verschillende experts (o.a. van de WUR, Friesland Campina, de Stichting Weidegang), innovatieve boeren (o.a. van Buitengewone Varkens and Puregraze) en studenten gaan in op de betekenis voor het welzijn en de gezondheid. Hoe realiseert de boer dit? Wat doet het onderzoek hieraan? Studenten, boeren, deskundigen en andere geïnteresseerden zijn van harte uitgenodigd om kennis te delen en inspiratie op te doen. Inclusief Delicious Outside Diner, met duurzame lokale seizoens ingrediënten door Puur-e en Bijzondere Tafelgasten.
Tijd: Donderdag 19 april 17:45 in Wageningen Plaats: Hoge Born: Bornsesteeg 87, Wageningen Organisatie: Studiekring Biologische Landbouw (onderdeel van KLV) en Boerengroep Registreren: via st.boerengroep@wur.nl. Diner kost €10. Diëetwensen s.v.p. doorgeven. Beperkte hoeveelheid plaatsen!
Programma
part I: (from 17:30)
• Welcome byte by Puur-e
• How can outdoor animal husbandry contribute to quality of life? Academic Animal Avisers (interdiciplinary ACT group of students)
• Possibilities in Practice interview with three innovative farmers:
• Sander Kerkhoffs (NAJK and pig farmer)
• Buitengewone Varkens
• Puregraze(to be confirmed)
Part II: (at 19:00)
• Dinner: Delicious Outside! cooked by Puur-e With Special Table Guests:
• Monique Bestman (Louis Bolk Institute): Are chickens are better off outside?
• Peter Groot Koerkamp (Professor Biosystems Engineering / Agrotechnology): Outdoor animal husbandry: for whom and why?
Part III: (from 20:00 to 22:00)
• How a large milk cooperative promotes outdoor dairy keeping Jaap Petraeus, Friesland Campina
• Which factors play a role when deciding upon indoor/outdoor dairy farming? Stichting Weidegang
• No grazing? No cow! About the intrinsic value of pigs, chickens, and cows Kees v Veluw (lecturere at BFS group of WUR and chief editor of Ekoland)
• Constructive pannel discussion: how to overcome challenges? Farmers, NGO's, and Experts
21 maart 2012 99 procent kippenvlees in supermarkt besmet
De Consumentenbond waarschuwt voor de omstreden bacterie ESBL in bijna al het kippenvlees uit intensieve pluimveehouderijen dat in de supermarkten ligt.
Kipfilet is nog steeds niet met een gerust hart te eten, zo blijkt uit een test van de Consumentenbond. Op een enkele kip na werden op alle monsters ESBL-bacteriën aangetroffen.
De intensieve kippenhouderij heeft het ESBL-probleem zelf veroorzaakt door zoveel kippen in een kleine ruimte te zetten dat ziektekiemen zich razendsnel kunnen verspreiden. Daarom krijgen de kippen antibiotica, maar in de loop van een paar generaties ontstaat er resistentie tegen antibiotica. Dat is ook het geval met de ESBL-bacterie. Voor gezonde mensen zijn de bacteriën niet gevaarlijk, maar ze kunnen ervoor zorgen dat antibiotica niet aanslaat bij zieken.
Biologisch is beter
Biologische kipfilet vertoont veel minder van deze antibioticaresistente bacteriën. Kipfilet van langzaam groeiende rassen, zoals gebruikt in de biologische pluimveehouderij, bevat slechts eenachtste tot eenvijfde van de ESBL-besmetting aangetroffen in kipfilet uit de intensieve kippenbedrijven.
Voor het testoordeel van de kipfilets zijn behalve ESBL ook besmetting met de ziekteverwekker campylobacter, versheid en het dierenwelzijn meegeteld. Ook op het gebied van versheid en dierenwelzijn scoort de biologische kipfilet beduidend beter dan de gangbare.
Het onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
21 maart 2012 Bedrijfsnetwerk op weg naar minder antibiotica
Steeds meer (biologische) melkveehouders ontdekken dat hun bedrijfsvoering toe kan met minder antibiotica. Geïnteresseerde veehouders hebben de afgelopen jaren veel van elkaar geleerd binnen het ‘Bedrijfsnetwerk Antibioticavrije Bedrijfsvoering’. Als alternatief voor antibiotica zijn meestal meerdere strategieën en oplossingen mogelijk. Het is de kunst om een strategie te kiezen die past bij de veehouder, het bedrijf, de veestapel en de individuele koe.
Gemiddeld genomen loopt de biologische melkveesector voorop, al zijn nog niet alle individuele bedrijven onderscheidend op het punt van antibioticumgebruik. Er mocht in 2011 in de melkveehouderij nog 4,6 dagdosering per dier worden gebruikt. In de biologische melkveehouderij was het gemiddelde gebruik in 2010 al veel lager en kwam toen uit op 1,75 dosering per dier per jaar.
Gemiddeld wordt de norm voor 2011 in de afgelopen jaren gemakkelijk gehaald. Op 20 bedrijven (=25%) wordt minder dan 0,25 dd per dier per jaar gebruikt, 10 hiervan gebruiken zelfs helemaal geen antibiotica meer. Toch is ook de biologische melkveehouderij nog niet klaar: 10% van de biologische melkveebedrijven zit in 2010 nog boven de norm die voor 2011 aan de melkveehouderij wordt gesteld.
Het bedrijfsnetwerk loopt nog tot medio 2012 en richt zich op verdere vermindering van het antibioticagebruik.
U kunt nog meedoen aan een landelijke of regionale groep! Kijk op: www.bionext.nl/content/antibioticavrije-ketens.
21 maart 2012 Bejo Zaden met biologisch zaad op BioFach
Groenteveredelaar Bejo Zaden presenteert zijn biologische rassen op de BioFach in Neurenberg. Het assortiment is in de loop der jaren voortdurend uitgebreid. In zijn huidige vorm biedt het biologische programma meer dan 130 rassen van meer dan 30 verschillende groentegewassen. Bejo is ervan overtuigd dat de vraag naar biologisch zaad de komende jaren blijft groeien. Dit jaar is ook het biologische zaad van hun meeldauwresistente uienras Hylander beschikbaar.
Bejo Zaden speelt met zijn rassen bewust in op smaak. Op de BioFach zal de groenteveredelaar een speciale reeks extra smaakvolle wortelrassen presenteren. De uitzonderlijke smaak van bijvoorbeeld Namur is tijdens proeverijen bewezen. “Bezoekers zijn van harte welkom deze en andere heerlijke wortels op onze stand te komen proeven,” zegt Bram Weijland, die bij Bejo biologische projecten coördineert.
Er is nu ook een webshop voor biologische zaden. Kleinere hoeveelheden biologisch zaad kunnen online gekocht worden op www.bejo.com. Op dit moment is de webshop in tien Europese landen online. Hij is speciaal ontworpen voor kleinschalige professionele biologische telers. Bestellen is gemakkelijk en kan 24 uur per dag. De levering is uit voorraad en dus snel. De kwaliteitszaden zijn EU-gecertificeerd en voldoen aan de hoge en strikte kwaliteitsnormen van Bejo.
Op 8 maart 2012 vindt in Almere de eerste nationale dag van de Stadslandbouw voor ondernemers en ambtenaren plaats. In steeds meer Nederlandse steden vinden initiatieven plaats voor voedselproductie in de stad en de stadsrandzone. Op de Dag komen kansen ebod. Stadslandbouw integreert thema´s als gezondheid, groen in en om de stad, maatschappelijke integratie, duurzaamheid, economische ontwikkeling, verbinding en tijdelijk ruimtegebruik. Op de Dag van de Stadslandbouw ontmoeten ondernemers, overheden en andere direct betrokkenen elkaar en wisselen met elkaar van gedachten over de vraag hoe stadslandbouw kan inspelen op de behoeften van de stad. Naast een plenair hoofdprogramma met state-of-the-art sprekers is er een uitgebreide keuze aan praktijksessies. Hoe kunnen ondernemers en ambtenaren er direct in de praktijk mee aan de slag en wat zijn de ervaringen van collega’s?
In de pauzes kunnen deelnemers terecht op de informatiemarkt. De lunch wordt als streekmarkt opgezet, met producten van lokale ondernemers. De Dag wordt georganiseerd door onder andere Wageningen UR, het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie en netwerk Platteland.
Biologisch voldoet volgens Eurocommissaris Dacian Ciolos automatisch aan de eisen van de eerste pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Volgens voorzitter BioVak Vakgroep Biologische Landbouw Kees van Zelderen spreekt daaruit de waardering voor de sector. “We voldoen als biologische boeren direct aan de vergroeningseisen”, zegt Van Zelderen op de BioVak in de Zwolse IJsselhallen. ‘Dat raken we dus niet meer kwijt.’ Hij concludeert ook uit de woorden die Ciolos bij de oprichtingsvergadering van het Biohuis sprak dat de biologische sector de mogelijkheden gaat behouden om steun uit Europa te krijgen. “De commissie staat ook achter stimuleringsbeleid voor biologische landbouw door lidstaten.” Het blijft belangrijk dat de sector zichzelf blijft profileren als duurzaam. “Op dat gebied moet de biologische sector de allround kampioen zijn”, zegt Van Zelderen. “Misschien winnen we niet op alle afstanden, maar over de hele breedte moeten we de beste zijn en helder kunnen uitleggen als we het op één afstand net niet winnen.”
RIKILT, onderdeel van Wageningen University & Research centre, gaat de komende 3 jaar, samen met andere Europese wetenschappers op zoek naar een unieke chemische vingerafdruk in biologische voeding.
Het onderzoek vindt plaats binnen het EU project AuthenticFood dat onlangs van start is gegaan. In AuthenticFood gaan wetenschappers veelbelovende analysemethoden testen op hun vermogen authentieke biologische plantproducten te onderscheiden van reguliere varianten, en vervolgens doorontwikkelen.
Deze methoden moeten producten die onterecht beweren biologisch te zijn, ontmaskeren zodat klanten erop kunnen vertrouwen dat het aanbod aan biologische producten ook echt biologisch is. De evaluatie van deze methoden, die belangrijke instrumenten vormen tegen fraude voor inspectie- en certificeringinstanties, wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen de 16 partners uit 11 Europese landen, bestaande uit agronomen, voedingswetenschappers, analytische chemici en inspectie- en certificeringinstanties. Naar verwachting zal dit onderzoek de geloofwaardigheid van de snel groeiende biologische sector binnen de EU versterken.
Meer informatie jeannette.leenders@wur.nl.
RIKILT- Instituut voor Voedselveiligheid is onderdeel van Wageningen UR (University & Research centre).
Bron KennisOnline
De productie van Nederlandse biologische melk houdt de stijgende vraag niet bij. Naar verwachting moet dit jaar 20 tot 40 miljoen liter worden geïmporteerd.
Oorzaak voor het tekort is de lange omschakeltijd die geldt voor melkveehouders die overstappen naar biologisch in combinatie met de sterk gestegen vraag, zegt brancheorganisatie Bionext. De verwachting is dat Nederlandse consumenten dit jaar zo’n 140 miljoen liter biologische melk drinken. De huidige productie ligt in ons land op 100 tot 120 miljoen liter biologische melk.
Import
Het tekort wordt bevestigd door Friesland Campina. De 140 melkveehouders van deze coöperatie kunnen 57 miljoen liter biologische melk leveren. Het bedrijf verwacht echter een vraag van 67 miljoen liter. Op dit moment zijn tientallen boeren aan het omschakelen naar biologisch. Naar verwachting kan de sector in het voorjaar van 2013 de vraag weer aan. Tot dan wordt er biomelk geïmporteerd uit onder meer Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannië.
Bron: de Volkskrant
Nederlandse ondernemers kunnen een bijdrage leveren aan de voedselzekerheid in Ghana, Mali en Mozambique. Volgens respondenten en internationale bedrijven bieden deze landen veel investeringsmogelijkheden en perspectieven om producten te verkopen op de lokale en regionale markt.
Over deze ondernemerskansen publiceerden het LEI en IMARES, beide onderdeel van Wageningen UR, de brochure Kansen voor het Nederlands Agro-Midden en Klein Bedrijf in Ghana, Mali en Mozambique. Deze is geschreven in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Naast de mogelijkheden van export noemt de brochure ook kansen voor investeringen. Nederlandse bedrijven zouden bijvoorbeeld kwaliteitsproducten zoals mango’s kunnen opkopen wanneer dit aanbod in andere landen schaars is. Verder laat de brochure zien waar potentiële investeerders uit Nederland behoefte aan hebben voordat zij daadwerkelijk gaan ondernemen in Ghana, Mali of Mozambique. Aanleiding voor het onderzoek is het streven van de Nederlandse overheid naar wereldwijde voedselzekerheid. De overheid zet in zes Afrikaanse landen zogenaamde Food Security Programs op en wil met name het MKB stimuleren om aan deze programma’s mee te werken. Over drie van deze landen - Ghana, Mali en Mozambique – was nog weinig bekend op het gebied van marktkansen.
Meer info: jennie.vandermheen-sluijer@wur.nl
Brochure: Kansen voor het Nederlands Agro-Midden en Klein Bedrijf in Ghana, Mali en Mozambique
Bron: KennisOnline
21 maart 2012 Het Planeet: Platform Nieuwe Eiwitproducten
Er is weer een nieuw platform bij in Nederland: Het Planeet (spreek uit: het plan-eet). Het Planeet is het Platform Nieuwe Eiwitproducten. In totaal zijn 23 bedrijven verenigd in dit nieuwe platform. De leden zijn allemaal producenten van eiwitrijke ingrediënten, halffabricaten en eindproducten: de vleesalternatieven. Het Planeet is opgericht om krachten te bundelen en duidelijke informatie te kunnen bieden over vleesalternatieven aan bijvoorbeeld supermarkten en cateraars.
“De vleesalternatieven moeten aantrekkelijker. Het is niet sexy genoeg! De producten lijken allemaal op elkaar. Waarom liggen ze bijvoorbeeld naast het gewone vlees in de supermarkt? Dat moet anders”, betoogt marketeer Robert Kroon. Hij was samen met Jeroen Willemsen, voorzitter van het nieuwe platform, en professor Jan Rotmans één van de sprekers tijdens de lancering van het Planeet.
Professor Rotmans keek in een korte presentatie vooruit: “Over vijf jaar is iemand die een vleeshamburger eet net zo’n paria als iemand die rookt nu. Ik zie het zelfs voor me dat we over twintig jaar een McDonald’s Bio hebben, waar je alle producten kunt krijgen uit de duurzame schijf van vijf.”
Bron: Levensmiddelenkrant
21 maart 2012 Bio-maaltijd in de zorg kost niet veel extra
Investeren in een betere maaltijd hoeft zorginstellingen niet veel extra’s te kosten. Dat bewijst zorginstelling Naarderheem in Naarden. Sinds de AWBZ-instelling voor ouderen en revalidatiepatiënten de overstap maakte naar verse maaltijden van grotendeels biologische oorsprong eten de bewoners hun bord met smaak leeg. Dit bespaart het zorgcentrum op jaarbasis 60.000 euro aan voedingssupplementen. Door deze besparing vallen de extra investeringen in boodschappen en horecapersoneel uiteindelijk mee. “Per maaltijd zijn we sinds de overstap een dubbeltje duurder uit”, becijfert Marco Wisse, directeur van Naarderheem. “Op jaarbasis is dat ongeveer 70.000 euro. Dat moet ik elders bezuinigen, maar dat is het me waard omdat het welzijn en de gezondheid van de bewoners erop vooruitgaan.”
21 maart 2012 Debatreeks in de Rode Hoed in Amsterdam
In een reeks van zes debatten wordt geprobeerd meer zicht te krijgen op de manier waarop de verhouding tussen stad en platteland in de afgelopen eeuw is veranderd op het terrein van landbouw en voeding.
Gespreksleider: Felix Rottenberg
Met gratis hapjes van topkok Eric van Veluwen
De eerstvolgende debatten zijn op 14 februari, 6 en 13 maart, aanvang 20.00 uur:
Dinsdag 14 februari
Voedsel in Afrika: drama’s en kansen
Met o.a. prof. Eric Smaling, Afrika-expert en Madelon Meijer,
Oxfam Novib.
Dinsdag 6 maart
Voedsel verandert mondiale machtsverhoudingen
Met o.a. prof. Cees Veerman, oud-landbouwminister en prof. Rob de Wijk, Centrum voor Strategische Studies.
Dinsdag 13 maart
Voedsel als Achilleshiel van supermacht China
Met o.a. dr. Yiching Song, Chinees landbouwdeskundige en Mac van Dinther, verslaggever de Volkskrant.
Voor meer informatie en kaartverkoop zie www.rodehoed.nl.
Twee bijeenkomsten, op 13 en 15 april, ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van landbouw- en zorgbedrijf Zonnehoeve.
Zonnehoeve bestaat dertig jaar en organiseert ter gelegenheid daarvan twee verschillende bijeenkomsten op de boerderij in de Flevopolder.
De eerste bijeenkomst (een minisymposium) vindt plaats op vrijdag 13 april en de tweede (een meer feestelijke bijeenkomst) op zondag 15 april. Het programma voor de vrijdagmiddag bestaat onder andere uit een rondleiding over het erf door één van de ondernemers en een mini-symposium ‘Dertig jaar bevlogenheid op het nieuwe land’ met als sprekers:
Piet van IJzendoorn, oprichter en pionier van Zonnehoeve; Lea Bouwmeester, Lid 2e Kamer; Peter Blom, Directeur Triodos Bank en
Marijke Vos, Lid Eerste Kamer.
Daarnaast is er aandacht voor het initiatief ‘Vrienden van Zonnehoeve’. De dag wordt afgesloten door Gerrit Jan -Gorter, Burgemeester van Zeewolde
Op zondag 15 april is er een meer informele en feestelijke bijeenkomst. Leden van de familie Van IJzendoorn zullen over hun ervaringen vertellen, en er zal een symbolische overdracht plaatsvinden van het familiebedrijf naar het gemeenschapsbedrijf van ondernemers. Er is muziek en ook voor de kinderen is er van alles te doen. Het programma begint om 14.30 met een rondleiding en sluit om 17.30 af met een borrel en een gezamenlijke maaltijd.
Kijk op www.zonnehoeve.net/jubileum.html voor uitgebreide informatie en het volledige programma, hier kunt u zich ook direct aanmelden.
Het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) is van plan om per 1 juli 2012 de toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden in te trekken, die nu nog onder de bestaande Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB) vallen. Producten als groene zeep in oplossing, melk, bijenwas, zeewierextract, en dergelijke worden dan gelijkgeschakeld met synthetisch geproduceerde chemische producten. Het schrappen van de uitzonderingsregel dwingt producenten de ‘huis, tuin en keukenmiddeltjes’ te laten registreren als gewasbeschermingsmiddelen. Dit heeft grote consequenties voor biologische tuinders, maar ook voor gangbare producenten. Adviseur Bertus Buizer diende een officieel bezwaarschrift in bij het Ctgb. “Ik maak mij grote zorgen over het voorgenomen besluit. Er zijn gelukkig ook heel veel anderen die tegen het voornemen in verweer komen, zoals LTO. De schrik van tuinders en natuurliefhebbers blijkt ook uit berichten op www.bijenstichting.nl , in de sociale media en in de vakpers zoals De Boomkwekerij, Vakblad voor de Bloemisterij en Nieuwe Oogst.” Het is nog even afwachten welk antwoord het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden geeft op de bezwaarschriften.
Op 7 maart is op StatLine de eerste tabel met daarin gegevens uit de Landbouwtelling 2011 over akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren en hokdieren bij biologische landbouwbedrijven verschenen op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hierin staan ook de arealen van biologische groenten en fruit naar soort gewas.
Winnaars van de Ekoland Innovatieprijs 2012 gelauwerd
Op woensdagavond 18 januari om 20.00 uur vond op het Horecaplein, tijdens de BioVak in Zwolle, de feestelijke uitreiking plaats van de Ekoland Innovatieprijs 2012.
De jury, bestaande uit Jan Spaans, Jan de Veer, Kees van Veluw, Geertje Schlaman en Maria van Boxtel was zeer te spreken over de kwaliteit van de aangemelde bedrijven en heeft daarom besloten vier bedrijven in de prijzen te laten vallen. Zij loofde in dit lustrumjaar zelfs twee eerste prijzen uit in plaats van een, plus een tweede en een derde prijs.
Dit is de uitslag:
Eerste prijs voor De Stadsboerderij, Almere
Eerste prijs voor Ecofields
Tweede prijs voor Hansketien
Derde prijs voor De Onstaheerd
Maria van Boxtel riep de winnaars bij zich op het podium en stelde hen kort voor aan het publiek. De officiële overhandiging van de prijzen werd gedaan door Irene van de Voort, winnaar van de Ekoland Innovatieprijs in 2011.
De twee eerste prijs winnaars ontvingen een oorkonde, een exemplaar van het uitgebreide juryrapport, een mooie bos bloemen en de traditionele 'koperen spade'*. Aan de tweede en derde prijswinnaars werd naast de oorkonde, het juryrapport en de bloemen, een bronzen plantschopje* als herinnering aangeboden.
Een korte schets van de vier prijswinnaars:
Tom Saat en Tineke van den Berg
De Stadsboerderij, Almere
Het bedrijf heeft met een eigen, unieke en samenhangende aanpak een grootschalig biologisch landbouwbedrijf verbonden met een geslaagde publieksfunctie. Dit maakt het voor burgers mogelijk de landbouw te beleven en versterkt de plaats van de biologische landbouw in de hedendaagse maatschappij. Bovendien is De Stadsboerderij een van de meest succesvolle voortrekkers van stadslandbouw in Nederland. De principes van de biologisch-dynamische landbouw worden op dit bedrijf consequent uitgevoerd, met een uitstekende bodemvruchtbaarheid en zoveel mogelijk gesloten kringlopen als resultaat.
Bart en Marina Boon
Ecofields, Wekerom
Het bedrijf loopt in Nederland voorop met het grootschalig opfokken en afmesten van biologische stierkalveren en het aansluitend zelf verwerken en verkopen van biologisch kalfsvlees, een uniek product met een uitstekende smaak en kwaliteit. De goede doorvoering van de biologische principes met stro in de stallen, weidegang voor de kalveren en een smaakvol rantsoen van grotendeels eigen teelt zorgt voor gezonde dieren met weerstand. Met de smaakvolle productinnovaties en de succesvolle afzet is het bedrijf uniek in Nederland.
Peter Govers en Ina Eleveld
Hansketien, Mantinge
Het bedrijf innoveert slim door het opfokken en afmesten van geitenbokjes van eigen bedrijf en het verwerken daarvan tot unieke biologische geitenvleesproducten. Zo sluiten ze de kringloop. Geitenvlees wordt in Nederland nog nauwelijks gegeten, waardoor het bedrijf goed inspeelt op de wensen van hun klanten: de culinaire voorlopers. De aandacht en de consequente doorvoering van de biologisch-dynamische principes zorgen voor gezond opgroeiende lammeren. Met dit biologische bokjesvlees is het bedrijf een voorbeeld voor andere geitenhouders, die ook kunnen starten met afmesten en vleesverkoop.
Menko, Wridzer en Petra Datema
De Onstaheerd, Sauwerd
Het bedrijf combineert een landbouwbedrijf op uitstekende manier met een voorziening om vastgelopen jongeren weer op de rails te zetten: het is de enige boerderij in Nederland met een rebound-afdeling. De geslaagde publieksfunctie als welkomboerderij is toegankelijk en versterkt de plaats van de biologische landbouw in de hedendaagse maatschappij. De Onstaheerd laat zien dat jongeren tot rust komen met zinvol werk in de landbouw en de boerderij vervult hiermee een voortrekkersrol.
Workshop Sociale Media: klanten vinden, klanten binden! op Streekplein BioVak
Op donderdag 19 januari vertelt Wilma Huisman van Wijngaard de Reestlandhoeve over haar ervaringen met klantenbinding via social media om 13:30 uur in zaal 1 (streektent). Social Media is booming. Met Twitter, LinkedIn of weblogs trek en bind je klanten en bezoekers. Wilma Huisman kan met Social Media met weinig financiële middelen effectief communiceren. Wil jij ook de kracht van een ‘virtueel’ netwerk ervaren? Leer van de tips van Wilma Huisman van wijngaard de Reestlandhoeve en Sander Janssens, actief ‘foodie’ van Slow Food Zwolle. Het Netwerk Biologische InfoCentra ontwikkelde mee aan een game voor jongeren over de biologische boerderij. Wat zijn de eerste ervaringen en trekt het klanten naar je bedrijf? Laat je bijpraten en ontvang ook het praktische handboekje Social Media voor beginners.
Het hele programma vol workshops en praktijktoers op het Streekplein vindt u hier: http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php
BioVak 2012 is geopend woensdag 18 januari van 14.00 uur tot 22.00 uur en donderdag 19 januarivan 10.00 uur tot 21.00 uur. Meer en actuele informatie over het Streekplein, de workshops en praktijktoers is te vinden op www.vaneigenerf.nl. Nadere informatie over de BioVak 2012 op www.biovak.nl
Het Streekplein is een samenwerking van Stichting Streekeigen Producten Nederland (SPN), Stichting Biologisch Goed Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra (BIC) in samenwerking met Stichting Vriendelijke Keukens, Land & Co, Centrum Biologische Landbouw en Aves Tura. Het Streekplein is mede mogelijk gemaakt door de Taskforce Multifunctionele Landbouw en de Provincie Overijssel.
Noot voor de redactie
Wilt u meer informatie over het streekplein op de BioVak? Heeft u interesse in een interview met één van de bijzondere streekproducenten? Neemt u dan contact op met Maria van Boxtel, telefoon 06- 53 59 31 88 of mail: mvanboxtel@landco.nl
Fotomateriaal om uw aankondiging over het Streekplein te illustreren is gratis en in hoge resolutie beschikbaar via deze link: https://picasaweb.google.com/117750966494813023718/PersselectieBioVak2012#
Simone Jansen tussen haar Brandrode koeien en de bezoekers op koeiensafari (Bron: www.vechtdalhoeve.nl)
Workshop Regiomarketing: samen sterk! op Streekplein BioVak
Op donderdag 19 januari vertelt Simone Jansen van de Vechtdal Hoeve over haar ervaringen met klantenbinding via aanhaken bij recreatie en toerisme in haar regio om 14:30 uur in zaal 1 (streektent). Simone Jansen is bekend om haar bijzondere activiteiten voor burgers, zoals de Vechtdal Hoeve ‘koeiensafari’s’. Maar ook met andere activiteiten verbindt ze haar boerderij met de streek.
Aanhaken bij recreatie en toerisme in je regio kan je meer klanten en dus winst opleveren. Hoe maak jij de streek ook interessant met een belevenis bij de boer? Adri Ooms is gespecialiseerd in plattelandsrecreatie en ziet voor de Vechtdalproducenten veel voordelen in samenwerken met lokale bedrijven in recreatie en toerisme. Vechtdalmarketing verbindt Vechtdalproducten met recreatie en horeca in de regio. Ook iets voor jouw regio?
De workshop wordt begeleid door Michiel Bus, Aves-Tura. Het hele programma vol workshops en praktijktoers op het Streekplein vindt u hier: http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php
BioVak 2012 is geopend woensdag 18 januari van 14.00 uur tot 22.00 uur en donderdag 19 januari van 10.00 uur tot 21.00 uur. Meer en actuele informatie over het Streekplein, de workshops en praktijktoers is te vinden op www.vaneigenerf.nl. Nadere informatie over de BioVak 2012 op www.biovak.nl
Het Streekplein is een samenwerking van Stichting Streekeigen Producten Nederland (SPN), Stichting Biologisch Goed Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra (BIC) in samenwerking met Stichting Vriendelijke Keukens, Land & Co, Centrum Biologische Landbouw en Aves Tura. Het Streekplein is mede mogelijk gemaakt door de Taskforce Multifunctionele Landbouw en de Provincie Overijssel.
Noot voor de redactie
Wilt u meer informatie over het streekplein op de BioVak? Heeft u interesse in een interview met één van de bijzondere streekproducenten? Neemt u dan contact op met Maria van Boxtel, telefoon 06- 53 59 31 88 of mail mvanboxtel@landco.nl
Fotomateriaal om uw aankondiging over het Streekplein te illustreren is gratis en in hoge resolutie beschikbaar via deze link: https://picasaweb.google.com/117750966494813023718/PersselectieBioVak2012#
Twente concreet voorbeeld van nieuwe samenwerking zorginstelling en biologisch
13 januari 2012 Huuskes en Eko Twente concreet voorbeeld van nieuwe samenwerking zorginstelling en biologisch
Workshop ‘Honger’ horeca naar biologisch eten stillen met nieuwe samenwerking in de keten bij Streekplein BioVak
Op donderdag 19 januari vertelt Petra Kalsbeek van grootleverancier Huuskes over de samenwerking met webwinkel Eko Twente en de ziekenhuizen in Twente. Want de belangstelling voor biologische en regionale producten in de horeca en grootkeukens groeit. Nieuwe samenwerking blijkt dan essentieel, waarbij de grootleverancier zijn assortiment aanpast aan het ‘biologische seizoen’. En de biologische boer of tussenhandelaar leert om te gaan met de specifieke leveringseisen van zorginstellingen. In de workshop ‘Honger’ horeca naar biologisch eten stillen met nieuwe samenwerking in de keten’ schotelt Lasca te Kate van de St. Vriendelijke Keukens de deelnemers aansprekende voorbeelden voor uit de institutionele keuken, zoals die tussen grootleverancier Huuskes, webwinkel Eko Twente en ziekenhuizen in Twente. En de nieuwe keten tussen maaltijdbereider Food Connect met kalverhouderij Ecofields. Dankzij het opzetten van een slagerij op eigen erf levert kalverhouder en slager Bart Boon nu producten ‘op maat’ aan Food Connect en ontwikkelen ze samen geschikte maaltijdconcepten.
De workshop wordt begeleid door Lasca ten Kate, St. Vriendelijke Keukens. Speciaal Facilitair Managers en Voedingshoofden van instellingen zijn van harte welkom. En natuurlijk ook voor producenten met belangstelling om aan instellingen te leveren. Het hele programma vol workshops en praktijktoers op het Streekplein vindt u hier: http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php
BioVak 2012 is geopend woensdag 18 januari van 14.00 uur tot 22.00 uur en donderdag 19 januarivan 10.00 uur tot 21.00 uur. Meer en actuele informatie over het Streekplein, de workshops en praktijktoers is te vinden op www.vaneigenerf.nl. Nadere informatie over de BioVak 2012 op www.biovak.nl
Het Streekplein is een samenwerking van Stichting Streekeigen Producten Nederland (SPN), Stichting Biologisch Goed Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra (BIC) in samenwerking met Stichting Vriendelijke Keukens, Land & Co, Centrum Biologische Landbouw en Aves Tura. Het Streekplein is mede mogelijk gemaakt door de Taskforce Multifunctionele Landbouw en de Provincie Overijssel.
Noot voor de redactie
Wilt u meer informatie over het streekplein op de BioVak? Heeft u interesse in een interview met één van de bijzondere streekproducenten? Neemt u dan contact op met Maria van Boxtel, telefoon 06- 53 59 31 88 of mail mvanboxtel@landco.nl
Fotomateriaal om uw aankondiging over het Streekplein te illustreren is gratis en in hoge resolutie beschikbaar.
Tuinder Jan Nijmeijer werkt slim samen en vergroot zijn afzet
Workshop op Streekplein BioVak
Op woensdag 18 januari om 14.30 in zaal 1 (streektent) vertelt tuinder Jan Nijmeijer van het Groene Spoor over slim samenwerken om je afzet te vergroten. Naast de winkel, abonnementen een webwinkel levert Jan aan lokale restaurants. Samen met de chef-kok zet hij het seizoen op de kaart. Het grootste gedeelte van zijn producten zet hij af via de winkel en abonnementen. Versterken de verschillende kanalen elkaar?
Harry Schonewille bezorgt met Deliweb bijzondere kazen bij de horeca, detailhandel en consumenten. Hij produceert juist niet zelf, maar is als winkelier gericht op verkoop. Vergroot je afzet met nieuwe kanalen. Hoe kun je slim samenwerken rond afzet en logistiek? Kom ook en leer van hun praktische voorbeelden en ervaringen.
Deze workshop wordt begeleid door Geertje Schlaman van het Netwerk Biologische InfoCentra en het Centrum Biologische Landbouw Flevoland. Ook met de campagne ‘van Flevolandse Bodem’ merkte zij dat afzet via horeca en recreatie je naam goed kan versterken. Boeren en tuinders met directe verkoop zijn van harte welkom bij deze workshop. Het hele programma vol workshops en praktijktoers op het Streekplein vindt u hier: HYPERLINK "http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php" http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php
BioVak 2012 is geopend woensdag 18 januari van 14.00 uur tot 22.00 uur en donderdag 19 januarivan 10.00 uur tot 21.00 uur. Meer en actuele informatie over het Streekplein, de workshops en praktijktoers is te vinden op www.vaneigenerf.nl. Nadere informatie over de BioVak 2012 op www.biovak.nl
Het Streekplein is een samenwerking van Stichting Streekeigen Producten Nederland (SPN), Stichting Biologisch Goed Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra (BIC) in samenwerking met Stichting Vriendelijke Keukens, Land & Co, Centrum Biologische Landbouw en Aves Tura. Het Streekplein is mede mogelijk gemaakt door de Taskforce Multifunctionele Landbouw en de Provincie Overijssel.
Workshop ‘Biologisch uit de streek in het schap van de detaillist’ op Streekplein BioVak
Op woensdag 18 januari om 19.30 uur in zaal 1 (streektent) op de BioVak vertelt Roelof Mulder van Keurslagerij én Echte Bakker Bergerslag over ‘biologisch uit de streek’ in het schap van de detaillist. Het aandeel ‘biologisch van dichtbij’ bij de versdetaillist is nog klein. Uitbreiding lijkt logisch, maar hoe? Roelof Mulder werkt voor zijn biologisch speltbrood samen met Korenmolen de Leeuw en met de telers van IJsseldalgranen. Biologisch bedrijf De Zonnehorst levert zijn groentetassen aan diverse winkels. Winkelier en leverancier delen hun kennis en ervaring. Wat is de meerwaarde voor detaillisten van meer ‘bio van dichtbij’ in het schap? Wat komt er voor biologische producenten bij kijken om te leveren aan de detailhandel? Hoor het uit de eerste hand! Speciaal voor detaillisten en voor boeren en tuinders die aan hen willen leveren.
De workshop wordt begeleid door Lasca ten Kate, Stichting Vriendelijke Keukens. Detaillisten die hun assortiment willen uitbreiden met biologisch, en boeren en tuinders met belangstelling voor leveren aan detaillisten zijn van harte welkom bij de workshops op het Streekplein. Het hele programma vol workshops en praktijktoers op het Streekplein vindt u hier: HYPERLINK "http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php" http://www.vaneigenerf.nl/actueel/biovak.php
BioVak 2012 is geopend woensdag 18 januari van 14.00 uur tot 22.00 uur en donderdag 19 januari van 10.00 uur tot 21.00 uur. Meer en actuele informatie over het Streekplein, de workshops en praktijktoers is te vinden op www.vaneigenerf.nl. Nadere informatie over de BioVak 2012 op www.biovak.nl
Het Streekplein is een samenwerking van Stichting Streekeigen Producten Nederland (SPN), Stichting Biologisch Goed Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra (BIC) in samenwerking met Stichting Vriendelijke Keukens, Land & Co, Centrum Biologische Landbouw en Aves Tura. Het Streekplein is mede mogelijk gemaakt door de Taskforce Multifunctionele Landbouw en de Provincie Overijssel.
Noot voor de redactie
Wilt u meer informatie over het streekplein op de BioVak? Heeft u interesse in een interview met één van de bijzondere streekproducenten? Neemt u dan contact op met Maria van Boxtel, telefoon 06- 53 59 31 88 of mail HYPERLINK "mailto:mvanboxtel@landco.nl" mvanboxtel@landco.nl
Fotomateriaal om uw aankondiging over het Streekplein te illustreren is gratis en in hoge resolutie beschikbaar via deze link: HYPERLINK "https://picasaweb.google.com/117750966494813023718/PersselectieBioVak2012#" https://picasaweb.google.com/117750966494813023718/PersselectieBioVak2012#
Op zaterdag 25 november j.l. is onze altijd vrolijke rots in branding, Mike van Bork, na een zware en moedig gevochten strijd, op 52-jarige leeftijd overleden.
Mike was de laatste jaren bij ons werkzaam als sales- en marketingmanager en zou na onze verhuizing in mei afgelopen voorjaar een belangrijke rol vervullen in onze geheel vernieuwde organisatie. Helaas heeft hij nooit meer achter zijn nieuwe bureau kunnen plaatsnemen.
Een nieuwe machine die kan zaaien en het zaad meteen afdekt met een laagje compost: nu nog een (duur) prototype, maar de verwachting is dat hij snel rendabel kan worden omdat er veel mee bespaard wordt op handwieduren en bemestingskosten
Op het bedrijf van Anton van Vilsteren (Marknesse) worden sinds enkele jaren meerdere gewassen gezaaid met een zaaimachine die het zaad toedekt met een laagje compost. Deze compost bevat geen onkruidzaden, waardoor er in de rij nauwelijks onkruid ontkiemt. Hierdoor lijkt er een reductie in handwieduren mogelijk die oploopt tot 80% in peen en 60% in zaaiuien. Het laagje compost is twee centimeter dik en acht centimeter breed. De samenstelling van de compost is van groot belang voor het functioneren van de machine. De zaaicapaciteit is beduidend lager omdat de machine slechts anderhalve meter breed is. Knelpunt hierin is dat naast de zaaimachine ook voldoende compost moet worden meegenomen. Toch is Anton van Vilsteren zo enthousiast over het systeem dat hij bezig is een drie meter brede machine te ontwikkelen.
Kostenplaatje
De aanschafkosten van de machine waren ongeveer €50.000. De jaarlijkse kosten voor de machine bedragen €8750 (= 17,5%). In een bouwplan met vijf hectare zaaiuien en vijf hectare peen bedragen de kosten voor handwieden volgens de normuren €13.500. In het geval van compostzaaien en bovengenoemde reducties in handwieduren komt dit bedrag op €4200, een besparing van €9300 op de totale oppervlakte. Per hectare moeten ook nog de kosten voor compost meegerekend worden: ongeveer €1200 voor de totale oppervlakte. Blijft uiteindelijk een besparing over van €8100. Iets minder dus dan de jaarlijkse kosten voor de machine.
De aanschafkosten van deze machine waren echter erg hoog omdat het om een prototype gaat, en de 17,5% jaarlijkse kosten zijn een globale inschatting. Daarnaast is ook in de berekening niet meegenomen dat kosten voor de bemesting grotendeels vervallen door de bemestende waarde van de ‘gezaaide’ compost.
Als tenslotte zou blijken dat de aanschaf goedkoper kan, en het percentage voor jaarlijkse kosten ook, lijkt de machine al snel rendabel te kunnen zijn. Bron DLV Plant
16 november 2011 Direct aanaarden van aardappelen biedt voordelen
Direct aanaarden van aardappelen biedt voordelen
Biologische aardappelen worden doorgaans pas kort voor het bovenkomen opgefreesd. Het idee hierachter is dat de poters en bodem sneller opwarmen. Ook de onkruidbestrijding is vaak een belangrijke reden om zo lang mogelijk te wachten. Maar poten en dan snel, of liever direct, aanaarden heeft ook grote voordelen. Uit veldmetingen van zowel machinefabrikant Grimme als Miedema blijkt dat er geen verschil in opwarming van de ruggen is. De grotere flank van de rug vangt meer warmte en door de grotere massa koelt de rug ook minder snel af. Daarbij blijft er tevens meer vocht beschikbaar voor de knollen omdat de grond minder uitdroogt tussen poten en frezen.
Door zo lang mogelijk te wachten bestaat bovendien het risico dat te laat wordt aangefreesd en dat hierdoor de plant wordt geremd in de groei. Dit kan nog slechter uitpakken als het weer tegenzit. Direct aanaarden is dus ook in dit opzicht een voordeel. Verder blijkt uit praktijkervaringen dat er bij aanaarden direct na poten meer knolzetting is en het vocht beter wordt geconserveerd. Hierdoor is ook de aantasting door schurft minder. Ook voor onkruidbestrijding hoeft er geen probleem te zijn. De top van de rug kan bij onkruid een of twee keer worden afgeëgd en indien nodig weer worden aangeaard.
Landgoed Kraaybeekerhof is al 35 jaar lang de leerplaats en inspiratieplek voor de biologisch-dynamische landbouw en voeding. Begin 2011 heeft Stichting BD Grondbeheer alle gronden (581 are) van Kraaybeekerhof aangekocht met een lening. Met de aankoop wil Grondbeheer de unieke biologisch-dynamische landbouwlocatie veiligstellen voor de toekomst. Stichting Grondbeheer wil echter dat haar gronden vrij zijn van schuldenlasten zodat pachtprijzen gerelateerd zijn aan de landbouwopbrengsten. Daarom heeft de Stichting zichzelf de opdracht gegeven om de lening in vijf jaar tijd af te lossen door middel van een werfactie. Op 26 september gaf Michiel Rietveld, oprichter en voormalig manager van Kraaybeekerhof, de aftrap door op persoonlijke titel een are vrij te maken met een periodieke schenking. Want zo zit de werfactie in elkaar: particulieren, organisaties en bedrijven kunnen meedoen door een (gedeelte van een) are vrij te maken. Om een are vrij te maken is 516 euro per jaar nodig gedurende een periode van vijf jaar. De periodieke schenking geeft een belastingvoordeel van 16 tot 52% (afhankelijk van het inkomen). De komende maanden zal Grondbeheer bij belanghebbenden en belangstellenden de werfactie onder de aandacht brengen. De Estafette Winkel in Driebergen en de buurtvereniging ‘Rondom Kraaybeek’ hebben tijdens de aftrap aangegeven de actie te willen ondersteunen. Voor de eerste 33 van de 581 are zijn al volmachten afgegeven; alle schenkgelden worden voor de volle 100% gebruikt om de grond vrij te maken.
U kunt de aflossing van Kraaybeekerhof volgen via: www.bdgrondbeheer.nl.
16 november 2011
Aanmelden
voor de Ekoland
Innovatieprijs 2012
Kent u iemand die speciale initiatieven ontplooit, of activitieiten die leiden tot het verbeteren of bevorderen van de productie, afzet en consumptie van biologische producten? Meld die persoon of dat bedrijf dan nog snel aan voor de Ekoland Innovatieprijs 2012.
U vindt hiervoor op www.ekoland.nl een aanmeldingsformulier. Zowel lezers als auteurs van Ekoland mogen bedrijven voordragen. Tot 1 november kunnen de aanmeldingen worden ingestuurd via het aanmeldingsformulier op de website van Ekoland. De Ekoland Innovatieprijs zal worden uitgereikt tijdens de BioVakbeurs, die op 18 en 19 januari 2012 plaatsvindt in de IJsselhallen in Zwolle.
16 november 2011 Afrol-oogstwagens:
Afrol-oogstwagens: snel en secuur
Sinds enkele jaren zijn er twee fabrikanten van oogstwagens die acht kuubskisten kunnen meenemen en deze bovendien zelf kunnen lossen via een losband onder de kisten. Daarnaast heeft de wagen een eigen kistenvuller die door een persoon op de wagen bediend kan worden. Voordeel hiervan is dat producten direct in kisten geoogst kunnen worden zonder tussenkomst van een stortbak. Doordat de afvoer van de rooimachine op de kistenvuller lost, is het naastrijden ook eenvoudiger, omdat traditioneel de afvoer zo diep mogelijk in de kist gaat en het naastrijden daarom erg precies komt. Doordat de wagen zelf de kisten op een rij kan lossen, heeft de heftruck ook minder werk omdat de volle kisten pas hoeven te worden verwerkt nadat de wagen geladen is met lege. Uniek is dat deze acht lege kisten al van te voren klaargezet kunnen worden zodat ze door de heftruck in één keer naar binnen geschoven kunnen worden. Als alles goed gaat is de wagen binnen twee minuten gelost en geladen met lege kisten.
Bron DLV Plant
Met een succesvolle actie heeft Stichting Zaadgoed geld ingezameld voor biologische zaadteelt en veredeling, én consumenten meer bewust gemaakt van het belang van diversiteit op ons bord.
De actie ‘Wilde tomaat’ , die begin juni werd gehouden, was een succes: bijna 20.000 consumenten hebben een bakje Wilde Tomaten gekocht bij hun biologische speciaalzaak. Voor elk verkocht bakje ging tien cent naar Stichting Zaadgoed.
De opbrengst zal gebruikt worden om de instandhouding en biologische zaadvermeerdering van enkele wilde tomatenrassen te verbeteren. Met steun van Stichting Zaadgoed gaat tomatenteler Frank de Koning hiervoor samenwerken met zaadbedrijf de Bolster. De vermeerdering van oude rassen is lastig, omdat de zaadkwaliteit soms te wensen overlaat.
Aan de actie was ook een prijsvraag verbonden. Consumenten werden uitgedaagd om de slagzin “Ik word wild van biodiversiteit...” af te maken of zelf een slagzin te verzinnen over biodiversiteit.
Aan die oproep is massaal gehoor gegeven. Stichting Zaadgoed heeft meer dan 200 slagzinnen ontvangen. Het bestuur heeft de vijf origineelste en mooiste uitgekozen. De winnaars ontvangen een bon voor 50 euro boodschappen in een van de biologische speciaalzaken. De winnende slagzinnen zijn te vinden op www.zaadgoed.nl
Voor de actie Wilde tomaat hebben de groothandels/retailers Natudis, Udea en Estafette samengewerkt met leverancier Nature & More (EOSTA) en tomatenkweker Frank de Koning. www.zaadgoed.nl
04 november 2011 Het ideale dagje uit op de biologische boerderij
Biologische InfoCentra (BIC) zijn bezoekboerderijen, verspreid over heel Nederland, waar gasten van harte welkom zijn om te zien, horen, voelen, proeven en ruiken hoe biologische producten tot stand komen. Een aantal boeren en boerinnen met een bezoekboerderij gaat nog een stapje verder en biedt deze zomer en herfst interessante en smaakvolle arrangementen en workshops aan, voor groepen tot zo’n honderd personen. Maar er worden ook regelmatig activiteiten georganiseerd waarvoor individuele gasten zich kunnen inschrijven De beleving van het boerenbedrijf en bourgondisch genieten van verse biologische producten staan hierin centraal.
Op de nieuwe website www.biologischnetwerk.nl staan naast de adresgegevens van alle bezoekboerderijen ook nieuwe fiets- en wandelroutes langs de uitgestrekte en mooie landerijen en kunt u alvast een virtueel kijkje nemen op het erf van de boerderijen, via de digitale rondleidingen.
Multifunctionele landbouw biedt het groene onderwijs een rijke leeromgeving en brengt tegelijkertijd extra uitdagingen voor het onderwijs met zich mee. Multifunctionele bedrijven vragen om de ontwikkeling van andere kennis, houdingen en competenties dan de reguliere landbouw. Denken in kansen, zakelijk zijn en netwerken worden daarbij veel genoemd. Dat blijkt uit de derde fase van het onderzoek ‘Dynamiek en robuustheid van multifunctionele landbouw’ van Wageningen UR. De bevindingen zijn gebaseerd op een verkenning onder 120 multifunctionele landbouwbedrijven en 19 diepte-interviews. Onderzoekers keken onder meer naar de manier waarop de bedrijfsontwikkeling en het leerproces van de ondernemers elkaar beïnvloeden. Het onderzoeksproject laat zien dat de multifunctionele landbouw een sector van betekenis is, die de aandacht verdient van beroepsopleidingen en cursusaanbieders.
“Hier liggen mooie kansen voor de agrarische opleidingen”, aldus onderzoeker Pieter Seuneke. Pieter.seuneke@wur.nl
04 november 2011 2e druk biologisch boerenkookboek
De gewijzigde herdruk van het succesvolle en internationaal gelauwerde biologische boerenkookboek´van eigen erf’ is weer beschikbaar voor verkoop door de biologische boer. De nieuwe kok in deze uitgave is Volkskrantjournaliste en kookboekenschrijfster Loethe Olthuis (zie foto). Het kookboek is verkrijgbaar bij de boekhandel, de biologische boer en rechtstreeks via www.vaneigenerf.nl , verkoopprijs € 24,50 incl. 6% BTW.
Meer informatie over inkoop (bv korting voor biologische boeren met directe verkoop) mail mvanboxtel@landco.nl
Vanaf 2012 staat de Duitse bio-organisatie Naturland (met meer dan 53.000 aangesloten boeren) niet langer toe dat er nanodeeltjes (extreem kleine deeltjes) gebruikt worden in de productie van levensmiddelen. Dat geldt ook voor de verpakking. “We weten momenteel nog te weinig over de mogelijke effecten op de mens en het milieu”, zegt Naturland-voorzitter Hans Hohonester over het besluit.
Het meest bekende nanodeeltje is E551, ofwel siliciumdioxide. Dit voorkomt dat zout gaat klonteren. Andere nanodeeltjes kunnen de houdbaarheid van voedsel verlengen.
Demeter Deutschland verbiedt het gebruik van nanodeeltjes al sinds 2009/2010. De grootste bio-vereniging van Duitsland, Bioland, heeft zich nog niet uitgesproken over dit onderwerp.
In Nederland is het thema nanotechnologie en de impact daarvan op biologische landbouw nog weinig onderzocht. In een volgend nummer zal Ekoland aandacht aan dit onderwerp besteden.
04 november 2011 De Mooie Maaltijd op weg naar record
Nu al is duidelijk dat de campagne ‘De Mooie Maaltijd’, een initiatief van de Week van de Smaak (1 t/m 9 oktober a.s.) zijn weg heeft gevonden naar een ongekend groot aantal deelnemende instellingen en ziekenhuizen verspreid door Nederland. Zeker is dat het streefaantal van 250 locaties dit jaar gehaald zal worden. De landelijke campagne stimuleert zorginstellingen, ziekenhuizen en ook ‘thuismaaltijd’-bereiders om speciale aandacht te besteden aan de kwaliteit van hun maaltijden en daar iets echt moois van te maken.
‘Mooi’ staat daarbij voor: bereid met vooral verse, liefst puur natuurlijke ingrediënten, passend bij het seizoen. Als het even kan afkomstig uit de eigen regio en liefst ambachtelijk bereid.
Koken met de streek
Ook zorginstelling Sint Joris in Oirschot is een actieve deelnemer aan het project ‘een Mooie Maaltijd’ in Noord-Brabant en werkt veel met producten uit eigen streek. Om daar meer aandacht aan te geven in de regio, heeft Sint Joris een brochure ontwikkeld. De mooiste streekproducten werden, samen met de folder, onder de aandacht gebracht op 22 juni jl. met een leuke, actieve dag voor kinderen en ouderen. Kinderen van diverse basisscholen uit de regio haalden bij aspergeboer Van Hoof de asperges van het land, hielpen met de bereiding in de keuken en het uitserveren ervan in het restaurant van Sint Joris. Drie rollen kwamen aan bod: de teler, de kok en de gastheer/-vrouw. Deze dag werd afgesloten met een bijzonder aspergediner voor de bewoners van Sint Joris. Met liefde bereid.
04 november 2011 Onderzoek toont verschillen tussen gangbare en BD-zuivel
De moedermelk van vrouwen die biologisch-dynamische zuivel gebruiken blijkt gezonder dan die van vrouwen die gangbare zuivel gebruiken. Dat werkt ook door in de gezondheid van hun kinderen.
Bij moeders die tijdens hun lactatieperiode biologisch-dynamische zuivel gebruiken, worden opvallend méér gunstige vetzuren in de moedermelk gevonden dan bij moeders die gangbare zuivel gebruiken. Bovendien bevat die moedermelk minder ongunstige transvetzuren dan die van moeders die gangbare melk gebruiken. Moedermelk van vrouwen die biologische zuivel nuttigen, vertoonde tussenliggende waarden. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van Universiteit Maastricht, het Zwitserse Paracelsus Ziekenhuis en het Louis Bolk Instituut.
Het onderzoek maakt deel uit van het gezondheidsonderzoek Koala dat in 2000 gestart is, waarbij onderzoekers de gezondheid van kinderen en volwassenen over een lange tijd volgen. Doel is om na te gaan in hoeverre leefstijl (zoals eetpatronen en speciale voeding) van invloed is op de gezondheid. Uit onderzoek uit 2008 bleek al dat tweejarige kinderen tot 30% minder last hebben van eczeem als zij biologische zuivelproducten gebruiken in plaats van gangbare zuivel.
“Een verklaring voor het verschil in vetzuren kunnen we zoeken in de samenstelling van het veevoer. Koeien van biologisch-dynamisch werkende veehouders eten veel vers gras uit een kruidenrijke wei en bijna geen krachtvoer. Dit heeft gevolgen voor de vetzuursamenstelling”, licht Lucy van de Vijver, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut, toe. “Bovendien wordt biologisch-dynamische melk - in tegenstelling tot biologische en gangbare melk - niet gehomogeniseerd bij de bewerking van rauwe melk naar consumptiemelk. Hieruit blijkt weer dat zelfs de voeding op heel jonge leeftijd een belangrijke basis is voor gezondheid.”
De consumentenbestedingen aan duurzame voeding in de Nederlandse supermarkten zijn in het eerste halfjaar van 2011 met 39,1% gestegen ten opzichte van 2010 naar ruim €500 miljoen. Biologisch groeide met 29,1% naar €195 miljoen omzet. Diervriendelijker geproduceerde producten boekten een omzetstijging van 56% naar €114 miljoen. Dat blijkt uit de halfjaarcijfers van het LEI in het kader van de Monitor Duurzaam Voedsel.
Zuivel steeg ten opzichte van 2010 het hardst (44%), gevolgd door vleeswaren (40%) en eieren (36%). AGF is goed voor 25,9% van de biologische omzet en blijft zuivel (24,7%) nog net voor als grootste productgroep.
De Puur Restaurant Week vindt plaats van 14 t/m 20 november. Al meer dan 200 restaurants serveren een Puur Menu, waarbij biologisch, Fairtrade en duurzame vis centraal staan. Tijdens deze week gaat het dus om de toegevoegde waarde van de producten.
Hoe geniet jij van een Puur Menu bij jou in de buurt? Heel simpel. Je reserveert gewoon zelf bij het restaurant van jouw keuze. Elk restaurant stelt zijn eigen 3-gangendiner samen. Zoek en reserveer een restaurant bij jou in de buurt en vraag naar het speciale Puur Menu. Want puur genieten doe je tijdens de Puur Restaurant Week!
Kijk voor meer informatie en deelnemende restaurants op puurrestaurantweek.nl. Restaurants die gratis mee willen doen, kunnen zich daar ook aanmelden.
Willy en Brigitte Gooiker, biologische graantelers uit Wilp, zijn met hun ambachtelijke pasta doorgedrongen tot de finale van de wedstrijd Smaakvol 2011. De familie Gooiker teelt allerlei graansoorten zoals tarwe, spelt maar ook oergranen als Einkorn onder het eigen merk ‘IJsseldal’.
De granen voor de pasta zijn op eigen bedrijf geteeld en met de regionale windmolen gemalen op de steen.
De smaakvolle pasta van de familie Gooiker is ontwikkeld in samenwerking met chef-kok Raffaele Natale van restaurant Cucina Italiana uit Deventer. Voor het vierde achtereenvolgende jaar wordt de Smaakvol-erkenning uitgereikt tijdens de finale op 22 november a.s. De wedstrijd is een initiatief van Syntens, de Taskforce Multifunctionele Landbouw en Foodlog.nl.
Meer info over IJsseldalmeel en –pasta op www.ijsseldalpuurlekkerder.nl
De Duitse biologische kippenhouder Michael Friedinger heeft op een originele manier geld bij elkaar gekregen voor de bouw van een nieuwe kippenschuur. Consumenten kunnen een aandeel verwerven en zo meebetalen aan de uitbreiding van de stal. Door geld te investeren krijgen consumenten extra rechten. Het rendement voor de bijdrage wordt in natura uitbetaald: ze krijgen er gratis eieren voor. “Dit biedt ons de mogelijkheid om rechtstreeks in contact te komen met de consument en tegelijkertijd financieel onafhankelijker te zijn.”
De boer kwam op het idee door de consumentenorganisatie Slow Food. “Met dit initiatief brengen we de stadsburgers dichter bij de boeren”, zegt John Bucej, woordvoerder van Slow Food in München.
De nieuwe stal op zijn biologische boerderij ‘Löfflerhof’ gaat 70.000 euro kosten en zal ruimte bieden aan zeshonderd kippen. De bouw ervan is eind augustus begonnen.
Om meer inzicht te krijgen in de ecologische voetafdruk van ons voedsel heeft het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het LEI gevraagd een beeld te geven van de herkomst en bestemming van in Nederland geconsumeerde en geproduceerde voedingsmiddelen. Nederland blijkt, als het gaat om agrarische producten die de basis vormen voor voedingsmiddelen, meer te produceren dan te consumeren, aldus de nota Verduurzaming voedselproductie.
De voorzieningsgraad is groter dan 100% voor kaas, kalfsvlees, varkensvlees, pluimveevlees, verse groenten, aardappelen en suiker. Daarentegen is de voorzieningsgraad voor producten als rundvlees, vis, vers fruit en graan relatief laag, hoewel dat binnen een productgroep sterk uiteen kan lopen. Wat fruit betreft bijvoorbeeld produceren wij 250% van onze eigen behoefte aan appels en 155% van onze eigen behoefte aan peren, maar bijna geen exotisch fruit.
De meeste agrarische producten in ons land worden geëxporteerd binnen de Europese Unie, en tweederde of meer zelfs binnen de driehoek Londen-Berlijn-Parijs (inclusief België). Ook agrarische producten die Nederland importeert, komen voornamelijk uit EU-landen.
Bron: KennisOnline,
Wageningen UR-onderzoek voor E,L&I
Smakelijk Salland is een biologische fair en heeft als doel de burger kennis te laten maken met biologische landbouw en biologische producten. De organisatie wil de burger door middel van spelletjes, proeverijen, workshops, standhouders en demonstraties kennis laten maken met het het thema van de fair ‘Geniet, beleef en laat je meeslepen door de biologische landbouw’. Dit tweedaags evenement dat gehouden wordt op vrijdag 17 en zaterdag 18 juni wordt georganiseerd door derdejaars studenten Dierverzorging en Veehouderij van MBO Landstede in Raalte. Deze krijgen de mogelijkheid om als onderdeel van hun studie een groot evenement zoals ‘Smakelijk Salland te organiseren. De doelgroep voor dit evenement zijn kinderen, jongvolwassenen, volwassenen en bejaarden. De openingstijden voor de vrijdag zijn van 10.00 tot 16.00 en voor de zaterdag van 11.00 to 17.00. De toegang voor beide dagen is volledig gratis. Voor dit tweedaags evenement zijn er verschillende standhouders uitgenodigd. Van Fakkert Diervoeders tot Overesch Biologische varkensboer en akkerbouwer en van Art Quizine Pizza’s tot aan Ben Kogelman wijnlikeur (Hammerhof). De aanwezige standhouders zijn als volgt: Eko Holland, Stichting de Grote Ezel, Slowfood, Polderknol, Team Ecosys, Rob Kleinlangevelsloo Waterbuffels, Biobakker Edward Gruder, OJK: Gerdien Berenpas, Natuurhuis Harrie Kiekebosch, Panhof Bert Waterval, Wijngaard de Landman, Bio-ron biologisch voor paarden, Sonne-clear ijs, Jos Voetdijk: Zonne-Energie en het Groenhorst Collega. Voor meer informatie kun je de website bezoeken. www.smakelijksalland.nl
Geniet met het filmje hieronder nog even mee met wat biologische varkens in Salland!
Voor het bekende zwart-witte EKO-keurmerk voor biologische producten gelooft controleorganisatie Skal in een nieuwe toekomst. Waar consumenten behoefte aan hebben is één herkenbaar en vertrouwd logo dat staat voor een groot aantal aspecten van biologische productie. Het EKO-keurmerk kan die rol in de toekomst uitstekend vervullen. Om dat te kunnen realiseren is onlangs de Stichting EKO-keurmerk in het leven geroepen. Deze stichting gaat zich nu voorbereiden op haar nieuwe taak.
Bekendheid en waarde EKO-keurmerk: betrouwbaar biologisch
Eind 2010 heeft het bureau Marketresponse een enquête gehouden onder consumenten. Daaruit blijkt dat het EKO-keurmerk verreweg het meest bekende keurmerk is voor biologische producten. Het maakt bioproducten makkelijk herkenbaar en toegankelijk bij het grote publiek.
Ook is gebleken dat vooral de duurzame consument het keurmerk veel waarde toekent. Consumenten zien het EKO-keurmerk als biologisch, verantwoord geproduceerd, milieuvriendelijk, natuurlijk, diervriendelijk, gezond en betrouwbaar. Kortom: het EKO-keurmerk betekent daadwerkelijk iets!
Biologisch met extra maatschappelijke waarden
Nu het Europese bio-keurmerk voor biologische producten verplicht is, ziet Skal in de enquête-uitslag een goede reden tot herwaardering van het EKO-keurmerk. Het wordt een logo dat de consument zekerheid geeft over diverse nu nog versnipperde productieaspecten zoals klimaat, streekeigenheid, eerlijke handel, natuur en sociale omstandigheden. Deze aspecten komen bovenop de wettelijke biologische normen.
Nieuwe stichting
Met de oprichting van stichting EKO-keurmerk gaat Skal zich volledig concentreren op haar taak als publiekrechtelijke toezichthouder en uitvoerende certificeringsinstantie. Ontwikkeling en beheer van aanvullende private normen en overige private zaken zoals eigendom en beheer van het EKO-keurmerk zullen taken worden van de nieuwe stichting die daartoe samenwerking zal zoeken met geïnteresseerde instanties en marktpartijen.
Historie
Het EKO-keurmerk is in 1985 ontstaan vanuit een groep natuurvoedingswinkeliers en biologische boeren die zo de consumenten wilden laten zien dat het product gecontroleerd en dus echt biologisch was. Op dat moment bestonden nog geen wettelijke regels vanuit de overheid. Sinds 1992 betekent het EKO-keurmerk dat producten voldoen aan de Europese regelgeving voor biologische productie.
Staatssecretaris Bleker: ECOstyle boegbeeld voor verantwoord ondernemen
27 mei 2011 Appelscha
Vanmiddag bracht staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een bezoek aan ECOstyle in Appelscha. ECOstyle is gespecialiseerd in de ontwikkeling en het vermarkten van ecologische verantwoorde producten en concepten voor bodem, plant en dier.
Het bezoek is tot stand gekomen naar aanleiding van een eerdere discussiebijeenkomst over het nieuwe natuurbeleid met verschillende partijen, zogenaamde dwarsdenkers. Hierbij was directeur Anne Jan Zwart ook aanwezig. Hij wist bij die bijeenkomst Bleker te boeien met zijn initiatief om op een 17 hectare groot stuk land een bedrijven-landschapspark te realiseren, waar 40 procent van de oppervlakte natuur is. Op de locatie zal ondermeer een congrescentrum komen, proefkassen, en een laboratorium. Naast ECOstyle BV zijn er ook een aantal andere partijen die zich zullen gaan vestigen op het park.
Daarnaast liet Bleker zich informeren over een innovatief project in de veehouderijsector van dochterbedrijf Ecostyle Animal Care, dat als doel heeft een hogere weerstand op te bouwen bij de dieren waardoor minder medicijnen worden toegediend, waaronder antibiotica.
Volgens staatssecretaris Bleker is de aanpak van het bedrijf “het bewijs dat ecologie en economie goed hand in hand kunnen gaan. Een goed voorbeeld van een klein bedrijf dat boegbeeld is van maatschappelijk verantwoord én winstgevend ondernemen met een ecologisch product in een markt van multinationals. En ook een voorbeeld van private financiering van landschapsparken”.
De gemeente Ooststellingwerf is nauw betrokken bij het project ECOmunitypark. Burgemeester van Ooststellingwerf Harry Oosterman over ECOstyle: "Ik ben trots op zo'n innovatief bedrijf in onze gemeente. De nadruk die ECOstyle legt op kwaliteit in allerlei aspecten van ondernemen, past bij het beeld dat wij hebben van onze gemeente. Het ECOmunitypark zal een katalysator-functie hebben voor bedrijven in onze gemeente. Duurzaamheid komt zo echt op de agenda te staan. Ik ga ervan uit dat het park dan ook tot een toename van bedrijvigheid gaat leiden. Zo wordt het ECOmunitypark beeldbepalend voor onze gemeente."
Gemiste kans voor het Gemeenschappelijk landbouwbeleid
25 mei 2011 Brussel
Vandaag heeft de landbouwcommissie van het Europees Parlement zich uitgesproken over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout vindt het een gemiste kans dat de hervorming van het landbouwbeleid niet aangegrepen wordt om duurzame landbouw te bevorderen.
Eickhout: "De landbouwcommissie geeft onvoldoende concrete invulling aan de wens om duurzame landbouw te stimuleren. Het is een gemiste kans dat er geen bindende milieuvoorwaarden gesteld worden aan de inkomenssteun die boeren ontvangen."
Bas Eickhout (Groen Links)
Hoewel het voorstel aangeeft dat het landbouwbeleid verder moet kijken dan inkomstensteun en voedselproductie, wordt de belangrijke rol die boeren hebben bij het tegengaan van klimaatverandering en het efficiënt omgaan met natuurlijke hulpbronnen niet vergezeld van concrete maatregelen. Eickhout: "Om boeren te ondersteunen in die rol, is een applaus van de zijlijn onvoldoende. De budgetten voor Europese landbouw moeten nadrukkelijk gekoppeld worden aan criteria voor duurzaamheid."
Start vijfde editie Boergondisch feestmaal bij biologische boer op Hoeve Biesland
De vijfde editie van het Boergondisch feestmaal gaat in 2011 van start met een culinair diner tussen de koeien in Delfgauw. Boer Jan Duijndam geeft de aftrap op Hoeve Biesland op 3 en 4 juni a.s. In de maanden juni tot en met oktober verzorgen biologische boeren in verschillende streken van Nederland een buitengewoon culinair onthaal in de stal, de wei of in de boerenschuur.
Chef-koks koken speciaal voor deze gelegenheid een bijzonder drie- of viergangen menu met de dagverse biologische oogst van het land: seizoens- en streekgebonden eten op zijn best! Bij Hoeve Biesland staat Sjaak Borsboom van Biesland Kookt! in samenwerking met restaurant Rossio te koken tussen de koeien. Stichting Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra promoten met het Boergondisch feestmaal seizoens- en streekgebonden eten van de biologische boer. Reserveren is een vereiste en kan via www.vaneigenerf.nl
Biologisch groeit flink door in stagnerende foodmarkt
10 mei 2011
Consumenten hebben in 2010 voor het tiende jaar op rij wéér meer biologische voeding gekocht. De omzetten stegen met ruim 13 procent. Vooral supermarkten deden goede zaken, zo blijkt uit de Bio-monitor 2010, onderdeel van de Monitor Duurzaam Voedsel 2010.
In totaal is door de consument in 2010 voor 752,1 miljoen euro aan biologisch voedsel gekocht, 87 miljoen euro meer dan in 2009. Aardappelen, groenten en fruit vormen nog steeds de belangrijkste productgroep en zijn goed voor 21,9% van de bestedingen. Daarna volgen zuivel met 17,1% en vlees/vleeswaren met 14,9%.
De grootste groei heeft zich voorgedaan bij zuivel. Daar is vorig jaar Campina overgestapt op het gebruik van biologische melk voor haar Boerenland-producten en is Arla op de Nederlandse markt verschenen. Biologische zuivel heeft daarmee een marktaandeel van 4,5%. Biologische eieren hebben verhoudingsgewijs het grootste marktaandeel: 7,2% van alle verkochte eieren zijn afkomstig van biologisch gehouden kippen.
Belangrijkste verkoopkanaal voor biologische producten is de supermarkt. Van alle verkochte biologische producten vond 45,3% zijn weg naar de consument via de supermarkt. De gemiddelde omzetgroei bedroeg daar 18,8%.
Natuurvoedingswinkels groeiden 4,1%, waarbij de moderne bio-supers groeicijfers lieten zien die vergelijkbaar zijn met de supermarkten, maar de kleinere, oudere winkels de groei zagen stagneren. De speciaalzaken - natuurvoedingswinkels en biologische slagers - hadden in 2010 een marktaandeel van 35,3%. De out of home sector, waaronder alle consumpties buitenshuis vallen, zoals catering, horeca en verzorging, heeft een aandeel van 12,3% in de omzet. De groei bedroeg hier 21,5%.
De 'overige kanalen', waaronder bijv. boerenmarkten, boerderijverkoop en webwinkels vallen, groeiden 13,1%. Samen hebben zij een marktaandeel van 7,1%.
In de Monitor Duurzaam Voedsel (MDV) zijn de consumentenbestedingen gebundeld aan producten met een of meerdere bovenwettelijke duurzaamheidskeur- of kenmerken, zoals bijv. Max Havelaar of relatief diervriendelijke concepten als Beter leven of Label Rouge. Biologische voeding maakt ongeveer de helft uit van de totale omzet aan duurzame voeding. De MDV is opgesteld door het LEI, onderdeel van Wageningen UR in opdracht van het Ministerie van EL&I.
Duurzaamheid is serious business geworden: het staat bij CEO’s hoog op de agenda en bedrijven zien voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd. Toch duurt het bij het huidige tempo 17 jaar voordat het totale assortiment aan voedsel in Nederland is verduurzaamd. Dit blijkt uit de eerste Voedselbalans die vandaag gepresenteerd is aan staatssecretaris Bleker van EL&I. Met de Voedselbalans wordt in beeld gebracht welke keuzes consumenten en bedrijven maken. Zo wordt duidelijk welke factoren van belang zijn om te komen tot een voedselsysteem waarbij geproduceerd wordt met respect voor milieu, mens en dier.
Bedrijven doen veel aan milieu en weinig aan dierenwelzijn, terwijl consumenten dierenwelzijn de koppositie geven in de maatschappelijke waarden en milieu het minst belangrijk vinden.
Wel duurzaam denken, niet doen
Consumenten zeggen waarde te hechten aan duurzaam voedsel. Maar voor 85% van de consumenten staan waarden voorop die vooral het persoonlijke belang dienen zoals gezondheid, smaak en prijs. De overige 15% stelt maatschappelijke waarden voorop zoals dierenwelzijn, rechtvaardigheid, natuurlijkheid en milieuvriendelijkheid. Maar consumenten zetten dit voornemen niet om in daden, want aankopen worden uit gewoonte gedaan. Dit verklaart dat het totale marktaandeel van duurzaam voedsel op slechts 2,5% ligt. Van alle Europese consumenten geeft de Nederlandse overigens het minste uit aan voedsel in de winkel. Tegelijk gaan we in Nederland het duurst uit eten in restaurants. Opvallend is dat het belang dat consumenten toekennen aan maatschappelijke waarden niet of nauwelijks verschilt tussen klanten van de verschillende supermarktformules.
Fysieke en sociale omgeving
Het aankopen van voedsel wordt sterk bepaald door gewoonte. Gewoontegedrag kan worden beïnvloed door de fysieke omgeving te veranderen. Het helpt bijvoorbeeld om duurzame en gezonde producten aantrekkelijk te verpakken, smakelijke producten te ontwikkelen en deze goed zichtbaar in het schap plaatsen. Gewoontegedrag wordt ook bepaald door de sociale omgeving. En ook die is weinig stimulerend. Weinig mensen ervaren sociale druk vanuit hun omgeving om duurzaam voedsel aan te kopen.
Dit jaar voor het eerst
Een consortium onder leiding van Wageningen UR heeft in opdracht van het ministerie van EL&I de Voedselbalans opgesteld.Hierbij zijn de antwoorden geanalyseerd van 3.700 geenquêteerde consumenten en 200 werknemers in de retail, Out of Home bedrijven en A-merkfabrikanten. Daarnaast zijn de interviewresultaten van 33 CEO’s van in Nederland gevestigde agrifoodbedrijven onderling vergeleken. Dit jaar komt de Voedselbalans voor het eerst uit; vanaf nu verschijnt er regelmatig een vervolg.
Biologische boer en tuinder terughoudender dan gangbare collega
10 mei 2011
Roggel
Biologische boer en tuinder terughoudender dan gangbare collega
Biologische boeren en tuinders hebben minder uitbreidings- maar ook minder beëindigingsplannen dan hun collega’s met gangbare bedrijven. Ruim 77% van de ondernemers met een biologisch bedrijf wil ‘doorgaan zoals nu’, tegenover 66% van de boeren en tuinders met een gangbare bedrijfsvoering.
Dit resulteert uit de telefonische inventarisaties die AgriDirect in 2010 uitvoerde onder zowel gangbare als biologische land- en tuinbouwers.
De opvolgingssituatie is bij biologische agrariërs onzekerder. Bij 36% van de biologische bedrijven (met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder) is de opvolger bekend of reeds in de maatschap opgenomen. Bij gangbare bedrijven ligt dit op 45%.
Een derde verschil is de leeftijdsopbouw. Bijna 29% van de bedrijfshoofden in de gangbare land- of tuinbouw is jonger dan 45 jaar. Van de biologische bedrijfshoofden valt slechts 23% in deze leeftijdsgroep. 71% van de biologische boeren en tuinders is tussen de 45 en 65 jaar.
Bron: Nederlandse Agrarische Database – AgriDirect BV
Aangedreven Rodweeder tegen wortelonkruiden getest bij PPO
05 mei 2011 Lelystad
Bij Praktijkonderzoek Plant & Omgeving van Wageningen UR (PPO) in Lelystad is een aangedreven Rodweeder getest. Vooral voor lichtere gronden bleek de Rodweeder met een grondaangedreven staaf niet altijd goed te werken. PPO heeft daarom een hydraulische aandrijving gebouwd op een bestaande Rodweeder waarmee de staaf bij minder grondweerstand blijft draaien en zo onkruid naar boven brengt.
Enkele fabrikanten hebben al belangstelling getoond om de Rodweeder ook voor telers om te bouwen. De aangedreven Rodweeder zal op de Biologische velddag op 29 juni a.s. in Lelystad gedemonstreerd worden.
Hieronder een filmpje van bioKennis over de aangedreven Rodweeder.
PPO heeft vorig jaar de Rodweeder uit Canada naar Europa gehaald om deze machine onder Nederlandse omstandigheden te testen De machine is in korte tijd populair geworden onder vooral biologische telers.
De lente kondigt zich aan: de krokusjes bloeien en de eerste tulpen steken hun kopjes alweer boven de aarde. Dan krijgen mensen weer zin om erop uit te gaan. Naar de biologische boerderij bijvoorbeeld? Voorpret is vanaf deze maand goed mogelijk met de virtuele rondleiding op de boerderij via www.biologischnetwerk.nl. Op deze site van het Netwerk Biologische InfoCentra stellen ruim 35 biologische boerderijen hun erf, stallen en landerijen virtueel open voor bezoekers. Mensen zijn natuurlijk ook van harte welkom om daadwerkelijk de biologische boerderij te bezoeken. Ook boerderijen Natuurlijk Genoegen in Driehuizen (provincie Noord-Holland) en de Beekhoeve uit Kamerik (provincie Utrecht) laten bezoekers graag een kijkje nemen.
Bert van Ruitenbeek nieuwe directeur Stichting Demeter
25 januari 2011
Bert van Ruitenbeek is door het bestuur als directeur (a.i.) aangesteld van de Stichting Demeter. Het bestuur heeft hem als opdracht gegeven om een sterke groei van zowel het aantal BD boeren als in de omzet in producten met Demeter-keurmerk te realiseren. De afgelopen jaren heeft de biologisch-dynamische landbouw , mede als gevolg van een aantal directiewisselingen, niet van de groei in de biologische landbouw kunnen profiteren. Bert van Ruitenbeek:”De biologisch dynamische landbouw heeft sterk bijgedragen aan de positieve beeldvorming van EKO, maar onvoldoende van haar eigen sterke imago geprofiteerd. Dat de tijd rijp is voor Demeter, kwam ook duidelijk tot uiting op het grote Demeter-plein op de BioVak in Zwolle. Er liggen kansen voor een schaalsprong.”
De aanstelling van Bert van Ruitenbeek als directeur is parttime (16 uur) en ad interim voor de komende zes maanden, met de mogelijkheid voor verlenging van een directeurschap voor een langere periode. Het komende half jaar wordt o.a. gebruikt om de groeimogelijkheden te bepalen en de markt in beweging te krijgen voor Demeter. Rienk ter Braake die het afgelopen jaar tijdelijk de directietaken op zich had genomen, blijft manager certificering . Ook op dit terrein liggen grote uitdagingen om het dynamische Nederlandse systeem van intercollegiale toetsing - dat functioneert naast de SKAL controle op een aantal onderscheidende normen - ook internationaal geaccepteerd te krijgen. Demeter is het internationale keurmerk voor voedsel uit de biologisch-dynamische landbouw. In Nederland zijn er 120 gecertificeerde boeren.
Bert van Ruitenbeek (1961) was tussen 1999 en 2009 10 jaar directeur van Biologica waar hij met initiatieven als Adopteer een Kip, Adopteer een Appelboom en de Week van de Smaak een stempel heeft gezet op de consumentencommunicatie. Ook heeft hij in die periode als woordvoerder Biologica en de biologische sector een landelijke uistraling en autoriteit gegeven. Na de periode bij Biologica heeft hij eigen bureau Ecominds opgericht voor adviezen en het organiseren van debatten o.a. in de Rode Hoed over landbouw en voeding. Hij is o.a. voorzitter van Stichting Zaadgoed en Stichting Promotiebureau Biologische Speciaalzaken en was sinds een half jaar bestuurslid van stichting Demeter. Hij is per direct uit het bestuur van Demeter gestapt, maar zal zijn overige bestuursfuncties en activiteiten voor Ecominds blijven voortzetten.
Bayern Genetik komt met Fleckvieh biologische stierenkaart
25 januari 2011 De Fleckvieh stierenkaart is de enige stierenkaart in Nederland die volledig gebaseerd is op het prioriteitenlijstje van de biologische melkveehouder. Daarin zijn de volgende kenmerken opgenomen:
- Een duurzame melkproductie met de nadruk op eiwit
- Voorkeur voor koeien met een hoge levensduur
- Een vlakke lactatiecurve met een goede opbouw van de melkproductie van de 1e naar de 2e naar de 3e en verdere lactaties
- Goede vruchtbaarheid en uiergezondheid en daardoor geen hormoongebruik en een minimaal antibioticagebruik
- Gezonde, vitale kalveren die vlot worden geboren met een goede opbrengst.
Jan Dirk en Irene van de Voort winnen Ekoland innovatieprijs 2011
19 januari 2011 Zwolle, 19-01-2011
Op de Biofach 2011 in de IJsselhallen in Zwolle is vanavond de Ekoland innovatieprijs 2011 uitgeereikt aan Jan Dirk en Irene van de Voort van De Groote Voort uit Lunteren.
De jury oordeelde het geheel antibioticavrij werken van de Van de Voort als de meest innovatieve bedrijfsvoering van de genomineerde bedrijven. Bovendien realiseren Jan Dirk en Irene een volledige eigen afzet van de smaakvolle Remeker kazen via met name speciaalzaken. De meest recente vernieuwing is daarnaast het vervangen van de plastic beschermlaag om de kazen door een korstbehandeling met boterolie.
Wie verzint hét nieuwe Flevolandse hartverwarmende streekgerecht?
06 december 2010 De winter komt eraan - van oudsher een tijd voor hartverwarmende gerechten! En juist daarom een periode waarin het Centrum Biologische Landbouw (CBL) in Lelystad de inwoners van Flevoland wil aansporen om zich te laten verwennen door de horeca uit eigen regio. Het CBL daagt Flevolandse horecaondernemers deze winter daarom uit om hét nieuwe streekgerecht te bedenken waar iedereen warm van wordt, bereid met zoveel mogelijk Flevolandse én biologische ingrediënten.
Het CBL ondersteunt horecaondernemers graag om hun klanten meer te laten kennismaken met de smaakvolle Flevolandse producten. De Flevolandse bodem en wateren brengen een unieke diversiteit aan producten voort: van vlees, vis en zuivel tot fruit, groente en graan. Dit maakt vele voedselkilometers overbodig, wat smaak en versheid ten goede komt en de band met de eigen regio vergroot. Het gebruik van biologische producten beveelt het CBL daarbij extra aan - vanwege de smaak en puurheid van de op eigen kracht en zonder bestrijdingsmiddelen gegroeide producten én het respect voor de natuurlijke leefomstandigheden van dieren. Steeds meer consumenten kiezen voor biologisch en Flevoland biedt hiervoor een mooie uitgangspositie dankzij haar grootste biologische landbouwareaal van Nederland.
Horecaondernemers worden opgeroepen om een hartverwarmend streekgerecht te bedenken en dit van 15 januari t/m 31 maart 2011 aan te bieden in de eigen horecagelegenheid. Tijdens deze periode zullen consumenten worden opgeroepen om te stemmen op hun favoriete streekgerecht, waarna de publieksfavorieten in de finale voor een vakjury zullen strijden om de publieksprijs en de juryprijs. Zo zetten we samen de Flevolandse horeca en de unieke Flevolandse producten blijvend op de (menu)kaart!
Is deze uitdaging u op het lijf geschreven? Geef uw bedrijf dan op door het deelnameformulier te downloaden van www.vanflevolandsebodem.nl en dit vóór 10 december terug te sturen naar het Centrum Biologische Landbouw. Op deze site kunt u ook de wedstrijdvoorwaarden nalezen en vindt u informatie over de beschikbaarheid van Flevolandse seizoensproducten en verkoopadressen. Wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met het Centrum Biologische Landbouw (tel: 0320 281 222).
Nieuwe organisatie voor de zorglandbouw in Nederland
06 december 2010 Nederland kent inmiddels 1000 zorgboerderijen en ruim 600 hiervan hebben
zich verenigd in de nieuwe Federatie Landbouw en Zorg (voluit: Vereniging Federatie
Landbouw en Zorg Nederland). De sector zorglandbouw is sterk in opkomst. Steeds meer
mensen met een beperking kiezen voor een verblijf op een zorgboerderij. Die ontwikkeling
trekt internationaal de aandacht. De kennis van de Nederlandse zorglandbouw is bezig een
Europees exportproduct te worden.
De Federatie Landbouw en Zorg is de opvolger van de Stichting Verenigde Zorgboeren. De
Federatie en haar leden in het hele land zijn ambitieus en willen een volgende stap zetten in
de professionalisering van deze jonge, innovatieve sector. Gegroeid uit idealisme, heeft de
zorglandbouw zich ontwikkeld tot een veilige en activerende omgeving voor mensen met
een zorgvraag. Dat zijn mensen met autisme, met verstandelijke of lichamelijke handicaps,
ouderen en mensen met een psychische of sociale hulpvraag.
Professionalisering
De professionalisering van de zorglandbouw vraagt om een krachtige, bottom-up organisatie
die haar leden stimuleert om aan de gevraagde criteria en keurmerken te voldoen. Ook is de
Federatie Landbouw en Zorg toe aan onderzoek naar het “maatschappelijk rendement” en
het nader inhoudelijk professionaliseren van de sector. Hierover is de Federatie in overleg
met de ministeries van VWS en EL&I.
Prettige omgeving
Mensen met een zorgvraag voelen zich prettig in de overzichtelijke en herkenbare omgeving
van de zorgboerderij. Zij worden aangesproken op hun mogelijkheden, niet op hun
beperkingen, en leveren een bijdrage aan de boerderij. Zij krijgen het gevoel er weer bij te
horen en genieten van de ruimte en regelmaat van het agrarische werk.
Ambitie
De Federatie Landbouw en Zorg vertegenwoordigt de belangen van alle zorgboeren die bij
haar zijn aangesloten en voert namens hen het woord met de ministeries van VWS en EL&I,
cliëntenorganisaties, zorgverzekeraars en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het is de
ambitie van de Federatie om de kwaliteit van de sector te verhogen en van daaruit door te
groeien.
Noot
Maar liefst 54.000 boeren bezochten Agro Techniek Holland 2010
15 september 2010 Alhoewel op de eerste dag de regen met bakken uit de hemel kwam vallen, leek dat voor de bezoekers van Agro Techniek Holland geen bezwaar om naar Biddinghuizen te komen.
Ook voor biologische boeren viel er op dit grootste agro-evenement van Nederland veel te bekijken. Behalve een enorm aanbod aan trekkers waren er ook veel technische noviteiten en demonstraties te bezichtigen.
Schakel om naar biologische landbouw en ontvang geld van de provincie
30 augustus 2010
Noord-Hollandse boeren die in 2010 willen omschakelen naar biologisch landbouw kunnen hiervoor subsidie aanvragen bij de provincie Noord-Holland. Gedeputeerde Staten hebben besloten
€ 172.461,40 euro subsidie beschikbaar te stellen voor het ondersteunen van omschakelende boeren. Aanvragen moeten vóór 15 september 2010 worden ingediend.
De provincie heeft zichzelf tot doel gesteld dat in 2011 7% van het landbouwareaal biologisch is. Hiervoor is de Uitvoeringsregeling omschakeling biologische landbouw Noord-Holland in het leven geroepen. Afgelopen twee jaar zijn met behulp van deze regeling al 10 ondernemers omgeschakeld naar biologische landbouw. Ook veehouder Piet Kaatee uit Heiloo is omgeschakeld en maakte succesvol gebruik van de omschakelingsregeling. De nieuwe stal die hij bouwde, met hulp van de subsidie, is voor veehouders te bezichtigen tijdens de open dag op 24 september a.s. aan het Maalwater 11 te Heiloo. Meer informatie in het bijgevoegde interview met Piet Kaatee.
Subsidievoorwaarden
De subsidie is bedoeld voor kleine en middelgrote ondernemingen die willen omschakelen naar de biologische productiemethode en kunnen aantonen dat er voldoende afzetmogelijkheden zijn in de markt.
Voor subsidie komen kosten in aanmerking zoals de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen, de koop of huurkoop van machines en materieel en algemene kosten voor omschakelplannen, adviseurs en opleidingen. De provincie betaalt maximaal 40% van de te subsidiëren kosten.
Ondernemers die omschakelen naar biologische landbouw moeten tijdens de omschakelingsperiode twee jaar volgens de biologische richtlijnen werken, voordat hun producten als biologisch kunnen worden verkocht. Bovendien zijn bij omschakeling aanpassingen in de bedrijfsvoering nodig. Meer informatie over de voorwaarden en aanvraag is te vinden op het subsidieloket van de provincie via www.noord-holland.nl
Biologisch ondernemen
Er zijn goede kansen voor gangbare boeren en tuinders die de overstap willen maken naar de biologische landbouwmethode. In 2009 is het project ‘Biologische ondernemen in Noord-Holland’ gestart. Nieuwe omschakelaars worden van begin tot eind begeleid tijdens het omschakelingstraject.
Boeren die aan omschakelen denken, kunnen zich laten informeren over de mogelijkheden: www.biologischondernemen.nl of kunnen contact opnemen met projectleider Maria van Boxtel, telefoon 06-53593188 of e-mail: mvanboxtel@landco.n.
Speciaal voor veehouders met belangstelling voor omschakeling houdt Piet Kaatee in samenwerking met het project ‘Biologisch ondernemen in Noord-Holland’ op 24 september a.s. van 10.00 tot 16.00 uur een open dag aan het Maalwater 11 te Heiloo. Bezoekers kunnen de nieuwe stal bezichtigen en informatie krijgen over omschakelen naar een biologische bedrijfsvoering. Ook zullen veehouder Piet Kaatee en medewerkers van Natuurmonumenten de succesvolle samenwerking tussen boer en natuurbeheerders toelichten.
Overtuigende groei biologische voeding in eerste half jaar: + 12 procent
20 augustus 2010 De omzet van biologische voeding in de Nederlandse supermarkten is in het eerste halfjaar van 2010 met 12 procent gestegen t.o.v. 2009. Een overtuigende prestatie afgezet tegen de groei van de totale voedingsmarkt van 0,2 procent in dezelfde periode (GfK), die last had van een kwakkelende economie en prijsacties. Opnieuw blijkt dat de consument zijn geld heel bewust uitgeeft en dat biologisch kopen daar prima in past. Het komt er per saldo op neer dat bijna de helft van de totale omzetgroei in euro's in de supers (43%) te danken is aan biologische voeding. Kruidenierswaren (A-merken en huismerken) en vleeswaren maakten door een groeiend aanbod de grootste sprongen (+26%). Zuivel en eieren groeiden eveneens flink met 15% en 17%. Brood en vlees stabiliseerden na enkele jaren van stevige groei. AGF groeide met 6%.
Pure Graze Saladebuffet, zaaizaadmengsels voor duurzaam grasland!
20 augustus 2010
Pure Graze is de partner voor de inovatieve grondgebonden veehouderij. Zij adviseert om landbouwhuisdieren ter versterking van hun gezondheid, te laten grazen in een saladebuffet.
Voor dat doel heeft Pure Graze speciale graslandmengsels samengesteld die de kwaliteitsbewuste veehouder in staat stellen tegemoet te komen aan de behoeften van de bodem en hun vee.
Deze mengsels zijn samengesteld uit kruiden, vlinderbloemigen en grassen. Diep wortelende rassen in de Pure Graze mengsels zorgen voor een goede droogteresistentie.
Ook hebben ze een bodemverbeterende werking en verhogen het organische stof gehalte in de bodem, waardoor het waterbergend vermogen toeneemt en de voedingstoestand verbeterd. Door de rijke variatie aan planten neemt de complexiteit van het bodemleven en de vitaliteit van de bodem toe.
De planten zijn speciaal geselecteerd op hun vitamine- en mineraleninhoud en hun medische eigenschappen, om u zo in staat te stellen te stellen, uw vee gezond te laten weiden. De werking varieert van eetlustopwekkend, tegengaan van oplopen en interne parasieten tot een zuiverende werking van lever, nieren en bloed en een goede werking op het humeur!
Sommige planten zijn algemeen voorkomend in Nederland en zijn maar in beperkte mate opgenomen in de mengsels om van vestiging verzekerd te zijn, ze zijn wel van belang voor de volledigheid van het mengsel.
Pure Graze Saladebuffetten zijn geschikt voor runderen, schapen, geiten, pluimvee, varkens en paarden.
De Week van de Smaak zoekt smaakmakende deelnemers!
21 juli 2010 Organiseer een smaakvolle activiteit en help dit prachtige evenement te laten groeien!
De Week van de Smaak is hét jaarlijkse evenement waarin honderden mensen in heel Nederland op feestelijke wijze gezonde en eerlijke voeding onder de aandacht brengen van een breed publiek. De nadruk ligt hierbij op ambachtelijke, seizoensgebonden, natuurzuivere, duurzame en streekgebonden producten. ‘Smaak’ is hierbij het verbindende element. Iedereen die ‘smaak’ in een hoog vaandel heeft staan, kan meedoen en een smaakvolle activiteit organiseren in de lekkerste week van het jaar. Wilt u ook jong en oud op een positieve manier in contact brengen met gezond en lekker voedsel en samen met andere deelnemers Flevoland laten bruisen van de smakelijke activiteiten? Meld u dan aan op
Deelnemers dragen de Week van de Smaak
De Week van de Smaak wordt gedragen door het enthousiasme en de inzet van deelnemers in diverse sectoren. Ingrid Cremer, projectleider bij het Centrum Biologische Landbouw en regiocoördinator van de Week van de Smaak Flevoland, vertelt: “De Week van de Smaak is een unieke gebeurtenis die lokale producenten, bedrijfsleven, non-profit organisaties en overheden op een laagdrempelige manier met elkaar verbindt. Het bijzondere daarbij is dat in alle Nederlandse provincies als het ware tegelijkertijd een feestweek plaatsvindt waarin zoveel mogelijk mensen op een positieve manier in contact worden gebracht met gezond en lekker voedsel. Dat kan iets heel groots zijn als een festival, maar ook een kleine activiteit van bijvoorbeeld een school, een Week van de Smaak menu in een restaurant, een open dag waar ‘smaak’ centraal staat en zo zijn er nog ontelbaar veel mogelijkheden. Doordat er zoveel verschillende activiteiten zijn, kan een breed publiek ervaren en beleven wat écht eten is en geïnspireerd worden om hier keuzes in te maken. En door het enthousiasme van de bezoekers hopen we natuurlijk te bereiken dat de organiserende deelnemers jaarrond verder gaan met dit soort activiteiten en zo samen bijdragen aan een duurzame samenleving en gezonde levensstijl.”
Thema 2010: smaakfruit en de rol van de honingbij
De Week van de Smaak gaat uit van 6 kernwaarden: Ambachtelijk, Natuurzuiver (= zonder additieven), Seizoensgebonden, Diervriendelijk, Bekende herkomst en Duurzaamheid. Tijdens de Week van de Smaak 2010 krijgt het thema 'smaakfruit' speciale aandacht. Hieronder verstaan we rijp geoogste appels, overheerlijke biologische frambozen, streekgebonden pruimen, oude (hoogstam) fruitrassen, fruit uit zelfpluk tuinen, fruitabonnementen etc. Krijgt u al trek? Gekoppeld aan dit thema vragen we in de Week van de Smaak aandacht voor het onmisbare werk van bijen en imkers voor de fruitteelt.
Doe mee met een eigen activiteit!
De Week van de Smaak is een podium voor iedereen die zelf een activiteit wil organiseren dat aansluit bij het ‘Smaakhandvest’, te vinden op . Tot 15 augustus kunt u zich via deze website aanmelden. Ingrid Cremer vertelt hoe het werkt: “ Het Smaakhandvest is een overzicht van wat bij de doelstellingen past van de Week van de Smaak. Ook staan er op de site leuke suggesties voor activiteiten. Bij twijfel kunnen deelnemers uiteraard overleggen met mij of mijn collega’s. De Week van de Smaak-organisatie beoordeelt of de aangemelde activiteiten aansluiten bij het Smaakhandvest, waarna de activiteiten op de website worden opgenomen in de activiteitenkalender. Ook ontvangen deelnemers Week van de Smaak promotiemateriaal dat zij kunnen inzetten om hun activiteit extra onder de aandacht te brengen. Zo zorgen we er samen voor dat dit prachtige evenement blijft groeien!”
Commission proposals on GMO cultivation bans fail to solve problems of GMO-free food sector
15 juli 2010 Brussels, 13/07/2010 – Today the Commission published a proposal that gives member states more possibilities to ban GMO cultivation on their territory – but clearly this is an attempt of the Barroso Commission to persuade member states to facilitate and accept GMO authorisations.
“Whereas some work has been done to improve the texts in the last weeks, these proposals are no adequate response to the contamination problems the European food sector is already facing today,” comments Christopher Stopes, President of the IFOAM EU Group1. “On the contrary, with this proposal Commission President Barroso wants to satisfy critical Member States and aims to further accelerate GMO approvals. If this strategy were to succeed, the GMO free food sector would have to struggle even more with GMO contamination problems.”
“Especially in Spain, many farmers had to give up growing maize as they could not deliver the GMO free quality anymore,” adds Victor Gonzalvez, Spanish Board Member of the IFOAM EU Group. “Huge economic damage has been reported throughout the food chain related to GMO contamination2, but also related to the prevention of contamination, which still has to be paid by those who want to remain GMO-free. The present proposal enables voluntary measures in some Member States only, but does not provide a solution for the GMO free food sector throughout the EU. Europe-wide, legally binding rules that effectively prevent contamination, and the implementation of ‘the polluter pays’ principle for GMOs must be established to relieve the organic and conventional GMO-free sector of this economic burden.”
“President Barroso has always shown himself to be in favour of faster GMO approvals - despite the fact that the majority of EU citizens reject GMOs on their plates and on their farms, so they clearly reject GMO releases into the environment”, criticises John Portelli, Maltese Board Member of the IFOAM EU Group. “With these proposals, the Commissioner in charge, Mr. Dalli, serves Barroso’s wish to ‘break the deadlock’ over GMOs. We are in favour of strengthening the right of Member States to stay GMO free– but not at the expense of more GMO approvals and not with complete disregard of cross-border contamination problems. Member States must take their citizens seriously and must finally insist to base all EU decisions regarding GMOs on precaution3, prevention of contamination and care for health and environment.”
Mager jaar glastuinbouw hindert energie-innovatie niet
15 juli 2010 Alle twaalf projecten, die zijn aangemeld voor de eerste openstelling van de Marktintroductie energie-innovaties (MEI-regeling) in februari/maart 2010, zijn gehonoreerd. Het gaat in totaal om een bedrag van € 7,5 miljoen voor zes semigesloten kassystemen en zes overige systemen. Ondanks de slechte financieeleconomische resultaten van de glastuinbouw in 2009, gaan de voorlopers serieus
door met innoveren om zo minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.
Welke projecten?
Voor de semi-gesloten kassystemen zijn er vijf projecten voor groentegewassen gehonoreerd en één voor de amaryllisteelt. Deze zes projecten hebben in totaal €2,1 miljoen subsidie toegewezen gekregen. Vier van de projecten hebben
betrekking op Het Nieuwe Telen. Bij de overige energiesystemen is subsidie toegewezen aan twee projecten voor houtstookinstallatie, één project voor een vergistinginstallatie, één aardwarmteproject, één project voor energieopwekking met fresnellenzen en één project voor hoge temperatuur warmteopslag.
Deze zes projecten hebben in totaal € 5,4 miljoen subsidie toegewezen gekregen.
Achtergrond van de regeling
De MEI-regeling is onderdeel van het programma ‘Kas als Energiebron’, dat door
de overheid en bedrijfsleven is opgezet. Glastuinders moeten steeds duurzamer
omgaan met energie en deze subsidie is bedoeld voor glastuinders die hun
energiesystemen willen innoveren.
De MEI is een geschikte regeling om die innovatieve ideeën te financieren. Sinds
de eerste MEI-openstelling in 2007 is er in totaal al € 117 miljoen subsidie
verleend aan de tuinbouwsector.
Tweede openstelling 2010
Van 15 september tot en met 29 oktober 2010 is er een tweede openstelling voor
de MEI-regeling. Er is dan in totaal € 13 miljoen beschikbaar. Hiermee wordt weer
een impuls gegeven aan de bevordering van innovaties in energiesystemen.
Kosten houtketel voor laatst in MEI-regeling
De kosten voor een houtstookinstallatie zijn dit jaar voor het laatst subsidiabel via
de MEI-regeling. Vanaf 2011 zijn deze investeringen subsidiabel via de regeling
Investeringen in energiebesparing (IRE).
Vooraf advies
Ondernemers kunnen hun projectidee van tevoren laten bekijken door Dienst
Regelingen. Zij krijgen dan advies of een subsidieaanvraag zinvol is. Meer
informatie over de voorwaarden en de aanvraagprocedure staat op
www.minlnv.nl/loket.
15 juli 2010 Een meerderheid van de Tweede Kamer en minister Verburg van Landbouw steunde onlangs een initiatief van de SP dat er voor zorgt het vrijelijk kweken van planten niet langer belemmerd wordt door octrooien van multi-nationals. SP-Kamerlid Henk van Gerven: “Uit onderzoek blijkt dat door octrooiering van planteigenschappen innovatie wordt belemmerd en uiteindelijk ook de voedselvoorziening gevaar loopt. Zaaigoed wordt duurder, en ontwikkeling van nieuwe gewassen die voortbouwen op goede nieuwe eigenschappen wordt tegengewerkt. Dit allemaal ter meerdere glorie van de multinationals, en ten koste van de boer en de kwekers.”
Van Gerven pleit er daarom voor dat de minister een wet maakt die ervoor zorgt dat kwekers volledig vrijgesteld worden van deze octrooien en vrijelijk kunnen kweken met alle soorten planten die er op aarde zijn. “Door de mogelijkheid van octrooiering worden steeds meer planteigenschappen privé bezit. We zijn blij dat bedrijven nieuwe soorten planten ontwikkelen die ervoor zorgen ze beter bestand zijn tegen bepaalde ziektes, of in andere klimaattypen beter kunnen overleven, maar als op al deze planteigenschappen octrooi wordt aangevraagd, komt onze voedselvoorziening in handen van een steeds kleiner wordend groepje mega multinationals en stokt de ontwikkeling. De machtspositie van deze multi-nationals ten opzichte van de boeren en de zogeheten 'veredelingsbedrijven' slaat op deze manier volledig door.” Naast de kwekersvrijstelling in Nederland heeft de SP ook aan de minister gevraagd of zij in Europa wil peiten voor herziening van de bio-octrooirichtlijn.
De Biologische Velddag 2010, georganiseerd door Agrifirm, Biokennis, Centrum Biologische landbouw en Praktijkonderzoek Plant & Omgeving Lelystad, is woensdag 23 juni j.l. druk bezocht.
Op een zonovergoten middag trokken groenbemesters, mechanische onkruidbestrijding en doorzaaien in niet kerende grondbewerking beddenteelt dit jaar veel belangstelling. Daarnaast liepen groepjes bezoekers lang de demo- en proefvelden. Voor de gelegenheid zijn er 34 varianten groenbemesters ingezaaid en via een loopgraaf door het veld konden bezoekers de gewassen en beworteling beoordelen. Onderzoekers van PPO toonden de nieuwe mogelijkheden van de intra rijwieders in sla en kool. Vrijwel het gehele bed wordt geschoffeld doordat de schoffels op basis van plantherkenning worden aangestuurd, de schoffels slaan rakelings langs de plant het onkruid weg. Naast deze technologie besteden onderzoekers aandacht aan nieuwe teeltsystemen en volgen de bodemontwikkeling nauwgezet. Dit jaar start op de Broekemahoeve het project BASIS waarin verschillende teeltsystemen worden toegepast.
Internationaal naar een dynamische Demeter-certificering
23 juni 2010
Demeter-organisaties van over de hele wereld hebben elkaar van 16 tot en met 19 juni in Brazilië ontmoet op de Jaarvergadering van Demeter Internationaal. In totaal 26 waren er vertegenwoordigers van 15 landen, waaronder Rienk ter Braake vanuit Stichting Demeter. Het meest opzienbarende besluit is de ontwikkeling van een dynamisch certificeringssysteem. Een vernieuwende systematiek op basis van richtlijnen, in plaats van generieke normen. Een dergelijk systeem vraagt een ander soort controle en certificering. Meer ruimte voor individuele oplossingen voor de boer. Heel biologisch-dynamisch. Nederland is op dit gebied al koploper met de Collegiale Toetsing.
Demeter Internationaal, de wereldwijde vereniging van Demeter-organisaties, komt jaarlijks bij elkaar. Dit jaar was dat in Brazilië, met IBD CERTIFICATIONS en de Braziliaanse Biodynamic Association (ABD) als gastheer, in Bairro Demetria in Botucatu, 300 km west van Sao Paulo. Als onderdeel van het uitgebreide programma kregen de deelnemers rondleidingen in de omgeving, op drie Demeter-boerderijen in het dorp, een introductie in Braziliaanse cultuur en muziek en een excursie naar een suikerriet plantage met grootschalige verwerking tot suiker en alcohol.
Biodiversiteit
Biodiversiteit is één van de speerpunten van de Biodynamische landbouw. En dat wordt pijnlijk zichtbaar onder tropische omstandigheden. De eindeloze monocultuur op de suikerrietplantages, die een gebied bestrijken dat groter is dan Nederland. In Bairro Demeteria is echter een enorme variatie te vinden aan planten, dieren, vogels en insecten. Allemaal onderdeel van de geïntegreerde Biodynamische visie op landbouw en omgeving. De Jaarvergadering gebruikte dit als opmaat voor de samenhang tussen regelgeving en controle op een meer individuele basis. Ook ecologische en sociale aspecten maken deel uit van het geheel. De eerste stappen naar een vernieuwend systeem zijn gezet. Er is een werkgroep benoemd die dit verder gaat uitwerken. Stichting Demeter zal een belangrijke rol spelen. Demeter-certificering zal ontwikkeling gaan ondersteunen in plaats van het bestraffen van afwijkingen ten opzichte van steeds gedetailleerdere regels.
Humusopbouw
Naast verschillende andere thema’s is de klimaatverandering aan bod gekomen. De Biodynamische landbouw biedt duidelijke voordelen door het vastleggen van CO2 bij het verhogen van humusgehalten in de bodem. Humusopbouw door de extensieve teelten en compostering behoort bij de Biodynamische uitgangspunten. Het is dan ook essentieel dat het areaal Biodynamische landbouw zo veel mogelijk toeneemt. Vergroting van het bewustzijn op dit vlak en vergroting van de omzet in Demeter-producten zijn noodzakelijk.
In 2011 zal Demeter Internationaal in Duitsland vergaderen
Agrifirm betaalt € 240,04 voor biologische baktarwe
30 mei 2010 Agrifirm betaalt haar leveranciers aan de biologische graanpool gemiddeld € 240,04 per ton EKO Tarwe bakkwaliteit. De uitbetalingsprijs van Demeter Tarwe bakkwaliteit bedraagt gemiddeld € 250,00 (beide prijzen exclusief btw).
De biologische graanpool van Agrifirm vermarkt 75 procent van de totale biologische graanproductie in Nederland. Het grootste deel van het gecollecteerde volume bestaat uit biologische baktarwe. Daarnaast verzorgt de pool ook de afzet van biologische haver, gerst, triticale, spelt en omschakel granen. De pool combineert volume met een goede borging van de producten en een hoge constante productkwaliteit.
Zowel de winter- als de zomertarwe zijn voor het grootste deel geoogst met
goede kwaliteitscijfers. De tarwe kenmerkte zich door goede valgetallen en hoge hl-
gewichten. De eiwitgehaltes lagen dit jaar op een beduidend lager niveau dan
voorgaande jaren. De opbrengst van de EKO zomertarwe lag gemiddeld op 6 ton per hectare.
Voorafgaand aan de oogst was er reeds sprake van prijsdruk als gevolg van een ruime voorraadpositie. Vanaf de oogst werd dit sentiment versterkt door goede opbrengsten uit de nieuwe oogst. Na de jaarwisseling hielden vraag en aanbod elkaar meer in evenwicht en zijn de prijzen licht aangetrokken.
Het marktaandeel van biologisch brood is afgelopen jaar wederom gestegen. Dit heeft een
positieve invloed op het afzetvolume van inlandse baktarwe. Tevens is het verbruik van
voergranen door uitbreiding van de biologische veestapel ook afgelopen jaar weer
toegenomen. Dit geeft vertrouwen in de afzet voor het komende jaar.
Ledenvoordeel
Bovenop de genoemde prijzen ontvangen Agrifirm-leden een ledenvoordeel van € 4,- per ton voor alle geleverde biologische granen.
27 mei 2010 Deze week heeft Peter Jens afscheid genomen als voorzitter/directeur-bestuurder van Stichting Biologica, de organisatie voor biologische landbouw en voeding.
Opdracht mislukt
Jens gaf als reden voor zijn vertrek dat hij er niet in is geslaagd voldoende nieuwe fondsen te werven. Dit was de voornaamste opdracht die hij bij zijn aanstelling had meegekregen. Jens is bijna twee jaar directeur van Biologica geweest. In de komende maanden wordt gezocht naar een geschikte opvolger. Voorlopig worden de taken waargenomen door de projectleiders bij Biologica i.s.m. directeur-bestuurder Jac Meijs.
16 mei 2010 ,,Vaccineren is veilig, de twijfel is weggenomen. Er is nu nog maar één advies voor alle veehouders: zo snel mogelijk vaccineren”, aldus Verduin. Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) had daarvoor tekst en uitleg gegeven over de meest recente onderzoekuitslagen van de GD en het Centraal Veterinair Instituut (CVI). De resultaten ervan plaatsen eerder onderzoek van het Jeroen Bosch ziekenhuis in een ander daglicht.
Onderzoekster Mirjam Hermans van dit ziekenhuis zei op de bijeenkomst in Wijchen, dat ze beide tests met elkaar heeft vergeleken. De ziekenhuistest bleek een factor honderd tot duizend keer gevoeliger dan de tests van GD en CVI. De vaccinatiesporen in de melk waren bij haar onderzoek dermate laag, dat de andere tests geen verhoogde uitscheidingen laten zien. Het ziekenhuisonderzoek zorgde voor veel onrust en bedenkingen bij veehouders en waren voor velen van hen aanleiding om voorlopig niet te vaccineren.
Eerder op de bijeenkomst kwam al naar voren dat het aantal humane ziektegevallen zich relatief gunstig ontwikkelt in vergelijking met de afgelopen jaren. Het zijn zeer voorzichtige, voorlopige bevindingen, maar ze stemmen wel tot enig optimisme. In combinatie met een landelijk uitgevoerde vaccinatie van alle melkgeiten en -schapen zou dit per 1 juni a.s. moeten leiden tot een versoepeling van enkele maatregelen, waar alle geiten- en schapenhouders mee te maken hebben.
Verduin verwacht dat de betrokken veehouders op zeer korte termijn massaal gaan enten. ,,De angst voor een besmet bedrijf was begrijpelijk. De situatie is nu gekanteld: niets staat vaccinatie meer in de weg. In korte tijd kunnen veehouders veel presteren. Ik zie niet in, waarom dat nu niet zou kunnen.”
Flexibel gebruik graan voor bio-ethanol leidt tot stabiliteit graanprijs
16 mei 2010 Het flexibel gebruik van graan voor de productie van bio-ethanol in de EU-landen leidt tot meer stabiliteit van de graanprijs. Dat is één van de conclusies uit een studie die het LEI heeft verricht in opdracht van het Productschap Akkerbouw.
In de periode tot 2020 zullen het gebruik van graan voor de productie van bio-ethanol en de import van bio-ethanol in Europa naar verwachting sterk toenemen. De drijvende kracht hierachter is de bijmengverplichting van biobrandstoffen. In de 27 EU-landen bedraagt deze bijmengverplichting in 2020 minimaal 10% van het totale brandstoffenverbruik in het wegvervoer.
Met dit als achtergrond heeft het LEI onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de graanprijs in deze landen te stabiliseren door flexibel gebruik van graan voor de productie van bio-ethanol. De uitkomst van het onderzoek is dat dit mogelijk is bij een fluctuatie van plus of min 5% in de graanproductie in 2020 ten opzichte van de marktvraag in 2020. Ook bij een fluctuatie van plus 10% leidt het flexibel gebruik van graan voor bio-ethanol tot een stabielere graanprijs. Echter, gegeven de aannames, zal een deel van het extra aanbod niet verwerkt kunnen worden tot bio-ethanol zodat toch enige prijsdaling zal ontstaan. Een voordeel van een stabielere graanprijs is dat ook de prijzen van andere landbouwproducten zich stabiliseren omdat deze over het algemeen aan de graanprijs gerelateerd zijn.
Wat nog onderzocht moet worden is de inpasbaarheid van bovengenoemde beleidswijziging in het kader van de WTO en de vraag hoe het beleid het beste kan worden ingevoerd. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het draagvlak bij de producenten van bio-ethanol.
22 april 2010 Ondanks de recessie groeide de omzet van biologische voeding vorig jaar met 10,8 procent tot 646,6 miljoen euro. De omzet van biologische producten in de supermarkt groeide met 11,5 procent. Dat blijkt uit de Biomonitor 2009, die De Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw vandaag in Abcoude presenteerde. Gecorrigeerd voor de 53e week van 2009, is de omzetgroei van biologische voeding nog altijd zo'n negen procent. Een beduidend sterkere groei dan de totale voedingsmarkt die in omzet met 1,9 procent toenam.
Prijsacties
Ondanks de indrukwekkende groeipercentages had biologische voeding in 2009 een aandeel van 2,3 procent in de totale markt. In 2008 was dat 2,1 procent. In alle versgroepen was er groei, met uitzondering van agf waar de omzet daalde door prijsacties van supermarkten (waardoor ook de omzet van gangbare agf daalde) en problemen in de productie van biologische aardappelen.
Ondergemiddeld
De omzet van biologische voeding in supermarkten steeg met 11,5 procent tot 286 miljoen euro. Supermarkten blijven daarmee het belangrijkste afzetkanaal van biologisch met een aandeel van 44,2 procent in 2009 (in 2008 bedroeg het aandeel 44 procent). De bio-omzet van speciaalzaken groeide met 8,1 procent ondergemiddeld en dus daalde het marktaandeel in 2009 tot 39,2 procent (was 40,2 procent in 2008).
Cateraars en webwinkels
Grote winnaar zijn de contractcateraars die in 2009 21,6 procent meer biologische producten verkochten. Hierdoor breidden zij hun marktaandeel binnen biologisch uit van 7,9 procent in 2008 tot 8,7 procent in 2009. In geld is dat overigens een bescheiden 56,1 miljoen euro. De ‘overige kanalen' zoals boerderijwinkels, webwinkels en abonnementen groeiden nagenoeg gemiddeld (met 10,5 procent) en handhaafden hun marktaandeel van 7,9 procent. Opvallend is wel de biologische webwinkels, waar de omzet met 20 procent toenam. Zie ook: www.Distrifood.nl
Waarde die allochtoon hecht aan voedsel biedt kansen voor de biologische sector
21 april 2010 Groente en fruit hoeven er voor allochtone consumenten niet perfect uit te zien. Dat is één van de uitkomsten van de literatuurstudie Allochtotonen en voeding die het LEI heeft gedaan naar het voedingspatroon van Turken, Marokkanen en Surinamers in Nederland. Doel was om te kijken of er mogelijkheden zijn voor afzet van biologische producten in deze groep.
Voor allochtonen maakt een plekje of een vergroeïng het product authentiek. Nederlandse producten worden door hen gewaardeerd omdat de kwaliteit constant is en de levering op tijd. Maar ze ervaren de producten ook als minder echt omdat ze 'te mooi' zijn. Hier kan de biologische sector op inspelen omdat biologische producten vaak kleine onvolkomenheden hebben.
Gastvrijheid
Voeding speelt bij Turken, Marokkanen en Surinamers een zeer belangrijke rol in het leven. Het is een middel om gastvrijheid te kunnen tonen en iedereen is altijd welkom om mee te eten. Voedsel dient daarom altijd in ruime voorraad aanwezig te zijn. Bij Turken en Marokkanen is gastvrijheid ook verbonden met hun geloof. De grote waarde die Nederlanders van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst hechten aan voedsel biedt een aanknopingspunt voor de biologische sector, die immers ook inzet op kwaliteit.
Vers
In de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse keuken wordt vooral met versproducten gewerkt. Men gebruikt het liefst onverpakte, los verkrijgbare producten en geen voorgesneden groente en vlees. Wel is het eetgedrag van de tweede generatie allochtonen aan het veranderen; westerse ingrediënten staan vaker op het menu en ze gebruiken vaker gemaksproducten. In feite groeien de voedingspatronen van autochtonen en allochtonen naar elkaar toe, want autochtone Nederlanders koken steeds vaker met exotische ingrediënten
19 april 2010 ForFarmers test als eerste bedrijf in de veevoerbranche een truck die rijdt op aardgas. Aardgas heeft nogal wat voordelen ten opzichte van andere fossiele brandstoffen. Bijvoorbeeld een aanzienlijk lagere uitstoot van fijnstof en verzurende emissies. Deze test past prima in de voortrekkersrol die ForFarmers wil vervullen op het gebied van duurzaamheid.
De Mercedes Econic truck met 280 pK, die rijdt op aardgas, is een opvallende verschijning. De truck doet meer denken aan een stadsbus, dan aan een truck die veevoer bezorgt. Toch is dit laatste wel degelijk het geval. Het is namelijk de eerste truck in de mengvoerbranche, die rijdt op aardgas. De voordelen van de truck zijn vooral gelegen in de milieuvoordelen, zoals de vermindering van fijnstof en verzurende emissies. ForFarmers test het rijden met een truck op aardgas uit.
De eerste ervaringen bij ForFarmers zijn zonder meer positief. Het rijgedrag is uitstekend. De truck kan zijn taak aan, ondanks dat ze relatief weinig pK bezit. Het overzicht op de weg is bijzonder goed te noemen. Het brandstofverbruik ligt op een vergelijkbaar niveau als van een conventionele dieseltruck. De punten waar men wel tegenaan loopt zijn de beperkte actieradius (de afstand, die de truck kan afleggen, zonder te tanken) en het beperkte aantal tanklocaties. Of ForFarmers de truck uiteindelijk zal aanschaffen hangt onder andere af van de oplossingen (die er al dan niet komen) voor deze problemen.
Op het gebied van duurzaamheid zijn er binnen ForFarmers al meerdere projecten lopende of afgesloten. Om op het gebied van duurzaamheid de komende jaren voorop te blijven lopen heeft ForFarmers een “Task Force (werkgroep) Duurzaamheid” opgericht. Deze zal inhoud geven aan de ambitie van ForFarmers om duurzaamheid binnen de eigen organisatie en bij de andere schakels van de voedselketen te integreren. Het testen van de truck op aardgas past prima bij deze ambitie.
ForFarmers is een moderne en ambitieuze onderneming die actief is in Nederland en Duitsland. Haar kernactiviteit is de afzet van voeders en handelsartikelen. Onder ForFarmers vallen meerdere mengvoerbedrijven, FarmFeed (vochtrijke voeders, ruwvoeders en strooisels) en meerdere deelnemingen. Ook heeft ForFarmers een meerderheidsaandeel in Cefetra, die als Supply Chain Manager actief is op het gebied van grondstoffen voor met name de mengvoerindustrie. Bij ForFarmers zijn in totaal 832 medewerkers (fte) actief. De geconsolideerde omzet bedraagt meer dan € 3,5 miljard, de afzet voeders 2,7 miljoen ton. De bedrijfsvoering van ForFarmers is gestoeld op de kernwaarden ambitie, duurzaamheid en rendement.
Werknemer kiest vaker voor gezond, biologisch en verantwoord
19 april 2010 Ruim de helft van werkend Nederland is de afgelopen twee jaar bewuster gaan kiezen voor gezonde alternatieven op het werk. Ook biologische en maatschappelijk verantwoorde producten blijken populairder te zijn geworden. Dat blijkt uit onderzoek van cateraar Eurest, onderdeel van Compass Group Nederland, in het najaar van 2009 onder meer dan 1100 werknemers die werkzaam zijn in bedrijfspanden met meer dan 100 werknemers.
Van de respondenten geeft 52,5% aan de afgelopen twee jaar hun eetgedrag te hebben aangepast en vaker te zijn gaan kiezen voor gezonde alternatieven. Ook biologische en verantwoorde producten worden steeds populairder. 17,8% van de Nederlandse werknemers geeft aan dat zij de afgelopen twee jaar ook vaker is gaan kiezen voor biologische of maatschappelijk verantwoorde alternatieven op het werk. Met name op dit gebied worden de komende jaren grote veranderingen verwacht.
Geen enkel voordeel kan op tegen de sociaaleconomische kosten van ggo-teelt
19 april 2010 Genetisch gewijzigde soja met een lager rendement dan de klassieke variëteit kost landbouwers jaarlijks miljarden dollar. Amerikaanse boeren grijpen terug naar de schoffel nadat onkruid resistent werd voor herbicide. Beide voorbeelden komen uit een nieuw rapport van Greenpeace dat de sociaaleconomische kosten van ggo's belicht. Op de voorstelling kwamen ook twee vertegenwoordigers uit de Spaanse landbouw getuigen. In hun land wordt immers 80 % van de genetisch gewijzigde gewassen in de EU geteeld.
Recent stelde Greenpeace een nieuw rapport over de sociaaleconomische
impact van ggo's voor. “Counting the costs of Genetic Engineering” bevat concrete voorbeelden van transgene gewassen die duur zijn zonder dat ze beduidende voordelen bieden voor de samenleving. Die kosten moeten doorwegen wanneer de EU zich buigt over de toelating voor nieuwe ggo's. Onder het Belgische voorzitterschap zal de problematiek op tafel belanden. Bovendien brengt de Europese Commissie in juni 2010 hierover een rapport uit.
“Het is essentieel dat deze sociaaleconomische impact in rekening wordt gebracht”, verklaart Jonas Hulsens van de campagne duurzame landbouw en ggo's bij Greenpeace België. “Overal ter wereld waar ggo's worden geteeld, horen we getuigenissen van benadeelde boeren. In België, waar geen enkele landbouwer directe ervaring heeft met genetisch gewijzigde gewassen, kan deze informatie van kapitaal belang zijn.”
De studie schetst flagrante mislukkingen bij de teelt van ggo's, maar ook de mislukkingen van economische aard die soms met deze teelt gepaard gaan. Het gaat om de belangrijkste ggo's zoals soja, maïs en katoen. Lagere opbrengst dan beloofd, genetische besmetting, supplementaire kosten die het gevolg zijn van gescheiden circuits of imagoschade voor producten die de consumenten associëren met kwalitatieve voeding: aan voorbeelden wereldwijd geen gebrek.
In de VS grijpen boeren noodgedwongen terug naar de schoffel nadat ze genetisch gewijzigde gewassen hebben geteeld die resistent zijn voor het werkende bestanddeel van onkruidverdelger. Door overmatig gebruik van herbicide is bepaald onkruid daar nu tegen bestand, en dus wieden ze opnieuw met de hand, een kost die naar schatting 240 dollar per hectare bedraagt. In Colombia hebben katoentelers die uitsluitend genetisch gewijzigd zaaigoed mogen gebruiken, ontdekt dat de genetische manipulatie geen bescherming biedt tegen het type rups dat hun velden aantast. Tot 12 % van hun oogst ging er verloren. De besmetting van Canadees lijnzijd maakte een einde aan de goede reputatie van dit ingrediënt, dat vooral met gezonde voeding werd geassocieerd. Sommige oogsten mochten de haven niet uit. 1)
Ook in Spanje, dat al sinds 1998 ggo's teelt, groeit het verzet. Vandaag zien vele Spanjaarden de biotechnologie als een bedreiging voor de duurzame landbouw, zo blijkt uit een manifest dat verscheidene prominenten ondertekenden. 2) “Verschillende leden van onze organisatie werden het slachtoffer van genetische besmetting, en wij vrezen dat de kleinschalige familiale landbouw lijdt onder hegemonie van de industriële landbouw”, getuigt Andoni Garcia van de Coordinadora de Agricultores y Ganaderos (COAG), de grootste Spaanse boerenbond. Samen met David Sánchez van Friends of the Earth in Spanje was hij aanwezig op de presentatie van het rapport.
In zijn studie heeft Greenpeace ook ruime aandacht voor alternatieven voor de industriële landbouw, zoals de manier waarop familiale landbouw zonder ggo's kan helpen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen.
Ook biologische landbouw kiest voor ggo-vrije productie.
Gerelateerde rapport: "De kosten van ggo's", 24 maart 2010
Nature & More tuinbouwbedrijf behaalt Demeter certificaat
09 april 2010 Biologisch tuinder Rob van Paassen zet de ‘overtreffende stap’: vanaf nu zijn de producten van zijn bedrijf niet meer ‘gewoon biologisch’, maar is er veel meer aan de hand. Met de Demeter certificering én de Nature & More status laat het familiebedrijf zien dat juist kleine telers goed in staat zijn de grootse kwaliteit te leveren die topkoks en consumenten op zoek naar avontuur graag op tafel zetten.
“De biologisch-dynamische teelt gaat uit van samenhang tussen alle delen van de bedrijfsvoering en biedt de kans daar een uniek en kwalitatief hoogstaand product mee neer te zetten. Het oude gemengde bedrijf met vee, akkerbouw, tuinbouw en fruit kende een gesloten kringloop met eigen dierenvoer en mest. “Ik combineer die aanpak met de moderne duurzaamheid die Nature & More voorstaat” Aldus Van Paassen, die steeds op zoek is naar vernieuwingen om het groentebedrijf dat zijn vader ooit begon verder te ontwikkelen.
Die ‘moderne duurzaamheid’ houdt in dat het bedrijf dan wel niet meer zelfvoorzienend is, dat lukt niet op deze kleine oppervlakte, maar wel op die manier kan werken door bijvoorbeeld afgekeurd product als voer te leveren aan een biologisch melkveebedrijf in de buurt dat hem de broodnodige stalmest levert die na compostering weer de basis is voor zijn uiterst groeizame tuinbouwgrond. Compost is in de biologisch-dynamische landbouw de voeding van de bodem en een verbindend element waarmee het mogelijk wordt alle krachten van de natuur te bundelen met een uniek eindproduct als resultaat.
Al 80 jaar werken biologisch-dynamische bedrijven volgens deze principes en het bedrijf van Van Paassen ziet nu de vakkundige aanpak van vader en zoon bekroond met het keurmerk Demeter. Op de site natureandmore.com zijn alle details te lezen na het ingeven van code 183 en wie de ‘Sustainability flower’ (duurzaamheidsbloem) aanklikt, kan alle details lezen over de duurzaamheidsprestaties van het bedrijf. Dat de bijzondere tomatenrassen, de komkommers en paprika’s uit Oude Leede fantastisch smaken zult u voor nu even van ons moeten aannemen.
Over Eosta
Eosta is een internationaal handelsbedrijf in biologische groente en fruit en combineert een jaarrond assortiment met efficiënte logistiek, kwaliteitsgarantie, productontwikkeling, innovatieve/composteerbare verpakkingen en ecologische en sociale verantwoordelijkheid. Via het Nature & More trace & tell systeem ontmoet de consument de telers van Eosta’s producten (waaronder bijvoorbeeld Rob van Paassen). De 3-cijferige code (bijv. 183) op de productpostzegel geeft op de website natureandmore.com toegang tot de betreffende producent met gedetailleerde informatie over verschillende aspecten van sociale en ecologische duurzaamheid.
De biobrandstof die nu aan de pomp wordt verkocht, is niet altijd beter voor het milieu dan gewone benzine of diesel. Het gebruik van land voor het verbouwen van biobrandstoffen heeft allerlei neveneffecten, die moeilijk exact zijn vast te stellen. Als die neveneffectene worden meegerekend, kan het gebruik van biobrandstof leiden tot een lagere uitstoot van broeikasgassen, maar ook tot een twee keer zo hoge. Dat blijkt uit het rapport “Identifying the indirect effects of bio-energy production” van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Akkers niet meer gebruikt voor voedselproductie
Het Planbureau voorde Leefomgeving heeft onderzocht welke indirecte effecten de productie van biobrandstoffen op het milieu heeft. Voor het telen van gewassen als koolzaad, maïs, suikerriet, palmolie of tarwe, grondstoffen voor biobrandstof, is land nodig en dat kan ten koste gaan van natuur. Als er bijvoorbeeld bossen moeten worden omgehakt, komt er CO2 vrij die was opgeslagen in de bomen en de bodem. De Europese Commissie heeft duurzaamheidcriteria vastgesteld, waarin is afgesproken dat er geen natuur mag worden omgezet voor het verbouwen van producten die bestemd zijn voor biobrandstof. Maar als de akkers waarop de energiegewassen worden verbouwd al een agrarische functie hadden, dan zijn die criteria niet van toepassing. Toch kunnen die akkers op dat moment niet meer gebruikt worden voor voedselproductie. De voedselgewassen moeten dan ergens anders worden verbouwd. Die verplaatsing kan evengoed ten koste gaan van natuur en milieu.
Oplossing: hogere landbouwproductiviteit
Een oplossing kan zijn om per hectare landbouwgrond meer gewassen te oogsten. Als de voedselproductie effectiever wordt, komt er land vrij voor het verbouwen van biobrandstof. Om deze productiviteitsstijging te bereiken zijn – voornamelijk technologische – maatregelen nodig. Dat vraagt echter om kennis en middelen, vooral in ontwikkelingslanden. Intensivering kan in sommige situaties ook gepaard gaan met hogere broeikasgasemissies door bijvoorbeeld mechanisatie en kunstmestgebruik.
Vlees
Tenslotte heeft het PBL het effect van biobrandstof op de vleesproductie onderzocht. Sommige biobrandstoffen worden gemaakt van planten waarvan het bijproduct geschikt is als veevoer. Een voorbeeld van zo’n gewas is tarwe. Het energierijke deel van tarwe wordt gebruikt voor het maken van brandstof en het eiwitrijke deel is geschikt voor de productie van veevoer. Op die manier wordt de productie van vlees goedkoper, waardoor mondiaal meer mensen zich vlees kunnen veroorloven. Een grotere vleesconsumptie leidt, onder meer door methaanemissies van dieren, tot verhoging van de uitstoot van broeikasgassen. Het kan ook zo zijn dat het bijproduct in de plaats komt van een ander veevoerproduct, zoals soja. Dan hoeft er minder soja verbouwd te worden voor veevoer. Hierdoor daalt de uitstoot van broeikasgassen.
Onzekerheid over werkelijke emissies
Uit de studie van het PBL blijkt dat het op dit moment moeilijk is om vast te stellen waar en in welke mate de vermindering of toename van de uitstoot van broeikasgassen daadwerkelijk optreedt. De analyse laat wel zien dat het risico bestaat dat het gebruik van biobrandstoffen tot een toename van de broeikasgasemissies leidt. Op basis van meetgegevens heeft het PBL een eerste poging gedaan om de broeikasgasemissies voor de nu gebruikte biobrandstoffen in Europa vast te stellen. De meetgegevens moeten worden aangevuld met veronderstellingen over de relatie tussen brandstofgebruik in Europa en landbouwproductie elders in de wereld. Dat betekent dat er sprake is van onzekerheid. Het resultaat varieert van een reductie van 35 procent tot een verdubbeling van de uitstoot van broeikasgassen in vergelijking met benzine en diesel.
Consument gevoelig voor aanduiding biggencastratie
27 januari 2010 De reactie van de consument op toepassing van vaccin tegen berengeur hangt af van hoe de behandeling wordt genoemd.
Die conclusie trekt de Gentse hoogleraar Landbouweconomie Wim Verbeke na een analyse van enkele marktonderzoeken.
Bij een peiling die eind vorig jaar is verricht werd de term 'vaccinatiemethode' gebruikt. Rond de 72 procent van de ondervraagden gaf aan voorkeur te hebben voor deze methode als alternatief voor de chirurgische castratie van biggen. Ongeveer 11 procent van de respondenten in deze peiling gaf aan voorkeur te hebben voor de chirurgische castratie.
Wordt in de opiniepeiling het woord immunocastratie gebruikt, dan blijkt 64 procent van de ondervraagden voor deze behandeling te zijn. Ruim 20 procent houdt vast aan chirurgische castratie.
Als de consument wordt geconfronteerd met de benaming 'chemische castratie met synthetische vaccins' ziet slechts 45 procent van de
ondervraagde consumenten deze behandeling zitten als alternatief voor chirurgische castratie. 27 procent gaf de voorkeur aan chirurgische castratie.
Op de drukbezochte BioVakbeurs in de IJsselhallen in Zwolle werd op woensdagavond 20 januari de Ekoland Innovatieprijs uitgereikt aan Gerjo en Annet Koskamp en tuinder Fred Beijleveld van Boerderij Ruimzicht in het Achterhoekse Halle.
Drie bedrijven waren er genomineerd voor de prijs. Boerderij De Vijfsprong in Vorden, de coöperatie Organic Goat Milk in Biezenmortel en Boerderij Ruimzicht in Halle. Bedrijven die alle drie in hun geheel innovatief en inspirerend zijn voor de biologische sector. Dat ontdekten de juryleden van de Innovatieprijs toen zij de drie bedrijven bezochten. Alle drie verdienen ze het van harte om een keer in het zonnetje gezet te worden. Ze zijn fantastisch bezig en ze vormen een voorbeeld voor de hele sector. Maar er kon er slechts één de prijs winnen, dus daarom werd er gekozen voor het bedrijf dat volgens alle juryleden het meest innovatief en inspirerend bezig is.
De keuze voor Boerderij Ruimzicht
Gerjo Koskamp heeft, van een melkveebedrijf een multifunctioneel bedrijf gemaakt; de afgelopen vijf jaar kwamen er een zorgtak, een tuinbouwtak, een recreatietak (met Mongoolse yurts en zomervakantieweken voor eenoudergezinnen) en een boerderijwinkel bij. Koskamp zorgt ervoor dat burgers en consumenten betrokken raken via Boer zoekt Buur, hij verzorgt groentepakketten en de regionale afzet via BPA (Biologische Producenten Acherhoek). Daarnaast heeft hij een eigen energievoorziening; zonnepanelen, eigen olievoorziening uit eigen koolzaadproductie en eigen pers op het bedrijf, regenwateropvang die verbonden is met de drinkbakken in de wei en een helophytenfilter.
Gerjo en Annet Koskamp en tuinder Fred Beijleveld streven samen naar een klimaatneutrale landbouw. Ze hebben een hellingstal, alles is gebouwd met duurzame materialen en ze hebben beuken aangeplant, een meidoornhaag en elzensingel, waardoor de biodiversiteit is toegenomen en de koninginnepage is teruggekeerd. Dan is er nog die geheel eigen recreatietak en de eigen invulling van verbreding op het bedrijf. Bovendien doen ze aan economische vernieuwing door mee te werken aan de opbouw van een nieuw rentevrij geldsysteem met een kring van bedrijven.
Conclusie jury
Het bedrijf van Gerjo Koskamp is het meest compleet in het streven naar verbreding en de reeds bereikte innovatie daarin. Koskamp realiseert zijn idealen op allerlei vlakken: een mooi rond gemengd bedrijf, een eigen energie- en watervoorziening en eigen waterzuivering en in het opbouwen van sociale en economische netwerken. Alles wat je op het bedrijf ziet gebeuren, sluit heel goed op elkaar aan. Als hij de dirigent is, en het bedrijf is het orkest, dan laten ze samen een prachtige symfonie klinken.
Regels voor ondernemers in de multifunctionele landbouw
18 januari 2010 'Wat mag ik?' Gemakkelijke toegankelijke brochure over regels voor ondernemers in de multifunctionele landbouw gepresenteerd op de BioVak 2010
Hoe gaat u als ondernemer om met wetten en regels rondom de verkoop van (streek)producten, zorglandbouw, kinderopvang of recreatie, educatie of natuur- en landschapsbeheer op en rondom uw agrarisch bedrijf? De gemakkelijk toegankelijke brochure 'Wat mag ik?' helpt ondernemers op weg.
Kaas en klompen, kersen en kinderfeestjes, koekbakken en kruidenworkshops: veel agrarische ondernemers doen meer dan vee houden of gewassen telen. Zodra een agrarisch ondernemer met een andere activiteit start of een nevenactiviteiten uitbreidt, krijgt hij/zij te maken met de wet- en regelgeving die geldt voor die sector. De brochure 'Wat mag ik?' geeft inzicht in de regels en wetten waar ondernemers mee te maken krijgen. En hoe zij hier het beste mee om kunnen gaan.
Workshop Regelgeving Multifunctionele Landbouw
De brochure wordt uitgereikt tijdens de workshop Regelgeving Multifunctionele Landbouw op het streekplein op de BioVak beurs te Zwolle. De auteurs van de brochure, Helmer Wieringa en Maria van Boxtel, zullen in deze workshop vragen van agrarische ondernemers op het gebied van wet- en regelgeving beantwoorden. Hoe communiceert je als ondernemer met ambtenaren? Hoe realiseer je je eigen multifunctionele plannen? Deze vragen staan centraal tijdens de workshop Regelgeving Multifunctionele Landbouw op woensdag 20 januari om 19.00 uur in paviljoen 2. Voor meer informatie over de BioVak www.biovak.nl
Verkrijgbaarheid
De nieuwe handreiking is een uitgave van de Taskforce Multifunctionele Landbouw en zal tijdens de BioVak (20 en 21 januari 2010) beschikbaar worden gesteld aan bezoekers van het streekplein in de stand van Land & Co (standnummer 130) en in de stand van de Taskforce Multifunctionele Landbouw (standnummer 146). Ook op de ondernemersdagen multifunctionele landbouw die in februari en maart 2010 verspreid door Nederland worden georganiseerd, kunnen ondernemers de brochure (gratis) meenemen.
Daarnaast is de handreiking te downloaden via deze link.
Noot voor de redactie:
Neem voor meer informatie over de handreiking contact op met de auteur van de brochure, Maria van Boxtel van Land&Co, tel.0317-350 700 / 06-53 59 31 88 of met Maarten Fischer, programmaleider Taskforce Multifunctionele Landbouw, tel. 06-281 08 982.
Kijk voor informatie over de Taskforce Multifunctionele Landbouw en de ondernemersdagen multifunctionele landbouw op www.multifunctionelelandbouw.nl
15 januari 2010 Nieuw Frans onderzoek naar effecten van ggo’s op de gezondheid beoordeelt ggo-toepassingen als onveilig. Recente steekproeven in winkelrekken tonen aan dat ggo’s ongemerkt de voedselketen binnensluipen.
Velt vraagt garanties voor de keuze van de consument op ggo-vrije voeding.
Franse studie: ggo’s zijn unsafe
Eén van de verplichtte onderzoeken voor het op de markt toelaten van genetisch gewijzigde toepassingen zijn voedertesten waarbij ggo-voeders gedurende 90 dagen aan testdieren, meestal ratten, gegeven worden. Deze data zitten in elk toelatingsdossier. Onderzoekers van het CRIIGEN (Committee of Research and Information on Genetic Engineering) en de universiteiten van Caen en Rouen (Frankrijk) analyseerden in 2009 de resultaten in het dossier van genetisch gewijzigde insecticide-resistente MON 810 en MON 863-maïs, en van herbicide-tolerante NK 603-maïs. De onderzochte data zijn afkomstig van Monsanto, de patenthouder van deze drie ggo-toepassingen, en lagen mee aan de basis van de huidige toelating door de EFSA (European Food Safety Authority) tot commercialisering binnen de EU. De studie door de Franse onderzoekers van de Monsanto-data constateert echter duidelijke schadelijke effecten aan diverse organen (oa. lever, nieren, hart) van de testdieren tengevolge van de consumptie van ggo-voeder. De schade varieert in functie van de geconsumeerde hoeveelheid ggo-voeder en het geslacht van het testdier (1).
De onderzoekers vragen daarom het onmiddellijk verbod van de invoer en de teelt van deze ggo-toepassingen en bevelen bijkomende voedertesten gedurende een langere periode aan (tot 2 jaar) bij tenminste 3 verschillende diersoorten. Dat is volgens hen noodzakelijk om wetenschappelijk betrouwbare resultaten te bekomen over de acute en chronische effecten van ggo-toepassingen.
Sporen verboden ggo-lijnzaad wijd verspreid
In enkele maanden tijd in het najaar 2009 trad het Europese waarschuwingssysteem om niet-toegelaten ggo’s in voedingsmiddelen te melden meermaals in actie. In verschillende landen (Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden) betrof het de aanwezigheid van niet-toegelaten ggo-lijnzaad. Lijnzaad is een ingrediënt dat in heel wat verwerkte graanproducten zit. Zo werd er bv. ongewenst ggo-lijnzaad aangetroffen in meergranenbrood, in muesli, in afbakbroodjes, tot zelfs in vogelvoeders.
Bij een recente steekproef in Utrecht (Nederland) traceerde men in 3 op 15 lukraak gekochte voedingsmiddelen niet-toegelaten lijnzaad. In heel Europa zijn tot op heden meer dan 90 van dit soort contaminaties aangetroffen.
Etikettering ontoereikend voor dierlijke producten
De EU-wetgeving voor etikettering van voedingsmiddelen van ggo-oorsprong vertoont één grote lacune: vlees of dierlijke producten (melk, zuivel, vleeswaren) afkomstig van dieren gevoederd met ggo-voeder dienen nergens de ggo-afkomst van het voeder te vermelden op het etiket. Dit is het geval bij heel wat dierlijke producten in de Belgische supermarkt, vooral bij varkens- en kippenvlees(waren) waarbij in het voeder dikwijls ggo-soja zat. Niemand staat er echter bij stil. Als consument kan je enkel terecht bij bioproducten, de enige producten waarvan je zeker bent dat er geen ggo's in het voeder gebruikt worden.
Velt vraagt actie!
Franse onderzoekers duiden op schadelijke effecten bij testdieren na de consumptie van ggo-maïs. In heel wat graanproducten in de winkelrekken worden sporen van niet-toegelaten ggo-lijnzaad aangetroffen. Als consument weet je niet of vlees of andere dierlijke producten in het winkelrek afkomstig is van dieren die al dan niet ggo-voerders gekregen hebben.
Deze realiteit toont dat ggo's niet onbesproken zijn en dat de consumentenkeuze voor ggo-vrije voeding in het gedrag komt. Dat vindt Velt ontoelaatbaar.
Daarom vraagt Velt aan alle betrokkenen (overheden, veevoederbedrijven, voedingsbedrijven) om hun verantwoordelijkheid op te nemen. De consument moet kunnen blijven kiezen voor alternatieven. Dit recht moet gevrijwaard blijven.
Fruit is gezond en zeker biologisch fruit kan bijdragen tot een goede gezondheid. Dit is ook de filosofie van bureau ICEM, de organisatoren van de vakbeurs BioVak die volgende week, 20 en 21 januari a.s., in de Zwolse IJsselhallen wordt gehouden. Daarom worden in een samenwerking van ICEM met de biologische fruittelerorganisatie Prisma op de tweede dag van de vakbeurs op alle scholen in Zwolle biologische appelen bezorgd.
Overgewicht of de extreme vorm daarvan, obesitas, neemt in Europa toe. Bijna een derde van de mannen en een kleine 40 procent van de vrouwen kampt met overgewicht. Op dit moment wordt het aantal kinderen in Europa dat veel te zwaar is, geschat op 22 miljoen.
De gevolgen van overgewicht voor de gezondheid kunnen ernstig uitpakken; mensen worden gevoeliger voor hart- en vaatziekten, suikerziekte en bepaalde vormen van kanker. In de strijd tegen overgewicht bij kinderen is er nu het nieuwe Europese schoolfruit -programma. Van de 27 EU-landen hebben 24 aangegeven dat ze vanaf komend schooljaar meedoen aan het project.
Voorzet
Naar aanleiding hiervan en om aan te geven dat je, wanneer je iets doet dat beter meteen goed kan doen, heeft de organisator van BioVak (internationale vakbeurs voor de totale biologische keten) besloten nu al een gezonde voorzet te geven. BioVak wordt georganiseerd in samenwerking met de Vakgroep Biologische Landbouw LTO/Biologica.
BioVak heeft zich in drie jaar tijd ontwikkeld tot een evenement met ca. 300 deelnemers en vindt dit jaar voor de tweede keer plaats in het IJsselhallencomplex te Zwolle.
Als dank voor het prettige verblijf in Zwolle, de medewerking van de IJsselhallen, de gemeente Zwolle en de provincie Overijssel heeft ICEM en haar team van medewerkers BioVak gemeend dit jaar een gezond steentje bij te dragen aan een gezonde toekomst voor de Zwolse jeugd.
Gezond
Daarom zullen op donderdag 21 januari aanstaande op alle basisscholen in Zwolle één of meerdere kisten met biologische appelen worden afgeleverd. Enerzijds om de leerlingen vast voor te bereiden op een gezond en lekker 2010, anderzijds om er de aandacht op te vestigen dat wanneer je iets doet, dit meteen dan ook goed moet doen. Hetgeen in dit geval betekent dat alle mensen die de biologische sector een warm hart toedragen hopen dat in het schoolfruit - programma uitsluitend gebruik zal worden gemaakt van het allergezondste, dus biologisch fruit.
Wethouder Hennie Kenkhuis deelt op de komende week de eerste appels uit aan leerlingen van een basisschool.
Op Hoeve Biesland dekken alleen nog genetisch hoornloze stieren
08 januari 2010
Jan en Mieke Duijndam beheren het laatste stukje veenweidelandschap tussen Delft en Den Haag. Toch zit hun bedrijf niet op slot. Integendeel, het is volop in ontwikkeling. Op de boerderij, Hoeve Biesland geheten, wordt al ruim 10 jaar biologisch geboerd. Per 1 januari 2010 is men overgeschakeld op biologisch-dynamisch. Daar horen horens bij. Toch gaan die er niet komen. Want vanaf heden worden er op Hoeve Biesland alleen nog homozygoot hoornloze Fleckviehstieren ingezet.
Jan Duijndam spreekt van een “heel goed jaar” als hij de resultaten van het afgelopen jaar op een rij zet. “Je kunt merken dat het bedrijf steeds beter in balans komt. Ruim tien jaar biologisch boeren begint zijn vruchten af te werpen. De grond begint meer op te leveren, de koeien worden gezonder en de financiële resultaten zijn beter. Ondanks het feit dat ook wij een slechtere melkprijs hadden”.
De natuurgerichte bedrijfsvoering op Hoeve Biesland was toe aan een volgende stap in haar ontwikkelingsproces. Per 1 januari 2010 is omgeschakeld naar een biologisch-dynamische bedrijfsvoering. Bij deze, aan strenge regels en voorschriften gebonden, bedrijfsvoering mogen de koeien niet worden onthoornd. “En dat vonden we toch wel een belangrijk nadeel voor onze traditionele ligboxenstal. Daarom zochten we naar een oplossing voor dit probleem. En ik denk dat we het gevonden hebben”, aldus Jan Duijndam.
Jan Duijndam en zijn partner Tim van Bregt gingen op bezoek bij een van de beste Fleckvieh zoogkoeien bedrijven van Beieren. Daar zagen zijn een genetisch hoornloze kudde koeien met goede uiers en benen. De kalveren groeiden als kool ten teken dat de moeders veel melk gaven. “Uit een 12 jaar oude koe hebben we een hoornloze stier gekocht. Deze koefamilie bestaat al vijf generaties lang uit hoornloze dieren”.
De Fleckviehstier dekt inmiddels volop de tochtige melkkoeien uit de biologische melkveestapel. Later is er via Veehandel Kuenen nog een jonge hoornloze Fleckviehstier uit Zuid-Beieren gekocht die het jongvee moet dekken. “Een heel mooi stiertje, nog weer even fijner van huid en bot als die ander”, zo vertelt Jan Duijndam. “Beiden dekken uitstekend en groeien intussen ook nog. Het wordt een spannend jaar voor ons. In augustus worden de eerste Fleckviehkalveren geboren en drie maanden later weten wij het zeker: zitten er horens aan of niet. Want ondanks het feit dat we zorgvuldig te werk zijn gegaan kan de natuur voor verrassingen zorgen. Maar we hebben er het volste vertrouwen in dat dit een positieve bijdrage gaat leveren aan de biologisch-dynamische melkveehouderij in Nederland. Zo hou je je toch aan de regels en boer je op een volkomen natuurlijke wijze. En dat is wat we willen”.
10 december 2009 Goede groei, hoge uniformiteit, vroegtijdig strooisel en beschikbaarheid van zitstokken tijdens de opfok leidt op latere leeftijd tot minder uitval, een hoger lichaamsgewicht en een beter verenkleed. Dit stelt het Louis Bolk Instituut in het onderzoeksrapport Biologische leghennen, gezond,gezonder, gezondst dat deze week verschijnt.
In het onderzoek stond de relatie tussen bedrijfsfactoren en diergezondheid bij biologische leghennen centraal. Er zijn 49 koppels biologische leghennen beoordeeld toen ze 50 – 60 weken oud waren. Bovendien waren van 35 koppels de gegevens over de opfok bekend.
Verenpikken en kannibalisme
Verenpikken blijft een van belangrijkste factoren als het gaat om het dierenwelzijn van leghennen. Uit het onderzoek blijkt dat de schade door verenpikken beduidend minder was in geval van goed uitloopgebruik tijdens de legperiode, en bij aanwezigheid van strooisel en zitstokken op vroege leeftijd. Bovendien toont het onderzoek aan dat hoe meer buitennesteieren er zijn in het begin van de legperiode, hoe groter de kans op verenpikken en kannibalisme op 60 weken leeftijd. Kannibalisme werd minder gezien in geval van goed uitkoopgebruik, hoge uniformiteit op 17 weken, bij aanwezigheid van daglicht en indien de hennen minder bang waren voor de pluimveehouder. Borstbeenvervormingen – die in de gangbare houderij een groot welzijnsprobleem zijn- werden bij de boordeling minder gezien bij gebruik van afgeplatte zitstokken in plaats van ronde en minder in scharrelstallen dan in volièrestallen.
Wintereieren
Uit het onderzoek blijkt ook dat de schaalkleur van eieren afhangt van het jaargetijde waarin ze gelegd zijn. Eieren die in de zomer gelegd waren, hadden een lichtere schaalkleur dan wintereieren. Vermoedelijk heeft dit te maken met de daglengte. Als de dagen langer worden, is er een kortere tijd om het ei aan te maken, wat ten koste gaat van de laatste fase waarin de schaalkleur ‘aangebracht’ wordt.
Aanbevelingen
In het rapport Biologische leghennen, gezond,gezonder, gezondst, staan behalve de onderzoeksresultaten ook aanbevelingen voor pluimveehouders om de gezondheid van hun leghennen te bevorderen. Het rapport kan gratis worden gedownload via www.louisbolk.nl of via www.biokennis.nl
06 december 2009 Organische landbouw kan meer CO2 opnemen
Organische landbouw kan een belangrijke rol spelen in de strijd tegen de klimaatverandering, omdat het de bodem meer CO2 laat opnemen. Wereldwijd zou zo 11 procent van de uitstoot opgevangen kunnen worden.
De cijfers zijn afkomstig van de Soil Organisation, een organisatie die zich inzet voor een doordachter gebruik van landbouwgrond. Organische landbouwmethoden zorgen ervoor dat de grond veel meer koolstof kan opnemen. Bij andere landbouwmethoden komt die als koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer terecht. Grond kan tot drie keer zoveel koolstof opslaan als de atmosfeer. Iets meer dan de helft van de capaciteit is voor rekening van organische materie in de grond.
In het noorden van Europa blijkt organische landbouw gemiddeld goed voor 28 procent meer koolstofopslag in de grond dan conventionele landbouw. Het gemiddelde voor Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië ligt op 20 procent.
Miljoen auto's
De auteurs maken zich sterk dat een grootschalige overschakeling op organische landbouw in het Verenigd Koninkrijk goed zou zijn voor een compensatie van de nationale landbouwuitstoot met meer dan een vijfde. Als alle Britse landbouwgrond voortaan organisch bewerkt zou worden, zouden ongeveer 3,2 miljoen ton CO2 opgeslagen worden. Dat is het equivalent van de uitstoot van 1 miljoen auto's.
Een wereldwijde omschakeling zou goed zijn voor de opslag van 11 procent van alle uitstoot van broeikasgassen, zegt de organisatie. Organische landbouw zou ook beter bestand zijn tegen de gevolgen van de klimaatverandering, zoals droogte en overstrominge
Spectaculaire toename pesticidengebruik door genetisch gewijzigde gewassen
26 november 2009
De commerciële teelt van genetisch gewijzigde gewassen (ggg’s) heeft geleid tot een spectaculaire toename van het gebruik van pesticiden op de Amerikaanse velden. Dat staat te lezen in een rapport dat The Organic Center in samenwerking met de Union of Concerned Scientists (UCS) opstelde over de impact van de commerciële teelt van ggg’s op pesticidengebruik tijdens de eerste 13 jaar van ggg-teelt. De onderzoekers concluderen op basis van officiële gegevens dat sinds de introductie van de teelt van genetisch gewijzigde maïs, soja en katoen in de VSA, het gebruik van pesticiden er drastisch is toegenomen. Bovendien is het verschil met de conventionele teelt steeds groter geworden, omdat daar het pesticidengebruik daalde. Sinds het de introductie van de ggg-teelt in de VSA in 1996, voeren twee types ggg’s de boventoon: de herbicidentolerante gewassen (die besproeiing met grote hoeveelheden van een specifiek herbicide kunnen verdragen) en de insectresistente gewassen (die zelf een toxine produceren dat dodelijk is voor bepaalde voor het gewas schadelijke insecten). De teelt van insectresistente maïs en katoen heeft de voorbije 13 jaar geleid tot een daling in het insecticidengebruik met 29 miljoen kilo actieve stof. De herbicidentolerante ggg’s brachten echter een toename van het herbicidengebruik met 173,3 miljoen kilo met zich mee. In totaal betekent dat dus een stijging van het pesticidengebruik (insecticiden en herbiciden) met 144,3 miljoen kilo de voorbije dertien jaar. Vooral de laatste jaren is het herbicidengebruik sterk toegenomen. Die toename is voornamelijk te wijten aan het ontstaan van herbicidenresistente onkruiden. In 1996, vóór de introductie van de ggg’s, waren deze onkruiden nog onbekend. Vandaag groeien er minstens negen herbicidenresistente onkruiden op de Amerikaanse landbouwgronden. Door overmatig gebruik van steeds hetzelfde herbicide, krijgen resistente onkruiden immers de kans zich te vermeerderen. De landbouwers hebben hier op gereageerd door méér en/of sterkere herbiciden te spuiten, in een poging de onkruiden de baas te kunnen. De gevolgen voor het leefmilieu en de volksgezondheid zijn niet te onderschatten. Bovendien is het gevaar reëel dat er zich ook resistente insecten zullen ontwikkelen, zodat de insectresistente ggg’s hun doel voorbij schieten en ook het insecticidengebruik stevig zal toenemen.
Petitie Stop de Bijensterfte is de 40.000 handtekeningen gepasseerd
15 november 2009 Burgers zijn sterk betrokken bij het lot van de bijen.
Op 12 juni 2009 startte Natuurbeheerder Jaap Molenaar, imker Peter Slootweg en wetenschapper Jeroen van der Sluijs (Universiteit Utrecht) de Petitie "Stop de Bijensterfte". Aanleiding was het feit dat de minister van LNV ondanks Kamervragen geen echte acties ondernam.
Binnen 5 maanden heeft de Petitie ruim 40.000 handtekeningen ontvangen: digitale via www.petities.nl en papieren handtekeningen via de vele vrijwilligers. De Petitie wordt inmiddels gesteund door 20 organisaties, waaronder de Algemene Nederlandse Imkervereniging, de Vlinderstichting, Stichting Natuur en Milieu, Vereniging Milieudefensie, Partij voor de Dieren, Green Peace Nederland, Stichting de Kleine Aarde, Biologica en de Dierenbescherming.
De Petitie eist o.a. een stop op gebruik van insecticiden, meer drachtplanten en steun voor de vergrijzende imkerij in Nederland.
De argumenten van de Petitie dat de bijensterfte wordt veroorzaakt door een combinatie van oorzaken is tijdens het Wereld Bijen Congres (Apimondia, september 2009) door verschillende internationale onderzoekers bevestigd.
De voornaamste conclusies van deze bijeenkomsten waren:
- in intensieve landbouwgebieden is het huidige gebruik van pesticiden (neonicotinoiden) een belangrijke verklaring voor de hoge bijensterfte;
- de huidige risicobeoordeling voor de toelating van bestrijdingsmiddelen biedt geen bescherming aan honingbijen en moet daarom drastisch op de schop;
- de praktijkkennis van imkers en de dagelijkse waarnemingen van imkers over het gedrag van hun volken moet beter benut worden in het onderzoek en bij de risicobeoordeling van pesticiden;
- de laatste conclusie is het gebrek aan transparantie in de werkwijze van de internationale instituties die verantwoordelijk zijn voor de risicobeoordeling van pesticiden, zoals de ICPBR (International Commission for Plant-Bee Relationships) en EPPO (European Plant Protection Organisation).
De Petitie wordt op dinsdag 24 november aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van LNV.
Achtergrondinformatie over de Petitie is te vinden op de weblog: Honingbijen en hun bedreigingen (http://www.stopdebijensterfte.nl). Wetenschappelijke achtergrond over bijensterfte en de gevaren van deze insecticiden zijn te vinden op de site van Universiteit Utrecht: http://www.bijensterfte.nl.
02 november 2009 Er komen steeds meer voedingsmiddelen met een gezondheidslogo. Hier wordt veel van verwacht op het gebied van gedragsverandering, maar daar is maar weinig wetenschappelijke basis voor. Zo wordt betoogd in ‘Gezondheidslogo’s op eten; Verkenningen rond hun recente opmars’, dat vandaag verschijnt. Recent heeft het ministerie van VWS uitgesproken dat er één logo moet komen. Of dit mogelijk en wenselijk is, wordt in dit boek betwijfeld.
Concurrentie tussen logo’s helpt namelijk om standaarden en criteria op te schroeven. Zodra een logo het monopolie heeft, stopt dit proces. Verder blijken mensen heel goed in staat met verschillende informatiebronnen om te gaan. Op de langere termijn verliest een logo overigens zijn informerende functie en krijgt het een emotionele lading: het logo wordt dan een kenmerk van kwaliteit, dat onbewust bijdraagt aan de aankoop van het product.
Veel van de beoogde effecten van gezondheidslogo’s, zowel op het gedrag van consumenten en producenten als op de volksgezondheid, zijn echter niet onbetwistbaar aangetoond. De effectiviteit van gezondheidslogo’s blijkt gebaseerd op veronderstellingen. Gezien de inzet voor de gekozen benadering is dit verbazingwekkend. Maakt de consument door een logo inderdaad een gezondere keuze? Zetten logo’s bedrijven aan tot het ontwikkelen van gezonde producten? Wordt de volksgezondheid beïnvloed en obesitas teruggedrongen? We weten het niet en de uitbundige groei van etenswaren met logo’s en de nadruk die zij krijgen in beleid, zijn vooralsnog gebaseerd op aannames en effecten die niet onomstotelijk zijn bewezen. De hoge verwachtingen leggen een grote druk op deze logo’s van postzegelformaat.
Het boek behandelt de invloed van informatie op de keuze van de consument, de rol van de voedingsmiddelenindustrie en andere belanghebbenden en de relatie met gezondheid, duurzaamheid en voedselkwaliteit. Met het oog op de toekomst laat het zich voorspellen dat gezondheidslogo’s op eten belangrijk zullen blijven. Des te dringender is het dat hun werkzame kracht op het doen en laten van consumenten en producenten in de voedingswereld beter onderbouwd wordt.
Ontbossing dendert ongehinderd voort Albert Heijn laat het afweten
02 november 2009 Amsterdam, 2 november 2009 – Martkleider Albert Heijn acht zichzelf niet in staat werkelijk stappen te zetten op het gebied van duurzaamheid. Afgelopen zaterdag laat de supermarkt in Trouw weten dat haar 'pogingen om duurzaamheid op een hoger niveau te brengen zijn gestrand'. Jeroen Walstra, Milieudefensie: “Supermarkten kunnen wel degelijk de problemen aanpakken. Milieudefensie blijft consumenten oproepen hun supermarkt te vragen te stoppen met het verkopen van producten met foute soja. ”
Op dit moment bevatten praktisch alle vleesproducten foute soja: soja uit Zuid-Amerika waar werkelijk van alles mee mis is. Ontbossing, geweldsconflicten, armoede en honger op een onvoorstelbare schaal en in een onvoorstelbaar tempo. Er schuilt een drama achter goedkoop vlees. Ruim 50 duizend mensen ondertekenden inmiddels de oproep aan marktleider Albert Heijn. De marktleider erkent de verantwoordelijkheid voor de problematiek, maar zette vervolgens aan de onderhandelingstafel geen concrete stappen om de problemen op te lossen.
Jeroen Walstra van Milieudefensie: "Albert Heijn heeft het opgegeven. De problemen zijn te groot om door de supermarktsector opgelost te worden, beweren zij. Dat is een vreemde stellingname, omdat andere supermarkten, zoals Jumbo en Plus, aangeven juist wel de problemen aan te willen pakken. Zij scoren dan ook veel beter in onze supermarktmonitor."
De wereldwijde toename van de vraag naar vlees leidt tot een ongekende expansie van landbouwgrond voor de teelt van soja. Goedkope soja die gebruikt wordt om in Europa goedkoop varkens en kippen te voeren. En dat alles om voor de consument een zo goedkoop mogelijk lapje vlees in de schappen van de winkel te leggen. De ontbossing gaat in een tempo van acht voetbalvelden per minuut. Inheemse bewoners worden van hun oorspronkelijke leefgebieden verjaagd. Alleen al in Paraguay worden elk jaar 90 duizend boeren gedwongen landloos, werkeloos en tot armoede gedreven. Schaal en tempo van de problemen zijn ongekend en nemen toe.
Jeroen Walstra: "De urgentie voor snelle maatregelen neemt alsmaar toe. Tegelijkertijd zijn wij in ons polderland gewoon om lang en breed met elkaar te praten. Maar dat doet geen recht aan de mensen en de natuur in Zuid-Amerika. Omdat de marktleider het laat afweten hebben wij Jumbo Supermarkten gevraagd om samen met ons concrete plannen te ontwikkelen en zo het goede voorbeeld te laten zien. Klanten kunnen dit verzoek ondersteunen. Jumbo is op dit moment de duurzaamste supermarkt van het land. Wij helpen Jumbo graag over de streep."
08 oktober 2009 - Jongeren tussen de 12 en 25 zijn te porren voor biologische producten. Bij biologisch denken ze vooral aan vers, diervriendelijk en gezond. Dit blijkt uit onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut (LEI).
Via de e-mail deden 566 jongeren mee aan het LEI-onderzoek over biologische voeding. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gaf opdracht voor de studie. Ruim 70% van de ondervraagden gaf aan dat biologische voeding een beetje bij hen past. Maar de helft van de deelnemers aan de studie vindt biologische producten duur.
Jongeren hechten belang aan eten en ze nuttigen meestal drie maaltijden per dag. Het ontbijt slaan ze het meest over. Ongeveer 37% mist deze maaltijd tenminste één keer per week. De studie laat verder zien dat 80% van de respondenten één of meerdere malen per dag snackt. Vooral ongezonde tussendoortjes als chips of candybars doen het goed.
Hoe jonger hoe ongezonder de leefstijl, zo staat in de LEI-studie. Jongeren die bij hun ouders wonen eten meer fastfood dan hun op zichzelf wonende leeftijdgenoten. Uitwonende jongeren eten wel weer vaker buitenshuis.
Supermarkten zijn goede afzetpunten voor biologische producten. De meeste jongeren doen hier hun boodschappen. Voor de zelfstandig wonende wat oudere jongere zijn ook de out-of-home kanalen goede locaties voor biologische voedingsmiddelen. Volgens de onderzoekers voelt de doelgroep tussen 12 en 25 zich vooral aangetrokken tot termen als ‘gezond’ en ‘groen’. Hiermee kunnen de producten het best worden vermarkt, denken de wetenschappers.
Louis Bolk Instituut zoekt naar biologisch omgeschakelde consumenten
08 oktober 2009 - Divers recent Europees onderzoek dat tot doel had gezondheidsverschillen tussen gangbare en biologische producten te ontdekken, heeft tot resultaten geleid die elkaar tegenspreken. Het Louis Bolk Instituut probeert daarom met een andere invalshoek een antwoord op deze vraag te geven. Via 'ervaringsverhalen' van consumenten die biologische producten zijn gaan gebruiken willen de onderzoekers achterhalen of zij verschillen constateren tussen biologische en niet-biologische voeding.
Voor het onderzoek worden consumenten gezocht die ‘omgeschakeld’ zijn: die vroeger vooral gangbare en tegenwoordig vooral biologische producten gebruiken. "Juist deze consumenten zijn interessant", vertelt onderzoekster Lucy van de Vijver, senior onderzoeker Voeding en Gezondheid. "Zij kunnen aangeven of ze verschil hebben bemerkt, en zo ja, welke verschillen ze hebben geconstateerd. Het blijkt dat voor sommige mensen bijvoorbeeld een gezondheidsprobleem de reden is geweest om over te schakelen, maar hebben zij ook daadwerkelijk een verandering kunnen constateren?"
Het digitaal gehouden onderzoek zal lopen tot 30 november en is in te vullen op de site van het Louis Bolk Instituut.
08 oktober 2009 - Voor de biologische varkenshouderij geldt de Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van milieu, hoewel voor een aantal wetten en regels een uitzondering is gemaakt. Door de toenemende omvang van bedrijven is het niet meer altijd even duidelijk hoe bepaalde regelgeving moet worden toegepast. Dit geldt met name voor de weidegang voor dragende zeugen. Aanleiding voor de sector om te laten onderzoeken wat hiervoor van belang is.
Onderzoekers van Wageningen UR hebben de bestaande wetgeving op een rij gezet en aangegeven wat de consequentie is voor de weidegang van dragende zeugen. Een belangrijk aspect hierbij is of de weide wel of niet tot de inrichting moet worden gerekend. Uit de gegevens blijken vooral de in de weide geproduceerde hoeveelheid mest en het wroetgedrag van de dieren van invloed te zijn. Om onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen, zouden in overleg tussen overheid en varkenshouders richtlijnen opgesteld kunnen worden wanneer een weide wel of niet deel uitmaakt van de inrichting.
Mest- en wroetgedrag sturen
De varkenshouder kan sturen in de hoeveelheid mest die in de weide terechtkomt door een goede afstemming van stal, uitloop en weide. Daarbij is het aanbieden van een aantrekkelijke rustplaats het belangrijkste. Het mesten gebeurt overwegend binnen een beperkte afstand van de ligruimte. Door dit gedeelte te verharden en de afstand tussen ligruimte en weide voldoende groot te maken, is de hoeveelheid mest in de weide te beperken. Een andere mogelijkheid is om de dieren in hun gang naar de weide te vertragen door het toegangshek met tussenpozen te sluiten. Verder is het belangrijk om volledig omwroeten van de weide te voorkomen. Hierdoor verliest de weide zijn functie als onderdeel van het rantsoen en nemen de emissies toe, omdat geen opname van mineralen plaatsvindt. Door een ‘wroetplaats’ tussen de verharding en de weide aan te bieden, kan schade aan de grasmat worden beperkt. Een andere optie is om dit te combineren met teelt van energiegewassen zoals wilgen en Miscanthus. De dieren vinden hier beschutting en het energiegewas absorbeert de nutriënten.
Klik hier voor het rapport ‘Milieuaspecten weidegang biologische zeugen’
Meer informatie: Hilko Ellen, Livestock Research van Wageningen UR, hilko.Ellen@wur.nl
Lage krachtvoergiften en diergezondheid in de biologische melkveehouderij
08 oktober 2009 - Op biologische bedrijven met weinig krachtvoer in het rantsoen is de melkproductie lager en het aandeel melktypische rassen iets lager dan op andere biologische melkveebedrijven. Er is geen verschil in gezondheid. Wel mag in de bedrijfsvoering van bedrijven die een lage krachtvoergift toepassen meer aandacht komen voor vruchtbaarheid in relatie tot een korte tussenkalftijd. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen UR Livestock Research.
Meer weidegras in rantsoen
Op bedrijven die weinig krachtvoer voeren (minder dan 12 kg per 100 kg melk) is de melkproductie ongeveer 750 kg melk per lactatie lager dan op bedrijven met een hogere krachtvoergift. Op deze ‘laag-krachtvoerbedrijven’ kalven meer koeien af in de maanden januari tot en met april. Hierdoor wordt er relatief meer melk geproduceerd op basis van weidegras. Weidegras heeft een hogere voederwaarde dan geconserveerd ruwvoer en past daarom beter in een systeem met lage krachtvoergiften. De winning van kwalitatief goede grassilage behoeft daarbij meer aandacht: kuilen zijn droog (broeigevoelig) met soms hoge ammoniakfractie (verlies eiwit).
Lager vetgehalte
Op bedrijven met een lage krachtvoergift hebben de koeien zomers gemiddeld een lager vetgehalte, mogelijk te verklaren door het grotere aandeel weidegras in het rantsoen. Weidegras is rijker aan meervoudig onverzadigde vetzuren dan geconserveerd voer of krachtvoer. Een hoge opname aan meervoudig onverzadigbare vetzuren kan de vorming van melkvet in de uier afremmen, waardoor er een verhoogde kans is op een laag melkvetgehalte.
Persistentere lactatiecurve
De koeien met een lage krachtvoergift laten een persistentere lactatiecurve zien: de piekproductie is minder hoog dan op andere biologische bedrijven. De conditiescore van koeien die een lage krachtvoergift krijgen is gemiddeld zelfs iets beter dan van koeien met een hogere krachtvoergift. De laag-krachtvoerbedrijven fokken of selecteren meer op koeien met een persistentere lactatiecurve en op koeien die minder reserves mobiliseren. Het aandeel van andere rassen is dan ook iets hoger op bedrijven met een lage krachtvoergift; toch komt Holstein Friesian ook hier nog steeds het meest voor.
Geen verschil in gezondheid
De gezondheid van het jong- en melkvee op bedrijven met een lage krachtvoergift verschilt niet van die op andere biologische bedrijven. Ziekten die geassocieerd kunnen worden met de voeding (stofwisselingsziekten) komen niet vaker voor. Veehouders geven aan dat klauwproblemen het grootste knelpunt zijn.
De vruchtbaarheid van het melkvee op bedrijven met een lage krachtvoergift is niet beter dan die op andere biologische bedrijven (met een hogere productie). De tussenkalftijd is iets meer dan 400 dagen, maar voor een productiesysteem gebaseerd op veel weidegras zou een tussenkalftijd van 365 dagen ideaal zijn. Hiervoor is in de bedrijfsvoering extra aandacht nodig.
Biologische melkveehouders kiezen soms bewust voor een bedrijfsstrategie gebaseerd op een zo laag mogelijke krachtvoergift. De redenen variëren van bezorgdheid over het wereldwijde transport van veevoergrondstoffen, de voedselconcurrentie tussen mens en dier tot puur economische redenen.
Meer informatie: Ronald Zom, Livestock Research van Wageningen UR ,ronald.zom@wur.nl
Tien bedrijfsnetwerken biologische landbouw van start
01 september 2009
Op 1 september gaan er opnieuw tien bedrijfsnetwerken van start in de biologische landbouwsector, een follow-up van de activiteiten in 2006-2007. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) financiert deze netwerken met 900.000 euro als onderdeel van Bioconnect, het kennisnetwerk voor de biologische landbouw. De bedrijfsnetwerken zijn, als onderdeel van Bioconnect, vraaggestuurd ingericht. De biologische landbouwsector bepaalt de ambities van de netwerken en daarmee de thema’s die behandeld worden. In de bedrijfsnetwerken nemen ruim 500 biologische ondernemers deel.
De tien bedrijfsnetwerken zijn thematisch verdeeld over de verschillende subsectoren binnen de biologische landbouw. Ieder bedrijfsnetwerk kent zijn eigen aanpak en zijn eigen ambities. De begeleiding van de verschillende netwerken is in handen van de volgende uitvoerders: DLV Plant, het Louis Bolk Instituut, ZLTO en Hessel Marketing & Communicatie. Meer gegevens over de uitvoerders is te vinden op de website www.bioconnect.nl. In Bioconnect is de afgelopen jaren succesvol geëxperimenteerd met de vraaggestuurde aanpak van onderzoek en kennisverspreiding.
Een bedrijfsnetwerk houdt ontwikkelingen in het vizier, behandelt vragen uit de markt en volgt de ambitieagenda die door de sector is opgesteld. De focus ligt op ecologische én economische duurzaamheid. Tijdens bijeenkomsten die op verschillende manieren zijn opgezet, worden onderwerpen behandeld die door de deelnemers zelf zijn benoemd op basis van de ambitieagenda. De bedrijfsnetwerken hebben daarmee de rol van ‘aanjager’ op het gebied van innovatie, kennisoverdracht en uitwisseling van best practices. En ze zijn een inspiratiebron bij het bepalen van de onderzoeksagenda. De horizon van de biologische ondernemers is breed: er wordt informatie uitgewisseld met het onderwijs en met collega’s uit de gangbare landbouw.
De bedrijfsnetwerken die in de periode 2007-2008 hebben gelopen, zijn een groot succes geweest: doordat de sector zelf nauw betrokken is geweest bij de aansturing, sloten de netwerken goed aan bij de behoefte van de sector. Onderwerpen die in die periode bestudeerd en bediscussieerd zijn, zijn bijvoorbeeld ploegloze landbouw en mechanische onkruidbeheersing. Maar ook de kostprijsbeheersing in de geitenhouderij en 100% antibioticavrij produceren in de melkveehouderij. Dit resulteerde in het grote aantal van 500 deelnemers, van wie een groot aantal belangstelling heeft om ook nu weer actief mee te doen.
De activiteiten van de bedrijfsnetwerken komen op www.biokennis.nl te staan.
Het lijkt wel of iedereen in de ban is van virusziekten. Eerst een Mexicaanse pandemie en nu de honingbij bedreigd door virussen? Deze week verscheen een publicatie van Amerikaans onderzoek. Het ANP maakt er een sappig verhaal van dat prompt door enige kranten werd afgedrukt: Massale bijensterfte komt niet door pesticiden, virussen zijn de oorzaak!
Bij overgebleven bijen van grotendeels verdwenen bijenvolken werden virussen aangetroffen en ongewoonlijk veel ribsomale RNA fragmenten in darmcellen, die op een geremde eiwitproductie duiden.
Deze RNA deeltjes ontstaan als gevolg van een virusinfectie, kortom: de bijen zijn in aanraking geweest met een virus. Daaruit concluderen ze voorzichtig: er zou een verband kunnen zijn tussen de aanwezigheid van deze virussen en bijensterfte. Echter er is geen keihard bewijs.
In het onderzoek vinden ze ook dat er geen verhoogde activiteit is van genen die een rol spelen bij het onschadelijk maken van pesticiden. Maar dat zegt heel weinig. Als in een eerder stadium een honingbij in contact is geweest met pesticiden zijn deze genen na enige tijd weer normaal actief. De activiteit van deze genen zegt dus niets over de eerdere blootstelling aan pesticiden. Deze eerdere blootstelling aan pesticiden kan het oriëntatievermogen en de vitaliteit van de honingbij echter wel aantasten. Door deze verminderde vitaliteit zijn de honingbijen gevoeliger voor parasieten en ziekteverwekkers als Varroa mijt en virusinfecties. Honingbijen zijn dan niet anders dan mensen, ook daar is de Mexicaanse griep gevaarlijker voor mensen met een verminderde weerstand.
De petitie Stop de bijensterfte, die onder meer vraagt om een verbod van deze pesticiden- is daarom nog steeds een niet achterhaalde en actuele actie!
Achtergrondinformatie over de petitie is te vinden op de weblog: Honingbijen en hun bedreigingen http://www.stopdebijensterfte.nl
Wetenschappelijk achtergrond over bijensterfte en de gevaren van deze insecticiden is te vinden op de site van Universiteit Utrecht: http://www.bijensterfte.nl
Omzet biologische voeding in supers groeit 10% in eerste half jaar
12 augustus 2009 De omzet aan biologische levensmiddelen in de supermarkten is in het eerste half jaar van 2009 met 10 procent gestegen, tegenover een omzetgroei van 2,9 procent voor de omzet van supermarkten in het algemeen. Al sinds de omzetcijfers worden gemeten, zo'n tien jaar geleden, groeit de omzet sneller dan de totale omzet in levensmiddelen.
Brood en vleeswaren droegen het meest bij aan de groei. De omzet daarvan steeg met 40 procent ten opzichte van het eerste half jaar van 2008; deze ontwikkeling was in het tweede half jaar van 2008 al zichtbaar.
De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw verwacht dat de groei ook in het tweede halfjaar doorzet. Het uitvoeringsorgaan van het gelijknamige convenant baseert deze verwachting op meerdere promotieacties en productinnovaties van retailers en producenten die op stapel staan. Daarnaast worden steeds vaker biologische grondstoffen ingezet door (huis)merkproducten om zich te onderscheiden en toegevoegde waarde te bieden.
De economische malaise lijkt nauwelijks van invloed op de verkoop van biologische voeding. Biologische producten zijn geen luxe producten in de ogen van de kopers maar een bewuste keuze.
24 juli 2009 Op Duurzame Dinsdag (1 september 2009) worden in Den Haag duurzame initiatieven vanuit het hele land aangeboden aan het kabinet. Ook u kunt uw idee of voorstel indienen en zo kans maken op een mooie geldprijs voor de realisatie van uw initiatief. Op duurzamedinsdag.nl kunt u nog tot 3 augustus uw idee indienen!
Elk initiatief dat duurzaamheid op welk niveau dan ook bevordert, is welkom. Doel is politiek en burgers laten zien dat de samenleving bruist van de duurzame initiatieven en deze te laten ondersteunen door de diverse ministeries. Een deskundige jury beoordeelt de initiatieven en de beste drie worden beloond met een geldprijs ter ondersteuning van de realisatie van hun initiatief.
Initiatieven uit de samenleving
Jaarlijks vindt twee weken voor Prinsjesdag – op de eerste dinsdag van september – op het Binnenhof in Den Haag het feest van Duurzame Dinsdag plaats. Op deze dag wordt het Duurzame Koffertje, gevuld met honderden initiatieven van burgers, bedrijven, verenigingen, stichtingen of overheden, aangeboden aan het kabinet. Minister Cramer (VROM) zal die dag aanwezig zijn en het koffertje persoonlijk in ontvangst nemen.
Naast de landelijke editie van Duurzame Dinsdag worden dit jaar ook regionale edities georganiseerd in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Gelderland. Initiatiefnemers uit die provincies doen automatisch mee met zowel de landelijke als de regionale Duurzame Dinsdagen en hoeven maar eenmalig een initiatief/idee in te dienen. In het najaar worden initiatiefnemers uit de genoemde provincies door middel van de Duurzame Dates gekoppeld aan experts ter verdere realisatie van het initiatief.
Doe mee!
Het Duurzame Koffertje wacht vol ongeduld tot het met uw ideeën gevuld wordt! Dien uw initiatief in op duurzamedinsdag.nl en laat de politiek horen wat volgens u gedaan moet worden in het kader van duurzaamheid! Alle ingediende initiatieven worden gepubliceerd op duurzamedinsdag.nl. Op deze website leest u bijvoorbeeld ook over de drie winnende ideeën van vorig jaar (waaronder de virale campagne over groener internet) waardoor u ongetwijfeld geïnspireerd raakt.
Duurzaam lintje
Als u iemand kent die zich inzet voor duurzaamheid op welk niveau dan ook, dan kunt u die persoon tot 3 augustus voordragen voor een duurzaam lintje. Tijdens Duurzame Dinsdag reikt minister Cramer de duurzame lintjes uit. Zie voor meer informatie duurzamedinsdag.nl.
Meer informatie
Kijk op duurzamedinsdag.nl voor meer informatie of neem contact op met IVN Consulentschap Zuid-Holland, Job Wagemaker: j.wagemaker@ivn.nl of 010 – 477 96 69.
Miguel Induráin helpt bij keuze van beste ontwerpen voor nieuw biologisch logo van de EU
22 juli 2009 Op 20 juli 2009 betuigde de wielerlegende Miguel Induráin zijn steun aan de wedstrijd voor het biologisch logo van de EU. De Europese Commissie tekende voor de organisatie van de competitie. Induráin won de Tour de France vijf keer op rij en stond twee keer op het hoogste trapje in de eindstand van de Giro d’Italia. De renner ontmoette op 20 juli de jury van de logowedstrijd om samen de beste ontwerpen voor dit pan-Europese evenement te selecteren. Induráin heeft als zoon van een landbouwer zijn kennis over voedzaam eten continu uitgebreid en geleerd hoe deze kennis in de praktijk moet worden toegepast. Zijn instelling als atleet en zijn scherp gevoel voor gezonde voeding waren voor de jury van onschatbare waarde toen het erop aankwam te beslissen welke logo's de kenmerken van biologische voeding het best weergaven en zullen worden geselecteerd voor de slotfase van de wedstrijd.
Medejuryleden in deze selectie waren experts uit de biologische landbouw en productie en internationaal gerenommeerde ontwerpdeskundigen. De prominentste juryleden zijn creatief directeur en managingpartner Erik Spiekermann (Duitsland), Riitta Brusila-Räsänen, professor grafisch ontwerp van de universiteit van Lapland / Finland, Szymon Skrzypczak, een bekroond jong ontwerper uit Polen, Elisabeth Mercier, directeur van Agence BIO (Frankrijk), Urs Niggli, directeur van het onderzoeksinstituut voor biologische landbouw (FiBL – Zwitserland), Tom Václavík, expert marketing van biologische producten en voorzitter van de internationale vereniging van kleinhandelaars in bioproducten (Tsjechië), en Craig Sams, voorzitter van de Soil Association (Verenigd Koninkrijk). Rob Vermeulen, voormalig voorzitter van de Pan-European Brand Design Association, zit de wedstrijdjury voor.
Het Europese publiek zal uit de beste ontwerpen de uiteindelijke winnaar kunnen kiezen. De geselecteerde ontwerpen worden tegen het eind van het jaar bekendgemaakt op www.ec.europa.eu/organic-logo. Elke burger van de EU kan deelnemen aan de selectie van het winnende logo.
Vanaf juli 2010 zal het nieuwe logo op alle biologische producten in de hele EU prijken. Het nieuwe logo zal in tegenstelling tot het oude dat op vrijwillige basis werd gebruikt, verplicht moeten worden aangebracht op alle voorverpakte biologische producten van oorsprong uit de 27 lidstaten.
Het nieuwe logo zal de Europese consument sterken in zijn vertrouwen dat wat hij koopt wel degelijk van biologische oorsprong is en voldoet aan een kwaliteitsnorm die in de hele Europese Unie uniform wordt toegepast.
GroenLinks zet biologische landbouw weer op de kaart in Brabant.
16 juli 2009 De statenfractie van GroenLinks in Noord-Brabant heeft tijdens de behandeling van de voorjaarsnota in Provinciale Staten met succes aandacht gevraagd voor de biologische landbouw.
Op korte termijn komt een bijeenkomst met een aantal hoofdrolspelers binnen de biologische landbouw. Doel daarvan is om het Brabantse actieprogramma Biologische Landbouw te actualiseren en nieuwe actiepunten op te stellen.
Investeren in het landelijk gebied betekent ook investeren in de Brabantse landbouw. Maar dan wel in een duurzame landbouw. Een landbouw die past in de aard en schaal van Brabant. Een voorbeeld van een dergelijke landbouw is de biologische landbouw. Enkele jaren terug kende Noord-Brabant de grootste groei hierin.
Helaas komt Noord-Brabant weer op een achterstand. Uit de voorjaarsnota blijkt dat de doelstelling voor biologische landbouw niet gehaald wordt.
(Doelstelling 13.000 ha in 2011 Realisatie april 2009 = 7600 ha)
GroenLinks heeft er daarom met succes voor gepleit om op korte termijn een bijeenkomst te organiseren met een aantal hoofdrolspelers binnen de biologische landbouw. Het plan van Aanpak Biologische Landbouw kan dan geactualiseerd worden en verder geconcretiseerd worden.
Dit moet ertoe leiden dat meer boeren en tuinders kiezen voor een duurzaam toekomstperspectief.
23 juni 2009 Begin deze maand deed het Tuchtgerecht uitspraak in vier gevallen van ernstige overtreding waarvoor Skal een Tuchtrechtelijke Verklaring had aangezegd.
Het ging hierbij om:
-herhaaldelijk niet inzichtelijke administratie;
-aanvoer van gangbare jonge hennen terwijl voldoende biologische jonge hennen beschikbaar waren;
-verkoop van vleeskuikens en eieren als biologisch zonder geldig certificaat.
De uitspraken varieerden tussen een berisping en boetes tussen de 500 en 1500 euro, afhankelijk van de ernst van de overtreding en het mogelijk genoten financiële voordeel.
Tuchtgerecht
Het Tuchtgerecht van Skal is een onafhankelijk rechtscollege dat oordeelt over bepaalde gevallen van overtreding en de bijbehorende sanctie. Het betreft overtredingen die een strengere straf verdienen dan Skal zelf kan opleggen. Tegelijkertijd zijn de overtredingen ook weer niet dusdanig dat strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd is. Het Tuchtgerecht van Skal kan boetes opleggen waarmee een mogelijk genoten financieel voordeel kan worden tenietgedaan.
Sancties
Het sanctiesysteem van Skal onderscheidt lichte, ernstige en fatale afwijkingen. Deze leiden respectievelijk tot een waarschuwing, herinspectie op eigen kosten of een proces-verbaal voor het Tuchtgerecht en afkeuring. In dit laatste geval mag het product niet langer als biologisch in de handel worden gebracht. Vermoedt Skal fraude, dus opzettelijke verkoop van niet-biologische producten als biologisch, dan schakelt ze de Algemene Inspectiedienst (AID) in voor strafrechtelijk onderzoek. Dit laatste is gelukkig een uitzondering.
Nieuwegein - Melkveehouderijen hebben in 2008 de stijgende lijn van de laatste jaren niet weten vast te houden. Gemiddeld hebben de bedrijven hun resultaat zien dalen met 15,6% ten opzichte van 2007. Oorzaken moeten worden gevonden in fors gestegen voerkosten, teelt- en dierkosten en een procentuele daling van 50% in overige veegebonden opbrengsten.
Dit blijkt uit een onderzoek onder 43 melkveehouderijen in Noord- en Zuid Holland en Noordoost Nederland dat werd uitgevoerd door een aantal samenwerkende kantoren van SRA (Samenwerkende Registeraccountants & Accountants-administratieconsulenten).
Uit het onderzoek blijkt onder meer dat melkveehouderijen met een grotere omvang meer moeite hebben om de omzet en aanwas (teelt) op niveau te houden ten opzichte van bedrijven met een kleinere bedrijfsomvang. Verklaringen kunnen gevonden worden in sterfte, gedwongen afvoer van dieren in combinatie met restwaarde en geboortecijfers. De totale opbrengsten van de (middel)grotere bedrijven bleven gemiddeld genomen achter bij de gelijk gebleven melkprijs. Op de intensieve bedrijven wordt duidelijk een hogere arbeidsproductiviteit behaald.
Melkopbrengst
De opbrengst per 100 kg melk bleef ten opzichte van 2007 (€ 34,54) nagenoeg gelijk: € 34,57. Wel werden er meer liters verkocht. Opvallend daarbij is dat de opbrengst van extensieve bedrijven (melkveehouderijen met minder dan 15.000 kg melk per hectare) toenam. Met name bij de post omzet en aanwas scoren deze bedrijven beter.
Hogere kosten
De gemiddelde voerkosten stegen in 2007 met ruim 21% ten opzichte van 2007, met name vanwege de stijging van grondstoffenprijzen voor krachtvoer op de wereldmarkt. Ook de teelt- en dierkosten stegen respectievelijk met ruim 20% en bijna 3%. Opvallend daarbij is dat de extensieve bedrijven in 2008 het slechtst scoren. Door de stijging in de kosten leverde een liter melk per saldo 2 cent minder op.
Cash flow
In totaal zijn de posten rente en aflossing, pacht en lease ten opzichte van 2007 gedaald met 4%. Oorzaak is een licht toegenomen financiering per hectare. Opvallend is dat de aflossingen afnamen (van € 5,11 tot € 3.05); een mogelijke oorzaak is de sterk dalende melkprijs aan het eind van 2008. Na aftrek van onder andere (hogere) belastingen en privébestedingen daalde per saldo het overschot naar € 4,53 (2007: € 6,57).
Resumé
Het overschot in de melkveehouderij is in 2008 met € 2,04 per 100 kilogram melk gedaald tot € 4,53. Opvallend hierbij is dat dat niet ligt aan de gemiddelde melkprijs over het jaar 2008. Deze bleef ondanks de daling aan het einde van het jaar 2008 nagenoeg gelijk. Belangrijke oorzaak is een stijging van de toegerekende kosten. De cijfers laten ook een daling van de totale financieringslasten zien als gevolg van het feit dat er minder werd afgelost. Mogelijk is de sterke daling van de melkprijs aan het einde van het jaar hier debet aan. Ook voor 2009 zet de daling van de melkprijs zich voort. Wel zijn de voerkosten in het eerste kwartaal van 2009 iets gedaald. Naar verwachting zal het overschot in de melkveehouderij in 2009 nog verder dalen.
15 juni 2009 Roland Dejaeghere van Freja Food wint de Bio-Award 2009. Op die manier beloont BioForum Vlaanderen hem voor zijn innoverende koekjes onder het merk Be Bene. Tijdens het slotweekend van de Bioweek werd duidelijk dat de Bioweek 2009 opnieuw duizenden mensen naar diverse activiteiten lokte en de verkoop van bioproducten een duwtje in de rug gaf.
Tijdens de Bioweek kon iedereen stemmen op de vijf genomineerden van de Bio-Award 2009. Met deze prijs wil BioForum, organisator van de Bioweek, elk jaar een organisatie of bedrijf in de bloemen zetten dat zich inspant voor de promotie of innovatie van bio. Op 13 juni om 12u ’s middags telden we 1110 stemmen met als resultaat:
Verwerker Roland Dejaeghere van Freja Food: 466 stemmen
Verkooppunt Mandragora Natuurkledij: 272 stemmen
Project Nature & More van Eosta: 214 stemmen
Landbouwer Dirk Hebben uit Poperinge: 141 stemmen
Biogemeente 09 Oud-Turnhout: 17 stemmen
Winnaar Roland Dejaeghere van Freja Food ontwikkelde onder het merk Be Bene op innovatieve wijze een gamma koekjes, wafels, cakes, meringue en speculoos. Hij gebruikt daarbij minder evidente granen zoals spelt en quinoa. Bovendien combineert hij bio met fairtrade. Onlangs haalde zijn bedrijf het Max Havelaar Fairtrade-label, zonder de prijs te verhogen. M.a.w. Freja Food kiest ervoor de kosten voor dit label zelf te dragen.
U kan Roland Dejaeghere bereiken op het nummer 0497 50 78 20.
Met deze uitreiking rondt BioForum de Bioweek 2009 af. De aftrap werd gegeven op de biomarkt in Gent, waar de speciale uitzending van Studio Brussel met Tomas De Soete en Roos Van Acker heel wat nieuwsgierigen lokte. Tijdens de week trokken vooral de boerderijen grote drommen bezoekers. Op de Dobbelhoeve in Schilde bijvoorbeeld kregen een 500-tal mensen een biobarbecue geserveerd, terwijl de hoevewinkel op volle toeren draaide. Ook op De Wieltjeshoeve in Turnhout kon men de aanvoer van verse asperges van het veld haast niet bijhouden. Kok Jan Lansloot van restaurant Cullinan in Antwerpen biedt elk jaar een Bioweekmenu aan en kreeg daar dit jaar bijzonder veel nieuwe en vertrouwde gasten voor over de vloer. Ook in restaurant Boergondie in Westouter bijvoorbeeld waren de Bioweek-activiteiten volledig volgeboekt. Op woensdag 10 juni genoten een 1000-tal studenten in heel Vlaanderen van een bio-ontbijt aan de prijs van 1 euro. Ook een professionele studiedag over biologische fruitteelt kon op heel wat belangstelling rekenen.
Ook de winkels en supermarkten werden druk bezocht. Wat de verkoop betreft, was het niet makkelijk om nu al definitieve cijfers te verzamelen omdat de Bioweek dit weekend nog volop aan de gang was. Zowat alle winkels en supermarkten merken op dat de verkoop van bioproducten al sinds begin dit jaar in de lift zit, ondanks de crisis, en dat deze trend zich overduidelijk doorzet in de Bioweek. Sommigen spreken van een meerverkoop van twintig procent.
Via catering werden dit jaar 35.000 maaltijden geserveerd op 42 adressen, voornamelijk via grote cateraars als Sodexo (Europees Parlement, Sony, Fortis, Eandis, DHL, Landbouwkrediet), Compass Group en Aramark (KBC, MIVB-STIB, Electrabel). Dit is een flinke stijging tegenover vorig jaar. De cateringactiviteiten tijdens de Bioweek leveren groothandelaar Biofresh ook een zestal nieuwe klanten op.
Het biobroodje dat deze week bij de Vlaamse overheid werd geserveerd, viel zo goed in de smaak dat er vraag is bij de medewerkers om dit gezonde, lekkere broodje permanent in het aanbod te houden.
Met deze mooie resultaten kijkt BioForum Vlaanderen tevreden terug op een succesvolle en bruisende Bioweek 2009.
De Zaai-Ster boort duurzame vismarkt Noord-Nederland aan met Waddengoudvis
15 juni 2009
Zaterdag 13 juni is de de eerste duurzame waddenvis met het Waddengoud-keurmerk over de toonbank gegaan bij De Zaai-Ster in Leek. De groothandel in biologische verswaren levert gerookte harder aan voor de Duurzaamheidsmarkt Groningen die op zondag 14 juni op de Vismarkt in Groningen plaatsvindt. Daarnaast hebben de natuurvoedingswinkels inmiddels positief gereageerd op proeftassen met Waddengoudvis. De Zaai-Ster brengt nu de distributie op orde en probeert de consument in de winkels warm te krijgen voor dit nieuwe aanbod.
Samenwerking
De samenwerking tussen De Zaai-Ster, Waddengoud en de Goede Vissers (zij vissen volgens Waddengoudrichtlijnen) is opvallend te noemen, want de Zaai-Ster verkoopt alleen biologische producten. “Waddengoudvis is dan wel niet biologisch, maar hoe de Waddengoud-vissers in harmonie omgaan met de natuur en de visstanden is uniek. De strenge normen die Waddengoud gebruikt voor deze visserijen en de onafhankelijke controle daarop, heeft voor ons de doorslag gegeven om in zee te gaan met vis met dit keurmerk. En het is gegarandeerd uit de streek, zodat deze duurzame waddenvis uitstekend past binnen ons Puur Noord Nederland concept”, aldus René Oosting .
Het is de bedoeling dat de vis vooral in de schappen van de natuurvoedingswinkels komt te liggen. Oosting: “Onze klanten hebben positief gereageerd op het product, echter kan de beperkte houdbaarheid nog wel problemen geven. We denken dan ook aan een diepvrieslijn naast de verse vis. Ook over de communicatie richting de eindgebruiker moeten we nog nadenken. Hoe kun je bijvoorbeeld op een effectieve, maar eenvoudige wijze laten zien waar de vis vandaan komt. Dit is erg belangrijk bij een streekproduct”.
Vissoorten
Waddengoud gecertificeerde vissers vangen Zeebaars, Harder, Oesters, Kokkels, Garnalen, Bot (uit Waddenzee) en Snoekbaars (uit het Amstelmeer). Deze soorten worden ook allemaal verwerkt in het Waddengebied. “Al deze vissoorten gaan we leveren aan de Zaai-Ster. Hier zijn we erg blij mee, want door de marktwerking is het voor kleinschalige vissers moeilijk om een vuist te maken. Sinds we in 2006 zijn begonnen, is het nog steeds worstelen om voet aan wal te krijgen. De Zaai-Ster biedt ons een extra kans om hier verandering in te brengen”, vertelt Barbara Rodenburg. Zij vist samen met haar man Jan Geertsema op Harder en Zeebaars in de Waddenzee. Ook Chajes Gefillte Fisch, een naar Joods oost-Europees recept van harder gemaakte vispaté, gaat de groothandel uit Leek verkopen.
14 juni 2009 Zondag 14 juni van 10.00 uur tot 16.00 uur is weer de OPEN DAG van Het BLAUWE HUIS te Ruinerwold
Bezoekers maken kennis met aspecten van de BD.-kruidenteelt. Er zijn rondleidingen over het terrein. Er is een keur aan geneeskrachtige en aromatische planten aanwezig. Ook is er verkoop van kruidenplanten.
Programma :
Koperkwintet “Palm” 2 muziek voorstellingen onder leiding van Elske Groen.
Okidoki kindercircus met 2 voorstellingen “Okidokiplein”, en “Game over”
Rondleidingen over het bedrijf
Er is een gezellig terras met een koffie-,thee- en sapschenkerij. En een lunchkraam met hartige broodjes.
De toegang tot Het Blauwe Huis tijdens de Open dag is gratis.
Het Blauwe huis is ook vanaf station Meppel bereikbaar met OV-fiets en/of regio taxi Drenthe.
Adres : Buitenhuizerweg 19 Ruinerwold Drenthe.
28 april 2009 woensdag 20 en donderdag 21 januari 2010
Het is al weer twee jaar geleden dat de eerste BioVak, de vakbeurs voor de primaire sector van de Land- en Tuinbouw, het licht zag. Sindsdien is het snel gegaan en is er gebleken dat deze vakbeurs voorziet in een grote behoefte.
BioVak blijkt een unieke beursformule en is nu al niet meer weg te denken als ontmoetingsplaats, de plaats voor het uitwisselen van informatie en het opdoen van kennis over de biologische land- en tuinbouw!
Al direct na de start van BioVak in 2008 werd de organisatie benaderd door diverse bedrijven, met de vraag of zij in een separate ruimte/hal, maar wel gelijktijdig met BioVak, een satellietbeurs zou willen opzetten gericht op de detailhandel om zodoende kleinere bedrijven die zich niet kunnen veroorloven jaarlijks beurzen in het buitenland te bezoeken, de mogelijkheid te bieden zich te informeren over de nieuwste biologische producten. Wij zijn verheugd dit nu, gelijktijdig met de 3e uitvoering van BioVak, te kunnen realiseren.
Het doet ons genoegen u nu te kunnen melden dat wij, na overleg en in samenwerking met de vakbladen BioFood magazine en Organic Retail (België) hebben besloten om in 2010, gelijktijdig met BioVak maar in een volledig zelfstandige hal: de Meerhal van het IJsselhallencomplex, zullen starten met de Vakbeurs “Bio-Retail”.
Wat kunt u van Bio-Retail verwachten en wie zijn de bezoekers?
Bio-Retail wordt georganiseerd door ICEM, dezelfde organisatie die ook van BioVak een succes heeft gemaakt. Voor u dus de zekerheid van een professionele begeleiding die daarnaast uitstekend op de hoogte is van alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van biologische producten. Bio-Retail zal zich voor de detailhandel in biologische producten moeten profileren als de plaats voor het uitwisselen van informatie en het opdoen van kennis.
Gezond leven is voor ieder onder ons belangrijk. Iedereen weet dat wie gezond leeft, beter in zijn vel zit. Consumenten gaan derhalve actief op zoek naar verantwoorde voeding, natuurlijke cosmetica en milieuvriendelijke producten. Bio-Retail dé vakbeurs voor gezond leven, is voor alle professionals, actief in deze sector, het gedroomde platform om hun producten voor te stellen aan vakbezoekers uit België en Nederland. Twee dagen lang krijgen zij op Bio-Retail een belangrijk overzicht van het huidige marktaanbod en de laatste nieuwe ontwikkelingen.
De professionele bezoeker vindt op Bio-Retail een totaaloverzicht van alles wat de markt biedt, zodat iedereen iets van zijn gading kan vinden.
Bio-Retail richt zich op de detailhandel in biologische producten moeten profileren als de plaats voor het uitwisselen van informatie en het opdoen van kennis.
Bio-Retail biedt zodoende voor schoonheidsinstituten, restaurants, apothekers, diëtisten, supermarkten, delicatessen- agf- kaas- zaken, natuurvoedingwinkels, cateringbedrijven, traiteurs, drogisterijen, dierenspeciaalzaken, etc., niet alleen de mogelijkheid om kennis te maken met biologische producten en zich te verdiepen in de vele voordelen die deze voor hen hebben, maar ook de mogelijkheid om kennis over de biologische producten te verwerven.
Bovendien zal Bio-Retail gebruik gaan maken van de unieke mogelijkheden die de websites duurzaamnieuws.nl, mvonieuws.nl, en biofoodonline.nl te bieden hebben. Op deze websites zal regelmatig het laatste nieuws gebracht worden over Bio-Retail en de biologische sector. Duurzaamnieuws.nl en mvonieuws.nl hebben maandelijks meer dan 100.000 lezers. De wekelijkse nieuwsbrieven bereiken meer dan 12.000 abonnees.
www.bio-retail.nl zal gekoppeld worden aan deze duurzaamheidsites.
28 april 2009 De BioVak heeft in de eerste 2 jaar van haar bestaan gelijk al bewezen, dat de Nederlandse biologische sector een volwaardige sector is, ook op de beursvloer.
De 150 stadhouders en ruim 5000 bezoekers op de jongste BioVak (2009) kunnen worden gezien als een opmaat voor een nog omvangrijker en doeltreffender manifestatie op de BioVak van 20 en 21 januari 2010 in de IJsselhallen te Zwolle, waarin de biologische sector haar krachten nog weer meer zal bundelen.
ICEM heeft inmiddels met Bertus Buizer van Buizer Advies, projectleider van Organicseeds.nl, een contract getekend voor de uitbreiding van het aantal deelnemers aan het Veredelingsplein op de BioVak 2010.
Organicseeds.nl en ICEM gaan gezamenlijk buitenlandse boeren uitnodigen voor een bezoek aan deze biologisch vakbeurs om kennis te nemen van wat de Nederlandse boeren en kweek- en handelsbedrijven hen te bieden hebben aan uitgangsmateriaal (zaaizaad, poot- en plantgoed) voor de biologische teelt. Ambassades, landbouw- en handelsattachés zullen hierbij een belangrijke rol spelen.
De ambassade van Uruguay heeft zich inmiddels gemeld voor een bezoek door een groep boeren aan de komende BioVak.
Bij de workshop in het kader van het Veredelingsplein zal ICEM dan ook zorgen voor simultaanvertaling in het Engels.
De komende maanden zullen er persberichten naar alle relevante buitenlandse vakbladen worden gestuurd over wat Nederland te bieden heeft.
Voor buitenlands relaties is bovendien op aanvraag de nieuwe BioVak-brochure verkrijgbaar in diverse Europese talen (Frans, Duits, Engels, Spaans). De brochure kan gedownload worden vanaf www.biovak.nl en www.organicseeds.nl .
Kandidaat deelnemers aan het Veredelingsplein op de BioVak 2010 kunnen zich melden bij Buizer Advies (info@buizeradvies.nl, 06-24597803) of ICEM (mikedelooze@icem.nl, 06-51102925).
De deelnemers kunnen - als zij dat willen - al ruimschoots voor de BioVak 2010 gratis met naam en adres vermeld worden op beide genoemde websites.
15 april 2009 Omschakelen naar biologische landbouw wordt makkelijker met nieuwe website
De belangstelling van gangbare agrarisch ondernemers voor het omschakelen naar biologische landbouw groeit. Met de introductie van de site is een oriëntatie op de biologische landbouw voor hen een stuk eenvoudiger geworden. www.biologischondernemen.nl
De melkcyclus kan wel eens heftiger worden dan de varkenscyclus. Hoe hoog de pieken en dalen worden is echter lastig te voorspellen.
Dit zei Henk Westeneng, sectormanager melkveehouderij van de ABN-Amro vandaag tijdens een zuivelsymposium in Lelystad.
De Dutch Dairymen Board en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond organiseerde het symposium. Westeneng doelde met het woord heftig op meer schommeling in de melkprijs. De melkprijs zal volgens hem blijven tenderen naar kostprijs van de betere producenten. "De melkproductie zal zich verplaatsen naar de meest efficiënt melk producerende landen." Nederland hoort hier volgens hem bij.
Toekomst
"Hoewel de melkcyclus wel eens heftiger kan worden dan de varkenscyclus is er voor de Nederlandse melkveehouders zeker toekomst", aldus Westeneng. Nieuw-Zeeland en Australië produceren al tegen een lage kostprijs maar ook deze landen lopen op den duur tegen hun grenzen aan. "Ook deze landen worden gelimiteerd door natuurlijke omstandigheden."
De Nederlandse melkveesector heeft volgens hem een groot aantal voordelen op melkveehouders in andere landen. "Hierbij moet gedacht worden aan een gunstig klimaat, een gunstige geografische ligging, vakmanschap en een sterke verwerkende industrie." Een groot deel van deze voordelen wordt volgens Westeneng nu nog weggeven aan quotumkosten.
Veel Nederlandse melkveebedrijven hebben volgens Westeneng nog mogelijkheden om de kasstroom te beperken. Zo concludeert hij op basis van de signalen uit de sector. "We zien dat er veel wordt geanticipeerd op de huidige economische omstandigheden." Van belang is volgens hem dat er niet op essentiële zaken wordt bezuinigd.
Bron: agrarisch dagblad auteur: Jan Willem Veldman
De LTO-vakgroep Melkveehouderij maakt zich grote zorgen over de inkomens in deze sector. De melkprijs is in amper een halfjaar bijna gehalveerd. Boeren die fors hebben geïnvesteerd dreigen hierdoor in de loop van dit jaar in liquiditeitsproblemen te komen. Daarom dringt LTO er op aan om de bedrijfstoeslag dit jaar al in augustus uit te betalen, in plaats van eind dit jaar. LTO gaat er vanuit dat minister Verburg (LNV) groen licht krijgt van Brussel om de premies en toeslagen eerder uit te keren. Ook wil LTO met de banken gaan praten om boeren door het financiële dal heen te helpen.
Na de hogere melkprijzen van eind 2007 en begin 2008, is de melkprijs die boeren ontvangen in een vrije val geraakt. Terwijl de melkveehouders in 2007 en 2008 gemiddeld zo’n 37 cent per kg ontvingen, is de prijs gedaald tot onder 25 cent. Dit is mede het gevolg - in reactie op de hoge melkprijs - van toegenomen vervanging van zuivelingrediënten door plantaardige. Bovendien heeft de huidige economische crisis de wereldwijde vraag naar zuivel nog meer afgeremd. Volgens LTO is de huidige situatie dermate urgent, dat snel maatregelen nodig zijn.
Volgens voorzitter Siem-Jan Schenk, voorzitter van de LTO-vakgroep melkveehouderij, kan vervroegde uitbetaling van premies en toeslagen financiële problemen voorkomen. ,,Voor het kuilen (aanleg voorraden wintervoer) en de zaai- en oogst van maïs vallen rekeningen op de mat, die anders niet betaald kunnen worden. Door de uitbetaling van bedrijfstoeslagen een maand of vier naar voren te halen, kunnen de meeste boeren toch aan hun financiële verplichtingen voldoen.”
Schenk pleit voorts voor nader overleg met de banken met als doel een soepeler behandeling van de aflossingsverplichtingen. Hij verwacht van banken een opstelling , die past bij een periode met extreem lage opbrengstprijzen. Hij wijst voorts op het pakket maatregelen, dat LTO op 12 maart jl. heeft voorgesteld aan de Tweede Kamer, het ministerie van LNV en de Europese Commissie om een extra inspanning te leveren voor melkveehouders. Zo vraagt LTO om voortgezette EU-opkoop (‘interventie’) van mager melkpoeder en boter, zolang de markt hiertoe noodzaakt. De mager melkpoeder kan verwerkt worden in kalvermelk. Op deze manier wordt de dip in de melkprijzen opgevangen. Een verruiming van exportkredietfaciliteiten voor de zuivelsector zal eveneens bijdragen tot een hogere melkprijs.
Op de langere termijn is het volgens Schenk hoog tijd dat boeren meer ruimte krijgen om samen een vuist te maken in onderhandelingen met machtige supermarkten in Europa. Doel ervan is dat de winstmarges eerlijker over de ketenpartijen worden verdeeld. Ook is het belangrijk dat de consument kan zien, welke samengestelde producten met echte melk gemaakt zijn, en welke met plantaardige ingrediënten. Tot slot pleit LTO voor een investeringsregeling met als doel, dat de zuivelsector versterkt uit deze crisis komt.
Het verwijt als zou de extra ruimte, die boeren het afgelopen jaar kregen om meer melk te produceren, een belangrijke oorzaak zijn van de zeer lage melkprijs, legt Schenk naast zich neer: ,,Tussen 1 april 2008 en begin februari 2009 lag de melkproductie in Europa niet hoger, maar lager dan in dezelfde periode van een jaar eerder. Ondanks de ruimte om meer te mogen melk te leveren, liep de melkproductie in Europa met 0,4% terug.
Het EU-melkquotum is het afgelopen jaar met 6 miljard kg melk onderschreden; dit houdt in dat 96% van de door Europa toegestane productiehoeveelheid, daadwerkelijk is gemolken. Schenk: ,,Nederland behoort met Oostenrijk, Italië en twee kleine landen (Luxemburg, Cyprus) tot een kleine groep landen waar melkveehouders weer superheffing moeten betalen. De andere 22 EU-lidstaten hebben het quotum onderbenut. De marktomstandigheden zijn nu niet in ons voordeel, maar de vooruitzichten op de langere termijn blijven goed. Daar moeten we ons aan vasthouden.”
Moet zorgboerderij de Boterbloem in Amsterdam Osdorp wijken voor bedrijventerein?
30 maart 2009 In het al verregaand verstedelijkte gebied ten westen van Amsterdam en ten oosten begrensd door de A9 dreigt de Biologische boerderij de Boterbloem te moeten verdwijnen voor weer een bedriventerrein.
In dit stuk van Amsterdam is weinig groen. De boerderij biedt buurtkinderen kans om kennis te maken met het boerenleven. Daarnaast is er een waardevolle zorgfunctie op de boerderij.
De stad Amsterdam heeft mooi plannen om het platteland bij de stad te betrekken. In de praktijk kiest men toch voor grijs in plaats van groen.
Vindt u ook dat deze boerderij moet blijven. Teken de petitie!
Het Triodos Groenfonds richt zich volgens fondsmanager Daniël Povel in toenemende mate op biologische bedrijven die een integrale landbouw voorstaan.
Daarbij wordt het bedrijf gecombineerd met bijvoorbeeld duurzame energie, sociale zorg en landschapsbeheer. Het fonds betreft 460 miljoen euro.
Circa 25 procent van het fondsvermogen is geïnvesteerd in biologische en biologisch-dynamische landbouw. Een vijfde van het geld wordt geïnvesteerd in natuur en landschap, en 8 procent wordt besteed aan duurzaam bouwen.
Bijna 80 procent van het vermogen is geïnvesteerd in door de overheid erkende 'groene' projecten. Bijna de helft betreft projecten waarbij duurzaam energie wordt opgewekt; 87 windenergieprojecten en 9 warmtekoude-opslag- en biogasprojecten.
De traditionele keuze voor de biologische landbouwsector staat voor Povel vast, ondanks de verduurzaming van de gangbare sector.
"We zijn ervan overtuigd dat de biologische sector op langere termijn de meest duurzame vorm van landbouwontwikkeling is. Bedrijven die gangbaar zijn maar opschuiven naar biologisch moeten vanuit de filosofie van het Groenfonds de laatste stap zetten naar 100 procent biologisch."
Povel noemt het hoopgevend dat twee klanten zijn genomineerd voor de titel Agrarisch Ondernemer 2009. Eén van hen is de familie Jonker, die een energieneutrale kas heeft gebouwd.
Sjaak en Karin van Veen, melkveehouders en kaasmakers, Agrarisch Ondernemer van het Jaar
26 maart 2009 Sjaak en Karin van Veen, melkveehouders en kaasmakers in Zoeterwoude, zijn woensdag 25 maart uitgeroepen tot Agrarisch Ondernemer 2009. Uit handen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Gerda Verburg, ontvingen zij in Hotel Theater Figi te Zeist de hoofdprijs: een cheque ter waarde van 12.500 euro. Uit handen van Roel Leferink, hoofdredacteur van het Agrarisch Dagblad, mochten zij ook de publieksprijs, een cheque van 2.500 euro, mee naar huis nemen. Bezoekers van AGD.nl, de nieuwssite van het Agrarisch Dagblad, konden stemmen op hun favoriete ondernemer.
Ondernemen met plezier
Sjaak en Karin van Veen uit Zoeterwoude zijn kaasmakers die met veel plezier hun bedrijf aan de buitenwereld tonen. Zij hebben een prachtig bedrijf aan de rand van het Groene Hart, in de nabijheid van de uitdijende Randstad. Zij zien de stedeling als consument natuurlijk, maar ook als burger die in toenemende mate belangstelling heeft voor het platteland. Op een creatieve manier weten zij hun bezoekers te boeien. Hun educatiecentrum en andere promotiemiddelen mogen gezien worden!
Doorlopend zoekt dit ondernemersechtpaar naar nieuwe afzetmogelijkheden voor zijn producten. De harten- en tulpkaas, beide met patent, getuigen daarvan. Ook doen ze zelf proeven met de verwerking van wei in speciale drankjes. De kans is groot dat binnenkort weiport van deze kaasboerderij op de markt komt.
Daarnaast is het knap hoe Sjaak en Karin van Veen hun weg weten te vinden in de markt van relatiegeschenken. Deze ondernemers fungeren als een prachtig uithangbord voor de Nederlandse land- en tuinbouw.
Titel Prijsverschil tussen biologisch en gangbaar blijft vrij groot
26 maart 2009
Prijsverschillen tussen gangbare en biologische producten zijn nog steeds te groot en nemen verder toe. Dat stelt Biofood Magazine op basis van het jaarlijkse prijsvergelijkingsonderzoek. De redactie van het blad onderzoekt de prijsverschillen tussen gangbare en biologische producten en tussen de prijzen voor biologische producten in de supermarkt en in die in de natuurvoedingswinkel.
Tekst Biofood verbaast zich over de manier waarop prijzen tot stand komen. Boeren krijgen voor een kilo gangbare uien bijvoorbeeld ongeveer € 0,05. Bij Albert Heijn kostte een kilo uien in 2008 € 0,45, maar in 2009 nam die prijs ineens toe tot € 0,79. Voor biologische uien betaalt men bij Albert Heijn € 1,45 per kilo en in de natuurvoedingswinkel € 1,49. Biologisch vlees is soms twee keer zo duur als gangbaar, zo kost een kilo schouderkarbonade bij Albert Heijn € 5,49 en de biologische variant € 10,98. In de natuurvoedingswinkel bedroeg de prijs maar liefst € 16,60 per kilo.
Biofood Magazine volgt al 6 jaar lang de prijzen van biologische producten in Nederland. In de meting in 2003 was er gemiddeld een prijsafstand van 52% tussen het gangbare en het biologische segment bij Albert Heijn. Tussen gangbaar in de supermarkt en biologische producten in de natuurvoedingswinkel was de prijsafstand 83%. In 2009 zijn die verschillen respectievelijk 49% en 95%.
Het niet kleiner worden van het prijsverschil belemmert het doorgroeien van het aandeel van biologische producten in de markt, meent de redactie van Biofood Magazine. Ook de ondoorzichtige prijsvorming werkt nadelig. Nadenken over een andere opschalingsstructuur door middel van directe positieve prikkels aan de consument zou vernieuwend kunnen werken, zoals een fiscale beloning voor duurzaam consumeren.
Gemaakt om 25-3-2009 17:20 door Redactie AgriHolland
Laatst gewijzigd op 26-3-2009 9:20 door Saskia de Wilde
Gebruik deze pagina als u bijlagen aan een item wilt toevoegen.
Naam
Home > Nieuws > Nieuws item
26-3-2009
Prijsverschil tussen biologisch en gangbaar blijft vrij groot
Prijsverschillen tussen gangbare en biologische producten zijn nog steeds te groot en nemen verder toe. Dat stelt Biofood Magazine op basis van het jaarlijkse prijsvergelijkingsonderzoek. De redactie van het blad onderzoekt de prijsverschillen tussen gangbare en biologische producten en tussen de prijzen voor biologische producten in de supermarkt en in die in de natuurvoedingswinkel.
Biofood verbaast zich over de manier waarop prijzen tot stand komen. Boeren krijgen voor een kilo gangbare uien bijvoorbeeld ongeveer € 0,05. Bij Albert Heijn kostte een kilo uien in 2008 € 0,45, maar in 2009 nam die prijs ineens toe tot € 0,79. Voor biologische uien betaalt men bij Albert Heijn € 1,45 per kilo en in de natuurvoedingswinkel € 1,49. Biologisch vlees is soms twee keer zo duur als gangbaar, zo kost een kilo schouderkarbonade bij Albert Heijn € 5,49 en de biologische variant € 10,98. In de natuurvoedingswinkel bedroeg de prijs maar liefst € 16,60 per kilo.
Biofood Magazine volgt al 6 jaar lang de prijzen van biologische producten in Nederland. In de meting in 2003 was er gemiddeld een prijsafstand van 52% tussen het gangbare en het biologische segment bij Albert Heijn. Tussen gangbaar in de supermarkt en biologische producten in de natuurvoedingswinkel was de prijsafstand 83%. In 2009 zijn die verschillen respectievelijk 49% en 95%.
Het niet kleiner worden van het prijsverschil belemmert het doorgroeien van het aandeel van biologische producten in de markt, meent de redactie van Biofood Magazine. Ook de ondoorzichtige prijsvorming werkt nadelig. Nadenken over een andere opschalingsstructuur door middel van directe positieve prikkels aan de consument zou vernieuwend kunnen werken, zoals een fiscale beloning voor duurzaam consumeren.
Ontwerpcompetitie voor nieuw Europees bio-logo half april open
26 maart 2009
De Europese Unie wil een nieuw logo voor biologisch gecertificeerde producten invoeren, maar komt er zelf niet goed uit.
Daarom is nu een open wedstrijd uitgeschreven voor studenten kunst en design. De inschrijving wordt half april geopend. De winnaar kan 6000 euro winnen en zal zijn of haar ontwerp in 27 landen terug kunnen vinden in de biologische supermarkt of speciaalzaak.
Voor de ontwerpcompetitie heeft de EU een nieuwe website in het leven geroepen. De inschrijving is op dit moment nog niet open. Deelnemers moeten kunnen bewijzen dat ze student zijn.
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten, opgemeten door GfK Panelservices Benelux, stegen in 2008 met 25,6%. Deze bestedingsstijging wordt gedeeltelijk verklaard door een uitgebreidere opvolging van de biomarkt door GfK en de inflatie. De rest van de bestedingsgroei is het gevolg van een toegenomen verbruik.
Het marktaandeel van bio kwam vorig jaar uit op 1,3% tegenover 1,1% het jaar ervoor. Het grootste marktaandeel hebben de biologische vleesvervangers (23%) en het kleinste de vleeswaren (0,4%). Biozuivel en biovlees deden het vorig jaar zeer goed en wisten hun aandeel in de biokorf te vergroten.
79,2% van de Belgische gezinnen kocht in 2008 wel eens een bioproduct. De meeste biokopers vinden we in de groente- en de zuivelrayon.
De prijsverschillen tussen bio en gangbaar zijn verschillend van product tot product. Gemiddeld werd het prijsverschil kleiner vorig jaar omdat meestal het gangbare product duurder werd.
Evolutie van de bestedingen aan biologische producten
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten*, opgemeten door GfK Panelservices Benelux, lag in 2008 25,6% hoger dan in 2007. Deze aanzienlijke stijging is te wijten aan meerdere factoren. Een deel van deze stijging (+/- 1,5%) wordt verklaard door een betere opvolging van de biomarkt door GfK. Het aantal verschillende bioproducten dat wordt opgemeten door GfK is fors toegenomen (+ 11%).
Een tweede oorzaak is de inflatie; voor voeding bedroeg die 5,8%. De derde oorzaak is het consumentengedrag: het aantal biokopers steeg (+0,9%), de aankoopfrequentie voor bioproducten nam toe (+7,6%) en het besteedde bedrag per aankoop liep op met 14,7%.
Wanneer we de evolutie van de biobestedingen op een langere termijn bekijken, zien we dat 2008 een goed jaar was. De relatief hoge bestedingen in 2001 en 2002 zijn het gevolg van de dioxinecrisis en andere voedselschandalen. Die hebben veel consumenten naar biovlees en –gevogelte doen overstappen. Tegelijk nam ook de interesse voor hormonenvrij vlees en natuurvlees toe in deze periode. Deze werden door consumenten ook als bio gecatalogeerd.
Sterk stijgende besteding voor alle verscategorieën in 2008
Plantaardige voeding is verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle biobestedingen inzake voeding (56,3 %), gevolgd door dierlijke voeding (27,3 %). Zuivel, de derde categorie behaalde vorig jaar een winst van 43% en komt uit op 16,5 % van het bestedingsaandeel. De bestedingsgroei van biologische dierlijke voeding (exclusief zuivel) en plantaardige voeding stegen vorig jaar met respectievelijk 30% en 25%.
Bij de gangbare producten hebben de plantaardige en de dierlijke voeding bijna een gelijk aandeel in de gezinsbestedingen namelijk respectievelijk 43% en 41%. Zuivel neemt in het gangbare eenzelfde aandeel in als bij bio namelijk 16%.
Stijgend aantal biokopers
Het aantal kopers dat op jaarbasis minstens eenmaal een bioproduct kocht bedroeg vorig jaar 79,2% van de Belgische bevolking. Dit is een groei met 0,9% ten opzichte van 2007. Binnen de productgroepen zijn er grote verschillen in kopersaantallen. De kopersgroep van biogroenten is met bijna 36% veruit de belangrijkste. Ruim één op drie Belgen koopt weleens biogroenten. Daarna volgen de kopers van zuivel (28%), fruit (23%). 14% van de Belgen kochten wel eens biobrood en 6% kocht minstens één keer bioaardappelen in 2008.
Een belangrijke en stabiele kopersgroep met 12% is deze van bio-eieren.
Het aantal kopers van biovlees steeg van 9 naar 11 op 100. De kopers van biovleesvervangers, biogevogelte en biovleeswaren schommelt rond de 5 à 8%.
Potentieel bij de welgestelde huishoudens met kinderen
Een biokoper is een intensieve koper en besteedt gemiddeld 4 à 5% meer aan algemene voeding in vergelijking met de gemiddelde Belg. In absolute cijfers zijn de welgestelde gezinnen met kinderen en de welgestelde gepensioneerden de grootste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor 40% van de biobesteding.
Bij de welgestelde gezinnen is er echter een enorm potentieel voor bio. Zij zijn immers verantwoordelijk voor 29% van de totale voedingsbesteding maar betekenen slechts 20% van de totale biobesteding. Met andere woorden het marktaandeel bio bedraagt bij deze groep slechts 0,9% ten opzichte van 1,3% gemiddeld.
Jonge alleenstaanden zijn wat ondervertegenwoordigd bij het totaal aantal biokopers maar éénmaal overtuigd zijn het wel intensieve biokopers. De tweeverdieners en de gezinnen met een beperkt inkomen scoren onder het gemiddelde.
Marktaandeel bio varieert sterk van product tot product
De biologische producten haalden in 2008 een marktaandeel van 1,3% binnen de totale gezinsbestedingen aan voedingsproducten in België. Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. De producten met het hoogste bio-aandeel zijn vleesvervangers met 23%, eieren (6,4%), groenten (3,1%) en brood (2,3%). Fruit, aardappelen en zuivel halen marktaandelen tussen de 1 en 2%. De dierlijke producten vlees en gevogelte zitten rond de 1 procent. De vleeswaren sluiten de rij met 0,4%.
De bioklant houdt van het persoonlijke contact met de verkoper
Bijna één op twee bioaankopen gebeurt in de klassieke supermarkt (Dis 1: Carrefour, GB S/SP, Delhaize super, Colruyt, Cora, Match, Makro, Champion Mestdagh).
Hiermee is dit kanaal het belangrijkste biokanaal. De andere helft van de biobestedingen gebeurt in de kanalen met rechtstreeks contact tussen klant en verkoper namelijk de speciaalzaak, de hoeve, de markt en de buurtsupermarkt. De speciaalzaak/natuurvoedingswinkels/overige algemene voeding (inclusief bioplanet) zijn met bijna 29% het tweede belangrijkste kanaal na Dis 1 en de grootste groeier in 2008.
Een verschil met de gangbare producten is het lage aandeel van de hard discount. Dit kanaal betekent voor bio iets meer dan 1% tegenover 16% voor de gangbare voeding.
Prijsverschil bio versus gangbaar
Het prijsverschil tussen bio en gangbaar wordt kleiner maar, met uitzondering van zuivel, blijft bio echter gemiddeld zo’n 33% duurder dan niet-bio. Er zijn grote prijsverschillen tussen bio en gangbaar afhankelijk van het product. Bio-eieren waren in 2006 bijna dubbel zo duur als de gangbare variant. Vorig jaar daalde het prijsverschil echter tot + 74%.
Voor halfvolle melk bedroeg het prijsverschil voor de biovariant in 2008 + 67%. Dit is iets minder dan het jaar ervoor. Voor yoghurt en kaas is de meerprijs respectievelijk 29% en 34%. Biotomaten waren een kwart duurder en bio-appels ongeveer de helft duurder dan de klassieke variant.
Voor de meeste producten werd het prijsverschil tussen bio en gangbaar vorig jaar kleiner. Dit wil niet zeggen dat bio goedkoper werd maar wel dat het gangbare product, in het algemeen, duurder werd in 2008. Voor onder andere bio-aardappelen en biokip werd het prijsverschil vorig jaar wel groter.
De volledige tekst met grafieken kunt u hier downloaden: http://www.pers.vlam.be/news/files/biobestedingen2008VP.doc
20 maart 2009 Op de omvang van de bedrijvigheid in de landbouw- en voedingssector heeft de kredietcrisis nauwelijks effect, maar doordat de sector sterk afhankelijk is van de export, is zij gevoelig voor verslechtering van de internationale economische situatie. Met name de vraag naar bloemen, bloembollen en een aantal zuivelproducten is gedaald. Dit concludeert LEI Wageningen UR in een actualisering van het in december gepubliceerde rapport ‘Raakt de kredietcrisis de agrosector?’.
De export naar het Verenigd Koninkrijk en Oost-Europa gaat moeizamer dan in voorafgaande jaren. De gemiddelde betalingstermijn in de internationale handel loopt op en verzekeringen en financieringen worden minder snel gegeven. Hierdoor moeten handelaren hun bedrijfsrisico’s beperken en loopt de handel terug. In dit opzicht is de markt van agrarische producten kwetsbaar; al bij een geringe daling van de vraag dalen de prijzen sterk, omdat veel boeren niet in staat zijn op korte termijn hun productieniveau aan te passen.
Tegenover deze negatieve ontwikkelingen staat dat de sector in de komende tijd kan profiteren van de lagere prijzen voor brandstof, veevoeders en kunstmest
Voedingsindustrie
In de voedings- en genotmiddelenindustrie en bij de Nederlandse supermarkten is nog weinig te merken van de economische tegenwind. De omzet van de supermarkten was in januari 2009 zelfs 6% hoger dan in januari 2008. De huidige stabiliteit in de verwerking van agrarische producten heeft te maken met het aanbod, dat niet op korte termijn beïnvloed wordt door de economische omstandigheden.
Inkomens; beeld per sector
De melkveehouderij zal na twee redelijk goede jaren met een forse daling van het inkomen worden geconfronteerd. Weliswaar zal dit leiden tot een productiedaling waardoor de druk op de prijzen weer afneemt, maar de momenteel zeer sterke daling van de prijzen van melk en zuivelproducten is zorgelijk.
Voor de varkens- en de pluimveehouderij lijken de lagere voerkosten een inkomensverbetering mogelijk te maken. Gezien de gevoeligheid van de prijzen van de producten voor veranderingen in de internationale vraag is terughoudendheid hier echter geboden.
Van het inkomen voor 2009 in zowel akkerbouw als tuinbouw is nog geen beeld te geven. Veel gewassen moeten nog worden ingezaaid of gepoot en het is niet te zeggen wat de invloed zal zijn van de weersinvloeden op de opbrengsten.
De kredietcrisis lijkt vooral nadelige gevolgen te hebben voor de bloembollensector, die zeer sterk afhankelijk is van export naar de Verenigde Staten. Ook voor de snijbloementeelt zijn de verwachtingen somber. Voor het eerst sinds de jaren zestig is de waarde van de Nederlandse export van bloemen en planten gedaald.
Ook in de visserij wordt de kredietcrisis gevoeld. Prijzen van tong en schol zijn sinds begin 2009 dramatisch gedaald. Klanten betalen later en verschuiven de inkoop naar die van goedkopere visproducten, vooral op de cateringmarkt.
Problemen rond financiering
De Nederlandse land- en tuinbouw is kapitaalintensief. Vooral glastuinbouw en intensieve veehouderij worden met vreemd vermogen gefinancierd. Een deel van de bedrijven, met name in de sierteelt, zit onder de kritische grens van 25% eigen vermogen. Voor deze bedrijven wordt het lastiger om investeringen in innovatie en duurzaamheid gefinancierd te krijgen. Hetzelfde kan gelden voor intensieve veehouderijbedrijven wanneer het bedrijfsresultaat langere tijd, soms al enige jaren, matig tot slecht is en er investeringen gedaan moeten worden in het kader van bijvoorbeeld dierwelzijn.
Voor de grondgebonden bedrijven is de solvabiliteit veelal voldoende, maar financiers richten zich steeds meer op de cash flow van het bedrijf en dat zal voor melkveebedrijven, gezien de daling van de melkprijzen, een probleem opleveren.
19 maart 2009 Consumenten komen graag op een Food & Fun boerderij omdat het ze een goed gevoel geeft. Consumenten hebben wel een eigen beeld van wat de boerderij is, ingegeven door nostalgische beelden. Agrarisch ondernemers kunnen de beelden die consumenten hebben deels gebruiken bij het vermarkten van hun producten en diensten. Daarnaast moet men streven naar een realistischer beeld bij de consument. Dat concludeert de Animal Sciences Group van Wageningen UR, in haar onderzoek in opdracht van de themawerkgroep Multifunctionele Landbouw en directe verkoop en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit (LNV).
Bij consumenten roept de Food & Fun boerderij positieve gevoelens op, waarbij het gevoel van buitenleven en rust, het contact met dieren en educatieve aspecten voor kinderen belangrijk zijn. Een bezoek aan de boerderij vindt plaats omdat men persoonlijke voordelen ziet: voorop staan gezondheid (Food) en genieten van de ruimte en de dieren (Fun).
Multifunctionele landbouw komt voor op gangbare en biologische bedrijven, maar relatief vaker op biologische. Opvallend is dat consumenten ervan uitgaan dat de boerderij die zij bezoeken biologisch is, vooral als het bedrijf hen een goed gevoel geeft. Ook denken zij dat vaak kleinschalige bedrijven – om het hoofd boven water te houden – Food & Fun activiteiten hebben. Verder mag de boerderij geen commerciële uitstraling hebben, is het belangrijk dat er dieren zijn, dat de boer(in) op het bedrijf woont en zichtbaar is, dat er aan de boerderij gerelateerde producten en diensten worden verkocht en het een open bedrijf is waar je hartelijk wordt ontvangen.
Oase van rust
Met de oprichting van de Taskforce Multifunctionele Landbouw heeft de overheid deze sector duidelijk neergezet en geaccentueerd. Veel agrarisch ondernemers willen iets doen aan de groeiende kloof tussen stad en land en zijn begonnen met multifunctionele landbouw. De activiteiten variëren van agrarische kinderopvang, productie en verkoop van streekproducten, educatie, recreatie tot agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De landbouw lijkt een manier te hebben gevonden om een oase van rust te zijn in een maatschappij waarin mensen vervreemd raken van de natuur.
‘Food & Fun op de boerderij’ heeft gekeken naar deze oase van rust vanuit het perspectief van de klant. Hoe beleven consumenten multifunctionele biologische landbouw? Via focusgroepen zijn consumenten van ‘Food & Fun’ boerderijen bevraagd over hun perceptie bij het doen van activiteiten en het kopen van producten op deze bedrijven.
Gratis downloaden
Rapport 177 ‘Food & Fun op de boerderij. Consumentenpercepties – Hoe beleven consumenten multifunctionele ‘biologische’ landbouw’ kunt u gratis downloaden via bovenstaande link.
Bewijs is er niet, maar de beschikbare gegevens wijzen in één richting: de aanwezigheid van een biologische aardappelteler in de nabije omgeving leidt tot een toenemend gebruik van bestrijdingsmiddelen om phytophthora onder de knie te houden.
Het populair wetenschappelijk tijdschrift NWT onderzocht de situatie in de Flevopolder en komt tot de conclusie dat de aanwezigheid van biologische akkerbouw niet leidt tot minder bestrijdingsmiddelengebruik, maar juist tot een toename daarvan.
Illustratief is de ervaring van akkerbouwer Tonko Tonkes die zowel in Zeewolde als in de Noordoostpolder aardappelen teelt. Op het perceel in Zeewolde, waar biologische telers in de buurt zijn, heeft hij twee keer zoveel bespuitingen tegen phytophthora moeten uitvoeren, dan in de Noordoostpolder, waar geen biologische collega's in de nabijheid zijn.
Hij spuit niet alleen vaker, hij gebruikt ook meer bestrijdingsmiddelen. NWT stelt op basis van gegevens van leveranciers en gangbare telers dat in de buurt van biologische bedrijven wel 20 procent meer bestrijdingsmiddel wordt gebruikt op de belendende percelen.
Omdat 3,3 procent van de teelt in Flevoland biologisch is, wordt op 96,7 procent van het areaal meer bestrijdingsmiddel gebruikt, constateert het blad.
De Vakgroep Biologische Landbouw LTO/Biologica kan geen oordeel vellen over de gebruikte cijfers. Dat gangbare telers uit voorzorg meer bestrijdingsmiddel zouden gebruiken dan nodig is omdat ze een besmetting vrezen, heeft vakgroepsecretaris Sjors Willems ook wel gehoord.
"Bestrijding van phytophthora is een gemeenschappelijk belang en dus hebben gangbare en biologische telers afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een verordening", zegt Willems. "Biologische telers passen preventieve maatregelen toe en zorgen er voor dat de dreiging vanuit een biologisch perceel zo klein mogelijk is, ondermeer door vruchtwisseling en de keuze van sterke rassen."
De Soil Association, de belangrijkste organisatie voor de biologische landbouw in Groot-Brittannië, wil uiteindelijk toch geen tijdelijke versoepeling van de regels voor biologisch veevoer.
Volgens de associatie leidt dit namelijk tot te veel verwarring bij de consument. Veel Britse biologische veehouders willen tijdelijk gangbaar veevoer gebruiken omdat dat goedkoper is.
Op die manier hopen ze het hoofd boven water te houden nu de vraag naar biologische voedingswaren duidelijk inzakt. De Soil Association voelde oorspronkelijk wel voor het idee, maar laat dat nu weer varen.
Vaak werd daarbij de vrees geuit dat de integriteit van de voorwaarden van de Soil Association in het gedrang zou komen. "Ook uitten velen zorgen over de mogelijke gevaren voor het vertrouwen bij de consument. Wat de biologische veehouders zou kunnen helpen, kan schade doen aan de biologische veevoermarkt en aan de akkerbouwers die daaraan leveren," verwoordt de organisatie.
Volgens voorzitter Anna Bradley van de commissie voor de standaarden zijn die twijfels terecht. "De Soil Association is er van overtuigd dat de eisen op een hoog niveau moeten blijven en we er ook strikt de hand aan moeten houden."
Unilever komt met biologische producten op de markt. Het levensmiddelenconcern begint met drie biologische maaltijdmixen, bijvoorbeeld voor spaghetti bolognese.
Dat meldt Unilever-woordvoerder Floor van Bruggen in het AD. De producten met EKO-keurmerk worden gelijktijdig in Nederland en Duitsland geïntroduceerd. Twee jaar geleden zag het concern nog geen brood in de biologische markt. 'Consumenten geven nu aan, dat zij graag biologisch willen. Als de bio-mixen aanslaan, gaan we ook kijken bijvoorbeeld soepen en pastasauzen.'
Klap aan huismerk
Merkendeskundige Paul Moers noemt de stap van Unilever 'een klap terug aan de Albert Heijn's en Tesco's van deze wereld'. Onder huismerk wordt al op grote schaal biologisch verkocht. A-merkfabrikanten blijven hierin wat achter. 'Unilever heeft vast goed gekeken naar het succes van Albert Heijn. AH heeft een succesvol eigen biologisch merk opgebouwd. De consument van nu is geïnteresseerd en bereid wat meer te betalen voor duurzaamheid. Ik denk ook niet, dat eventueel dalende bestedingen als gevolg van de economische crisis de trend naar duurzaam zal tegenhouden.' Het Unilever-initiatief kan zich als een olievlek uit gaan breiden, denkt Moers: 'Als Unilever gaat bewegen, gaan er meer bewegen. Dan gaan de Heinzen van deze wereld ook nadenken.'
Biologisch en gemak
Biologica-directeur Peter Jens noemt het besluit van Unilever 'heel interessant'. 'Zij knopen met de maaltijdmixen biologisch aan gemak vast gemak voor de gewone consument die bewust wil leven. Unilever daagt hiermee óók de biologische consument uit. Want die is ook geïnteresseerd in gemaksvoedsel, maar laat zich niet gauw vervreemden van voedsel door bijvoorbeeld poeders. De ingrediënten van kant-en-klaar moeten voor hem herkenbaar zijn. Maar in elk geval: hoe meer mensen over de biologische streep getrokken worden, des te beter.'
Alle informatie voor landbouwinnovatie vanaf nu beschikbaar
10 maart 2009 Provincie Overijssel lanceert brochure en website ‘Agro Innovatie in beeld’
Agrarische ondernemers in Overijssel die willen innoveren kunnen sinds kort alle informatie over subsidies, innovatievouchers, kennisinstellingen en adviseurs vinden op de nieuwe website innovatie in beeld Naast de website is ook een brochure uitgebracht. De brochure en website zijn op initiatief van de provincie Overijssel ontwikkeld door Stimuland.
In de brochure en op de website worden vijf inspirerende verhalen van agrarische ondernemers die een innovatieproces hebben doorlopen aangevuld met praktische informatie over kennisinstellingen, subsidies en andere mogelijkheden voor ondersteuning.
Een van de mogelijkheden voor ondersteuning is een agro-innovatievoucher van de provincie Overijssel. Dit is een soort waardebon waarmee een agrariër kennis kan inkopen. Hierdoor kunnen heel verschillende vragen worden beantwoord. Alle agrariërs met innovatieve ideeën zoals nieuwe producten, productiemiddelen, milieumaatregelen of bedrijfsconcepten komen in aanmerking voor een voucher.
De provincie Overijssel hecht veel waarde aan een concurrerende, gezonde landbouwsector in een mooi landschap. Daarnaast zal de sector moeten reageren op de maatschappelijke vraag naar verduurzaming en kwaliteitsverbetering. Innovatie is hiervoor essentieel. Beschikbaarheid van informatie en inspirerende voorbeelden zijn van groot belang om innovaties in gang te zetten.
Een nieuw landbouwmodel, sleutel voor een duurzaam samenlevingsmodel
05 maart 2009
Agro-ecologie, een antwoord op de crisis
‘Velen, president Obama op kop, hebben het over een New Green Deal als antwoord op de crisis. Ze verwijzen dan naar projecten voor groene energie en naar groene jobs. Dat is prima, maar niemand heeft het over het landbouwmodel en de manier waarop we in ons voedsel voorzien. Dat zou eveneens onderdeel moeten zijn van zo’n New Green Deal.’ Dat stelde Europarlementslid David Hammerstein gisteren op de conferentie “Duurzame landbouw, een vernieuwend paradigma”.
In de aanloop naar een herziening van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid wordt er deze maanden in de EU-vertrekken heel wat gedebatteerd over dat landbouwmodel. Onderwerpen zoals biobrandstoffen, GGO’s en landbouwsubsidies zijn maar enkele van de hete hangijzers. De conferentie van gisteren stelde het model zelf ter discussie, en dit aan de hand van het zogenaamde IAASTD, International Assessment of Agricultural Knowledje, science and Technology for Development, het gezaghebbende rapport dat vorig jaar in april verscheen.
Het failliet van de grootschalige landbouw
Hans Herren, co-directeur van het IAASTD: ‘De financiële crisis heeft de wereld door elkaar geschud. Maar eigenlijk zijn alle crisissen – de ecologische en klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis, de voedselcrisis en de financiële crisis- met elkaar verbonden. We moeten dan ook op zoek gaan naar wat er fundamenteel fout zit.’ Volgens Herren heeft het grootschalige industriële landbouwmodel afgedaan. Het is geen antwoord meer op de problemen van vandaag. ‘We hebben steeds meer voedsel geproduceerd, maar het aantal mensen dat honger lijdt, stijgt. De Groene Revolutie heeft meer problemen gecreëerd dan het heeft opgelost. Vandaag stellen we de kostprijs vast van dit model: waterschaarste, bodemuitputting, verlies aan biodiversiteit en een zware bijdrage aan de globale opwarming. Bovendien stellen we vast dat de armoede groeit, vooral bij arme mensen die leven van de landbouw, de gezondheidsproblemen groeien en de ongelijkheid in handel van landbouwproducten neemt ook toe.’
Het IAASTD-rapport, dat heel binnenkort in boekvorm verschijnt, wil een antwoord formuleren op al die problemen. Het rapport is het resultaat van een breed onderzoek, waaraan 520 auteurs uit Noord en Zuid aan meewerkten. Dat onderzoek kwam er op initiatief van de VN maar werd grotendeels gefinancierd door Croplife International, een federatie van zaadbedrijven. Croplife en ook Syngenta verlieten het onderzoek in de loop van het proces, omdat ze het niet eens waren met de standpunten omtrent biotechnologie. Hans Herren: ‘Wij hebben ons nooit radicaal uitgesproken tegen ggo’s. Wij maken wel een duidelijk onderscheid tussen moderne biotechnologie en de toepassing van ggo’s. Als we kijken naar de realiteit, zien we dat de toepassing van ggo’s in de landbouw geen enkel probleem heeft opgelost: het is geen antwoord geweest op armoede, honger, ondervoeding, gezondheidsproblemen of milieu. Het heeft misschien wel bedrijven rijker gemaakt. Een tweede reden waarom we ons kritisch uitlaten over ggo’s in de landbouw is dat ze het genetische spectrum verengen. Ze stimuleren een landbouw die minder genetisch gevarieerd is, en dat is een verarming en een verzwakking van het landbouwmodel.’ Ook de VS, Canada en Australië distantieerden zich van het rapport en weigerden het te ondertekenen. Duitsland, dat bij de lancering van het rapport in april de ondertekening misliep, gaat dit nu wel doen omdat het zich schaart achter de aanbevelingen van het rapport. Ook een speler van formaat als Brazilië, ondertekende het rapport.
Minder is meer
Die aanbevelingen gaan in de richting van agro-ecologie en organische landbouw. Herren: ‘De praktijk wijst uit dat die aanpak een hoger rendement geeft wanneer je naar het hele bedrijf kijkt, dat het beter is voor de bodem en een reëel antwoord kan zijn op honger en armoede, verlies van biodiversiteit en klimaatopwarming.’
Mensen terug naar het platteland halen, het platteland terug aantrekkelijk maken en boeren volwaardig vergoeden voor het voedsel dat ze produceren en voor het onderhouden van het landschap en de ecosystemen, dat is de weg van de toekomst, volgens Herren.
Toren van Babel
Om zo’n aanpak voor de toekomst te ontwikkelen, zou er ook geld moeten vrijgemaakt worden voor onderzoek en ontwikkeling op het domein van agro-ecologische landbouw, argumenteerden de sprekers van de conferentie. Stephan Albrecht, van de Federatie van Duitse Wetenschappers stelde in die zin: ‘We zijn aangekomen bij een nieuwe Toren van Babel. Wetenschap en technologie hebben ons heel ver gebracht. We zijn in staat om ongeveer alles te ontwikkelen of te produceren. Het probleem is: we slagen er niet meer in om door de grote fragmentatie het geheel nog te zien. Alle segmenten zijn zo uit elkaar gedreven, dat we er niet meer in slagen ze samen te brengen en het geheel te overzien. De problemen waar we vandaag mee geconfronteerd worden, hebben betrekking op het hele systeem, dus de antwoorden moeten we ook op dat niveau zoeken. Er is meer onderzoek en ontwikkeling nodig, maar geënt op de concrete realiteit en op de prangende problemen van vandaag en met oog voor het geheel.’
De meeste gewassen zijn gevoeliger voor een overdosis natrium dan voor een overmaat aan chloride. In het Nederlandse verziltingsdebat krijgt chloride echter alle aandacht. De schadelijke rol van natrium wordt niet of nauwelijks onderkend. Onderzoek van de wetenschappelijke nieuwsbrief Beneficial nutrients news heeft dit aan het licht gebracht.
In verzilte gebieden ondervindt de land- en tuinbouw meer schade van natrium dan van chloride. De meeste gewassen reageren namelijk scherper op een overmaat aan natrium, dan op eenzelfde overdosis chloride in het bodemvocht. Een teveel aan natrium is bovendien slecht voor de structuur van klei- en zavelgronden. Natrium verdringt namelijk het calcium van de kleideeltjes waaruit deze gronden zijn opgebouwd. De gezonde kaartenhuisstructuur van de kleideeltjes stort daardoor in elkaar. Het gevolg is een slechtere gewasgroei. Klei en zavel zijn de dominante grondsoorten in de akker- en tuinbouwgebieden die door verzilting worden bedreigd. Het is daarom opmerkelijk dat chloride veruit de meeste aandacht krijgt in het Nederlandse verziltingsdebat. Voor de kwalijke rol van natrium is hoegenaamd geen aandacht, zo blijkt uit onderzoek van de wetenschappelijke nieuwsbrief Beneficial nutrients news (zie www.silicon-nutrition.info). In sommige studies over de gevolgen van de verzilting voor de Nederlandse land- en tuinbouw blijven de schadelijke effecten van natrium zelfs ongenoemd. Zodoende blijven ook specifieke maatregelen tegen natriumschade buiten beeld. Zo’n maatregel is bijvoorbeeld het gebruik van meststoffen die de kans op schade door natrium beperken.
Neem de biologische proef op de som. In het weekend van 6 en 7 juni bent u welkom bij 200 biologische boeren en tuinders. Om te kijken, te proeven en onvergetelijke indrukken op te doen. Lekker naar de boer!
De meeste consumenten weten wel wat biologisch betekent: lekker natuurlijk. Vee wordt diervriendelijk gehouden en groenten en fruit geteeld zonder kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen. Met het vakmanschap en de goede zorgen van de boer of tuinder als belangrijkste instrument. Maar dat alles maakt pas echt indruk als je het met eigen ogen hebt gezien en zelf hebt geproefd.
In het ‘Lekker naar de boer!’-weekend zorgen de boer en zijn gezin voor rondleidingen in de stal of op het land. Ze vertellen enthousiast wat er anders is aan biologisch boeren en welke mooie producten dat voortbrengt. Natuurlijk zijn er ook volop kinderactiviteiten, al zijn voor veel kinderen de lammetjes, kalfjes en de biggetjes een belevenis op zich!
Lekker op de fiets
Voor de sportieve boerderij-ganger zijn er speciale fietstochten, met langs de route boerderijen én restaurants om te proeven van het lekkers van het biologische platteland. Geniet van de landelijke sfeer, de geur van vers gemaaid gras en vervolgens van een ‘Lekker van de boer!-menu.
Juni is trouwens een echte biologische maand. Behalve boeren, tuinders en restaurants doen ook andere partijen hun best. In vele winkels, speciaalzaken en supermarkten zijn mooie aanbiedingen te vinden. En wie in juni de biologische boerderij bezoekt of een restaurant dat deelneemt aan de actie ‘Lekker van de boer!’ maakt kans op een ‘Boergondisch Feestmaal voor 2 personen: een smaakvol diner op het biologische boerenerf. Bij deelnemende boeren, restaurants en winkels is bovendien het gratis Lekker naar de boer! magazine te halen, vol informatie, ‘de-boer-op’ tips en lekkere recepten.
Kijk voor meer informatie én de adressen van deelnemende biologische bedrijven en restaurants op: http://www.lekkernaardeboer.nl
Lekker naar de boer! wordt georganiseerd door Biologica en de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw.http://www.lekkernaardeboer.nl
Greenpeace: Oostenrijk en Hongarije mogen gentech blijven weren
03 maart 2009
Vandaag verworpen Europese milieuministers het voorstel van de Europese Commissie dat lidstaten dwingt om de teelt van gentechgewassen op hun grondgebied toe te laten. Hongarije kan zijn ban op de teelt van gentechmaïs MON810 handhaven, evenals Oostenrijk dat MON810 en T25 maïs verbiedt.
“Dit is een grote overwinning voor het milieu, boeren en consumenten, die de Europese Commissie in verlegenheid brengt. Europese regeringen verwerpen voor de vierde keer een Commissievoorstel om bans van lidstaten op de teelt van gentech te verbieden. Waarom begrijpt de Commissie niet gewoon dat ‘Nee’ ook echt ‘Nee’ is?” zegt Herman van Bekkem, campagneleider gentech en duurzame landbouw bij Greenpeace.
De Oostenrijkse en Hongaarse wetenschappelijke autoriteiten hebben recentelijk nieuwe wetenschappelijke bewijzen op tafel gelegd die hun teelverbod onderbouwen en laten zien dat MON810 – de enige voor teelt in de EU toegelaten gentechmaïs – zorgt voor schade aan het milieu.
“Minister Cramer van VROM stemde in tegenstelling tot het overgrote deel van haar Brusselse collega’s in met het Commissievoorstel. T25, één van de twee maïssoorten die Oostenrijk van zijn akkers weert, is resistent gemaakt tegen het bestrijdingsmiddel glufosinaat. Het is opmerkelijk dat het verbod op T25 niet op steun kan rekenen van minister Cramer. Deze maïs is expliciet verbonden aan dit landbouwgif waarover onlangs in Brussel werd besloten het op termijn te verbieden wegens schade aan menselijke gezondheid. Het zou de milieuminister sieren als ze dat zou meewegen in haar beslissingen over gentech”, aldus Van Bekkem. Door planten resistent te maken tegen bestrijdingsmiddelen wordt op langere termijn meer gif gebruikt, bovendien worden gentechvrije boeren en consumenten bedreigd in hun keuzevrijheid.
Nieuw subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer per 2010
23 februari 2009
Er komt een nieuw subsidiestelsel voor natuur en landschapsbeheer (SNL) met één natuurtaal ter
vervanging van het huidige Programma Beheer. Uitgangspunt is en blijft dat beheer van natuur en
landschap goed wordt uitgevoerd. Het wordt een robuust stelsel met eenvoudigere (digitale)
procedures voor subsidieaanvraag, het beperken van de controle en gebiedsgericht maatwerk. Het
stelsel wordt per januari 2010 door de provincies geïntroduceerd en is in nauw overleg met de
beheerders opgesteld.
Stelsel en de modelverordening zijn ter vaststelling verzonden naar Gedeputeerde Staten van de
twaalf provincies. De modelverordening gaat leiden tot twaalf uniforme verordeningen zodat de
regels voor natuur- en landschapsbeheer overal gelijk zijn. De nieuwe verordening natuur- en
landschapsbeheer komt in de plaats van de provinciale Subsidieregelingen Natuurbeheer (SN) en
Agrarisch natuurbeheer (SAN) en maakt het mogelijk om regionale pakketten toe te voegen,
bijvoorbeeld voor landschapselementen zoals de ‘tuunwal’ op Texel. De financiering van deze
regionale pakketten is een provinciale verantwoordelijkheid. Voor het beheer van de EHS zijn al
rijksmiddelen beschikbaar uit het investeringsbudget landelijk gebied (ILG).
Het nieuwe subsidiestelsel is van kracht vanaf 1 januari 2010 en gaat uit van een eenvoudige
manier van aanvragen, zo weinig mogelijk regels, vertrouwen in de beheerder en minimale
administratieve lasten. Er komt één digitale kaart waarop per terrein staat aangegeven welk doel
en bijpassend beheer van toepassing is. Per hectare krijgen de beheerders dan een vast bedrag
voor het beheertype dat is aangevraagd. In totaal zijn er vanaf volgend jaar in heel Nederland ruim
zeventig beheertypen (één natuurtaal) voor natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer en
landschapsbeheer tezamen, zoals kruidenrijk grasland, hoogveen, beukenbos, houtwal en
hoogstamboomgaard.
De subsidieaanvraag kan digitaal ingediend en gewijzigd worden. De beheerder wordt straks
beoordeeld op het uitgevoerde beheer en niet meer op het behaalde resultaat. Een goed beheerder
of een groep beheerders krijgen een landelijk erkend certificaat. Hoe die certificering verloopt,
wordt nog uitgewerkt. De manier van werken is gebiedsgericht: provincies leggen de natuurdoelen
vast in natuurbeheerplannen in goed overleg met (agrarische) beheerders, waterschappen,
gemeenten en andere partijen in het gebied. Ook eventueel andere doelen in het gebied (zoals
milieu, water, landbouw en recreatie) wegen mee. De provincies zijn al gestart met het opstellen
van de natuurbeheerplannen die in verwachting in mei klaar zijn. In het najaar gaat de regeling
open en kunnen beheerders een aanvraag doen op basis van de nieuwe afspraken.
De Dienst Regelingen (DR) en de Dienst Landelijk Gebied (DLG) worden belast met de uitvoering
van het stelsel. De controle op het agrarisch natuurbeheer valt onder de Algemene Inspectiedienst
AID), volgens normen en richtlijnen van de provincies. De controle bij niet-gecertificeerde
natuurbeheerders voert DLG uit.
Stelsel en verordening zijn aangenomen onder voorbehoud van afspraken over financiering door
het rijk en goedkeuring door de Europese Commissie. Over de financiering van het oude naar het
nieuwe systeem vindt de komende tijd nader overleg plaats. Een commissie onder leiding van de
Groninger oud-gedeputeerde Van Dijk brengt hierover in maart een advies uit. De commissie is
ingesteld door minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en het Interprovinciaal
Overleg (IPO).
Het nieuwe stelsel is de afgelopen twee jaar opgesteld in nauw overleg met de provincies, het
ministerie LNV en de beheerders: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Provinciale
Landschappen, Federatie Particulier Grondbezit, Unie van Bosgroepen, Natuurlijk Platteland
Nederland, Natuurlijk Platteland West en LTO Nederland.
Voor meer informatie, tekst van het stelsel en een samenvatting zie www.vitaalplatteland.nu/snl.
Meer fiscaal voordeel voor kassen, minder voor stallen
23 februari 2009
Ondernemers kunnen in 2009 weer fiscaal voordelig investeren in duurzame kassen en stallen als zij gebruik maken van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil). De belastingaftrek voor duurzame kassen is verhoogd. Bovendien zijn de eisen versoepeld. De eisen voor duurzame stallen zijn gelijk gebleven. De belastingaftrek is iets lager dan in 2008. Dit blijkt uit de nieuwe Milieulijst die op 17 februari 2009 is gepubliceerd in de Staatscourant. De regelingen gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2009.
Op de Milieulijst staan alle milieu-investeringen die in aanmerking komen voor MIA en/of Vamil. Het Ministerie van VROM past de Milieulijst jaarlijks aan, zodat de lijst aan blijft sluiten bij de beleidsprioriteiten.
Kassen
Hoge energiekosten, lage opbrengstprijzen en de kredietcrisis zorgen ervoor dat de glastuinbouwsector minder ïnvesteert in Groen Label Kassen. Daarom heeft het College van Deskundigen de eisen voor koolwaterstofemissie, regenwateropslag en de drempelwaarde in het energiecertificaat versoepeld. Daarnaast is het MIA-voordeel omhoog gegaan naar 40 procent en vervalt de aftopping voor de Vamil.
Stallen
De criteria voor de Maatlat Duurzame Veehouderij zijn ongewijzigd gebleven. Momenteel bereidt SMK een herziening van het certificatieschema voor. Verwacht wordt dat de nieuwe criteria nog dit voorjaar worden toegepast. In afwachting van het nieuwe certificatieschema is het MIA-voordeel verlaagd van 40 naar 30 procent.
Biologische kassen en stallen
De nieuwe Milieulijst biedt meer fiscale aftrekmogelijkheden voor biologische teelt in kassen. Daarnaast is er extra MIA\Vamil voordeel voor biologische stallen die voldoen aan het Besluit Ammoniakemissie Huisvesting Veehouderij.
MIA en Vamil
MIA en Vamil zijn fiscale stimuleringsregelingen van de ministeries van VROM en Financiën. Milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor beide regelingen, of voor één van de regelingen. Via de MIA kunnen ondernemers tot 40 procent van de investeringskosten voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel aftrekken van de fiscale winst. Met de Vamil kunnen bedrijven zelf bepalen wanneer ze de investeringskosten van een bedrijfsmiddel afschrijven. Dat levert een liquiditeits- en rentevoordeel op. SenterNovem voert de MIA en Vamil uit.
Meer informatie?
Wilt u meer weten over MIA\Vamil, kijk dan op www.senternovem.nl/miavamil. Via deze site kunt u zich tevens abonneren op de digitale MIA\Vamil nieuwsbrief. Op werkdagen tussen 8.30 uur en 12.30 uur kunt u contact opnemen met de helpdesk MIA\Vamil, telefoon (038) 455 34 80 of mailen naar miavamil@senternovem.nl .
Duurzaam geteelde bloemen en planten hebben toekomst
19 februari 2009
Duurzaam geteelde bloemen en planten hebben toekomst. Zowel handelaren, telers als bloemisten zien mogelijkheden voor bloemen en planten die duurzaam geteeld zijn. Dat komt mede door het feit dat de groep klanten die duurzaam geteelde bloemen en planten wil hebben toeneemt. Tot de afnemers van deze producten behoren vooral partijen die een maatschappelijk verantwoorde bezig willen zijn.
Daaronder vallen onder meer milieubewuste particulieren, overheidsinstellingen, ideële organisaties en andere bedrijven. Volgens bloembindster Maria de Groot van Bloemkracht 8 in Bunnik zal de vraag naar biologisch geteelde bloemen blijven groeien door de toenemende interesse voor verantwoord en duurzaam ondernemen. De Groot is van mening dat biologisch geteelde bloemen op de balie, in vergaderzalen en directiekamers de duurzame bedrijfsfilosofie van een bedrijf zichtbaar kan maken aan medewerkers, klanten en relaties.
Bloemisten werken zelf ook graag met biologisch geteelde bloemen. Volgens De Groot ogen de bloemen natuurlijker en lijkt het of ze meer stralen. Het enige nadeel aan biologisch geteelde bloemen is dat er een sterke seizoensafhankelijkheid is. Verder is het aanbod aan biologische bloemen nog te klein zodat niet voldoende ingespeeld kan worden op de toenemende vraag.
19 februari 2009 Biologische varkensbedrijven die de energiekringloop willen sluiten, kunnen het energieverbruik bij de gewasteelt compenseren door energieproductie. Dit is goed mogelijk via mestvergisting. Met het biogas zijn elektriciteit en warmte op te wekken. Bijkomend voordeel is dat meer biologische mest ontstaat. Voor een rendabele mestvergistingsinstallatie zijn een grote omvang, de inzet van coproducten en een goede warmtebenutting noodzakelijk.
Bij mestvergisting zetten bacteriën een deel van de organische stoffen om in methaangas en verder vooral kooldioxide. Voor een optimaal proces is een goed afgesloten mestvergister en een temperatuur van ongeveer 37°C nodig. Om de opbrengst van mestvergisting te verhogen, is de inzet van coproducten gewenst. Dit kan via samenwerking met (biologische) akkerbouwers die gewasresten zoals bijvoorbeeld bietenblad en dergelijke leveren. De juiste verhouding tussen mest en de verschillende soorten coproducten is van groot belang. Het vergt ervaring en inzicht in de mestvergisting om dit goed te sturen. Op een biologisch varkensbedrijf is altijd vaste mest en drijfmest aanwezig. Dit betekent dat naast een pomp die de drijfmest naar de vergister brengt, ook een doseerinrichting voor de vaste mest nodig is. Deze doseereenheid kan dan tegelijk voor vaste coproducten worden gebruikt. Het eindproduct van de mestvergisting (digestaat) blijkt een prima biologische organische, stabiele meststof. Het digestaat zou kunnen worden gescheiden in een dikke fractie (fosfaatrijk) en een dunne fractie (stikstofrijk), waardoor gerichte bemesting beter mogelijk is. Bijkomende milieuvoordelen van mestvergisting zijn minder uitstoot van methaangas (broeikasgas) en kooldioxide die anders bij elektriciteitsproductie elders vrij zou komen.
Biogas is bruikbaar als voertuigbrandstof. Ook is het mogelijk om biogas af te voeren naar het aardgasnet en zijn er lokale plannen om een apart transportnet voor biogas op te zetten. Zolang er geen goede directe afzetmogelijkheden zijn voor biogas, blijft elektriciteit opwekken met een gasmotor de meest voor de handliggende keuze. Het biogas gaat naar een gasmotor die biogas omzet in 40 procent elektriciteit en 60 procent warmte (Warmte Kracht Koppeling). Sinds dit jaar geldt hiervoor de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE-regeling). De kostprijs voor biogasproductie zou omlaag kunnen door efficiënt gebruik van restwarmte door bijvoorbeeld te leveren aan een nabijgelegen tuinbouwkas.
Meer informatie: Hendrik Jan van Dooren, ASG van Wageningen UR, hendrikjan.vandooren@wur.nl
Klik hier voor het bioKennisbericht ‘Mestvergisting past goed in energiekringloop’
De verkoop van natuurlijke verzorgingsproducten steeg in 2008 met 15 procent, dat blijkt uit Amerikaans onderzoek. In deze economisch moeilijke tijden is dat heel uitzonderlijk.
Uit het onderzoek bleek dat vooral in Duitsland natuurlijke cosmetica populair zijn, maar ook in Engeland en Frankrijk scoren deze producten goed. Als mensen natuurlijke make-up kopen, kiezen ze voor producten met een certificaat. Crèmes of make-up die slechts 'geïnspireerd zijn op de natuur', werken niet. De onderzoekers verwachten dat voor 2009 de interesse voor natuurproducten nog meer zal stijgen, meldt styletoday.nl.
Natuurlijke cosmetica hebben het voordeel beter voor het milieu en je huid te zijn. Maar deze producten hebben ook een negatief kantje: natuurlijke ingrediënten zijn duurder dan hun synthetische tegenhangers. De prijs ligt vaak 20 procent hoger. Verder ontdekten de onderzoekers dat ook grote beautymerken op de biologische kar springen, ze gaan steeds meer met natuurlijke ingrediënten experimenteren.
12 februari 2009 Uit onderzoek blijkt dat kruiden ingezet kunnen worden ter bevordering van de gezondheid van dieren - waardoor mogelijk minder antibiotica kunnen worden gebruikt. Het onderzoek, Fyto-V, werd uitgevoerd in het kader van innovatienetwerk Bioconnect, dat door Biologica wordt gefaciliteerd. Opdrachtgever was het Ministerie van LNV i.s.m. Bioconnect. Minister Verburg stelt 7 ton beschikbaar voor vervolgonderzoek.
RIKILT, het Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen UR, voerde het onderzoek uit, samen met enkele andere onderzoeksinstellingen in het kader van het Fyto-V project, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Bioconnect. Het onderzoeksrapport is inmiddels aangeboden aan de Tweede Kamer. Zie voor de website van het project: www.fytov.nl.
Resultaten
De resultaten van het onderzoek, dat vanuit de biologische sector werd geinitieerd, zijn ook van belang voor de gangbare veeteeltsector. In een begeleidende brief aan de Tweede Kamer dd 28 januari zegt Minister Gerda Verburg dat het onderzoek meerdere bruikbare producten heeft opgeleverd: een zeer uitgebreide database met kruidenproducten die publiekelijk toegankelijk is, methoden voor kwaliteitsanalyses van kruidenproducten, een inventarisatie van wetten en regelingen die in dit kader van belang zijn, en een onderwijsmodule over kruidenpreparaten en het gebruik ervan.
Van de producten die in het kader van het Fyto-V project zijn onderzocht bleek de kwaliteit in het algemeen betrouwbaar en kon de geclaimde werking met de resultaten uit de laboratoriumproeven en/of dierstudies in enkele gevallen aannemelijk worden gemaakt.
Belangrijke middel verduurzamen hele veehouderij
Minister Verburg stelt in haar brief dat er een vervolg nodig is om de kansen van dit vakgebied te kunnen benutten. De Minister heeft daarvoor 7 ton beschikbaar gesteld, een deel van het budget van 3 miljoen dat zij beschikbaar stelde voor de zoektocht naar alternatieven voor antibiotica. Fytotherapie kan volgens Bioconnect een belangrijk middel worden voor het verduurzamen van de hele veehouderij. De middelen zijn er, de kwaliteit is goed, en er is veel interesse van veehouders en mengvoederindustrie.
Vervolgtraject
Kruiden worden nog niet op grote schaal toegepast. Dit heeft vooral te maken met het ontbreken van een duidelijke wetgeving voor kruidenpreparaten voor de veehouderij. In het rapport ‘Fyto-V’ staan aanbevelingen voor aanpassing van de wet- en regelgeving. In een vervolgproject is aandacht nodig voor regelgeving, samenwerking in EU-verband, en het transparant maken van feiten over samenstelling en werkzaamheid. Harde claims zijn moeilijk te onderbouwen, maar er zijn mogelijkheden om op grotere schaal praktijkproeven uit te voeren om de werkzaamheid en effecten in beeld te brengen.
Fyto-V
De voornaamste doelstelling van Fyto-V is om meer kennis te verzamelen over werkzame kruidenpreparaten voor de biologische veehouderij. In het Fyto-V project werkt RIKILT samen met de Faculteit Diergeneeskunde, het onderzoeksinstituut PhytoGeniX op de Universiteit Utrecht, de Animal Sciences Group van Wageningen UR, het Instituut voor Etnobotanie en als de Animal Science GroupZoöfarmacognosie, het Louis Bolk Instituut en de HAS Den Bosch.
Adviezen voor soepele overgang van dracht naar lactatie
12 februari 2009 Een soepele overgang van dracht naar lactatie kan bij biologische zeugen leiden tot een betere voeropname, een hogere melkgift, minder kans op uierontsteking en een betere start voor de biggen. Wageningen UR heeft samen met de Vereniging van Biologische Varkenshouders, ForFarmers en Reudink Biologische Voeders hiervoor adviezen opgesteld. Deze zijn gepubliceerd in een bioKennisbericht.
Overschakelen van dracht- naar lactovoer
Zeugenhouders kunnen zeugen het beste 5 à 7 dagen voor werpen verplaatsen van de dracht- naar de kraamstal en dan overschakelen van dracht- naar lactovoer. Zeugen zijn dan al gewend aan het lactovoer voordat het werpproces begint.
Om verstopping bij hoogdrachtige zeugen te voorkomen, is doorvoeren op hetzelfde voerniveau gewenst. Alleen bij stuwing op het uier voor werpen is verlaging van de voergift aan te bevelen, maar nooit minder dan 2,5 kg per dag.
Het is belangrijk dat de grondstoffen in het dracht- en lactovoer op elkaar zijn afgestemd.
Bij een hoog voerschema in de dracht in combinatie met weidegang en ruwvoerverstrekking, is de kans groot dat zeugen een te dikke speklaag hebben als ze naar de kraamstal gaan. De fokkerijgroepering kan adviseren over de gewenste spekdikte.
Na het werpen geldt algemeen om de voergift niet te snel te verhogen, omdat hierdoor de voeropname flink kan terugvallen.
Maatregelen in kraamstal
De ideale ruimtetemperatuur in de kraamstal ligt tussen 16 en 20 graden Celsius. Voorkomen moet worden dat de zeug op de roosters of op de uitloop gaat werpen.
Rond en na het werpen is een schoon en droog kraamhok belangrijk.
Beweging voor zeugen na het werpen is belangrijk.
Om (pasgeboren) biggen voldoende warm te houden, is een biggennest met voldoende (schoon en droog) stro, een biggenlamp, vloerverwarming en/of een onderkruip noodzakelijk.
Een schone voerbak en vers voer zijn vereist.
Zeugen moeten na het werpen voldoende drinkwater kunnen opnemen dat vers en kwalitatief goed is. Een goed bereikbare drinknippel met voldoende hoge wateropbrengst zorgt voor een hogere wateropname. Indien nodig kan in de eerste dagen na werpen handmatig extra water worden geven, nadat het voer is opgenomen of restvoer uit de trog is verwijderd.
Tot slot zijn de drie R’s (rust, reinheid en regelmaat) en de twee V’s (vaak en vers) belangrijk om te onthouden.
Meer informatie: Carola van der Peet-Schwering, ASG van Wageningen UR, carola.vanderpeet@wur.nl
Klik hier voor het bioKennisbericht 'Voer- en verplaatsingsstrategie dragen bij aan soepele overgang van dracht naar lactatie'.
Het biologische geitenbedrijf van Johan en Ida Platerink uit Laren (Gelderland) heeft een borstel voor de geiten geïnstalleerd. Die hadden namelijk last van een schilferige huid. Naast het algemene welzijnsaspect was dit de reden tot aanschaf over te gaan. De huidproblemen zijn sterk verbeterd, de vacht ziet er heel goed uit en de geiten vinden het heerlijk. Platerinks bedrijf heeft met deze borstel een primeur.
Draaiende borstel
De borstel draait tijdens het melken continu. De gemolken geiten lopen via de borstel terug naar de stal. Platerink: “De borstel draait ter voorkoming van kaalvreten. Koeien hebben een vaste borstel, maar bij geiten kan dat niet. De geiten zijn heel enthousiast. Het is een drukte van belang bij de borstel, ze gaan er na het melken op een drafje naartoe. Een prachtig gezicht! De borstel bestaat uit twee delen en draait zowel horizontaal als verticaal. Ze kunnen er dus onder staan zoals ze willen, met name bij jeuk is dat erg fijn voor ze. Kortom: een waardevolle toevoeging voor ons bedrijf”.
Meer informatie: Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut, N.vanEekeren@louisbolk.nl
Klik hier voor beelden van de geitenborstel.
12 februari 2009 Phytophthoraleed bij biologische aardappelen kan worden beperkt door gewasvervroeging. Hier de drie belangrijkste tips:
Goed voorkiemen zorgt voor een vroegere gewasopbrengst. Agria is het belangrijkste biologische ras, maar Agria is niet vroeg. De groei van dit gewas vervroegen kan door het pootgoed minimaal zes weken voor het poten een week goed op te warmen (warmtestoot) en de kiempjes vervolgens goed af te harden met buitenlicht. Ook bij andere rassen is voorkiemen natuurlijk aan te bevelen.
Grotere poters gebruiken is ook gunstig voor een vroeger gewas. Ze zijn meer beschikbaar na de goede groei in 2008. Ze kunnen wat ruimer gepoot worden, bijv. op 40 in plaats van 30 cm in de rij. Nadeel van grotere poters is meer kans op moederknollen tijdens het oogsten, maar dit nadeel weegt niet op tegen het voordeel van een hogere opbrengst.
Zorgen voor voldoende beschikbare stikstof in de grond zodra het gewas 10 cm hoog is. Zodra het gewas zo ver ontwikkeld is, is een snelle veldvulling met loof nodig om maximaal van het zonlicht te profiteren. Gebrek aan opneembare voedingstoffen mag dan geen beperking zijn.
Meer informatie: Kees Bus, PPO van Wageningen UR, kees.bus@ppo.nl
11 februari 2009 Een biologische kassenteler neemt het voortouw in energiebesparing in de glasgroentesector. Begin maart neemt de familie Jonker uit 's-Gravenzande haar hypermoderne GeslotenKas(R) in gebruik. Daarmee is het bedrijf de eerste teler met een volledig grondgebonden en biologische teelt die geen gasaansluiting meer nodig heeft. Arno Jonker is lid van de productwerkgroep Glasgroenten, gecoordineerd door Biologica in het kader van kennisnetwerk Bioconnect.
Door de kas volledig te verwarmen met zonne-energie wordt een energiebesparing gerealiseerd van ongeveer 2 miljoen m3 gas per jaar, wat gelijk staat aan het verbruik van ruim duizend huishoudens. De terugverdientijd is 6 tot 8 jaar. Voor het laten draaien van de installaties wordt groene stroom ingekocht. Dit maakt het concept 100% duurzaam en het bedrijf is daarmee een voorbeeld voor de gehele tuinbouwsector.
In 2006 benaderde familie Jonker het bedrijf Innogrow voor het ontwerpen en realiseren van een nieuw Nederlands hoogstandje: een kas waar geen fossiele brandstof meer aan te pas komt. De kas waarin mini-vruchtgroenten (tomaatjes, komkommers, paprikaatjes) worden geteeld, fungeert als gigantische zonnecollector.
De ramen worden gesloten gehouden en de overtollige warmte die daardoor in de kas ontstaat wordt afgevoerd en opgeslagen in een aquifer, een waterhoudende zandlaag op 100 tot 200 meter diepte. Middels luchtbehandelingskasten wordt de opgeslagen warmte geleverd aan de open kas met radijs en bladgroente. De resterende energiebehoefte wordt afgedekt met de inzet van een ketel op bio-olie.
Vader Aad, zoon Arno en dochter Elma Jonker en hun adviseur Jan Moerdijk zien de inpassing van de GeslotenKas(R) als een logische stap. Naast de gewenste inzet van duurzame energie werkt BiJo aan innovatieve biologische teelttechnieken en verpakkingsmethoden. "Met de GeslotenKas(R) slaan we twee vliegen in één klap. We kunnen op duurzame wijze telen en tegelijkertijd een zodanige meerproductie realiseren in de GeslotenKas(R) dat de prijs/kwaliteitverhouding van biologische producten interessanter wordt voor de consument".
Bron: o.a. ANP, geknipt uit Biologica.nl, 10/02/2009
Een biologische kassenteler neemt het voortouw in energiebesparing in de glasgroentesector. Begin maart neemt de familie Jonker uit 's-Gravenzande haar hypermoderne GeslotenKas(R) in gebruik. Daarmee is het bedrijf de eerste teler met een volledig grondgebonden en biologische teelt die geen gasaansluiting meer nodig heeft. Arno Jonker is lid van de productwerkgroep Glasgroenten, gecoordineerd door Biologica in het kader van kennisnetwerk Bioconnect.
Door de kas volledig te verwarmen met zonne-energie wordt een energiebesparing gerealiseerd van ongeveer 2 miljoen m3 gas per jaar, wat gelijk staat aan het verbruik van ruim duizend huishoudens. De terugverdientijd is 6 tot 8 jaar. Voor het laten draaien van de installaties wordt groene stroom ingekocht. Dit maakt het concept 100% duurzaam en het bedrijf is daarmee een voorbeeld voor de gehele tuinbouwsector.
In 2006 benaderde familie Jonker het bedrijf Innogrow voor het ontwerpen en realiseren van een nieuw Nederlands hoogstandje: een kas waar geen fossiele brandstof meer aan te pas komt. De kas waarin mini-vruchtgroenten (tomaatjes, komkommers, paprikaatjes) worden geteeld, fungeert als gigantische zonnecollector.
De ramen worden gesloten gehouden en de overtollige warmte die daardoor in de kas ontstaat wordt afgevoerd en opgeslagen in een aquifer, een waterhoudende zandlaag op 100 tot 200 meter diepte. Middels luchtbehandelingskasten wordt de opgeslagen warmte geleverd aan de open kas met radijs en bladgroente. De resterende energiebehoefte wordt afgedekt met de inzet van een ketel op bio-olie.
Vader Aad, zoon Arno en dochter Elma Jonker en hun adviseur Jan Moerdijk zien de inpassing van de GeslotenKas(R) als een logische stap. Naast de gewenste inzet van duurzame energie werkt BiJo aan innovatieve biologische teelttechnieken en verpakkingsmethoden. "Met de GeslotenKas(R) slaan we twee vliegen in één klap. We kunnen op duurzame wijze telen en tegelijkertijd een zodanige meerproductie realiseren in de GeslotenKas(R) dat de prijs/kwaliteitverhouding van biologische producten interessanter wordt voor de consument".
Bron: o.a. ANP, geknipt uit Biologica.nl, 10/02/2009
Duitsland: pionier van biogevogelte verliest certificatie
03 februari 2009 "Robert's Geflügel" was tot voor kort een van de grootste producenten van biologisch gevogelte in Duitsland. De firma heeft zonet haar biolicentie verloren wegens het frauduleuze gebruik van conventioneel voeder tijdens de zomer van 2008.
Biologische piepers in het zonnetje: Win een eco-scooter!
02 februari 2009
Aardappelen leveren 25% van de dagelijkse vitamine C-behoefte, zijn geen dikmakers en zijn dus niet voor niets het ultieme volksvoedsel. En biologische aardappels zijn bovendien nog eens milieuvriendelijk en van culinaire kwaliteit. Alle reden om kopende consumenten te belonen middels een leuke wedstrijd.
De hele maand februari staan biologische aardappelen in het middelpunt van de belangstelling. Honderdduizenden pakken en zakken met een breed scala aan soorten biologische aardappels zijn voorzien van een oproep om consumenten hun ultieme hartenkreet te ontlokken over de aardappel. De allerbeste slagzinnenmakers kunnen een hippe scooter winnen. Het gaat om een 'plug-in' Eco-lectric scooter van Ecomovement. Drie uur tanken via het stopcontact, ideaal voor in de stad: stil, schoon en filevriendelijk.
Stickers op de bio-aardappelverpakkingen wijzen de weg naar de website www.proefdeaandacht.nl.
In totaal zullen er drie Eco-scooters van € 1799,- worden weggegeven.
Uit alle inzendingen worden 3 winnaars geselecteerd, de meest orginele slagzinnen winnen.
De spaaractie is een initiatief van de werkgroep Biologische Aardappelen van de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) en de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw.
Het consumentenmagazine Test-Aankoop meldt dat in twee bioproducten sporen van ggo’s zijn teruggevonden. BioForum Vlaanderen vzw betreurt ten zeerste dat ggo’s aanwezig zijn in voedsel en nog meer dat dit het geval is in bioproducten. BioForum wil nog eens stellen dat het, als ketenorganisatie van de biologische landbouw en voeding, een duidelijk standpunt inneemt: ggo’s horen niet thuis in biovoeding.
De Europese wetgeving verbiedt ggo’s in biovoeding. Bij onvoorziene omstandigheden of bij technisch niet te voorkomen besmetting, is de drempelwaarde 0,9%. De biosector kiest echter uitdrukkelijk voor de nulnorm. Alleen zo krijgt de consument de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. In de loop van de voorbije jaren heeft BioForum, samen met een aantal andere organisaties, deze nulnorm voortdurend verdedigd.
Het hanteren en controleren van de nulnorm is niet eenvoudig. Kruisbestuiving tussen wel en niet genetisch gemodificeerde gewassen is immers niet makkelijk uit te sluiten en ook bij het vervoer in slecht gereinigde containers kan er vervuiling optreden. Toch vindt BioForum dat de politici de plicht hebben de vrije keuze van de consument mogelijk te maken.
Om die reden stelt BioForum zich ook vragen bij het Coëxistentiedecreet zoals dat nu voorligt in het Vlaamse parlement. Daarin worden te weinig garanties gegeven om kruisbestuiving te vermijden en is er ook geen duidelijkheid over de verantwoordelijkheid als het toch gebeurt. Het Coëxistentiedecreet, zoals het er nu uitziet, garandeert niet dat biovoeding ggo-vrij kan blijven.
In een radio-interview zei Test-Aankoop dat de verantwoordelijkheid ligt bij de multinationals die ggo-gewassen produceren en op de markt brengen. Zij moeten voor de huidige en toekomstige gevolgen opdraaien. BioForum is blij met dit standpunt van de verbruikersorganisatie en sluit zich er zich bij aan.
Het onderzoek van Test-Aankoop plaatst de politici nog eens duidelijk voor hun verantwoordelijkheid. BioForum Vlaanderen vzw rekent erop dat zij een situatie creëren waarin ggo-vrije biovoeding mogelijk blijft.
De Annex biologisch zaaizaad en plantgoed 2009 is gepubliceerd. Hierin is biologisch zaaizaad en plantgoed ingedeeld in drie categoriën: 1 geen ontheffing mogelijk voor gebruik van gangbaar uitgangsmateriaal, 2 ontheffingsaanvraag nodig indien gangbaar uitgangs-materiaal gebruikt wordt en 3 algehele derogatie.
Landbouwgewassen
Bij de landbouwgewassen zijn gele mosterd en witte klaver zijn ten opzichte van de Annex 2008 teruggezet van categorie 1 naar categorie 2 omdat het aanbod is teruggelopen of omdat het aanbod van 2008 verkeerd is ingeschat en ontoereikend bleek, ook voor 2009.
Bladrogge, koolzaad, lupine en voederbieten zijn ten opzichte van de Annex 2008 van categorie 3 naar categorie 2 gegaan omdat er aanbod is gekomen.
Groentegewassen (bedekte teelt)
Bij de groentegewassen voor de bedekte teelt is snijbiet/rood/groen ten opzichte van de Annex 2008 nieuw toegevoegd aan de Annex 2009 omdat het aanbod is uitgebreid. Zomerpostelein is ten opzichte van de Annex 2008 nieuw toegevoegd aan de Annex 2009, omdat het aanbod weliswaar niet veranderd is ten opzichte van 2008, maar omdat het een klein gewas betreft met beperkt doch toereikend aanbod van rassen waarvoor niet of nauwelijks ontheffingen in 2008 zijn aangevraagd.
Augurk, komkommer/groen/midi, meloen en stengelui zijn ten opzichte van de Annex 2008 van categorie 3 naar categorie 2 gegaan omdat er aanbod is gekomen.
Groentegewassen (open teelt)
Bij de groentegewassen (open teelt) is Salanova ten opzichte van de Annex 2008 nieuw toegevoegd aan de Annex 2009 omdat het aanbod is uitgebreid. Verse erwten en zomerpostelein zijn ten opzichte van de Annex 2008 nieuw toegevoegd aan de Annex 2009, omdat het aanbod weliswaar niet veranderd is ten opzichte van 2008, maar omdat het veelal een klein gewas betreft met beperkt doch toereikend aanbod van rassen waarvoor niet of nauwelijks ontheffingen in 2008 zijn aangevraagd.
Bleekselderij, groen is ten opzichte van de Annex 2008 teruggezet naar de categorie 2 omdat het aanbod is teruggelopen of waarvan het aanbod van 2008 verkeerd is ingeschat en ontoereikend bleek, ook voor 2009. Augurk is zijn ten opzichte van de Annex 2008van categorie 3 naar categorie 2 gegaan omdat er aanbod is gekomen.
Industriererwten, droge kapucijners en industrietuinboon zijn ten opzichte van de Annex 2008van categorie 2 naar categorie 3 teruggegaan omdat er nu geheel geen aanbod meer is.
Zie voor meer informatie de site van Biodatabase (www.biodatabase.nl).
bron: Biodatabase, geknipt uit AgriHolland.nl, 27/01/09
De Eerste Kamer maakt zich grote zorgen over de monopoliepositie van grote biotechnologiebedrijven op het gebied van transgene gewassen.
Vandaag debatteerde de Senaat met landbouwminister Gerda Verburg over haar biotechnologiebeleid. Volgens CDA en VVD moet kennis over transgene gewassen beter toegankelijk worden. Nu patenteren bedrijven zoals Monsanto en BASF hun genetisch gemodificeerde producten omdat de ontwikkelkosten hoog zijn, gemiddeld 7 miljoen euro. Daardoor blijft de technologie in handen van een kleine groep.
Een alternatief hiervoor is volgens Egbert Schuurman (Christenunie) het kwekersrecht. Deze vorm van eigendomsrecht is gebruikelijk bij klassieke veredeling en de beperkingen voor gebruik van de ontwikkelde rassen zijn hierbij minder strikt. Wetenschappers van Wageningen UR pleitten hier vorig jaar ook al voor.
De linkse fracties in de Senaat maken zich eveneens zorgen over de monopoliepositie van de grote biotechnologiebedrijven, vooral omdat dit gepaard zou gaan met een verlies aan biodiversiteit.
Bron: agrarisch dagblad auteur: Jeroen Savelkouls.
De gemeente Tynaarlo krijgt in de toekomst misschien een woonwijk die wordt voorzien van energie uit lokale biomassa. De Milieufederatie Drenthe brengt de meest kansrijke opties voor de toepassing van biomassa voor de energielevering in deze wijk in kaart.
Duurzaam
Biomassa is organisch materiaal, zoals hout, stro, palmolie, tarwe, maïs, koolzaad en groente-, fruit- en tuinafval. Ook dierlijk materiaal als mest, diermeel en slachtafval wordt tot biomassa gerekend. Biomassa dat kan bijdragen aan de reductie van broeikasgassen en bovendien verantwoord wordt geproduceerd, kan worden gebruikt als bron van duurzame energie. Die energie ontstaat door verbranding, vergassing of vergisting van de biomassa. Niet alle biomassa levert een bijdrage aan duurzame energievoorziening. De productie en verwerking vraagt in veel gevallen nog meer dan het oplevert.
Onderzoek
Op dit moment onderzoeken studenten van de Hogeschool Van Hall-Larenstein de mogelijkheden om de nog te bouwen woonwijk 'Nieuwe Stukken' bij Vries te voorzien van duurzame energie uit lokaal geproduceerde biomassa. Op basis van dit onderzoek bekijkt de Milieufederatie Drenthe of de meest kansrijke opties voor deze woonwijk ook echt haalbaar zijn.
Opdrachtgevers
Het onderzoek naar biomassa gebeurt in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij (KNHM), de Provincie Drenthe en de gemeente Tynaarlo. De Milieufederatie Drenthe coördineert het onderzoek. De provincie en KNHM zien in biomassa een kans om de landbouw- en natuursector in Drenthe als aanbieders van biomassa dichter bij elkaar te brengen. De gemeente Tynaarlo heeft hoge doelstellingen als het gaat om duurzaamheid, en wil weten welke mogelijkheden er zijn voor de levering van duurzame energie aan de nieuw te bouwen wijk. Doel van het project is een bijdrage te leveren aan het realiseren van een duurzame, CO2-neutrale woonwijk die misschien wel energie gaat opleveren!
Omwonenden Tynaarlo
Voordat de woningen en andere gebouwen in de wijk duurzaam met biomassa verwarmd kunnen worden, is nog veel onderzoek nodig. Zo moet de biomassa ergens opgeslagen worden voordat het omgezet kan worden in energie. Verder moet in de wijk een installatie worden gebouwd waar de biomassa kan worden omgezet. Dit vraagt ruimte en een goede afstemming met de omwonenden. Verder mag de leefkwaliteit in de wijk niet te lijden hebben onder eventuele problemen met de luchtkwaliteit en geluid. Tenslotte moet de infrastructuur om de warmte en/of elektriciteit te verdelen, aangelegd en beheerd worden.
Wereldwijde opkomst van nieuw fysio valse meeldauw in spinazie
30 januari 2009 Een nieuwe fysio van valse meeldauw (Peronospora farinosa f. sp. spinaciae) in spinazie heeft zich gemanifesteerd in de zomer en herfst van 2008 op Pfs:1-10 resistente spinazie. Dit gebeurde vrijwel gelijktijdig in verscheidene belangrijke teeltgebieden van spinazie in Noord-Amerika en Europa. De Internationale Werkgroep Peronospora farinosa (IWGP), welke is opgezet vanuit Plantum NL, heeft deze nieuwe fysio gekarakteriseerd op een set van differentiële rassen en benoemd als fysio Pfs:11.
Fysio Pfs:11 is een bedreiging voor de spinazieteelt vanwege de bijzonder goede aanpassing aan Pfs:1-10 resistente rassen, die de laatste jaren op grote schaal geteeld worden. De opkomst van Pfs:11 is hierdoor niet helemaal onverwacht. Vergelijkbare ontwikkelingen hebben plaatsgevonden bij de opkomst van Pfs:5 in 1996, Pfs:6 in 1998, Pfs:7 in 1999, en Pfs: 8-10 in 2004. Als gevolg van de opkomst van fysio Pfs:11 zullen Pfs:1-11 resistente spinazierassen sterk in de belangstelling komen te staan van zowel telers als veredelaars.
De IWGP houdt voortdurend bij of er nieuwe fysio's zijn ontstaan door verdachte isolaten te toetsen op een gemeenschappelijke set van differentiële spinazierassen, die het relevante spectrum van resistenties vertegenwoordigen. De toetsuitkomsten worden door Naktuinbouw verzameld in een vertrouwelijke lijst. Onderzoekers uit alle werelddelen zijn welkom om zich aan te sluiten bij het initiatief van de IWGP om de gemeenschappelijke differentiële set te gebruiken bij het toetsen van nieuwe isolaten.
De IWGP is opgezet vanuit Plantum NL door betrokken zaadbedrijven (Pop Vriend, Seminis, Rijk Zwaan, Nunhems Netherlands, Takii Europe, Sakata, Bejo Zaden, Enza Zaden, Syngenta Seeds en Advanseed) en Naktuinbouw en wordt ondersteund door onderzoekcentra uit de VS, waaronder de Universiteit van Arkansas en de Coöperatieve Voorlichting van de Universiteit van California. Het doel van de werkgroep is om continu nieuwe fysio’s van valse meeldauw in spinazie te inventariseren en indien nodig te benoemen. Hierdoor wordt een consistente en heldere communicatie bevorderd tussen zaadbedrijven en telers over resistentie-brekende fysio’s die sterk genoeg blijken om in opeenvolgende jaren te kunnen overleven en ook in een groot gebied voorkomen en aanzienlijke economische schade veroorzaken.
30 januari 2009 Nederlandse consumenten staan positief tegenover biologische producten in de supermarkt. Dat blijkt uit een gepresenteerd onderzoek van het LEI. Voor het onderzoek is een diepte-interview afgenomen met 24 mensen die af en toe een biologische aankoop doen in de supermarkt. Doel van het onderzoek was inzicht verkrijgen in de zienswijze van consumenten op het combineren van biologisch vlees en gemak. In het rapport van het Landbouw Economisch Instituut staat dat biologisch vlees vaker op tafel komt en niet alleen meer voor speciale gelegenheden wordt geserveerd.
Consumenten kiezen in toenemende mate voor biologisch vlees vanwege de smaak, een beter dierenwelzijn en omdat het goed zou zijn voor de eigen gezondheid. Ook is het imago van bio, zowel in vlees als in algemene zin, de laatste jaren sterk verbeterd. Doordat er meer gemaksconcepten in deze categorie zijn gelanceerd, is het geitenwollensokkenimago van biologisch afgezwakt. Toch vinden sommige consumenten dat gemak en biologisch niet verenigbaar zijn. Veel verpakkingsmateriaal is bijvoorbeeld in strijd met de biologische gedachte, zo stelt het rapport. Zie ook: www.lei.nl.
Coccidoxenoides perminutus (PLANOPAR); Koppert Biological Systems brengt een nieuwe
sluipwesp tegen citruswolluis op de markt.
Coccidoxenoides perminutus (productnaam Planopar)
parasiteert met name het tweede larvenstadium van de
wolluis.
Meerwaarde van deze bestrijder is dat deze in een
grote hoeveelheid kan worden ingezet tegen
acceptabele kosten. Een groot voordeel omdat tegen
wolluis een lage tolerantie geldt waardoor er continu
met een ‘overkill’ aan sluipwespen gewerkt moet
worden.
De sluipwesp kan tot 150 eitjes per vrouwtje leggen en
leeft ongeveer 7 dagen. De optimale temperatuur is
tussen 20 en 30 graden Celsius. De sluipwesp wordt
als pop geleverd in flessen van 5.000 stuks. Afhankelijk
van de temperatuur komen de poppen uit na 3 tot 12
dagen. Planopar kan ook met behulp van de Airobug in
het gewas worden verdeeld.
Wolluis
In veel groene en bloeiende potplanten, maar ook in
snijbloemen zoals roos en gerbera kunnen diverse soorten wolluizen voor problemen zorgen.
Naast de citruswolluis (Planococcus citri) zijn dit onder andere de langstaartwolluis
(Pseudococcus longispinus) en de affiniswolluis (Pseudococcus viburni). De citruswolluis is
in Nederland echter de meest voorkomende en is ook de enige die door Planopar wordt
geparasiteerd. Daarom moet, voordat gestart wordt met uitzetten van Planopar, worden
bepaald welke soort wolluis in het gewas aanwezig is.
Breed assortiment
Naast Planopar levert Koppert de volgende producten voor de bestrijding van wolluis:
Pherodis feromonen om citruswolluis te signaleren, Cryptobug (kever die alle wolluisstadia
bestrijdt en vooral geschikt is voor haarden) Leptopar: Leptomstix dactylopii sluipwespen die
het derde larvenstadium van de citruswolluis parasiteert.
Omdat een groot deel van de natuurgebieden uit cultuurlandschappen bestaat die agrarisch worden beheerd of regelmatig gemaaid, liggen er mogelijkheden voor samenwerking tussen biologische boeren en terreinbeherende organisaties. Dit vraagt om een goede landelijke regeling waarbij de kosten in redelijkheid worden verdeeld. Deze is er helaas nog niet, constateert het Louis Bolk Instituut. dat onderzoek doet naar rendabele en werkzame systemen om beheersgronden tot een wederzijdse meerwaarde te brengen voor boeren en natuurorganisaties.
Beheerslanden die regelmatig worden gemaaid vragen extra kosten voor het afvoeren van plantenresten. Maaisel dat uit beheersgebieden wordt afgevoerd, wordt namelijk aangemerkt als afval. Een terreinbeherende organisatie is daarom al gauw tientallen tot honderden euro’s per hectare per jaar kwijt aan het verwijderen van het maaisel. Samenwerking met biologische boeren is juist dan interessant. Dit vraagt om een goede landelijke regeling waarbij de kosten in redelijkheid worden verdeeld. Deze is er helaas nog niet.
Veel samenwerkingsverbanden lopen vast in bureaucratie of door een gebrek aan continuïteit. Onderzoek naar de economische voordelen en positieve effecten op natuurprestaties kan hier verandering in brengen. Overleg met overheden en beleidsmedewerkers verschaft meer helderheid wat betreft wet- en regelgeving.
Een apart maar zeer actueel aspect van ‘natuurprestaties’ is samenwerking op het gebied van beheersing van giftige planten zoals Jacobskruiskruid en dierziekten als leverbot in natuurterreinen.
Een oplossing is het ontwikkelen van een ‘best pratice’ in samenwerking tussen natuurbeherende organisaties en biologische boeren en tuinders. Door deze samenwerking zal het door de boeren beheerde areaal toenemen waardoor de natuurwaarde van het gebied gecontinueerd wordt en zelfs verbetert. Dit houdt in dat er op meerdere punten wordt samengewerkt vanuit een gezonde zakelijke basis.
Zie voor meer informatie de site van het Louis Bolk Instituut (www.louisbolk.org).
bron: Louis Bolk Instituut, 22/01/09
Omdat een groot deel van de natuurgebieden uit cultuurlandschappen bestaat die agrarisch worden beheerd of regelmatig gemaaid, liggen er mogelijkheden voor samenwerking tussen biologische boeren en terreinbeherende organisaties. Dit vraagt om een goede landelijke regeling waarbij de kosten in redelijkheid worden verdeeld. Deze is er helaas nog niet, constateert het Louis Bolk Instituut. dat onderzoek doet naar rendabele en werkzame systemen om beheersgronden tot een wederzijdse meerwaarde te brengen voor boeren en natuurorganisaties.
Beheerslanden die regelmatig worden gemaaid vragen extra kosten voor het afvoeren van plantenresten. Maaisel dat uit beheersgebieden wordt afgevoerd, wordt namelijk aangemerkt als afval. Een terreinbeherende organisatie is daarom al gauw tientallen tot honderden euro’s per hectare per jaar kwijt aan het verwijderen van het maaisel. Samenwerking met biologische boeren is juist dan interessant. Dit vraagt om een goede landelijke regeling waarbij de kosten in redelijkheid worden verdeeld. Deze is er helaas nog niet.
Veel samenwerkingsverbanden lopen vast in bureaucratie of door een gebrek aan continuïteit. Onderzoek naar de economische voordelen en positieve effecten op natuurprestaties kan hier verandering in brengen. Overleg met overheden en beleidsmedewerkers verschaft meer helderheid wat betreft wet- en regelgeving.
Een apart maar zeer actueel aspect van ‘natuurprestaties’ is samenwerking op het gebied van beheersing van giftige planten zoals Jacobskruiskruid en dierziekten als leverbot in natuurterreinen.
Een oplossing is het ontwikkelen van een ‘best pratice’ in samenwerking tussen natuurbeherende organisaties en biologische boeren en tuinders. Door deze samenwerking zal het door de boeren beheerde areaal toenemen waardoor de natuurwaarde van het gebied gecontinueerd wordt en zelfs verbetert. Dit houdt in dat er op meerdere punten wordt samengewerkt vanuit een gezonde zakelijke basis.
Zie voor meer informatie de site van het Louis Bolk Instituut (www.louisbolk.org).
De BioVak beurs, die dit jaar voor de tweede keer plaatsvond in Zwolle, bleek ten opzichte van vorig jaar in omvang verdrievoudigd. De beurshal telde 161 standhouders, drie keer zoveel als vorig jaar. Er werden 50 workshops gegeven en meer dan 5000 belangstellenden bezochten de beurs.
Op 21 en 22 januari waren in de IJsselhallen veel voorbeelden van duurzame landbouwinnovatie te zien op de BioVak, veel proeverijen, en ook een rij levende koeien. Het leverde tezamen een fraaie beursvloer op.
Het Vakgroepdebat op de eerste dag, dat voorafging aan de officiele opening, trok een volle zaal: 450 bezoekers, waaronder veel boeren en tuinders. Opvallend was, dat er dit jaar ook veel gangbare boeren en tuinders onder de bezoekers waren. De pers en media waren ruimschoots vertegenwoordigd, mede dankzij de aanwezigheid van H.K.H. Prinses Margriet.
In het afgeladen openingsdebat van de Vakgroep Biologische Landbouw kwamen meerdere sprekers aan het woord. Hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg sprak over het succes van multinfunctionele boerderijen. Hij waarschuwde voor teveel overheidsregulering van de groene en blauwe diensten. 'Boeren kunnen dat beter onderling regelen, door een centrale kassa in te richten en zelf criteria op te stellen voor de verdeling.'
Jaap Hoek Spaans sprak over samenwerkingsverband Landzijde, dat hij in Noord-Holland heeft opgezet met 100 biologische producenten. Hij pleitte voor samenwerkingsverbanden. Via 1 loket, 1 factuur, 1 communicatiestijl kun je de markt veel beter bereiken. En dat gaat niet ten koste van individualiteit: integendeel, de diversiteit van de bedrijven komt ten goede aan het collectief.
Ook Martin Wiersema, van de Vakgroep Biologische Landbouw, en Arie van den Brand, voorzitter van Biologica, kwamen aan het woord. Van den Brand benadrukte dat de economisch crisis de biologische sector juist ontzettend veel kansen biedt. "Veel mensen zijn het zat om gebakken lucht te kopen. De biologische landbouw heeft een lange traditie van echte dingen verkopen. Dat spreekt aan."
LTO Noord voorzitter Tammo Beishuizen sprak zijn vreugde uit over het grote aantal jonge mensen in de biologische landbouw. "Bij de meeste boerenbijeenkomsten is 70% van de bezoekers boven de 50. Hier is 70% van de bezoekers onder de 50."
Kritische geluiden waren ook te horen. Een bezoeker, horecamanager bij het Openluchtmuseum, vond dat de biologische sector veel kansen laat liggen: "De horeca is klaar voor de biologische landbouw, maar de biologische landbouw is niet klaar voor de horeca. We hebben geen vertrouwen in jullie continuiteit. Wij denken heel simpel: "Als je geen kunstmest gebruikt, kun je geen continuiteit garanderen." Jullie hebben nog steeds een imagoprobleem, de grijze sokken. En jullie zijn onzichtbaar. Jullie hebben geen goede vertegenwoordiger bij Sligro, Macro, etc. Daardoor blijven kansen liggen. En ik denk dat er heel veel commerciele kansen zijn."
26 januari 2009 Paus en president gaan voor biologisch en groen
Afgelopen kwartaal werd bekend dat Barack Obama en Paus Benedictus XVI persoonlijk kiezen voor biologische voeding. De keuze van beide heren is van groot belang. Zij behoren immers tot de meest invloedrijke personen op deze aardbol.
Tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne klapte Michelle Obama onverwachts uit de school. Op een bijeenkomst vertelde ze namelijk enthousiast over de overstap die haar gezin onlangs had gemaakt naar het gebruik van gezonde, biologische producten. De Vaticaanse krant L’Osservatore Romano, bekend als spreekbuis van het Vaticaan, schreef in oktober dat er binnen de 22 ha. grote Vaticaanse tuinen een speciale sectie is aangelegd waar op biologische wijze groenten en fruit worden verbouwd voor de Paus en zijn gasten.
De persoonlijke keuzes van de Amerikaanse President en de Paus zijn goed voor alle mensen die biologische landbouw en voeding een warm hart toedragen.
Zo heeft Obama in zijn verkiezingsprogramma actieve steun beloofd aan biologische boeren in de VS. Voorbeelden hiervan zijn het vergoeden van de kosten voor certificering en het verlagen van de verzekeringskosten.
Paus Benedictus XVI heeft de zorg voor het milieu hoog op de Vaticaanse agenda geplaatst. Hierdoor is hij hard op weg om bekend te worden als de Groene Paus.
Zonnehoeve, Piet van IJzendoorn winnaar Ekoland Innovatieprijs 2009!
21 januari 2009 Zonnehoeve, Piet van IJzendoorn winnaar Ekoland Innovatieprijs 2009.
Jury: "De zonnehoeve is een schitterend voorbeeld van een bedrijf waar alle
afzonderlijke onderdelen met elkaar verweven zijn en elkaar versterken. Het
gemengde landbouwbedrijf, de zorg, de bakkerij. Het sluit allemaal op elkaar
aan."
Redbeans eerste klimaatneutrale koffie van boer tot consument
12 januari 2009 Neuteboom Koffiebranders uit Almelo introduceert met het nieuwe duurzame koffieconcept ‘Redbeans’ de eerste klimaatneutraal geproduceerde koffie die het HIER-logo mag dragen. Om dat te bereiken is een samenwerking aangegaan met Senter Novem en de Provinciale Milieufederaties (partner in de HIER-campagne).
Doel was om de CO2 uitstoot die bij de productie van koffie vrijkomt niet simpelweg te compenseren, maar juist duidelijke keuzes maken voor het minimaliseren van de CO2 uitstoot.
Stap 1 was de keuze voor het gebruik van biologisch geteelde koffie. Dat zorgt niet alleen voor een veel puurder product, maar ook voor een minimale impact op het milieu omdat er géén bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt gebruikt.
Stap 2 had betrekking op de verpakking. Daarom wordt Redbeans verpakt in aluminiumvrije folie.
Stap 3 gaat uit van het gebruik van groene energie bronnen. Het bijzondere van Redbeans is dat bij de productie niet alleen gebruik wordt gemaakt van groene stroom, maar ook van biologisch opgewekt gas
Neuteboom is de grootste afnemer van groen gas bij Essent. Dit gas wordt opgewekt bij stortgasinstallaties in onder meer Wijster in Drenthe. Het organische deel van het gestort materiaal wordt hierbij omgezet in methaan. Stortgas is 100% groen gas.
Stap 4: dankzij deze keuzes wordt er nog slechts een beperkte hoeveelheid CO2 uitgestoten. Deze wordt vervolgens gecompenseerd via zogenoemde ‘Gold Standard’ certificaten.
Maar Redbeans gaat nog verder. Redbeans is in de eerste plaats lekkere koffie en daarom gemaakt van 100% handgeplukte Arabicabonen, biologisch geteeld en ingekocht volgens de handelsvoorwaarden van Max Havelaar/Fairtrade.
Het Redbeans assortiment is vanaf deze maand beschikbaar via groothandels, vendingbedrijven en supermarkten.
De landelijke organisatie van de Week van de Smaak heeft Amsterdam uitgeroepen tot de Hoofdstad van de Smaak 2009. Het centrale thema van Amsterdam wordt ‘Stad van de Duizend-en-Eén Smaken’, een verwijzing naar de vele culturen die de stad rijk is. In samenwerking met Proeftuin Amsterdam zullen vele tientallen activiteiten worden georganiseerd in en om Amsterdam die hun hoogtepunt beleven tijdens de Week van de Smaak (20 t/m 27 september 2009).
De ‘fakkeloverdracht’ aan de Amsterdamse delegatie vindt plaats in de IJsselhallen in Zwolle, de huidige Hoofdstad van de Smaak, op donderdag 22 januari rond 11 uur. Het decor van de fakkeloverdracht wordt gevormd door de BioVak-beurs, een grootschalig evenement voor ondernemers in de primaire sector.
Tijdens de afgelopen Week van de Smaak (22 t/m 28 september 2008) heeft Zwolle laten zien hoeveel zij te bieden heeft op het gebied van pure producten en authentieke smaken. Er werd o.a. een Dinner in the Sky georganiseerd en een superstreekmarkt met heerlijke producten uit de directe omgeving van de stad.
Het activiteitenprogramma van Amsterdam is nog ‘under construction’ en wordt op 22 januari gepresenteerd. Zeker is al dat het landelijke openingsevenement in de Hoofdstad plaatsvindt.
De Week van de Smaak is een gezamenlijk initiatief van Biologica, smaakambassadeur Pierre Wind, Euro-Toques, Slow Food Nederland, Kunsthal Rotterdam en Streekeigen Producten Nederland. Het evenement wordt komend jaar o.a. mogelijk gemaakt door: Ministerie van VWS, VSBfonds, Provincie N-Brabant, Stuurgroep LIB.
07 januari 2009 Blaarkopkoeien zijn mooie, rustige koeien, die het goed doen op de drassige weilanden in het veenweidegebied. Ze hebben sterke poten en kunnen met een eenvoudig rantsoen van gekuild gras toch melk produceren. ,,Nog een sterk punt: ze zijn heel vruchtbaar. Als ze buiten lopen ga ik negen van de tien keer niet eens kijken bij het kalven. Dat kunnen ze zelf'', zegt boer Theo Warmerdam van de Sophiahoeve uit Warmond.
Warmerdam is trots op zijn Blaarkopdames. Het ras is al sinds 1880 in de familie en Warmerdam zweert erbij. ,,In de tijd dat mijn overgrootvader met Blaarkoppen begon, waren de bevindingen al dat er uit melk van Blaarkoppen meer kaas kwam dan uit melk van andere koeien.'' Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat de melk een hoger eiwitgehalte heeft, en meer kaaseiwit (kappacaseïne) bevat. Een Blaarkop mag dan minder melk geven dan Holsteinkoeien, de melk levert meer boter en kaas.
De Blaarkop komt oorspronkelijk uit Groningen maar graast al eeuwen in het Groene Hart. Toch is Warmerdam in de omgeving van Leiden de enige boer die zelf kaas en boter maakt van de melk van zijn Blaarkoppen. Daarbij maakt hij geen 'gewone' Goudse boerenkaas, maar is hij een van de dertien boeren in Nederland die op eigen erf Boeren-Leidsekaas met sleutels produceren: de beroemde komijnekaas die op boerderijen in de omgeving van Leiden gemaakt wordt. ,,Dat idee alleen al is bijzonder. Je moet zelf proeven of je de smaak ook bijzonder vindt. Dat is aan de klant.'' De variant 'pittig belegen' van Warmerdam smaakt in elk geval heerlijk vol en pikant, oordeelt de redactie van De la Région.
Warmerdam maakt het hele jaar door kaas. ,,Soms maak ik elke dag kaas, en dan weer twee weken niet.'' Ook in de winter, als veel kaasmakers het werk neerleggen, worden er bij Warmerdam wagenwielen in het pekelbad gelegd. ,,Klanten vragen zomer en winter om jonge kaas. Als je in de winter drie maanden stopt, dan heb je in de winter geen jonge kaas.'' Bovendien heeft het zijn charme om in het product de wisseling van de seizoenen te zien, vindt Warmerdam. ,,De zuivel is zachter in de zomer, omdat er meer Omega-3 vetten in zitten als de koeien vers gras eten.''
De kaas maakt hij met zijn 83-jarige vader Dirk, die de kazen keert en voorziet van de karakteristieke donkerrode kleur. In tegenstelling tot Goudse kaas wordt de melk voor Leidse kaas eerst afgeroomd, waardoor er magere melk overblijft voor de kaas. ,,Door het lagere vetgehalte kun je de kazen van oudsher lang bewaren. In de zeventiende eeuw namen ze al Leidse kaas mee op de VOC-schepen'', vertelt Warmerdam. Zijn voorouder Cornelis Janszoon Warmerdam maakte in die tijd al Leidse kaas, alleen is niet bekend welk koeienras hij had. In die tijd was de boter, die van de gekarnde room gemaakt wordt, het waardevolste product. De kaas werd gemaakt van het 'restproduct'. Nu is dat andersom, hoewel Warmerdam voor zijn Blaarkoproomboter een aardige afzetmarkt heeft. Restaurants serveren de boter op een vetvrij papiertje met opdruk van de Sophiahoeve.
Theo Warmerdam verkoopt zijn kaas, boter en andere boerderijproducten elke zaterdag van 8 tot 14 uur op de markt in Warmond bij de Gemeentehaven, vaak samen met zijn kinderen. Klanten zijn elke dag aan huis welkom (Wasbeeklaan 7), vaste openingstijden zijn er niet. Aan huis verkoopt hij ook vlees van zijn Blaarkoppen, dat 'gemarmerd' wordt genoemd en heel fijn moet zijn. Een paar biefstukjes gaan mee in de tas. Daarover een volgende keer mee
Bron: Leidsch dagblad
04 januari 2009 Super de Boer het duurst, Jumbo het voordeligst
23 december 2008 – De (prijs)bewuste biologische en vegaconsument is het beste af bij Jumbo en het slechtst bij Super de Boer. Voor vleesvervangers zijn de goedkoopste supermarkten Dekamarkt, Vomar, Jumbo en Dirk. De duurste is Super de Boer. De goedkoopste supers voor biologisch vlees zijn wederom Jumbo en Dirk en ook Dekamarkt. De duurste is ook weer Super de Boer en verder de Natuurwinkel. Prijsverschillen kunnen bij sommige producten oplopen tot meer dan 100%. Het is dus voor de bewuste consument de moeite waard om prijzen te vergelijken.
Dit blijkt uit onderzoek door de Stichting Varkens in Nood. Deze Stichting roept ieder jaar de consument op om met kerst geen vlees uit de bio-industrie te eten, maar om te kiezen voor alternatieven zoals vleesvervangers of biologisch vlees.
Hans Baaij, directeur van Varkens in Nood: “In onze gesprekken met supermarkten blijkt dat zij best duurzamer willen ondernemen, maar concurrentie en marktaandeel belangrijker vinden. Met onze prijsvergelijking willen we bereiken dat er ook om marktaandeel in diervriendelijke producten gestreden gaat worden. Jammer dat een keten als Super de Boer in deze vergelijking zo slecht scoort. Het is nota bene de enige grote supermarktketen met een duurzaamheidsprogramma. We hopen dat slecht scorende supermarkten de concurrentie met de andere supermarkten aangaan en zich aan de andere gaan optrekken.”
Waarom dit onderzoek
Varkens in Nood spoort de supermarkten aan dier- en milieuvriendelijke producten voor alle consumenten zo toegankelijk mogelijk te maken. Prijs blijkt volgens ieder onderzoek een drempel op te werpen om bewust te consumeren. Door ook bij vegetarische producten en biologisch vlees een scherpe prijsstelling te hanteren en niet alleen te stunten met vlees uit de bio-industrie kan de omzet van dier- en milieuvriendelijke producten flink hoger worden. Daarnaast ontbreekt het aan promotie van deze verantwoorde producten, terwijl er in de kerstperiode des te meer reclame gemaakt wordt voor vlees uit de grootschalige bio-industrie, waar dierenwelzijn veel minder telt. Slechts zelden worden biologisch vlees of vleesvervangers aangeprezen.
Belangrijkste onderzoeksresultaten
Jumbo is in beide categorieën, vleesvervangers en biologisch vlees, goedkoop en heeft bovendien een groot aanbod. Dekamarkt en Dirk hebben veel minder producten in het assortiment. Omdat Jumbo zowel de goedkoopste is, als van deze drie supermarkten het breedste assortiment biedt, is Jumbo de overall winnaar!
Vleesvervangers
Het gemiddelde prijsverschil bij vleesvervangers tussen de goedkoopste supermarkt Dekamarkt en de duurste supermarkt Super de Boer is 10%. Bij Super de Boer kost een Javaanse Schijf bijvoorbeeld € 2,99, bij Dekamarkt € 2,19 en bij Jumbo € 1,99. En Pittige Tofu reepjes zijn bij Super de Boer 25% duurder dan bij Dekamarkt. Over het geheel is Super de Boer 10% duurder dan Dekamarkt. COOP is de één na duurste: Vivera Kruimgehakt is bijvoorbeeld 43% duurder dan bij Jumbo.
Biologisch vlees
De goedkoopste supers voor biologisch vlees zijn Jumbo, Dekamarkt en Dirk. Bij biologisch vlees is Super de Boer gemiddeld 15% duurder dan Jumbo. De Natuurwinkel is zelfs 39% duurder dan Jumbo. Een biologische slavink bij de Natuurwinkel kost meer dan twee maal zo veel als bij Dirk. En schouderkarbonade bij de Natuurwinkel is 63% en kipfilet 46% duurder dan bij Jumbo. Van de grote ketens is Super de Boer het duurste: biologische shoarma is 20%, runderbraadlap 26% en schouderkarbonade 32% duurder dan bij Jumbo.
Klik hier voor het gehele onderzoek. Voor meer informatie:
Hans Baaij, directeur Stichting Varkens in Nood
020 617 77 57 of 06 266 76 868
04 januari 2009 De wijnsector in Bordeaux gaat uitstoot van broeikasgassen terugdringen
In het kader van de “bilan carbone” (CO2-evaluatie) van de hele wijnsector heeft de Conseil interprofessionel du vin de Bordeaux (CIVB = brancheorganisatie) zich als doel gesteld om de komende 5 jaar, de uitstoot van de sector met 30.000 ton terug te dringen. Dit betekent een vermindering van 15% van de CO2-uitstoot. Een van de aanbevelingen die gedaan zijn door de onderzoekers betreft de productie van lichtere flessen en een minder vervuilende fabricage van het glas, het glasfabricageproces vertegenwoordigt de grootste uitstoot van CO2 van alle activiteiten van de wijnsector. Een andere aanbeveling betreft de optimalisering van de logistiek zoals de uitbreiding van het scheepvaarttransport rechtstreeks vanaf Bordeaux. Het bevorderen van het treinvervoer van mensen van en naar Bordeaux wordt ook sterk aanbevolen evenals het verminderen van het gebruik van kunstmest en fytosanitaire producten. De wijnsector zal zijn strategie met concrete actiepunten presenteren in februari a.s. Dit doel ligt in de lijn van de strategie van Frankrijk om de totale uitstoot van het land met 75% terug te dringen voor 2050.
Meer informatie over de Bordeauxwijnen op http://www.bordeaux.com/
04 januari 2009 Subsidieregeling internet voor agrariers op komst
Een meerderheid van de Tweede Kamer eist dat het kabinet voor 1 maart 2009 met een subsidieregeling komt voor agrariërs in buitengebieden die
breedbandinternet via de satelliet willen gebruiken. Dat is de strekking van een
motie van CDA-kamerlid Joop Atsma, die tijdens het debat over de LNV-begroting is
aangenomen, onder meer met steun van de regeringspartijen CDA, PvdA en
Christen-Unie.Het gaat om ondernemers in de land- en tuinbouw die niet aangesloten
kunnen worden op kabel, glasvezel of ADSL, terwijl een snelle internetverbinding
belangrijk is voor een goede bedrijfsvoering. Sinds kort kunnen zij toch
breedbandinternet aanschaffen via de ASTRA-satelliet. Land- en Tuinbouworganisatie
LTO sloot begin deze maand een overeenkomst met ASTRA voor het aanbieden van
breedbandinternet via de satelliet, het zogeheten ASTRA2Connect. Omdat de aansluit-
en abonnementskosten hoger en de aanschaf van de apparatuur duurder zijn dan bij
gewone internetaansluitingen, wil de Kamer dat het Rijk bijspringt. De
overheidssteun zou uit diverse EU-fondsen voor het platteland betaald kunnen
worden.In Nederland hebben 200.00 tot 250.000 huishoudens geen toegang tot kabel,
glasvezel of ADSL. Agrariërs hebben internet echter steeds vaker nodig voor hun
administratie, orderverwerking of communicatie met de veiling. ,,Een grote groep
mensen is verstoken van internet. In gebieden waar nu niets is, biedt onze satelliet
een goed en betrouwbaar alternatief," stelt algemeen directeur Bill Wijdeveld van
ASTRA Benelux. Hij is blij met de steun vanuit de Tweede Kamer. Volgens Wijdeveld
kan subsidie de drempel voor agrariërs verlagen. Het bedrijf biedt sinds 2007
Internet via satelliet aan in tien Europese landen. Momenteel maken er in Europa
zo'n 30.000 huishoudens gebruik van.Meer informatie: www.ses-astra.com
04 januari 2009 De fiscale regelingen MIA en Vamil 2009 worden niet zoals jaarlijks in december
bekend gemaakt, maar pas medio januari. De nieuwe regelingen treden met
terugwerkende kracht op 1 januari 2009 in werking. De budgetten voor 2009 zijn
verruimd naar 79 miljoen euro voor de Vamil en 89 miljoen euro voor de MIA.
Bovendien is met ingang van 1 januari voor duurzame kassen en duurzame stallen
afschrijving tot aan de restwaarde mogelijk. Dit is het gevolg van de goedkeuring
die de Europese Commissie voor de duur van zes jaar geeft aan de regelingen. De MIA
en Vamil 2008 worden per 1 januari 2009 ingetrokken. Ondernemers kunnen al jaren
voordelig investeren in milieuvriendelijke technieken met de fiscale regelingen MIA
(Milieu-investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige Afschrijving
Milieu-investeringen). Op de Milieulijst staan alle milieu-investeringen die in
aanmerking komen voor MIA en/of Vamil. Het Ministerie van VROM past de Milieulijst
jaarlijks aan, zodat de lijst aan blijft sluiten bij de beleidsprioriteiten en de
huidige ontwikkelingen in de markt. De totstandkoming van de Milieulijst 2009 heeft
dit jaar meer tijd gekost dan verwacht. Als gevolg daarvan loopt de bekendmaking van
de nieuwe Milieulijst vertraging op.MIA en VamilDe MIA en de Vamil zijn fiscale
regelingen van de ministeries van VROM en Financiën. Via deze regelingen
stimuleert het ministerie van VROM Nederlandse bedrijven te kiezen voor
milieuvriendelijke technieken en apparatuur. Via de MIA kunnen ondernemers tot 40
procent van de investeringskosten voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel
aftrekken van de fiscale winst. Met de Vamil kunnen ondernemers zelf bepalen wanneer
ze de investeringskosten van een bedrijfsmiddel afschrijven. Dat levert een
liquiditeits- en rentevoordeel op.. SenterNovem voert de MIA en Vamil uit. Meer
informatie?Wilt u meer weten over de MIA/Vamil, kijk dan op
www.senternovem.nl/miavamil. Ook kunt u op werkdagen tussen 8.30 uur en 12.30 uur
contact opnemen met de helpdesk MIA/Vamil, telefoon (038) 455 34
80.SenterNovemSenterNovem is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken
dat beleid uitvoert voor verschillende overheden en zo bijdraagt aan innovatie en
duurzaamheid. http://www.senternovem.nl/miavamil
Praktijk kostprijs biologische melk berekend: 55,4 cent per kg
04 januari 2009
Door biologische melkveehouders, adviseurs, onderzoek, banken en verwerkers
is er gewerkt aan een op de praktijksituatie gebaseerde kostprijsberekening
voor biologische zuivel. Tot op heden was er beperkt zicht op de totale
kostprijs voor biologische melk. De aandacht ging vooral uit naar enkel de
meerkosten van de biologische bedrijfsvoering ten opzichte van gangbaar.
De afgelopen jaren is gebleken dat de markt voor biologische zuivel een
eigen dynamiek kent en relatief los staat van de ontwikkelingen in de
reguliere zuivelmarkt. Voor alle schakels van de keten is het belangrijk om
inzicht te hebben in de reële kostprijs. Dit geldt niet alleen voor
bestaande biologische melkveehouders, maar ook voor gangbare melkveehouders
die overwegen om over te stappen naar biologisch.
Vanuit het ketenmanagement biologische zuivel is het initiatief genomen om
gezamenlijk met een werkgroep bestaande uit verwerkers, adviseurs en
biologische melkveehouders een reële kostprijs voor biologische zuivel te
bepalen. Voor deze berekening vormde een standaardbedrijf met 500.000 kg
melk en 55 hectare het uitgangspunt. De afzonderlijke kostenposten zijn
gebaseerd op praktijkinformatie. Dit resulteerde voor dit bedrijf in een
kostprijs van 55,4 cent per kg.
De belangrijkste factoren die de kostprijs van biologische melk bepalen zijn
de kosten voor voer, arbeid, werktuigen&installaties, bouwwerken, rente,
loonwerk- en de quotumkosten. Deze vormen respectievelijk 18%, 18%, 15%,
13%, 9%, 7% en 5% van de reële kostprijs.
Wanneer alle kosten zuiver bedrijfseconomisch beschouwd zouden worden, zou
de praktijkkostprijs nog met ca 10 cent per kg verhoogd dienen te worden.
EKO Holland, een coöperatie van biologische melkveehouders, heeft een
dergelijke kostprijsberekening opgesteld en komt dan op een kostprijs uit
van 63,6 cent per kg.
De opbrengsten van bedrijfspremies zijn niet meegerekend.
LEI: Inkomens van veel land- en tuinbouwers lager dan in 2007
04 januari 2009
In 2008 boekte de land- en tuinbouw als geheel een matig resultaat. In de meeste takken van de agrarische sector is het inkomen veel lager dan vorig jaar (tabel 1). Alleen de varkenshouders zien de inkomens echt verbeteren, maar dat was na een slecht 2007 ook hard nodig. De glastuinbouw heeft in 2008 het slechtste jaar na de eeuwwisseling. Voor veel agrarische bedrijven waren de hoge kosten van energie en veevoer dit jaar een te grote hindernis om tot een redelijk inkomen te komen. Vrij veel bedrijven zullen zelfs een negatief inkomen hebben of in elk geval geen besparingen kunnen realiseren. De opbrengstprijzen van veel producten zijn vooral door een hoger aanbod en de laatste maanden bovendien mede door de kredietcrisis gemiddeld lager dan vorig jaar.
Behalve voor de land- en tuinbouw is er ook een raming gemaakt van de resultaten van de visserij. De zeevisserij heeft een langdurig kostenprobleem maar in de belangrijkste tak, de kottervisserij, waren de nettoresultaten in 2008 per saldo positief, conform de trend die in 2007 is ingezet.
Veehouderij
De veevoerprijzen, die dit jaar 15 tot 20% hoger zijn, drukken zwaar op het bedrijfsresultaat van de veehouderij en dan vooral van de intensieve veehouderijbedrijven. De pluimveehouderij komt hierdoor, ondanks gestegen opbrengstprijzen, zelfs tot negatieve inkomens. Varkenshouders zien door hogere prijzen van biggen en vleesvarkens het inkomen wel verbeteren, maar dat blijft nog erg mager. Het redelijke bedrijfsresultaat van de melkveehouderij in 2008 is vooral te danken aan de hogere melkprijzen in het eerste half jaar. Daarna is het resultaat duidelijk onder druk gekomen.Het inkomen daalt door kostenstijgingen en een geringere omzet en aanwas van vee. De laatste maanden zijn de zuivelprijzen fors gedaald en ook zijn de veevoerprijzen door de veel lagere graanprijzen al een stuk lager dan tot voor kort.
Akkerbouw
Het inkomen van akkerbouwers daalt dit jaar door lagere prijzen van de meeste gewassen en hogere kosten van onder meer kunstmest. Hogere kg-opbrengsten per hectare kunnen dit niet compenseren. In 2007 waren de inkomens nog relatief hoog, mede door de toen bijna ongekend hoge graanprijzen.
Tuinbouw
Veel glastuinbouwbedrijven hebben dit jaar te maken met lagere opbrengstprijzen van de producten en hogere kosten van onder meer arbeid en gas. De inmiddels gedaalde olieprijzen werken vertraagd door in de gasprijzen die de tuinder betaalt. De rentabiliteit van de glastuinbouw komt met een daling van 5%-punt op slechts 92. Champignontelers hebben ook een lager inkomen dan vorig jaar, onder meer door lagere opbrengstprijzen en hogere kosten van compost. Voor groentelers in de open grond en telers van bloembollen zijn de bedrijfsresultaten dit jaar aanzienlijk slechter dan in 2007, vooral door tegenvallende prijzen. Voor fruittelers en boomkwekers zijn de inkomens ongeveer gelijk aan die in 2007, dat de boeken ingaat als redelijk tot goed. Vooral de fruittelers met peren profiteren dit jaar van veel hogere prijzen.
Visserij
De kottersector zal het jaar 2008 met een bescheiden winst kunnen afsluiten omdat vooral de garnalenvisserij winstgevend was terwijl de platvisvisserij in het algemeen juist verliesgevend was. De concurrentie met geïmporteerde visproducten is groot. Bedrijven investeren momenteel in alternatieve, energiezuinige en milieuvriendelijker visserijmethoden waarbij kostenbesparing van groot belang is. De capaciteit van de kottervloot is door een saneringsronde begin dit jaar fors gekrompen (-15 %). In het laatste kwartaal zijn de visvangsten goed en de brandstofprijzen zijn fors gedaald waardoor visserijbedrijven weer even iets meer lucht lijken te krijgen.
Herstart van pompoen- en groenteboerderij Bonaventura in Ternaard groot succes
04 januari 2009 De familie Engels heeft met biologische boerderij Bonaventura in Ternaard een complete herstart gemaakt. Nu aan het einde van het jaar, ondanks de economische crisis, blijkt dat deze grootscheepse verhuizing van Anjum naar Ternaard de familie geen windeieren heeft gelegd. De handel in pompoenen en andere groente floreert weer en ze zijn gestart met een boerderijwinkel die zich vooral richt op de lokale bevolking.
Nieuwe start
Een slechte afzet van producten aan de groothandel heeft ervoor gezorgd dat Riet, Henk en zoon Rik Engels op de boerderij in Anjum met grote overschotten opgescheept zaten. Andere jaren zorgden slechte oogsten voor enorme tekorten. Allemaal redenen die de familie Engels, die vooral bekend staat om hun pompoenen, bijna de das heeft omgedaan. “ In Ternaard zitten we nu een half jaar. Deze betere locatie, een andere opzet gericht op meer marge en mond-op-mond reclame hebben ervoor gezorgd dat we meer klanten aantrekken, vooral particulieren die onze eigen geteelde groenten kopen. De rest wat overblijft, verkopen we aan de groothandel”, aldus Rik Engels.
Het nieuwe bedrijf Bonaventura is meteen ook symbolisch, wat betekent: ‘het stokje overgeven’. Rik Engels neemt de boerderij geleidelijk over. “Met twee dagen op de boerderij ben ik parttime boer. De andere dagen werk ik nog als loodgieter. Mijn vader en moeder helpen daarom nog veel. Samen met mijn vader doe ik de agrarische werkzaamheden en mijn moeder runt de boerderijwinkel. Ook mijn vriendin helpt. Zij bouwt nu de website voor ons bedrijf. In de toekomst wil ik me volledig op het eigen bedrijf richten”.
Boerderij- en webwinkel
De boerderijwinkel is in april 2009 volledig klaar, maar er zijn nu al volop biologische groenten te koop. Het nieuwe winkelconcept zorgt voor een breder aanbod van biologische producten. Niet alleen de eigen groenten verkopen, maar ook fruit, vlees, kaas, eieren en kruidenierswaren van collega bioboeren is de bedoeling. Daarbij verkoopt Bonaventura de producten ook via de biologische webwinkels van Van Eigen Erf. Verkoop via deze webwinkels willen zij in de toekomst intensiveren.
Bonaventura wordt één van de 26 Fryske Biologische Boerderijwinkels. Dit is een samenwerkingsverband tussen Friese biologische boerderijwinkels om zich gezamenlijk te presenteren aan het publiek om meer naamsbekendheid te krijgen. (www.fryskeboerderijwinkels.nl).
Nieuw zuivelmerk ‘Waddenhoeve’ van noordwest Friese bodem slaat aan
04 januari 2009 Het biologische-dynamische zuivelmerk ‘Waddenhoeve’ is dit jaar ondanks de economische crisis een succes in het natuurvoedingskanaal. In de opstartfase is er circa 200.000 liter zuivel afgezet. Anne en Anneke Koekkoek van de Harmanna Hoeve uit Harlingen hebben het nieuwe merk in juni dit jaar op de markt gebracht. Sindsdien is de Waddenhoeve-zuivel vooral in de Randstad goed verkocht.
Waddenhoeve
De afgelopen twee jaar hebben ze voor Waddenzuivel crème fraîche, karne- en boerenmelk en verschillende soorten boerenkwark en –yoghurt geproduceerd. Met dit merk zijn ze opgehouden. “Waddenzuivel is een erg mooi merk, maar we hadden het merk in licentie. We wilden graag een eigen merk hebben. Dan ben je helemaal vrij en eigen baas. Juni dit jaar hebben we de knoop doorgehakt en zijn we op eigen benen gaan staan. Tot nu toe zijn we tevreden, een goed begin is het halve werk”, aldus Anneke Koekkoek.
Productiewijze
Volgens Koekkoek slaan de producten aan, omdat de klanten de smaak een sterk punt vinden. De karnemelk maken ze bijvoorbeeld nog op authentieke wijze. Ze laten volle melk rijpen en aanzuren. Deze melk karnen ze een paar uren. Boter vormt zich en wat overblijft is gekarnde melk. Deze karnemelk is mager, maar doordat ze werken met volle melk geeft het vet de karnemelk een volle smaak mee. Een tijdrovend proces. “Moderne karnemelk maken ze door alleen maar magere melk aan te zuren. Dat is sneller gemaakt en dus financieel aantrekkelijker. Smaak is daarbij niet het belangrijkst,” vertelt Koekkoek.
Regio
In Friesland zijn de verkooppunten beperkt. Op de boerderij zelf verkoopt Koekkoek de Waddenhoeve-zuivel en Jochum de Boer in Kimswerd verkoopt het in zijn Fryske biologische boerderijwinkel. Ook heeft de webwinkel biowebfryslan.nl deze producten in het assortiment.
Harmanna Hoeve werkt zoveel mogelijk met ingrediënten uit de regio. Vruchten uit de vruchtenkwark komen bijvoorbeeld uit Fryslân. Het is algemeen bekend dat streekproducten uit de Waddenstreek het altijd goed doen in de Randstad. Waddenhoeve is hierop geen uitzondering.
Fryske biologiche boerderijwinkels
De Harmanna Hoeve is aangesloten bij de Fryske Biologische Boerderijwinkels. Dit is een samenwerkingsverband tussen Friese biologische boerderijwinkels om zich gezamenlijk te presenteren aan het publiek om meer naamsbekendheid te krijgen. Ook Jochum de Boer en biowebfryslan.nl hebben zich hierbij aangesloten (www.fryskeboerderijwinkels.nl).
Teelttechnieken bevorderen verschillen tussen tomaten
04 januari 2009 De ene tomaat is de andere niet. Onderzoekers van de Food Science en Technology
Department van de universiteit van Californi (Verenigde Staten) hebben gekeken of er
aantoonbaar verschil is tussen de gewone tomaat en de tomaat die biologisch geteeld
is.
Reden voor het onderzoek was de discussie over de veronderstelde hogere kwaliteit en
betere voedzaamheid van de biologische tomaat.
Doel van de studie was na te gaan of de kwaliteit van de tomaat door verschillende
procestechnieken daadwerkelijk benvloed wordt. De conclusie is dat dat er veel
verschillen zijn tussen tomaten. Van invloed zijn niet alleen wie de teler is, maar
ook het productiesysteem,het tomatenras en de weersomstandigheden. Voor de
verwerkende industrie is de stevigheid en de hoeveelheid oplosbare stoffen in de
tomaat van belang. Die blijken bij biologische tomaten beter te zijn. Waarschijnlijk
speelt de langzamere groei van de biologische tomaat daarbij een rol,
veronderstellen de onderzoekers.
Gangbaar geteelde tomaten daarentegen zijn eerder volgroeid. Er werden geen
statistisch significante verschillen gevonden in voedingswaarde tussen biologisch en
conventioneel geteelde gewassen. De gehalten aan glutamaat, glutamine en tyrosine
waren wel duidelijk hoger in de gewone tomaten, terwijl ook de concentraties aan
stikstof en ammonium hoger waren.
Ecover blijft investeren in groene productie en milieuvriendelijke ingrediënten.
04 januari 2009 Ecover investeerde 1,5 miljoen euro in onderzoek naar een nieuw productieproces voor
surfactants, een basisbestanddeel van detergenten. Opvallend is dat Ecover niet
met-een van plan is om het proces zelf te implementeren. Op dit ogenblik bestaat er
een samenwerking met een leverancier die het proces mag gebruiken en de biochemische
surfactant aanmaakt die Ecover nu al op de markt brengt in zijn ruitenreiniger. Op
dit ogenblik is men volop bezig om de productie op te schalen zodat het ook in
andere was- en schoonmaakmiddelen kan gebruikt worden. Peter Malaise, concept
manager van Ecover: "Een surfactant is het actieve bestanddeel in een detergent, een
stof die de oppervlaktespanning van een vloeistof verlaagt waardoor die vetten kan
dispergeren. De functie is essentieel, maar tegelijk vormen de surfactants een
giftig ingrediënt. Wij streven er al lang naar om ze zo weinig mogelijk te gebruiken
in onze producten. Parallel zoeken we een alternatief. We hebben nu een nieuw
surfactant gevonden. De klassieke worden aangemaakt via chemische weg op basis van
petrochemische grondstoffen. De grondstof die wij nu gebruiken is een plantaardige
olie, eventueel zelfs afvalolie. Daarnaast gebruiken we een stikstofbron zoals
melkwei, een afvalproduct van kaasmakerijen. Die grondstoffen ondergaan daarna een
biochemisch fermentatieproces op basis van natuurlijke stoffen zoals gisten en
bacteriën om tot een surfactant te komen. Het voordeel van dit nieuwe ingrediënt is
dat het een krachtiger werking heeft en er veel minder van nodig is voor eenzelfde
resultaat. Onze vinding heeft de interesse gewekt van andere
grondstoffenproducenten. We onderzoeken hoe we op die vraag moeten inspelen."
Het gaat om een strategische beslissing voor Ecover, dat tot nu toe zijn
grondstoffen gewoon aankocht. Moet het investeren in de productie van ingrediënten?
"We stellen ons de vraag of we een nauwere samenwerking met onze leverancier moeten
opzetten zoals een joint venture of zelfs een overname. Anderzijds hebben wij het
patent op deze vinding. We kunnen ook via de verkoop van licenties geld verdienen,"
zegt Peter Malaise.
De filosofie van Ecover is altijd geweest om niet alleen ecologische producten voor
de consumenten te leveren, maar ook om het gedachtegoed te hanteren in de hele
bedrijfsvoering. Peter Malaise: "Zo willen we tijdens het productieproces ook zo
ecologisch mogelijk werken. Het leidmotief daarbij is: minimaliseren. Minder water,
minder afval, minder energie. We halen nu een ratio van 2 gram vast afval voor elke
kilogram product. Maar dat willen we nog verbeteren. Ons doel is om dit jaar 60 ton
afval minder te produceren dan vorig jaar. Dat doen we in de eerste plaats samen met
onze leveranciers. We vragen hen om zo weinig mogelijk verpakking te gebruiken.
Wegwerpverpakking hebben we haast niet meer. Wanneer leveranciers ons toch nog
verloren verpakkingen bezorgen, dan trachten we ze eerst zelf zo veel mogelijk te
gebruiken."
Het productieproces is vrij klassiek: een grote reactor of mengvat om een
reinigingsmiddel aan te maken, waarna het product wordt afgevuld in flacons. Die
krijgen een etiket en worden dan verpakt. Alle handelingen zijn geautomatiseerd. Aan
de lijn staat één operator die niet veel meer doet dan de flacons in de machine
schudden en een oogje in het zeil houden. "We hebben wel geïnvesteerd in beste
technologieën om het energieverbruik zo laag mogelijk te houden en het
productieafval zo veel mogelijk te minimaliseren," zegt Peter Malaise.
Ecover maakt wel het verschil met zijn bedrijfsgebouw. De nieuwe fabriek vlakbij het
Franse Boulogne-sur-Mer is één jaar oud en werd gebouwd volgens dezelfde principes
als het moederhuis in Malle. Kenmerken zijn de stevige isolatie met muren uit
cellenbeton en een groendak op een houten gebinte. Het regenwater wordt opgevangen
en gebruikt voor de toiletten en het schoonmaken. Geen nieuwe technieken, maar ze
worden allemaal gecombineerd. Jean-Louis Desmedt, directeur Ecover France: "Voor de
constructie hebben we lessen getrokken uit de ervaring in Malle. Daarbij hebben we
vooral gelet op de kosten. Waar het Belgische gebouw nog 40 % duurder was dan een
klassieke fabriek, hebben we nu de meerkost kunnen terugbrengen tot ongeveer 15 %."
Die investering kan niet volledig terugverdiend worden door besparingen op energie
en water. "Maar we gebruiken het gebouw als uithangbord. Jaarlijkse krijgen we grote
aantallen bezoekers die niet alleen de ecologische fabriek komen bekijken, maar ook
tegelijk ook kennis maken met onze producten. Dat is een vorm van reclame. Als je
die besparing meerekent, halen we de investering er ruimschoots uit."
Planbureaus maken zich zorgen over Biodiversiteit Nederland
01 januari 2009 Den Haag, 10 febr. Van alle zorgen voor morgen in Nederland zijn klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit de grootste. Althans als we in ons land nog lang en gelukkig willen leven.
• Document - Monitor Duurzaam Nederland
Dat stellen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal Planbureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een vandaag verschenen studie, Monitor Duurzaam Nederland 2009, dat is aangeboden aan de minister Cramer (Milieu, PvdA) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA).
Het rapport is een weinig verrassende inventarisatie van alle obstakels op de weg naar een duurzaam Nederland. Opmerkelijker is de rangorde die de planbureaus daarin aanbrengen. Positief vinden de onderzoekers in Nederland de „flinke toename” van gezondheid, inkomen en opleiding. Ook bestaat er onder het volk relatief „veel vertrouwen” in politiek en instituties, vergeleken met andere EU-landen. Verder begint ook het beleid om lokale milieuvervuiling tegen te gaan vruchten af te werpen.
Minder zorgelijk, maar toch iets om „waakzaam” over te blijven, is de sociale cohesie, dat wil zeggen „hoe we met elkaar om gaan”. Ook verdient de kloof tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden aandacht, niet alleen omdat de eerste groep zo veel meer geld verdient, maar ook omdat de laagopgeleiden naar verwachting tien jaar minder lang ter leven hebben. In de categorie ‘waakzaam’ valt ook de vraag of Nederland met de vergrijzing in aantocht voldoende arbeid weet te mobiliseren. Gaan we per week langer werken? Moeten vrouwen, ouderen en allochtonen meer aan de slag?Waakzaamheid is ook geboden bij het op peil houden van de kennis, want het is de vraag, aldus de onderzoekers, „of er nog voldoende kennis is”.
Maar échte zorgen moeten het kabinet en de rest van Nederland zich maken over de klimaatverandering en de biodiversiteit. Vooral de biodiversiteit is in Nederland ver te zoeken. Het aantal soorten planten en dieren is in Nederland sinds 1900 „rap omlaag” gegaan, en bedraagt nog maar 15 procent van wat het destijds was. Mondiaal gezien is de biodiversiteit tot 70 procent gedaald. Vooral in het water is in Nederland veel te winnen.
Wat te doen? De klimaatverandering en het gebrek aan biodiversiteit vereisen een internationale aanpak, en daarbij wordt steeds duidelijker dat er „lastige keuzes” moeten worden gemaakt. Als de wereld de temperatuurstijging wil beperken tot 2 graden Celsius in deze eeuw, kost dat veel geld. Om de biodiversiteit te herstellen moeten natuurlijk natuurgebieden worden beschermd. Maar het zou ook voor de hand liggen om minder vlees te eten. Hoe krijgen we de Nederlanders zo ver?
Het kabinet wil het volk niet gaan verbieden vlees ter eten, zo kondigden de ministers Cramer en Koenders bij de presentatie van de studie aan. Wel wil het kabinet een „dialoog” met de samenleving om te wijzen op de consequenties die het eten van vlees heeft voor de toekomst van de planeet.
Geen toetsbare normen voor gezondheidsrisico’s bij megastallen
17 december 2008 In de discussies over de komst van megastallen in Nederland lijken de verschillende overheden (rijk, provincies en gemeenten) de risico’s voor de volksgezondheid steeds minder aandacht te geven. Worden voor bijvoorbeeld ruimtelijke aspecten normen gesteld (de hoogte van de stal, de kleur van het dak), toetsbare normen met betrekking tot de gezondheidsrisico’s komen niet
of nauwelijks aan bod. Dat stellen een aantal belangengroepen, zoals vereniging Behoud de Parel in Grubbenvorst (Limburg) en de stichting VROM? uit Vroomshoop (Overijssel) samen met zes andere belangengroepen in een brief aan drie ministers, de provincies Overijssel, Gelderland en Limburg en de betrokken gemeentes in deze provincies. In de brief worden ze gewezen op
een aantal cruciale rapporten, die duidelijk de voor de belangengroepen onacceptabele gezondheidsrisico’s aantonen en beschrijven. Indien de overheden geen aandacht besteden aan de gezondheidseffecten kunnen zij in de toekomst schadeclaims van burgers verwachten.
De belangengroepen zijn van mening dat het rapporten betreft, die er niet om liegen. Zij geven klip en klaar aan welke risico's er aan deze ontwikkeling kleven. De rapporten zijn vrij toegankelijk en komen van gerenomeerde instituten als RIVM, GGD, Voedsel en warenautoriteit, etc. Inbijgaande bijlage de brief, waarin kan worden doorgeklikt naar alle verwijzingen.
Meer informatie over alle aspecten van de problematiek met betrekking tot de megastallen kunt u vinden op de site van www.behouddeparel.nl.
De vereniging Behoud de Parel wijst er op dat komende vrijdag in Provinciale Staten van Limburg besloten wordt over een burgerinitiatief van de vereniging. Eén van de punten in dat burgerinitiatief is het maken van een zogenaamde “gezondheidseffectrapportage” voor landbouwontwikkelingsgebieden, vóórdat er megastallen verrijzen. Tijdens de discussie in de Statencommissie
“Fysiek Domein” wezen verschillende fracties naar aanleiding van het burgerinitiatief op de gezondheidsrisico’s en vroegen ze gedeputeerde Driessen (CDA) om gezondheidsgaranties voor de bevolking. Of gedeputeerde Driessen die garanties gaat bieden is de vraag.
In de brief wordt ook een duidelijke claim gelegd op de toekomst, geïnspireerd door de claims die op de tabaksindustrie afkwamen in de jaren 90 en de problematiek van asbest, waarbij ook jaren actie nodig was om de gezondheidsbedreigingen onder de aandacht te brengen en vervolgens schadevergoeding voor de slachtoffers te claimen. De groepen stellen in hun
brief dat keer op keer is gebleken dat men niet duidelijk kon krijgen wat men al wist of had kunnen weten. Met deze brief is in ieder geval vastgelegd wat men had kunnen weten. Als over enige tijd een omwonende van een LOG bij
zijn beleidsbepaler een claim wil leggen voor zijn opgelopen COPD, dan heeft hij hier een houvast aan, aldus de belangengroepen. De groepen wijzen er op dat men wellicht aan de ondernemer moet betalen als deze mega-ontwikkelingen niet doorgaan. Ze hopen dat nu met hun brief misschien duidelijk wordt welke vergoedingen straks moeten worden betaald aan de slachtoffers als alles wel doorgaat.
Informatie: Paul Geurts (Vereniging Behoud de Parel) 06-57311011
Primeurwijn bottelen op “de S-akker” op zaterdag 20 én 27 december a.s.
15 december 2008
Op zaterdag 20 én 27 december a.s. bent u tussen 10 en 16 uur van harte welkom op biologische wijngaard “de S-akker” te Dodewaard.
In het wijnlokaal kunt u dan onder begeleiding een jonge en sprankelende primeurwijn uit het vat in de fles laten lopen, de fles van kurk en capsule voorzien én als afsluiting natuurlijk uw eigen etiket maken en aanbrengen.
Zo heeft u een mooi cadeau om de feestdagen uzelf of een ander mee te verwennen.
De wijngardeniers Teun Geluk en Chris Maan ontvangen u graag en vertellen met veel plezier over de wijnbouw en wijnmakerij. Vanzelfsprekend kunt u wijnen proeven.
Ook bestaat de mogelijkheid een wijnstok te adopteren.
Wijngaard “de S-akker” ligt aan de Welysestraat 19b te Dodewaard.
Alle informatie vindt u op www.s-akker.nl
09 december 2008 Minister Gerda Verburg van LNV ziet niets in een fonds om de omschakeling van gangbaar op biologische bedrijfsvoering te stimuleren. Er moet daarentegen meer regie in de keten komen, zegt ze.
Een omschakelfonds voegt volgens Verburg onvoldoende toe aan de huidige stimuleringsmaatregelen. Voorbeelden daarvan zijn VAMIL, MIA, EIA en groenfinancieringen. Een fonds brengt daarnaast wel hoge kosten met zich mee.
Om omschakelaars te steunen zou ongeveer 90 miljoen moeten worden gestoken in een fonds. Ondernemers zouden hieruit zo'n 350.000 euro kunnen lenen voor een periode van twee jaar.
Met het geld zouden omschakelaars de tijdelijke dip in inkomsten kunnen compenseren. Dit vermindert de verliezen door vervroegde afschrijving van investeringen. Het instellen van een omschakelfonds haalt volgens de minister ook de prikkel uit de keten om een meerprijs te bieden voor producten van omschakelaars.
Verburg ziet naast de huidige maatregelen meer in een totaalaanpak, waarbij wordt gewerkt aan andere knelpunten die de omschakeling belemmeren. Ze noemt het wegnemen van het negatieve beeld van debiologische landbouw bij gangbare ondernemers en het ontbreken van vertrouwen in de biologische markt(ontwikkeling).
Ook zouden ketenregisseurs nodig zijn en extra begeleiding van omschakelaars. De extra stimulansen zijn nodig omdat de laatste jaren de vraag naar biologische levensmiddelen snel is gegroeid zonder dat daar in Nederland een groeiend aanbod aan biologische producten tegenover stond. Bron: Nieuwe Oogst
Biologica wilt vaste hectaresteun voor biologische boer
09 december 2008 Biologische bedrijven moeten een basisbeloning per hectare krijgen. Dit schrijft Biologica en de vakgroep biologische landbouw van LTO in een brief aan de Tweede Kamer.
Volgens Biologica is een basisbeloning van 220 euro per hectare nodig om biologische boeren te vergoeden voor de maatschappelijke bijdrage die ze leveren.
Biologica baseert zich op berekeningen van het Wageningse instituut LEI. Dat becijferde dat de biologische sector jaarlijks voor 10,2 miljoen euro bijdraagt aan de samenleving, doordat de kosten voor waterzuivering en klimaatbeleid lager zijn. Omgeslagen over het totaalareaal van de biologische landbouw (47.000 hectare) betekent dat een vergoeding van zo�n 220 euro per hectare.
Biologica en de vakgroep biologische landbouw van LTO vinden dat er per 2013 een eind moet komen aan subsidies die gekoppeld zijn aan productie, bijvoorbeeld de slachtpremie.
04 december 2008 De groei van de biologische markt zal naar verwachting afremmen zoals ook de economische groei afneemt. Volgens Amerikaans onderzoeksbureau Mintel hebben consumenten het financieel moeilijk. In eerste instantie leek de biologische markt niet zo veel last te hebben van de zware economische tijden maar nu lijkt de groei toch echt af te nemen en dat zal niet op korte termijn herstellen.
Stijgende voedselprijzen en private-label merken zijn ook kosten-gerelateerde uitdagingen waar de biologische markt zich mee geconfronteerd ziet. Hierdoor wordt consumentengedrag beinvloed en denken mensen veel meer na over de keuze gangbaar of biologisch. Zie ook: www.meatprocess.com
Bron: www.biofoodonline.nl
04 december 2008 Veel leveranciers, handelaren en verwerkers zouden meer biologische producten kunnen verkopen, maar het aanbod van de boeren en tuinders schiet te kort. Tijdens de werkbijeenkomst ‘Het zit zó bij bio: omschakeling en opschaling in de keten’, op 26 juni jongstleden, spraken ketenpartijen over de mogelijkheden om gangbare ondernemers te stimuleren om te schakelen naar biologisch.
In allerlei productgroepen is een tekort aan biologische producten. Wijnand Sukkel (PPO van Wageningen UR) vertelde tijdens de bijeenkomst dat veel biologische boeren het tekort geen groot probleem vinden. Nu kunnen ze eindelijk geld verdienen. Op langere termijn is deze houding echter minder verstandig. Het heeft geen nut om de vraag te laten groeien als er geen aanbod is. Bovendien maakt de schaarste het prijsverschil met gangbaar nog groter, waardoor bio zich uit de markt prijst.
Spreker Jan Zomerdijk, directeur van Ecomel, meldt dat het in de zuivel meevalt met de tekorten. Hij ziet weinig heil in eenzijdige maatregelen om het aanbod aan zuivel te vergroten. “Schaarste is het begin van een overschot. Doordat de prijzen hoger zijn gaan boeren meer produceren. Maar een schaarste nu is helemaal geen garantie dat je over twee jaar nog diezelfde afzet hebt.” Daarom probeert Ecomel voortdurend de consumentenvraag te bevorderen. Ook ziet het bedrijf voor zichzelf een rol om omschakelen en opschalen te stimuleren.
De biologische akkerbouwer/groenteteler moet een geheel andere ondernemer zijn dan de gangbare boer, vertelt Henny van Gurp, van ZLTO. Wie omschakelt breekt met zijn afzetorganisatie. Bovendien teelt de omschakelaar meer gewassen, heeft meerdere afzetorganisaties en meer contracten. Dat betekent dat de afzet veel complexer wordt. De afzetorganisaties kunnen deze knelpunten helpen verzachten, de beleving en de bekendheid van biologisch verbeteren en daarmee meer gangbare boeren interesseren voor omschakelen.
Tijdens de bijeenkomst kwamen veel tips en aanbevelingen naar voren. Wat kunnen ketenpartijen doen om omschakeling te stimuleren? Lees er meer over in BioKennisbericht Markt & Keten #3.
Meer informatie: Wijnand Sukkel, PPO van Wageningen UR, wijnand.sukkel@wur.nl
03 december 2008 Voedselteams vzw pakt uit met een nieuw ‘korte-keten-project’ voor Antwerpe studenten. Elke week kunnen studenten een pakket met verse, seizoensgebonden groenten en fruit van biologische teelt aan een voordelige prijs bestellen en afhalen op maandag. De groenten komen rechtstreeks van de producent: Het Wijngaardhof uit Westmalle. Het project wordt mee gesubsidieerd door de Provincie Antwerpen.
Dit project heeft diverse doelstellingen. Het helpt studenten om gezond en gevarieerd te eten. Het laat hen kennis maken met seizoensgebonden en lokale biologische producten. Zo leren ze ook nieuwe groenten kennen, met bijhorende recepten. Samen koken wordt gestimuleerd door het aanbieden van een ‘kotpakket’. Door dit project krijgen studenten een nauwere band met de landbouw en de kansen en problemen op dit terrein. Ze betalen een eerlijke prijs, d.w.z. een prijs die het productieproces en de loonkost dekt. Zo steunen ze landbouwers in hun evolutie naar een duurzame productiewijze. Eventueel kunnen studenten zelf een beperkt engagement opnemen op het vlak van bestellingen, betalingen of de depotbeurtrol.
Voor landbouwers leidt dit systeem tot een grotere rechtstreeks verkoop, wat economisch interessant is. Het is een stimulans om verder te gaan op de ingeslagen weg van duurzaam produceren. Het nieuwe doelpubliek vormt een boeiende uitdaging. Dit project vormt een toekomstig publiek van jonge consumenten. Het project kan positief bijdragen tot het imago van de landbouw.
02 december 2008 Vanaf 1 januari is een nieuwe EU-verordening van kracht, waarin is vastgelegd dat substraatteelt in de biologische productiemethode niet is toegestaan.
Dat laat Europees landbouwcommissaris Fischer Boel weten in antwoord op schriftelijke vragen van europarlementariër Esther de Lange. Naar aanleiding van proeven in Nederland met biologische teelt onder glas op een natuurlijk substraat, kwam vorig jaar een debat op gang over toelaatbaarheid van substraat binnen wettelijke regels voor biologische teelt.
De algemene bepaling in de in 1991 vastgestelde Europese verordening dat biologische teelt in de ondergrond moet plaatsvinden, zou in Denemarken anders worden geïnterpreteerd voor kasteelten. Met het expliciete verbod in de nieuwe verordening, komt een eind aan de interpretatieruimte die lidstaten zich op dit vlak konden veroorloven.
De Europese Commissie laat de deur voor vernieuwing echter op een kier. "it neemt evenwel niet weg dat in de toekomst nog vooruitgang kan worden geboekt, met name aan de hand van nauwkeuriger bepalingen voor specifieke sectoren (die zich vaak snel ontwikkelen), zoals de biologische kasteelt", sluit Fischer Boel haar beantwoording af.
Bron: www.agd.nl
'Praktische kostprijs' biologische producten in ontwikkeling
01 december 2008 De kostprijs voor biologische melk wordt door verschillende organisaties anders berekend. Daarom is een project gestart waarin een berekeningsmethode wordt ontwikkeld voor een "praktische” kostprijs. Bovendien volgt uit dit project een indicatie voor het niveau van deze praktische biologische kostprijs. Een soortgelijke opzet wordt ook voor de kostprijs van biologisch varkensvlees, geitenmelk en biologische eieren gemaakt.
Voor een duurzame groei en doorontwikkeling van de biologische melkveehouderij is het belangrijk om goed inzicht te krijgen in de kostprijs en kengetallen. In een BioConnect-project wordt gewerkt aan een berekeningsmethode van de 'praktische' kostprijs. Een goed onderbouwde 'praktische' kostprijs geeft verwerkers en retailers een handvat bij de verdere ontwikkeling van de markt. Ook is inzicht in de praktische kostprijs belangrijk om ook op langere termijn perspectief te houden voor de Nederlandse melkveehouderij.
Verschillende berekeningen
De kostprijs voor biologische melk wordt door verschillende organisaties anders berekend. Het is vaak een worsteling tussen een volledig bedrijfseconomische berekening en een kasstroombenadering. Het is de vraag in hoeverre worden een volledige vergoeding voor arbeid, inzet van kapitaal en afschrijvingen wordt meegenomen. Hierdoor is het lastig om bedrijven onderling te vergelijken, maar ook om een praktisch niveau vast te stellen. Daarnaast geven de verschillende rekenmethodes ook aanleiding tot verwarring en krijgen potentiële omschakelaars moeilijk inzicht in de zakelijke consequenties van hun beslissing.
Praktische kostprijs
Daarom is een project gestart waarin een berekeningsmethode wordt ontwikkeld voor een 'praktische' kostprijs. Bovendien volgt uit dit project een indicatie voor het niveau van deze praktische biologische kostprijs. Samen met melkveehouders, adviseurs, onderzoekers van Wageningen UR, verwerkers en financiers worden de werkelijke kosten in beeld gebracht zodat de nieuwe methodiek een reëel cijfer wordt. De ambitie is vervolgens om deze praktische kostprijs in 2009 voor ruim 50 biologische melkveehouders in kaart te brengen.
Een soortgelijke opzet wordt ook voor de kostprijs van biologisch varkensvlees, geitenmelk en biologische eieren gemaakt.
22 november 2008 Kennis over fruitbomen verzameld en gebundeld in
Het Handboek Hoogstamfruit is een compleet naslagwerk waarin één van de meest gewaardeerde landschapselementen centraal staat; de hoogstamfruitboom.
De hoogstamfruitboom is een graag geziene gast in het landschap. De bloesem kleurt in de lente roze en wit en nodigt vele fietsers en wandelaars uit om naar buiten te gaan. In het najaar hangen de bomen vol fruit waarvan de lekkerste producten kunnen worden gemaakt. Appeltaart van eigen appels smaakt natuurlijk het allerbest.
Maar niet alleen mensen genieten van dit ooit door de Romeinen geïntroduceerde cultuurgewas. Ook dieren en planten profiteren van de omstandigheden in en om de boomgaard. Egels, muizen en andere kleine zoogdieren vinden beschutting in het hoge gras en de haag die meestal om de boomgaard staat beschutting. En steenuiltjes, boomklevers, spechten en vele andere vogels broeden graag in de bomen of vinden er insecten.
Behouden voor de toekomst
Om de bomen voor de toekomst te behouden is goed onderhoud noodzakelijk. Fruitbomen zijn cultuurgewassen, ze zijn als het ware door de mensenhand gemaakt. Een fruitboom bestaat altijd uit een onderstam en een bovenstam van twee soorten. Door eindeloos te combineren ontstonden sterke rassen met veel en lekker fruit. Vooral de kloosterlingen waren bedreven in het enten van fruitbomen.
Tegenwoordig is er bij de boomkweker een keur aan rassen te krijgen. Na de aankoop van een boom is het zorg deze op een goede manier te planten en te onderhouden.
Het Handboek Hoogstamfruit is te bestellen via www.landschapsbeheergelderland.nl Daar is ook meer informatie te vinden.
Franse keten stopt met het jaarrond aanbieden van alle groente- en fruitsoorten
16 oktober 2008 Franse Biocoop van jaarrond naar seizoensgebonden
De biologische winkelketen Biocoop, marktleider in biologische producten op de Franse markt, stopt met het jaarrond aanbieden van alle groenten- en fruitsoorten. De keten wil terug naar een seizoensgebonden productaanbod. Het bedrijf houdt op met de winterse import van producten uit het zuiden die in een ander seizoen binnen Europa zelf worden geteeld. Het gaat om avocado's, kiwi's, tomaten, komkommers, courgettes, aubergines en paprika's.
Wel zullen groenten- en fruitsoorten worden geïmporteerd die niet in Europa worden geteeld, zoals bananen en ananas. Biocoop zal in het winterseizoen receptenboekjes verspreiden waarin alleen seizoenproducten aan bod komen. Het aanbod van groenten en fruit in conserven wordt in de winter vergroot. Zie ook: www.agf.nl
16 oktober 2008 Organisaties die promotieprogramma's voor Europese landbouwproducten organiseren kunnen bij Dienst Regelingen cofinanciering aanvragen. In de periode van 8 oktober tot 30 november is de subsidieregeling opengesteld. De EU ondersteunt via deze regeling promotieprogramma's voor fruit, bloemen- en planten, zuivel- en vleesproducten uit de biologische landbouw. De EU vergoed maximaal 50 procent van de kosten va het programma. Voor de acties gericht op kinderen in onderwijsinstellingen wordt 60 procent vergoed. Zie ook: www.agd.nl
Vanaf eind september biedt PLUS als eerste retailketen in Nederland haar klanten hoogwaardige streekproducten aan
13 oktober 2008 De streekporducten producten komen onder de merknaam GIJS in de schappen te liggen. Het gaat hier om vleeswaren, ijs, seizoensgroentes en -fruit, vruchtensappen, jams, soepen, kazen en zuivel.
Directeur Rogier Arntz van StreekSelecties benadrukt dat bij GIJS veel aandacht wordt besteedt aan het verhaal achter het product. Hij ziet de komst van GIJS als een mijlpaal in de Nederlandse retail-business. ‘Tot vandaag de dag kenmerkten streekproducten zich door kleinschaligheid. Het bereik bleef beperkt, terwijl marktonderzoek aantoonde dat de vraag naar voedsel met een duidelijke regionale identiteit veel groter is.’
De producten van GIJS worden betrokken bij kleinschalige producenten waar het ambacht en de passie voor het product centraal staan. Uitgangspunt is dat de producten rechtstreeks van boer, bakker of slager naar de winkelschappen gaan. StreekSelecties is in 2007 opgericht op initiatief van Agro & Co Brabant. Deze groene ontwikkelmaatschappij participeert samen met ZLTO en The Food Kitchen in StreekSelecties.
@bron: Meer informatie: www.streekselecties.nl
@beeld: Logo StreekSelecties
13 oktober 2008 De paddenstoelenkraam van Natascha Rothengatter is wellicht ’s lands bekendste paddenstoelenadres. Elke week vind je haar op de biologische markten in Den Haag (woensdag, op de Hofplaats), Laren (donderdag, op de Brink) en Haarlem (vrijdag, op de Botermarkt) en op de Amsterdamse Nieuwmarkt (zaterdag), met een bijzonder assortiment aan verse, wilde en biologisch gekweekte paddenstoelen.
Natascha Rothengatter vertelt over haar waren: ‘Hoewel wilde paddenstoelen meestal met de herfst worden geassocieerd, zijn ze er het hele jaar. Ook het voorjaar brengt prachtige wilde paddenstoelen als de morielje en mousseron. Wilde paddenstoelen hebben ieder hun eigen seizoen. Gekweekte biologische paddenstoelen komen stuk voor stuk uit eigen land. Vooral in Noord-Brabant en Noord Limburg zijn veel paddenstoelenkwekerijen.'
Bron: Website .delicious
Meer informatie: www.portabella-paddenstoelen.nl
‘parmaham uit de Achterhoek’ wint de 'Smaakvol 2008 -prijs'
13 oktober 2008 Ans van Bergen van het varkensmestbedrijf De Schelfer uit Geesteren won maandag 22 september, tijdens de ‘Week van de Smaak’, met haar Beantrieham de ‘Smaakvol 2008’-prijs. Een panel van consumenten, consulenten en concurrenten vond deze ‘parmaham uit de Achterhoek’ authentiek en zeer goed van smaak. De winnaar werd beloond met een bijdrage van € 1.000,- voor het inschakelen van een specialist om haar product te innoveren.
Syntens, het Innovatienetwerk voor ondernemers, organiseerde de ontdekkingstocht naar pure producten. De beoordeling vond plaats in de ‘Week van de Smaak’. Acht innovatieve ondernemers uit Oost Nederland kregen een boost om hun authentieke en eerlijke producten te innoveren. De acht streekgebonden producten die meededen, werden door een consumentenpanel en vier deskundigen beoordeeld op smaak, verpakking, naamgeving, presentatie, marketing en originaliteit. De ondernemers kregen aan het einde van de bijeenkomst adviezen en ideeën aangereikt om de smaakbeleving van hun product te verbeteren.
Meer informatie: www.syntens.nl en www.schelfer.nl
@berp:Fruit- en groenteveiling Profruco en het departement biowetenschappen aan de Hogeschool Gent zijn erin geslaagd om de teeltomstandigheden te optimaliseren om een selectie kiwibesrassen te kweken in België. De kiwibes of Actinidia arguta is een kleine kiwi, ter grootte van een druif. In tegenstelling tot een ‘gewone’ kiwi, heeft de kiwibes een dunne haarloze schil, waardoor men de vrucht in zijn geheel kan eten, zoals een bes of druif. Qua voedingswaarde en smaak doet de zoete kiwibes niet onder voor de gewone kiwi.
Opmerkelijk is dat de kiwibessen uitstekend groeien in het gematigde Belgische klimaat. Bovendien is deze fruitsoort zeer goed bestand tegen ziektes en fruitplagen en biedt daardoor ook mogelijkheden voor de biologische teelt.
De Hogeschool Gent en Profruco geloven sterk in de reële kansen voor de kiwibesteelt. Momenteel werken zij met een aantal plantages met een gezamenlijk oppervlakte van meer dan 4,5 hectare waarvan dit jaar de eerste vruchten geoogst werden.
13 oktober 2008 De actie ‘Win één van de 12 transportfietsen’ is bijzonder succesvol verlopen. Deze consumentenactie was een initiatief van de werkgroep Biologische Aardappelen van de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) en heeft meer dan 2.500 inzendingen opgeleverd. De marketingactie is gehouden vanaf week 20 van dit jaar in diverse supermarkten en natuurwinkels verspreid over het land. Er moest een slagzin worden afgemaakt om de prachtige fiets te kunnen winnen.
De werkgroep biologische aardappels van de NAO bestaat uit de bedrijven Leo de Kock & Zn. B.V., Agrico, A.C. Loogman en Zn. BV, Greydanus, Schaap Holland BV en Werkman BV.
Reultaat uit driejaarig onderzoek PADGG- en MDM-project
13 oktober 2008
Resultaten grondbewerkingstijden aardappelene
In het driejarig PADGG- en MDM-project is onderzocht hoe bedrijven een methode voor gerichte grondbewerkingstijden kunnen inzetten ter preventie van aardappelziekten. Als start is in 2006 op vijf bedrijven met ieder minimaal twee grondbewerkingsreeksen een ziektebeoordeling gedaan, inclusief Phytophthorameting aan het blad in een cruciale infectieperiode. Dat toonde dat de algehele gewasgezondheidsscore gelijk opging met de toepassing van de twee geadviseerde grondbewerkingsperioden. Dat waren een voor-afgaande bewerking tussen 1 en 19 november (met alternatief 15 februari tot 11 maart) en een plantbedbewerking tussen 11 maart en 19 april. Hoe vollediger die uitvoering, hoe beter de gewasgezondheid aangaande Phytophthora, Rhizoctonia, schurft en onderwatergewicht.
Vervolgens werd in driejarige pootgoedvermeerdering geprobeerd binnen de bedrijfmogelijkheden tot een zo goed mogelijke toepassing te komen. Het einddoel daarvan was om tot 35% hogere opbrengst en 90% minder Phytophthora te komen. Daartoe is op een regulier en een biologisch vermeerderingsbedrijf voor het ras Agria ook nog een derde rasspecifieke grondbewerkingsperiode van 15 september tot 1 november geprobeerd. Zowel met als zonder derde grondbewerkingsperiode was Agria op het biolo-gische bedrijf in het derde jaar Phytophthoravrij in de knol en in het gewas tot aan volledig afsterven. De bruto opbrengst was gemiddeld 49 ton/ha (terwijl de gemiddelde biologische aardappelopbrengst in Nederland: 25 tot 30 ton/ha bedraagt). De beoogde opbrengstverbetering en Phytophthoraverlaging werd daarmee ruimschoots behaald. De aanvullende derde grondbewerkingsperiode gaf veel minder groeischeuren in de knollen, waarmee het nut zich voor het knoltype van Agria bewees.
Bedrijven kunnen tegen geringe bijdrage een maandelijks bericht met advisering voor grondbewerkingstijden per e-mail ontvangen.
Ambitie Pilotproject Productie en Afzet Biologisch Uitgangsmateriaal
13 oktober 2008 De ambitie van het Pilotproject Productie en Afzet Biologisch Uitgangsmateriaal is duidelijk: men wil de toppositie van Nederlandse kweek- en handelsbedrijven ook voor biologisch uitgangsmateriaal behouden. Het Pilotproject - ook aangeduid met “Organicseeds.nl” - is begin dit jaar in Noord Nederland van start gegaan. Zowel de aardappelkweek- en handelsbedrijven als kwekerijen voor biologische groenten, siergewassen, vruchtbomen en laanbomen uit het hele land nemen er aan deel. Verder is er een graanveredelingsbedrijf bij betrokken. Ook andere bedrijven die biologisch uitgangsmateriaal voortbrengen en/of verhandelen, kunnen instappen.
Nederland staat internationaal goed bekend om de productie van zaaizaad, plant- en pootgoed, vakmanschap en bedrijvenstructuur. Ons land heeft daarin een toppositie en kan die in de biologische sector gezien de structureel groeiende vraag naar biologische producten goed benutten door tijdig en goed op die groeiende vraag in te spelen. Voor Nederlandse kweek-, selectie- en handelsbedrijven en ook voor vermeerderaars ligt daarin een grote uitdaging. Krachtenbundeling en een goede pr zijn daarbij van essentieel belang, evenals vraaggericht praktijkonderzoek.
Op 5 november a.s. vindt er in het kader van het Pilotproject een Internationale Open dag Organicseeds.nl plaats in Tollebeek, met kweek- en handelsbedrijven voor biologisch uitgangsmateriaal. Zie ook de Agenda op pagina 33 van dit blad en www.organicseeds.nl
13 oktober 2008 Boeren krijgen in 2020 alleen nog Europese subsidie als zij in gebieden met natuurlijke handicaps zijn gevestigd of maatschappelijke diensten leveren. De huidige inkomenssteun is dan verdwenen. Dit schrijft minister Gerda Verburg in haar visie op de toekomst van het Europese landbouwbeleid. Daarmee volgt zij grotendeels het advies van de Sociaal Economische Raad (SER). Die bepleit een afbouw van de inkomenstoeslagen en uitbreiding van de beloningen voor boeren die publieke diensten leveren. Dat is volgens de raad nodig om uitdagingen op het gebied van voedselzekerheid, concurrentiekracht, dierenwelzijn en natuur- en milieu te kunnen aangaan. Verburg staat hier achter. "Het Europese landbouwbeleid moet inspelen op ontwikkelingen en trends," zegt zij. "In 2013 loopt de huidige periode van het GLB af, het is van belang daar nu al mee bezig te zijn. Als je afwacht waar anderen mee komen, loop je achter de feiten aan."
Hoe die beloningen voor maatschappelijke diensten er uit komen te zien, is nog niet bekend. Verburg wil dit eerst bespreken met ondernemers en belangenorganisaties. Ook volgen nog debatten met de Tweede Kamer. Verburg wil ook investeren in kennis en innovatie op het gebied van bijvoorbeeld diervriendelijke productiemethoden en bodembeheer. Ook wil zij het opzetten van agrarische verzekeringen stimuleren. Of de plannen doorgaan, hangt af van de opstelling van Europa.
Control Union Certifications neemt Agro-öko Zertifizierung over
06 oktober 2008 In haar streven naar een wereldwijd dekkend netwerk van kantoren en lokale erkenningen, is Control Union Certifications (voorheen Skal International) weer een stapje verder na de ondertekening van een overeenkomst met het duitse certificerings bureau Agro-öko Zertifizierung GmbH, gevestigd in Berlijn.
Control Union Certifications is actief op het gebied van certificering van diverse duurzaamheidsprogramma’s, waaronder globalgap en biologische landouw. Ze zijn reeds actief in meer dan 50 landen met eigen kantoren. Vandaag wordt daar dus wederom een nieuw kantoor aan toegevoegd.
Vitalis Biologische Zaden B.V. organiseert van dinsdag 23 tot en met vrijdag 26 september open dagen.
23 september 2008 Op de proefvelden in Voorst zijn de huidige en de nieuwe rassen voor 2009 voor de vollegrond te zien, zoals sla, andijvie, prei, peen, pompoen, radijs, rode biet, bonen, selderij, courgette en spinazie.
De open dagen zijn dagelijks van 9.00 tot 19.00 uur.
Vitalis is gevestigd aan de Hengelderweg 6 in Voorst, tussen Apeldoorn en Zutphen. Voor informatie kunt u bellen met Angelique Gijsberts, 0575 502648, a.gijsberts@biovitalis.eu
Biofood Magazine, het onafhankelijk vakblad voor natuurproducten en groene ontwikkelingen, doet in haar septembernummer een oproep aan de biologische sector, ngo’s en overheden om tot een biologisch gezondheidslogo te komen. Dit in reactie op de gezondheidsclaims “Ik kies bewust” en het “Gezondheidsklavertje”.
‘Mensen moeten gezonder eten’, vinden de Europese Commissie en het Nederlandse kabinet. Hoe komt het dat in de aanbevelingen de biologische sector buiten beschouwing blijft? In natuurvoedingswinkels vindt je producten die aansluiten bij een verantwoorde voedingswijze: relatief veel plantaardige producten en veel producten die weinig of niet bewerkt zijn, volwaardig en zonder toevoegingen. Dit rechtvaardigt een logo dat breeduit gecommuniceerd wordt en alle kenmerken voor commercieel succes in zich heeft: gezond, ecologisch verantwoord, sociaal rechtvaardig en geworteld in de landbouw- en voedingstradities.
Biofood Magazine vindt het tijd voor de biologische sector, NGO’s en overheden om de handen ineen te slaan en de overtuiging dat biologisch goed, gezond en lekker is, vorm te geven in een helder consumentenlogo.
Oproep tot biologisch gezondheidslogo
17 september 2008
Biofood Magazine, het onafhankelijk vakblad voor natuurproducten en groene ontwikkelingen, doet in haar septembernummer een oproep aan de biologische sector, ngo’s en overheden om tot een biologisch gezondheidslogo te komen. Dit in reactie op de gezondheidsclaims “Ik kies bewust” en het “Gezondheidsklavertje”.
‘Mensen moeten gezonder eten’, vinden de Europese Commissie en het Nederlandse kabinet. Hoe komt het dat in de aanbevelingen de biologische sector buiten beschouwing blijft? In natuurvoedingswinkels vindt je producten die aansluiten bij een verantwoorde voedingswijze: relatief veel plantaardige producten en veel producten die weinig of niet bewerkt zijn, volwaardig en zonder toevoegingen. Dit rechtvaardigt een logo dat breeduit gecommuniceerd wordt en alle kenmerken voor commercieel succes in zich heeft: gezond, ecologisch verantwoord, sociaal rechtvaardig en geworteld in de landbouw- en voedingstradities.
Biofood Magazine vindt het tijd voor de biologische sector, NGO’s en overheden om de handen ineen te slaan en de overtuiging dat biologisch goed, gezond en lekker is, vorm te geven in een helder consumentenlogo.
Oproep tot biologisch gezondheidslogo
17 september 2008
Biofood Magazine, het onafhankelijk vakblad voor natuurproducten en groene ontwikkelingen, doet in haar septembernummer een oproep aan de biologische sector, ngo’s en overheden om tot een biologisch gezondheidslogo te komen. Dit in reactie op de gezondheidsclaims “Ik kies bewust” en het “Gezondheidsklavertje”.
‘Mensen moeten gezonder eten’, vinden de Europese Commissie en het Nederlandse kabinet. Hoe komt het dat in de aanbevelingen de biologische sector buiten beschouwing blijft? In natuurvoedingswinkels vindt je producten die aansluiten bij een verantwoorde voedingswijze: relatief veel plantaardige producten en veel producten die weinig of niet bewerkt zijn, volwaardig en zonder toevoegingen. Dit rechtvaardigt een logo dat breeduit gecommuniceerd wordt en alle kenmerken voor commercieel succes in zich heeft: gezond, ecologisch verantwoord, sociaal rechtvaardig en geworteld in de landbouw- en voedingstradities.
Biofood Magazine vindt het tijd voor de biologische sector, NGO’s en overheden om de handen ineen te slaan en de overtuiging dat biologisch goed, gezond en lekker is, vorm te geven in een helder consumentenlogo.
Oproep tot biologisch gezondheidslogo
17 september 2008
Biofood Magazine, het onafhankelijk vakblad voor natuurproducten en groene ontwikkelingen, doet in haar septembernummer een oproep aan de biologische sector, ngo’s en overheden om tot een biologisch gezondheidslogo te komen. Dit in reactie op de gezondheidsclaims “Ik kies bewust” en het “Gezondheidsklavertje”.
‘Mensen moeten gezonder eten’, vinden de Europese Commissie en het Nederlandse kabinet. Hoe komt het dat in de aanbevelingen de biologische sector buiten beschouwing blijft? In natuurvoedingswinkels vindt je producten die aansluiten bij een verantwoorde voedingswijze: relatief veel plantaardige producten en veel producten die weinig of niet bewerkt zijn, volwaardig en zonder toevoegingen. Dit rechtvaardigt een logo dat breeduit gecommuniceerd wordt en alle kenmerken voor commercieel succes in zich heeft: gezond, ecologisch verantwoord, sociaal rechtvaardig en geworteld in de landbouw- en voedingstradities.
Biofood Magazine vindt het tijd voor de biologische sector, NGO’s en overheden om de handen ineen te slaan en de overtuiging dat biologisch goed, gezond en lekker is, vorm te geven in een helder consumentenlogo.
Oproep tot biologisch gezondheidslogo
17 september 2008
Biofood Magazine, het onafhankelijk vakblad voor natuurproducten en groene ontwikkelingen, doet in haar septembernummer een oproep aan de biologische sector, ngo’s en overheden om tot een biologisch gezondheidslogo te komen. Dit in reactie op de gezondheidsclaims “Ik kies bewust” en het “Gezondheidsklavertje”.
‘Mensen moeten gezonder eten’, vinden de Europese Commissie en het Nederlandse kabinet. Hoe komt het dat in de aanbevelingen de biologische sector buiten beschouwing blijft? In natuurvoedingswinkels vindt je producten die aansluiten bij een verantwoorde voedingswijze: relatief veel plantaardige producten en veel producten die weinig of niet bewerkt zijn, volwaardig en zonder toevoegingen. Dit rechtvaardigt een logo dat breeduit gecommuniceerd wordt en alle kenmerken voor commercieel succes in zich heeft: gezond, ecologisch verantwoord, sociaal rechtvaardig en geworteld in de landbouw- en voedingstradities.
Biofood Magazine vindt het tijd voor de biologische sector, NGO’s en overheden om de handen ineen te slaan en de overtuiging dat biologisch goed, gezond en lekker is, vorm te geven in een helder consumentenlogo.
Het melamineschandaal in China heeft ook Friesland Foods getroffen.
Friesland Foods bevestigt dat melamine kan zitten in Dutch Lady gesteriliseerde melk met aardbeiensmaak.
De voedsel- en warenautoriteit van Singapore meldde zaterdag dat het sporen van melamine had gevonden in deze melk. Het betreft vooralsnog één monster waarin volgens de VWA in Singapore melamine zou zitten. Friesland Foods laat een contra-expertise doen, maar inmiddels is de naam Dutch Lady besmet geraakt.
Het bedrijf heeft alle gesteriliseerde melk van dit merk teruggehaald uit Singapore, Hongkong en Macau. De melk is geproduceerd door Tianjin Dutch Lady Dairy Foods in de gelijknamige Noord-Chinese stad. Friesland Foods heeft een belang van 5 procent in dit bedrijf en betrekt er gesteriliseerde melk van. Tianjin Dutch Lady Dairy Foods produceert onder licentie van Dutch Lady melk voor de Chinese markt.
Campina is niet in China actief. Wel verkoopt het melkpoeder aan China. Door het schandaal worden enkele orders nu niet afgenomen, meldt het bedrijf.
Ook Nestlé is getroffen door het schandaal. De Hongkongse autoriteiten hebben melamine gevonden in 1 liter-verpakkingen pure melk van een fabriek in Qingdao.
Nestlé houdt vol dat haar product veilig is, omdat de gevonden hoeveelheid melamine (1,4 ppm) te gering is om gevaar voor de mens te vormen. In Nederland is het Productschap Diervoeder extra alert op Chinese grondstoffen met melamine.
Bron: agrarisch dagblad auteur: Klaas van der Horst
18 september 2008 De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) komt niet op tijd klaar als het kabinet sterk blijft inzetten op agrarisch natuurbeheer.
Dat zei fractievoorzitter Alexander Pechtold van D66 vanmiddag tijdens het begrotingsdebat met premier Jan Peter Balkenende. Landbouwminister Gerda Verburg wil een grotere rol voor agrarisch en particulier natuurbeheer bij de invulling van de EHS. Deze moet in 2018 gereed zijn.
Het Planbureau voor de Leefomgeving gaf vorige week aan dat dit met het huidige beleid niet zal lukken. Pechtold is het daar mee eens. Balkenende ging echter niet in op zijn opmerkingen. Hij vond deze te specifiek en gaf aan daar later op terug te komen.
Milieudefensie en Solidaridad vergelijken duurzaam aanbod supers
18 augustus 2008 Vanaf donderdag 21 augustus controleren ruim honderd vrijwilligers vervolgens vijf weken lang het aanbod van biologische en fairtrade producten in honderden supermarkten door het hele land. De supermarkten met het grootste aanbod van deze producten worden op donderdag 6 november bekroond met respectievelijk de EKO-Award 2008 en de Fair Trade-Award 2008. Per provincie en per gemeente wordt een ranglijst opgesteld van de best en slechtst scorende supermarkten.
Dit jaar is de elfde keer dat de tellingen worden gedaan. Door de meerjarige aanpak is het mogelijk om de lange termijn trends in het aanbod van biologische producten inzichtelijk te maken. Fairtrade producten worden dit jaar voor de derde keer geteld.
Milieudefensie en Solidaridad zijn ervan overtuigd dat een ruim aanbod cruciaal is voor een groeiende verkoop van biologische en fairtrade producten. Met de tellingen houden de organisaties de vinger aan de pols van de supermarkten. Toezeggingen om het assortiment duurzame producten te vergroten, worden aan de hand van de resultaten getoetst.
In 2007 steeg het aanbod ten opzichte van het jaar ervoor met bijna twintig procent, een inhaalslag na de negatieve effecten van de prijzenoorlog in 2006. Vorig jaar bestond het aanbod uit gemiddeld 69 biologische producten en 8 fairtrade producten. Supermarkt Plus aan de Arnhemseweg in Amersfoort was vorig jaar de winnaar van zowel de EKO- als de Fair Trade-Award.
Nieuw plantenhormoon heeft ook buiten de plant een belangrijke rol
11 augustus 2008
Onderzoekers van het Laboratorium voor Plantenfysiologie van Wageningen Universiteit hebben in een international team van onderzoekers een nieuwe groep plantenhormonen ontdekt. Het gaat om zogenoemde strigolactonen. Dat is een groep van stoffen waarvan al bekend is dat ze betrokken zijn bij de interactie van planten met hun omgeving. De onderzoekers hebben nu bewezen dat strigolactonen, als hormoon, ook cruciaal zijn voor het regelen van de vertakking van de plant. De onderzoekers publiceren hun ontdekking binnenkort in Nature. De ontdekking kan waarschijnlijk voor innovaties in de land- en tuinbouw gebruikt worden, bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van meer- of minder vertakte snijbloemen of tomatenplanten. Deze gewassen zijn voor Nederland van groot economisch en maatschappelijk belang.
De groei en ontwikkeling van planten wordt voor een belangrijk deel gestuurd door plantenhormonen. De plant maakt deze stoffen zelf, en regelt zo bijvoorbeeld de groei en ontwikkeling van wortels en stengels. Een aantal plantenhormonen, zoals auxines, giberellines en cytokinines, is al geruime tijd terug door onderzoekers ontdekt. Er is nu een nieuwe groep van hormonen ontdekt, de zogenoemde strigolactonen.
Eerder onderzoek van onder andere Wageningen UR heeft al laten zien dat strigolactonen voor planten van groot belang zijn voor de interactie met het milieu waarin ze groeien. Omdat planten niet kunnen bewegen, gebruiken ze veelal eigen inhoudsstoffen om het milieu zo goed mogelijk naar hun hand te zetten.
Zo zijn de strigolactonen van groot belang voor de interactie van planten met zogenaamde symbiotische schimmels. Dit zijn schimmels die met de plant samenleven, waarbij plant én schimmel er beter van worden. De schimmel transporteert meststoffen uit de bodem naar de plant en krijgt ‘in ruil daarvoor’ suikers van de plant.
De strigolactonen zijn helaas ook als signaalstof gekaapt door nadelige organismen: ze laten de zaden van parasitaire planten ontkiemen. De kiemplantjes hechten zich aan de wortel van de plant, en misbruiken de voedingstoffen van de plant voor de eigen groei en bloei. In tegenstelling tot de symbiotische schimmel geven ze daar echter niets voor terug. Sterker nog: de gastheerplant gaat er vaak aan ten onder.
Het vanuit Frankrijk gecoördineerde internationale onderzoeksteam van Franse, Australische en Nederlandse onderzoekers vonden mutanten van erwt die ongeremd vertakten. Deze erwtenplanten bleken niet in staat om strigolactonen te maken. Als de planten strigolactonen toegediend kregen, stopte de ongeremde vertakking van de plant. In een heel andere plant, de zandraket, bleken de strigolactonen de zelfde werking te hebben. De mutant planten bleken ook veel minder kieming van de parasitaire planten te veroorzaken en minder goed met de symbiotische schimmel te interacteren.
De onderzoekers lieten ook zien dat er in planten sprake is van een specifieke ‘receptor-reactie’ voor de strigolactonen, een fenomeen dat typisch is voor plantenhormonen. Sommige eerder ontdekte planten met ongeremde vertakking, bleken gewoon zelf strigolactonen te produceren, maar gestoord te zijn in de receptor binding: van buiten toegediende strigolactonen konden de ongeremde vertakking niet stoppen.
Daarnaast blijken planten in staat om strigolactonen intern te transporteren, en werken de stoffen bij heel lage concentraties, twee andere typische kenmerken van plantenhormonen.
De ontdekking van de nieuwe groep plantenhormonen is van groot belang. Dat wordt nog benadrukt door het feit dat Nature in het zelfde issue een artikel van een Japanse groep heeft opgenomen waarin vergelijkbare resultaten worden gepresenteerd. De nieuwe kennis zal naar verwachting nuttig gebruikt kunnen worden in de land- en tuinbouw, bijvoorbeeld voor de veredeling van planten en de ontwikkeling van vertakkings regulatoren.
Zo kunnen snijbloemrassen en potplanten met meer- of juist minder vertakking, een bijzondere sierwaarde hebben. Daarnaast kunnen gewassen met meer of minder vertakking, ook voordelen hebben voor de teelt. Tomatenplanten die minder sterk vertakken, kunnen bijvoorbeeld een voordeel hebben voor de Nederlandse glastuinbouw.
De plantenveredeling en de glastuinbouw zijn voor Nederland economisch en maatschappelijk belangrijke sectoren, die sterk op innovatie gericht zijn.
Bejo Zaden/De Groot en Slot introduceren resistent ras voor valse meeldauw
05 augustus 2008 Meeldauw resistentie bewijst zijn waarde in de biologische teelt
Na een lang traject van onderzoek heeft Bejo Zaden/De Groot en Slot een ras geïntroduceerd met een resistentie tegen valse meeldauw (peronospora destructor).
Sinds de introductie, in het jaar 2006, van het meeldauw resistente ras Hystand (BGS 237) is er in de praktijk geen valse meeldauw gesignaleerd en waren er dus geen problemen met deze schimmel. Echter dit jaar heeft deze genadeloze schimmelaantasting op diverse biologische bedrijven toegeslagen.
Verschillende biologische telers hebben dit jaar ook gekozen voor het meeldauw resistente ras Hystand (BGS 237) wat goed uitpakt. In het ras is geen enkele aantasting van valse meeldauw te vinden. De resistentie heeft zich dus in de praktijk bewezen!
Ook Mts. Westra uit Dronten is goed te spreken over de meeldauwresistentie. In verschillende andere rassen is de aantasting van valse meeldauw goed waar te nemen, maar niet in Hystand (BGS 237). “Dit ras is een uitkomst voor de biologische uienteelt”, aldus dhr. Westra
Boergondisch feestmaal op zes boerenerven in Nederland:
27 juli 2008
In september en oktober 2008 is het weer mogelijk om aan tafel te schuiven bij de biologische boer. Onder leiding van een topkok en een stoere boer kunnen bezoekers op zes prachtige authentieke locaties in de stal, de wei of de schuur genieten van een Boergondisch feestmaal. Het menu is bereid met de oogst van het land, behorend bij het seizoen en uit de eigen streek. Stichting Van Eigen Erf en het Netwerk Biologische InfoCentra willen met deze campagne ‘lekker eten van dichtbij’ promoten onder het motto ‘Proef de Aandacht’.
Boergondisch genieten bij de boer duurt zes weekenden lang en start een week vóór de Week van de Smaak op 13 september. Wie er als de kippen bij is, kan tijdig plaatsen reserveren op de volgende boerenerven:
1.13 en 14 september op boerderij de Hoop, de Wilgen 7, Hiaure, Friesland
2.20 en 21 september op de Heijerhof, Beekkant 9, Baexem, Limburg,
3.27 en 28 september op de Genneperhoeve, Tongelreeppad 1 te Eindhoven,
4.4 en 5 oktober op Natuurlijk Genoegen, Driehuizerweg 2A, Driehuizen, N-H
5.11 en 12 oktober op Aver Heino, Lemelerveldseweg 32, Heino, Overijssel
6.18 en 19 oktober op Hoeve Biesland, Bieslandseweg 1, Delfgauw, Z-H
Een jaar nadat de Europese Ministerraad de nieuwe Europese Verordening Biologische Landbouw heeft goedgekeurd volgde op 2 juli de bijhorende Verordening met de productieregels. De publicatie wordt in oktober verwacht. Hiermee komt er voorlopig een einde aan de herziening die de Europese Commissie samen met de lidstaten heft doorgevoerd. Ze moest leiden tot een vereenvoudiging en een verhoging van de transparantie van de bestaande regelgeving. De ambitie lag hoog: één verordening opstellen die alles dekt : van het zaad tot het bord, van primaire landbouwproductie tot een verpakt product in de winkel, een gelijkwaardigheid nastreven voor geïmporteerde producten en zorgen voor een ggo-vrije keten. Het zal nu moeten blijken wat dit alles gaat betekenen voor het werk op de werkvloer bij alle marktdeelnemers, voor de controleorganisaties en voor de overheden.
Samen met IFOAM, de internationale koepelorganisatie voor Biologische Landbouw, heeft BioForum er steeds op aangedrongen om maximaal bij deze herziening betrokken te worden. Vooral het opstellen van de criteria was cruciaal. Belangrijke vernieuwing is dat voor de verwerking nu ook de basisprincipes werden vastgelegd. Alle regels moeten daaraan getoetst worden. Daarom is het jammer dat de herziening van de additieven voor de verwerkende sector niet werd afgerond: de tijd ontbrak! Er is ook heel wat verwarring ontstaan nav het uitstel voor het gebruik van het nieuwe Europese logo. Een aantal problemen blijven onopgelost oa voor de pluimveesector en de commissie zal de komende maanden nog de regels voor aquacultuur en wijn moeten opstellen.
Het bestaande systeem van derogaties zal grondig wijzigen. De regels voor controle wijzigen en zullen nu nog meer dan in het verleden gebaseerd worden op risicoanalyse.
Naast dit Europees kader werd een Besluit Vlaamse regering Bio voorbereid. Ook hier heeft BioForum met alle betrokkenen de laatste maanden intens samengewerkt. BioForum zal in het najaar samen met haar leden, de controleorganisaties en de overheid de sector voorbereiden om op 1 januari al deze nieuwe regels in de praktijk te kunnen omzetten. "Het was niet altijd makkelijk" zegt Leen Laenens, coördinator beleid en regelgeving, "maar we hebben een eerbaar resultaat behaald. Een goed wettelijk kader moet immers de dagelijkse praktijk van alle marktdeelnemers makkelijker maken en hen de nodige rechtszekerheid geven. Zo blijft de integriteit van biologische landbouw en voeding gegarandeerd".
17 juli 2008 Agrifirm introduceert een traineeship voor hbo-ers en academici. Daarmee wil Agrifirm talenten aan zich binden door deze de kans te bieden ervaring op de doen binnen verschillende disciplines.
Agrifirm hecht veel belang aan kennis en innovatie. Inspelen op nieuwe ontwikkelingen, productvernieuwing, kennisontwikkeling en advisering zijn belangrijke pijlers. Agrifirm biedt daarmee toegevoegde waarde voor toekomstgerichte agrarische ondernemers.
Agrifirm is op zoek naar talent op de arbeidsmarkt om dat innovatieve profiel verder te versterken.
Het traineeship biedt starters de mogelijkheid ervaring op te doen bij verschillende bedrijfsonderdelen, gedurende een jaar. Aan het eind van dit gevarieerde jaar kunnen ze doorstromen naar een baan bij een van de betrokken afdelingen. Ook is er een mogelijkheid door te stromen naar de opleiding voor de buitendienst.
Agrifirm richt zich hiermee op de ambitieuze starters, aldus manager P&O Emiel Berg. ”Met een goede opleiding en de juiste ervaring ligt een glanzende loopbaan in het verschiet. Het probleem is: hoe kom je aan de juiste ervaring? Wij bieden ze de oplossing.”
De informatie over het traineeship wordt verspreid via de opleidingen en via de website www.agrifirm.com
16 juli 2008 Mogelijkheid ervaring op te doen voor jonge hbo’s en academici
Agrifirm introduceert een traineeship voor hbo-ers en academici. Daarmee wil Agrifirm talenten aan zich binden door deze de kans te bieden ervaring op de doen binnen verschillende disciplines.
Agrifirm hecht veel belang aan kennis en innovatie. Inspelen op nieuwe ontwikkelingen, productvernieuwing, kennisontwikkeling en advisering zijn belangrijke pijlers. Agrifirm biedt daarmee toegevoegde waarde voor toekomstgerichte agrarische ondernemers.
Agrifirm is op zoek naar talent op de arbeidsmarkt om dat innovatieve profiel verder te versterken.
Het traineeship biedt starters de mogelijkheid ervaring op te doen bij verschillende bedrijfsonderdelen, gedurende een jaar. Aan het eind van dit gevarieerde jaar kunnen ze doorstromen naar een baan bij een van de betrokken afdelingen. Ook is er een mogelijkheid door te stromen naar de opleiding voor de buitendienst.
Agrifirm richt zich hiermee op de ambitieuze starters, aldus manager P&O Emiel Berg. ”Met een goede opleiding en de juiste ervaring ligt een glanzende loopbaan in het verschiet. Het probleem is: hoe kom je aan de juiste ervaring? Wij bieden ze de oplossing.”
De informatie over het traineeship wordt verspreid via de opleidingen en via de website Meer informatie
'Genetische modificatie van planten in principe ongevaarlijk voor bijen'
12 juli 2008
Bij verhalen die de ronde doen over bijensterfte worden vaak genetisch gemodificeerde organismen als oorzaak genoemd en dan vooral genetisch gemodificeerde planten. Uit onderzoek blijkt dat bijna alle tot nu toe beschikbare GMO-gewassen ongevaarlijk zijn voor bijen en hommels. Indirecte effecten zijn wel belangrijk: een akker met een glufosinaat-resistent gewas zal voor bijen weinig of geen bloeiend onkruid herbergen.
Omdat bijen zijn aangewezen op planten voor hun voedsel zijn vooral genetisch veranderde planten belangrijk. Bijen eten het stuifmeel met daarin het gen en het product van dat gen. Afhankelijk welke stof wordt aangemaakt kan dat al dan niet schadelijk zijn voor de bijen. Er zijn drie punten van zorg in de interactie tussen GMO-planten en bijen.
1. bijen bezoeken GMO planten en nemen daarvan stuifmeel mee naar de kast, wat in de honing terecht komt. In dat stuifmeel zit het ingebouwde gen, en eventueel het eiwit dat ten gevolge van dat gen wordt aangemaakt. Zulke honing kan niet meer als biologische honing worden verkocht.
2. door hun bloembezoek kunnen bijen de ingebrachte genen, uit het gewas in de akker, overbrengen naar wilde planten rondom de akker. Als daar nauw aan het gewas verwante wilde soorten staan kan het bewuste gen ontsnappen naar de wilde planten door kruisbestuiving. Een gewenste eigenschap in het gewas kan heel erg ongewenst zijn in een akkeronkruid.
3. bijen eten het stuifmeel met daarin het gen en het product van dat gen. Afhankelijk welke stof wordt aangemaakt kan dat al dan niet schadelijk zijn voor de bijen.
Wanneer zou het voor bijen gevaarlijk worden?
Als een plant stoffen gaat aanmaken die giftig zijn voor rupsen van vlinders, kan dat ook voor bijen een risico zijn: ook bijen zijn insecten, en ook bijen hebben voor de verpopping een 'rupsenstadium' als larve. Eigenlijk wordt het pas gevaarlijk voor de bijen als:
· de bij gevoelig is voor het door het ingebouwde gen aangemaakte product
· die stof door de plant ook in het stuifmeel of de nectar wordt aangemaakt, zodat de bij het verzamelt.
Heel veel ingebouwde genen komen alleen tot expressie in de bladeren van planten. Daardoor komt het stofje wel in de bladeren terecht, maar niet in het stuifmeel.
Bron: Plant Redearch International - Wageningen, 03/07/2008
Per 1 september treedt Peter Jens aan als algemeen directeur bij Biologica, de organisatie voor biologische landbouw en voeding. Jens volgt Bert van Ruitenbeek op, die zich na 10 jaar op andere taken binnen de organisatie gaat richten. Van Ruitenbeek heeft veel vertrouwen in zijn opvolger: “Hij heeft hart voor de biologische sector en neemt waardevolle ervaring mee uit voorgaande functies.”
Peter Jens heeft een ruime ervaring in het bedrijfsleven. Tot mei jl was hij directeur bij Goodies Media & Awareness te Rotterdam, de uitgever van de eerste ‘groene glossy’. Daarvoor heeft hij gewerkt als manager van industriële projecten in het buitenland en als manager van een Europees retailmarketing project voor het ChevronTexaco netwerk. Bij het Amerikaanse IMS ontwikkelde hij o.a. nieuwe concepten voor QSR (Quick Service Restaurants).
Na zijn werk in het bedrijfsleven is Jens zich met veel passie gaan verdiepen in fairtrade, ecologie en biologische voedselproductie. De kennisgestuurde manier van werken en het zoveel mogelijk internaliseren van kosten spreken Jens aan en zijn volgens hem voorwaarden voor een meer duurzame samenleving..
11 juli 2008 Je grond laten analyseren door de verzamelde Nederlandse bodemexperts; dat kon gisteren tijdens de 3e Biologische Velddag. Een deel van de 650 bezoekers nam de gelegenheid te baat een van huis meegebrachte kluit grond te laten beoordelen. Zit er geen storende laag in, hoe is de structuur, heeft deze grond specifieke zwakke punten, allemaal zaken die essentieel zijn voor een goede gewasgroei. Agrifirm, PPO-AGV (project De Smaak van Morgen) en Centrum Biologische Landbouw, de organisatoren van de Biologische Velddag, benadrukken hiermee dat een goede bodem de basis is voor een gezond gewas en dat kijken naar de bodem steeds belangrijker wordt.
Dat het in conditie houden c.q. verbeteren van de bodem op dit momenteeen hot item is blijkt wel uit de grote belangstelling van zowel de biologische als de gangbare ondernemer. Door de Biologische Velddag gezamenlijk te organiseren met BODEM2008 was het mogelijk de bezoekers niet alleen allerlei teeltkundige zaken te laten zien, maar ook een scala aan demonstraties met trekkers en werktuigen. De bezoekers konden bijvoorbeeld live zien welke invloed de bandbreedte en de bandspanning heeft op je bodem en welke grondbewerkingstechnieken het meest bijdragen aan het in conditie houden van je grond. Ook werd gedemonstreerd dat een grotere insporing niet alleen slechter is voor je grond, maar ook behoorlijke extra brandstofkosten met zich meebrengt; 1 cm meer insporen kost 10% extra brandstof.
Naast alle extra aandacht voor de bodem waren er uiteraard ook de vertrouwde programma-onderdelen van de Biologische Velddag. Zo waren er de rassendemo's van o.a. uien, aardappelen (met veel aandacht voor zowel phytophthora-resistentie als smaak), zomertarwe en peen en waren de laatste ontwikkelingen te zien op het gebied van mechanische onkruidbestrijding.
De Biologische Velddag is een initiatief van Agrifirm, PPO-AGV (project De Smaak van Morgen) en Centrum Biologische Landbouw en is inmiddels verworden tot hét jaarlijkse evenement waar alle geledingen binnen de biologische akkerbouw- en groenteteeltsector elkaar ontmoeten en zich op de hoogte stellen van de laatste ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld rassen, teelttechniek, bemesting, mechanisatie en afzet.
De 3e Biologische Velddag is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Flevoland en het Ministerie van LNV.
In verschillende projecten die op dit moment op Aver Heino lopen wordt onderzocht wat het effect van vruchtwisseling op de bodem is en hoe je met zo min mogelijk mest toch een goede opbrengst kunt krijgen.
Volgens de biologische regels mag je niet langer dan twee jaar achter elkaar mais op een perceel verbouwen. Aver Heino heeft een proefperceel waar mais in continuteelt wordt gehouden. Met de proef wordt vergelijkingsmateriaal verzameld voor een langdurig vruchtwisselingsonderzoek. Van dit onderzoek komen de resultaten pas in 2012 naar voren, maar de effecten van continuteelt zijn nu al duidelijk zichtbaar. De bodemvruchtbaarheid loopt de laatste tijd sterk terug. Ook het bodemleven in het perceel krijgt het erg moeilijk, blijkt uit analyses.
Verliesnormen fosfaat
Het biologisch praktijkcentrum bemest in een ander onderzoek percelen met drie niveau's fosfaat. De percelen krijgen per hectare 40 kilogram fosfaat overschot, 20 kilogram fosfaat overschot of worden in evenwicht bemest. Daarna wordt gekeken hoe het gras reageert op de giften. Het kan zijn dat de opbrengst omlaag gaat, maar het kan ook zijn dat het gewas fosfaat uit de bodemvoorraad haalt of dat het fosfaatgehalte in het gewas daalt zonder dat de opbrengst daalt. Als dat laatste het geval is, wordt het interessant om ook een proef met 20 kilogram fosfaat onder het evenwicht uit te zetten. Als dat ook goed uitpakt, kan de biologische veehouder een deel van zijn fosfaat afzetten in de akkerbouw.
Meer informatie: Zwier van der Vegte, ASG van Wageningen UR, zwier.vandervegte@wur.nl
Bron: Biokennis, 03/07/2008
De glastuinbouw is één van de grootste investeerders in energiebesparende technieken.
Dat blijkt uit het jaaroverzicht van de fiscale energieregeling EIA dat SenterNovem uitgaf over 2007. De glastuinbouw investeerde in 2007 circa een half miljard euro in innovatieve energiebesparende technieken. Dat is ongeveer 115 miljoen euro meer dan vorig jaar. De meeste tuinders investeerden in warmtekrachtinstallaties, energieschermen en warmtebuffers. De investeringen lagen op vrijwel hetzelfde niveau als de energiebedrijven en Nederlandse industrie, blijkt uit het jaarverslag.
Voor warmtekracht kwamen de meeste meldingen uit de glastuinbouw. Landelijk werden voor 729 miljoen euro investeringen aangemeld. Dit is in 42 procent van de gevallen door een glastuinbouwbedrijf gemeld. Dat komt overeen met ongeveer 75 procent van het aantal aanvragen.
Fairfood: bijna 3000 supermarktproducten onderzocht op duurzaamheid
Op de website van Fairfood ( www.fairfood.org ) zijn de resultaten van het onderzoek naar de duurzaamheid van bijna 3000 supermarktproducten gepubliceerd. Een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Met haar onderzoek onder ruim 800 merkeigenaren stelt Fairfood de consument in staat een keuze te maken voor het kopen van relatief eerlijke voedsel- en drankproducten. De merkeigenaren werd gevraagd naar hun prestaties op het gebied van sociale, ecologische en economische duurzaamheid.
Fairfood raadt consumenten aan het chocolade-ijsje Ben & Jerry’s chunky muncky en het sap CoolBest mango dream te kopen, terwijl zij over Hertog ijs 3 chocolades en Tropicana apple-mango juice een negatief koopadvies geeft. Ook stimuleert Fairfood de aankoop van producten als Fair Trade Original pandan rijst en Campina verse yoghurt in tegenstelling tot de aankoop van Lassie pandan rijst en De Zaanse Hoeve magere yoghurt. Dit zijn slechts enkele van de uitkomsten van het Fairfood onderzoek naar de duurzaamheid van bijna 3000 supermarktproducten onder ruim 800 merkeigenaren. Met deze uitkomsten spoort Fairfood de consument aan een bewuste keuze te maken in de supermarkt om zo een bijdrage te leveren aan het bestrijden van het honger- en armoedeprobleem in de wereld. Hoe meer Nederlanders duurzaam consumeren, des te groter de noodzaak voor bedrijven om een stap te maken in de verduurzaming van hun producten.
Voor het derde achtereenvolgende jaar informeerde Fairfood met een vragenlijst (Product Fairness Questionnaire) naar de prestaties van merkeigenaren op het gebied van (de verhoging van) sociale, ecologische en economische duurzaamheid. Dit jaar onderzocht Fairfood bijna 3000 producten, een verdubbeling ten opzichte van 2007. Ruim een kwart van deze producten bestaat uit huismerkproducten van verschillende supermarkten. Het is teleurstellend dat Fairfood over een groot deel van deze huismerkproducten een negatief koopadvies (Don’t buy) heeft moeten geven. Veel huismerkeigenaren, waaronder Hoogvliet, Spar en Plus huismerk, hebben geen openheid van zaken willen of kunnen geven over zorgen die bestaan over de productie en verhandeling van hun producten. Toch zijn er ook positieve initiatieven van huismerkeigenaren zoals Albert Heijn met een product als AH Biologisch Max Havelaar bananen of Lidl met haar nieuwe Fairglobe sinaasappelsap.
Fairfood geeft een positief koopadvies over een product wanneer het binnen zijn productgroep bovengemiddeld duurzaam is of meer vooruitgang boekt dan zijn concurrenten. De producten uit de Buy-categorie van Fairfood zijn dus niet per definitie perfect geproduceerd of verhandeld, maar ten opzichte van hun concurrenten zijn ze beter voor mens, milieu en economie. Een volledig overzicht van alle 3000 onderzochte producten is te zien op www.fairfood.org/producten.
Op woensdagochtend 2 juli om 10 uur illustreert Fairfood de publicatie van haar resultaten met een Fairfood speed-shop-race in de Dirk van den Broek op het Marie Heinekenplein in Amsterdam. Onder de straffe aanvoering van StoereVrouwen - dé pleitbezorgers voor duurzaam winkelen - krijgen consumenten de gelegenheid zo snel mogelijk duurzame producten te bemachtigen. Pers is van harte uitgenodigd.
Over Fairfood
Fairfood is een campagne-en lobby organisatie zonder winstoogmerk, die de consuument aanspoort en in staat stelt te kiezen voor duurzaamheid in de supermarkt. Fairfood stimuleert de aankoop van voedsel-en drankproducten waarvan de productie en verhandeling bijdragen aan de bestrijding van honger en armoede in ontwikkelingslanden, en aan de verduurzaming van productieketens.
04 juli 2008 Je grond laten analyseren door de verzamelde Nederlandse bodemexperts; dat kon gisteren tijdens de 3e Biologische Velddag. Een deel van de 650 bezoekers nam de gelegenheid te baat een van huis meegebrachte kluit grond te laten beoordelen. Zit er geen storende laag in, hoe is de structuur, heeft deze grond specifieke zwakke punten, allemaal zaken die essentieel zijn voor een goede gewasgroei. Agrifirm, PPO-AGV (project De Smaak van Morgen) en Centrum Biologische Landbouw, de organisatoren van de Biologische Velddag, benadrukken hiermee dat een goede bodem de basis is voor een gezond gewas en dat kijken naar de bodem steeds belangrijker wordt.
Dat het in conditie houden c.q. verbeteren van de bodem op dit momenteeen hot item is blijkt wel uit de grote belangstelling van zowel de biologische als de gangbare ondernemer. Door de Biologische Velddag gezamenlijk te organiseren met BODEM2008 was het mogelijk de bezoekers niet alleen allerlei teeltkundige zaken te laten zien, maar ook een scala aan demonstraties met trekkers en werktuigen. De bezoekers konden bijvoorbeeld live zien welke invloed de bandbreedte en de bandspanning heeft op je bodem en welke grondbewerkingstechnieken het meest bijdragen aan het in conditie houden van je grond. Ook werd gedemonstreerd dat een grotere insporing niet alleen slechter is voor je grond, maar ook behoorlijke extra brandstofkosten met zich meebrengt; 1 cm meer insporen kost 10% extra brandstof.
Naast alle extra aandacht voor de bodem waren er uiteraard ook de vertrouwde programma-onderdelen van de Biologische Velddag. Zo waren er de rassendemo's van o.a. uien, aardappelen (met veel aandacht voor zowel phytophthora-resistentie als smaak), zomertarwe en peen en waren de laatste ontwikkelingen te zien op het gebied van mechanische onkruidbestrijding.
De Biologische Velddag is een initiatief van Agrifirm, PPO-AGV (project De Smaak van Morgen) en Centrum Biologische Landbouw en is inmiddels verworden tot hét jaarlijkse evenement waar alle geledingen binnen de biologische akkerbouw- en groenteteeltsector elkaar ontmoeten en zich op de hoogte stellen van de laatste ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld rassen, teelttechniek, bemesting, mechanisatie en afzet.
De 3e Biologische Velddag is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Flevoland en het Ministerie van LNV.
LEI doet onderzoek naar het verkopen van duurzaamheid
Hoewel het goed gaat met de biologische landbouw in Nederland, groeit het marktaandeel voor biologische producten niet zo snel als verwacht. Het LEI, onderdeel van Wageningen UR, heeft in opdracht van Bioconnect onderzocht hoe de consument er toe gebracht kan worden om te betalen voor de meerwaarde die biologische zuivelproducten hebben voor bodem, plant en dier.
In de studie werd daarbij specifiek ingezoomd op Demeterzuivel en Boerenfairmelk.
Veel mensen zeggen dat ze duurzaam willen consumeren, maar in de praktijk gebeurt dat nog maar weinig. De beslissing om een duurzaam product te kopen wordt genomen als de klant in de winkel staat. Op die plaats moeten de argumenten voor een duurzaam product dus zichtbaar zijn. Het rapport beschrijft hier een methode voor die is toegepast bij de Bauernfairmilch in Duitsland. Met stickers op de melkpakken werd aangegeven dat de consument 5 cent extra betaalt om de betrokken boeren voor hun meerprestaties op het gebied van duurzaamheid te belonen (in het geval van de Boerenfairmilch ging het daarbij ook nog om een beloning voor een bijdrage aan de kwaliteit van het landschap in de regio). Het onderzoek laat zien dat producten eerder gekocht zullen worden als ze op deze wijze gepresenteerd worden. In Nederland is in 2007 door de firma Vecozuivel getracht eenzelfde concept in de markt te zetten onder de noemer Boerenfairmelk, maar dit is vooralsnog niet gelukt.
Overleg binnen de keten
Uit de studie blijkt dat er tot dusverre betrekkelijk weinig aan concept-ontwikkeling is gedaan in relatie tot prijsstrategieën en prijsmechanismen in de biologische en de biologisch-dynamische landbouw. Traditioneel werd vooral ingezet op de gedachte ‘De prijs van het gangbare product is onredelijk!’ waarbij het duurzame initiatief werd afzet tegen het gangbare product en het duurzame product wel een ‘eerlijke’ prijs had. Dit overtuigt echter alleen de betrokken consumenten.
Om ook andere consumenten voor het duurzame product te winnen kan er gebruik gemaakt worden van andere strategieën. Ten eerste het simpelweg uit het assortiment verwijderen van minder duurzame varianten, dit is bijvoorbeeld gebeurd met het scharrelei. Ten tweede het vergroten van de waarde van het product voor de klant, bijvoorbeeld doordat het duurzame product meer smaak heeft of gezonder is. De hogere prijs straalt daarbij een hogere kwaliteit uit. Tot slot is het ook een effectieve strategie om de consument uit zijn routine van het boodschappen doen te halen en hem de aankoop te laten doen in een situatie waarin hij nadenkt over duurzaamheid.
De supermarkt maakt het verschil
Het onderzoek heeft zich verder gericht op het bestuderen van vier duurzaamheidsconcepten om inzicht te krijgen in de mogelijkheid van het verwaarden van duurzaamheid. Het ging hierbij om Max Havelaar, Utz Kapeh, Nature & More en Boerenfairmelk. Eén van de conclusies die dit opleverde was dat een duurzaamheidsconcept niet in een nieuwe markt ontwikkeld of versterkt moet worden, maar in een volwassen stabiele markt met een goede respons. Een andere conclusie is dat het noodzakelijk is om het verhaal achter het product goed over te brengen: consumenten laten zich bij hun aankoop niet alleen door de ratio leiden, maar plaatsen hun afweging in een bredere context, waarin ook emotionele aspecten een rol spelen. Een derde conclusie is dat niet de consument, maar de supermarkt de beslissende factor is in het openbreken van de markt voor een duurzaamheidsconcept.
De volgende aanbevelingen zijn specifiek gedaan voor de biologische zuivel: laat alle betrokken partijen hun inbreng hebben en meebeslissen wanneer je een duurzaamheidsconcept in de markt wilt zetten; laat het prijsverschil met het reguliere product niet te groot zijn; begin bescheiden in de markt en bouw het verhaal langzaam op; profileer het concept vanuit een duidelijk onderscheiden achtergrond (bijvoorbeeld Biologisch-dynamisch of gericht op de regio); verhoog het volume door het product niet als gecertificeerd merk aan te bieden maar als een gewoon product; verstrek goede en betrouwbare informatie aan de consument en probeer producenten, verwerkers en handel onder één noemer te krijgen bij de verdere ontwikkeling van het concept.
Rapport 2008-007 ‘De prijs is onredelijk’ Over verwaarding van duurzaamheid in de biologische zuivelsector
16 juni 2008 Door het succes van het Nederlandse voetbalteam heeft handelsbedrijf Eosta BV groot succes met haar enkele weken geleden geïntroduceerde ‘’Oranje-Maatjes’’. De biologische oranje minipruimtomaten worden zowel in de retail als bij natuurvoedingswinkels veel verkocht.
De tomaten, die het bedrijf normaal in Nederland vermarkt onder de naam ‘’Caromaatjes’’ en in Duitsland als ‘’Karomate’’, worden in 250 grams schaaltjes aangeboden. Het ‘’zes-hoek’’ schaaltje is uiteraard afbreekbaar en gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen.
16 juni 2008 Bioweek in Vlaanderen positief afgesloten
Hoogtepunten
Bioweek in Vlaanderen positief afgesloten
Bij de hoogtepunten waren de fietstochten die in heel Vlaanderen plaatsvonden en honderden mensen op de been brachten. In de studentensteden waren er de traditionele studentenontbijten die dit jaar meer volk dan ooit naar buiten lokten: zo’n 1900 studenten in heel Vlaanderen. Een primeur was de OpenBioDag op Veiling Brava waar meer dan 1000 mensen de mooie waren van 35 biotelers kwamen monsteren. Heel wat boerderijen kregen honderden mensen over de vloer en hoevewinkels maakten nieuwe klanten. Op de biomarkten was het aangenaam proeven en gezellig kuieren. Opvallend is dat veel organisatoren beklemtonen dat de bezoekers inhoudelijk erg nieuwsgierig waren naar het biologische verhaal en niet zomaar even langsliepen. Niet alleen de Bioweek groeit, ook het bewustzijn van de consument die graag weet wat hij eet.
Winkels
Ook de winkels en supermarkten werden druk bezocht. Wat de verkoop betreft, was het niet makkelijk om cijfers te verzamelen omdat de Bioweek dit weekend nog volop aan de gang was. Het meest gehoorde geluid bij supermarkten en natuurvoedingswinkels is dat de verkoop van biologische producten sinds januari duidelijk in de lift zit met een groei van 10 tot 20%. De Bioweek bevestigt deze groei en doet er hier en daar nog een schepje bovenop. BioPlanet meldt een meerverkoop tijdens de Bioweek van 9% wat biezonder goed is want vorig jaar tekenden ze ook al een sterke stijging op wegens hun vijfjarig bestaan. Bij de Bio Shop winkels zijn er waar de verkoop tijdens de Bioweek gelijk loopt met de vorige maanden, terwijl anderen gewagen van een meerverkoop van 30 tot 40 %.
Catering
In catering is er algemeen een flinke groei te bespeuren: grote cateraars als Compass Group, Sodexho, KBC, Fortis doen voor het derde jaar op rij de verkoop aan catering enorm stijgen, met zelfs 50%. Groothandelaar Biofresh stelde de cateraars een weekmenu voor met bioproducten dat dusdanig was uitgekiend dat de kostprijs niet meer dan 15% hoger lag dan bij een gangbare maaltijd. Verschillende cateraars zijn op het aanbod ingegaan en waren erg tevreden. Biofresh hoopt uiteraard dat deze eenmalige actie tot verdere samenwerking zal leiden.
Met deze mooie bezoekersaantallen, de groeiende bewustwording bij het publiek en de mooie verkoopscijfers kijkt BioForum Vlaanderen tevreden terug op een succesvolle en bruisende Bioweek 2008.
16 juni 2008 Uitreiking Bioaward feestelijke afsluiting Bioweek
Biologisch landbouwer Jos De Clercq van De Natlandhoeve in Zepperen wint de Bio-Award 2008. Jos De Clercq is een prachtig voorbeeld van een geëngageerd landbouwer die zich op vele terreinen inzet voor landbouw en natuur, collega’s en jongeren. Tijdens het slotweekend van de Bioweek werd duidelijk dat de Bioweek 2008 duizenden mensen op de been bracht. De vele activiteiten gaven de groeiende bewustwording en stijgende verkoop een extra duwtje in de rug.
Tijdens de Bioweek kon iedereen stemmen op de vier genomineerden van de Bio-Award 2008. Met deze prijs wil BioForum, organisator van de Bioweek, elk jaar een organisatie of bedrijf in de bloemen zetten dat zich inspant voor de promotie of innovatie van bio. Op 14 juni om 12u ’s middags telden we 2763 stemmen – bijna 1500 meer als vorig jaar - met als resultaat:
Jos De Clercq van De Natlandhoeve in Zepperen: 1355 stemmen
Freinetschool De Torteltuin in Poperinge: 995 stemmen
Sojaproducent BioFun in Oostkamp: 325 stemmen
Biogemeente 2008 Oud-Turnhout: 87 stemmen
Jos De Clercq van De Natlandhoeve in Zepperen kweekt biologische vleesrunderen. Maar hij doet nog veel meer: intens samenwerken met andere boeren, boeren uitleg verschaffen over het biologische bedrijfssysteem, vleespakketten verkopen, natuurgebieden beheren... Op zijn bedrijf verzoent hij het samengaan van landbouw en natuur. En hij houdt zijn kennis niet voor zich: als leraar aan het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs in Tongeren maakt hij jonge mensen wegwijs in de biolandbouw
16 mei 2008 Skal heeft besloten om het opkweekbedrijf dat eind april het bio-certificaat werd ontnomen, alsnog goed te keuren. Dit betekent dat het bedrijf haar leveringen van biologische planten mag hervatten.
Dit besluit is echter niet vrijblijvend. Skal wenst in de toekomst garanties dat kiemplanten opgekweekt uit niet-biologisch zaad geen residuen van gewasbeschermingsmiddelen bevatten. Oorzaak of herkomst van eventueel toch aanwezige residuen doen niet terzake. Daartoe is het nodig dat de biologische zaad- en opkweeksector op korte termijn een protocol ontwikkelt.
Skal heeft het opkweekbedrijf alsnog goedgekeurd omdat uit nader onderzoek is gebleken dat niet-chemisch behandeld zaad mogelijk de bron is van de aangetroffen residuen. De verontreiniging is niet het gevolg van actief middelengebruik of van verontreiniging tijdens de opkweek. Dit rechtvaardigt het besluit om het bedrijf alsnog goed te keuren.
Het opkweekbedrijf werd aanvankelijk afgekeurd omdat de op dat moment beschikbare informatie Skal te weinig zekerheid bood dat ter plekke van actief gebruik of verontreiniging met middelen geen sprake was. In dit twijfelgeval trad Skal daarom streng op en trok ze het bio-certificaat in.
Achtergrond
In bepaalde gevallen is het in de biologische landbouw toegestaan om uit te gaan van niet-biologisch geteeld zaad. Dit mag echter niet na de oogst ervan chemisch zijn ontsmet. De moederplanten kunnen tijdens de gangbare teelt echter wel behandeld zijn met gewasbeschermingsmiddelen. Wanneer het zaad in andere landen is geteeld kunnen dit bovendien middelen zijn die in Nederland niet zijn toegelaten. Moederplanten kunnen tot vlak voor de oogst behandeld worden met gewasbeschermingsmiddelen zonder dat sprake is van zaadontsmetting.
In geval van ernstige twijfel kiest Skal voor intrekking van het bio-certificaat. Het betreffende bedrijf kan hiertegen bezwaar maken. In dit geval is deze procedure gevolgd waarbij duidelijk werd dat verontreinigd zaad de oorzaak kan zijn van de aangetroffen residuen. Omdat bovendien geen sprake is van risico voor de consument van het eindproduct heeft Skal alsnog besloten tot goedkeuring. Skal verwacht dat het te ontwikkelen protocol probleemsituaties als bovengenoemd goeddeels zal voorkomen.
22 april 2008 Controle-organisatie Skal heeft vandaag het bio-certificaat van een opkweekbedrijf van jonge groenteplanten in zijn geheel ingetrokken. Dit gebeurde nadat op jonge plantjes niet-toegestane bestrijdingsmiddelen waren aangetroffen. Al eerder trok Skal het bio-certificaat van een deel van het bedrijf in. Al het aanwezige plantmateriaal mag vanaf heden niet langer als biologisch worden aangeduid en verhandeld.
Onlangs nog gebeurde hetzelfde met een ander, soortgelijk opkweekbedrijf.
Herhaalde overtreding
In de zomer van 2007 bleek tijdens een reguliere inspectie dat plantjes afkomstig van een bepaald deel van het bedrijf niet-toegestane bestrijdingsmiddelen bevatten.
Hierna is dit onderdeel afgekeurd en is de rest van het bedrijf onder verscherpt toezicht gesteld.
In dat kader heeft Skal dit voorjaar opnieuw monsters genomen. Analyse van recente monsters laten verschillende niet-toegestane stoffen zien in concentraties die de norm overschrijden. Deskundigen hebben de analyse-uitslagen beoordeeld maar kunnen geen eenduidige oorzaak aanwijzen. Omdat sprake is van een herhaalde overtreding is nu het volledige bedrijf gedecertificeerd. Dit is geheel volgens het sanctiebeleid van Skal met als doel de naleving te bevorderen en de afnemer en consument voldoende waarborgen te bieden.
Gevolgen
Deze afkeuring betekent dat alle nu nog op het bedrijf aanwezige plantjes hun bio-status verliezen. Het bedrijf moet haar afnemers hierover informeren.
Voor eventuele producten die al zijn geleverd aan detailhandel of verwerkende bedrijven geldt deze maatregel niet. Het residu in een jong plantje is immers niet meer aanwezig in de eindproducten voor de consument. Ook beschouwt Skal het effect van verontreiniging op de grond waarin de plantjes verder worden geteeld, als verwaarloosbaar.
Verantwoordelijkheid
De ondernemer is te allen tijde verantwoordelijk voor het product en moet daarom altijd aan de bio-regelgeving voldoen. De ondernemer dient afwijkingen zelf te melden. Wanneer een ondernemer de regels overtreedt, kan deze de gevolgen hiervan nooit afwentelen op een ander, ook niet op de toezichthouder.
Sanctiebeleid
Skal kent een streng maar tevens proportioneel sanctiebeleid. Een plaatselijke ernstige overtreding leidt tot gedeeltelijke afkeuring. Herhaalt de ondernemer de overtreding dan decertificeert Skal het gehele bedrijf. Skal handelt altijd op basis van geconstateerde en geverifieerde feiten, niet op grond van geruchten en berichten.
22 april 2008 Ecomel compenseert met ingang van deze maand alle CO2 die vrijkomt bij het maken en vervoeren van deze verpakkingen. De CO2 compensatie
voldoet aan de hoogste eisen die er bestaan, de zogenaamde "Gold Standard",
ondersteund door ondermeer het Wereld Natuur Fonds. Biologische zuivel met dopOok de
consument van biologische zuivel wil gemak. Daarbij hoort een zuivelverpakking met
hersluitbare schenkdop. Ecomel zorgt er voor dat gemak en duurzaamheid hand in hand
gaan. Daarom worden per 5 mei de melk- en karnemelkverpakkingen van Groene koe en
Zuiver Zuivel voorzien van een handige dop. En uiteraard wordt ook deze dop, net als
de kartonverpakking, klimaatneutraal gemaakt.CO2 compensatieDe CO2 compensatie vindt
plaats via een project waarbij windenergie wordt opgewekt. Windenergie helpt mee aan
het reduceren van broeikasgasemissies.CO2 compensatie is niet de enige inspanning
van Ecomel om haar producten zo groen mogelijk te maken. Zo gebruikt Ecomel al jaren
milieuvriendelijk opgewekte energie voor de bereiding van haar biologische zuivel.
Ecomel vindt dit vanzelfsprekend bij een biologisch zuivelproduct, dat zo puur en
natuurlijk mogelijk wordt geproduceerd. Voor meer informatie over de wijze van CO2
compensatie van Ecomel kunt u kijken op: www.groenbalans.nl/ecomel.
14 april 2008 Boeren en tuinders kunnen met ingang van dit jaar voortaan gebruik maken van de Innovatievoucherregeling van het Ministerie voor Economische Zaken. In 2008 worden er 6000 vouchers beschikbaar gesteld met een totale waarde van 22,5 miljoen euro. De regeling is bedoeld voor het MKB, en vanaf dit jaar mag ook de primaire landbouw mee doen. Ondernemers kunnen de vouchers gebruiken om een kennisvraag neer te leggen bij universiteiten, hogescholen of andere kennisinstellingen. De regeling is op 20 maart opengesteld en wordt uitgevoerd door SenterNovem, een agentschap van Economische Zaken. Informatie over de regeling en aanvraagformulieren zijn te vinden op www.senternovem.nl/innovatievouchers/index.asp. Er is geen vaststaande verdeling over verschillende sectoren, dus ook geen aparte regeling voor “biologisch”. Duurzaamheid is een van de thema’s waarop de vouchers kunnen worden ingezet.
31 maart 2008 Campina-leden in Nederland die omschakelen naar biologisch, kunnen vanaf nu rekenen op een financiële tegemoetkoming tijdens de twee jaar durende omschakelperiode. In deze periode wordt de productiewijze al wel biologisch, terwijl de melk nog niet als biologisch afgezet mag worden. Door de financiële tegemoetkoming verwacht Campina melkveehouders te stimuleren om over te schakelen van gangbare op biologische melkveehouderij. Met ruim honderd biologische veehouders is Campina de grootste verwerker van biologische melk in Nederland. Campina ziet de afzet van biologische melk gestaag groeien. Daarom heeft Campina behoefte aan extra biologische melk.
Gedurende de twee jaar durende omschakelperiode, ontvangt een veehouder een omschakelvergoeding van twee euro per 100 kilo melk, exclusief BTW. Deze vergoeding is gebaseerd op de extra kosten die een veehouder in deze periode maakt. De toeslag voor melk die als biologische melk afgezet mag worden, bedraagt momenteel 7,78 euro per 100 kilo melk (exclusief BTW). Ook deze toeslag is gebaseerd op de meerkosten van biologische productie.
Welkomstpremie
Een veehouder die zich in 2008 bij Campina meldt met een serieus omschakelplan, kan bovendien een welkomstpremie van 250 euro ontvangen. Daarmee vervalt de borgsom die veehouders moesten betalen als ze zich meldden voor de afzet van biologische productie. Veehouders die zich nu melden, zijn er zeker van dat hun melk na de omschakelperiode ook als biologisch wordt verkocht, zodat de veehouder ook zeker is van de bio-toeslag op de melkprijs.
De exacte voorwaarden komen binnenkort beschikbaar, onder meer via MyCampina.com, de website voor de leden-melkveehouders van Campina.
Positieve ontwikkeling afzet
Consumenten en professionele afnemers vragen steeds meer biologische zuivel. Ook in 2007 heeft Campina aanzienlijk meer biologische zuivel verkocht dan in eerdere jaren.
Voor Groene koe, de biologische zuivel van Campina die in supermarkten verkrijgbaar is, is in 2007 een nieuwe verpakking en communicatiestrategie ontwikkeld. ‘Je bent wat je kiest’ is het motto. De voordelen voor de consument van het kiezen voor biologische zuivel worden benadrukt op de verpakking en in andere communicatie-uitingen. Mede hierdoor zijn de gemiddelde verkopen per winkel van Groene koe met 20 procent gestegen. In de buitenhuishoudelijke markt is de afzet van Groene koe in 2007 met 60 procent gestegen, mede doordat bijvoorbeeld cateraars meer nadruk leggen op duurzaam inkopen.
Zuiver Zuivel, de biologische zuivel van Campina voor het natuurvoedingskanaal, blijft het eveneens goed doen; tien procent meer afzet in 2007. De veehouders op de verpakkingen zorgen er voor dat de binding tussen consument en boer wordt versterkt.
Succesvolle spaaracties
‘Je bent wat je kiest’ wordt ook benadrukt door de consumentenspaaracties van Groene koe en Zuiver Zuivel voor Kameroen. Maar liefst 10.000 inzendingen zijn binnengekomen voor de actie ‘Geef een koe voor Afrika’. Daarom kan de ontwikkelingsorganisatie Heifer Nederland 58 koeien schenken aan de lokale bevolking in Kameroen, en daarmee bijdragen aan armoedebestrijding.
18 maart 2008 De Nederlandse natuur en het biologische boerenleven staan centraal in de nieuwe serie Llink in Natura.
Presentator Bas Westerweel volgt drie families die op Terschelling wonen. De eerste aflevering is op 29 maart, zo liet omroep Llink vandaag weten.
Het leven van de boerenfamilies draait om de natuur, vrijheid en - bij een stevige noordwester - om het strandjutten. In de tien afleveringen worden Gerben de schapenboer, Jan-Willem de kaasmaker en Daan de cranberryteler gevolgd.
Als ecologisch kweker, niet bij LTO aangesloten heb ik op de BIO/Vakbeurs van 6 Februari geluisterd naar de beleidsbeslissingen van de BIO/LTO vakgroep medewerker.
Eerst bleek een voorstel van Milieudefensie, bevriend met BIO, door LTO te zijn afgeketst,daarna bleek mij het LTO standpunt inzake Gentech-gewassen in Nederland mooi aan te sluiten bij het beleid van LNV en VROM. Blijkt dit LTO in ons verband handelend, mogelijk hier een wolf in schaapskleren te zijn? Waarom gaat BIO eigenlijk met LTO samen?
Wij weten toch, dat gentech-gewassen onduidelijk in mekaar geknutseld zijn, dat Nederland te klein is voor die gewassen en dat derhalve coëxistentie in feite uit den boze is.
Het LNV- beleid , waar LTO zo mooi bij aansluit, wordt trouwens in Brussel bepaald, gekenschetst door het begrip Hell’s Check .
Wanneer we nou eens alle vanwege regeringsbeleid/LTO positief beschouwde punten van gentech tegen het licht houden vanuit ons standpunt van gezond bezig zijn, dan krijgen we:
1. Produktie verhoging. Bij Round- up maïs in het begin wel, later weer duidelijk minder, vanwege een veelheid van extra factoren, zoals de noodzaak van extra bespuitingen, onder ander als gevolg van vernietiging der microflora. Niet gezond dus!.
2. Milieubesparend is gewoon een fout begrip. Glyfosaat vervuilt het grondwater, vernietigt de microflora in de grond, bijenvolken gaan na spuiten massaal dood
3. Kwaliteit vergrotend, zoals gepropageerd met de zogeheten gouden rijst, met haar extra vitamine A is een flauwekul verhaal! Dan moet je 30 kilo rijst per dag gaan eten!
De Mon 683 maïs, welke reeds voor de EU in 2007 was goedgekeurd, bleek na proefnemingen bij ratten nier-en lever-beschadigingen op te leveren, is dus als onveilig voor consumptie te beschouwen
4. Betere leefomstandigheden , dankzij massale introductie van gentech, wordt gelogenstraft door de volgende ernstige feiten, verbonden met Monsanto, dat door LNV/VROM als werkpaard wordt ingezet.. Als volgt:
a. Afpersingen van boeren .
b. Omkoping van ambtenaar in Indonesië.
c. Geheimhouding van eigen proeven met ongunstige uitslag.
d. President Bush is ingezet, om bij de EU te pleiten voor invoer van Gentech-gewassen.
Afpersing, corruptie, geheimhouding en dwang zijn geen factoren, die een gezonde samenleving helpen bevorderen. Slotsom: Zowel Gentech als LTO horen niet thuis bij BIO !
Martin Wiersema legt voorzittershamer tot 1 november neer
12 maart 2008
Kees van Zelderen, biologisch melkveehouder te De Rips, is vanaf heden tijdelijk voorzitter van de Vakgroep Biologische Landbouw van LTO en Biologica. Martin Wiersema, de huidige voorzitter, legt tot 1 november 2008 de voorzittershamer neer.
Drukke werkzaamheden hebben Wiersema tot zijn besluit gebracht. De combinatie van het starten van een biologische veehouderij op een nieuwe locatie, het nog runnen van het huidige bedrijf en het bestuurlijke werk, dwingen Wiersema tot een tijdelijk stapje terug.
LTO Noord: Evert Rienks
Ook legt Wiersema tot 1 november 2008 het voorzitterschap van de LTO Noord Vakgroep Biologische Landbouw neer. Evert Rienks neemt dit voorzitterschap tijdelijk waar. Rienks heeft een biologisch akkerbouwbedrijf in Dronten en is bestuurlijk actief in de Flevolandse biologische boerenvereniging BDEKO en van daaruit in de landelijke Vakgroep vertegenwoordigd.
11 maart 2008 Boeren die samenwerking zoeken met burgers kunnen vanaf vandaag terecht op de website boerENbuur.nl. Daar geeft een stappenplan antwoord op de vragen die kunnen opkomen. Ook staan er voorbeelden, downloads en verwijzingen naar nuttige websites. Het stappenplan is ook nuttig voor mensen die graag meer betrokken willen zijn bij boerenbedrijven in hun omgeving.
Het stappenplan is het praktische resultaat van het project Ontwikkeling Lokale Boer-Consumentverbanden van CLM samen met Schepje Leven, International Institute for Inclusive Science en Stichting Green Valley.
Burgers kunnen op allerlei manieren betrokken raken, van het oogsten van eigen groenten tot investeren in zonnepanelen op het schuurdak, van helpen met boerderijlessen voor schoolklassen tot bomen planten. Het gaat er daarbij ook om hoe je mensen erbij betrekt, tot goede ideeën en tot goede afspraken komt. Hoe houdt de boer zeggenschap over zijn bedrijf, en hoe kan hij burgers motiveren mee te denken, mee te werken of zelfs mee te financieren? En hoe krijgen burgers die het platteland willen beleven een boer zo ver voor hen groenten te verbouwen of een ontmoetingsplek te maken? Het stappenplan helpt een boer of een groep burgers over drempels om zelf aan de slag te gaan.
Naast het stappenplan biedt boerENbuur nog twee faciliteiten. Boeren en burgers die al actief zijn met samenwerking kunnen zich als initiatief op de website laten vermelden. En om elkaar te inspireren en van elkaar te leren willen de partners in boerENbuur bijeenkomsten organiseren.
Het stappenplan vindt u op http://www.boerenbuur.nl onder de knop actie, of
http://www.boerenbuur.nl/index.cfm?fuseaction=actie.overzicht
Inlichtingen: CLM, Henk Kloen, hkloen@clm.nl T 0345-345 470761
06 maart 2008 Landbouwondernemers en agro-MKB ondernemers die samenwerken aan innovatieprojecten kunnen tussen 1 februari en 15 maart 2008 bij Dienst Regelingen
subsidie aanvragen. Deze subsidieopenstelling is voor ondernemers in de akkerbouw, open grond tuinbouw, bijenhouderij, biologische landbouw, glastuinbouw enpaddenstoelenteelt.
Budget
De subsidie is onderdeel van de regeling Samenwerking bij innovatieprojecten. Voor alle
openstellingen samen is er in 2008 € 8.020.000 beschikbaar. Maximaal 35% van de kosten
die onder de voorwaarden vallen, wordt vergoed. Samenwerkingsprojecten in de
akkerbouw, open grond tuinbouw en bijenhouderij ontvangen samen € 1,2 miljoen.
Samenwerkingsprojecten in de biologische landbouw krijgen € 420.000. Voor projecten in
de glastuinbouw en paddenstoelenteelt is er een totaalbedrag van € 3 miljoen. Voor de
subsidies die in mei aangevraagd kunnen worden, is € 2,2 miljoen bestemd voor
intensieve veehouderij en € 1.2 miljoen voor melkveehouderij.
Vooraf toetsen projectidee mogelijk
Aanvragers kunnen hun projectidee eerst laten toetsen door Dienst Regelingen. Zij geeft
aanbevelingen en kan snel beoordelen of het zinvol is om subsidie aan te vragen. Het
advies is gratis en vrijblijvend. Informatie hierover staat op www.minlnv.nl/loket .
Morielje-paddenstoel 'denkt aan seks' op Valentijnsdag
14 februari 2008 Vanmorgen, op Valentijnsdag, ontdekten onderzoekers van Plant Research International van Wageningen UR tot hun grote verbazing paddenstoeltjes in kweekbuizen waarin de morielje-schimmel wordt bewaard. Paddenstoelen zijn de 'seks'-organen van schimmels, ze zorgen voor de geslachtelijke voortplanting. Op de paddenstoelen ontstaan de sporen, 'zaden' waaruit nieuwe stukjes schimmel kunnen groeien. Het is voor de onderzoekers nog een raadsel waarom de morielje nu plotseling aan seks denkt. Te meer, omdat de kweekbuis in een speciale koude kamer opgeslagen was.
Morieljes zijn bijzondere eetbare paddenstoelen. Ze worden in de natuur verzameld. De gedroogde paddenstoelen zijn in delicatessewinkels en in sommige supermarkten te koop.
Plant Research International is in Nederland hét instituut voor onderzoek naar eetbare paddenstoelen. Onderzoekers over de wereld proberen al heel lang om de morielje-paddenstoeltjes te kweken. Tot op heden is dat nog niet gelukt. De Wageningse onderzoekers zijn daarom zeer verheugd over hun vondst. Het is nog onduidelijk waarom de morielje plotseling 'aan seks denkt'.
09 februari 2008 De biologische landbouwer Johan Devreese is aangesteld als voorzitter van BioForum, de vernieuwde koepel van de biologische landbouwsector in België. "We mikken op een nieuwe dynamiek in Vlaanderen om op de stijgende vraag naar biologische levensmiddelen te kunnen inspelen", aldus Devreese. Vanaf mei wordt BioForum een ledenorganisatie waarin de beroepsverenigingen van de bioboeren, de verwerkers en verdelers zullen opgaan.
De biologische organisaties en diensten die tot hiertoe BioForum bestuurden, blijven lid en behouden een vertegenwoordiging in de nieuwe beheerraad. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, een vertegenwoordiger van de verwerkers-handelaars en algemeen coördinator Marianne Vergeyle. Een voortrekker in het vernieuwingsproces was Johan Devreese, die nu de functie van voorzitter op zich neemt.
Johan Devreese is 51 jaar. Hij studeerde af als licentiaat sociale pedagogie en was 24 jaar actief in de sociale sector in Gent. In 2003 werd hij landbouwer in Oudenburg. Devreese runt een biologische geitenhouderij met 450 melkgeiten en 26 hectare ruwvoederteelten. De bioboer stamt uit een groot landbouwersgezin. De kinderen volgden hun ouders op in zeven landbouwbedrijven, waarvan vier biologische.
07 februari 2008 Aan het einde van de eerste BioVakbeursdag, op woensdagavond 6 februari, is de Ekoland Innovatieprijs uitgereikt aan Chris en Marjanne Borren, pluimveehouders in Voorthuizen.
De juryleden, twee biologische boeren (Jan Spaans en Jan de Veer) en twee bio-wetenschappers (Eric Goewie en Jan Diek van Mansvelt), hebben de drie genomineerde bedrijven live een bezoek gebracht. Ze hebben de bedrijven getoetst en bekeken hoe de boeren hun innovatieve manier van bedrijfsvoering uitoefenden. Als de genomineerden er dan ook blijk van gaven dat ze rekening hielden met de sociale en duurzame ontwikkeling van hun landschappelijke omgeving, dan was dat voor de jury een extra pluspunt. Al deze aspecten vonden ze in ruime mate vertegenwoordigd bij het pluimveebedrijf De Lankerenhof van de familie Borren, die vorig jaar een zeer bijzondere nieuwe stal bouwden, waarin alles is ingericht op de behoeften en gewoontes van de kip.
Chris en Marjanne Borren
Het bedrijf van Chris en Marjanne Borren is volgens de jury een voorbeeld van een modern biologisch pluimveebedrijf dat zich via een geleidelijke omschakeling van gangbaar naar biologisch bedrijf zichtbaar goed heeft ontwikkeld - met een scherp oog voor elk detail in het bedrijf. Het toont aan dat je heel goed een biologisch pluimveebedrijf kunt houden waarin dierenwelzijn en milieu belangrijk zijn.
De twee tweede prijzen gingen naar Zuivelbedrijf ’t Ecoloar uit de buurt van Zwolle en akkerbouwbedrijf Van Vilsteren uit Marknesse.
André en Tonny Mulder
André en Tonny Mulder van ’t Ecoloar richten zich op melk- en vleesproductie. Ze hebben een winkel aan huis, waar ze eigen producten verkopen plus groenten van een tuinder uit de buurt. De Mulders houden hun vee volgens het Pure Graze-systeem.
Anton en Corry van Vilsteren
Anton en Corry van Vilsteren hebben voornamelijk koolsoorten op hun akkers staan. De nominatie voor de innovatieprijs verdienden de Van Vilsterens vooral door de zelf ontworpen zaai- en mestmachine, die een compoststrook op het zaaibed legt om de onkruiddruk te verlagen. Door die uitgekiende vorm van bemesting kan er gezaaid worden in onkruidvrije stroken. Van Vilsteren werkt daarnaast goed samen met biologische collega’s. Het gebruik van gezamenlijke, gps-gestuurde tractoren op de teeltvrije stroken is daar een heel goed voorbeeld van.
De Nieuwe Ronde
De Ekoland Aanmoedigingsprijs werd uitgereikt aan het tuinbouwbedrijf De Nieuwe Ronde, gelegen aan de bosrijke rand van Wageningen. Klaas Nijhof bewerkt de grond, zaait en plant en de klanten oogsten zelf wat zij nodig hebben. Op de Nieuwe Ronde worden verder plukfeesten, klussendagen en kinderactiviteiten georganiseerd én er is een groen café. Bijna alle prijswinnaars namen persoonlijk hun prijs in ontvangst uit handen van Kees van Veluw, de hoofdredacteur van Ekoland. Vele beursbezoekers waren gebleven om dit moment bij te wonen. Na de uitreiking werd er nog lang nagepraat op de BioVakbeurs - natuurlijk onder het genot van diverse biologische versnaperingen en drankjes!
20 december 2007 Ekoland komt met een nieuw initiatief om de creatieve ontwikkelingen in het veld van de biologische(-dynamische) landbouw een extra aanmoediging te geven, de Ekoland Innovatieprijs. Op de Biovakbeurs in Apeldoorn (6 - 7 februari 2008) zal de prijs voor het eerst worden uitgereikt. Het gaat om vernieuwingen die boeren en boerinnen op hun bedrijf hebben ontwikkeld en daar ook met succes hebben toegepast. Vernieuwingen die vakgenoten moeten inspireren tot eigen uitvindingen op hún bedrijven. Maar die nu meteen ook al toepasbaar moeten zijn voor vakgenoten, al dan niet met hun eigen aanpassingen. Het gaat dus om biologische boeren en tuinders die innovaties op het eigen bedrijf uitvoeren en daarmee een éxtra positieve uitstraling hebben naar de sociale en duurzame ontwikkeling van hun landschappelijke omgeving. De jury bestaat uit twee ervaren bio-boeren (Jan Spaans en Jan de Veer) en twee ervaren bio-wetenschappers (Eric Goewie en Jan Diek van Mansvelt). Zij zullen alle nominaties toetsen aan basiscriteria, namelijk: originaliteit, effectiviteit, toepasbaarheid in de brede praktijk en een positieve maatschappelijke acceptatie.
De geselecteerde nominaties zullen in het januarinummer van Ekoland gepresenteerd worden; de prijsuitreiking vindt plaats als afsluiting van de eerste dag van de beurs.
Voorstellen voor nominaties hoopt de jury te ontvangen uit verschillende bronnen: boeren die hun collega’s nomineren, andere ondernemers in de keten, voorlichters, onderzoekers enzovoort. De nominaties moeten vóór 31 december binnen zijn bij de redactie, met een toelichting van circa 1 A4tje. Dat kan via redactie@ekoland.nl of postbus 16, 3740 AA Baarn. Grijp deze kans om uw favoriete boer(in) een flinke pluim te geven!
Rapport Biologisch gezonder? aangeboden aan minister Verburg
19 december 2007 Er zijn aanwijzingen dat biologisch voer leidt tot een alerter immuunsysteem. Kippen die biologisch voer kregen, hadden een lager gewicht en bleken zich iets sneller te herstellen van een aandoening. Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van “Biologisch gezonder? Een onderzoek naar biomarkers”, uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Wageningen UR, RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid en TNO in samenspraak met FQH, the International Research Association for Organic Food Quality and Health.
De studie is gefinancierd door de Nederlandse overheid (het ministerie van LNV en het ministerie van EZ), de Rabobank en de Triodos Bank. Het rapport is vanmorgen in ontvangst genomen door Minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Tot nu toe waren vooral gegevens over de hoeveelheden inhoudsstoffen in biologische
producten beschikbaar. Het is voor het eerst dat in Nederland naar de effecten van voeding is gekeken, waarbij de verschillen - vermoedelijk - zijn toe te schrijven aan verschillende teeltwijzen van het voer. Het onderzoek is de afgelopen twee jaar uitgevoerd met twee generaties kippen die intensief zijn gevolgd. Ook het voer dat speciaal werd samengesteld uit biologisch of gangbaar geteelde producten, is uitgebreid onderzocht.
Het meest consistent was een verschil in eiwitgehalte, dat in de gangbaar geteelde producten gemiddeld 10% hoger was. Als biomarkers zijn in dit onderzoek gevonden: gewicht, responsiviteit van het immuunsysteem, stofwisselingsreacties in bloed en lever en genetische regulatie in de darm. Dit zijn de duidelijkste verschillen tussen de twee groepen kippen. Met name voor onderzoek naar gezondheidseffecten bij de mens is het van belang om de juiste biomarkers te hebben om te weten hoé gezondheid gemeten kan worden. Biomarkers zijn meetpunten voor biologische processen en dienen aan te sluiten bij de te onderzoeken vraagstelling. Er is veel onderzoek verricht naar het vinden van biomarkers voor specifieke ziekten, maar weinig naar biomarkers voor “de gezonde toestand” in gezonde individuen. In de huidige studie is gezocht naar biomarkers voor onderzoek naar gezondheidseffecten van voeding van verschillende teeltwijzen in een kippenmodel. Het uiteindelijke doel is onderzoek bij de mens.
Uit de resultaten van het onderzoek kan niet zonder meer worden afgeleid dat biologisch voedsel “gezonder” is. Dat komt omdat het begrip “gezond” in de wetenschappelijke literatuur nog niet voldoende is gedefinieerd. Het concept van “gezondheid” en de daaraan gerelateerde fysiologie en immunologie dienen verder uitgewerkt te worden, voordat definitieve conclusies getrokken kunnen worden. De betekenis van de gevonden verschillen voor de gezondheid op langere termijn is nog niet duidelijk. De meeste onderzoekers formuleren voorzichtig dat biologische voeding mogelijk een bijdrage kan leveren aan het “behoud” van een goede gezondheid.
Drs. Machteld Huber, arts, projectleider van het onderzoek “Biologisch Gezonder?” vindt: “Nederland heeft met dit project het grootste onderzoek ooit - op het terrein van biologische voeding en gezondheid - op z’n naam staan. Dat getuigt van visie van de financiers. De resultaten zijn onmiskenbaar en hoewel we nog niet alles kunnen duiden, is het feit dát we deze verschillen gevonden hebben een duidelijke aanwijzing dat we op de goede weg zijn om de vraag Biologisch Gezonder? te beantwoorden. Ik vind, naast de immunologische resultaten, het betere herstel van de biologisch gevoede dieren, na de “duw” die we ze gegeven hebben, veelzeggend. Medisch gezien spreek je dan van een betere “inhaalgroei” na een aandoening, en bij kinderen wordt daar veel waarde aan gehecht. Het is duidelijk, vervolgonderzoek is nodig voordat eenduidige conclusies kunnen worden getrokken.”
Prof. Huub Savelkoul, hoogleraar Celbiologie en immunologie aan Wageningen Universiteit vindt: “Het onderzoek heeft een belangwekkend perspectief opgeleverd en maakt vervolgonderzoek noodzakelijk. Uiteindelijk moet vervolgonderzoek duidelijk maken of uitspraken zijn te doen over het effect op de gezondheid van de mens. Interessant is dat uit het onderzoek blijkt dat voer van verschillende herkomst weliswaar kleine maar wel meetbare verschillen in immuuneffecten oplevert bij gezonde dieren. Dat is nieuw en opent mogelijkheden voor toepassing van dergelijke technieken bij het humane voedingsonderzoek. Tot voor kort konden die verschillen alleen worden gemeten bij zieke of sterk geprikkelde dieren.” De onderzoekers bevelen aan verder onderzoek te doen dat zich toespitst op de effecten van biologisch voedsel bij de mens. Daarvoor zou eerst vervolgonderzoek bij kippen en vervolgens bij zoogdieren moeten plaatsvinden.
18 december 2007 Op woensdag 6 en donderdag 7 februari 2008 wordt in Apeldoorn in de Americahal de eerste BioVakbeurs voor Land-en tuinbouw in Nederland gehouden. De BioVak is een bijzondere samenwerking tussen een technische Vakbeurs, het Vakblad Ekoland, de Vakgroep Biologische Landbouw en de Bedrijfsnetwerken van dierlijke en plantaardige sectoren. Bezoekers van de BioVak kunnen kennismaken met technische innovaties van bijvoorbeeld mechanische onkruidbestrijding en schimmelbestrijding met UV licht, klimaatneutrale kas, bioenergie en compostering. Er zijn themapleinen op het gebied van bodem, klimaat, veevoergrondstoffen en diergezondheid en directe boederijverkoop. Eveneens is er aandacht voor robuuste rassen, voor zowel de dierlijke als plantaardige sector, waarbij het natuurlijke weerstandvermogen tegen ziekten en plagen een goed alternatief biedt voor de ongewenste rassen met GGO’s.
Landelijke boerendag
Op de eerste dag van de BioVak organiseert de Vakgroep Biologische Landbouw van LTO en Biologica de landelijke boerendag. Vanaf 10.00 uur is er een bijeenkomst waarin de Vakgroep graag met de achterban in gesprek wil over een aantal zaken die sectorbreed spelen. Het gaat over Markt en Beleid in Nederland en internationaal. In de middag en avond tot 21.30 uur kunnen de mensen de beurs bezoeken. Er worden tegelijkertijd op verschillende plaatsen op de beursvloer en in enkele zalen, een groot aantal presentaties en workshops aangeboden over belangrijke zaken die in de bedrijfsnetwerken zijn besproken. Het kennisnetwerk Directe verkoop verzorgt ook een aantal workshops. Op de BioVak zal het Handboek Directe verkoop worden gepresenteerd.
Ontmoeting
De BioVak biedt veel ruimte voor persoonlijke contacten en het uitwisselen van kennis en ervaring. Het is een unieke kans om boeren en tuinders uit alle sectoren te ontmoeten. De biologische sector toont zich met alle innovaties aan elkaar en stelt zich ook open voor collega boeren uit de gangbare landbouw en geïnteresseerden van daarbuiten. Er is gelegenheid om informatie te krijgen over omschakeling en perspectieven voor productafzet. Meer informatie over het beursprogramma op www.biovak.nl, Bureau ICEM, 0180-314662 of bij Sjoerd de Hoop s.de.hoop@hetnet.nl, 0519-297680. Locatie: Americahal in Apeldoorn. Openingstijden: 6 februari 10.00 – 22.00 uur en 7 februari 10.00 – 18.00 uur
Meer dan 300 deelnemers kwamen 4 en 5 december bij elkaar tijdens het ‘Organic congress’ in Brussel, georganiseerd door de IFOAM- EU groep. Er was een groot aantal vertegenwoordigers van de Europese Commissie, naast deelnemers uit de sector en van NGO’s. het congres sloot af met een nieuwe politieke agenda voor het toekomstige EU landbouwbeleid. Breed gedeeld werd de mening dat biologisch ook bij de Europese Commissie op de kaart staat als een van de landbouwmethoden die serieus kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen in het GLB. Bijvoorbeeld als het gaat om thema’s als klimaat, bescherming van biodiversiteit en watermanagement. Francis Blake, president van de IFOAM EU Groep riep de Commissie dan ook op om het Europese actieplan voor de biologische landbouw te vernieuwen en actie te ondernemen om deze productiemethode te stimuleren. Marian Blom van Biologica : “Deze uitwisseling van ideeën geeft je een beeld van waar de sector staat en waar je aan moet werken. In ieder geval kwamen er drie onderwerpen naar voren, waar we in Nederland al mee aan de slag zijn, maar die nog beter kunnen. 1) Zorgen dat je kunt blijven groeien zonder dat je uitgangspunten verwateren. Daar moeten we alert op zijn. 2) Werken aan verdere verbetering van de controle op biologisch. En ten derde duidelijk maken waar biologisch bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering en werken aan het vergroten van die mogelijkheid. Meer informatie: organic-congress-ifoameu.org en biologica.nl
Aankomend voorjaar organiseert Stichting Zaadgoed voor de vierde keer de cursus ‘Selectie in eigen boerenhand’. De cursus is bedoeld voor boeren en tuinders die meer willen weten over de mogelijkheden voor rassenselectie en vermeerdering van zaad op hun eigen bedrijf. De cursus start in maart en omvat een theorie- en een praktijkdeel. Tijdens de theorielessen wordt uitgebreid stilgestaan bij de erfelijkheidsleer, selectiemethoden en rasontwikkeling. Het selectiewerk wordt in de praktijk geoefend tijdens excursies naar verschillende veredelingsbedrijven. Opgeven kan tot 1 februari via info@zaadgoed.nl Meer informatie: www. zaadgoed.nl
10 december 2007 De koeien van proefbedrijf Aver Heino krijgen sinds augustus krachtvoer op maat met het door ASG ontwikkelde dynamische voeradvies. In dit advies wordt geen rekening gehouden met gebruikelijke aspecten als de voederwaarde van voerdermiddelen, de gemiddelde voeropname en de behoefte van een koe. Het systeem berekent de reactie van de individuele koe op het rantsoen door de melkgift te meten en houdt zodoende rekening met de variatie tussen individuele koeien in voerefficiëntie. Met het systeem kan het maximale voersaldo per koe worden behaald. Het dynamisch voersysteem berekent met een wiskundig model een voeradvies op basis van gegevens over actuele voeropname en productie. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de krachtvoerprijs en de melkprijs. Het ‘voeren op maat’ kan zowel op koppelniveau als op dierniveau worden toegepast. Op koppelniveau is het systeem geschikt voor bijvoorbeeld het sturen van de hoeveelheid natuurgras in het rantsoen en op dierniveau voor het sturen van de dagelijks te voeren hoeveelheid krachtvoer. Opvallend is dat er grote verschillen zitten tussen koeien wat betreft de reactie in melkproductie op krachtvoer.
Meer informatie: Herman van Schooten, WUR/ ASG herman.vanschooten @wur.nl
Fresh & Cash Export Award 2007 voor Eosta met Nature & More
20 november 2007 Uit handen van minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ontving Eosta op 13 november jl. in Rotterdam de hoofdprijs van de Fresh & Cash Export Award 2007 voor de vooruitstrevende en complete wijze waarop zij met Nature & More de Duitse markt benadert.
De Fresh & Cash Export Award is een initiatief van ABN AMRO, samen met het Duitse vakblad Fruchthandel Magazin, Frugi Venta, HBAG Duitsland Desk en het Vakblad AGF. Doel is de kracht van het Nederlandse AGF-product in Duitsland te onderstrepen, aan de hand van drie thema?s: servicementaliteit, marketinginnovatie en kwaliteit op het vlak van voedselveiligheid, logistiek en verpakkingen. De Fresh & Cash Export Award richt zich op teams binnen bedrijven of samenwerkingsverbanden van handelsbedrijven, veredelingsbedrijven, telers(verenigingen), verwerkingsbedrijven, toeleveranciers, bedrijven op het gebied van logistiek en verpakkingen, kennis-/onderzoekscentra of universiteiten.
Als eerste Nederlands bedrijf communiceert Eosta op de Duitse markt de maatschappelijke meerwaarden 1) gezondheid, 2) milieu, met name klimaatvriendelijkheid, en 3) sociale verantwoordelijkheid. Dit gebeurt middels een stickertje op iedere vrucht en/of kleinverpakking met daarop een unieke code, die leidt naar de desbetreffende teler op de website natureandmore.com. Op deze website kan de Duitse consument nu zelf zien in hoeverre de teler aan deze maatschappelijke meerwaarden voldoet. Eosta en Nature & More spelen hierop in met het Nature & More trace & tell systeem. Met name Duitse dagbladen, tijdschriften en landelijke televisiezenders hebben aandacht besteed aan Eosta dat met Nature & More als eerste in Europa de CO2 emissie per product communiceert in de markt.
Volgens de jury van de Fresh & Cash Export Award, bestaande uit voorzitter Willem Baljeu (Frugi Venta), dr. Andreas Br?gger (Deutscher Fruchthandelsverband), Cees den Hollander (Tuinbouwcluster Academie), R?diger Kolassa (GLOBUS Gruppe) en Jasper Schrijver (ABN AMRO), is Eosta zijn tijd ver vooruit en heeft zij met Nature & More een zeer complete, integrale ketenbenadering op poten gezet. De media aandacht in Duitsland en de reacties op handels- en consumentenniveau zijn indrukwekkend. Ook de wijze waarop internet wordt ingezet als communicatiemedium met de Duitse eindklant is bijzonder goed. Het project voldoet aan alle criteria voor de Fresh & Cash Export Award, het is zeer all round en richt zich bovendien sterk op de relatie Nederland-Duitsland.
In haar toespraak tijdens de uitreikingsbijeenkomst steekt minister Verburg de loftrompet over het innovatieve karakter van de sector. Verder geeft zij aan dat de Nederlandse tuinbouwsector het niet makkelijk heeft. Op het gebied van imago en voorkeur van de consument komt Nederland op een vierde plaats, na Duitsland zelf, Spanje en Itali?. Daarentegen beseft de Duitse retailer wel degelijk dat Nederland veel te bieden heeft. Zij erkennen de kwaliteit, veiligheid en smaak van de Nederlandse groenten en fruit en de ontwikkeling die Nederland heeft doorgemaakt op deze vlakken. Deze erkenning ziet men terug in het Nederlandse marktaandeel: in kasgroenten is het Nederlandse marktaandeel 10% hoger dan 10 jaar geleden. Willem Baljeu voegt hier als juryvoorzitter aan toe: ?Uit een onderzoek dat de Duitsland Desk van het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel deze zomer uitvoerde blijkt dat de helft van de respondenten in de stijgende consumentenbestedingen financi?le ruimte ziet voor de Nederlandse AFG sector om te investeren in service, marketinginnovatie en kwaliteit. De juryleden waren het op dit punt dan ook unaniem met elkaar eens: het is van belang dat de Duitse handel zich bewust wordt van de grote inspanning en bereidheid van de Nederlandse AGF sector om de Duitse eindgebruiker optimaal te bedienen met goed smakende, verse en uiterst veilige groenten en fruit producten. Wij hopen dat de Export Award bijdraagt aan deze bewustwording in Duitsland.?
De tweede plaats ging naar het Tomaten, Groente- en Fruit Kompas van The Greenery, een afzetorganisatie voor circa 1.500 aangesloten teeltbedrijven in Nederland. De derde plaats is ingeruimd voor Koppert Cress, producent van innovatieve producten, 16 verschillende cress soorten en overige specialiteiten zoals eetbare bloemen. Dit bedrijf eindigde op het ereschavot, als smaakambassadeur en vanwege de succesvolle marketingstrategie, waarin de eindklant - de gastronoom en cateraar - direct worden benaderd.
14 november 2007 Op de jaarlijkse rassententoonstelling van Agrico Research op 8 en 9
november presenteerde Agrico ook de phytophthoraresistente aardappel
Toluca. Deze consumptieaardappel is het resultaat van de biologische
kweeklijn van Agrico en blijkt 100% resistent in het loof. Het is de
eerste aardappel met deze mate van resistentie. Peter Dijk van Agrico:
"We zijn al tientallen jaren bezig met het veredelen van aardappelrassen
met deze mate van resistentie. Dit is het eerste ras uit deze kweeklijn,
waaruit de komende jaren meerdere resistente rassen zullen volgen. Van
Toluca is er voldoende pootgoed om een uitgebreide test te doen met
consumptieteelt." De aardappel is dit jaar op de Nationale rassenlijst
gekomen, en is in eerste instantie alleen beschikbaar voor biologische
akkerbouwers.
13 november 2007 Minister Verburg van LNV is niet van plan om weer een omschakelingssubsidie in het leven te roepen. Dit blijkt uit haar antwoord op vragen uit de Tweede Kamer. In de 'Quick Scan Omschakeling naar Biologische Landbouw anno 2007' wordt aangegeven dat er meerdere factoren zijn die omschakeling belemmeren, waaronder onbekendheid en onvoldoende vertrouwen in de markt. Verder wordt aangegeven dat er in de sector een gevoel van huiver bestaat voor het verstoren van de nog fragiele markt door een te snelle of niet marktgerichte groei van het aanbod. ?Een terugkeer van de omschakelingssubsidie vinden de primaire ondernemers en ketenpartijen daarom ongewenst. Mogelijke alternatieve oplossingen worden op dit moment nog verkend,? aldus Verburg.
In 2004 is de omschakelingssubsidie, de Regeling Stimulering Biologische Productie (RSBP), ge?valueerd. Hieruit kwam naar voren dat de subsidie slechts een geringe rol bleek te spelen bij het besluit om om te schakelen. Bovendien bleek dat voor een aantal deelsectoren de regeling tot een verstoring van de markt heeft geleid.
Eind dit jaar komt de minister met een nieuwe nota biologische landbouw met de ambities en aanpak voor de komende beleidsperiode (2008-2011). Hierin zal zij ook ingaan op de aanbodkrapte en wat de overheid, ketenpartijen en andere betrokkenen kunnen bijdragen aan een marktgerichte groei van het aanbod.
www. minlnv.nl
Quick Scan Omschakeling naar biologische landbouw, door W. Sukkel, B. van der Waal, D. van Balen, PPO, 2007, is te downloaden via www. biokennis.nl
06 november 2007 Amsterdam / Utrecht, 6 november 2007 ? Supermarkt Plus heeft de meeste biologische producten, terwijl Jumbo koploper is in Fair Trade. Uit de jaarlijkse EKO-tellingen van Milieudefensie en Solidaridad blijkt dat het aanbod van biologische en fairtrade producten in de supermarkten sterk is gestegen. Vandaag ontvangt de Plus aan de Arnhemseweg in Amersfoort zowel de EKO-Award als de Fair Trade-Award 2007. Deze supermarkt had maar liefst 983 biologische en 67 fairtrade producten op de schappen liggen.
Het aanbod van biologisch is met gemiddeld 69 producten op het hoogste niveau in 10 jaar tijd uitgekomen. Vorig jaar nog kwam het aanbod na twee jaar van dalingen op het laagste niveau in zeven jaar uit (gemiddeld 58 producten). Het aanbod van Fair Trade was gemiddeld acht producten per filiaal. Een stijging van ruim 30 procent in vergelijking met de allereerste fairtrade telling vorig jaar.
Met gemiddeld 238 biologische producten per filiaal is Plus net als vorig jaar de best presterende keten. Het bedrijf biedt gemiddeld maar liefst 87 biologische producten extra aan in vergelijking met vorig jaar. Dit is het tweede achtereenvolgende jaar dat de keten het assortiment sterk uitbreidt. Jumbo is gestegen van de derde naar de tweede plaats. Bij Albert Heijn bleef het gemiddeld aantal producten met 119 steken op het niveau van vorig jaar. De voormalig koploper zakt hierdoor naar de derde plaats. Het verschil met de nummer vier Vomar is slechts ??n product.
Jumbo scoort het best met fairtrade producten, gemiddeld had de keten 26 'eerlijke' producten op de schappen. Dat is gemiddeld 8 producten meer dan vorig jaar, toen de keten ook al het grootste aanbod Fair Trade had.
Bewust consumeren is een trend blijkt uit de GfK Goodies monitor 2007 in opdracht van Solidaridad: vier van de zeven huishoudens hecht waarde aan duurzame producten. Zij besteden jaarlijks ?25 miljard in de supermarkt. Duurzame leefstijlen blijken echter flink van elkaar te verschillen. Veel kansen in de markt blijven hierdoor onbenut. Bijvoorbeeld omdat de biologische consument en de typische fairtrade koper als ??n groep worden benaderd. Een marketingstrategie die deze verschillen onderkent is daarom aan te bevelen.
Milieudefensie en Solidaridad willen door de EKO-tellingen bereiken dat supermarkten hun assortiment van duurzame en eerlijke producten uitbreiden.
Voor meer informatie:
Milieudefensie:
020 5507 333
Solidaridad:
030 272 0313
Alle resultaten van de EKO-tellingen 2007 staan op:
31 oktober 2007 De eerste resultaten van een groots opgezet EU-onderzoek onder Britse leiding laten gezondheidsvoordelen zien van biologische groente, fruit en melk. Projectleider professor Carlo Leifert van Newcastle University (UK) maakte bekend dat biologische groente en fruit tot 40% meer anti-oxidanten bevatten, vergeleken met gangbare producten. Het gehalte aan anti-oxidanten en gezonde vetzuren in biologische melk blijkt tot 60% hoger te liggen. Ook werden er hogere concentraties mineralen gevonden in biologische gewassen. In het vier jaar durende onderzoek zijn op naast elkaar gelegen velden biologische en gangbare gewassen geteeld en onderzocht. Dit gebeurde op verschillende locaties in Europa. Het onderzoek, dat 17 miljoen Euro kost, is onderdeel van het QLIF programma (Quality Low Input Food) waar meer dan 30 Europese onderzoekscentra aan meedoen. In Nederland zijn het Louis Bolk Instituut en Wageningen Universiteit hierbij betrokken.
Projectleider Leifert gaf aan dat er veel variatie in de resultaten was. Deze variatie weerspiegelt wellicht de grote verschillen in uitkomsten van eerder onderzoek. Daarin zijn veel aanwijzingen gevonden voor gezondheidseffecten van biologische producten, maar deze waren nog moeilijk hard te maken. De bevindingen zullen in het komend jaar wetenschappelijk gepubliceerd worden. De onderzoekers willen nu de achtergrond van de verschillen en de variatie daartussen verder onderzoeken. ?Wat in het landbouwsysteem levert een hogere voedingswaarde op en wat juist niet?? aldus Leifert.
Enkele resultaten van het Britse onderzoek
* Biologische melk heeft 50 tot 80% meer anti-oxidanten;
* Biologische melk heeft een hoger gehalte aan vitamine E;
* Biologische kaas kan tot twee keer zoveel voedingswaarde hebben als reguliere varianten;
* Biologische tomaten, tarwe, aardappelen, kool en uien hebben 20 tot 40% meer anti-oxidanten;
* Biologische spinazie en kool bevatten meer mineralen.
Luchtvrachtvoedsel biologisch gecertificieerd onder voorwaarde dat arme boer profiteert
31 oktober 2007 De Soil Association (SA), de organisatie die 70% van al het biologische voedsel in het Verenigd Koninkrijk certificeert, wil voedingsmiddelen die per vliegtuig aangevoerd worden als biologisch certificeren indien de productie aan de Fairtrade normen voldoet. Deze regel treedt in 2009 in werking. De SA stelt dat luchtvracht in grote mate bijdraagt aan de klimaatverandering en dat arme boeren in ontwikkelingslanden niet van transportmiddelen afhankelijk moeten worden gemaakt die zo zwaar op fossiele brandstoffen leunen. Dat is de uitkomst van een lange discussie binnen de Soil Association
Slechts 1% van de biologische voedingsmiddelen in Verenigd Koninkrijk wordt ingevlogen. Maar omdat 80% daarvan uit ontwikkelingslanden afkomstig is, lag een regelrecht verbod nogal gevoelig.
De Soil Association stelt voorop dat ontwikkelingslanden de mogelijkheid moeten blijven behouden om hun biologische productie te ontwikkelen. Door de koppeling van het biologisch-certificaat aan Fairtrade voorwaarden hoopt de SA twee vliegen in een klap te slaan.
De SA zal ook in de toekomst bij licentiehouders blijven aandringen verdere terugdringing van de luchtvracht.
25 oktober 2007 Het Amerikaanse voorbeeld hoe burgers het boerenbedrijf van John Peterson
steunen is inspirerend (zoals verfilmd in ?The real dirt on Farmer John?, zie Ekoland 10-2007). Ook in Nederland zijn er al heel wat voorbeelden van samenwerking tussen boeren en burgers/ consumenten, onder de naam LBC (Lokale Boer-Consumens Verbanden), CSA (Community Supported Agriculture) of Pergola associatie. Mensen doen mee omdat ze meer binding met het platteland willen hebben en vanuit betrokkenheid bij (biologische) landbouwbedrijven.
In het project BoerENbuur is kennis van vooroplopende initiatieven verzameld en in trainingen voor boer en burger verwoord. Binnen dit project worden momenteel negen bedrijven gecoached.
Op 15 december wordt een boerENbuur dag georganiseerd in Barneveld en zal
de nieuwe website www.boerENbuur.nl gelanceerd worden. Meer informatie op de website van het CLM of tel.0345 470700 (Henk Kloen of Pieke Stevens)
22 oktober 2007 De Innovatiebeurs Biovak Totaal zal gehouden worden op 5 en 6 februari 2008 in de Americahal in Apeldoorn. De organisatie van de beurs, ICEM, Ekoland en Agro Eco werken aan een interactief concept. Biologische boeren, bedrijven en organisaties worden uitgenodigd om op de beurs over hun ervaringen met innovatie te vertellen. Sectorbreed maar ook sectoroverschrijdend. Er worden innovaties getoond die op dit moment al in de praktijk door biologische boeren wordt gerealiseerd. Mechanische onkruidbestrijding, een nieuwe visie op totaalmanagement en stalsystemen voor kippenhouderij, energiezuinige productiesystemen en eigen energieopwekking, andere veerassen zoals Brown Swiss en Montb?liarde in de melkveehouderij, biologische alternatieven voor ggo?s in de praktijk.
Innovaties ontstaan vaak uit persoonlijke ontmoetingen tussen boeren, onderzoekers en anderen. De Innovatiebeurs Biovak Totaal richt zich op alle boeren die duurzaam of op een maatschappelijk verantwoorde manier willen produceren. De biologische bedrijfsvoering is een kraamkamer voor bedrijfssystemen met zorg voor milieu, landschap, gezonde voeding en een rechtvaardige wereldhandel. De organisatie van het beursprogramma zal intensief samenwerken met alle bedrijfsnetwerken en studiegroepen die op dit moment in de biologische sector actief zijn. Meer informatie: s.de.hoop@hetnet.nl of k.vanveluw@agroeco.nl
Verkoop Volwaard kip niet ten koste van biologische kip
22 oktober 2007 Begin 2007 heeft een viertal supermarktketens (AH XL, Jan Linders, Jumbo, Coop / Supercoop) naast gangbaar en biologisch pluimveevlees ook vleesproducten van de Volwaard kip in hun assortiment opgenomen. Uit marktgegevens blijkt dat de introductie van de Volwaard kip geen invloed heeft op de verkoop van biologisch pluimveevlees.
Qua dierenwelzijn neemt de Volwaard een tussenpositie in tussen de gangbare en de biologische kip. Het is een langzame groeier die meer ruimte krijgt dan in een gangbaar systeem. Het resultaat hiervan is dat de Dierenbescherming volgens het kenmerk ?Beter leven? de Volwaard ??n ster toekent en de biologische kip drie sterren.
Uit cijfers van de desbetreffende supermarkten blijkt nu dat de introductie van de Volwaard kip niet ten koste is gegaan van de omzet van biologische kip. In vergelijking met dezelfde periode in 2006, is zowel voor gangbare kip als biologische kip de omzet in de eerste helft van 2007 gestegen. De Volwaard lijkt hiermee een toevoeging aan de markt die geen bedreiging vormt voor de afzet van de biologische kip. In de vier supermarktketens is in de eerste helft van 2007 zowel de omzet van gangbare kip (+28%) als biologische kip (+35%) gestegen in vergelijking met de eerste helft van 2006.
Bron: Biokennis.nl
12 oktober 2007 Drie Zeeuwse zorginstellingen hebben in samenwerking met de Zeeuwse Milieufederatie (ZMF), Provincie Zeeland en diepvriesgroenteproducent Oerlemans Foods in 2006 en 2007 ervaring opgedaan met biologische warme maaltijden in de ouderenzorg. Dit viel goed in de smaak bij de bewoners. De betrokken partijen zijn vervolgens gaan kijken op welke manier ze hier een structureel vervolg aan kunnen geven. Ter Reede uit Vlissingen, Zorggroep Ter Weel uit Goes en St. Curamus uit Hulst gaan samenwerken met Zeeuwse biologische boeren en een regionale groentensnijderij. De inzet is om in 2008 zoveel mogelijk maaltijden te serveren met biologische streekgroenten uit de streek onder het motto: Van het land op het bord!
Het resultaat van de pilot ?biologische catering in de zorg? is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Er is met een groot aantal partijen overlegd en onderhandeld, er is geleerd van ervaringen van collega-zorginstellingen en er is ge?xperimenteerd in het kookproces en de maaltijdlogistiek is onder de loep genomen. De grootste drempels die de zorginstellingen moesten nemen waren het zoekproces naar (nieuwe) leveranciers en budgetneutraal werken. Het assortiment biologische producten dat geschikt is voor instellingen bleek vrij beperkt. Voor het vervolg van het project kiezen de instellingen om de groenten en aardappelen direct te betrekken van de biologische boeren uit de streek aangevuld met biologische diepvriesgroenten waar nodig. Het budgetneutraal werken is in de pilotfase niet geheel gelukt; de geserveerde maaltijden waren ca. 30-35% duurder dan gebruikelijk. Dit kwam voornamelijk door het gebruik van biologisch vlees. Daarom is voor het vervolg gekozen voor een beperking tot biologische groenten en aardappelen. Naast andere maatregelen moet dit zorgen voor een budgettair neutrale introductie. De Zeeuwse zorginstellingen hopen dat meer instellingen en bedrijven in Zeeland en daarbuiten hun voorbeeld volgen.
Meer informatie: Melissa Ernst, Zeeuwse Milieufederatie, 0113 ? 23 00 of www. zmf. nl.
12 oktober 2007 De Bio-Monitor halfjaarcijfers over de eerste helft van 2007 tonen groeicijfers in alle verkoopkanalen. De consumentenbestedingen voor biologische voedingsmiddelen zijn gestegen met 15,5% tot ? 258,1 miljoen. De totale omzet op de voedingsmiddelenmarkt steeg in deze periode met 8,5%. Hiermee stijgt de verkoop van biologische producten bijna twee keer zo hard als de totale markt. Het marktaandeel voor biologisch nam toe tot 2% (2006: 1,9%). Bij de versproducten bedraagt het marktaandeel nu 3%.
De groei van de bestedingen heeft plaatsgevonden binnen alle verkoopkanalen. De sterkste procentuele stijging vond plaats bij relatief nieuwe verkoopkanalen zoals discounters (40%), de cateringsector ( 21%) en overige verkoopkanalen (webwinkels, huisverkoop, boerenmarkten: 21%). De grootste verkoopkanalen vertoonden een solide groei: de supermarkten 15%, de speciaalzaken 12%. Deze twee kanalen zorgen samen voor 86% van de totale bestedingen.
Vooral de biologische eieren deden het erg goed in de eerste helft van 2007: de omzet steeg met 30% en het marktaandeel steeg tot 5,1 %. Dagverse zuivel (excl. kaas en boter) en brood deden het ook goed bij de consument, met een omzetstijging van respectievelijk 30% en 31%. De omzet van AGF steeg met 9%, bij het biologisch vlees was dat 10,8%. Over de hele linie steeg tevens het marktaandeel, behalve bij verse AGF doordat de omzet van gangbare AGF nog sterker steeg.
Het aantal biologische bedrijven en omschakelaars steeg licht, netto met 13 bedrijven. Het biologisch areaal groeide nog niet mee, omdat bedrijven in omschakeling niet meegeteld worden. Het areaal daalde zelfs tussen 1 januari en 1 juli 2007 met 1,5 % tot 47.674 hectare. Daarmee bedraagt het aandeel biologisch landbouwareaal nu 2,4%. In 2006 bedroeg dit nog 2,5%.
Boomgaard Warmonderhof beste leerbedrijf in de Plantenteelt
05 oktober 2007 Boomgaard Warmonderhof uit Dronten is bij kennis- en communicatiecentrum voor de groene sectoren Aequor in Ede gekozen tot het beste leerbedrijf in de sector Plantenteelt van 2007. Het praktische aspect van de opleiding is bij deze onderneming een vast onderdeel van de bedrijfsvoering en het zit niet alleen vast in de bedrijfscultuur verankerd: het is de bedrijfscultuur!, concludeerde de sectorale jury. Boomgaard Warmonderhof werd gekozen uit drie bedrijven. De overige genomineerden waren Pieter Langendoen bv uit Oostvoorne en Van Dijk Bloemen bv uit Aalsmeer.
Wil Sturkenboom, verantwoordelijk voor de opleiding fruitteelt: ?Na al die jaren lijkt het erop dat men erachter komt dat deze manier van lesgeven gewoon goed werkt. En daar ben ik heel blij mee.? En hij voegt eraan toe: ?De prijs is niet alleen voor mij en de boomgaard maar is in feite een Ode aan het principe van de hele opleiding van de Warmonderhof waarin de integratie van de drie facetten (wonen, leren en werken) centraal staat.?
Warmonderhof Boomgaard bestaat uit ca. 30 ha biologisch dynamisch geteeld fruit; vooral appels maar ook peren, bessen, bramen en ander kleinfruit. Leerlingen worden door de praktijkopleider en zijn medewerkers geprikkeld tot ondernemend gedrag inclusief het dragen van verantwoordelijkheid en het nemen van initiatieven. Het bedrijf neemt jaarlijks een groot aantal studenten op en begeleidt ze zorgvuldig tot zelfstandige fruittelers.
Hoewel hij heel blij is met de prijs die de opleiding gekregen pleit Sturkenboom voor meer aandacht voor de agrarische productie. ?Onder de genomineerde groenleer bedrijven zaten schrikbarend weinig agrarische producenten. De groene sector wordt vandaag de dag wel erg ruim ge?nterpreteerd. Maar ik zie niet in hoe al die bedrijven die weliswaar een groen imago hebben ons in de toekomst van voedsel moeten gaan voorzien.?
Mc donald's verkozen tot 'beste foute bedrijf 2007' vanwege einde biggencastratie
04 oktober 2007 McDonald?s is door Wakker Dier gekozen tot 'beste foute bedrijf 2007'. De prijs-met-een-knipoog wordt aan de hamburgergigant toegekend, omdat McDonald?s Nederland vandaag aan Wakker Dier heeft toegezegd vanaf 1 november te stoppen met het gebruik van vlees van onverdoofd gecastreerde biggen. Hanneke van Ormondt van Wakker Dier: ?McDonald?s blijft natuurlijk een vleesgigant. Toch zijn ze nu wel de eerste grootverbruiker die ?cht stopt met de castratie. Daarom vinden we de titel 'beste foute bedrijf' wel toepasselijk.? De filialen van McDonald?s in andere Europese landen zullen later de overstap maken. McDonald?s geeft met haar besluit een niet mis te verstaan signaal af aan de Nederlandse varkensindustrie. Biggen worden in ons land op dit moment nog massaal onverdoofd gecastreerd. De hamburgergigant is daarom overgestapt naar Engels varkensvlees. Van Britse biggen worden de balletjes helemaal niet afgesneden.
McDonald?s haalt haar vlees van niet-gecastreerde varkens nu uit Engeland, maar als de Nederlandse varkenssector stopt met de castratie kan er weer naar een Nederlandse leverancier worden teruggestapt. Wanneer de McDonald?s-filialen in andere Europese landen het dieronvriendelijke product niet meer verkopen is nog niet bekend. Maar de castratie is ?het grootste speerpunt binnen McDonald?s Europa?, zo gaf een medewerker aan.
04 oktober 2007 Coop zal als eerste Zwitserse retailer stapsgewijs de declaratie van transport per vliegtuig invoeren om de klanten meer transparantie te bieden. Op het logo in vliegtuigvorm zal "BYAIR" komen te staan en zodoende duidelijk maken welke producten ingevlogen zijn. Het zal voornamelijk gaan om exotisch fruit en groente maar ook om lamvlees dat gedeeltelijk uit Nieuw-Zeeland afkomstig is eveneens rundvlees uit Argentini?.
Jan Dirk en Irene van de Voort, Helden van de smaak.
28 september 2007 Deze week zijn Jan Dirk van de Voort bekend van de Remeker kaas en topkok Dick Soek door de vakjury uitgeroepen tot Helden van de smaak. De publieksprijs ging naar Theo Vernooy die 9000 stemmen kreeg voor zijn kersen.
Tijdens de selectieprocedure werd Jan Dirk als kandidaat aangedragen door leden van de Slow Food organisatie. Er volgde een interview door de Volkskrant en vervolgens besliste de jury, die onder meer bestond uit topkoks, op 23 september dat Jan Dirk met zijn kaas de titel waardig was. Irene van de Voort: ?Het is geweldig, we zijn heel erg trots!?
Het melkveebedrijf de Groote Voort deed deze week ook mee aan de activiteiten van de Week van de Smaak door evenals vele andere bedrijven Smaaklessen te verzorgen op een van de 1000 basisscholen die aan de Week van de Smaak deelnamen.
Irene van de Voort: ?Dan kom je erachter hoeveel verschillende proevers er zijn.? Ze geeft een voorbeeld. ?Je hebt mensen die merken geen verschil tussen aardbeien en vanille, zij zeggen: dit smaakt zoet. En je hebt bolognese/hamkaas proevers die zeggen: Dit smaakt zout.? Mede door de smaaklessen leren kinderen om deze eenzijdige smaken te ontgroeien. Irene: ?als ze dat lukt ontdekken ze als het ware wat smaak werkelijk is ? en wat lekker is!?
Een effect van de titel en de activiteiten tijdens de week van de Smaak op de omzet van de kaas wordt vooralsnog niet verwacht. ?Sterker nog, we hebben nu al te weinig kaas om aan de vraag te voldoen: iets wat lekker is verkoopt zichzelf.?
Tot slot stelt Irene enigszins provocerend: ?Consumenten zijn soms net varkens, wat je ze in de trog gooit, dat vreten ze. De consument is nu aan zet: neem je verantwoordelijkheid en volg de Held!?
Skal past eisen voor gebruik van biologische dierlijke mest aan
27 september 2007 Vanaf 1 januari 2008 moet voor biologische teelten minimaal 45 kilo stikstof per hectare per jaar afkomstig zijn uit biologische dierlijke mest. Voor het overige deel - tot een maximum van 170 kilo stikstof per hectare per jaar - mag dat gangbare dierlijke mest zijn uit een toegelaten veehouderijsysteem. Natuurlijk mag dat ook biologische mest zijn. De verhoging van 35 naar 45 kilogram wordt vastgelegd in de Skal-Certificatiegrondslagen.
Skal certificeert geen meststoffen en inputs
Regelmatig stuit Skal tijdens inspecties op bodemverbeteraars, meststoffen en andere inputs met aanduidingen die suggereren dat deze door Skal zijn gecertificeerd. Deze aanduidingen zijn onterecht en onjuist. Skal certificeert deze producten niet en aan deze aanduidingen kunnen geen rechten worden ontleend.
21 september 2007 Beschikbaarheid biologisch zaaigraan
De beschikbaarheid van biologisch zaaigraan is beperkt. Dit alles heeft te maken met tegenvallende oogsten en afkeuringen van partijen die voor zaaizaad bestemd waren.
Hierdoor is er een krapte in de markt ontstaan. Hiermee heeft niet alleen Nederland te maken, maar ook de landen om ons heen. Vraag en aanbod lopen compleet uit de pas. Biologisch rogge- en triticalezaad is helemaal niet verkrijgbaar. Op dit moment wordt er aan gewerkt om gangbaar niet ontsmet zaaizaad beschikbaar te krijgen. Hiervoor moet uiteraard door de teler wel een ontheffingsverklaring bij de SKAL aangevraagd worden. Zoals het nu lijkt zal rogge beperkt beschikbaar zijn.
Ook tarwe- en haverzaad zijn beperkt beschikbaar, maar hier ziet de situatie er beter uit. Hier kunnen we eventueel teruggrijpen naar gangbaar niet ontsmet zaaizaad.
10 september 2007 Het ministerie van LNV heeft laten onderzoeken of en zoja welke knelpunten er zijn voor omschakeling naar biologische landbouw. De bevindingen staan in het rapport ?Quick Scan Omschakeling naar biologische landbouw anno 2007? en zijn eind augustus naar de Tweede Kamer gestuurd. Bij vrijwel alle sectoren blijft het aanbod achter bij de vraag uit de markt, dat geldt het meest voor zuivel, varkensvlees, industriegroente, verse groente en glasgroente. Vrijwel alle partijen zijn het er over eens dat er ruimte is voor nieuwe omschakelaars en dat er noodzaak is om nieuwe omschakeling te stimuleren. Aan de andere kant is er huiver voor verstoring van de nog vaak fragiele markt door een te snelle groei van het aanbod, deze berust mede op de ervaring van tegenvallende marktontwikkelingen begin deze eeuw.
Er is een duidelijk onderscheid te zien tussen de sterk ketengestuurde sectoren met een beperkt aantal producten en de sectoren met een grote diversiteit aan producten zoals de akkerbouw en vollegrondsgroenten. In de dierlijke sectoren is er meer regulering van de groei door de sturende rol van ketenpartijen. Daar wordt het tekort aan omschakelaars als tijdelijk en oplosbaar ervaren.
Als belemmeringen voor omschakeling worden genoemd: onbekendheid met of negatief beeld van de sector; onvoldoende vertrouwen in de markt; economische drempels (investeringen, omschakelperiode); vergrijzing en onvoldoende kennis en vakmanschap.
Er is in de eerste helft van dit jaar voor het eerst weer een lichte stijging te zien bij het aantal bij Skal aangesloten landbouwbedrijven van netto 32 bedrijven. Het rapport, geschreven door Wijnand Sukkel, Bartold van der Waal en Derk van Balen (WUR/ PPO) is te downloaden via www.minlnv.nl
09 september 2007 Het eerste bio-groentesap uit reststromen ligt in de winkel. Dit is het resultaat van het ketenproject 'Van groentereststroom naar hoogwaardig biologisch groentesap', dat in juni een slotbijeenkomst hield. Uit het project bleek dat het technisch ?n economisch haalbaar is om groentesap te produceren uit reststromen van de verwerkende industrie van biologische groenten. Begin september vulde Provalor, die het sap wint, de eerste tankauto met bio-zuurkoolsap. Hierna zullen wortelsap, gemengd groentesap en rode bietensap volgen. Het sap wordt aan meer bottelaars geleverd, zodat het straks onder verschillende merknamen in supermarkt of speciaalzaak zal staan. Het ketenproject is uitgevoerd door Wageningen UR en HAS Kennis Transfer samen met de ketenpartners Provalor, Green Organics en Green Ways. In anderhalf jaar tijd is een stabiele keten voor bio-groentesappen ontstaan, met goede commerci?le perspectieven voor iedereen. Directeur Piet Nell van Provalor: ?We zijn zeer ge?nteresseerd om samen te werken met biologische groentetelers, verwerkers en winkelketens. In een vervolgproject gaan we bekijken hoe we het sap verder positioneren, met nadruk op het duurzame aspect omdat groenten volledig worden benut. Het liefst met een extra keurmerk, boven op EKO.?
Daarnaast zal gekeken worden naar kansen om nog m??r waarde toe te voegen aan de biologische groenteketen. Zo bevat de ontsapte pulp die bij de productie ontstaat nog interessante voedingsstoffen zoals b?ta-caroteen. De vraag is hoe deze stoffen verder benut kunnen worden. Daarnaast zal meer inzicht moeten komen in de kwaliteitseisen van het groentesap, en markteisen ten aanzien van smaak, technische specificaties en toegevoegde ingredi?nten.
07 september 2007 De boerderij van de familie Bonis uit het Franse Bretagne is Frankrijks eerste en tot dusver enige waar slakken gehouden worden met biologisch certificaat.
Ze zijn klaar om een nationaal culinaire icoon te verdegigen, een icoon dat onder druk staat door de grote stroom slakken die de Franse markt overspoeld afkomstig uit Europese landen en Azie. Slakken die vaak met misleidende labels op de markt gebracht worden.
Met elk 35 cm2, het drievoudige van de ruimte die gangbare slakken tot hun beschikking hebben, worden de 250.000 kleine grijze 'scharrelslakjes' geheel volgens de richtlijnen van het Franse keurmerk Agriculture Biologique gehouden.
De slakken zijn kinderen van biologische gecertifideerde ouders en krijgen enkel biologisch geproduceerd voedsel in een pesticidevrije omgeving.
De familie Bonis heeft het ministerie van landbouw geholpen met het opstellen van de regels voor het biologische label dat in februari van dit jaar geintroduceerd werd. De eerste slakken met keurmerk zijn sinds deze zomer op de markt.
30 augustus 2007 Moeders die vooral biologische zuivel en vleesproducten eten blijken in de moedermelk verhoogde hoeveelheden gunstige vetzuren te hebben. Dit blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek, uitgevoerd door Zwitserse onderzoekers in samenwerking met onderzoekers van de Universiteit Maastricht en het Louis Bolk Instituut.
De studie is uitgevoerd binnen het KOALA-geboortecohort. Deze grote Nederlandse cohortstudie volgt kinderen reeds vanaf de zwangerschap. Voor dit onderzoek zijn vrouwen geselecteerd via een steekproef uit de algemene bevolking en is ook bewust een groep vrouwen met een ?alternatieve? leefstijl geselecteerd. Het onderzoek richtte zich nu op 166 moeders die vooral biologische producten aten. De moedermelk van deze vrouwen werd vergeleken met die van 146 vrouwen die gangbare producten gebruikten. Omdat melk en vlees van biologische koeien meer geconjugeerd linoleenzuur (CLA) bevatten, werd de hypothese getoetst of dit ook aantoonbaar was in de moedermelk. De gehaltes aan rumenzuur, de belangrijkste CLA, was inderdaad significant hoger (0,34 versus 0,25 gewichts%, p<0,001). Er werden ook hogere gehaltes van het mogelijk minder gunstige vacceenzuur gevonden in de biologische groep (0,59 vs 0,48 gewichts%). In verband met de mogelijk gunstige effecten van CLA op het immuunsysteem en het risico of astma, wordt aan de bevindingen toch een positief effect toegeschreven. In vervolgstudies zal moeten uitwijzen of het verschil in gehaltes in de moedermelk ook inderdaad een gunstig effect hebben op de ontwikkeling van het kind.
Lukas Rist, Andr? Mueller, Christiane Barthel, Bianca Snijders, Margje Jansen, A. Paula Sim?es-W?st, Machteld Huber, Ischa Kummeling, Ursula von Mandach, Hans Steinhart, Carel Thijs.
Influence of Organic Diet on the Amount of Conjugated Linoleic Acids in Breast Milk of Lactating Women in the Netherlands". Br J Nutr 2007;97:735-743.
29 augustus 2007 Dit jaar is een record te verwachten van ongeveer 70 nieuwe bio-supermarkten met rond 40.000 kwadraatmeter nieuw winkeloppervlak. Het aantal van alle bio-supermarkten en speciaal winkels (vanaf 200 vierkante meter) in Duitsland gezamenlijk zal tot eind 2007 naar rond 450 gestegen zijn. Het afgelopen jaar liet een toename zien van 56 nieuwe bio-supermarkten waarvan 27 -dat is 48%- outlets van een bio-keten waren.
Tot eind december 2006 ontstonden meer dan 28.000 vierkante meter nieuw winkeloppervlak, waarvan de filiaalondernemingen 62% voor hun rekening namen. Bio-ketens bepalen qua oppervlak voornamelijk de expansie, echter, de onafhankelijke speciaal zaken lopen gelijk op. In het eerste halffjaar 2007 openden 37 nieuwe bio-markten van individuele eigenaren. Waarmee bewezen is dat ook deze zakenvorm nog steeds een succesformule blijft. Het beste voorbeeld hiervoor is de nieuwe LPG-markt in Berlijn met een oppervlak van 1.600 m? - de grootste bio-markt in Europa.
Marketing van Triple-P waarden, integratie van personeels- en marketingbeleid
23 augustus 2007 Het effectief vermarkten van People, Profit, Planet waarden van biologische producten speelt een cruciale rol voor de sector om in de toekomst te kunnen overleven. De onderlinge concurrentie tussen aanbieders van biologische producten neemt toe in aantal en in hevigheid. Verder gebruikt de reguliere sector - als innovatieve concurrent - tegenwoordig soortgelijke positioneringen als ?natuurlijk bereid? en ?zichtbaarheid van de keten?. Het is dan ook essentieel dat organisaties in de biologische sector voldoende kennis en inzicht verwerven in de factoren die consumentgedrag be?nvloeden en een daarop afgestemd eenduidig personeelsbeleid ontwikkelen. In het project ?Marketing van Triple P-waarden? is een intern opleidingstraject ontwikkeld voor de bewustwording van MVO-waarden onder werknemers van biologische bedrijven. Verder is een consumentenonderzoek verricht onder de Duitse bevolking om de attitude ten opzichte van Triple P-waarden en de relatie hiervan met biologische koopgedrag te achterhalen.
Het intern opleidingstraject bestaat uit een aantal workshops verzorgd door experts op verschillende gebieden van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. De peilers voor de opleiding zijn het vermeerderen van kennis, motivatie en enthousiasme van medewerkers rondom MVO-thema?s en het ontwikkelen van onderscheidend vermogen van de organisatie. Uiteindelijk kan het scholingsprogramma gekoppeld worden aan het personeelsbeleid van een organisatie. Voorbeelden hiervan zijn inwerkprogramma?s voor nieuwe medewerkers en functioneringsgesprekken en competentieontwikkeling van huidige medewerkers.
Het consumentenonderzoek bestaat uit Triple P-statements als ?Biologische levensmiddelen helpen om milieuproblemen te verkomen?, ?Ze zorgen voor zinvolle en menswaardige arbeidsplaatsen?, en ?Ze moeten meer in de supermarkt verkrijgbaar zijn?. Verder is bijvoorbeeld gevraagd naar de naamsbekendheid van en de mening over biologische merken. Deze resultaten zijn vervolgens gekoppeld aan demografische gegevens en biologisch koopgedrag van de respondenten. Het consumentenonderzoek kent 2 meetmomenten, telkens onder 1000 respondenten (verdeeld over non, light, en heavy users van biologisch). Uit de resultaten van de eerste meting blijkt dat mensen Triple P waarden erg belangrijk vinden, maar dat slechts enkele waarden biologisch koopgedrag bepalen. Mensen vinden beschikbaarheid in de supermarkt, faire handel en sociaal zinvolle productie het belangrijkste. Verder blijkt ook weer uit dit onderzoek dat smaak en gezondheid belangrijke aspecten zijn voor het kopen van biologische producten. Demografische gegevens als leeftijd, inkomen en geslacht zijn slechte voorspellers van biologisch koopgedrag. Social-psychologische kenmerken van consumenten blijken veel belangrijker te zijn om marketingcampagnes op te baseren. Als mensen zich bijvoorbeeld meer identificeren met een biologische of milieubewuste consument zijn ze sneller bereid om biologische producten te kopen.
Aan het eind van het huidige project worden de signalen uit het consumentenonderzoek en de resultaten van het interne opleidingsdeel ge?ntegreerd in een voorstel voor mogelijk personeels- en marketingbeleid.
Meer informatie
Jos Bartels, LEI van Wageningen UR, jos.bartels@wur.nl
16 augustus 2007 Decennialang is de trouwe consument van biologische producten ingeprent dat een duurzaam landbouwsysteem staat en valt met een gezonde bodem. Het verzorgen van de bodem met organische -liefst gecomposteerde- mest, diverse groenbemesters, zoals klaver en luzerne, en een ruime wisselteelt, maakt de plant sterk en voorkomt hoge ziektedruk. Langs deze weg is het gebruik van kunstmest en chemisch-synthetische middelen eenvoudigweg niet meer nodig.
In de jaren negentig meldde zich een reguliere kasteler, die teelde op glaswol, bij Skal en vroeg het EKO-keurmerk aan. Zijn redenering was: ik gebruik geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen, dus ik heb recht op het biologische EKO-merk. Die aanvraag heeft het niet gehaald.
Nu melden zich via een artikel in Vrij Nederland nieuwe reguliere kastelers, die naar voorbeeld van de huidige situatie in Denemarken en Finland, biologische kasteelt in potten willen introduceren in Nederland. De bestaande biologische sector staat daar afwijzend tegenover, want biologische landbouw is niet los te denken van de volle grond. Daar is veel voor te zeggen, maar biologische kasteelt in de volle grond heeft ook zijn nadelen. Vooral het hoge energieverbruik scoort negatief. Met de introductie van nieuwe teelttechnieken, zoals de teelt in potgrond, kan daar wat aan gedaan worden. Maar is dat wel of niet acceptabel? Of moeten andere oplossingen gezocht worden. Het lijkt erop dat de tijd echt rijp is voor grondig onderzoek naar verdere verduurzaming van de biologische kasteelt.
30 juli 2007 Volgens de laatste gegevens die vrijgegeven zijn door Agro y Agroindustria, Promperu, een van 's werelds grootste exporteurs van bananen, heeft Peru in 2006 enkel nog bananen geexporterd die biologisch geteeld zijn.
De export kent een snelle groei de afgelopen jaren. Van US $ 6.80 miljoen in 2003 naar US $10.55 miljoen in 2004. In 2005 bedroeg de export US $ 17.59 miljoen.
Met een waarde van bijna US$ 27 milljoen is het volume met 50% gestegen ten opzichte van 2005 en de omzet met 30% . Nederland is met een import van US$ 5,7 miljoen een van de grootste afnemers na de VS (US$ 12,2 miljoen).
20 juli 2007 Op 18 juli werd in Lelystad de biologische velddag gehouden. Voor de tweede keer organiseerden Agrifirm, PPO-AGV en het Centrum Biologische Landbouw dit evenement en brachten de teeltinnovaties in de biologische landbouw op ??n locatie bij elkaar. Naast demonstraties in het veld zijn in workshops de nieuwste resultaten gepresenteerd in directe vermarkting. Zoals het succes van de Sallandse Pieper. Bijzondere aardappelen uit de streek rechtstreeks verkopen in de plaatselijke supermarkt in een verpakking waarop de productiewijze is toegelicht. Het lukte de eigenwijze telers Jan Overesch en Jopie Duijnhouwer. Zij zetten het streekproduct ?De Sallandse pieper? op eigen initiatief in de markt, ondersteund door provincie, adviseurs en een reclamebureau. Het concept is gebaseerd op drie pijlers: streekeigen, ambachtelijk en biologisch geproduceerd. ?Als mensen meer regionale producten kopen, ondersteunen ze agrari?rs uit hun buurt en stimuleren daarmee de economie en leefbaarheid in de eigen regio?, is de boodschap tijdens de workshop over het geven van een meerwaarde in de grootschalige productie door directe verkoop. Het verkopen van aardappelen in eigen beheer levert het Sallandse duo een meerprijs van circa ? 0,60 per zak op. Daar moeten ze wel wat voor doen. ?Om het nu op te schalen, zouden we er eigenlijk nog meer tijd in moeten steken?, zegt Duijnhouwer. Maar hij is ook tevreden: ?Momenteel zetten we al onze aardappels, 15 ton per jaar, direct in de regio af. We kennen de afnemers en weten wat zij belangrijk vinden.? Zo blijkt dat grootschalige productie en directe verkoop goed samen kunnen gaan.
De andere workshop gaat in op slimme vermarkting voor directe verkoop aan huis. Fruitteler Harmen Peters blijft innoveren. Op zijn bedrijf ?t Gelders Eiland kunnen bezoekers mee in de pluktrein, wat drinken op het terras of naar de boerderijwinkel gerund door zijn vrouw Carla Peters. ?Het is belangrijk steeds activiteiten te verzinnen die ook geld opleveren,? stelt Harmen Peters. ?Wij zitten op de doorgaande route voor veel Duitse toeristen en willen dus uitbreiden in speciale producten zoals appel prosecco, een sprankelende appelwijn. Onze winkel heeft een regiofunctie. En we zijn de enigen die sapjes afleveren in kleine flesjes voor ??n persoon, onder ons eigen merk ?Rivier en Land?. Kijk voor meer informatie over het kennisnetwerk directe verkoop van biologische producten op de website van biologica/boerentuinder
Nautilus is het afgelopen half jaar omgevormd van een afzetco?peratie naar een telersvereniging voor biologische vollegrondsgroente en kasgroente. Daarbij is de status van een GMO erkende organisatie behouden. Een belangrijk deel van de ledenproductie wordt via vooraf besproken kanalen afgezet, maar daarnaast kunnen onze leden hun product via een eigen gekozen handelskanaal afzetten. De uitvoeringsorganisatie van Nautilus is afgeslankt en de administratieve processen gestroomlijnd. Er is een nieuw bestuur aangetreden en er worden plannen gesmeed om bundeling per product te faciliteren en om markt en prijsinformatie uit te wisselen. Nautilus staat open voor nieuwe leden. Meer informatie: Jan Sweere, Co?peratie secretaris 06-28847801 of Anton van Vilsteren, voorzitter; 06-53210187
Honderd bezoekers bij open dag ?Omschakelen naar Biologisch?
04 juli 2007 Op 28 juni organiseerde het Bedrijfsnetwerk Biologische Melkveehouderij op vier melkveehouderijbedrijven een open middag rond het thema ?Toekomstgericht omschakelen naar een biologische bedrijfsvoering?. Honderd bezoekers kwamen een kijkje nemen op ??n van de bedrijven.
Tijdens de middag lieten de vier melkveehouders zien waarom ze voor een biologische bedrijfsvoering hebben gekozen en gingen specialisten van DLV en Natuurweide in op de economische en organisatorische aspecten van de omschakeling.
Henk Jan Soede van de Ekohoeve uit Loenen aan de Vecht was ??n van de organiserende melkveehouders. Hij kreeg 35 ge?nteresseerde collega-melkveehouders op bezoek. In zijn presentatie gaf hij aan dat hij om verschillende redenen biologisch is gaan boeren: ?Ik vond het een uitdaging om om te schakelen. Ik hoorde veel geklaag om me heen over de steeds strengere milieuwetgeving en wilde bewijzen dat de wetgeving geen belemmering hoeft te zijn voor je bedrijf. Biologisch boeren was daarvoor de oplossing. Daarnaast bleek dat mijn bedrijf zich goed leende voor een biologische bedrijfsvoering en kon het financieel ook uit.? Dat de markt meezit, kwam ook naar voren in de presentaties van DLV en Natuurweide. Er is een grote vraag naar biologische melk en mede daardoor zijn de prijzen goed.
Het viel de bezoekers van de Ekohoeve op dat het eigenlijk een vrij gewoon bedrijf is. De Ekohoeve heeft zwartbonte koeien en heeft prima grasland waar de onkruiddruk vrij laag is. Soede: ?Daar staan inderdaad veel mensen van te kijken. Met goed graslandbeheer geef je onkruiden als distels en zuring weinig kans. Natuurlijk steek ik er tijd in door de planten uit te steken en niet in zaad te laten komen, maar het is lang niet zo?n groot probleem als menigeen denkt.? Soede ziet voor veel collega?s goede mogelijkheden: ?Met name als je de mogelijkheid hebt om onder de 10.000 kg melk per hectare te werken, is biologisch boeren heel aantrekkelijk.?
Meer informatie:
Edith Finke, DLV, e.j.finke@dlv.nl
29 juni 2007 Bedroeg begin 2007 het aantal aangesloten bedrijven nog ca. 2400, momenteel zijn dat er meer dan 2510. Nog nooit stonden zoveel bedrijven onder controle van Skal.
Het gaat om 1474 landbouwbedrijven en 1047 fabrikanten, importeurs, handels- en opslagbedrijven van biologische producten. Na enkele jaren stagnatie laat het aantal landbouwbedrijven weer een bescheiden groei zien.
26 juni 2007 Sinds een aantal weken brengt Eosta twee nieuwe biologische komkommersoorten op de Duitse markt. Onder de naam Fr?hlingsgurke en Urgurke liggen ze in het schap bij Alnatura.
De rassen zijn geselecteerd uit 200 verschillende komkommerrassen die de Nationale Genenbank van over de hele wereld verzameld heeft. Vervolgens is een proef gestart met 30 rassen in samenwerking Enza zaden/Vitalis, het LEI en Wageningen UR. Cruciaal in de selectie was de ziekteresistentie van de betreffende rassen.
De Urgurke is een echte-vergeten-komkommersoort: donkergroen van kleur, van gangbaar formaat en met grove schil. Deze soort is geslecteerd vanwege zijn bijzondere smaak en uiterlijk. De Fr?hlingsgurke is een
lichtgroene komkommer van midi formaat met een bijzonder frisse smaak. De Urgurke wordt per stuk en de Fr?hlingsgurke per 2 stuks verkocht in een composteerbare verpakking.
Uit eerste reacties wordt reeds duidelijk dat de Uhrgurke het helemaal gaat maken. Gert Koegeler van EOSTA: 'Consumenten blijken erg gecharmeerd van de typerende smaak van de Uhrgurke.' De Fruehlingsgurke doet het tot nu toe niet zo goed als verwacht werd. Koegeler: ' Uit consumentenpanels blijkt dat men de kleur van de Fruhlingsgurke te licht vindt. Bovendien zijn er problemen met de houdbaarheid.'
Verwacht wordt dat de teelt van in elk geval de Uhrgurke binnenkort opgeschaald gaat worden. De eerste Oerkomkommers liggen waarschijnlijk in het najaar in de Nederlandse schappen.
25 juni 2007 Op biologische varkensbedrijven gaat veel tijd zitten in het schoonhouden en schoonmaken van hokken. Biologische varkenshouders moeten meer werk verzetten en werken met zwaardere goederen zoals strooisel, vaste mest en ruwvoer dan hun collega?s op gangbare varkensbedrijven. Er kunnen minder dieren worden gehouden en de arbeidsomstandigheden laten te wensen over.
Onderzoekers van de Animal Sciences Group hebben samen met biologische varkenshouders gebrainstormd over het ideale biologische gezinsbedrijf. Er zijn ontwerpen gemaakt voor situering van de stallen en inrichting van de hokken, waarbij vooral rekening is gehouden met de factor arbeid. Mechanisatie, minder verplaatsingen en kleinere, smalle hokken kunnen de werkdruk en de fysieke belasting van de varkenshouder verminderen. In het rapport over dit onderzoek worden twee blauwdrukken gegeven voor een ontwerp van een ideaal biologisch varkensbedrijf.
Meer informatie:
Herman Vermeer, ASG van Wageningen UR, Herman.Vermeer@wur.nl
21 juni 2007 Op 21 juni opent Ren?e Bergkamp, Directeur-Generaal van het ministerie van LNV, de nieuwe stal van het biologische opfok- en leghennenbedrijf van Chris Borren in Voorthuizen. Borren heeft het innovatieve houderijsysteem ontwikkeld op basis van de conclusies van het Wageningen UR-project Houden van Hennen. Sinds half mei is de legstal bevolkt en biedt ruimte voor 6000 leghennen. Chris Borren verwacht dat ook de opfokhennen voor de open dagen zullen arriveren. De eerste ervaringen met de leghennen in de nieuwe stal zijn goed. Het blijkt dat de stal, waarin veel licht binnen komt, een positief effect heeft op het gedrag van de hennen. ?Zoals gehoopt zijn de hennen erg rustig en vertonen geen agressie. Ook benutten ze de functieruimtes die in de stal gecre?erd zijn goed. De hennen maken veel gebruik van de hogere niveaus boven in de stal om te rusten.? De uitloop is ingericht met beplanting volgens een eigen historisch plan en aantrekkelijk gemaakt voor de kippen om in te scharrelen.
Verschillende maatregelen gaan emissie van ammoniak, stof en stank tegen. Om de ammoniakemissie te beperken, wordt de mest gedroogd op mestbanden. Dit is nieuw in de biologische sector, waar geen ammoniakeisen gelden. De stallen zijn extra ge?soleerd en de warmte wordt hergebruikt voor mestdroging, waardoor Borren een forse energiebesparing realiseert.
Het is nog afwachten of andere pluimveehouders zijn voorbeeld gaan volgen. Maar Borren is positief: ?Een pluspunt is dat de kippen er erg mooi uit zien en hun natuurlijk gedrag vertonen.? Voor collega's die nadenken over het bouwen van een soortgelijke stal wil Chris het advies meegeven dat het erg belangrijk is te denken vanuit de basisbehoeften van de kip. ?Veel pluimveehouders zijn nu nog bang om de hennen veel licht te geven. Maar naast goed voer en strooisel als afleiding, is licht juist belangrijk om agressie te voorkomen?, aldus Borren.
Op 22 juni is het bedrijf open voor pluimveehouders. Op zaterdag 23 juni houdt de Lankerenhof open dag voor een breed publiek. Daarna kunnen bezoekers iedere dag komen kijken in de skybox en via een kijkmogelijkheid in de voorgevel van de stal. Adres De Lankerenhof: Lankerenseweg 18, Voorthuizen
19 juni 2007 De omzet van biologisch vlees in de supermarkt stijgt als promotiemiddelen rondom het schap het vlees beter zichtbaar maken. Dat komt naar voren uit een experiment in een aantal supermarkten die het biologische vlees bij elkaar in het schap aanbieden. Het maakt wel uit welke boodschap wordt uitgedragen. Luidt die ?gezond van smaak, natuurlijk lekker? of ?je proeft de aandacht?, dan neemt de omzet het meest toe. Alleen nadruk op ?geniet van puur natuurlijke smaak? werd minder beoordeeld en verhoogde de omzet slechts in een enkele supermarkt. Kopers van biologische producten vinden het vleesschap aantrekkelijker als promotiemiddelen worden ingezet.
In het experiment wilden onderzoekers nagaan of en hoe consumenten die biologische producten kopen, reageren op meer promotiemateriaal in het vleesschap bij het biologisch vlees. Drie verschillende beelden zijn getest: ?lekker en genieten?, ?natuurlijke herkomst met dier? en ?natuurlijke herkomst zonder dier?. Deze beelden zijn door De Groene Weg en een reclamebureau van tekst en beeldmateriaal voorzien, die zijn weergegeven op verschillende promotie-uitingen in en buiten het schap. In het schap kwam het beeld op de etiketten op de verpakking, de plastic schapstroken en schapdividers. Buiten het schap werden de beelden ook op plafondhangers en vloerstickers gebruikt.
De belangrijkste bevinding is dat lightusers van biologische producten reageren op het promotiemateriaal bij biologisch vlees in de supermarkt. Ze vinden het biologisch vlees in de winkel dan aantrekkelijker. Ook verhoogt het materiaal de omzet van biologisch vlees in de meeste winkels. Het uitgebreide pakket met promotiemateriaal verhoogt de aantrekkelijkheid het meest. Bij het uitgebreide pakket is er geen verschil in aantrekkelijkheid tussen het promotiemateriaal met een afbeelding zonder of met dier. In de meeste gevallen is de omzet van biologisch vlees bij de testwinkels significant hoger. De marketingcommunicatie versterkt het beeld van 'natuurlijk origine' dat burgers van biologisch hebben. Op basis van deze onderzoeksuitkomsten zal in 2007 onderzoek worden gedaan hoe ?gezond van smaak, natuurlijk lekker? nog beter kan worden neergezet.
Meer informatie:
Gemma Tacken, LEI van Wageningen UR, gemma.tacken@wur.nl
Met speciale marktconcepten willen biologische melkveehouders meer overhouden per liter melk. Dat is de inzet van een nieuw project over de mogelijkheden van 'fair trade' melk. Primaire producenten werken hierbij samen met twee zuivelondernemingen: Ecomel en Vecozuivel.
In Duitsland bestaat al langer het concept Boerenfairmelk. Deze biologische melk staat ook voor streekmelk. Elke betrokken boer krijgt vijf cent per liter extra op voorwaarde dat hij de streek onderhoudt. Dit concept lijkt aan te slaan.
In Nederland heeft een aantal biologische boeren samen met Vecozuivel geprobeerd dit concept in een paar regio's in Nederland neer te zetten. Dit is tot nu toe niet gelukt. Het project wil hen nu ondersteunen bij het ondernemen van een nieuwe poging. Daarnaast streven de biologisch-dynamische boeren in ons land ook naar een hogere prijs voor hun melk. Deze boeren worden hierin ondersteund door Ecomel, die hun melk momenteel ook afzet. Ook zij zoeken naar een marktconcept waarmee ze de duurzaamheid van hun productie beter kunnen verwaarden.
Onderzoekers helpen beide concepten in de markt te zetten. Daartoe gaan ze eerst vier bestaande marktconcepten die gebaseerd zijn op duurzaamheid analyseren.
Zo kijken ze naar de positie van de boer binnen de concepten en wat het concept als 'extra's' verkoopt. Het gaat hierbij om Nature & More, Max Havelaar, Utz Kapeh en Boerenfairmelk. Na de analyse volgt het ontwikkelen en uitdragen van het concept samen met diverse marktpartijen.
06 juni 2007 ?SuperCoop, biologisch? prijkt er op de gevel van een voormalig Edah filiaal in Wageningen. CoopCodis supermarktketen, waar Supercoop onderdeel van is, start in deze winkel met een pilot. Bij binnenkomst stuit de consument direct op schappen met uitsluitend biologische producten. Deze biologische ?shop-in-shop? heeft een oppervlakte van ca. 50 m2 en het assortiment telt ruim 1200 verschillende producten, van brood, groenten, fruit, zuivel, vlees, droogwaren tot non-food producten voor lichaamsverzorging. Ondanks het ruime assortiment voert SuperCoop geen biologisch huismerk zoals Albert Heijn maar vooral A-merken uit de natuurvoedingsbranche. Commercieel directeur Erik Dunk van CoopCodis: ?Het uitgebreide assortiment kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Vooral omdat een aantal grote leveranciers in biologisch de boot afhouden waar het gaat om levering aan de supermarkt. Ook de kleinere leveranciers zijn huiverig uit angst voor omzetderving in het natuurvoedingskanaal.? SuperCoop wil met dit initiatief inspelen op de groeiende vraag naar biologische producten. Dunk: ?Het groene imago van Wageningen speelde een belangrijke rol bij de bepaling van de locatie voor de proef. Als het hier niet lukt dan lukt het nergens.?
Een week na de opening vertelt Eijsijnk, eigenaar van SuperCoop Wageningen (1400m2 vvo), terwijl hij wijst op een aantal lege schappen: "De producten vliegen de deur uit, sommige leveranciers moesten deze week extra langskomen om de voorraad aan te vullen." Eijsink verwacht het biologisch assortiment nog verder uit te breiden. De pilot wordt na drie maanden ge?valueerd en afhankelijk van het succes uitgebreid naar andere steden.
Supercoop Biologisch is een vervolg op het vorig jaar gestaakte concept Coop Bewust Beter. Onder dat motto zijn sinds eind 2005 drie ?gezondheidssupermarkten? geopend, met meer ruimte voor biologisch (zie ook Ekoland 3-2006). CoopCodis besloot de pilot eind 2006 te stoppen omdat de formule onvoldoende perspectief bood voor een landelijke uitrol.
06 juni 2007 Op 4 juni is Koen van der Drift aangesteld als directeur ad interim bij Biologica. Hij volgt Peter Jens op, die tot eind mei directeur was. Van der Drift is sinds 1990 actief als zelfstandig interim-manager. Hij is bekend met het speelveld van de biologische sector, onder meer vanuit recente interim werkzaamheden voor het Louis Bolk Instituut. Verder voerde hij o.a. opdrachten uit voor de rijksoverheid en de telecomsector. Van der Drift zal gedurende vier maanden leiding geven aan de organisatie en intussen naar een geschikte opvolger zoeken. In deze periode zal hij met Biologica en maatschappelijke stakeholders de voortrekkerspositie van de organisatie verder verstevigen.
Per 1 juli krijgt Biologica een nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht: Nico Broersen. Hij volgt Arie van den Brand op, die eind maart om gezondheidsredenen is teruggetreden. Broersen is 14 jaar werkzaam geweest in biologische sector, als directeur van Natudis. In dezelfde periode was hij acht jaar lang bestuurslid van de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels. Broersen: “Ik hecht veel waarde aan de beginselen van de biologische landbouw en aan de sociale rechtvaardigheid waar Fair Trade voor staat. Voor mij is dat een vanzelfsprekende combinatie.” Begin 2008 heeft Broersen samen met een compagnon de People 4 Earth Foundation opgericht, waarin beide zaken samen komen. People 4 Earth is een wereldwijd opererende non-profit organisatie die een standaard heeft ontwikkeld voor het meten (en verder verbeteren) van de duurzaamheid van producten en diensten.
Biologica is content met de benoeming van de nieuwe voorzitter en de ad interim en kijkt met vertrouwen vooruit. Biologica is onder meer bekend van Magazine Smaakmakend en succesvolle campagnes als Lekker naar de Boer en Adopteer een Kip.
05 juni 2007 Jan Huijgen, biologische boer en filosoof kreeg op 7 juni de Sicco Mansholtprijs 2007 uitgereikt door minister Jacqueline Cramer van VROM. Huijgen kreeg de aanmoedigingsprijs om de vernieuwende manier waarop hij stad en platteland bij elkaar brengt. Huijgen is initiatiefnemer van het plattelandsbedrijf de Eemlandhoeve in Bunschoten. Jan Huijgen studeerde naast de landbouwuniversiteit ook filosofie. Hij wilde weten wat een mens drijft. "Het leven van westerlingen is gejaagd en hectisch, en steeds meer mensen raken op drift.? Stedelingen verlangen ook naar de rust en ruimte van het platteland. Jan Huijgen zag al vroeg in dat dit wel eens de oplossing kon zijn voor boeren die afhankelijk waren van subsidies. Rust en ruimte zijn net zo goed een product als vlees en tarwe. Hij veranderde het boerenbedrijf van zijn voorouders in een multifunctionele plattelandsonderneming met een publieke functie. "Ik bouwde een potstal met daarnaast een aantal vergaderruimtes. Op de Eemlandhoeve hebben we een winkeltje voor mensen die biologisch vlees, jam en andere producten uit de regio willen kopen. Door onze biologische tuinen kronkelen verschillende thematische wandelroutes. Verder krijgen we regelmatig schoolklassen op bezoek die vanaf de houtvlonder op hun buik kikkers zoeken of visjes vangen. Ook dagjesmensen vinden de weg naar de hoeve. Verder begint binnenkort de bouw van de zorgboerderij."
De boer-filosoof richtte de afgelopen jaren diverse verenigingen en co?peraties op die de boer en de burger dichterbij elkaar moesten brengen. Hij deed dit op zowel lokaal als landelijk niveau. "De problemen van het platteland kunnen niet door het platteland zelf worden opgelost. Het lukt alleen in samenhang met de stad. Ik denk dat veel boerenbedrijven een nieuwe ontwikkeling kunnen doormaken als ze een aantal nieuwe functies krijgen en een nieuw assortiment voor de burger ontwikkelen.?
De Mansholtprijs is een tweejaarlijkse Europese prijs, bedoeld voor personen en organisaties met vernieuwende idee?n op landbouwgebied. De jury koos dit jaar voor Jan Huijgen vanwege zijn 'sterke persoonlijke betrokkenheid, enorme toewijding aan de multifunctionele agricultuur en de link tussen de stad en het platteland, de burger en de boer?. De prijs bestaat uit een bronzen beeld van Sicco Mansholt en een bedrag van 25 duizend euro. Voor Huijgen is de Mansholtprijs een vorm van erkenning. "Als je verandering voorstelt, valt dat niet altijd bij iedereen in de smaak. Vaak heeft een idee tijd nodig om te rijpen.? Hij geeft een voorbeeld: ?Als landbouwgrond verandert in bouwgrond om te wonen of te werken, wordt dat gebied 20 tot 30 keer zoveel waard. Ik noem dat de Publiek Toegevoegde Waarde (PTW). Ik heb een voorstel om een klein percentage, zeg 10%, van dat geld te besteden aan de kwaliteit van de omgeving. Dat is goed voor de bewoners en voor de boeren die deze kwaliteit kunnen leveren in de vorm van groene diensten. Een regio moet dat zelf oppakken, maar Den Haag en de provincie kunnen dit stimuleren. Dat vraagt een koppeling tussen VROM en LNV oftewel tussen stad en platteland, dat is voorbij de verkokering en ligt dus gevoelig. Maar over een paar jaar is zo'n idee rijp.?
Week van de Smaak zoekt boeren en tuinders om basisscholen te bezoeken
04 juni 2007 Van 24 t/m 30 september 2007 vindt de eerste landelijke Week van de Smaak
plaats. Een week vol smaaksensaties! Doelstellingen zijn het ontdekken van
pure smaak en authentieke producten en bewustwording over de herkomst van
voeding. Op honderden plaatsen in het land zal volop aandacht zijn voor
streek- en seizoensproducten en biologische voeding. E?n van de
activiteiten is de actie Boer zoekt Mond voor basisscholen.
Nu al hebben ruim 50 biologische boeren en tuinders en 50 basisscholen
zich voor dit initiatief ingeschreven. De deelnemende boeren en tuinders
zullen tijdens de Week van de Smaak naar een basisschool in de buurt
rijden, als het kan per tractor. Ze vertellen de scholieren het verhaal
achter hun producten en laten ze ook vooral kijken, ruiken en proeven van
het 'goud van het land'. In de voorbereiding voor de 'gastles' worden ze
ondersteund door een gespecialiseerd bureau.
Als uw bedrijfsvoering aansluit bij de uitgangspunten van de Week van de
Smaak, en als u wilt meedoen met dit initiatief, dan kunt u zich tot 15
juni aanmelden via info@weekvandesmaak.nl onder vermelding van 'Boer zoekt
Mond'. Deelnemers ontvangen een onkostenvergoeding van 50 euro vanuit de
landelijke organisatie van de Week van de Smaak.
De Week van de Smaak biedt ruimte voor initiatieven uit het hele land. De
Week van de Smaak staat voor: Ambachtelijk, Seizoensgebonden,
Diervriendelijk, Natuurzuiver, Herkomst. Iedereen is van harte welkom om -
binnen dit kader - een bijdrage te leveren aan de Week. De kalender met
alle activiteiten is te bekijken op de website www.weekvandesmaak.nl .
Versunie introduceert Biokrat met biologische groenten
31 mei 2007 Groothandel Versunie uit Heerhugowaard introducert deze week het Biokrat. Daarmee volgt Versunie Albert Heijn die eerder dit jaar een biopakket introduceerde. Het krat van de Versunie bevat biologische groenten en is bedoeld om consumenten meer voor dit soort producten te interesseren. Het Biokrat is gemaakt van afbreekbaar materiaal maar kan ook worden hergebruikt.
Er is een een tweepersoons-, een gezins- en een combi-uitvoering van het Biokrat. De inhoudzal per week vari?ren en er worden ook regelmatig recepten bij geleverd. De pijs van een krat met biologische producten varieert van ? 9,98 tot ? 11,98.
25 mei 2007 Twintig Friese boerenbedrijven starten een nieuw samenwerkingsverband, de
Fryske biologische boerderijwinkels.
In de winkels, verspreid door de hele provincie, zijn biologische
producten te koop van de eigen bedrijven. Het aanbod varieert van
zuivelproducten, vlees, seizoensgebonden groenten en delicatessen.
Alle deelnemende bedrijven blinken uit in hun eigenheid. Zij bepalen
bijvoorbeeld zelf welke producten in hun winkel te vinden zijn. De
bedrijven bieden hun producten vers van het land aan. Dat heeft het
voordeel dat de producten in de regel goedkoper zijn omdat ze direct bij
de bron verkocht worden. In de winkels liggen bijzondere producten zoals
zeeasterkaas, duindoornyogurt, Limousinvlees en kweeappelwijn.De Fryske
boerderijwinkels hebben een bijzondere voorgeschiedenis. Onder de paraplu
van de Stichting Waddengroep en FBBF zijn deelnemende bedrijven gezocht.
De biologische boerderijwinkel moet de bedrijven een extra economische
impuls geven. Externe deskundigen hebben de deelnemende bedrijven
doorgelicht en advies gegeven over de verbetering van de bedrijfsvoering.
Voor het doorvoeren van verbeteringen is er een investeringsregeling.Op 23
juni lost gedeputeerde Anita Andriesen het offici?le startschot voor de
Fryske Biologische Boerderijwinkels. Dit gebeurt tijdens een zogenaamd
Ekolunch in Eastermar tijdens de open dagen voor de biologische landbouw.
Duitse biologische varkens met ggo's in het voer moeten als gangbaar afgezet worden
25 mei 2007 Een Duitse biologische varkenshouder dient zijn varkens tijdelijk in het gangbare segment af te zetten. Dat heeft een rechter in L?neburg bepaald.
Aanleiding was de ontdekking van een lichte verontreiniging van genetisch gemodificeerde
organismen (ggo's)in het voer dat de varkenshouder gebruikte. De ggo's waren afkomstig van het verwerkte soja in het voer. De varkenshouder had het voer gedurende 8 dagen aan zijn varkens verstrekt.
De rechter baseerde zijn besluit op de gewenste bescherming van het
consumentenvertrouwen in biologische producten. Of het verstrekken van het
voer al of niet een verandering in kwaliteit van het varkensvlees tot
gevolg heeft achtte de rechter in de zaak niet opportuun.
18 mei 2007 In september start een nieuwe reeks afleveringen van ?Boer zoekt vrouw?. Blue Circle, die samen met de KRO deze tv-serie produceert is op zoek naar deelnemers.
Voor meer informatie: boerzoektvrouw@bluecircle.tv of http://boerzoektvrouw.kro.nl
Ge?nteresseerden kunnen zich aanmelden via de website of per uitgebreide brief met foto?s aan: Boer zoekt vrouw, Postbus 15666, 1200 LX Hilversum.
Van 3 tot 5 mei hield de FAO (VN-instituut voor voedsel en landbouw) een internationale conferentie over de relatie tussen biologische landbouw en voedselzekerheid. Er werd een overzicht van de beschikbare onderzoeksgegevens gepresenteerd en meer dan 300 deelnemers uit 35 landen, waaronder regeringsvertegenwoordigers, beleidsmakers, onderzoekers en (maatschappelijke) organisaties discussieerden over dit thema.
In ontwikkelingslanden werd biologische landbouw doorgaans gezien als een bedreiging voor de voedselvoorziening, de oogsten zouden stukken lager uitvallen omdat het geen kunstmest en pesticiden toestaat. Op de conferentie is voldoende hard bewijs aangedragen dat dat niet het geval is. Zelfs wanneer op het noordelijk halfrond ?n in Afrika 50% van het landbouwareaal wordt omgeschakeld is er voldoende voedselproductie voor de bevolking in 2015, en stijgen de prijzen nauwelijks. Bij kleine boeren, die 80% van het voedsel produceren in ontwikkelingslanden, leidt de omschakeling tot gemiddeld 180% opbrengstverhoging.
Wat opviel is dat biologische landbouw erg hoog scoorde op andere aspecten zoals energie effici?ntie, de mogelijkheid om koolstof vast te leggen in de humus, de waterabsorptie van de grond, het lagere water verbruik, de werkgelegenheid op het platteland, biodiversiteit en multifunctionaliteit. Zelfs het meer regionale marktkarakter werd gezien als een pr? in een tijd waarin met name dierziekten snel verspreid worden, maar ook voor de nationale en regionale voedselsoevereiniteit.
Het is wel nodig dat naast de export zich ook een lokale markt ontwikkelt, en we moeten er voor zorgen dat de huidige participatieve kennisontwikkeling niet verloren gaat. De rol van de overheid is niet duidelijk, bio heeft zich grotendeels buiten de overheid om ontwikkeld. Fair trade werd vaak in ??n adem genoemd met bio; het is de vraag of dat realistisch is. Al met al zijn de uitkomsten van deze conferentie positief voor de internationale erkenning van de sector net nu er plannen worden gesmeed voor een nieuwe Groene Revolutie voor Afrika
Voor meer informatie, check www.ifoam.org en www.fao.org/organicag/ofs
Agrarisch ondernemers die overwegen te starten met een biologische productiemethode of die al zijn omgeschakeld, kunnen hiervoor subsidie aanvragen. Bijvoorbeeld om hun bedrijf uit te breiden met een andere biologische tak, of om de mogelijkheden van alternatieve inkomsten te onderzoeken. Hiervoor is in totaal 710.000 euro beschikbaar. Van 2 mei tot en met 12 juni kunnen boeren en tuinders een aanvraag indienen bij Dienst Regelingen in Assen.
Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 50% van de totale kosten en bedraagt maximaal 1500 euro per onderneming per jaar. In aanmerking komt het inwinnen van deskundig advies over teelttechniek, marktori?ntatie en het opstellen van een bedrijfsnatuurplan om een bedrijfsonderdeel te verdiepen of te wijzigen. Ook voor het volgen van een opleiding, training of voorlichtingsbijeenkomst over het omschakelen naar de biologische productiemethode en de gevolgen hiervan voor het bedrijf is financiering mogelijk. De voorwaarden voor deze subsidie staan in de brochure Beroepsopleiding en voorlichting, Biologische landbouw op www.hetlnvloket.nl. Voor het aanvraagformulier kan men bellen met LNV-Loket: 0800 - 22 333 22
Biologische varkenshouders gaan verdoofd castreren
02 mei 2007 Tijdens een recente vergadering van de Vereniging Biologische Varkenshouders (VBV) is besloten vanaf 1 juli 2007 alle biologische ?beertjes? verdoofd te castreren. Dit is het gevolg van een aankondiging van de VBV in 2006, te werken aan een oplossing voor het onverdoofd castreren. De afgelopen maanden hebben varkenshouders trainingen gevolgd en is kennis en ervaring uitgewisseld over de techniek van het verdoofd castreren.
Voor de VBV en Biologica is dit nog niet het eindstation. De beste oplossing is het geheel achterwege laten van castratie door een combinatie van maatregelen (voeding, fokkerij, hygi?ne en detectie aan de slachtlijn). Maar doorslaggevende technieken om dit in de praktijk te kunnen brengen zijn de eerste jaren nog niet voorhanden. Daarom is nu besloten om met verdoofd castreren te beginnen. Hoewel met de verdoving zelf ook stress is gemoeid, is er volgens de VBV en Biologica per saldo sprake van welzijnsvoordeel.
De VBV en Biologica zijn betrokken bij een landelijk onderzoek naar hoe het verdoofd castreren nog diervriendelijker kan en tegelijkertijd praktisch haalbaar kan blijven. De resultaten hiervan worden in het najaar verwacht.
Vlees van ongecastreerde ?beren? is in een klein aantal van de gevallen verantwoordelijk voor het verspreiden van een zeer onaantrekkelijke berengeur bij de bereiding van vlees. Dit maakt de afzet van vlees van ongecastreerde beren welhaast onmogelijk.
Met deze stap geeft de biologische sector aan voorloper te willen zijn en blijven op het gebied van dierenwelzijn, ook al vergt dit de nodige extra inspanningen en leidt het tot extra kosten bij de betreffende varkenshouders.
26 april 2007 Aanvragen van 2 mei tot en met 12 juni 2007
Agrarisch ondernemers die overwegen te starten met een biologische productiemethode of die al zijn omgeschakeld, kunnen hiervoor subsidie aanvragen. Hiervoor is in totaal ?710.000 beschikbaar. Van 2 mei tot en met 12 juni 2007 kunnen agrarisch ondernemers een aanvraag indienen bij Dienst Regelingen in Assen. Deze subsidie hoort bij de module Beroepsopleiding en voorlichting - openstelling Biologische Landbouw, die onder de Regeling LNV-subsidies valt.
Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 50% van de totale kosten. De totale subsidiabele kosten moeten per aanvraag minimaal ?250 zijn. Voor een opleiding, training of voorlichtingsbijeenkomst geldt een maximum subsidie van ?250 per dagdeel. Het maximale subsidiebedrag per onderneming per jaar bedraagt ?1.500.
Voor wie?
Landbouwondernemers die overwegen te starten met een biologische productiemethode. Ondernemers die al zijn omgeschakeld, als ze bijvoorbeeld hun bedrijf willen uitbreiden met een andere biologische tak. Of als ze de mogelijkheden van alternatieve inkomsten willen onderzoeken, zodat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden voortgezet.
Zij kunnen financi?le ondersteuning krijgen bij het inwinnen van deskundig advies. Adviezen over teelttechniek, marktori?ntatie en het opstellen van een bedrijfsnatuurplan om een bedrijfsonderdeel te verdiepen of te wijzigen zijn subsidiabel. Ook voor het volgen van een opleiding, training of voorlichtingsbijeenkomst over het omschakelen naar de biologische productiemethode en de gevolgen hiervan voor het bedrijf is financiering mogelijk.
Voorwaarden en aanvragen
De voorwaarden voor deze subsidie staan in de brochure Beroepsopleiding en voorlichting, Biologische landbouw. Deze is te vinden op www.minlnv.nl/loket. Voor het verkrijgen van het aanvraagformulier kunt u bellen met Het LNV-Loket: 0800 - 22 333 22 (op werkdagen tussen 8.30 en 16.30 uur).
Kostprijs biologische eieren en opfokhennen fors gestegen
26 april 2007 De kostprijs voor biologische eieren en opfokhennen is in een jaar tijd fors gestegen. Dat blijkt uit berekeningen die dit jaar zijn geactualiseerd. De gestegen kosten zijn vooral te wijten aan 15% hogere voerprijzen. Daarnaast zijn ook de kosten voor energie en afzet van mest omhoog gegaan. Een jaar geleden kon een biologische pluimveehouder zijn mest nog gemakkelijk kwijt. Nu moet hij er vaak zo?n 20 euro per ton voor betalen.
De kostprijs van een 17-weekse opfokhen is met bijna 50 cent gestegen naar 6,67 euro. Dat is 7% meer dan een jaar geleden. De kostprijs voor een ei is ook met 7% omhoog gegaan. Een pluimveehouder die zijn kippen in grondhuisvesting heeft, kent nu een gemiddelde kostprijs van 13,3 cent per ei. In voli?rehuisvesting kost de productie van een ei 12,6 cent.
Meer informatie: Wiepe van Leeuwen, wiepie.vanleeuwen@wur.nl
Markt vraagt om biologische groentesappen en kleurstoffen
23 april 2007 Reststromen van groente en aardappel die in de biologische keten ontstaan, zijn waarschijnlijk goed te verwerken tot hoogwaardige groentesappen of natuurlijke kleurstoffen. Een onderzoek hiernaar wordt binnenkort afgerond.
Bij telers, detailhandel en industri?le verwerkers van biologische groenten ontstaan grote hoeveelheden groente- en aardappelreststromen. Bij peen gaat het bijvoorbeeld om 1200 ton. Op dit moment worden deze reststromen verwerkt in veevoer of gecomposteerd, maar dit levert onvoldoende rendement op. Betere benutting van de stromen verbetert het financi?le rendement van de hele keten, inclusief die van de telers, en komt ten goede aan het milieu. Het aantal transportkilometers neemt af, landbouwgrond wordt effici?nter benut en er stroomt minder lekvocht naar het grondwater.
Het bedrijf Provalor is in staat uit reststromen hoogwaardige producten te maken die geschikt zijn voor menselijke consumptie. Dat gebeurt tot nu toe alleen voor niet-biologische producten. Er blijkt ook vraag te zijn naar biologische producten, vooral bij Duitse consumenten.
Handelsonderneming Green Organics, verwerker Green Ways, Provalor, Wageningen UR en HAS Kennis Transfer onderzoeken hoe het Provalor-proces in te zetten is voor biologische groenteresten uit de verwerkende industrie. Reststromen bij de teler en de detailhandel zijn minder interessant, omdat het om kleine volumes gaat en het lastig is een continue stroom van producten te waarborgen. Reststromen uit de verwerkende industrie komen vooral vrij bij spoelbedrijven, snijderijen, diepvries- en conservenindustrie. Het onderzoek gaat ook in op maatregelen die nodig zijn om de producten succesvol in de markt te zetten.
16 april 2007 HAARLEM.- Vanaf woensdag 18 april vinden 80.000 leerlingen vwo, mbo en vmbo op 26 schoollokaties in Noord-Holland in hun restaurants/kantines broodjes, zuivel, groente, vleeswaren, kaas, eieren en sappen die 100% biologisch zijn. De overstap van gangbaar naar puur biologisch heeft de naam Biobites meegekregen en is een primeur voor Nederland.
De actie om bij leerlingen van 14 tot 21 jaar op school gezonde biologische producten te introduceren, is het resultaat van de unieke samenwerking tussen schoolcateraar Cormet uit Noord-Holland, groothandel New Organic World en de provinciale campagne voor biologische landbouw noordhollandsegrond. Het ministerie LNV steunt met subsidie, de landelijke Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw is betrokken geweest bij de opzet.
De brede samenwerking heeft geleid tot een gedegen opzet van leveranties zodat een continu aanbod en een verantwoorde prijsvorming gegarandeerd zijn. Van groot belang is dat de basisproducten voor de leerlingen een-op-een worden vervangen.
Daarmee ontstaat een uniek en breed aanbod aan biologische producten dat de jonge consumenten in staat stelt op dagelijkse basis kennis te maken met de voordelen van biologisch.
Jongerenonderzoek laat zien: bio is ok?
Een grootscheeps onderzoek van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) onder leerlingen tussen 14 en 20 jaar oud in Nederland heeft onlangs aangetoond dat 63% van hen het prima vindt als er biologisch in hun kantines wordt aangeboden. Vooral het feit dat biologisch diervriendelijk (46%) en milieuvriendelijk (42%) is, spreekt hen aan. Een kwart van de jongeren staat onverschillig tegenover wat ze eten, maar 1 op elke 5 zegt nieuwsgierig te zijn naar biologisch. Daarbij gaat hun voorkeur uit naar groente, fruit en ? verrassend genoeg ? eieren!
De leerlingen vinden in overgrote meerderheid (92%) dat smaak heel belangrijk is.
Aftrap met Yes-R
De scholen die deelnemen aan het biologisch catering project zijn verspreid over de gehele provincie Noord-Holland. Het project wordt begeleid door onderzoek naar waardering en gebruik. De actie wordt ondersteund met informatiemateriaal, met name ook via een speciale jongeren actiewebsite: www.biobites.nl.
Woensdag 18 april is de offici?le feestelijke aftrap op het ROC Horizon College in Heerhugowaard, o.a. met een optreden van de rapper Yes-R.
noordhollandsegrond is een initiatief van de Provincie Noord-Holland, in het kader van de promotie en stimulering van de biologische landbouw.
Voor meer informatie:
Lasca ten Kate
06 28 46 44 03
lasca@noordhollandsegrond.nl.
Omzet biologische zuivel in Duitsland groeit 38 procent
13 april 2007 De Duitse markt voor biologische zuivelproducten is vorig jaar gerekend naar de omzet in de detailhandel met 38 procent gegroeid. Dat meldt het marktbureau ZMP.
De groei van de biozuivelomzet groeide aanzienlijk harder dan die van biologische voeding in het algemeen.
Zuivel had op de totale omzet aan biologische prodcuten van 4,5 miljardeuro een aandeel van 15 procent. De prijsvechters onder de grootgrutters boekten in dit marktsegment met 70 procent de omvangrijkste groei.
Uitgaande daarvan verloopt een kwart van de biozuivelafzet op dit moment via de discounters. Andere grote supermarkten hebben een aandeel van 17 procent. De biospeciaal- en reformzaken zetten krap de helft van het totaal om.
Consument koopt bijna geen eieren uit de legbatterij meer
11 april 2007 Driekwart van de eieren die Nederlandse consumenten kopen, zijn afkomstig uit scharrelstallen. De eieren uit vrije-uitloopsystemen halen een aandeel van 7,6%. De aankopen van consumenten bestaan voor 7,1% uit biologische eieren. Dat meldt de stichting Blij met een Ei, een initiatief van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders.
De stichting baseert zich op enqu?tes die men heeft gehouden onder ruim 4000 consumenten. Die zijn ondervraagd op diverse beurzen. De eieren die consumenten kopen zijn nog maar voor 2% afkomstig uit hennen die in legbatterijen worden gehouden. Het scharrelei is het meest populaire ei bij de Nederlandse consument met een aandeel van 76%.
06 april 2007 Biologica installeert op 4 april op haar jaarlijkse Bio-Congres in De Steeg een Raad voor de Biologische Landbouw en Voeding. Volgens Biologica voorzitter Arie van den Brand moet ?de Raad bijdragen aan verdieping en verbreding van biologisch als voortrekker van integrale verduurzaming van de landbouw- en voedselketen.?
De biologische landbouw- en voedingsproducten hebben na jaren van pionieren en professionaliseren een belangrijke voorbeeldpositie verworven voor de verduurzaming van de land- en tuinbouw in Nederland. De biologische sector biedt antwoorden op tal van actuele maatschappelijke vraagstukken als gezonde voeding, obesitas, klimaatverandering, dierenwelzijn en biodiversiteit. Recent Europees en Nederlands onderzoek onderstreept deze voortrekkersrol. Trendwatchers, consumenten en koks ontdekken nu de heerlijke en authentieke smaak van de biologische producten.
Volgens directievoorzitter van de Triodos Bank en voorzitter van de Bioraad Peter Blom: ?is nu het momentum om de huidige trend naar meer kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Bio is een lifestyle aan het worden, en moet zichzelf ook moderniseren en zich presenteren op de hoogste trede van de duurzaamheidladder?.
De nieuwe Bioraad zal met gezag en kennis advies geven over fundamentele, conceptuele en strategische kwesties die in de biologische sector spelen. De Bioraad gaat een rol vervullen naar de sector zelf, naar consumenten, naar de politiek maar ook naar de media en burgers moet de Raad een referentie zijn die het belang en de ernst van de ontwikkeling van de biologische landbouw onderstreept.
Leden van de Bioraad zijn afkomstig uit de biologische sector zelf (productie, handel en verwerking, retail), de wetenschap, zakelijke dienstverlening en de politiek.
Peter Blom, directievoorzitter Triodos Bank is gevraagd als voorzitter van de Raad. Vice-voorzitter van de Raad is qualitate qua de voorzitter van Biologica, Arie van den Brand.
Alle leden van de Bioraad voelen zich betrokken bij de biologische landbouw en voeding en hebben een verbinding met duurzaamheidkwesties. Leden van de Bioraad worden benoemd door Stichting Biologica en nemen deel op persoonlijke titel.
Thema?s waar de Bioraad zich in 2007 over zal buigen zijn:
? Het belang van de biologische landbouw voor de economie en de ecologie van Nederland
? De ecologische, technologische en sociale modernisering van de biologische landbouw
? Biologische landbouw als voorbeeld en/of aanjager van een moderne multifunctionele duurzame land- en tuinbouw.
? Smaak, gezondheid en authenticiteit als waarden gekoppeld aan biologische producten
Biologische landbouw beter voor milieu en dierenwelzijn
04 april 2007 De huisvesting van vee in de biologische sector geeft vooral bij varkens en pluimvee meer natuurlijk gedrag, vergeleken met de gangbare sector. Op milieugebied is het energieverbruik en de emissie van broeikasgassen per hectare lager bij biologische bedrijven. Dit blijkt uit twee studies van Wageningen UR, waarin op basis van literatuur is vastgesteld hoe biologische landbouw in Nederland zich onderscheidt van gangbare landbouw op het gebied van dierenwelzijn en milieu. De studies worden 4 april op het 10e Bio-congres in De Steeg gepresenteerd.
Dierenwelzijn
Uit de studies blijkt dat dierenwelzijn in de biologische veehouderij op veel punten beter is dan in de gangbare veehouderij. Huisvesting, gezondheidsmanagement, voeding en de manier van omgaan met dieren bepalen het welzijn van dieren. Met name de biologische varkenshouderij en pluimveehouderij hebben een huisvesting die sterk verschilt met de gangbare houderijen. Biologische varkens kunnen meer wroeten en exploreren. De biologische varkens kunnen hun staarten houden, want staartbijten, een indicatie voor verveling, komt minder voor. Met meer ruimte en met stro op de vloer zijn varkens minder agressief dan hun soortgenoten in kleinere, kale hokken.
Ook in de biologische pluimveehouderij vertonen kippen meer natuurlijk gedrag, zoals exploreren en scharrelen. Blootstelling aan daglicht vermindert angst bij pluimvee. In de biologische sector vertonen
vleeskuikens een gevarieerder gedrag door de keuze van langzaam groeiende vleeskuikenrassen. De huisvesting van biologische melkveehouderij verschilt weinig met de gangbare. Beide systemen bieden
veel ruimte voor natuurlijk gedrag. Gemiddeld wordt er in de biologische melkveehouderij meer geweid en meer gebruik gemaakt van potstallen. Beide zijn positief voor beweging en comfortabel rusten en liggen.
Op het gebied van gezondheid heeft de biologische veehouderij een aantal belangrijke pluspunten, maar worden ook negatieve aspecten gevonden. In de biologische melkveehouderij komen minder stofwisselingziekten voor, omdat veel melkveehouders het type dier selecteren dat minder hoog-productief is en past bij een lagere voederwaarde van het rantsoen. Uierontsteking bij melkkoeien komt meer voor in de biologische sector. Biologische melkveehouders mogen niet, zoals hun gangbare collega's, met antibiotica de koeien 'droog zetten' om deze aandoening te voorkomen. Ingestrooide dichte vloeren in de biologische varkenshouderij zijn positief voor de pootgezondheid. Met stro op de vloer hebben de varkens ook minder huidschade door onder andere staartbijten en agressie. Omdat de zeugen vrij kunnen rondlopen, komt in de biologische varkenshouderij doodliggen van biggen meer voor. Ook blijkt aan de slachtlijn dat biologische varkens wat vaker long- en leverschade hebben door respectievelijk stof en parasieten. Daglicht in de buitenloop is positief voor de stofwisseling van varkens en pluimvee. Door de buitenloop en de strooisellaag is echter de infectiedruk hoger. Het gebruik van langzaamgroeiende vleeskuikens geeft minder gezondheidsproblemen in de biologische vleeskuikenhouderij. Ook vertonen deze dieren minder uitwendige beschadigingen.
Pijn kan worden veroorzaakt door ziekte of verwondingen, maar ook door ingrepen. De biologische regelgeving staat minder ingrepen toe dan de gangbare: het couperen van staarten en knippen van de tanden bij varkens is verboden en leghennen houden hun snavels intact. Verenpikken bij leghennen is een probleem in zowel biologische als gangbare systemen, maar met intacte snavels kan er meer schade worden aangericht. Managementfactoren, ook in de opfok, spelen een belangrijke rol en verschillen tussen bedrijven zijn groot.
De gangbare en biologische veehouderij vertonen slechts kleine verschillen in welzijnsaspecten gerelateerd aan voeding.
Milieu
Biologische landbouw scoort op veel punten beter voor het milieu dan de gangbare. Bij de prestaties per hectare is dit overtuigend. Uitgerekend per ton product scoort biologische landbouw soms beter en soms slechter dan de gangbare landbouw. Dit omdat de productie op biologische bedrijven 20 - 40 % lager is per hectare dan bij gangbare bedrijven. Het energiegebruik en de emissie van broeikasgassen per hectare is in de biologische landbouw lager dan in de gangbare. De enige uitzondering hierop is de jaarrond gestookte glastuinbouw, die hierop bij beide typen bedrijven ongeveer gelijk scoort. Omgerekend naar ton product blijft de biologische melkveehouderij gunstiger wat betreft energieverbruik en emissie van broeikasgassen. Bij akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt is het resultaat afhankelijk van het gewas. Soms is er bij biologische producten een vergelijkbaar, soms een hoger verbruik of emissie per ton. De jaarrond gestookte biologische glastuinbouw verbruikt meer energie en stoot meer broeikasgassen uit per ton product dan de gangbare glastuinbouw.
De milieubelasting door het gebruik van bestrijdingsmiddelen is in de biologische landbouw zeer gering en veel lager dan in de gangbare landbouw. De biologische landbouw gebruikt geen synthetische bestrijdingsmiddelen en de milieubelasting door gebruikte biologische bestrijdingsmiddelen is minimaal.
De biologische landbouw heeft een lagere stikstofuitspoeling per hectare. Biologische pluimvee- en varkensbedrijven veroorzaken wel meer stikstofuitspoeling in de uitloop. De ammoniakemissie per hectare is in de biologische melkveehouderij lager dan in de gangbare.
Uit de studies blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen afzonderlijke bedrijven. Zowel voor dierenwelzijns- als voor milieuaspecten komen hoge en lage scores voor bij gangbare en
biologische bedrijven. In de onderliggende rapporten staan meer geconstateerde verschillen tussen biologische en gangbare landbouw.
Meer informatie over Dierenwelzijn:
Marko Ruis, Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen UR, tel. 0320 293550, e-mail marko.ruis@wur.nl
Meer informatie over Milieuprestaties:
Wijnand Sukkel, Praktijkonderzoek
Plant & Omgeving (PPO) van Wageningen UR, tel. 0320-291375, e-mail
wijnand.sukkel@wur.nl
Onderstaande rapporten zijn te downloaden van www.biokennis.nl
Verantwoorde en communiceerbare argumenten bij biologische producten: Dierenwelzijn
Verantwoorde en communiceerbare argumenten bij biologische producten: Milieueffecten
Tijdelijk meer omschakelingsvoeders toegestaan in biologische veehouderij
27 maart 2007 De Europese Commissie heeft besloten dat tot 31 december 2008 het voerderratsoen op biologische veehouderijen maximaal 60% mag bestaan uit omschakelingsvoeders. Dit aandeel mag tot 80% worden verhoogd wanneer de voeders afkomstig zijn van een eenheid van het eigen bedrijf.
Biomarkt biedt zorgsector nog te weinig betaalbare producten
23 maart 2007 De belangstelling voor biologische producten neemt toe, ook in de zorg. Maar de terughoudendheid onder voedingsmanagers is groot. Enkele instellingen namen het voortouw en zijn overtuigd van de meerwaarde van biologisch. Het assortiment voor grootverbruik is echter nog zeer beperkt. In kleinverpakking is er heel veel verkrijgbaar, maar in grootverpakking nog veel te weinig. Lokale leveranciers kunnen hier mogelijk op inspringen.
Zo zou een project van de Zeeuwse Milieufederatie, waar onder andere zorgcentrum Ter Reede in Vlissingen deel van uitmaakt, al afgelopen najaar van start gegaan zijn. Maar dat bleek niet haalbaar, vertelt hoofd voeding Ton Snijders. "We kregen het assortiment niet rond. In kleinverpakking is er heel veel verkrijgbaar, maar in grootverpakking nog veel te weinig. En een bedrijf als Oerlemans heeft wel een biologisch assortiment, maar dat zijn vooral samengestelde groenten, doperwtjes met worteltjes en dergelijke. Dat biedt te weinig variatie. Bovendien is dat diepvries, terwijl wij zo veel mogelijk vers willen."
Snijders is daarom in onderhandeling met lokale leveranciers. Zo is hij in gesprek met Zeeuwse boeren die misschien zelf gaan zorgen voor het snijden van de groenten. Ook met lokale slagers en de Belgische leverancier Bioplanet, een bio-supermarktketen, zijn gesprekken gaande.
Lokale leveranciers
Laurens Creemers is manager voeding van de Vitalis WoonZorg Groep in Eindhoven, waar wekelijks een biologisch diner bereid wordt. Hij erkent het probleem van het beperkte assortiment. Ook hij heeft dit opgelost door te kiezen voor lokale leveranciers. "Ik heb goede afspraken met een biologische slager en een biologische grossier hier in Eindhoven. Dat is goed te doen omdat het gaat om 30 tot maximaal 80 maaltijden per week. Wij vragen hiervoor wel wat meer dan voor een gewone maaltijd: een standaard biologische maaltijd kost 13,50 euro. Maar daarvoor krijgen de cli?nten een uitgebreid viergangendiner met biologisch aperitief", aldus Creemers.
Budgetneutraal
Maar volgens Chantal Baas, senior beleidsmedewerker van LNV, is het goed mogelijk om met biologisch budgetneutraal te werken. Dat blijkt uit de ervaringen van een aantal instellingen in Denemarken. "Zij werken voor 70% procent biologisch. En dat gebeurt budgetneutraal. Deze instellingen hebben bijvoorbeeld de derving teruggebracht en ze zijn bewuster gaan inkopen. Als je het op die manier oplost, hoef je niet duurder uit te zijn", stelt Baas.
16 maart 2007 GIESBEEK/VOORST - Tientallen boeren in Gelderland zijn de afgelopen tijd omgeschoold tot parttime leerkracht. Doel hiervan is om leerlingen van basisscholen op hun bedrijven te ontvangen en te onderwijzen.
In Brabant zijn boeren er onder de naam Klasseboeren mee aan de slag in het kader van het project "Belevend Leren" Dit project moet uiteindelijk in heel Nederland worden uitgerold. "Het moet een onderwijsproduct worden dat een hoger niveau heeft dan zomaar een dagje boerderij", zegt Hak van Nispen van het adviesbureau SME - voorheen Stichting Milieu Educatie - dat de boeren begeleidt.
Boerin Marijke Hupkes uit Voorst: "Kinderen denken dat melk uit een pak komt. Ze schrikken zich lam als een pasgeboren kalf gaat opstaan. Ze zijn het contact met de natuur helemaal kwijtgeraakt, omdat ze de hele dag achter de computer zitten. Als er geen aan- en uitknop aanzit, dan kennen ze het niet."
Hupkes verwierf landelijk faam met haar cursus 'koe knuffelen'. Wekelijks ontvangt ze honderd schoolkinderen op haar bedrijf. In heel Nederland hebben bijna tachtig boeren meegedaan aan de speciale didactische cursus voor Belevend Leren. In Gelderland, onder meer in de Liemers, doen 22 verschillende soorten boeren mee. In de Gelderse Vallei wordt nog gezocht naar ge?nteresseerde boeren.
De bedoeling is, in het nieuwe schooljaar te beginnen met de ontvangst van basisschoolklassen op de boerderij. Op 11 april houden de deelnemende boeren een contactdag om de Gelderse scholen voor hun project te interesseren. Het boerderijbezoek kost 35 euro per klas. Boeren beschouwen het ook als een mogelijkheid voor nevenverdiensten.
Volgens Hupkes is het een gat in de markt. " Basisscholen leren hun kinderen maar weinig over de natuur. En als het al gebeurt, is het vanachter een bureau." Ook de provincie Gelderland ziet het nut van dit project en is bereid er geld in te steken.
Natuurkalender verzoekt boeren karakteristieke jaarlijkse ontwikkelingen door te geven
12 maart 2007 De landbouwkalender ligt tot een maand voor op schema door extreem warme winter. De extreem hoge temperaturen in de afgelopen maanden hebben een duidelijk effect op de landbouw. De groei van wintertarwe ligt een maand voor op schema en de eerste fruitbomen komen binnenkort al in bloei. De verschuivingen in de landbouwkalender be?nvloeden een groot aantal processen waaronder de bemesting, ziekten- en plaagbestrijding en risico op vorstschade.
Boeren gezocht
De Natuurkalender vraagt boeren om de datum waarop karakteristieke jaarlijkse ontwikkelingen van granen, fruitbomen, aardappels en weilanden zich voordoen door te geven. Hierbij gaat het om zaai-, poot-, maai- en oogstdata, het moment waarop koeien de wei in gaan en de opkomst en bloei van gewassen en fruitbomen. Via Google maps is eenvoudig de locatie van de waarneming op www.natuurkalender.nl door te geven. Alle waarnemingen zijn live via kaarten en grafieken op de website te volgen. De waarnemingen bieden de landbouwsector de mogelijkheid de effecten van klimaatverandering in beeld te krijgen en zich beter aan te passen.
Natuurkalender
De Natuurkalender is een samenwerkingsverband dat zich richt op het monitoren, analyseren, voorspellen en communiceren van jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur. Tijdstippen van bloei, vogeltrek en bladval hangen nauw samen met het weer. De laatste jaren is de start en duur van het groeiseizoen onder invloed van de hoge temperaturen duidelijk aan het veranderen.
Coordinatie Natuurkalender:
Ir. Arnold van Vliet
Wageningen Universiteit
0317 485091/06 28954021
arnold.vanvliet@wur.nl
www.natuurkalender
09 maart 2007 Voor een nieuw tv-programma is LLiNK op zoek naar:
een boerenfamilie
die woont op een gemengd biologisch boerenbedrijf.
Het reilen en zeilen op het boerenbedrijf vormt de rode draad van het programma. Een cameraploeg registreert alle activiteiten, stelt vragen en geeft zo een beeld van 'leven dichtbij de natuur'. Naast de beslommeringen op de boerderij bestaat het programma uit minireportages over natuur en milieu in Nederland. Alles mag: van lekker eten tot lieve lammetjes en van broedende weidevogels tot het natuurlijk bestrijden van bladluis. Genieten in en van de natuur staat in het programma centraal.
LLiNK maakt als publieke omroep radio- & televisieprogramma's over mondiale verhoudingen, mensenrechten, dierenrechten, natuur & mileu. Met onze programma's willen we kijkers en luisteraars inspireren een bijdrage te leveren aan een vrije, eerlijke en duurzame wereld. LLiNK zendt uit op Nederland 3, Radio 1, 3FM, 747AM en www.LLiNK.nl
Gezinnen die interesse hebben in het programma kunnen contact opnemen met Petra Spreij, 010 ? 288 22 22.
06 maart 2007 In samenwerking met de Zeeuwse Milieufederatie bieden de Zeeuwse zorgcentrums, Ter Reede uit Vlissingen, Randhof uit Goes en de Blaauwe Hoeve uit Hulst hun bewoners in de maand maart elke dag een smakelijke biologische maaltijd aan. Naar schatting worden in maart tussen de 500 en 1000 biologische maaltijden per dag geserveerd. Zij zijn hiermee de eerste zorginstellingen in Nederland die in deze omvang biologische maaltijden serveren. Op 2 maart vond bij Randhof de offici?le aftrap plaats door gedeputeerden Poppelaars en Suurmond. Zij maken samen met biologisch kok Olivier van der Staal een feestje van de biologische maaltijd.
Proefmaand
Na een uitgebreide ori?ntatie op de biologische markt en een proefkooksessie voor de koks, zijn nu de bewoners van de instellingen aan de beurt om uitgebreid kennis te maken met biologische voeding. Bij Randhof en Ter Reede kunnen de bewoners kiezen voor een biologische warme maaltijd. Bij Curamus wordt in het restaurant van de Blaauwe Hoeve biologisch gekookt. De koks zijn zeer benieuwd of de bewoners net zo enthousiast zijn over de kwaliteit en de smaak van de biologische producten.
De proefmaand is ook bedoeld om praktijkervaring op te doen. Welke leverancier doet zijn werk goed en hoe vallen de kosten uit per maaltijd? Een belangrijke voorwaarde is namelijk dat de biologische maaltijden 'kosten neutraal' ge?ntroduceerd kunnen worden. De koks hebben ervaren dat biologische vlees en groenten weinig slinken waardoor er minder besteld hoeft te worden. Ook is het streven om zoveel mogelijk producten bij de Zeeuwse biologische boer af te nemen. Minder transportkilometers drukt immers de prijs. En je weet waar het vandaan komt bovendien zijn de produkten supervers. Bezorgdienst en webwinkel 'De Grote Verleiding' uit Kruiningen is hiervan de leverancier.
Vallen de resultaten van de biologische proefmaand positief uit, dan zullen de ervaringen ook worden verspreid naar andere zorginstellingen in en buiten Zeeland.
Biologische dagen
Om de biologische maand maart feestelijk in te luiden, organiseert elke deelnemende instelling een biologische dag voor bewoners en personeel. De kok Olivier van der Staal laat zijn biologische kookkunsten zien, er kan geproefd worden en biologische boeren en boerinnen presenteren hun producten. Op 2 maart is de biologische dag bij Randhof, op 6 maart bij de Blaauwe Hoeve en op 7 maart bij Ter Reede, gelijktijdig met de verkiezingen. Omdat Ter Reede als stemlokaal fungeert, kunnen ook alle stemmers een 'biologisch graantje' meepikken. Nader informatie over de biologische dagen vindt u in de bijlage.
Ontwikkeling
Het project is 'bioiologische catering in de zorg' is een samenwerking tussen de Zeeuwse Milieu Federatie, de zorginstellingen en de Provincie Zeeland vanuit Vitaal Platteland en van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Taskforce biologische landbouw.
'De vraag om biologische ingredienten kwam van de zorginstelllingen, wij hebben een coordinerende functie in deze ontwikkeling' meldt Melissa Ernst van de Zeeuwse Milieu Federatie. De motivatie van het managent van de instellingen ligt in de de wens om zich binnen de zorg te onderscheiden op basis van kwaliteit. Voor de tot standkoming van een proefmaand zijn er veel gesprekken gevoerd met verschillende leveranciers eb zijn lopende contracten tijdelijk opgeschort. Ernst: 'Opvallend daarbij is dat de grote levernaciers vrij stil bleven en maar mondjesmaat met ionformatie en prijzen over de brug kwamen. Het waren met name de kleinere leveranciers die enthousiast reageerden. Een ander aspect dat opvalt is dat zorginstellingen vaak werken met ??n menu dat alang vantevoren vastgesteld wordt. Terwijl de koks van de betrokken instellingen nu ook aangegeven hebben meerdere menu's per dag aan te willen bieden die op korte termijn vastgesteld worden. Deze flexibiliteit zorgt ervoor dat je goedkopere produkten op kan nemen in je menu.'
Biologisch groente- en fruitpakket bij Albert Heijn
22 februari 2007 Albert Heijn is in februari gestart met biologische groente- en fruitpakketten. In eerste instantie zijn de groentedozen beschikbaar in 150 vestigingen in Nederland. Jos? Mes, woordvoerster van AH geeft aan dat dit aantal de komende tijd snel uitgebreid zal worden: ?Met de marktintroductie van het pakket willen we de toegang tot biologische producten voor consumenten verbeteren.? De inhoud van het pakket, met de AH-biologisch huisstijl, bestaat uit seizoensgroenten en wisselt per week. Het zou voldoende moeten zijn voor twee maaltijden voor 3 ? 4 personen. Albert Heijn hoopt daarmee vooral in te spelen op de wensen van gezinnen in de categorie light users. ?Het is makkelijk, mensen hoeven alleen de doos mee te pakken zonder alle afzonderlijke groenten bij elkaar te zoeken,? aldus Mes. De kosten bedragen ?9,95 per doos.
De Engelse supermarktketens Tesco en Sainsbury?s gingen AH hierin voor. Zij bieden sinds vorig jaar wekelijks een kist met biologische groenten aan (via een thuisbezorgdienst). In Nederland leveren groothandels Odin en Udea (Vita tas) bio-abonnementen via natuurvoedingswinkels en andere afhaalpunten.
Koos Bakker, directeur van Odin, reageert positief op dit nieuwe initiatief: ?Ik beschouw het als een compliment van AH aan Odin. De doos zou bij kunnen dragen aan positieve reclame voor het Odin groente-abonnement.? Koos Bakker wijst er wel op dat er een groot verschil zit tussen het pakket dat AH aanbiedt en het groente-abonnement van Odin, dat verder reikt dan alleen het verpakkingsmateriaal. ?Bij Albert Heijn wordt iedere doos afgerekend aan de kassa. Er is dus geen sprake van binding of de vorming van een ?inkoop community?.? Daarnaast zorgt de afzetzekerheid van het abonnement ervoor dat Odin andere producten aan kan bieden,bijvoorbeeld die snel onderhevig zijn aan bederf, zoals sla. Volgens Bakker zou het AH groente- en fruitpakket een opstap kunnen zijn voor consumenten naar een Odin-abonnemen.
Wereldwijd bijna 31 miljoen ha gecertificeerd biologisch
19 februari 2007 Wereldwijd bijna 31 miljoen ha gecertificeerd biologisch.
Nuernberg, IFOAM, FiBL en S?L presenteerden feiten en cijfers over de biologische sector tijdens de Biofach afgelopen week in Nuernberg. Cijfers zijn afkomstig uit het rapport The World of Organic Agriculture: Statistics and Emerging Trends 2007
Australie is nog altijd koploper met een oppervlakte van 11.8 miljoen ha, gevolgd door Argentinie (3,1 miljoen ha), china (2.3 miljoen ha) en de VS (1.6 miljoen ha). Procentueel gezien kent het Alpine gebied het hoogste aandeel biologische grond: in Oostenrijk wordt 14% van het totale landbouwareaal biologisch bewerkt. Qua groei over het afgelopen jaar springen met name de VS (400.000 ha), Italie (110.000 ha) en Polen (85.000 ha) in het oog. Daarnaast is voor het verzamelen van wilde producten op dit moment 62 miljoen ha gecertificeerd volgens biologische richtlijnen.
De totale waarde van verhandelde biologische produkten wereldwijd bedroeg 25.5 miljard euro in 2005. Verreweg de grootste afnemers zijn Europa en Noord Amerika. De totale omzet voor 2006 wordt geschat op ruim 30 miljard en de verwachting voor de komende jaren is positief.
meer info over het rapport:
Dr. Helga Willer, Research Institute for Organic Agriculture (FiBL)
Tel. +41 79 2180626
E-Mail helga.willer@fibl.org
Minou Yussefi, Foundation for Ecology and Farming (S?L)
Tel. +49 6322 98970-0
E-Mail info@soel.de
Gras uit natuurgebieden bruikbaar voor de melkveehouderij
16 februari 2007 Gras afkomstig van percelen in natuurgebieden is goed te gebruiken door melkveehouders. Dit blijkt uit het project ?Meer dan beheer? uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut in nauwe samenwerking met veehouders in Friesland en Noord-Holland. Aanleiding voor het project is het toenemende aantal hectaren grasland in Nederland waarbij rekening moet worden gehouden met natuurwaarden: naar schatting 300.000 ha binnnen de komende tien jaar. De kosten voor natuurbeheer stijgn daarmee navenant en zouden in de hand gehouden kunnen worden wanneeer veehouders dit gras afnemen.
Uit de studie blijkt dat ruwvoerwinning goed samen gaat met de natuurdoelen van redelijk voedselrijk grasland. Melkveebedrijven kunnen waarschijnlijk 20% beheersgras voeren zonder dat de melkproductie daalt. Indien een groter aandeel beheersgras gevoerd wordt kan het rendement op peil blijven door:
- gerichte en zuinige toepassing van mest op beheersland;
- voorkomen van structuurbederf, verruiging, onkruiden en giftige planten;
- schoon en snel oogsten van niet te zware snedes, liefst als hooi of droge kuilbaal;
- vakkundig combineren met ander ruwvoer, bijproducten of krachtvoer;
- het fokken van (of kruisen met) sobere dieren, en daarmee accepteren dat een groter aantal koeien nodig is om het quotum vol te melken.
Het optimale aandeel beheersland ten opzichte van de totale oppervlakte beschikbaar grasland verschilt per bedrijfssituatie. Beheersgras aankopen of beheersland pachten is aantrekkelijk in het geval van dure landbouwgrond, voldoende stalruimte voor extra dieren of een redelijke kwaliteit beheersgras.
Brochure
Alle aspecten van de inzet van beheersgras worden behandeld in de brochure ?Meer dan beheer ? melken van beheersgras? Hierin komen oa aan bod: het management van beheerspercelen, de winning en conservering van voedering en de kosten en baten. De brochure is te bestellen via publicaties@louisbolk.nl of te downloaden via www.louisbolk.nl.
Meer info via dr. ir. F. Smeding via 0343-523 860.
16 februari 2007 BELGIE, Biofruit op school,zo heet de actie waarbij de leerlingen van
verschillende scholen wekelijks een stuk biofruit aangeboden krijgen. Drie scholen in het Bornemse Belgie nemen aan het project deel. Het gemeentebestuur van
Bornem ondersteunt vanaf dit schooljaar deze gezonde actie, om zo de
fruitconsumptie bij kinderen ?n de biologische landbouw te stimuleren.
Scholen die een biofruitabonnement afsluiten, krijgen van het
gemeentebestuur een subsidie. Fruit uit eigen regio geniet daarbij de voorkeur.
Uitgekiend fokken kan agressief gedrag bij dieren fors terugdringen
07 februari 2007 Agressief gedrag bij dieren, zoals kannibalisme bij legkippen, kan wellicht teruggedrongen worden door een intensief fokprogramma. Tot nu toe is het fokken van landbouwhuisdieren vooral gericht op het verbeteren van de kenmerken van het individuele dier en werd gedacht dat het sociale gedrag van dieren met fokmethoden nauwelijks valt te be?nvloeden.
Een verbetering van het sociale gedrag herbergt grote voordelen voor zowel de veehouder als het dier. In feite komt het neer op een verbeterd groepsgedrag, hetgeen bevorderlijk is voor het welzijn en de gezondheid van de dieren. Verhoogd welzijn zal het aantal dieren dat voortijdig sterft aanzienlijk doen afnemen.
De eerste proefnemingen, gebasseerd op erfelijke verschillen in sociaal gedrag van dieren, toonden binnen een generatie een substantiele afname van sterfte door kannibalisme.
05 februari 2007 Op dit moment worden de voorbereidingen getroffen om van start te gaan met een biologische markt in Brielle. De eerste marktdag staat gepland op donderdag 19 April 2007 op de markt in Brielle.
Een basisaanbod van kraamhouders heeft zich reeds gecommiteerd. Er is nog ruimte voor wisselkramen met uiteenlopende produkten. Geinteresseerde kraamhouders kunnen zich melden bij:
Gina Lageweg
Vischstraat 16
3231 AV Brielle
06-43011458
email: info@hetspeelpopje.nl
Soil Association start onderzoek naar food miles van biologische levensmiddelen
02 februari 2007
Het onderzoek vloeit voort uit de wens van consumenten en verschillende certificerende organisaties om het aantal food miles van biologische levensmiddelen te beperken. Volgens de Soil Associaction is het daarom noodzakelijk om het aantal foodmiles zoveel mogelijk te beperken vooral met het oog op de klimaatverandering.
Het terugdringen van het aantal foodmiles ligt echter gevoelig aangezien dit onder meer een directe invloed zal hebben op de belangen van producenten in ontwikkelingslanden.
Het transport van biologische levensmiddelen dat via de lucht wordt vervoerd is procentueel gezien weliswaar erg klein: 1 procent van het totale volume voedsel dat getransporteerd wordt, vindt plaats via het luchtruim. Desalniettemin, zo blijkt uit cijfers van het Britse departement voor voedsel, is het verantoordelijk voor 11% van de totale uitstoot van CO2 die gemoeid is met het vervoer van voedsel. Bovendien is luchtvervoer op dit moment de snelst groeiende tak in de transportsector.
Om het foodmiles probleem te kunnen tackelen hoopt de Soil Association het komend jaar te kunnen komen met een aantal richtlijnen en maatregelen. Ideeen over de precieze invulling hiervan lopen uiteen en kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op een label dat een indicatie geeft van het aantal foodmiles, CO2 compensatie of een verbod op luchttransport van biologische waar.
Bedrijfsnetwerk biologische pluimveehouderij van start
17 januari 2007 Begin 2007 gaat het bedrijfsnetwerk biologische pluimveehouderij van start. De startbijeenkomst vindt plaats op 23 februari aansluitend op de Bio-Gefl?geltagung te Almen. De bedrijven zelf staan centraal in het bedrijfsnetwerk en de activiteiten die we organiseren zullen vooral ten goede komen aan de bedrijven die actief deelnemen. Daarom zetten we in nauwe samenwerking met de bedrijven belangrijke thema?s en onderwerpen op de agenda. Afhankelijk van de belangstelling worden thema- en studiegroepen gevormd die regelmatig bijeenkomen om kennis op te doen en uit te wisselen.
Datum startbijeenkomst:
23 februari 2007 van 14.00 tot 16.00 uur aansluitend op de Bio-Gefl?geltagung
Locatie: Landgoed Ehzerwold, Ehzerallee 14, Almen
Let op!
Opgave voor deelname van vrijdagochtend Tagung is mogelijk, raadpleeg hiervoor de agenda op www.biokennis.nl
Meer info en/of aanmelding verkrijgbaar bij:
Leen Janmaat, l.janmaat@louisbolk.nl,
tel: 0343 52 38 70 of 06 44 19 79 20
Duitse boer profiteert niet van de groeiende biologische omzet.
17 januari 2007 De Duitse markt voor biologische produkten groeit gestaag, sommige produkten zoals aardappelen en hafer worden reeds schaars. Duitse ondernemers plukken daar echter niet de vruchten van. Dat is althans de mening van Elke Roeder, verbonden aan het Bundesverband Naturkost en Naturwaren (BNN), de landelijke organisatie voor de produktie en handel van biologische produkten. Zij wijt dat met name aan het wisselende en onzekere beleid dat zowel op regionaal als ook op nationaal vlak gevoerd wordt en boeren ervan weerhoudt de bedrijfsvoering om te schakelen naar een biologische produktie methode.
Het tekort in de markt wordt aangevuld door de internationale concurrentie die zich verheugt op een groeiend marktaandeel in Duitsland, de grootste afnemer van biologische produkten in Europa. De groei van de Duitse markt betrof in 2005 15%, 2006 kenmerkte zich tevens door een zeer goede ontwikkeling en voor de toekomst wordt eveneens rekening gehouden met een tweecijferige groei van de omzet.
?Het zou fataal zijn wanneer Duitsland ook in de komende jaren niet inspeelt op de kansen van de groeiende markt voor biologische produkten?, aldus Thomas Dosch, president van Bioland Duitsland. Het stopzetten van de subsidies ter stimulering van biologische teelt in meerdere deelstaten in de jaren 2005 en 2006 wordt in dat opzicht als grootste politieke misser gezien. En hoewel vanaf 2007 de subsidie in de meeste deelstaten weer van kracht wordt is het sterk afgezwakt tov eerdere jaren.
Een hogere prijs van het biologische produkt zou wenselijk zijn maar is niet op korte termijn te verwachten op grond van het algemeen lage prijsniveau van levensmiddelen en de daarmee samenhangende prijsafhankelijkheid van gangbare produkten. Subsidies blijven uit dat oogpunt kennelijk ook in Duitsland noodzakelijk om de internationale concurrentie op de eigen markt het hoofd te bieden.
12 januari 2007 De biologische pluimveesector wil vierkantsverwaarding van biologische vleeskippen gaan realiseren: optimale verwaarding van alle delen van de kip. Bouten en vleugels van biologische vleeskippen verdwijnen tot nu toe veelal in het gangbare circuit. Het project ?Vierkant achter biologische kip?, dat wordt geleid door de Wageningen Universiteit, gaat binnenkort van start met steun van LNV. Het project is mede mogelijk gemaakt dankzij inspanningen van Bioconnect.
12 januari 2007 De Bio-Monitor halfjaarcijfers over de eerste helft van 2007 tonen groeicijfers in alle verkoopkanalen. De consumentenbestedingen voor biologische voedingsmiddelen zijn gestegen met 15,5% tot ? 258,1 miljoen. De totale omzet op de voedingsmiddelenmarkt steeg in deze periode met 8,5%. Hiermee stijgt de verkoop van biologische producten bijna twee keer zo hard als de totale markt. Het marktaandeel voor biologisch nam toe tot 2% (2006: 1,9%). Bij de versproducten bedraagt het marktaandeel nu 3%.
De groei van de bestedingen heeft plaatsgevonden binnen alle verkoopkanalen. De sterkste procentuele stijging vond plaats bij relatief nieuwe verkoopkanalen zoals discounters (40%), de cateringsector ( 21%) en overige verkoopkanalen (webwinkels, huisverkoop, boerenmarkten: 21%). De grootste verkoopkanalen vertoonden een solide groei: de supermarkten 15%, de speciaalzaken 12%. Deze twee kanalen zorgen samen voor 86% van de totale bestedingen.
Vooral de biologische eieren deden het erg goed in de eerste helft van 2007: de omzet steeg met 30% en het marktaandeel steeg tot 5,1 %. Dagverse zuivel (excl. kaas en boter) en brood deden het ook goed bij de consument, met een omzetstijging van respectievelijk 30% en 31%. De omzet van AGF steeg met 9%, bij het biologisch vlees was dat 10,8%. Over de hele linie steeg tevens het marktaandeel, behalve bij verse AGF doordat de omzet van gangbare AGF nog sterker steeg.
Het aantal biologische bedrijven en omschakelaars steeg licht, netto met 13 bedrijven. Het biologisch areaal groeide nog niet mee, omdat bedrijven in omschakeling niet meegeteld worden. Het areaal daalde zelfs tussen 1 januari en 1 juli 2007 met 1,5 % tot 47.674 hectare. Daarmee bedraagt het aandeel biologisch landbouwareaal nu 2,4%. In 2006 bedroeg dit nog 2,5%.
08 januari 2007 Al enige jaren adviseert het Louis Bolk Instituut de biologische sector over de geschiktheid van het aanbod biologisch uitgangsmateriaal. Ze levert elk jaar een lijst (annex) van gewassen waarvan voldoende assortiment zaad of pootgoed beschikbaar is en waarvoor geen ontheffing mogelijk is voor het gebruik van gangbaar uitgangsmateriaal.
Voor granen en aardappelen produceert Nederland al jaren voldoende biologisch uitgangsmateriaal. Voor voedergewassen, grassen en groenbemesters zijn Nederlandse telers grotendeels afhankelijk van buitenlands aanbod. Sinds 2006 staan grasmengsels al wel op de annex en witte klaver mogelijk in de loop van 2007, als de hoofdrassen als biologisch zaad alsnog beschikbaar komen. Bij de rode klaver is de zaadproductie van een belangrijk hoofdras mislukt. Hopelijk kan dit gewas in 2008 weer op de annex.
Onder de groentegewassen groeit de lijst gestaag. Van 43 gewassen luidt het advies dat ze rijp zijn voor de annex. Een doorbraak is dat voor dit jaar het advies komt ui op de annex te plaatsen, het eerste grote groentegewas op de lijst. Nu uien er op staan zou het ministerie druk kunnen uitoefenen op buitenlandse collega?s om ook dergelijke vorderingen te maken.
Voor vegetatief uitgangsmateriaal materiaal zoals bomen en bloemen is nog niets geregeld.
Het eindrapport is in onderdelen van de site www.biokennis.nl te downloaden.
Meer informatie: Edith Lammerts van Bueren, e.lammerts@louisbolk.nl
22 december 2006 Op 19 december 2006 heeft de Europese Landbouwraad een principeakkoord bereikt over de nieuwe Europese verordening voor de biologische landbouw. De hoofdlijnen staan daarmee vast. Biologica is voorstander van een nieuwe regeling op Europees niveau en het verplichte gebruik van het Europese logo. Zij ziet het als een gemiste kans dat horeca en catering nog niet in de Verordening worden opgenomen.
Nagenoeg alle regels voor de biologische landbouw in Nederland vloeien voort uit een Europese verordening voor biologische landbouw. Deze 15 jaar oude verordening was toe aan vernieuwing en vereenvoudiging. De Europese Commissie heeft in december 2005 een voorstel ingediend dat gedurende 2006 is besproken en aangepast.
Biologica is positief dat de Europese Commissie en de Landbouwraad zich actief inzetten voor de biologische landbouw. Het principeakkoord bevat een aantal goede nieuwe elementen. Er komen Europese regels voor biologische kweekvis. Een verplicht Europees logo garandeert een gelijke basispositie voor biologisch in iedere lidstaat, terwijl de ontwikkeling van de private labels niet aan banden wordt gelegd.
In de nieuwe Verordening wordt, onder strikte voorwaarden, ingredi?ntenlabelling toegestaan. Biologica is kritisch over ingredi?ntenlabelling, maar tevreden dat het risico op verwarring bij de consument zo klein mogelijk is gehouden, en zal toezien op strikte naleving.
Intensieve lobby
Biologica heeft kritiek op het proces rond de Verordening. De sector heeft het afgelopen jaar vooral informeel via intensieve lobby haar stem laten horen. Biologica is van mening dat de sector nu en in de toekomst formeel en structureel moet deelnemen aan discussies over hoe de biologische landbouw zich moet ontwikkelen.
De snelheid waarmee de Finse voorzitter van de Europese Raad eind 2006 naar een akkoord heeft toegewerkt, heeft ook tot enkele compromissen geleid, die Biologica betreurt. Zo vindt Biologica het een gemiste kans dat horeca en catering uiteindelijk niet onder de verordening vallen. Het valt niet uit te leggen dat eten dat in de winkel is gekocht wel aan strenge normen voldoet maar dat er geen Europese garanties zijn voor eten opgediend in restaurants.
Wild en vis
Het akkoord biedt expliciet de mogelijkheid met biologische ingredi?nten goede sier te maken als ze samen met wild gevangen vis of wild in een product zijn verwerkt. Alleen als deze vis en dit wild op een duurzame wijze wordt gevangen of gevist, vindt Biologica een dergelijke combinatie acceptabel.
Tot slot kunnen lidstaten in de nieuwe verordening via een flexibiliteitregeling in bijzondere omstandigheden de productie-eisen voor biologisch aanpassen. Helaas bieden de nieuwe voorstellen mogelijkheden om ongewenste ingredi?nten in een biologisch product op te nemen. Biologica meent dat de regeling niet mag leiden tot het flexibel interpreteren van de uitgangspunten van de biologische landbouw.
Voordat de Landbouwraad een definitief akkoord kan sluiten, moet het Europese Parlement in maart haar oordeel geven over de nieuwe verordening. Daarna bespreken de Lidstaten de uitvoeringsregelingen van deze verordening die vanaf 2009 in werking zal treden.
19 december 2006 Prijsverlaging van biologische producten leidt tot meer omzet, maar er is meer nodig om het aankoopgedrag van consumenten te be?nvloeden. De prijs is niet allesbepalend. Dat is in het kort de conclusie van het prijsexperiment biologische producten dat afgelopen zomer in de supermarkten van tien plaatsen is gehouden. Minister Veerman heeft op 18 december het eindrapport van het LEI in ontvangst genomen.
Uit de enqu?tes blijkt dat consumenten biologische producten kopen omdat zij het 'lekker' of 'gezond' vinden, of omdat zij het met een hoge kwaliteit beoordelen. Consumenten waarderen biologische producten vanwege de positieve milieuaspecten, maar in het eigen koopgedrag speelt dat een ondergeschikte rol. Consumenten zeggen bereid te zijn om tussen de 20 en 25% meer te betalen voor biologische producten.
In het prijsexperiment werden de prijzen van biologische producten in de supermarkten in tien plaatsen substantieel verlaagd; afhankelijk van het product tussen de 5% en 40%. De effecten van de prijsverlagingen op de omzet waren voor elk product anders. Een prijsverlaging van bijvoorbeeld 10% leidt tot een afzetstijging van 10 tot 20%. Aan sommige producten zoals melk, champignons, aardappelen, varkensvlees en rijst lijkt een 'plafond' te zitten: bij een steeds verdergaande prijsdaling weegt op een gegeven moment de afzetgroei niet op tegen de prijsdaling, waardoor de omzet gaat dalen. Bij eieren, rundergehakt en muesli geldt dat de prijsverlagingen blijven leiden tot extra afzet ?n omzet.
Minister Veerman was blij met de resultaten van dit onderzoek: 'Het is op zich logisch dat bij prijsverlaging mensen meer producten kopen, maar het onderzoek laat ook zien dat andere factoren evenzeer of misschien wel van grotere invloed zijn op het koopgedrag.' Dat kan dan bijvoorbeeld gaan om zichtbaarheid in het schap, productpresentatie.
Prijsverlaging is volgens de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw een instrument dat versterkend k?n werken maar dan moeten de bijbehorende kosten wel in verhouding staan tot de opbrengst: afzet ?n omzet ?n behoud van kwaliteit. Prijsverlaging moet daarom worden afgewogen ten opzichte van de effecten van andere instrumenten, zoals een effectievere marketing van biologische producten.
Structurele verlaging van de prijzen door de overheid is zeer lastig, ook in verband met Europese regels. Bovendien heeft prijssteun een beperkt effect. Staatssteun zou overigens maar deels de Nederlandse biologische productie stimuleren omdat veel biologische producten in het buitenland worden geproduceerd. 'Het is aan mijn opvolger, maar mijn conclusie is dat prijssteun bijna altijd marktverstorend werkt', zei minister Veerman.
11 december 2006 De Natuurweide, vereniging van biologische melkveehouders, verwacht een tekort aan biologische melk in 2007. De vraag naar bio-melk in binnen en buitenland stijgt flink en de huidige pakweg 350 biologisch melkveehouders kunnen deze vraag niet bijhouden. Er zijn dan ook omschakelaars nodig. De prijzen voor de melk worden beter. Ecomel (Campina) heeft de toeslag voor 2007 voor bio-melk verhoogd van 5,88 naar 6,4 cent per kg. Andere verwerkers volgen waarschijnlijk omdat Ecomel nog steeds marktleider is. Zij verwerken in 2006 39 miljoen liter bio-melk van 125 melkveehouders. EkoHolland Melk op maat, de melkpool van 52 veehouders verwerkt 18,5 miljoen liter melk. Omdat de pool de melk op de vrije markt afzet en de vraag flink aantrekt kunnen zij een hogere prijs geven dan Ecomel. Kees van Zelderen, voorzitter van de Natuurweide: ?Dat geeft een gezonde onrust. De pool zet de andere verwerkers onder druk en dat is goed. De markt doet zijn werk. Aan de andere kant willen melkveehouders de zekerheid van de toeslagen niet zomaar loslaten. In tijden van een overschot zit je goed met een vaste toelage, in tijden van tekort heb je het gevoel dat je te weinig krijgt voor je melk. Beide prijsvormingssystemen moeten naar mijn idee blijven bestaan. Ik verwacht voor de komende jaren een groeiende markt en betere prijzen. Dat is positief!?.
10 december 2006 Binnen het project Syscope doet Wageningen Universiteit onderzoek naar authentieke en bijzondere komkommerrassen voor de biologische markt. Doel van het project is het ontwikkelen van een nieuw biologisch komkommerconcept. Een concept dat teruggrijpt op authentieke en bijzondere rassen. De komkommers moeten verschillen qua smaak en uiterlijk van bestaande komkommers en in het winkelschap duidelijk zijn te onderscheiden. De onderzoekers zijn begonnen met 57 rassen, die het CGN, Centrum voor Genetische Bronnen, vanuit haar netwerk van genenbanken over de hele wereld en in samenwerking met Enza Zaden had geselecteerd. Deze zijn in de zomer van 2006 geteeld, deels in bij PPO in Naaldwijk en deels op de Warmonderhof. De rassen zijn beoordeeld op teelt- en producteigenschappen en vervolgens zijn de vruchten door smaakpanels beoordeeld. Tien soorten komkommers zijn in speciale consumentengroepen besproken om de aantrekkelijkheid en beste positionering te onderzoeken. De uiteindelijke selectie hangt af van de teelteigenschappen, zodat ze in voldoende hoeveelheden kunnen worden geteeld. Het is de bedoeling dat in de loop van 2007 de eerste ?vergeten soorten? komkommers in de winkel liggen. Bron:www.syscope.nl
De biologische en gangbare uientelers in de LTO overleggroep Valse Meeldauw zijn het eens geworden over een totaalpakket aan maatregelen om te komen tot een gezondere teelt. Valse meeldauw is een schimmelziekte die de laatste jaren een toenemend probleem vormt.
Uitgangspunt is een serie preventieve maatregelen op basis van de nieuwste kennis van de ziekte en de verspreiding van de sporen. Onderzocht wordt wat de invloed van afvalhopen is. Afvalhopen waarop groen te zien is, moeten afgedekt gaan worden.
Alle percelen eerstejaarsplantuien worden door de Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw in het veld gecontroleerd op voorkomen van valse meeldauw. Eerstejaars plantuien van percelen, waarin te velde enkele dagen voor het rooien valse meeldauw is geconstateerd, moeten een warmwaterbehandeling ondergaan. Doel van de maatregelen is het zo lang mogelijk schoon houden van eerstejaars plantuien voor de volgende teelt.
Om de eerstejaars plantuienteelt te beschermen en tegelijk mogelijk te maken dat biologische zaaiuientelers een commerciële oogst kunnen halen, is besloten de verplichte aanpak van valse meeldauw tijdelijk op te schorten. De oogst van biologische zaaiuien start op een moment dat nog niet alle eerstejaars plantuien gerooid zijn.
Als tweederde deel van de eerstejaars plantuien is gerooid, wordt de verplichte bestrijding van valse meeldauw opgeschort. Het Zuidwesten is met de oogst van plantuien zeven tot tien dagen vroeger dan Noord-Nederland. Nederland wordt daarom ingedeeld in een aantal gebieden om zo de regionale verschillen tot zijn recht te laten komen.
Het streven is om de teelt van zowel gangbare als biologische uien verder te verbeteren door het systematisch aanpakken van valse meeldauw. Uien zijn voor de boeren een belangrijk gewas en voor Nederland een belangrijk product in de internatonale handel.
Op grond van de positieve ervaringen daarmee is besloten de zelfhandhaving, zoals dit jaar voor het eerst toegepast in Oostelijk Flevoland, in het hele land te organiseren. Daarmee wordt de sociale rust en de communicatie bevorderd.
Meer informatie: voorzitter Vakgroep Biologische Landbouw, Martin Wiersema martin.wiersema@orange.nl
04 december 2006 LTO Noord Groningen heeft de stimuleringsprijs voor de Groninger land- en tuinbouw toegekend aan Arnold Vergeer uit Oldehove. Arnold en Petra Vergeer hebben een biologisch-dynamisch bedrijf met 110 melkschapen. Ze verwerken de melk op eigen bedrijf tot schapenkaas.
De jury ziet in Vergeer een ‘diamantje’ onder de agrarische ondernemers, die best een keer mag schitteren vanwege zijn bijzondere uitstraling naar de maatschappij. De jury verwonderde zich over het ontstaan van het bedrijf, de filosofie en authenticiteit van de ondernemer en zijn doorzettingsvermogen. De ondernemer houdt bij zijn bedrijfsvoering nadrukkelijk rekening met het bijzondere landschap in het Reitdiepgebied. Hij heeft eigen afzetkanalen voor de Oldenhoofster Schapenkaas gecreëerd.
24 november 2006 Sinds 21 november kunnen de biologische leghennen weer naar buiten. De afschermplicht is opgeschort tot het komend voorjaar, wanneer de trek van wilde vogels weer begint. LNV meldt dat er bij monitoring van wilde vogels in de EU geen besmettingen zijn gevonden. Ook zijn er in omringende landen geen uitbraken van vogelgriep bekend. Lidstaten van de Europese Unie mogen zelf bepalen of zij maatregelen ter voorkoming van insleep van vogelgriep voortzetten. Achtergrond hiervan is dat er binnen de EU grote verschillen in omstandigheden ten aanzien van de vogeltrek kunnen bestaan, die tot een andere risicobeoordeling kunnen leiden.
Op de langere termijn blijft de vogelgriep een dreiging voor de pluimveesector, er wordt dus ook verder gewerkt aan de invoering van vaccinatie tegen vogelgriep. Of dit zal slagen hangt vooral af van een invoering van een vaccinatiebeleid op Europees niveau.
13 november 2006 Op 13 november is de prijs van Europees melkveehouder van het jaar uitgereikt aan biologisch melkveehouder Nils Spaans.
De Duitse landbouworganisatie DLG is samen met Eurotier de organisator van deze verkiezing. Kandidaten uit meerdere landen hebben meegedongen naar de prijs.
EDF Nederland vindt het een grote eer dat een Nederlandse melkveehouder deze prijs heeft gekregen.
Nils is lid van European Dairy Farmers (EDF) en heeft zich al in verschillende opzichten geprofileerd als een bijzondere ondernemer. Ook binnen de groep van EDF neemt hij een bijzondere positie in.
Hij boert in Broek op Waterland, een omgeving waar het niet gemakkelijk boeren is. Zijn bedrijfsvoering is biologisch op een moderne manier. Zo melkt hij al een aantal jaren met een melkrobot. Daarnaast doet hij veel aan natuurbeheer en betrekt de burgers uit zijn omgeving bij de boerderij.
Hij heeft zijn bedrijf zo georganiseerd dat hij tijd en mogelijkheden heeft om breed maatschappelijk actief te zijn.
Daarbij realiseert hij uitstekende technische en economische resultaten.
Dit alle is voor de jury aanleiding geweest om Nils Spaans uit te roepen tot Europees melkveehouder van het jaar.
11 november 2006 Eind oktober heeft de expertgroep na een lange en intensieve discussie unaniem besloten om LNV te adviseren uien op de Nationale Annex te plaatsen.
Dit betekent dat uientelers voortaan verplicht zijn om biologisch vermeerderd uienzaad te gebruiken.
Sinds een aantal jaren produceren enkele zaadbedrijven biologisch zaad van een behoorlijk aantal commerci?le uienrassen. Toch ligt het gebruik van biologisch uienzaad onder Nederlandse uientelers tot op heden beneden de 10%. Dit heeft verschillende oorzaken.
Zaadprijs. In de eerste plaats was het biologisch geproduceerde zaaizaad vele malen duurder dan het niet-biologische zaaizaad. Dit resulteerde in een 10 tot 30 % hogere kostprijs voor het eindproduct. Dat terwijl de teelt van biologische uien de laatste jaren ver onder de kostprijs geproduceerd werd.
Oneerlijke concurrentie. Daarnaast speelt mee dat de regels voor het gebruik van biologisch zaad per lidstaat verschillend ge?nterpreteerd worden. Wanneer de Nederlandse telers wel biologische zaden gebruiken en telers in omringende landen niet, resulteert dat in een concurrentie nadeel op de exportmarkt.
Raseigenschappen. Ten derde wijken telers vaak vanwege specifieke raseigenschappen uit naar rassen waarvan geen biologisch zaad beschikbaar is.
De Europese wetgeving rond biologisch uitgangsmateriaal heeft verschillende zaadbedrijven gestimuleerd om te investeren in de ontwikkeling en productie van biologisch uienzaad. Door de geringe afname van biologisch zaad door biologische telers blijven zaadbedrijven echter met hun voorraden zitten en dreigt de ontwikkeling van nieuwe biologisch vermeerderde uienrassen tot stilstand te komen. Verschillende zaadbedrijven, waaronder Bejo, Advanta en Hoogzand Uienhandel, hebben hun biologische uienprogramma al op een laag pitje gezet.
Uitstraling
De expertgroep is ervan overtuigd dat het gebruik van biologisch zaad een positief effect heeft op uien als een betrouwbaar Nederlands exportproduct, en dat dit een uitstraling heeft naar de hele Nederlandse biologische sector. Met deze stap wordt historie geschreven; er wordt een flinke stap voorwaarts gemaakt in het sluiten van de biologische kringloop ?n er wordt een duidelijk signaal gegeven aan zaadbedrijven en andere marktpartijen dat de biologische sector het waard is om in te investeren.
10 november 2006 In een reactie op de berichtgeving van Milieudefensie over de daling van het EKO-aanbod bij de supermarktketen stelt Albert Heijn dat biologisch een speerpunt is en blijft. AH streeft ernaar de totale biologische omzet te verhogen. Voor de supermarkt is dan ook niet het aantal producten van belang maar de totale verkopen en deze zijn t.o.v. 2005 gestegen. Met een aandeel van 60% is Albert Heijn nog steeds marktleider bio in het supermarktkanaal.
Albert Heijn wijst er op dat de conclusies van Milieudefensie zijn gebaseerd op een telling in 80 van de ruim 700 filialen. Het aantal biologische producten per winkel verschilt. In totaal heeft Albert Heijn 230 biologische producten in zijn assortiment.
08 november 2006 Uit de jaarlijkse vergelijking van het EKO-aanbod in supermarkten door Milieudefensie komt Plus het beste uit de bus. Met de introductie van 40 nieuwe producten tot een gemiddelde van 151 per filiaal is Plus de nieuwe koploper. Over de hele linie daalt het aanbod van bio-producten in de Nederlandse supermarkten met 4%. Gemiddeld liggen er nu in de schappen van de Nederlandse supermarkt 58 verschillende biologische producten.
De winnaar van vorig jaar, Konmar, zakt weg met een afname van 30 producten (doordat de Konmar-formule dit jaar is verkocht werden onvoldoende filialen geteld om in het klassement te blijven). Albert Heijn zakt verder weg en is nu in twee jaar tijd van 165 naar 119 producten gedaald (min 30%). Een opvallende ontwikkeling voor de enige super met biologisch huismerk ?n voor de super die claimt de grootste in biologisch te zijn (AH beweert 250 biologische producten aan te bieden, maar dit blijkt niet uit de tellingen).
Het aanbod van Plus ligt nog beneden het niveau van de AH van twee jaar terug. Maar de ontwikkeling is veelbelovend, vooral omdat in de top 10 filialen twee Plus supermarkten bovenaan staan. De EKO-Award 2006 gaat naar de Plus aan de Arnhemseweg in Amersfoort, met maar liefst 863 EKO-producten in het assortiment. Daarmee komt het winnend filiaal in de buurt van het aanbod van de voorlopers in de landen om ons heen, waar een assortiment van 500 tot wel 1100 producten heel gewoon is. Andere stijger in het klassement is de Coop die met +10 producten het verlies in 2005 weer bijna goed maakt.
De Lidl staat in dit overzicht nog laag, maar introduceerde net na het onderzoek een nieuwe assortiment biologisch, onder de merknaam Bioness. Milieudefensie telde daar nu zo?n 15 producten in de schappen.
De Jumbo heeft de laatste drie jaar een relatief constant en hoog biologisch aanbod. Dit viel kennelijk vol te houden, ondanks een grote uitbreiding van het aantal filialen in dezelfde periode.
Milieudefensie heeft voor dit onderzoek 412 supermarktfilialen vergeleken. Dit jaar is ook het assortiment Fair Trade producten geteld, in samenwerking met Solidaridad. Op fairtrade gebied wint het Jumbo-filiaal aan de Vijf Werelddelen in Rotterdam met 69 producten. De Jumbo is ook winnaar van het landelijk klassement met gemiddeld 18 fair trade producten per winkel. Opvallend is - landelijk gezien- de hoge positie van kleine ketens als Golff, Deen, Vomar en Coop. Albert Heijn komt daar op de 5e plaats.
Meer informatie:www.milieudefensie.nl
07 november 2006 World Organic Grower of the Year Award 2006 naar Chinees tuinbouwbedrijf
Op 3 november werden in het Okura Hotel in Amsterdam de finalisten en de winnaars bekend gemaakt van de World Grower of the Year Award. In een flitsende show kwamen alle finalisten van de verschillende categorie?n aan bod. In de categorie Organic won het Chinese bedrijf Beijing Qingpuyuan Vegetables Co Ltd. Dit bedrijf mag de titel World Organic Grower of the Year 2006 dragen. De winnaar van alle categorie?n was het Engelse bedrijf Southern England Farms Ltd. De World Grower of the Year Award is een initiatief van de Tuinbouw-wereldtentoonstelling Hortifair en het wereldwijde magazine The Grower.
In de categorie Organic was het biologisch tuinbouwbedrijf Gebr. Verbeek uit Velden een van de finalisten, maar greep net naast de hoofdprijs.
De gebr. Verbeek zijn eind 1997 overgestapt op de teelt van biologische producten en telen nu op drie locaties achtereenvolgens tomaten, komkommers en paprika. Het unieke van het bedrijf is dat ieder jaar deze teelten inclusief machines en bedrijfsvoering een kas doorschuiven. Op deze manier wordt aan vruchtwisseling gedaan ter voorkoming van bodemziekten.
Een ander uitzonderlijk feit is dat de Gebr. Verbeek hun eigen ?humus? produceren van afvalproducten zoals mest, snoeiafval en bedrijfsafval. Deze hoogwaardige humuscompost wordt gebruikt om de ziektenweerbaarheid te vergroten in de grond. Een bijkomend belangrijk milieuvoordeel is dat het mineralenverbruik met minstens 25% wordt gereduceerd, doordat het bedrijf gebruik maakt van het eigen groenafval.
Het bedrijf verpakt een groot deel van de producten zelf in hernieuwbare en biologisch afbreekbare kleinverpakkingen. Ook maakt het bedrijf dankbaar gebruik van het Nature & More ?trace and tell-systeem?, waardoor de handel en consumenten via internet meer informatie kunnen krijgen over deze telers, maar ook over de sociale en ecologische kwaliteit.
Meer informatie www.gebrverbeek.nl, www.eosta.com, www.natureandmore.com
Bron: Eosta
Start onderzoek naar alternatieven voor antibiotica in veehouderij
02 november 2006 Op 18 oktober heeft het RIKILT een contract afgesloten met het ministerie van LNV voor het project genaamd Fyto-V. Het project moet de toepassing van geneeskrachtige planten in voeders, voederadditieven en fytotherapeutische geneesmiddelen in de veehouderij dichterbij brengen. Er zijn te weinig plantaardige middelen beschikbaar waarvan de werkzaamheid degelijk is onderbouwd. Dit project is geagendeerd door de biologische veehouders in het kennisnetwerk Bioconnect.
De Europese regelgeving voor biologische landbouw schrijft voor dat alleen ?chemisch gesynthetiseerde allopathische geneesmiddelen? (o.a. antibiotica) gebruikt mogen worden als er geen werkzaam alternatief middel beschikbaar is. Biologische veehouders proberen in eerste instantie via preventieve (management)maatregelen te voorkomen dat hun dieren ziek worden. Gebeurt dat toch dan gebruikt men bij voorkeur natuurproducten. Echter het blijkt dat de werking van deze producten te wisselend is en matig onderbouwd. Hierdoor vallen biologische veehouders vaak terug op antibiotica en andere reguliere diergeneesmiddelen, hetgeen ongewenst is.
Voor ook de gangbare veehouderij is het van groot belang op verantwoorde wijze met medicijnen om te gaan. Door antibioticagebruik in de veehouderij bestaat het risico van resistentievorming. Recent bleek dat het antibioticagebruik in de totale Nederlandse veehouderij in 2005 is toegenomen met 12%. Minister Veerman uitte hierover zijn zorgen (zie ook het FIDIN rapport hierover op www.fidin.nl).
Projectaanpak Fyto-V
In het project wordt gestart met een brede internationale inventarisatie van fytotherapeutica die gebruikt kunnen worden om veelvoorkomende aandoeningen bij melkvee, varkens en (leg)pluimvee te voorkomen en/of te behandelen. Met de meest kansrijke middelen wordt in Nederland onderzoek opgestart. Zo nodig worden de producten chemisch gekarakteriseerd en wordt de werkzaamheid gecontroleerd in laboratoria. Daarna komen praktijkstudies studies aan bod. Ook wordt de wetgeving in Nederland en Europa op dit terrein onder de loep genomen om te komen tot een advies voor betere regelgeving. Het ministerie van LNV heeft ? 500.000,- beschikbaar gesteld.
Uitvoerders van het project zijn:
- Het RIKILT-Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen UR
- Het Instituut voor Etnobotanie en Zo?farmacognosie (IEZ)
- Het bureau van de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie (NVF)
- De Afdeling Veterinaire Farmacologie en Toxicologie / Faculteit Diergeneeskunde
- PhytoGeniX / Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Universiteit van Utrecht
- De Animal Science Group (ASG), onderdeel van Wageningen UR
- Het Louis Bolk Instituut uit Driebergen
- Kennisnetwerk Bioconnect
15 oktober 2006 Uit onderzoek van MarketResponse blijkt dat er in Nederland zo?n 1,6 miljoen Cultural Creatives zijn, mensen die een duurzame leefstijl nastreven. Dit aantal is sinds vorig jaar met 100.000 gegroeid. Market Response presenteerde dit op 9 oktober op het congres P+@Work. Cultural Creatives zijn een interessante doelgroep voor de verkoop van biologische producten. Directeur Willem Brethouwer gaf voorbeelden van de meest geslaagde reclame-uitingen om deze groep te bereiken:"Vooral gezond uitziende mensen en het gezellige boerenleven scoort". Volgens de marktonderzoeker kunnen we over twee jaar het ?Tipping Point? bereiken. Dan zullen de marktaandelen van duurzame producten en diensten ineens stormachtig gaan toenemen. ?Als deze producten maar gemakkelijk bereikbaar zijn, en duidelijk wordt uitgelegd dat het om een eerlijke prijs gaat,? aldus Brethouwer.
Paul Ray, de Amerikaanse bedenker van het concept Cultural Creative was op 12 oktober te gast op het congres 'Grijp de Cultural Creative' dat het Vlaamse Bioforum organiseerde. Een greep uit de marketing adviezen van Paul Ray en anderen tijdens dit congres:
- Vertel verhalen; het verhaal van je product, van je bedrijf, van je medewerkers, van je klanten, van jezelf. Toon foto's van het productieproces, laat klanten op bedrijfsbezoek komen. Geef informatie. 'Be who you are'.
- Boor verschillende thema?s aan
Cultural Creatives zijn bekommerd om een half dozijn thema's, waaronder ecologie, gezondheid, sociale bewogenheid, persoonlijke groei en spiritualiteit.
- Meer betalen?
De doorsnee Cultural Creative heeft een beperkt budget en koopt niet uitsluitend bio. Voor bio wil hij of zij tot 5 % meer betalen. Kost je product meer, dan moet het extra troeven hebben: ?n biologisch ?n gastronomisch ?n fairtrade ?n gezond zijn bijvoorbeeld. Dan wil de Cultural Creative wel tot 20 % meer betalen.
- Laat genieten!
Cultural Creatives zijn foodies. Ze houden van lekker eten, praten veel over
voeding en eten vaak buitenshuis.
- Verpakking als troef
De verpakking is het communicatiemiddel bij uitstek. Vertel ook hier je verhaal, toon emotie, maar geef ook duidelijke informatie.
Verkoop biologisch stijgt, aantal bedrijven gedaald
12 oktober 2006 Uit de EKO-Monitor halfjaarcijfers van 2006 blijkt dat de omzet van biologische voedingsproducten in het eerste halfjaar van 2006 met €223,8 miljoen 6,3% hoger lag dan in het eerste halfjaar van 2005. De omzet van de totale voeding (biologisch en niet- biologisch) steeg in dezelfde periode met 3,1% naar bijna €12 miljard. Dit betekent dat de verkoop van biologische voedingsmiddelen twee keer zo hard stijgt als de totale markt. Alle signalen uit de markt wijzen erop dat deze trend zich de komende kwartalen zal voortzetten, aldus Biologica.
Het marktaandeel voor alle biologische consumentenbestedingen samen komt in het eerste halfjaar van 2006 uit op 1,9%, van de verse producten op 2,9%. Biologische zuivel en vlees laten de meeste omzetgroei zien. De omzet van de biologische dagverse zuivel (excl. kaas en boter) is in vergelijking met het eerste halfjaar van 2005 met 16% gestegen. Het marktaandeel steeg naar 3,2%.
De omzet van biologisch vlees, vleeswaren en vleesvervangers steeg met 10% in het eerste halfjaar van 2006. Het marktaandeel steeg van 2,2% naar 2,4%. Het biologische vleessegment (excl. vleeswaren en vleesvervangers) groeide met ruim 14%. Vooral het biologische varkensvlees doet het goed.
Binnen zowel het supermarkt- als het natuurvoedingskanaal is er sprake van 7% omzetgroei. Het discountkanaal (Aldi, Lidl en Koopconsult) neemt een bescheiden positie in met 2,5% van de totale biologische omzet, maar vertoonde wel een groei van 22,7% ten opzichte van vorig jaar.
Het aantal gecertificeerde bedrijven is t.o.v. 1 januari 2006 licht gedaald tot een aantal van 1345. Het areaal is nagenoeg gelijk gebleven op 46.678 hectare. Daarmee bedraagt het aandeel biologisch in Nederland 2,5%.
De hogere verkoopcijfers zijn een Europese trend: In het Verenigd koninkrijk groeide de totale biologische consumptie in 2005 met 30%. Vooral de Britse biologische melk zit enorm in de lift, de omzet daarvan steeg met 91% het afgelopen jaar. Ook in Duitsland wordt voor 2006 een snelle groei van de bio-markt verwacht. De omzet van bio in het supermarktkanaal overtreft die van de speciaalzaken. Het biologisch areaal en het aantal bedrijven steeg eveneens in Duitsland in 2005, tot een totaal van 17.020 bedrijven op ruim 807.000 hectare. In Frankrijk worden voor 2006 ook groeicijfers verwacht.
06 oktober 2006 Begin deze maand startte Bio-Planet, de biologische supermarkt van de Groep Colruyt, met de inrichting van een biosupermarkt in Eindhoven (winkelcentrum de Heuvel Galerie). Bio-Planet ziet goede mogelijkheden voor de formule op de Nederlandse markt, waar meer biologische producten worden verkocht dan in Belgi?. Colruyt verwacht de nieuwe winkel voorjaar 2007 te openen.
De geplande winkel in Eindhoven zal een verkoopvloeroppervlak krijgen van circa 675 m?, met een volledig aanbod gecertificeerd biologische voedingsproducten, aangevuld met een ruim assortiment ecologische non-foodproducten. In de winkel is ook een biologische slagerij aanwezig. Na de inloopperiode van deze eerste winkel wil Bio-Planet nog enkele winkels in Nederland openen.
Bio-Planet is succesvol in Belgi?, momenteel zijn er daar drie winkels (Gent, Kortrijk en Dilbeek) en staan er drie gepland (Leuven, Mechelen en Antwerpen). Ook lopen er projecten in Walloni?.
05 oktober 2006 De Natuurvoedings Winkel Organisatie (NWO) gaat een nieuwe biologische pilotwinkel testen onder de naam Xummum. De eerste Xummum opende op 5 oktober haar deuren in Ermelo. Onder het motto ?Heerlijk leven, Eerlijk eten? ligt het accent sterk op smaak en gemaksproducten. De nieuwe winkels krijgen meer kleur, licht en sfeer. De winkel in Ermelo is uitgerust met een keuken, er worden kookdemonstraties en proeverijen georganiseerd om de toepassing vanuit maaltijdconcepten aan te geven. ?Daarnaast proberen we ook het regionale product een ?smoel te geven? in de winkel,? aldus Maarten Rijninks directeur van NWO. Met dit andersoortige concept moet een nieuw type klanten over de drempel stappen, die bijvoorbeeld biologisch vanuit de supermarkt kennen. Rijninks: ?De naam Xummum roept geen enkele associatie met bio op, we willen dat mensen zonder vooroordelen de winkel binnenstappen, en dan kijken wat er gebeurt. We hopen dat deze ervaringen ook bruikbaar zijn voor de huidige Natuurwinkel formule. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om de Natuurwinkel te transformeren naar Xummum-winkels. Wel willen we nog een testwinkel met een oppervlakte van zo?n 400 m2 openen in een middelgrote stad, twee keer zo groot als de winkel in Ermelo.?
Project PlattelandImpuls van start, ondersteuning bij verbreding
05 oktober 2006 Vrienden van het Platteland start dit najaar met het landelijke project PlattelandImpuls. Daarin biedt zij, samen met LTO, agrari?rs een helpende hand bij het vermarkten van nieuwe activiteiten, in bijvoorbeeld de recreatie, streekproducten of zorg. In de maand oktober kunnen deelnemers zich hiervoor aanmelden.
Het project PlattelandImpuls richt zich op agrarische bedrijven die zich verder willen ontwikkelen in de recreatie, educatie, streekproducten, natuurbeheer, zorg, arbeidsre?ntegratie en kinderopvang. In de periode van november 2006 tot half maart 2007 ondersteunt LTO, samen met Wageningen UR, de deelnemende bedrijven met een intensieve training. In groepen gaan de deelnemers aan de slag om hun nieuwe activiteiten beter op de markt af te stemmen. Topondernemers en organisaties uit de hierboven genoemde marktsectoren leveren hieraan hun bijdrage. Deze kruisbestuiving biedt beide partijen goede perspectieven. Vrienden van het Platteland zorgt voor promotie van de nieuwe initiatieven.
De laatste jaren verandert het karakter van het platteland in Nederland. Burgers zoeken het platteland steeds vaker op en veel agrari?rs zien daarin kansen hun bedrijf te verbreden. De boerderijwinkels, campings en zorgboerderijen zijn daar voorbeelden van. Maar er kan nog veel meer en het kan vaak beter. Het opzetten van iets nieuws vraagt professioneel ondernemerschap en goede marktbewerking. Daarbij horen ook commerci?le vormen van samenwerking met bedrijven buiten de agrarische sector.
Er liggen interessante marktkansen. Platteland is ?in? en de mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput. Het is voor (groepen) agrari?rs de uitdaging samen met marktpartijen de mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen.
Stichting Vrienden van het Platteland, drie jaar geleden opgericht voor de collectieve promotie van het platteland, is de initiatiefnemer van dit project. Samen met haar partners LTO en de Wageningen UR biedt zij met dit project plattelandondernemers nieuwe kansen. LTO richt zich als belangenbehartiger van de agrari?rs op de professionalisering van het ondernemerschap en neemt als zodanig de training en begeleiding van de deelnemers op zich. Wageningen UR levert als universitair onderzoekscentrum de achterliggende methodiek. Vrienden van het Platteland zorgt als de schakel tussen boer en burger voor de promotie van de nieuwe initiatieven die in dit traject ontstaan. De EU steunt dit project met een financi?le bijdrage.
Aanmelden tot 23 oktober
Ge?nteresseerden voor deelname aan het project kunnen zich tot 23 oktober aanmelden op www.plattelandimpuls.nl. Ook marktpartijen kunnen via de website hun belangstelling kenbaar maken. Op de website is ook meer informatie over het project te vinden. Ook is een folder op te vragen bij Vrienden van het Platteland, tel. 0317 ? 46 55 88.
26 september 2006 Het gebruik van biologische katoen in textiel en kleding neemt wereldwijd snel toe. Veel kledingmerken en supermarkten associ?ren zich momenteel met de biologische sector door ??n of meer collecties aan biologische katoenproducten aan te bieden. Biologische katoen is in de mode!
Op 13 en 14 september 2006 organiseerde de Organic Exchange in Utrecht haar jaarlijkse conferentie, met financiering van ontwikkelingsorganisatie ICCO, MADE-BY, de Rabobank, en een reeks bedrijven. Organic Exchange is een internationaal netwerk van bedrijven in de biologische katoen, textiel en kleding. Katoenboeren zijn sinds 2005 bij het initiatief betrokken via aparte Farmers Meetings, dit jaar door ICCO georganiseerd op 11 en 12 september.
De markt voor biologische katoen en eco-textiel wordt door Organic Exchange in 2006 geraamd op USD 1.073 miljoen. In totaal wordt er nu naar schatting 32.000 ton aan biologische katoen geproduceerd in 22 landen wereldwijd. Bekende internationale kledingmerken die biologische katoenproducten verkopen zijn: Nike, Levi?s, Timberland en Patagonia. In Nederland wordt biologische katoen en kleding, behalve in de winkels van Nike, Levi?s en Timberland, aangeboden in de winkels van de Bijenkorf, Sissy-Boy en American Apparel en in speciaalzaken zoals de Rode Winkel (kleding van Kuyichi), Bever Sport (Patagonia) en in boutiques als Nukuhiva in Amsterdam.
In andere landen verkopen ook super- en hypermarkten de biologische kleding en textiel, zoals: COOP (Zwitserland), COOP (Itali?), Migros (Zwitserland), Monoprix (Frankrijk), Wal-Mart (VS), en de biologische ketens AlNatura (Duitsland) en Whole Foods (VS).
25 september 2006 Agrarische Natuurverenigingen zijn de laatste 15 jaar een belangrijke speler op het platteland geworden. Dit concludeert CLM in een analyse die zij heeft gemaakt voor de Natuurbalans 2006 van het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP). In het rapport is de ontwikkeling van agrarische natuurverenigingen in de afgelopen vijftien jaar onder de loep genomen.
Het aantal agrarische natuurverenigingen is in de periode 1995-2005 sterk gestegen. In 2006 betreft het maar liefst 150 agrarische natuurverenigingen, terwijl er in 1995 nog maar 10 verenigingen waren. Het totale werkgebied van deze verenigingen wordt geschat op 55% van het totale agrarische areaal. De verenigingen spelen een onmisbare rol in het stimuleren en organiseren van natuur- en landschapsbeheer door boeren.
Naar schatting zijn in de gebieden waar agrarische natuurverenigingen actief zijn circa 54% van alle agrari?rs lid. Inmiddels doen meer dan 10.000 agrari?rs in Nederland aan agrarisch natuurbeheer en het aantal is groeiende.
De meerwaarde van agrarische natuurverenigingen is op velerlei vlak zichtbaar, zoals de intensieve samenwerking met overheden en terreinbeheerders om kennis uit te wisselen en het natuurbeheer te verbeteren.
Uit de analyse van CLM blijkt dat agrarische natuurverenigingen hun positie als plattelandspeler verder kunnen versterken. Dat kan onder meer door het vergroten van de
effectiviteit van het agrarisch natuurbeheer en het laten zien van resultaten aan
de samenleving.
Risico's weerhouden akkerbouwers om te schakelen naar biologische productie
20 september 2006 Vooral de overgangsperiode en grotere risico?s in de biologische teelt weerhouden akkerbouwers ervan om te schakelen naar biologisch. Svetl?na ?cs van Wageningen Universiteit deed een modelstudie naar omschakeling van gangbare naar biologische akkerbouw in Nederland. 8 september jl promoveerde zij hierop bij prof. Huirne, hoogleraar bedrijfseconomie.
Zij vergeleek de bedrijfseconomische situatie van gangbare en biologische boeren, daaruit bleek dat biologisch zowel economisch als milieutechnisch beter presteren. Wanneer zij echter de overgangsperiode van twee jaar meerekent, wordt het voordeel van biologisch produceren al minder groot. Daarnaast zijn de risico?s groter.
?Een kleine aversie tegen risico leidt al tot de beslissing om niet over te stappen naar biologische teelt,? aldus de promovenda.
De overheid kan met subsidie de balans naar de andere kant doen omslaan. Die tegemoetkoming moet ten minste 2.737 euro per hectare ineens bedragen, wil je akkerbouwers met een enigszins aversieve houding over de streep trekken. Ook belastingheffing op pesticidengebruik zou omschakeling kunnen stimuleren.
19 september 2006 Op 12 september ging het lesprogramma Smaaklessen voor het basisonderwijs van start. Minister Veerman van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit woonde de eerste les bij, bij groep 6 van ?De Parachute? in Voorburg.
Samen met tv-kok Pierre Wind, ambassadeur en inspirator van het programma, gaan de leerlingen onder meer zetmeel aantonen in aardappels, chips maken in de magnetron, aardbeien proeven en vergelijken en een aardbeien/bananen-smoothie bereiden.
Basisscholen kunnen zich inschrijven voor deelname aan het lesprogramma. Het Voedingscentrum is verantwoordelijk voor het lesmateriaal van Smaaklessen.
?Meer dan weten over eten? is een programma over eten en voedsel voor (basis)scholen. Het doel is kinderen al op jonge leeftijd te interesseren voor de wereld achter eten door ze op een leuke en praktische wijze met eten bezig te laten zijn. Zo maken ze niet alleen kennis met nieuwe smaken en producten, maar leren ze ook meer over aspecten als samenstelling, productie, bereidingswijze en herkomst. Ze worden daardoor gestimuleerd vragen te stellen over dierenwelzijn (wat voor leven heeft die kip gehad?), impact op het milieu (hoe gaat de tuinder om met bestrijdingsmiddelen?) en gezondheid (waarom is het gezond om twee ons groente en twee stuks fruit per dag te eten?). Op deze manier draagt het programma eraan bij dat zij als consument bewuste keuzes kunnen maken.
In eerste instantie zijn Smaaklessen bedoeld voor kinderen van zes tot twaalf jaar. Vanaf volgend schooljaar kunnen jongeren tot zestien jaar Smaaklessen krijgen. Dit schooljaar kunnen vijfhonderd basisscholen meedoen. Op termijn is het de bedoeling minimaal een kwart van de jongeren tussen de zes en zestien jaar te bereiken, dat betekent onder meer minimaal drieduizend basisscholen. Daarnaast zullen scholen in het voortgezet onderwijs worden benaderd.
Het initiatief voor smaaklessen op basisscholen komt van tv-kok Pierre Wind en Euro-Toques, een Europese vereniging van topkoks. Bij de uitvoering van het programma werken verschillende organisaties samen. Wageningen Universiteit speelt een belangrijke rol bij de wetenschappelijke onderbouwing van de lessen en co?rdineert het programma. Het Voedingscentrum is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van lesmateriaal, zorgt voor de onderwijskundige en inhoudelijke onderbouwing van de lessen en is betrokken bij de implementatie. Vier Hogere Agrarische Scholen brengen hun kennis in via het programma en gaan basisscholen in hun regio begeleiden bij het uitvoeren van de Smaaklessen, bijvoorbeeld door PABO-studenten te trainen en in te zetten als gastdocent. Voor gastlessen van koks wordt samengewerkt met Euro-Toques en het Koksgilde. Verder heeft het programma Verbreding Techniek in het Basisonderwijs van het platform B?ta en Techniek aansluiting gezocht.
Voorlopig financiert het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het programma.
19 september 2006 In navolging van Frankrijk en Belgi? start in Nederland in 2007 de ?Week van de Smaak?. Op 28 september a.s. (18.00 uur) presenteren de initiatiefnemers (Kunsthal Rotterdam, VSBfonds, Biologica, Euro-Toques, Pierre Wind, Slow Food Nederland en Streekeigen Producten Nederland) de Week van de Smaak tijdens KunsthalKOOKT, het Festival voor de Echte Smaak.
Zij zullen daar aan minister Veerman van LNV het ?Handvest? van de Week van de Smaak overhandigen. Onlangs heeft minister Veerman zelf officieel smaaklessen op basisscholen ge?ntroduceerd, om ervoor te zorgen dat gezonde en smaakvolle voeding meer aandacht krijgt.
In 2007 wordt de eerste grootschalige Week van de Smaak gehouden, van 27 tot en met 30 september. De week moet een jaarlijks terugkerend evenement worden dat eindigt in het laatste weekend van september. De initiatiefnemers willen met tal van activiteiten een breed publiek kennis laten maken met pure smaken en authentieke producten. Hierbij nemen biologische producten en streek- en seizoensgebonden voeding een centrale plaats in.
In 1994 introduceerde Euro-Toques de ?Week van de Smaak? al op basisscholen. Met ingang van 2007 wordt de Week van de Smaak landelijk geco?rdineerd door Biologica. Het VSBfonds is mede-initiator en medefinancier van het evenement.
14 september 2006 Uit het onderzoek 'Riet voor Stro' van het Louis Bolk Instituut blijkt dat riet en hooi goed te gebruiken zijn als alternatief voor graanstro in de potstal. Dit levert voordeel aan twee kanten: voor de veehouders met een potstal, die nu schaars en relatief duur biologisch stro gebruiken. En aan de andere kant is het gunstig voor de natuurorganisaties die met een overschot kampen aan riet en hooi in hun terreinen. De afvoer en verwerking zijn voor hen zeer kostbaar. Een succesvolle samenwerking tussen veehouders en natuurorganisaties kan zo kosten besparen. Bovendien versterkt het beider imago richting consument en samenleving.
Redenen voor veehouders om voor een potstal te kiezen zijn de positieve effecten op dierwelzijn en de productie van vaste mest. Dieren in de potstal hebben veel stro nodig om schoon te blijven, een potstal met melkkoeien kost op dit moment per stalseizoen minimaal 100 euro aan graanstro per dier. Natuurstrooisel gebruiken in een potstal kan voordeel opleveren. Want riet en hooi uit reservaten, oevers en bermen kosten vrijwel niets. Natuurstrooisel kan de hoeveelheid en kwaliteit van de stalmest verbeteren, dankzij ruimer strooien en een gunstige compostering. De extra geproduceerde stalmest kan vervolgens gebruikt worden voor gesubsidieerd weidevogelbeheer en voor transacties met akkerbouwers en groentetelers. Natuurstrooisel toepassen vraagt om specifieke kennis en vaardigheden en brengt wat extra arbeid en investeringen met zich mee.
Het onderzoek 'Riet voor Stro' is uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut met financiering van de Provincie Noord-Holland en de Rabobank. Meer informatie op www.louisbolk.nl. Het rapport 'Riet voor Stro' is op deze site te downloaden.
Project Groene en Blauwe diensten Flevoland van start
11 september 2006 Het Centrum voor Biologische Landbouw (CBL) is, samen met negen organisaties het project ?Groene en Blauwe Diensten? gestart. Doel is om te kijken wat deze groene en blauwe diensten betekenen voor de provincie Flevoland. In de coalitie gaan vragers en aanbieders van de diensten inventariseren wat ze elkaar te bieden hebben. En hoe de diensten concreet te maken zijn. Groene en blauwe diensten worden in de toekomst steeds belangrijker voor een leefbaar, multifunctioneel en vitaal platteland. Groene diensten staan voor ontwikkeling en behoud van natuur, via bijvoorbeeld bloemrijke perceelsranden, natuurvriendelijke oevers of weidevogelbeheer. Als Blauwe dienst wordt het kwantitatief waterbeheer steeds belangrijker. Agrari?rs kunnen tijdelijk water opvangen op hun percelen waardoor bijvoorbeeld industrieterreinen of woonwijken niet overstromen. Ook voor recreatie en toerisme is een aantrekkelijk platteland van groot belang en landbouw speelt een belangrijke rol bij onderhoud en inrichting van het landschap. Te verwachten valt dat in de komende decennia deze diensten steeds belangrijker worden, terwijl de inkomsten uit traditionele landbouwproductie zullen dalen.
Het project wordt uitgevoerd in het kader van het provinciale programma ?Leren voor duurzame ontwikkeling?, betrokken organisaties zijn: LTO-Noord, de biologische boeren van BDEKO, het Flevolands Agrarisch Jongeren Kontakt (FAJK), de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV), het Flevolandschap, het IVN Consulentschap Flevoland, Landschapsbeheer Flevoland, de Provincie Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland.
Meer informatie: Centrum Biologische Landbouw in Lelystad, Hans Peter Reinders tel. 0320-281222 of hp.reinders@biologischelandbouw.org
10 september 2006 De bio-markt in Polen heeft grote potentie. Bedraagt de waarde van de Poolse markt nu circa 50 miljoen euro per jaar, over tien jaar moet die vertienvoudigd zijn. Dit voorspellen Duits-Poolse consultants van het buro SixtyTwo in een analyse.
Het productieareaal groeit sterk en ook de consumentenvraag neem toe. Het ontbreekt nog aan professionele groothandels- en retailkanalen en voldoende verwerkers. Met een betere organisatie zou de biologische sector enorm kunnen uitbreiden. Voor investeerders is het nu een goed moment en zijn er interessante mogelijkheden, aldus de onderzoekers. Door de lage arbeidskosten is het als productieland interessant (vooral arbeidsintensieve teelten) en ook voor de verwerking zijn er goede kansen. Meer informatie: www.organic-market.info of www.sixtytwo.biz
Gimsel Rotterdam Beste Natuurvoedingswinkel 2006-2007
07 september 2006
Twee finalevakjury's, waar Biologica deel van uitmaakt, ?n een consumentenjury
hebben bepaald welke van de zes Regiowinnaars dit jaar Nederlands Beste
Natuurvoedingswinkel 2006-2007 is. De winnaar werd op 20 augustus bekendgemaakt
tijdens de Landgoedfair op de Heerlijkheid Mari?nwaerdt: Gimsel Rotterdam van Frans
Saat en Jan van de Sande. Zij kregen van de finalevakjury's het hoogste aantal
punten. De tweede plaats is opge?ist door Natuurwinkel Alkmaar van Jan Derk de Boer,
Evert van Kessel en Arjan Nijdam. Deze winkel behaalde de hoogste score bij de
consumentenjury. Derde is geworden Natuurwinkel Utrecht van Paul Rozmus.
Initiatiefnemer van de competitie is Vakcentrum, Natuurvoeding & Reform. Doelen zijn
o.a. om het imago van de natuurvoedingswinkel te verbeteren, de professionaliteit te
verhogen en de commerci?le voordelen voor de ondernemer te bevorderen.
01 september 2006 De vraag van supermarkten en horeca naar biologisch varkensvlees overtreft momenteel het aanbod. De biologisch werkende varkenshouders (bijna 60) in Nederland doen weer goede zaken, na een periode waarin de afzet voor grote problemen zorgde met sanering als gevolg. De stijgende prijs is een impuls tot bedrijfsuitbreiding. Cor Bosch van de Vereniging Biologische Varkenshouders (VBV) verwacht dat er een tiental bedrijven gaat uitbreiden. Als dat gerealiseerd is, na enkele jaren, kunnen er zo?n 1300 varkens per week worden geslacht. De Groene Weg, dochterbedrijf van Vion Food Group, heeft dit jaar al twee keer de prijzen naar boven bijgesteld. Afhankelijk van de kwaliteit ontvangen de boeren nu een prijs van gemiddeld 2,50 euro per kilo geslacht gewicht.
Een belangrijke oorzaak is de aantrekkende exportmarkt, met name naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Ook de binnenlandse afzet van bio-varkensvlees nam de afgelopen jaren gestaag toe, zowel in het retailkanaal als in de horeca.
Britse supermarkten starten met biologische pakketten
24 augustus 2006 De Britse supermarktketens Sainsbury?s en Tesco starten met het thuisbezorgen van biologische groentepakketten. Vanaf eind augustus lanceert Sainsbury de ?So Organic Box?, met acht verschillende verse biologische seizoensproducten, in een kist verpakt en thuisbezorgd. Begin september start Tesco een vergelijkbaar initiatief in Londen. De supermarkten willen hiermee de consumptie van biologische seizoensproducten stimuleren en zeggen zo de regionale economie te dienen. De bestaande Britse bio-bezorgdiensten, die in 2004 met 30% groeiden, hebben zo hun twijfels. Volgens Philip White van Riverford Organic, een van de succesvolle aanbieders, willen de supermarkten nu een deel van die groeimarkt innemen. White verwacht een andere aanpak bij de supermarkten; die zullen van een klein aantal grote leveranciers afnemen. De bestaande bezorgdiensten leveren producten van een grote groep kleine boeren. Maar als het werkt kan het ook positieve effecten hebben, zoals een groter consumentenbewustzijn van regionale en duurzame voeding, aldus White.
Bron: www.naturalproductsonline.co.uk
24 augustus 2006 Onder het motto ?Sex voor dieren? is een campagne gestart om aandacht te vragen voor de mogelijkheden voor natuurlijke voortplanting bij landbouwhuisdieren. In veel gevallen gebeurt voortplanting door middel van KI (kunstmatige inseminatie), ook in de biologische veehouderij. Biologische veehouders en belangenorganisaties ijveren wel voor een specifiek biologische fokkerijpraktijk, waarbij ook natuurlijke methoden van voortplanting horen. Natuurlijk sexueel gedrag zou onderdeel moeten zijn van het dierenbestaan, het bevordert welzijn en gezondheid van de dieren, aldus Wonder op haar website. Zij komt op ludieke wijze op voor deze onderbelichte rechten van dieren, zoals het recht op sex en het recht op een gezinsleven. Meer informatie: www.sexvoordieren.nl en www.wonder.nl
23 augustus 2006 Biologische producten uit andere lidstaten mogen zonder verdere controle door de gehele Europese Unie worden verhandeld. Daarbinnen geldt in principe de wederzijdse erkenning van elkaars controle-instanties. Skal controleert deze producten dus niet en heeft ook geen bevoegdheid om regelrecht tegen bedrijven in het buitenland op te treden. Dat is de taak van de controle-instantie in de betreffende lidstaat. Dat schrijft Skal in een reactie op een rapport van de Duitse deelstaat Baden-W?rttemberg.
In het Duitse rapport wordt geconstateerd dat nogal wat in Baden-W?rttemberg verkochte bio-producten niet biologisch zijn. Wat Italiaanse producten betreft circuleert zelfs een percentage van 17%.
Toch vindt Skal dat ze een taak heeft om ook in het algemeen de betrouwbaarheid van biologische producten te bevorderen. In geval van vermeende overtredingen of fraude attendeert ze daarom via een Rapid Alert Systeem haar collega-instanties in het buitenland. Deze kunnen w?l actie ondernemen tegen de overtredende partij.
Ook kan Skal direct en via het ministerie van LNV invloed uitoefenen op het controlebeleid binnen de EU. Tenslotte kan de organisatie zelf monsters nemen en, als daaruit bijvoorbeeld het gebruik van bestrijdingsmiddelen blijkt, de producten alsnog afkeuren. Skal beperkt zich daarbij tot risicoproducten op basis van eigen ervaring en signalen vanuit de praktijk.
Bron: Skal
09 augustus 2006 In de maanden augustus en september organiseren dertien restaurants van 'Les Tables du Quartier Latin de Maestricht' en de Dierenbescherming Limburg samen De Groene Kaart. In het Groene-Kaartproject presenteert ieder deelnemend restaurant een biologisch ?n een vegetarisch menu. Gasten die kiezen voor de Groene Kaart zullen proeven dat bewust en smaakvol eten heel goed samengaan. De makers van vleesvervanger Quorn, biologisch vlees van slagerijketen De Groene Weg, Limburgs Land van Gulpener, brood van De Bissjopsmolen te Maastricht ondersteunen de actie. Biologische producten, slow food en bewust eten winnen nog steeds terrein in Nederland. Een groeiend aantal mensen eet ook graag buiten de deur gezond en maatschappelijk verantwoord. Zij kiezen soms of regelmatig voor een biologische of vlees- en visloze maaltijd. Op dit moment is het aanbod in Limburg beperkt. Door de actie Groene Kaart kent Maastricht in ??n klap de grootste dichtheid van ?groene? restaurants in Nederland.
Kijk voor meer info over de deelnemende restaurants op: www.maastrichtrestaurants.nl
08 augustus 2006 Uit een onderzoek van studenten van de WUR blijkt dat met name door het grote verschil in CO2-uitstoot, de biologische landbouw gunstig is voor het klimaat. Zelfs gunstiger dan de
gangbare landbouw! In het onderzoek zijn vooral factoren als opbrengsten, energiegebruik, CO2-opname in de bodem en biodiversiteit onderzocht. Het literatuuronderzoek is gedaan in opdracht van De Kleine Aarde, het Centrum voor een Duurzame Leefstijl in Boxtel. Qua energiegebruik is de biologische landbouw aanzienlijk gunstiger dan de gangbare landbouw want het gebruik ligt gemiddeld 30% lager. Tevens heeft de biologische landbouw als voordeel dat in deze systemen een grotere opname van koolstof in de bodem gevonden is. Dat betekent een aanzienlijk verschil in CO2-uitstoot (37-50%). Tevens is uit het literatuuronderzoek gebleken dat biologische landbouw beter is voor de biodiversiteit dan de gangbare landbouw. Hoewel deze conclusies voorlopig zijn en er nog veel nader onderzoek nodig is, benadrukt De Kleine Aarde het belang van meer biologische
landbouw in het licht van het klimaatprobleem. In samenwerking met de Wageningse Universiteit en de Universiteit Utrecht wordt daarom aan
vervolgonderzoek gewerkt.
Rapport: The Global Footprint of Farming, Wageningen, 2006.
08 augustus 2006 De Nederlandse afzetmarkt voor biologische appels is omgeslagen in krapte. Het samenwerkingsverband Biofruit kan de Nederlandse vraag van nieuwe supermarkten niet alleen invullen. Ook vraagt de Duitse markt meer Nederlandse product. Daarbij verwacht Biofruit een grotere afname van Santana, doordat de appel voor veel mensen met een pollenallergie geschikt blijkt. Biofruit levert al jaren aan Albert Heijn via Vogelaar in Kapelle Krabbendijke. In juni zijn de onderhandelingen begonnen die binnenkort worden afgerond. Biofruit, het samenwerkingsverband van zes biologische fruittelers, heeft geijverd voor een prijsverhoging. 'De markt vraagt nu zoveel Santana dat we niet meer voor die prijs kunnen leveren', zegt Harmen Peters, fruitteler uit Lobith en ??n van de telers van het samenwerkingsverband Biofruit.
Bron: Agrarisch Dagblad
08 augustus 2006 Alleen bij een hoge klaverbezetting gecombineerd met lage N-verliezen tijdens het mestuitrijden is er enige ruimte voor mestafvoer. Dat blijkt in het project Bioveem uit proeven en scenariostudies op het Bioveem-bedrijf van Durk Oosterhof in Drachten.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat bij het huidige niveau van zelfvoorziening, klaveraandeel en de mogelijke ammoniakverliezen bij toediening van mest, het voor het bedrijf van Durk Oosterhof niet verstandig is om drijfmest af te voeren. Pas wanneer de ammoniakverliezen afnemen en de klaverbezetting op het bedrijf toeneemt, nemen de mogelijkheden voor mestafvoer toe. In dat geval is echter compensatie met P- en K-hulpmeststoffen noodzakelijk. Voor een hogere zelfvoorzieningsgraad is een grotere hoeveelheid effectief beschikbare minerale bodem-N nodig. Bij weinig klaver en/of hoge N-verliezen tijdens uitrijden lijkt dat alleen te lukken door opname uit de stikstofvoorraad in de bodem. Hierdoor zal echter de stikstofvoorraad in de bodem dalen. Meer informatie over de afvoer mogelijkheden van mest op biologische bedrijven kunt u vinden in Bioveem-rapport 13 "De stikstofstromen bij Oosterhof nader bekeken". Het rapport is in zijn geheel te bekijken en te downloaden op . www.bioveem.nl
14 juli 2006 Onderzoek van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) heeft onlangs aangetoond dat Yucca-extract effectief is voor de bestrijding van schurft in de appel(bomen)teelt.
Het extract werkt zowel preventief als curatief. De vinding is daarmee een belangrijke doorbraak voor de biologische appelteelt. Ook de reguliere teelt heeft belang bij de vinding, omdat het gebruik van het extract volgens de onderzoekers de noodzaak van chemische bestrijding van schurft vermindert.
Uit praktijkproeven bleek dat de werking van Yucca-extracten even goed was als die van een lage dosering koper. Koper is in Nederland echter niet meer toegestaan en de Europese Commissie heeft besloten het gebruik van koper in heel Europa te be?indigen.
Het doel van het project is om alternatieven te vinden voor koper in de biologische teelt van druiven en appels.
13 juli 2006 Net zoals Chiquita zijn steeds meer grote voedsel-en kledingproducenten zowel voor als achter de schermen bezig met biologisch. Maatschappelijk verantwoorde productie is voor de bekende merken een noodzaak geworden. En dat terwijl de markt ook steeds meer vraagt om gezonde en natuurlijke producten. De omschakeling naar biologische producten gaat bij grote producenten stapje voor stapje. E?n reden hiervoor is dat het voor hen moeilijk is om voldoende leveranciers te vinden die de gevraagde gecertificeerde grondstoffen kunnen leveren. Sommige producenten kiezen daarom voor het verwerken van een klein percentage biologische grondstoffen in hun gangbare producten. Op deze manier stimuleren ze de aanlevering van biologische grondstoffen.
Zo verwerkte HAK biologische groenten in de gangbare conserven. En kledingmerken als Levi-Strauss en Nike verwerken 1 tot 3% biologische
katoen in hun katoenen producten. En daarmee zijn deze bedrijven al jaren de grootste afnemers van biologisch katoen wereldwijd.
Bron: www.biologisch.net
11 juli 2006 In 2005 voerden we op PPO-locatie Vredepeel, binnen het project Nutri?nten Waterproof, een proef uit met plaatsspecifieke bijbemesting in aardappelen (Saturna). Het doel hiervan: stikstofverliezen verder terugdringen door de bemesting aan plaatselijke omstandigheden in het perceel aan te passen. Door plaatsen in het perceel met voldoende stikstof minder te bemesten, zal er ook minder stikstof uitspoelen. De plaatsspecifieke bijbemesting leidde niet tot een hogere opbrengst en/of kwaliteit. De knolopbrengst was met 52 ton per hectare gelijk aan die van de gemiddelde bemesting. De gift was bij het plaatsspecifieke systeem even groot als bij het gangbare systeem (circa 265 kg werkzame N/ha). Hierbij moet worden opgemerkt dat door extreme regenval het gewas was gelegerd, met als gevolg dat de CropScanmetingen waarschijnlijk geen goede indruk van de gewasstand gaven. Dit vertekende beeld heeft mogelijk ook de bijmestadviezen be?nvloed, zowel in hoeveelheid als in verdeling. Om het concept van precisiebemesting verder te verfijnen is nader onderzoek nodig naar de oorzaken van deze variatie in gewasgroei. Door meer gegevens (zoals bodemparameters, neerslaggegevens en gewasreflectie) te combineren kan de plaatsspecifieke gift beter afgestemd worden op de lokale behoefte van het gewas. Hierdoor worden nutri?nten effici?nter benut en zal de uitspoeling van nutri?nten verminderen.
Bron en meer informatie: www.syscope.nl
10 juli 2006 Natuurhooi is goed bruikbaar als strooisel in een hellingstal. Dat blijkt uit een
onderzoek op praktijkcentrum Aver Heino, onderdeel van Animal Sciences Group van
Wageningen UR. De vochtopname was goed, het verbruik was hoger dan bij tarwestro.
Het natuurhooi werd als strooisel gebruikt in een hellingstal voor jongvee.
Samenwerking netwerk 'Mengvoerclub Koudum' en Praktijkcentrum Aver Heino
Samen met het Netwerk 'Mengvoerclub Koudum' heeft praktijkcentrum Aver Heino, deze
winter het gebruik van natuurhooi als strooisel voor een hellingstal getest.
Mengvoerclub Koudum is een groep Friese melkveehouders die, met ondersteuning van
het project Netwerken in de veehouderij, de voeding en huisvesting van droge koeien
wil optimaliseren. Zo heeft de groep ge?xperimenteerd met het maken van een gemengd
rantsoen voor droge koeien in zogenaamde midibaaltjes.
Naast de voeding van de droge koeien wil een aantal leden van de club ook de
huisvesting aanpakken. Omdat een aantal bedrijven uit het netwerk grote oppervlaktes
bloemrijk- en schraal grasland (dat voorkomt in de Haanmeerpolder, eigendom van
Staatsbosbeheer) in gebruik heeft, is er een overschot aan gras met een uitgestelde
maaidatum. De veehouders hebben afgelopen winter dit hooi als strooisel laten
gebruiken in de jongveehellingstal op praktijkcentrum Aver Heino.
Voor meer informatie over het netwerk 'Mengvoerclub Koudum' kunt u contact opnemen met:
Durk Durksz 0622 - 452 885 of met Anton Stokman 0514 ? 521569
Bron: Animal Sciences Group van Wageningen UR
Automatisering van verspreiden natuurlijke bestrijders
10 juli 2006 Koppert Biological Systems heeft een nieuw systeem ontwikkeld om natuurlijke vijanden in sierteeltgewassen te verspreiden. Het inzetten wordt daarbij volledig geautomatiseerd met behulp van een een nieuw verblaasapparaat. Het systeem heeft volgens de leverancier vooral veel waarde in moeilijk toegankelijke gewassen zoals chrysant.
Het verblaasapparaat bestaat uit 2 delen; het onderste deel verdeelt de insecten in het gewas. Het bovenste deel is een transportsysteem waarmee het apparaat zichzelf voortbeweegt. Met het apparaat kunnen een of meerdere natuurlijke vijanden in ??n keer worden ingezet worden. Koppert heeft patent op het apparaat aangevraagd.
Het onderste deel van het apparaat bevat 2 reservoirs waarin de natuurlijke vijanden gedaan worden. Wanneer het systeem in werking wordt gezet, worden de natuurlijke vijanden losgelaten en door middel van een ventilatiesysteem het gewas in geblazen. Tijdens het inzetten blijven de reservoirs draaien, waardoor de verdeling van de natuurlijke vijanden optimaal blijft. De reservoirs draaien op een vaste snelheid waardoor een exacte dosering per strekkende meter ontstaat. De snelheid waarmee het apparaat zich door de kas voortbeweegt is instelbaar. Het apparaat verblaast de natuurlijke vijanden over een breedte van 10 meter.
Bron: Koppert Biological Systems
07 juli 2006 Vooral kleinere bedrijven kunnen door de lagere opbrengstprijzen voor
landbouwproducten geen gezinsinkomen meer halen uit de boerderij. Daardoor moeten veel
agrarische ondernemers op zoek naar een neveninkomen. Om hen daarbij te ondersteunen is AgriHolland gestart met het Dossier Verbrede landbouw. Hierin worden kort de belangrijkste mogelijkheden besproken voor het organiseren van een nieuwe inkomstenbron op de boerderij. De nevenactiviteiten vallen onder vijf categori?en: recreatie, zorg, natuurbeheer, de verkoop van (streek)producten in boerderijwinkels en bio-energie. Het is erg belangrijk goed na te gaan welke activiteit bij een ondernemer past. Het dossier geeft daarbij handvaten. In het dossier wordt ook actueel nieuws rond verbrede landbouw gemeld. Een groot aantal links naar diepgaander informatie helpt boeren, tuinders en burgers om beter gebruik te maken van de mogelijkheden die er zijn en op
nieuwe idee?n te komen.
Bron: Agriholland
Hoge nitraat gehaltes in bio-peen afhankelijk van teeltmethode
07 juli 2006 Een van de meest opzienbarende resultaten uit de studies van RIKLIT, LBI, CIDC en Biologica (maart, 2006) naar schadelijke stoffen in biologische producten was dat de nitraatgehaltes van biologische wortelen driemaal hoger (gemiddeld 230 mg NO3/kg) was dan die van gangbare (gemiddeld 70 mg NO3/kg).
Uit data van het Louis Bolk Instituut, verzameld in de laatste 10 jaar, is duidelijk dat de nitraatniveaus in biologische wortels over de jaren heen steeds hoger worden. Uit deze studie blijkt tevens dat de nitraatgehaltes afhankelijk zijn van de gehanteerde teeltmethodes. Er zijn bedrijven waar slecht 11 mg NO3 per kg wortel werd gevonden, terwijl het hoogste gemeten gehalte 864 mg NO3/kg was. Dat betekent dat in veel gevallen de wettelijk vastgestelde EU norm voor nitraat (geld nu alleen voor babyvoeding) van maximaal 200 mg/kg niet wordt gehaald. Verschillen in bemesting, gewasresten, plaats in vruchtopvolging, zaaidatum, ziekten etc spelen allemaal een rol. Het onderzoeksrapport: ?Contaminanten en micro-organismen in biologische producten; Vergelijking met gangbare producten? is de downloaden via www.louisbolk.nl
07 juli 2006 Binnen de komkommergroep van Telen met Toekomst is de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van meeldauwresistente rassen. Echte meeldauw is namelijk de meest voorkomende ziekte in komkommer. Hoewel de milieubelasting van de meeste meeldauwmiddelen vrij laag is, zorgen de vele bestrijdingen wel voor een grote hoeveelheid aan actieve stof. Momenteel zijn er rassen beschikbaar die qua productie en kwaliteit kunnen wedijveren met veel geteelde, meeldauwgevoelige rassen. Dit heeft ertoe geleid dat verschillende telers er nu voor kiezen om op een groot gedeelte van het bedrijf een hoog meeldauwresistent ras te zetten. Voor meer informatie: Jan Janse (PPO)jan.janse@wur.nl
Bron: www.telenmettoekomst.nl
07 juli 2006 Super de Boer wil zich gaan profileren als de groene supermarkt van Nederland. De supermarktketen van Laurus wil zich met duurzaam ondernemen gaan onderscheiden van de concurrentie. Het bedrijf wil daarin in 2008 koploper zijn. Laurus ziet in de focus op duurzaamheid een alternatief voor het concurreren op prijzen zoals dat al enkele jaren gaande is. De supermarktorganisatie ging in 2005 al samenwerkingen aan met de Stichting Natuur en Milieu en Oxfam Novib om te komen tot een verduurzaming van de productieketen. Super de Boer verkoopt al bananen en koffie met het Rainforest Alliance Keurmerk en samen met Greenpeace zijn alle huismerkproducten gescreend op aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen. Tot nu toe heeft de strategie nog niet tot extra omzet geleid.
Bron: AD
06 juli 2006 Een certificaat van een erkende buitenlandse controle-instantie ontneemt toezichthouder Skal niet de bevoegdheid ingevoerde biologische producten af te keuren.
Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State gisteren in de zogeheten rozijnenzaak. Drie jaar geleden trof Skal op partijen rozijnen uit Turkije bij een routinecontrole hoge concentraties van een schimmelbestrijdingsmiddel aan. De organisatie heeft hierop de producten geblokkeerd en verdere verhandeling als biologische rozijnen verboden. Een aantal importeurs en verwerkers maakte daartegen bezwaar.
Directeur Jaap de Vries van Skal is blij met de uitspraak van de RvS. Hij noemt de beslissing van de rechter van grote waarde voor de agrari?rs die in biologische producten een meerwaarde zien. De Vries hoopt dat hij de controledruk kan verlagen nu het vonnis hem in staat stelt 'afwijkingen krachtig te sanctioneren'.
Bron: Agrarisch Dagblad
Wereldwijde omzet AgroFair in vijf jaar ruim verdubbeld
05 juli 2006 De omzet van AgroFair, wereldleider in import van fruit waarvoor producenten in ontwikkelingslanden een eerlijke prijs krijgen, is de afgelopen 5 jaar gestegen van 21 miljoen Euro naar ruim 44 miljoen Euro. AgroFair vertegenwoordigt fruitproducenten uit ontwikkelingslanden op de Europese markt. Omdat de producenten aandeelhouder zijn in het bedrijf, ontvangen zij een deel van de winst en hebben ze zeggenschap in het beleid van het bedrijf. In Nederland blijft de omzet op dit moment echter achter ten opzichte van het buitenland. Vandaag, tien jaar nadat AgroFair als eerste Fairtrade bananen introduceerde, zijn er in Europa 44 fruithandelaren die ook Fairtrade fruit aanbieden. Het bewijs dat de markt veranderd k?n worden in het voordeel van boeren in ontwikkelingslanden. In tegenstelling tot de gangbare handel schakelt AgroFair haar concurrentie niet uit, maar zoekt ze navolging door andere fruitbedrijven uit te dagen ook maatschappelijk verantwoord te handelen. AgroFair moet niet bang zijn haar ?unique selling point? te verliezen als Fairtrade van ?niche? een ?mainstream? product wordt.
Bron: www.agrofair.nl
04 juli 2006 Hoe krijg je in de biologische teelt van bloembollen op zand de stikstof zo goed mogelijk bij de bol? Effici?nte stikstoftoediening is essentieel voor de productie van kwalitatief goede bollen, maar is ook nodig om voldoende aanwas van de bollen te krijgen voor een rendabele teelt. Hoewel vinassekali een ongunstige N-K-verhouding heeft komt de stikstof uit deze meststof snel ? al na circa twee weken ? beschikbaar voor de plant. Een ander groot voordeel is dat de meststof vloeibaar is en gemakkelijk door het strodek heen dringt. Dit strodek passen we toe om onkruidgroei te onderdrukken. In Lissse is een rijenbemester omgebouwd voor toepassing in de bloembollen. Het principe bleek goed te voldoen; de meststof kwam netjes en dicht langs de plantregels. Noodzaak is wel de meststof toe te dienen v??r het spreiden van het gewas of het dichtgroeien van de bedden, omdat anders het risico dat de mest op het blad komt te groot is. Dit kan gemakkelijk leiden tot bladverbranding, vooral wanneer regen na de toediening uitblijft. Opbrengstderving is dan het gevolg.
Voor meer informatie: Henk van Reuler (PPO), henk.vanreuler@wur.nl
Bron: PPO
04 juli 2006 Steeds meer consumenten kopen in de natuurvoedingswinkel. Hun belangrijkste motieven
om voor biologische voeding te kiezen zijn ?pure en gezonde producten?, ?smaak?,
?milieu? en ?diervriendelijkheid?. Dit blijkt uit recent consumentenonderzoek van
Biologica, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding. Het betreft een
representatieve steekproef onder klanten van natuurvoedingswinkels met 611
respondenten. Vrijwel alle respondenten (91%) zijn bewuste kopers die waarde hechten aan gezonde voeding. Welke motieven de klanten van natuurvoedingswinkels precies hebben om biologische producten te kopen, verschilt per inkomens- en leeftijdssegment. ?Een puur en gezond product? en ?smaak? wegen bij de hogere inkomensgroepen het zwaarst. Ook mensen van middelbare leeftijd vinden ?smaak? belangrijk. Jongeren en mensen van middelbare leeftijd vinden ?milieu? belangrijker dan ouderen. Ook vinden jongeren ?diervriendelijkheid? belangrijk. Uit het onderzoek blijkt dat mensen die geregeld biologische producten kopen, vaker naar natuurvoedingswinkels gaan dan de mensen die af en toe kiezen voor biologisch.Meer dan een kwart van de totale respondentengroep eet geen vlees. In Nederland is het aantal vegetari?rs ruim 4,5% (Bron: Vegetari?rsbond).
Bron: Biologica
Productiekosten bio-eieren bepalend voor afzetkansen
03 juli 2006 De groeimogelijkheden van de biologische leghennenhouderij hangen grotendeels af van de productiekosten en de prijs die consumenten voor biologische eieren willen betalen. Uit onderzoek van de Animal Sciences Group (ASG) blijkt dat de productiekosten hoog zijn, maar wel concurrerend met buurland Duitsland. De kostprijs bedraagt 12,5 cent (grondhuisvesting) of 11,7 cent (voli?re ) per biologisch ei. Het grootste verschil in kostprijs tussen de huisvestingssystemen zit in de arbeidskosten en de overige niet-toegerekende kosten, doordat er bij voli?rehuisvesting meer hennen per VAK gehouden worden. Er blijken vier grote kostenposten te zijn, die gezamenlijk ongeveer 90% van de totale kostprijs bepalen. Dit zijn voor grondhuisvesting (in afnemend aandeel) de voerkosten, de arbeidskosten, de aankoopkosten jonge hen en de huisvestingskosten. In de voli?rehuisvesting is het aan-deel van de huisvestingskosten groter, maar van de arbeidskosten juist lager. De voerkosten maken verreweg het grootste deel van de kostprijs uit (37 tot 40%). Behalve met een relatief hoge voerconversie, hangt dit ook samen met de hoge voerprijs vanwege de kostprijs van de biologische grondstoffen. De biologische legpluimveehouderij is sterk afhankelijk van export naar met name Duitsland. Maar liefst 75% van de Nederlandse biologische eieren wordt geexporteerd. De kostprijs van het biologische ei is in Duitsland hoger dan in Nederland.
Bron en meer informatie: Biofoon WUR
02 juli 2006 De biologische melkveehouderij streeft naar het voeren van uitsluitend biologisch voer of biologische grondstoffen. Tot 2008 is het toegestane aandeel gangbaar voer in de biologische rundveehouderij 5 %. Daarna moet het voer voor 100 % van biologische oorsprong zijn. Vooruitlopend op deze maatregelen zijn door diverse onderzoeksinstellingen de mogelijke gevolgen onderzocht en de knelpunten in kaart gebracht. De grondstofkeuze voor biologische eiwitrijke krachtvoeders bleek ??n van de knelpunten omdat de keuze in grondstoffen beperkt is. Tot nu toe werden vooral gangbare eiwitrijke voeders en krachtvoergrondstoffen gevoerd als aanvulling op het biologische rantsoen. Uit onderzoek van Praktijkcentrum voor de biologische melkveehouderij Aver Heino bleek dat vervangen van 2 kg krachtvoer door 2 kg triticale geen gevolgen had voor de totale voeropname. Het eiwitgehalte van het rantsoen daalt wel door vervanging met triticale. Bij de rantsoenen in deze proef was de verlaging van het eiwitgehalte van het rantsoen, van 14,8 tot 14,0 % niet nadelig voor de melkproductie resultaten. In alle behandelingen werd onder de DVE norm gevoerd. Verschillen van ? 5 % in DVE dekking kwamen niet tot uiting in de melkgift en gehalten. Verlagen van de DVE voorziening lijkt mogelijk zonder dat het ten koste gaat van de melkproductie. Een lager eiwitgehalte en lagere OEB opname komt tot uitdrukking in lagere ureum gehalten in de melk. Onderzoeksrapport is te downloaden via: www.biofoon.nl
Bron: Biofoon Wageningen UR
30 juni 2006 De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw heeft een folder uitgebracht waarin de biologische sector aangemoedigd wordt bepaalde voedingsclaims te gebruiken. Uit onderzoek komt namelijk herhaaldelijk naar voren dat consumenten biologische producten zouden kopen als er ook meer directe gezondheidsvoordelen aan gekoppeld zouden kunnen worden. Voedingsclaims als marketing-instrument
Om de biologische sector toch een aantal marketing-instrumenten in handen te kunnen geven heeft de Task Force in samenwerking met Biologica een aantal voedingsclaims opgesteld, die in meer of mindere mate gebruikt zouden kunnen worden. De claims hebben namelijk geen formele juridische toetsing ondergaan en de Task Force en Biologica stellen dan ook nadrukkelijk dat het gebruik ervan de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven is.
Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw
29 juni 2006 De boerenzwaluw heeft het moeilijk in Nederland en staat zelfs op de Rode Lijst. Op
biologische boerderijen nestelen relatief veel boerenzwaluwen. Om de ontwikkeling
van boerenzwaluwen verder te stimuleren, starten Ecomel en de Vogelbescherming half
augustus gezamenlijk een actie. Bij aankoop van biologische zuivel van De Groene
Koe (in supermarkten) en Zuiver Zuivel (in natuurvoedingswinkels) draagt u meteen
bij aan dit project. Met de spaaractie mikt Ecomel op een omzetgroei van 5%, door
extra verkoop aan bestaande en nieuwe klanten. De actie is onderdeel van het
biologisch deelconvenant www.nederlandgaatbiologisch.nl Bron: Biofood online
Groei van omzet biologische producten in Verenigd Koninkrijk
28 juni 2006 De omzet van biologische producten in het Verenigd Koninkrijk neemt toe: de laatste jaren bedroeg de stijging 10-15% per jaar. Dit schept kansen voor Nederlandse exporteurs van biologische landbouwproducten. De verkoopcijfers voor de biologische voedingsmiddelensector groeien wekelijks met zo'n 3,5 miljoen euro. Hiermee plaatst het Verenigd Koninkrijk zich op de derde plaats in de wereldranglijst waar het de omzet van biologische producten betreft. De jaaromzet in de biologische sector groeit sterker dan in het reguliere segment en bereikte in 2005 een totale waarde van ruim 1,8 miljard euro, een stijging van 11%. Meer dan 80% van alle biologische producten vindt zijn weg naar de consument via supermarkten. Naast supermarkten zijn er de boerenmarkten.
Ondanks de door de Britse regering gewenste hoge zelfvoorzieningsgraad van 70%, was er dit jaar een daling in de afzet van binnenlandse producten. Er zijn nog vele gaten in de Britse markt die ruimte bieden aan Nederlandse exporteurs. Hierbij kan gedacht worden aan de zuivelsector, de markt voor kant-en-klaar-producten, de groenten- en fruitsector en de foodservicesector. In 2004 werd 56% van de behoefte aan biologische producten gedekt door importen. Gedurende de jaren '80 en '90 steeg de omvang van de Britse biologische markt voor groenten jaarlijks met gemiddeld 30%. In 2002-2003 vlakte deze groei af naar circa 20% per jaar, waarna de markt zich begon te stabiliseren.
Bron: Berichten Buitenland LNV
Duitsland veruit grootste afzetkanaal vroege biopieper
28 juni 2006 Discountsupermarkten in Duitsland zijn voor de biologische vroege aardappels veruit het grootste afzetkanaal geworden, met een marktaandeel van 68 %. Dat zegt het agrarische prijsbureau ZMP. De ambulante handel komt op 16% en natuurvoedingszaken halen 5%. Ook de teelt van biologische aardappels is volgens het ZMP flink gegroeid. Bij sommige productenverenigingen gaat het om een uitbreiding van het areaal richting de 20 procent. De groei komt doordat individueel werkende telers in de biologische aardappels zijn gestapt via contracten met pakbedrijven. In het biomarktsegment gaat de grootste deel van de vraag uit naar vastkokers. Door het koude voorjaar zijn de nieuwe biologische aardappels laat beschikbaar gekomen. De vertraging is circa 14 dagen. Het totale Duitse areaal voor de primeurs, inclusief de gangbare rassen is 15800.
Bron: Agrarisch Dagblad
26 juni 2006 Alle biologische boeren en tuinders krijgen binnenkort een LNV-brief
waarmee zij zich kunnen aanmelden voor vergoeding van Skal-kosten, namelijk
de jaarlijkse basisbijdrage van ? 650,-. De Vakgroep Biologische Land- en Tuinbouw van LTO/Biologica vraagt de leden deze brief op tijd te beantwoorden, zodat de uitbetaling - gepland voor oktober - niet vertraagd wordt. De vergoeding blijft vijf jaar bestaan.
Bij eerder terugschakelen of stoppen hoeft de vergoeding die eerder ontvangen is, niet terugbetaald te worden. Per jaar wordt dus bekeken of een bedrijf nog aangesloten is bij Skal. Dit is een correctie op een eerder bericht. De oude RSBP-systematiek geldt dus niet voor deze regeling. De vakgroep wil naast deze vergoedingsregeling nu ook een jaarlijkse, vaste bijdrage uit de EU-plattelandsontwikkelingsfondsen 2007-2013 als vergoeding voor 'groene en blauwe diensten'. De discussie hierover loopt.
Inkomen Biologische melkveehouderij over 2005 gestegen
23 juni 2006 Na een zeer slecht jaar 2004 is het inkomen op biologische melkveehouderijbedrijven in 2005 weer toegenomen. Ook het marktaandeel van biologische melk is in 2005 gestegen. Onder andere door uitblijvende schaalvergroting blijft het inkomen per bedrijf wel achter bij dat van gangbare bedrijven. De biologische bedrijven zijn lange tijd in staat geweest om met minder melk een hoger inkomen te behalen dan hun gangbare collega's. Mede door de groeiende achterstand in bedrijfsomvang, waardoor prijsstijging van de vaste kosten minder goed wordt opgevangen, is die voorsprong omgebogen in een achterstand. In 2005 is het inkomensnadeel opgelopen tot ruim 11.000 euro per bedrijf. Het marktaandeel van de biologische zuivel is in 2005 gestegen tot 2,1%, waarbij de meeste biologische melk via de supermarkten bij de consument terechtkomt. De internationale vraag naar biologische melk trekt iets aan, waardoor wellicht een positieve invloed ontstaat op het inkomen. De bio-toeslag voor 2006 is door Marktleider Ecomel in overleg met haar boerenvertegenwoordigers vastgesteld op 5,88 cent per kilo voor Eko-melk en op 8,38 cent per kilo voor biologisch-dynamische melk. Om de verhouding tussen zomer- en wintermelk te verbeteren, is besloten voor wintermelk meer en voor de zomermelk minder toeslag uit te betalen.
Biologische melkveehouders die willen beginnen of uitbreiden, worden op een wachtlijst gezet. Bij Friesland Foods is de wachtlijst het langst, bij Ecomel is op dit moment vrijwel geen sprake meer van een wachtlijst. Ook bij de biologische melkverwerkers Vecozuivel en Melkpool Eko Holland is weer plaats voor nieuwe veehouders.
Geen herstel van inkomen Biologische akkerbouw- en groentenbedrijven
23 juni 2006 Biologische akkerbouw- en groentebedrijven hebben sinds 2000 te maken met tegenvallende resultaten, met name door een te groot aanbod en tegenvallende prijzen. De reactie hierop is een afname in het biologische groenteareaal. In vergelijking met gangbare bedrijven hebben biologische bedrijven nog wel hogere opbrengsten, de kosten zijn echter ook fors hoger. De geldopbrengsten op de biologische bedrijven zijn per hectare marktbare gewassen bijna het dubbele. Naar productgroep varieert het verschil van ruim 3.000 euro per hectare bij de groenten en 1.500 euro bij de aardappelen tot een gering verschil bij de granen. Behalve hogere opbrengsten, hebben de biologische bedrijven ook te maken met hogere kosten. Dit is vooral zichtbaar bij de kosten voor arbeid, loonwerk, rente en zaaizaad/pootgoed. Lager zijn uiteraard de kosten van gewasbescherming. De rentabiliteit van de biologische bedrijven is door de hogere kosten over de jaren 2001-2004 vijf procentpunten lager; dit resulteert in een 12.000 euro lager inkomen.
21 juni 2006 Uit onderzoek blijkt dat mensen met een appelallergie niet allergisch reageren op Santana appels. Het appelras is speciaal ontwikkeld voor de biologische landbouw, omdat het ras goed bestand is tegen appelziektes zoals schurft. Onderzoek heeft uitgewezen, dat mensen allergisch kunnen zijn voor een bepaald eiwit in de appel. Ze krijgen last van jeuk, tintelingen en zwellingen aan lippen, tong en keel bij het eten van een appel. Pati?nten met een appelallergie hebben volgens Wageningse onderzoekers ook last van hooikoorts in het voorjaar door rondzwevend berkenstuifmeel. Andere fruitsoorten kunnen eveneens klachten veroorzaken.
Maar bij consumptie bleek dat driekwart van de allergiepati?nten het fruit ook goed kon verdragen. Op dit moment liggen er geen Santana appels in de natuurvoedingswinkels, omdat de oogst van 2005 al op is. Vanaf september/oktober komt de nieuwe oogst in de winkel te liggen.
Bron: Biologica
21 juni 2006 Het aantal biologische bedrijven in Polen is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In 2003, het jaar van de toetreding tot de EU, bedroeg dit aantal 2300. Aan het eind van 2005 was dit aantal ruim verdrievoudigd tot 7200 stuks. Het aandeel van het biologisch areaal binnen de totale voor landbouw gebruikte oppervlakte bedraagt echter nog minder dan 1%.De Poolse regering stimuleert de overgang naar biologische landbouw en door de toetreding tot de EU is de subsidie voor biologische landbouwers verdubbeld. Daardoor is er net als overal in Europa een aanzienlijke financi?le prikkel om over te stappen naar biologische landbouw.
Bron: AGF
20 juni 2006 In Franrkijk heeft zowel de primaire als de verwerkende biologische sector zich het afgelopen jaar uitgebreid. Dit blijkt uit de eerste cijfers over 2005 van Agence Bio, het overheidsagentschap voor de biologische landbouw, binnen het Franse ministerie van Landbouw en Visserij. Het areaal nam met 5% toe tot 560.838 hectare, terwijl in 2004 de groei nog stagneerde.
Het areaal biologische landbouw bedroeg in 2005 560.838 hectare, een toename van 5% ten opzichte van 2004. Van het areaal is 513.365 hectare gecertificeerd, 47.473 hectare bevindt zich in een omschakelingsfase. Ook het aantal agrarische bedrijven dat biologisch produceert nam met 3% toe.
Bron: Voeding Web-Log.nl
20 juni 2006 Vanaf 1 januari 2007 mag geen hybride zaadgoed in de graanteelt meer gebruikt worden, behalve voor ma?s. Dit heeft de vereniging van de Zwitserse biologische landbouw organisatie, Bio Suisse besloten. De redenen hiervoor zijn het gevaar van genetische erosie waardoor de diversiteit van rassen bedreigt wordt. De uniforme hybride teelten zijn extra kwetsbaar voor epidemie?n. Bovendien leidt het gebruik van hybride zaden tot afhankelijkheid van zaadbedrijven omdat zaden niet opnieuw gebruikt kunnen worden. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt dat de biologische landbouw bij moet dragen aan biodiversiteit. En het gebruik van zaadvaste rassen sluit de toepassing van gentechnologie uit. De hybride veredeling is sneller geneigd om gentechnologie toe te passen omdat de gewenste eigenschappen van gewassen alleen met geavanceerde technologie en terugkruisingen te bewerkstelligen zijn.
Bron: www.bio-markt.info
19 juni 2006 De jaarlijkse Open Dagen bij de biologische boer en tuinder hebben dit jaar een recordaantal van ruim 80.000 bezoekers getrokken ten opzichte van 75:000 vorig jaar. Biologica, de landelijke organisator van de Open Dagen, zegt dat het grote aantal bezoekers te danken is aan de vele activiteiten die de boeren en tuinders aanboden op hun erf, en de groeiende belangstelling van consumenten voor gezonde en biologische voeding. Het mooie weer zal ook zeker invloed gehad hebben op de goede opkomst. Op zaterdag 17 en zondag 18 hadden hadden 210 biologische boeren en tuinders, verspreid over het hele land hun deuren opengezet voor het publiek. Met proeverijen, rondleidingen, fietstochten, boerenmarkten en kinderactiviteiten werden consumenten geinformeerd over de productiewijze en smaak van biologische voeding. De Open Dagen werden dit jaar voor de negende keer door Biologica georganiseerd en zijn mede mogelijk gemaakt door Triodos Bank. Milieudefensie heeft op ruim 40 locaties fietstochten georganiseerd in samenwerking met de Natuurwinkel. Van Eigen Erf heeft op circa 10 locaties boerenmarkten georganiseerd.
Bron: Biologica
19 juni 2006 Medewerkens van de onderzoeksinstituten PPO en ASG van Wageningen UR hebben in opdracht van het ministerie van LNV een verkennende onderzoek uitgevoerd naar de potenties van multifunctionele landbouw. De onderzoekers hebben de marktpotentie van verbrede landbouw verkend via diverse bronnen in de literatuur. Ze gaan daarbij uit van een vertienvoudiging van de huidige omzet in de zorglandbouw, van een kleine groei in de dagrecreatie en een verdubbeling in de verblijfsrecreatie. Voor productverwerking en huisverkoop wordt een verdubbeling in 5 jaar en een verviervoudiging in 10 jaar verwacht. Om het marktpotentieel beter te benutten, zal er zowel door overheid als bedrijfsleven gewerkt moeten worden aan strategie- en beleidsvorming. Hiervoor zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd:
-De marktpotentie wordt beter benut als meer ondernemers kennis, vaardigheden en eigenschappen ontwikkelen om multifunctionele activiteiten succesvol te realiseren. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat het management en ondernemerschap complexer wordt doordat meerdere functies op het bedrijf gecombineerd worden.
-Aanpassen van het ondernemersklimaat, vooral gericht op verbetering van knelpunten in de wet- en regelgeving. In de regelgeving staat vaak de primaire landbouwfunctie centraal en is niet berekend op het specifieke karakter van multifunctionele activiteiten.
-Markt- keten en netwerkontwikkeling: het grootschalig kopi?ren van de huidige aanpak van pioniers lijkt geen succesvolle weg. De potenti?le markt kan pas benut worden als er in markt en keten grote stappen gemaakt kunnen worden. Dit betekent investeren in ketensamenwerking en het aangaan van nieuwe allianties met grote spelers in de markt.
Het rapport Potenties van multifunctionele landbouw is te vinden op de website van het ministerie van LNV.
Bron: Ministerie van LNV
16 juni 2006 De biologische melkveehouderij streeft naar het voeren van uitsluitend biologisch voer of biologische grondstoffen. Tot 2008 is het toegestane aandeel gangbaar voer in de biologische rundveehouderij 5 %. Daarna moet het voer voor 100 % van biologische oorsprong zijn.
Door diverse onderzoeksinstellingen zijn de mogelijke gevolgen onderzocht en de knelpunten in kaart gebracht. De beperkte grondstofkeuze voor biologische eiwitrijke krachtvoeders bleek ??n van de knelpunten. Tot nu toe werden vooral gangbare eiwitrijke voeders en krachtvoergrondstoffen gevoerd als aanvulling op het biologische rantsoen. Besparen van voereiwit is daarom een voor de hand liggende oplossing. Omdat in de biologische melkveehouderij al vaak op het scherp van de snede wordt gevoerd, lijken de mogelijkheden op het eerste gezicht beperkt. Toch is op het praktijkcentrum voor de biologische melkveehouderij Aver Heino onderzocht of op eiwit is te besparen. Daarvoor is in 2004 een dierproef uitgevoerd.
Uitgebreid verslag beschikbaar via: Biofoon
14 juni 2006 De huisverkoop vanaf agrarische bedrijven is steeds meer in trek, niet alleen bij de consument maar ook bij boeren en tuinders zelf. Ons land telt intussen ongeveer 5.400 agrarische bedrijven waar allerlei land- en tuinbouwproducten direct aan de klant worden verkocht. Ongeveer 1.500 ondernemers hebben een eigen winkel ingericht. De opzet en bedrijfsvoering van de boerderijwinkels worden steeds professioneler.
Dit blijkt uit het eindverslag van het onlangs afgeronde project ?Professionalisering Regionale Boerderijwinkelformules door kennisuitwisseling?. De uitgave is verkrijgbaar bij de land- en tuinbouworganisaties LTO Noord, LLTB en ZLTO. Het project van LTO Nederland is uitgevoerd in samenwerking met Streekeigen Producten Nederland (SPN).
De afgelopen tien jaar heeft de agrarische huisverkoop zich sterk ontwikkeld. Vaak worden winkels gecombineerd met andere activiteiten (van proeverijen en rondleidingen tot theeschenkerij, zorgboerderij en conferentieruimte). In een toenemend aantal gevallen is de boerderijwinkel uitgegroeid tot de belangrijkste economische drager van het betrokken agrarische bedrijf. Voor het groeiend aantal agrarische bedrijven met huisverkoop is een nieuwe brochure beschikbaar waarin een overzicht staat van de belangrijkste regels. De regels en wetten zijn uitgebreider te vinden op een nieuwe internetsite, die tevens informatie biedt over samenwerking, winkelinrichting, presentatie van producten en dergelijke. Op de website www.boerderijwinkels.net staat informatie over onder meer bestemmingsplannen, winkelinrichting, samenwerking en succesfactoren.
13 juni 2006 Op 2 juni heeft Biologica een brief gestuurd naar de verkiezingscommissies van de politieke partijen met zes oplossingen om tot een Hollandse groeispurt te komen voor 'biologisch'. M?t nieuwe uitdagingen voor de politiek richting de verkiezingen.
De oplossingsrichtingen zijn gebaseerd op een breed draagvlak binnen de sector en bij een groot aantal maatschappelijke organisaties (zie www.nederlandgaatbiologisch.nl ).
Kort samengevat gaat het om de volgende zes oplossingen:
1. Hectarepremies versnellen omschakeling naar duurzame landbouw
Overstap van de gangbare Europese subsidies naar hectarepremies voor blauwe en groene.
2. Transparantie stimuleert de markt voor duurzaam geproduceerd voedsel Elke burger moet in een oogopslag kunnen zien onder welke voorwaarden zijn hamburger of tomaat tot stand is gekomen, bijvoorbeeld met of zonder gentech. Pas bij echte transparantie ontstaat een echt vraaggestuurde markt.
3. Meer ruimte voor multifunctionele landbouw door deregulering
Biologisch is koploper multifunctionele landbouw. Dit soort bedrijven zorgen voor leefbaarheid en werkgelegenheid op het platteland. De deregulering op landelijk en provinciaal niveau moet vooral op dit soort bedrijven gericht zijn.
4. Gezonde voeding bevorderen met smaakles- en beleving
Biologica wil namens de sector een centrale plaats in beleid en campagnes die gericht zijn op gezonde voeding en preventie van bijvoorbeeld obesitas.
5. Kennis als aanjager van economische groei
Biologica pleit voor onderzoek gericht op de vermaatschappelijking van de landbouw en onderzoek naar smaak en gezondheid.
6. Een groeiende bio-sector begint bij onszelf
Tenslotte zal de biologische sector kritisch naar zichzelf moeten kijken en vooral zelf marktkansen moeten benutten. Voor de bio-sector blijft de achterliggende ideologie een randvoorwaarde, maar de markt moet zich richten op de kwaliteit van het eindproduct en inspelen op de vragen en wensen van de consument.
Bron: Biologica
13 juni 2006 De biologische boeren bewijzen dat zij op het world wide web uitstekend de weg kennen. Onder de vlag van www.vaneigenerf.nl
bestieren zij een webwinkel met een omzet die dit jaar richting de twee miljoen euro gaat. De komende week openen zij de winkel ook voor de provincie Zuid-Holland.
?Groenten en fruit zijn supervers als ze worden besteld of afgehaald. We hebben niet, zoals bij een supermarkt, schappen waarin de producten liggen opgeslagen. We hebben geen magazijn. Na een bestelling worden de groenten van het land gehaald, in kratten gestopt en naar de klant gebracht. Verser kan niet,?? meent Iris van de Graaf van Stichting Van Eigen Erf.
De Zuid-Hollandse internetwinkel heeft als adres www.biologischgoed.nl. Alleen de provincies Utrecht en Zeeland hebben nog geen boerenwebwinkel.
12 juni 2006 De kwaliteit van de controle inspecties is niet slecht, maar het kan altijd beter. Skal wil dar de controle effici?nter wordt en dat er meer risicogericht wordt gecontroleerd, zodat de betrouwbaarheid van het biologische product nog beter wordt. De controle-organisatie voor de biologische sector heeft vorig jaar veertien landbouwbedrijven afgekeurd als biologisch, in 2004 waren dat er tien. Op de bedrijven was een fatale fout gemaakt, waardoor de productie niet langer als biologisch wordt aangemerkt. In de meest gevallen ging het om gebruik van niet toegestane middelen.
08 juni 2006 De Zeeuwse Milieufederatie, Diepvriesgroenteproducent Oerlemans Foods en drie Zeeuwse zorginstellingen gaan ervaring opdoen met biologische voeding in de keuken. Zij vormen met deze proef de eerste zorginstellingen in Nederland die in deze omvang biologische maaltijden willen introduceren. Bovendien gaat het hier om een biologische warme maaltijd. De ervaring in Nederland beperkte zich tot nu toe tot de introductie van een biologische lunch.
De beleving van het eten is erg belangrijk binnen de zorg. Een belangrijke voorwaarde voor de zorginstellingen is wel dat de biologische maaltijden kosten neutraal ge?ntroduceerd kunnen worden. Dat vraagt veel creativiteit, maar daarvoor is dit project dan ook bedoeld.
Biologisch in de zorg is een nieuwe doelgroep met haar eigen specifieke eisen en wensen. Zo gaat de voorkeur van de zorginstellingen uit naar producten die bijvoorbeeld panklaar en in grootverpakking worden aangeleverd. Hoewel het assortiment biologisch inmiddels heel breed is, zijn producten in grootverpakking nog schaars. Na een uitgebreide ori?ntatie op de biologische markt en door middel van excursies en proefkooksessies, is het in najaar 2006 zover: dan willen de zorginstellingen voor hun bewoners een biologische maaltijd serveren. Zijn de resultaten positief, dan zullen de ervaringen worden verspreid naar andere zorginstellingen in en buiten Zeeland.
Meer informatie: Melissa Ernst, Zeeuwse Milieufederatie, 0113 ? 23 00 75.
08 juni 2006 Het totale aantal bij de controle-organisatie Skal aangesloten bedrijven nam in 2005 iets toe, van 2.318 tot 2.347. Dit was vooral het gevolg van de uitbreiding van de aansluitplicht voor handels- en opslagbedrijven. Daardoor nam het aantal aangesloten bedrijven in deze categorie toe van 849 naar 879. Het aantal aangesloten landbouwbedrijven daalde met 1 tot 1.468. Dat blijkt uit het jaarverslag over 2005.
Bij de landbouwbedrijven vielen tegenover 71 uittredingen 70 aanmeldingen te noteren. De helft van de nieuw aangesloten landbouwbedrijven hebben legpluimvee. Bij de bereiders/ importeurs/overige bedrijven waren er 11 aanmedlingen tegenover 81 uittredingen.
Eind 2005 stond 48.942 hectare land onder toezicht van Skal. Dit is een toename van ca. 2% ten opzichte van 2004. De in aantal belangrijkste diersoorten die onder toezicht stonden, waren melkkoeien (15.898), melkgeiten (13.994), legkippen (513.329 dierplaatsen) en vleesvarkens (22.168 dierplaatsen). Grootste verandering: 26% meer legkippen.
Zie voor meer informatie het Jaarverslag 2005 op de website van Skal.
Bron: Skal
Nieuwe natuurlijke vijanden in project Smaak van Morgen
08 juni 2006 Op PPO-locatie Randwijk telen we rode bes en peer onder overkapping. Overkapping leidt echter over het algemeen tot meer problemen met plagen. Onderzoeker Rien van der Maas hier over: ?Inzet van natuurlijke vijanden en functionele agrobiodiversiteit zijn de sleutels voor oplossingen. In samenwerking met Koppert, Entocare en de Universtiteit Leiden zetten we nieuwe experimentele natuurlijke vijanden uit in het onderzoek Onbespoten Fruitteelt voor Belevingslandbouw (onderdeel van De smaak van morgen) Via Koppert wordt een inheemse roofwants tegen gewone en kleine bessenbladwesp in rode bes uitgezet. Dit is al twee seizoenen een succes. Entocare test twee sluipwespen tegen dopluis in rode bes. De Universiteit Leiden doet onderzoek naar de effectiviteit van ongevleugelde lieveheersbeestjes tegen luis in peer.?
Meer informatie: Rien van der Maas (PPO), e rien.vandermaas@wur.nl
Bron: www.syscope.nl
07 juni 2006 Volgens het rapport 'Organics works' van de Universiteit van Essex biedt biologische landbouw gemiddeld 32% meer banen per boerderij dan een vergelijkbare conventionele productie. Wanneer alle landbouw in het Verenigd Koninkrijk biologisch wordt, levert dat 93.000 extra banen op, aldus het rapport. Bovendien trekt de biologische landbouw meer jonge mensen en meer nieuwkomers naar de agrarische sector.
Biologische boeren zijn gemiddeld 7 jaar jonger dan hun collega's met een gangbaar bedrijf. Het aandeel boeren jonger dan de 55 jaar ligt in de biologische sector 20% hoger dan in de conventionele landbouw. Verder trekt de biologische landbouw veel nieuwkomers: 31% van de biologische boeren had eerder geen band met de landbouw en is dus ook niet afkomstig uit een boerenfamilie. Dat is voor 21% van de boeren in de conventionele sector het geval.
Het rapport is opgesteld in opdracht van Soil Association, de grootste belangenbehartiging- en certificeringorganisatie voor biologische landbouw
LBActualiteiten
06 juni 2006 De biologische landbouw krijgt een plaats in de voorlichtingscampagnes van de Vlaamse overheid over gezonde voeding. BioForum, de koepelorganisatie van de biologische landbouwsector, meldt dat Vlaams minister van Volksgezondheid Inge Vervotte.
"Jonge kinderen halen extra voordeel uit een overwegend biologische voeding", zegt Sabine Caremans, beleidsmedewerkster van BioForum. "Kinderen zijn immers extra kwetsbaar voor de effecten van pesticiden en synthetische smaak- en kleurstoffen en ontwikkelen gemakkelijk allergie?n. Biologische voeding is daarentegen vrij van pesticidenresidu's, smaak- en kleurstoffen en andere additieven".
BioForum erkent dat het voor kindercr?ches niet makkelijk is om op korte termijn om te schakelen naar bio. Maar melk vervangen door biologische melk of elke dag een stuk biofruit aanbieden, zijn haalbare stappen, luidt het. Volgens BioForum zijn er al een aantal kindercr?ches die over de hele lijn of in grote mate bioloigsche voeding aanbieden aan hun kleuters. BioForum vraagt aan Kind en Gezin om meer informatie over biologische voeding op te nemen in hun publicaties.
Bron: Vlaams Informatiecentrum Land- en Tuinbouw
06 juni 2006 In Belgie zit bio weer in de lift, de omzet steeg voor Vlaanderen met 2,1 procent. Maar de boeren zijn niet erg happig om op die kar te springen. Het grootste deel van onze bioproducten moet dan ook ge?mporteerd worden, schrijven De Standaard, het Nieuwsblad en Het Volk dinsdag. Biogroenten en -fruit moeten massaal worden ingevoerd om aan de vraag te kunnen voldoen. Voor de 6.000 ton die we in eigen land produceren, staat een import van 16.000 ton. Industriegroenten bijvoorbeeld worden voor 95 procent ingevoerd vanuit Nederland, terwijl het gaat om erwten, wortelen, prei en andere groenten die perfect in Vlaanderen geteeld kunnen worden. Ook de vraag naar biomelk overstijgt nog altijd het aanbod. Probleem is dat de boeren huiverachtig staan tegenover een omschakeling.
Bron: Het Nieuwsblad
02 juni 2006 Homeopathische middelen hebben op een aantal biologische melkveebedrijven effect tegen kalverdiarree. Dat is gebleken uit onderzoek dat Bioveem heeft uitgevoerd bij vier biologische melkveebedrijven. Een biologische veehouder mag maar beperkt gebruik maken van synthetische geneesmiddelen zoals antibiotica. Daarom wordt vaak gezocht naar alternatieve methoden of middelen ter verbetering van de diergezondheid. Ter ondersteuning van deze zoektocht is binnen Bioveem onderzoek uitgevoerd naar homeopathie. Veel biologische veehouders gebruiken homeopathische middelen op hun bedrijf. Bij een aantal ziektes hebben ze daarmee goede ervaringen, zoals bij kalverdiarree. Uit onderzoek blijkt dat ?bedrijfseigen? homeopathische middelen een duidelijk effect hebben op kalverdiarree. Kalveren die met Calcarea phosphorica behandeld werden ter preventie van diarree, kregen geen diarree terwijl de met een placebo behandelde kalveren in dit onderzoek binnen 2 dagen na de geboorte allemaal diarree kregen. Kalveren met diarree die met het ?bedrijfseigen? homeopathische middel behandeld werden, knapten sneller op dan kalveren die met een placebo werden behandeld. Bij 80% van homeopathisch behandelde kalveren was de diarree binnen een dag over, terwijl dat met een placebo slechts bij 11% van de kalveren het geval was. Op ??n bedrijf werd Calcarea phosphorica gebruikt, op de twee andere bedrijven Arsenicum album. Het rapport 'Homeopathie, een oplossing voor kalverdiarree' is te vinden op de website van www.Bioveem.nl
02 juni 2006 In de biologische melkveehouderij is graan als voedermiddel populair. Graan kan krachtvoer vervangen en graan kan, mits de grondsoort geschikt is, op het eigen bedrijf worden verbouwd. De rijpe graankorrel heeft een hoog zetmeelgehalte, en is daarmee een goede energiebron voor herkauwers. Teveel snel afbreekbaar zetmeel kan echter de pensfermentatie verstoren.
Uit een onderzoek blijkt dat het voeren van grotere graangiften goed mogelijk is. Problemen als acute pensverzuring hebben zich niet voorgedaan. Omdat geen extreem lage vetgehalten zijn gevonden is er ook geen sprake geweest van beginnende verzuring van de pensinhoud. In dit onderzoek is het graan en krachtvoer zo goed mogelijk verdeeld over de dag. Een deel is verstrekt met het basisrantsoen, wat een gespreide opname garandeert. Tijdens het melken en in de krachtvoerbox kon maximaal 1 kg graan per keer worden opgenomen. De proefduur was totaal zes weken en gericht op opname en productie. Er kunnen daarom geen uitspraken worden gedaan over eventuele lange termijneffecten.
Rapport downloaden via: www.biofoon.nl
Natuurvoedingswinkels lokken consument met tassencampagne
01 juni 2006 Van 19 juni tot en met 2 juli kan Nederland tijdens de "Open Dagen bij de Biologisch Specialist? extra voordelig kennis maken met de producten van de natuurvoedingswinkels. Dan valt bij 1.2 miljoen huishoudens een lege tas op de mat die bij deelnemende biologisch specialisten kan worden gevuld met vijf geselecteerde biologische producten voor slechts ?5,-. In totaal tekenden 120 bij het concept PromotiePartners aangesloten winkels in op de landelijke tassencampagne. De producten die samen voor vijf euro worden aangeboden zijn: Ekoland frisdrank, Biovers aardappelen, vanilleyoghurt van Zuiver Zuivel, de nieuwe potato snacks van Molenaartje en een biologisch Waldbrood. Om herhaalbezoek te stimuleren reiken de deelnemende winkeliers bij aankoop van de tas bovendien nog een set waardebonnen uit voor een kennismakingskorting van 25% op nog 12 andere biologische producten. Promotie Partners is een participatieconcept van de Samenwerkende Grossiers bestaande uit Natudis, De Zaai-ster, Udea en Bakkerij Verbeek. Inmiddels zijn 120 natuurvoedingswinkels aangesloten als PromotiePartner. Zij profiteren tegen een bepaalde bijdrage van een exclusief actie-, promotie en servicepakket vanuit de Samenwerkende Grossiers.
Bron: Natudis
31 mei 2006 Op basis van 3 experimenten hebben onderzoekers van de Animal Sciences Group van Wageningen UR de individuele opname bepaald van een aantal soorten ruwvoer en vers gras, evenals de verteerbaarheid van deze producten bij biologisch gehouden drachtige zeugen. Dankzij de kennis van de voederwaarde van de onderzochte ruwvoeders en de hoeveelheid die de zeugen ervan opnemen, is het nu mogelijk om redelijk in te schatten hoeveel mengvoer er kan worden vervangen door ruwvoer.
De aanname dat zeugen gedurende de winterperiode bij onbeperkte verstrekking van ruwvoer de voederwaarde van 1 kilo mengvoer kunnen compenseren, bleek alleen voor snijma?s correct te zijn. Voor de meeste onderzochte ruwvoeders en bij weidegang geldt dat slechts een vermindering van de voergift met maximaal 0,5 kilo verantwoord is. De samenstelling van het mengvoer dient daarbij wel afgestemd te zijn op het soort ruwvoer dat de zeugen krijgen.
Het rapport Ruwvoeropname bij biologisch gehouden drachtige zeugen is te vinden op de website van de Animal Science Group.
Animal Sciences Group - Wageningen UR, 30/05/06
Verschil in kwaliteit biologische en gangbare tomaat
30 mei 2006 Een vergelijkend onderzoek is uitgevoerd door het International research Association for organic food and health. Het doel van deze studie was de voedingskwaliteit van biologisch geteelde tomaten te vergelijken met tomaten uit de conventionele teelt. Vijf tomatencultivars werden geselecteerd voor onderzoek: drie grote cultivars (Atol, Awizo en Etna) en twee kersentomaten (Piko en Koralik). Chemische analyses van de rijpe vruchten toonden aan dat het teelttype de kwaliteit van het product positief be?nvloedt. Biologisch geteelde tomaten blijken meer suikers te bevatten, meer vitamine C, lycopeen, b?tacaroteen en flavinoide dan de tomaten van conventionele teelt. De verkregen resultaten steunen, in de meeste opzichten, de theorie dat de biologische productie-systemen met de lagere beschikbaarheid van stikstof in de grond, tot een hoger gehalte en grotere verscheidenheid aan bioactieve stoffen in het product leidt. Daarom kunnen bv biologische kersentomaten geadviseerd worden als de gezondheid ondersteunende nuttige producten.
Bron: Biofood
Vraag naar biologisch vlees in Amerika overstijgt aanbod
30 mei 2006 In Noord-Amerika groeide de verkoop van biologisch vlees in 2005 met 51% en de groei zet verder door. Volgens een recent onderzoek van de organicmonitor is de biologische vleessector de snelste groeier binnen de Noordamerikaanse biologische voedselindustrie.
Sinds 2002 bedraagt de groeipercentage meer dan 150%. In deze studie wordt gesteld dat het aanbodtekort de groei nadelig be?nvloedt. Omdat lokale producenten de vraag niet aan kunnen is de Amerikaanse markt in hoge mate afhankelijk geworden van import uit Latijns Amerika, Australasia en Canada. Meer dan 60% van het biologische varkensvlees wordt tegenwoordig ge?mporteerd.
Bron: Biofood
23 mei 2006 Het Deense ministerie voor Voeding, Landbouw en Visserij heeft uit de totaal 22,7 miljoen euro van het Deense biologische onderzoeksprogramma F?JO III 9,7 miljoen vrijgemaakt voor zes nieuwe onderzoeksprojecten. De projecten focussen op voedselkwalteit, aandacht voor het milieu en de omstandigheden voor boeren in de derde wereld.
Het effect van een bouwplan op productie en milieu wordt onderzocht
Daarnaast de duurzaamheid van de biologische landbouw in de wereldwijde voedingsketen
Onderzoek naar hoe de kwaliteit van biologisch zaad voor granen, peulvruchten en witte klaver verbeterd worden? Welk bouwplan voor biologische kool, sla en wortelen heeft de geringste negatieve gevolgen voor het milieu. Aandacht voor het verhogen van de kwaliteit van biologische melk en biologische zuivelproducten waarbij andere veevoeders, verwerkingstechnieken en nieuwe pasteurisatie technieken toegepast worden. Onderzoek naar het belang van de biologische landbouw voor de samenleving, waarbij ook de hoogte van de vraag naar biologische voedingsmiddelen en het niveau van de vraag over een langere termijn bekeken worden.
Bron: Agriholland
22 mei 2006 De consument lijkt milieubewuster te zijn dan verwacht, zo blijkt uit Het Financieele Dagblad. Niet alleen pesticidegebruik en eerlijke handel is voor de Nederlandse consument belangrijk, ook de afstand die het voedsel aflegt speelt een rol. Vooral biologisch voedsel legt een lange weg af naar de consument. De verplaatsing van voedsel beslaat ongeveer 33 procent van het wegtransport. Nederland importeert ongeveer 50 procent van het biologische voedsel dat het consumeert en het exporteert zo?n 50 procent van het biologische voedsel dat het produceert. Bron: www.agf.nl
20 mei 2006 De EU is verdeeld over de transgene grenswaarde voor biologische producten. De 25 landbouwministers bespreken deze week het voorstel om een gehalte van maximaal 0,9 procent transgene organismen toe te staan.
De landbouwraad in Brussel staat grotendeels in het teken van biologische landbouw. De transgene grenswaarde lijkt de discussie te beheersen, aangezien veel lidstaten deze veel te hoog vinden.
Volgens de Commissie is de nuloptie - geen enkel transgeen organismen in biologische producten - onwerkbaar en belemmerend voor de verkoop. Diverse landen onder aanvoering van Griekenland eisen wel een veel lager percentage van de maximaal 0,9 procent besmetting waarmee Brussel op de proppen is gekomen.
Door: Agrarisch Dagblad
Aardappel blijkt bouwplanvervuiler op biologische bedrijven
17 mei 2006 Ondanks de betrekkelijk eenvoudige en effectieve onkruidbeheersing blijkt de aardappelteelt op biologische bedrijven geregeld oorzaak van sterke veronkruiding. Vooral aan het eind van de teelt, als het gewas is afgestorven of gebrand, kan het onkruid zich ongestoord ontwikkelen en flink zaad vormen. Dit is ??n van de conclusies uit recente onkruidtellingen en het jarenlang volgen van de onkruidbestrijding op biologische bedrijven binnen het praktijknetwerk BIOM.
In de beginjaren van BIOM was er nog betrekkelijk weinig aandacht voor dit probleem en werd er nauwelijks handmatig onkruid bestreden in biologische aardappelgewassen. Nu duidelijk wordt hoe sterk de nadelige gevolgen kunnen zijn van de zaadzetting van onkruid in aardappelgewassen is hier veel meer aandacht voor. Uit onderzoek door PRI blijkt dat een extra onkruidbestrijdende bewerking rond het begin van de teelt een significante bijdrage levert aan het terugdringen van de onkruiddruk.
Het rapport 'Managementstrategie?n en hun effect op de onkruidbeheersing in het bouwplan op biologische bedrijven'beschrijft de resultaten van dit driejarige project uitgevoerd op zestien BIOM-bedrijven.
17 mei 2006 De Britse omroep BBC heeft een speciaal radioprogramma voor groente. Veg talk heet het programma, dat wordt gepresenteerd door Gregg Wallace op Radio Four.
Volgens Wallace is biologisch niet het antwoord op de vrees voor genetisch veranderde producten. Ook is biologisch helemaal niet milieuvriendelijker. ?85 procent van de biologische groente in dit land wordt ge?mporteerd.?
De presentator staat bekend om zijn boude uitspraken. De Britse consumenten denken lokale producten te kopen, maar komen bedrogen uit. ?Ik geloof in het lokaal seizoensmatig inkopen. Voeding moet niet van mijlenver komen.?
17 mei 2006 Op welk moment kan een pluimveehouder het best een koppel biologi
sche leghennen afleveren? De optimale aanhoudingsduur wordt
bepaald door het maximaal haalbare saldo op jaarbasis. Maar de vraag
blijft: wanneer? Onderzoek heeft hiervoor een vuistregel opgeleverd
De optimale aanhoudingsduur van biologische leghennen is vooral afhankelijk van
het legpercentage. Verder heeft de prijs van een 17-weekse hen enige invloed. Zolang
het legpercentage nog geen 8 tot 10 procent onder het cumulatieve gemiddelde
van de legperiode zit, het percentage eerste soort boven de 75 ? 80 procent blijft en
het voerverbruik niet gaat toenemen, is het vanuit economisch oogmerk gunstig om
een koppel hennen nog aan te houden.
16 mei 2006 Ierse inspecteurs van het Ministerie van Landbouw hebben residuen van chemische gewasbeschermingsmiddelen gevonden in vier uit onder meer Spanje en Frankrijk ge?mporteerde biologische producten.
Van de 45 onderzochte monsters van biologische producten bevatten er 4 sporen van gewasbeschermingsmiddelen. Het ging om courgette, citroen en grapefruit uit Spanje en sla uit Frankrijk, meldt freshinfo.com. Het niveau van de gevonden residuen bleef wel beneden de normen die voor gangbare producten gelden. Maar met de vondst is de geloofwaardigheid van de hele biologische sector in het geding.
De Ierse bevindingen zijn naar de Spaanse en Franse controlerende instanties en naar de EU-autoriteiten gestuurd. Daarnaast zal onderzocht worden hoe de vervuiling in deze concrete gevallen heeft kunnen optreden. De Ierse autoriteiten vonden in gangbare groenten overigens nog veel meer residuen.
Bron: Groenten & Fruit
16 mei 2006 Veerman wil Europees logo voor bio
Biologische producten die afkomstig zijn uit lidstaten van de Europese Unie moeten via een specifiek logo als zodanig te herkennen zijn. Minister Veerman van Landbouw is van plan om een voorstel van de Europese Commissie op dit punt te gaan steunen. Het voorstel komt aan de orde tijdens de landbouwraad die op 22 mei in Brussel wordt gehouden.
Veerman acht het een goede zaak dat de normen voor biologische landbouw in de Europese Unie verder geharmoniseerd worden. De Europese Commissie wil met het voorstel meer helderheid voor consumenten en producenten scheppen. Uit oogpunt van een gezonde werking van de markt blijft er wel ruimte om enige regionale flexibiliteit in te bouwen.
Verder wil de Commissie de controles op biologische producten in overeenstemming brengen met het offici?le EU-controlesysteem voor levensmiddelen en diervoeders. In het voorstel worden de algemene principes van de biologische productiemethode en de algemene productievoorschriften weergegeven. De details moeten de komende jaren in het permanente comit? verder worden uitgewerkt.
Prijzenoorlog in supermarkt negatief voor biologische afzet
16 mei 2006 De prijzenoorlog in de supermarkten negatief voor afzet biologische producten. De omzet in de biologische sector groeide vorig jaar minder dan in 2004. Het supermarktkanaal is ??n van de belangrijkste markten is om biologisch op de kaart te zetten. In 2005 bleef de groei hangen op 1,4%, terwijl het marktaandeel marginaal toenam met 0,1% naar 2,0%. Volgens Lidwien Daniels, marketingmanager van Biologica, moet de Taskforcegroep dan ook om de tafel met de supermarkten om het tij te keren. Deze groep bestaat uit een aantal organisaties, die het biologische product aan de Nederlandse consument willen verkopen. Volgens Bert van Ruitenbeek, directeur van Biologica, moet de sector zelf ook maatregelen nemen. Zo moet de sector meer succesformules gaan ontwikkelen. Ook moet de prijs niet meer de nadruk krijgen. De hoge prijzen van biologische voeding zou er mede de oorzaak van zijn, dat biologische voeding in Nederland nog niet populair is. Biologisch vlees doet het wel redelijk goed. Ook moet de sector het biologische product aan de man brengen en aandacht schenken aan kwaliteit, smaak en beleving, omdat hier kansen liggen.
Bron: AGF
15 mei 2006 Sinds 1 januari 2006 gelden verscherpte voorwaarden voor de opfok van biologische leghennen. Deze aanscherping heeft een fors kostprijsverhogend effect. De Animal Sciences Group heeft daarom de productiekosten op het biologisch opfokbedrijf opnieuw berekend. De kostprijs van een 17 weekse biologische hen is ? 6,20. De voerkosten vormen met 32 procent de grootste kostenpost. Door toekomstige aanscherping van de EU-regelgeving (100% biologisch voer in 2012) zullen de voerkosten waarschijnlijk nog verder gaan stijgen.
Bron en meer info: www.biofoon.nl
15 mei 2006 Biologische hennen halen goede resultaten met 95% biologisch voer, zo blijkt uit de eerste proef met biologische leghennen op ?Het Spelderholt? in Lelystad. Een van de problemen met het 95% biologisch voer is een minder goede structuur en het risico van ontmenging. Daarom kreeg de helft van de dieren het voer als kruimel en de andere helft in meelvorm. Het voerverbruik was lager bij kruimel mede door het hogere energiegehalte van het kruimelvoer. De uitval en
het percentage buitennesteieren waren hoger bij kruimel. De dieren vertoonden nauwelijks
(veren)pikkerij, zodat we niet kunnen aangeven welke voervorm beter is.
Bron en meer info: www.biofoon.nl
12 mei 2006 Danone, de grootste producent van verse zuivelproducten ter wereld, gaat zich meer richten op de markt van biologische producten. Het Franse concern investeert 65 miljoen dollar in haar Amerikaanse dochter Stonyfield Farm, wereldwijd marktleider in biologische yoghurts. Danone ziet ook heel wat mogelijkheden in andere landen.
In de VS haalde Stonyfield Farm, waarin Danone twee jaar geleden een belang van 80 procent nam, vorig jaar een omzet van 211 miljoen dollar vergeleken bij 144 miljoen op het moment van de overname. Danone hoopt die omzet over een jaar of drie op 375 miljoen dollar te kunnen brengen. De Fransen baseren dat optimisme op de sterk toenemende verkopen van biologisch zuivel onder invloed van de wereldwijde trend naar gezondere voeding.
Daarom wil Danone de capaciteit van de fabriek in New Hampshire in drie jaar tijd opvoeren naar 150.000 ton per jaar. Bovendien gaan de Fransen ook een productielijn voor biologische yoghurt opzetten in hun fabriek in Utah. Maar de plannen van het bedrijf gaan verder. Nog dit jaar wordt Stonyfield Farm gelanceerd in Canada, terwijl over een klein jaar ook Europa op het programma staat.
12 mei 2006 De productie van biologische melk is in Frankrijk de laatste jaren sterk toegenomen. In 2004 kwam de productie daarmee uit op 225 miljoen liter per jaar (bron:zuivelzicht). De vraag groeit ook, maar houdt toch de productiegroei niet bij. Steeds meer op biologische wijze geproduceerde melk wordt in Frankrijk verwerkt tot 'conventionele' zuivelproducten. In 2004 moesten daardoor 47 procent van de biologische melk verwerkt worden tot gangbare producten met meestal een lagere toegevoegde waarde. Omdat de vraag de voortdurende biologische melkplas niet bijhoudt, besluiten veel melkveehouders daarom met deze productiemethode te stoppen.
10 mei 2006 De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw heeft een nieuwe consumenten-actiecampagne in voorbereiding die gepland staat voor oktober 2006
Doel is om een impuls te geven aan de verkoop van biologische producten. Daarnaast wordt nadruk gelegd op de meerwaarde van biologisch. Dezer dagen wordt het concept getest.
Meer informatie:http://www.biologischconvenant.nl/
Uitbreiding samenwerking Greenery Naturelle en Nautilus
10 mei 2006 De samenwerking tussen Co?peratie Nautilus en Naturelle wordt uitgebreid met de internationale verkoop van biologische industriegroenten.
Naturelle verkoopt vanaf heden alle producten van vers en industrie van de co?peratie Nautilus. De verkoop van biologische industriegroenten zal worden behartigd door Peter van den Berg van The Greenery.
Naturelle, de biologische tak van The Greenery, heeft door de hechtere samenwerking een nog breder pakket tot haar beschikking. Alle afnemers in zowel binnen- als buitenland worden vanaf heden door Naturelle bediend. Dit past in het beleid van The Greenery om zich verder te ontwikkelen in de internationale afzet van biologische producten.
10 mei 2006 De Bibliotheek, het informatiecentrum van het Belgische BioForum presenteert onder de naam 'Puur' een nieuw magazine over biologisch voeding. Het magazine is bedoeld om consumenten kennis te laten maken de biologische keuken. De uitgave bevat tevens verhalen van mensen die biologische voeding telen, verwerken, verkopen of bereiden.
Puur verschijnt zes keer per jaar en wordt aan de consument aangeboden via de natuurvoedingswinkels. Het magazine is de opvolger van BioVisie, het kwartaalblad voor de biologische sector in Vlaanderen. De uitgave Vaknieuws van Bioforum zal voortaan vier keer per jaar verschijnen in een technische katern voor landbouwers of voor verwerkers, distributeurs en detaillisten.
09 mei 2006 Biologisch pluimvee en producten daarvan verliezen hun status niet meer als ze in geval van ziektedreiging moeten worden opgehokt.
De Europese Commissie heeft dit nu officieel vastgelegd in een wijziging van de Richtlijn voor de biologische productie.
Voor biologische zoogdieren was al wel een uitzondering gemaakt op de regels dat deze onbeperkt toegang moeten hebben tot een buitenuitloop in geval van ziektedreiging, voor biologisch pluimvee nog niet. Dat is nu rechtgetrokken.
De opfok van biologische biggen verschilt op diverse punten van die van gangbare biggen. Biologische biggen worden later gespeend dan reguliere biggen (op 6 in plaats van 4 weken) en door de beperkingen die gesteld worden aan biologisch voer is de voersamenstelling minder uitgebalanceerd dan van gangbaar voer. Ook mogen biologische varkenshouders maar in zeer beperkte mate medicijnen verstrekken. Uit een door de Animal Sciences Group van Wageningen UR uitgevoerde inventarisatie onder 14 biologische varkenshouders bleek dat de gemiddelde uitval van biggen in de opfokperiode in de periode 2004 ? 2005 2,8% bedroeg; 1,0% hoger dan het landelijk reguliere gemiddelde over dezelfde periode.
Meer informatie: Biofoon
08 mei 2006 Vanaf 15 mei gaat BioPRINS, het prijsinformatiesysteem voor biologische akkerbouw- en tuinbouwproducten de lucht in. Het initiatief voor dit digitale prijssysteem is genomen door BIOWAD, de vereniging van Noordelijke biologische akkerbouwers.
BioPRINS maakt het mogelijk om informatie over transacties en prijzen onder de deelnemers uit te wisselen. Het voorziet daarmee in de behoefte van telers om snel, meer en actuelere informatie te verkrijgen over de productprijzen en de markt, om de productprijs op peil te houden en om zicht te hebben op voorraden. Ook het ontmoeten van medeproducenten op de markt of via internet waaruit samenwerking kan ontstaan, wordt hierdoor makkelijker gemaakt.
Ge?nteresseerden kunnen zich via www.bioprins.nl aanmelden voor aardappelen, uien, peen, prei, witte en rode kool. Via een inlogcode krijgt men toegang tot de marktinformatie van die producten. Iedere deelnemende teler voert zijn transacties en behaalde prijzen in het systeem in. Met behulp van een weekoverzicht van aangemelde transacties en bijbehorende prijzen, kan elke deelnemer de productprijzen vergelijken.
Tot 1 juli 2006 is deelname voor iedereen gratis. Ge?nteresseerden tuinders en akkerbouwers kunnen zich zonder kosten aanmelden via www.bioprins.nl De fase tot 1 juli dient als opstart voor het nieuwe verkoopseizoen. Het prijssysteem gaat bij de start van het nieuwe oogst- en verkoopseizoen, 1 juli 2006 over naar een besloten en betaalde aanpak.
BioPRINS is met ondersteuning van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland en de Proeftuin Noord en in samenwerking met Landmerc en Agro Eco tot stand gekomen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Kees Timmers; tel 06-18878589
Dion Heerkens, Agro Eco; tel 0318-420405
Consequenties weglaten van GMO-vitaminen in varkensvoer
06 mei 2006 In het kader van het onderzoeksprogramma Biologische Veehouderij is op basis van een beperkte literatuurstudie beoordeeld in hoeverre met in de biologische varkenshouderij gebruikte rantsoenen voldaan kan worden aan de uiteenlopende behoeftenormen zonder dat er sprake is van toevoeging van synthetische vitaminen. Tevens is gekeken naar de mogelijke alternatieven voor door GMO?s geproduceerde vitaminen. Daarmee is een eerste stap gezet in het beantwoorden van de vraag of het toevoegen van deze vitaminen noodzakelijk is. Meer kennis over de daadwerkelijke gezondheidsrisico?s van tekorten aan vitaminen is nodig om de vraag naar noodzakelijkheid van de toevoegingen definitief te kunnen beantwoorden.
Ga voor het volledige rapport naar: www.biofoon.nl
03 mei 2006 Het gebruik van biologisch katoen door grote merken, modeontwerpers en kleine tot middelgrote bedrijven heeft tussen 2001 en 2005 geleid tot een geweldige groei in de wereldwijde verkoop van biologisch katoenen producten. Dit staat in het laatste rapport van de uit Californi? afkomstige non-profit organisatie Organic Exchange.
Gedurende de 4-jarige periode was de jaarlijkse groei gemiddeld 35%, de verkopen stegen van $245 miljoen naar $583 miljoen. De verkoopvooruitzichten voor 2008 worden geschat op een $2,6 miljard en dat zou een jaarlijkse groei van gemiddeld 116% betekenen.
Volgens het rapport waren in 2005 de vijf grootste merken die biologisch gebruikten: Nike (USA), Coop (Zwitserland), Patagonia (USA), Otto (Duitsland) en Sam?s Club/ Wal-mart (USA). Daarnaast identificeerde de Organic Exchange meer dan 30 grotere bedrijven met een biologisch katoen programma.Organic Exchange, opgericht in 2002, werkt aan de expansie van biologisch katoen door programma?s op te zetten voor katoenproducenten, toonaangevende merken en winkelbedrijven en hun leveranciers. Daarnaast organiseert Organic Exchange regelmatig conferenties en trainingen over de hele wereld.
Bron: Biofair.nl
Meer informatie www.organicexchange.org
01 mei 2006 60 uur handwiedwerk per hectare, dat is wat de drie best presterende BIOM-bedrijven gemiddeld over de jaren nodig hebben voor het schoonhouden van winterpeen. Dit is ??n van de vele uitkomsten uit de jarenlange registratie van teeltgegevens van biologische telers binnen het praktijknetwerk.
Doen de best presterende bedrijven het met 60 uur handwieden, het gemiddeld aantal uren handwiedwerk op de deelnemende bedrijven is nog tweemaal zo hoog.
Winterpeen is een gewas dat lang open blijft en in het jeugdstadium kwetsbaar is voor al te intensieve mechanische bewerkingen. Ook met optimaal gebruik van de huidige technieken blijft veel handwerk nodig.
Het ziet er echter naar uit dat voor een verdere optimalisatie van de onkruidbeheersing nieuwe, innovatieve mechanisatie noodzakelijk is.
Voor meer informatie: www.syscope.nl
01 mei 2006 De vraag naar biologisch geteelde cranberryproducten neemt toe in Nederland. Nadeel is echter dat het aanbod van deze producten ontoereikend is om aan de groeiende vraag te voldoen. Daarom gaan PPO-fruit, telers, kwekerijen en handelaren nu samen onderzoeken hoe de teelt en afzet voor biologische cranberry?s in Nederland kan worden opgezet. Het onderzoek maakt deel uit van het co-innovatieprogramma ?Biologische Afzetketens?, dat wordt gefinancierd door het ministerie van LNV.
Gedurende anderhalf jaar zal in verschillende delen van Nederland praktijkervaring worden opgedaan met de biologische teelt van cranberry?s. Dit gebeurt op demonstratievelden. Verder zal worden gekeken naar samenwerking op het gebied van productie, afzet en een marktgerichte planning van de oogst. Uit aanvullend markt- en consumentenonderzoek moet blijken hoe cranberry?s het beste aan de consument kunnen worden gepresenteerd.
In het Brabantse Oss worden dit jaar in het kader van het project 75.000 cranberryplanten geplant om ervaring op te doen met de teelt. Het bedrijf BesNederland zal als teeltadviseur fungeren. Op Terschelling zit overigens het belangrijkste teeltgebied van cranberry?s in Nederland; de teelt is daar uitsluitend biologisch.
Bron: Fruitteelt
01 mei 2006 Vanaf 1 mei a.s. moet bio-pluimvee weer naar buiten. Nu het ministerie van LNV weer toestaat dat pluimvee naar buiten gaat, moet biologisch pluimvee weer alle gelegenheid tot uitloop krijgen. De inspecteurs van Skal zullen er vanaf 1 mei a.s. dan ook weer op letten dat dit gebeurt.
27 april 2006 Het Ministerie van LNV vergoedt van 2006 tot 2011 de certificeringskosten van Skal, de organisatie die toezicht houdt op de biologische landbouw. Alle biologische boeren, die aangesloten zijn bij Skal, komen in aanmerking voor deze jaarlijkse vergoeding. De certificering kost in 2006 ? 650,- en wordt volledig vergoed. Als een biologische boer zich voor het eerst aansluit bij Skal, worden ook (eenmalig) de aansluitkosten vergoed.
Minister Veerman wil met de subsidie de maatschappelijke waardering uitdrukken voor de bijdragen die biologische ondernemers leveren aan een goede kwaliteit van het milieu, dierenwelzijn en landelijk gebied.
Bron: LNV
25 april 2006 Stilletjes is een Italiaans merk de Nederlandse jam markt aan het veroveren. Er staat nu al in een 40tal winkels marmelade en jam zonder suiker van het merk Fiordifrutta. De jam is gemaakt door Rigoni di Asiago en onder beheer van Natoli BV verkocht op de Nederlandse en Belgische markt. Met maar liefs 19 smaken marmelade en confituur een scala aan fruit smaken voor op brood en in de keuken.
Hoe kan een biologisch product concurreren met een prijskaartje twee keer dan dat van zijn concurrenten? Het antwoord is simpel: smaak. Een confituur is een gekookt product, het is een recept en het eindproduct is afhankelijk van de vakkennis van de maker. Fiordifrutta bestaat uit Italiaans fruit, wordt verwerkt door Italiaanse koks en wordt verpakt in Itali?. Alleen op deze manier garandeer je het beste eindresultaat. Boordevol smaak, geur en kleur. Maar ook boordevol met de natuurlijke eigenschappen van het fruit zelf. De mineralen, vitamines en anti-oxydanten en andere eigenschappen zijn voor een groot deel behouden door een kook proces op uiterst lage temperaturen.
Bron: BioFair.nl
25 april 2006 De slogan ?Biologisch, eigenlijk heel logisch? waarmee de biologische sector de afgelopen jaren heeft geprobeerd om af te komen van het geitenwollensokkenimago, is haar doel voorbij geschoten. Er is onvoldoende rekening gehouden met de toenemende vraag naar kwaliteit, vindt platform Biologica.
Directeur Bert van Ruitenbeek gaf gisteren in De Volkskrant aan dat de sector onvoldoende aandacht geeft aan het imago van kwaliteit. Volgens hem is dat in de Verenigde Staten en Groot-Brittanni? wel gebeurd, waardoor ketens en supermarkten daar wel in staat zijn biologische voeding te verkopen met een imago van kwaliteit, authenticiteit en ?lekker eten.?
Volgens Van Ruitenbeek leggen Nederlandse supermarkten te veel de nadruk op prijs. Hij noemt het een misvatting dat meer biologisch wordt gekocht als de prijs laag is, en denkt dat men bereid is juist meer te betalen voor een betere smaak.
Bron: Weekblad Groenten & Fruit
24 april 2006 Een jaar zwarte braak, in combinatie met intensieve onkruidbestrijding, kan biologische telers helpen om van hardnekkige invasies van wortelonkruiden af te komen. Dit is een van de constateringen die studenten van CAH Dronten deden naar aanleiding van een aantal scenariostudies naar beheersing van wortelonkruiden in Flevoland.
Enkele conclusies uit de studie:
-Bij zware onkruiddruk van bijvoorbeeld melkdistel is zwarte braak ? in combinatie met intensieve onkruidbestrijding ? een goed alternatief voor graanteelt,
-Gezamenlijke aanschaf van specifieke machines voor volvelds onkruidbestrijding maakt de inzet ervan eerder economisch rendabel. Een voorbeeld van een dergelijke machine is de Kvik-up,
-Inzet van de Kvik-up is vooral aantrekkelijk op lichtere gronden en onder droge omstandigheden. Bij zwaardere gronden vallen opgeworpen kluiten onvoldoende uiteen, waardoor niet de gewenste uitdroging bereikt wordt.
Naast de praktische resultaten van de samenwerking draagt de pilot bij aan de structurele samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en ondernemersnetwerken. De eerste ervaringen van betrokkenen waren lovend; ?Een nog vrij unieke manier van werken en zeer positief?, zo stelde ??n van de betrokken studenten en ?een uitstekende manier om als onderwijsinstelling voldoende feeling met de praktijk te houden?.
Voor meer informatie: www.syscope.nl
24 april 2006 De biologische veehouderij start onderzoek naar alternatieven voor antibiotica. Bioconnect, het kennisnetwerk van de biologische sector, wil met het onderzoek nagaan of kruiden(mengsels) de dieren gezond houden en kwalen genezen.
Kruiden bevatten veel verschillende werkzame stoffen en hebben daarom de goede papieren voor vervanging van antibiotica. Het enige verschil met veel reguliere medicijnen is de oorsprong van de werkzame stof: natuurlijk in plaats van synthetisch.
In de reguliere geneeskunde zijn verschillende kruidenpreparaten goed onderzocht en bewezen dat ze werkzaam zijn, zoals meidoorn voor hartzwakte (ouderdomshart) en pepermunt en kamille bij darmkrampen. Gebruik van kruidenmengsels in de veehouderij, ook wel fytotherapie genoemd, is op dit moment nog beperkt en onderzoek daar naar is nog veel schaarser.
Met het onderzoek wil Bioconnect een degelijk en wetenschappelijk verantwoord antwoord vinden, objectief, reproduceerbaar en publiceerbaar. Hiermee helpt Bioconnect niet alleen de biologische veehouderij vooruit, maar ook de gangbare. Het gebruik van antibiotica in de gangbare veehouderij neemt namelijk sinds 1998 gestaag toe, zo heeft het LEI laten zien op basis van gegevens uit het Bedrijven-Informatienet.
Voor meer informatie over fytotherapie en het onderzoek voor de veehouderij kunt u contact opnemen met Maurits Steverink, kennismanager Bioconnect, tel 06 519 86 693
Zie ook www.biologica.nl/onderzoek
24 april 2006 De provinciale Milieufederaties, Dierenbescherming, IVN Nederland en Biologica willen zoveel mogelijk basisschoolkinderen aan de biologische schoolmelk (melk, karnemelk, chocolademelk of drinkyoghurt) krijgen. Zij doen hiervoor een beroep op ouders met kinderen op de basisschool. Doel is dat de komende twee jaar op minstens 120 scholen biologische schoolmelk wordt ingevoerd. De eerste 12 scholen zijn al binnen
De vier organisaties hebben de handen ineen geslagen om de biologische schoolmelk een flinke impuls te geven. Als er veel meer basisschoolkinderen biologische schoolmelk gaan drinken is dit een enorme opsteker voor de afzet van biologische melk. Het mes snijdt aan meerdere kanten: goed voor de koeien en het milieu; lekker en leerzaam voor de kinderen! Zij kunnen bijvoorbeeld met de klas een bezoek brengen aan een biologische boer of in de les aandacht besteden aan dit onderwerp.
Dit initiatief is tot stand gekomen met financiering vanuit de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw. De door deze Taskforce aangestelde ?ketenmanager scholen? zet zich in voor meer biologische producten op school.Voor meer informatie: www.biologischeschoolmelk.nl
21 april 2006 Op vrijdag 21 april wordt, na het succes van EkoPlaza Alkmaar, de tweede EkoPlaza geopend aan de Huizerweg 17-19 in Bussum. Voor Natuurwinkel Bussum was het tijd voor een nieuwe stap. Een nieuwe uitstraling en een aantal nieuwe producten, maar dezelfde mensen met dezelfde service. EkoPlaza sluit uitstekend aan bij de ambitie voor de toekomst. EkoPlaza kenmerkt zich door een frisse en heldere kleurstelling. Het is een feest om bij EkoPlaza boodschappen doen. Afgelopen maand is de winkel flink verbouwd en zijn er een flink aantal vierkante meters verkoopoppervlak bijgekomen. EkoPlaza maakt natuurvoeding bereikbaar voor iedereen met de beste artikelen die er zijn. Het assortiment heeft als basis de biologische landbouw met de keurmerken Eko en Demeter.
Regelmatig worden er activiteiten georganiseerd zoals proeverijen en product-demonstraties. Wekelijks gaat er een nieuwsbrief uit, waarin productinformatie gegeven wordt en de klant op de hoogte gehouden wordt van de laatste ontwikkelingen en activiteiten in de winkel.
www.ekoplaza.nl
Bron: BioFair.nl
20 april 2006 Diervriendelijk vlees is bijna twee keer zo duur als regulier geproduceerd vlees. Consumenten weten niet hoe dat grote prijsverschil tot stand komt. Het Voedingscentrum heeft daarom de voorlichtingscampagne 'Van varken tot karbonade' opgezet. Het Voedingscentrum wil hiermee inzicht geven in de herkomst en productie van ons eten. Doel is de consument te stimuleren na te denken over de verschillende keuzes die mogelijk zijn bij vlees (regulier, scharrel en biologisch).
In de supermarkt kost een kilo biologische schouderkarbonade zo?n ? 12, terwijl het minder diervriendelijk geproduceerde schouderkarbonaadje bij de supermarkt over de toonbank gaat voor prijzen tussen de ? 6 en ? 7 per kilo. Van de consumenten wil 41% niet meer dan 10% extra betalen voor zijn diervriendelijke karbonaadje. Overigens is biologisch vlees maar beperkt verkrijgbaar in de supermarkt. Met behulp van objectieve, toegankelijke informatie op de website van het Voedingscentrum kunnen mensen bepalen wat zij belangrijk vinden bij vlees en dierenwelzijn, om vervolgens een bewuste keuze te maken. De campagne wordt onder de aandacht gebracht met een tv-spot over de keten van varkensvlees. Zie voor meer informatie de site van het Voedingscentrum: http://www.voedingscentrum.nl/voedingscentrum/
20 april 2006 De Natuurwinkels ontkennen dat een prijzenslag gaande is tussen Albert Heijn, Ekoplaza en de Natuurwinkels. 'We hebben niet de intentie om een prijzenslag aan te gaan', claimt directeur Maarten Rijninks van Natuurvoedings Winkel Organisatie (NWO).
Hij bekent dat enkele franchisenemers die pal naast een supermarkt zitten enkele prijzen fors hebben verlaagd. Tevens verlagen de Natuurwinkels ieder kwartaal drie producten voor leden van Natuurmonumenten. 'Maar dat is om de leden van Natuurmonumenten binnen te krijgen, niet om een prijzenslag aan te gaan, want die verliezen we toch', zegt Rijninks.
De winkelketen heeft het afgelopen jaar een groei van vijf procent doorgemaakt, zonder met de prijzen te stunten. Rijninks concludeert dat de groei een bewijs is dat stijgende omzetten alleen mogelijk zijn op basis van kwaliteit en service. 'Het gaat erom dat de klant in de winkel komt en niet wordt teleurgesteld als hij de maaltijd op tafel zet.'
Rijninks hoopt dat door een gestage groei de omzet zo groot wordt dat de kostprijs vanzelf omlaag gaat. 'Er zijn nog enorm veel klanten te winnen die niet kopen op basis van prijs alleen, maar juist op de kwaliteit letten. Onze eerste doelstelling is om die mensen binnen te halen. Dat zijn bijvoorbeeld de 900.000 leden van Natuurmonumenten.'
De 72 Natuurwinkels in Nederland verlagen in het najaar de prijzen van de meest verkochte producten, zoals brood, zuivel, eieren en enkele groenten en fruit. De prijs sluit dan aan bij die van producten van AH Biologisch.
Dat meldt NRC Handelsblad. De actie is een voorbode van een hevige concurrentiestrijd, nu het experiment met Ekoplaza in Alkmaar is geslaagd. Initiatiefnemer Jos Kamphuys van die biologische supermarkt wil dit jaar nog vier van die winkels met acht- tot tienduizend artikelen openen.
Veel kleine winkels in natuurvoeding ondervinden grote hinder van die concurrent. De opmars van biologisch stokt volgens veel onderzoeken op de prijs van de producten. De prijzenslag moet dus duidelijk maken wat de positie is van biologisch. Daar komt bij dat het ministerie van landbouw een experiment begint om te bekijken of lagere prijzen inderdaad tot meer aankopen leiden. De proef heeft bij tientallen winkels plaats, onder meer bij twaalf vestigingen van Albert Heijn.
Bron: Agrarisch Dagblad
18 april 2006 Binnen Slow Food Convivium Amsterdam is een groep opgericht, die zich bezighoudt met de biologische keuken. De groep Biologische Keuken wil biologische producten onder de aandacht brengen bij een groter en breder publiek via een consumentenplatform. Deze groep bestaat uit een aantal actieve Slow Food leden en heeft als doel het vergaren, uitwisselen en verspreiden van kennis over de biologische landbouw in het algemeen en het koken van biologische producten in het bijzonder. Er is namelijk een groeiende behoefte aan informatie over de (aardse) achtergronden van wat we eten en drinken.
De groep Biologische Keuken zal het verloop van de diverse activiteiten kenbaar maken via de website van Slow Food Nederland en Convivium Amsterdam. Op dit moment wordt tevens gewerkt aan een eigen weblog waar binnenkort ook niet-actieve leden zich over dit onderwerp kunnen ontfermen!
Voor meer informatie kunt u mailen naar: sandor@slowfoodamsterdam.nl
Bron: Biofair
14 april 2006 Afzetorganisatie The Greenery gaat telers stimuleren om te schakelen naar biologische productie. Dat bleek gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers over 2005. De organisatie voorziet een krapte in het aanbod in de toekomst. De vraag naar biologisch trekt ontegenzeggelijk aan, signaleert algemeen directeur Philip Smits. Vooral de supermarktketens in Duitsland leggen steeds vaker de vraag naar biologische producten neer bij The Greenery. Gisteren besloot de afzetorganisatie een eigen stimuleringsbeleid te ontwikkelen om meer telers te bewegen om te schakelen. Smits ziet het aantrekken van de vraag als een doorbraak van biologisch. De oorzaak ligt weer bij het toegenomen belang van voedselveiligheid. Door de extra belangstelling voor residuen, kiezen steeds meer afnemers voor biologisch.
De afzetorganisatie wil nu de groeiende vraag naar een breed en jaarrond pakket gaan invullen.
Bron: Agrarisch Dagblad
13 april 2006 Volgens adviesbureau Agro Eco worden in Nederland momenteel zo'n 830.000 biologische leghennen gehouden. De sector telt inmiddels 131 bedrijven. Gemiddeld heeft een biologisch legpluimveebedrijf ruim 6300 hennen. Er zijn ruim 80 bedrijven die meer dan 3000 leghennen houden. Samen houden zij meer dan 95% van alle biologische hennen. Zowel de groep bedrijven met 3000 tot 9.000 hennen als de groep bedrijven die meer dan 9.000 hennen houden nam ten opzichte van vorig jaar met 15 toe. Er zijn momenteel 165.000 henplaatsen op bedrijven waar de hennen volgens de biologische eisen worden opgefokt. Daarnaast zijn er op dit moment concrete uitbreidingsplannen voor 175.000 leghennen bekend. Daarvan komen 75.000 henplaatsen voor rekening van nieuwe producenten. De uitbreidingsplannen zijn daarmee minder groot dan vorig jaar, toen er plannen waren voor 269.000 extra hennen.
Bron: Nieuwsbrief AgroEco
13 april 2006 De omzet in biologische aardappelen is in 2005 gedaald. De consumentenbestedingen zijn vorig jaar met drie miljoen euro afgenomen naar 17 miljoen euro. Het teeltseizoen 2005 was lastig voor biologische aardappeltelers.
De aardappelen konden door het natte weer pas laat gepoot worden. Een aantal telers kreeg al vroeg in het seizoen te maken met phytophthora, waardoor het gewas al in een vroeg stadium gerooid moest worden. In de biologische aardappelteelt zijn geen curatieve middelen tegen phytophthora beschikbaar. De spreiding in de opbrengst bij aardappelen was groot: tussen de 10 en 40 ton per hectare. Gemiddeld bleef de opbrengst onder die van 2004. De prijzen voor de aardappelen waren goed door de aanblijvende vraag, vooral vanuit het buitenland. Biologische aardappelen gaan vooral als tafelaardappelen naar Duitsland.
Bron: Biofood online
12 april 2006 Het biologische assortiment is van te slechte kwaliteit om als topsegment te kunnen
vermarkten. Dat stelt het lezerspanel van Distrifood in reactie op het plan van
Biologica-directeur Van Ruitenbeek om biologische producten als topsegment te
presenteren. Veel supermarkt-ondernemers vinden de houdbaarheid onvoldoende voor een
topproduct. En alleen de grote supermarkten hebben plaats voor een biologische
shop-in-shop presentatie.
Het Distrifood lezerspanel bestaat uit 400 supermarktondernemers. Zij waren allen
van mening dat presentatie als topsegment onhaalbaar is. Men wil biologisch juist
meer presenteren als gezond voor de grote groep. Maar dan is de hoge prijs een zware
drempel. De supermarktondernemers vinden unaniem dat de prijs van biologische
producten omlaag moet en dat veel meer gecommuniceerd moet worden over de
achtergrond ervan.
12 april 2006 Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) is een trainingsprogramma gestart,
waarbij supermarktmedewerkers gestimuleerd worden om biologische producten beter te
presenteren. Een betere presentatie zal er voor zorgen dat de consument aandacht aan
biologische producten besteedt.
Vaak bepalen supermarktondernemers namelijk zelf hoe zij biologische
voedingsproducten presenteren in de winkel. De ene ondernemer legt alle biologische
producten in ??n schap, terwijl de andere de consument laat kiezen tussen
traditionele en biologische teelt door alle producten naast elkaar te leggen.
Het trainingsprogramma van het CBL, `Biologisch in het schap`, richt zich ook op het
beter te woord staan van de klant over biologische voeding. De consument koopt
steeds vaker biologische producten in de supermarkt, maar heeft daarbij behoefte aan
informatie. Het trainingsprogramma helpt de supermarktmedewerkers om de biologische
verkoop verder te stimuleren.
Bron: Biofair
11 april 2006 Sinds 1 januari dit jaar gelden verscherpte voorwaarden voor de opfok van biologische leghennen. De hennen dienen voer te krijgen met daarin tenminste 85% biologische grondstoffen. Daarnaast mogen er vanaf 7 weken leeftijd maximaal 10 hennen per m2 gehouden worden en vanaf 8 weken moet er minimaal 1 m2 uitloop in de open lucht beschikbaar zijn. De kostprijs is hierdoor met ongeveer 25% toegenomen tot ? 6,20 per 17-weekse hen. Omdat de regels voor de opfok van hennen zijn aangescherpt, gaan de biologische leghennenhouders meer voor hun 17 weekse hen betalen. Hierdoor stijgt de kostprijs voor eieren. De kostprijs van een biologisch ei bedraagt 12,5 cent bij grondhuisvesting en 11,7 cent bij voli?rehuisvesting. De kostprijs van een 17-weekse hen en een biologisch ei zal de komende jaren waarschijnlijk nog verder stijgen als gevolg van de Europese regelgeving. Deze schrijft namelijk voor dat in 2012 het aandeel biologische grondstoffen 100% moet bedragen.
Bron: Biofoon http://www.biofoon.nl/Biobieb/PDF/KostprijsBioOpfokhenEnEieren.pdf
10 april 2006 Flevoland heeft van Nederland het grootste areaal aan biologische landbouw. Als er ergens een biologisch streekproduct van eigen bodem van de grond moet kunnen komen, is het toch zeker in de polder?
In Flevoland wordt ongeveer zeven procent van de landbouwgrond volgens biologische principes geteeld. In de rest van het land ligt dat gemiddeld op twee, drie procent. Maar ook in Flevoland is het vooral ?bulk? dat van de grond komt. Van piepers tot peen, maar nog maar heel weinig wordt als verwerkt product op de markt gebracht. Terwijl daar misschien wel kansen liggen.
Er is niet veel budget beschikbaar waar het om het stimuleren van de biolandbouw gaat. Maar wellicht zijn er kansen als je het breder beschouwt. Bijvoorbeeld door initiatieven op te hangen aan plattelandsvernieuwing. Dan heb is er kans dat er ook Europees geld voor vrijkomt.
De tijd is er bovendien rijp voor. Het is een groeimarkt, daar moet we op inspelen. Zo groot als de gangbare landbouw zal ?de bio? niet worden. Vooral ook omdat ?gangbaar? steeds verder opschuift richting ?biologisch?.
10 april 2006 De Belgische onderzoeker Jurgen Tack hield op het Eko congres van 5 april een overtuigend pleidooi om binnen de profilering van biologisch meer aandacht te besteden aan het gunstige effect van biodiversiteit. Indien alle landbouw in Nederland biologisch zou zijn, zouden de honderden gebieden waar weidevogels nu verdwenen zijn, opnieuw bevolkt gaan worden door weidevogels. Biologische landbouw levert 3x meer vlinders op. In 13 jaar tijd is het aantal vlinders in Nederland gehalveerd. Op het gebied van wilde planten levert de biologische landbouw 5x meer wilde planten op en 57% meer soortenvari?teit. Ook op het gebied van de agro biodiversiteit kan de biologische landbouw de dramatische neergang van het aantal verschillende gewassen doen keren. Om biodiversteit mee te laten wegen in de consumentenbesluitvorming heeft Tack een consumentenboek uitgegeven: De heerlijke keuken, biodiversiteit op tafel.
Biologische produkten scoren goed op voedselveiligheid
07 april 2006 Biologische producten scoren goed als het gaat om voedselveiligheid. Dit blijkt uit een rapport van het RIKILT ? Instituut voor Voedselveiligheid (onderdeel van Wageningen UR) waarin biologische en gangbare producten met elkaar zijn vergeleken. Zo is de aanwezigheid van antibiotica-resistente bacteri?n bij varkens en kippen beduidend lager dan in gangbare producten. Verder zitten er in biologische producten niet meer schimmeltoxines, zware metalen en micro-organismen dan in gangbare. Dit is opvallend omdat de aanwezigheid van deze stoffen vaak in relatie is gebracht met biologische producten. Het rapport betreft een tweejarig onderzoek naar contaminanten en bacteri?n in biologische en gangbare agrarische producten. Door de bemonstering te koppelen aan bedrijfsbezoeken is tevens inzicht verkregen in de relatie tussen bedrijfsvoering en de aanwezigheid van contaminanten en bacteri?n. De studie is uitgevoerd door het RIKILT, het Louis Bolk Instituut, het CIDC-Lelystad (Wageningen UR) en Biologica in opdracht van het ministerie van LNV en de Voedsel en Waren Autoriteit.
Bron: Biologica
Het rapport is te vinden op: http://www.rikilt.wur.nl/nl/publicaties/Rapporten/
07 april 2006 Het project biochampignons startte in 2002 met als doel de biologische champignonteelt te versterken. Samen met onderzoek, voorlichting en bedrijven in de keten, kennis ontwikkelen en verspreiden voor een duurzame teelt met economisch perspectief. De meeste aandacht ging naar de compostkwaliteit, teelttechnische knelpunten en de preventie van ziekten en plagen. Bij de uitvoering is de nadruk gelegd op samenwerking met het bedrijfsleven. Daartoe zijn diverse activiteiten georganiseerd zoals bijeenkomsten met ondernemers, geven van individuele teeltbegeleiding en de uitvoering van compost- en teeltproeven. In de vervolgactiviteiten zal de nadruk moeten liggen op de ontwikkeling van nieuwe, onderscheidende en voor de consument herkenbare producten. Dat vraagt nieuwe vormen van samenwerking met meer aandacht voor de betrokkenheid van handel en consument.
Meer informatie over dit onderzoek: http://www.syscope.nl/home/project_item.asp?ph_id=37&titel=programma
06 april 2006 Biologische producten zitten in de lift. De omzet aan biologische voeding is in het afgelopen jaar opnieuw gestegen, van ?460,9 miljoen in 2004 naar ?467,4 miljoen in 2005. Dit betekent een stijging van 1,4%. De totale consumptieve bestedingen aan voeding zijn gestegen met 0,6%. Het marktaandeel voor biologische producten is hiermee toegenomen van 1,9% in 2004 naar 2,0% in 2005. Bij versproducten bedraagt het marktaandeel voor biologisch nu 3,0%.
De groei van consumentenbestedingen aan biologische producten heeft plaatsgevonden in natuurvoedingszaken (+5%), in de catering (+22%) en in de overige kanalen als huisverkoop bij de biologische boer en tuinder, webwinkels etc. (+3%). In de supermarkten daalden de bestedingen aan biologische producten gemiddeld met 2,6%. Het is met de momenteel beschikbare marktgegevens niet aan te geven in hoeverre prijsverlagingen, die met name in de supermarkten aan de orde waren, hebben doorgewerkt in deze cijfers.
Bij biologische kaas, een relatief duur product, was over de hele breedte een omzetstijging te zien van ? 2,6 miljoen. Het marktaandeel biologische kaas steeg van 1% naar 1,2%. Ook biologisch brood is in trek bij de consument, met een omzetstijging van ? 3,7 miljoen en een marktaandeel van 2,1% (2004: 1,9%). Ook biologisch kippenvlees was goed voor een omzetgroei van ? 3,1 miljoen.
In 2005 is het aantal biologisch gecertificeerde boeren en tuinders stabiel gebleven. Het areaal is licht gegroeid waarmee het aandeel biologische landbouw in 2005 is uitgekomen op 2,5%. Voor groei in de primaire sector is naast de binnenlandse afzet ook de export van belang. Ondanks toenemende zelfvoorziening in veel landen lijkt het perspectief voor de export in 2006 gunstig.
Het EKO-monitor jaarraport 2005 van Biologica is gratis te downloaden op: www.biologica.nl/ekomonitor
Biologische bedrijven koplopers in multifunctionele landbouw
05 april 2006 Uit marktonderzoek van Biologica, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding, blijkt dat biologische boeren en tuinders voorop lopen in de multifunctionele, ofwel verbrede landbouw. De belangrijkste vorm van verbreding is directe verkoop van producten aan consumenten op de boerderij. Natuurbeheer, excursies en zorgboerderijen zijn andere voorbeelden van groene en maatschappelijke diensten waar biologische boeren zich sterk mee profileren.
Maar liefst 60% van de 226 respondenten doet aan directe verkoop van biologische producten. Hierbij gaat het om aardappelen, groente en fruit, vlees en zuivel. Meer dan de helft vult het assortiment aan met biologische producten die niet op de eigen boerderij zijn geproduceerd. De verkoop vindt meestal plaats in een winkel op het erf of via een webwinkel. Boeren zijn positief gestemd over de groeimogelijkheden en de marktperspectieven ten aanzien van directe verkoop aan consumenten. In de komende twee jaar wordt een omzetstijging verwacht van 8% per jaar. Op basis van dit onderzoek en de geregistreerde huisverkopers in de EKO-gids, schat Biologica dat het om ongeveer de helft van alle biologische boeren en tuinders gaat. http://www.biologica.nl/
Biologisch geteelde eiwitbronnen onderzocht op voedingswaarde voor biggen
05 april 2006 Op Praktijkcentrum Raalte is onderzocht wat de voederwaarde is van een aantal biologisch geteelde alternatieve eiwitbronnen (veldbonen, witte lupinen, quinoa) en welk effect zij hebben op de technische resultaten en gezondheid van gespeende biggen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de EU en het ministerie van LNV en begeleid vanuit de Productwerkgroep Varkensvlees van Biologica
Op een leeftijd van 42 dagen werden de biggen gespeend en ingedeeld in ??n van de 10 proefgroepen. 1.055 gespeende biologische biggen zijn gedurende 4 weken na spenen gevolgd.
04 april 2006 Om van het gietenharenwollensokkenimago af te komen heeft de biologische sector destijds in Nederland de fout gemaakt om biologisch als een gewoon, normaal product in de schappen te zetten. Maar het beeld rond biologische voeding kan veel breder; naast milieubescherming en gezondheid moet er ook aandacht zijn voor smaak en genieten. Biologisch moet voortaan als topsegement in de voeding vermarkt gaan worden.
Volgens van Ruitenbeek, directeur van Biologica is het ook een goed middel om de prijsdrempel te slechten. In het buitenland weten supermarkten ook een beduidend hogere omzetten in het biologische segment te realiseren. Fransen hebben veel meer aandacht voor kwalitatief goede voeding en Britten zijn veel meer betrokken bij het platteland. Nederlanders daarentegen zijn opgevoed met de intensieve landbouw: veel voor weinig. Lekker zit niet in onze cultuur, aldus Van Ruitenbeek. Het wil er bij hem niet in dat Nederlanders geen geld voor goede voeding over zouden hebben.
Bron: Distrifood, 01/04/06
04 april 2006 Van biologische producten verwacht de consument dat ze gezond en lekker zijn. Door het uitsluiten van pesticidengebruik zijn er op biologische producten geen of vrijwel geen residuen aanwezig en wat dit aspect betreft is deze claim te verifi?ren. Waar het gaat om andere kwaliteitsaspecten is er echter geen of weinig onderbouwing. Een betere onderbouwing is wel gewenst, omdat dit het mogelijk maakt het biologisch product onderscheidend van gangbaar te profileren. Door de gunstige kwalitatieve aspecten van biologische producten verder te ontwikkelen en te onderbouwen is onderscheiding in de markt beter mogelijk.
Een actieve benadering van de kwalitatieve aspecten is weldegelijk uitvoerbaar. Zo zijn er tussen rassen grote verschillen in inhoudsstoffen. Hierbij gaat het om zowel smaakbe?nvloedende stoffen als gezondheidsbe?nvloedende inhoudstoffen.
Bron:PPO http://www.syscope.nl/home/nieuws_specificatie.asp?n_id=547&aan=on
03 april 2006 Over twee jaar dreigt er een tekort aan biologische groente en fruit in Nederland, als boeren niet acuut gestimuleerd worden om te schakelen. Dat zegt directeur Jan Groen van Green Organics, een internationale handelsorganisatie in biologische groenten en fruit in het Agrarisch Dagblad .Omschakelsubsidies zorgen er in Duitsland en Engeland voor dat de productie de groeiende vraag volgt. In Nederland krijgen boeren alleen voortzettingssubsidie en zijn zij daardoor minder geneigd om te schakelen. Zo worden er over twee jaar kansen gemist, volgens Groen. ?Nu is er voldoende areaal beschikbaar. Het zou alleen strategischer moeten worden ingezet. Met de trapsgewijze, maar gestage groei van de vraag naar biologische producten is er over twee jaar een tekort. Dan moeten we de groente uit Duitsland en Engeland halen.? Ook de Rabobank denkt dat het aanbod achterblijft bij de vraag. "Het probleem ligt niet bij de consument, maar bij de beperkte productie", zegt directeur Cees de Hooge van Rabobank Middelburg-Veere. Bij het omschakelen duurt het twee jaar voor de producten met Eko-keurmerk op de markt mogen verschijnen. Ondertussen mogen er geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Het rendement daalt, en daar staat geen omschakelsubsidie meer tegenover. Wel betaalt de overheid de Skal-controlekosten van ongeveer 600 euro per bedrijf. Dat besluit werd deze week goedgekeurd door Brussel. Bron: Agrarisch Dagblad 25/3
Ophokplicht leidt niet tot veel problemen voor biokip
31 maart 2006 Het ophokken van biologische legkippen heeft niet tot grote problemen met verenpikken geleid. Wel bedreigen te hoge stofconcentraties in de stallen de gezondheid van de kippen. Dieronderzoekers uit Lelystad ontdekten dat witte kippen daarbij beter af zijn dan bruine.
Vanwege de dreigende uitbraak van vogelgriep moest vanaf augustus 2005 al het buitenlopende pluimvee naar binnen. Omdat werd gevreesd dat het ophokken van biologische legkippen problemen met het dierwelzijn zou opleveren, vroeg het ministerie van LNV de WUR hier onderzoek naar te doen. De vooronderstelling was dat met name verenpikken tot grote problemen zou leiden, maar dat blijkt mee te vallen.
Om een objectief beeld te krijgen van de gevolgen van de ophokplicht bezocht een onderzoeker 37 biologische bedrijven, die met in totaal ruim 200.000 leghennen zo?n 40 procent van de sector vertegenwoordigen. De expert beoordeelde onder meer de conditie van de leghennen, de inrichting van de stallen en de inzet van afleidingsmateriaal. Ook werden in de stallen stofmetingen gedaan.
In grote lijnen bevestigt dit onderzoek de resultaten van de telefonische enqu?te die in een eerder stadium al onder biologische pluimveehouders werd afgenomen: het ophokken heeft het welzijn van de dieren niet ernstig aangetast. De conditie van het verenkleed van de leghennen laat wel vaak te wensen over, maar is vooral afhankelijk van het type leghen en de leeftijd van de dieren.
Informatie:WUR http://www.wb-online.nl/
Veerman over biologisch in presentatie nota Kiezen voor landbouw.
31 maart 2006 In een sfeer van vrienden onder elkaar presenteerde landbouwminister Cees Veerman dinsdagmiddag 28 maart zijn nota Kiezen voor landbouw aan een stampvolle collegezaal in de Leeuwenborch van Wageningen Universiteit. De landbouwminister genoot zichtbaar.
Minister Veerman werd tijdens zijn bezoek ook gevraagd naar de opleiding biologische landbouw. Die is gestart toen Veerman nog bestuursvoorzitter van Wageningen UR was, maar wordt nu opgeheven. Veerman zei zich destijds sterk gemaakt te hebben voor de opleiding. ?Er zat een prof in een barak, en ik geloof dat sommigen hem daar wilden houden. Nu moet je je afvragen of er wel voldoende jonge mensen zijn die interesse hebben in de biologische landbouw. Er is wel druk vanuit de samenleving om de biologische landbouw te stimuleren. In de Tweede Kamer zijn ineens alle fracties er als het om biologische landbouw gaat. Maar de samenleving is schizofreen. Wel duurzaamheid, maar ook een lage prijs. Ik heb anderhalf miljoen euro aan het LEI gegeven om dat te onderzoeken.?
Veerman ziet biologische landbouw niet als de enige manier om een duurzame landbouw tot stand te brengen. ?En we ondersteunen de biologische landbouw met 65 miljoen euro, waarvan de helft naar onderzoek gaat.? http://www.wb-online.nl
Nog geen afzetbeperking biologische producten van opgehokt pluimvee
31 maart 2006 Producten van opgehokt biologisch pluimvee kunnen voorlopig nog onbeperkt als biologische eieren en pluimveevlees worden afgezet. Dat is de conclusie nadat de Europese Commissie een voorstel om die termijn te beperken tot 12 weken weer heeft ingetrokken. Bij veel landen was er weerstand tegen het voorstel van de Europese Commissie, mede vanwege de economische consequenties die het zou hebben. De Commissie bood in het voorstel tevens een alternatief aan. Daarbij dienden de biologische kippen tijdens een ophokperiode meer ruimte ter beschikking te krijgen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen via een aanbouw aan de stal. Ook dit alternatief kon niet op veel steun rekenen.
De Europese Commissie zal nu met een nieuw voorstel komen. Waarschijnlijk wordt er op 22 en 23 maart opnieuw over het onderwerp gesproken. Bron: PVE, Nieuwsbrief Eieren
30 maart 2006 De Groene Weg, de organisatie van biologische slagerijen, is onlangs omgevormd tot een full franchise organisatie. De full franchise onderneming zorgt dat er meer eenheid en samenwerking tussen verschillende de biologische slagers komt. In januari 2005 hebben de ondernemers na gezamenlijk overleg over de inhoud van de samenwerkingsovereenkomsten de keuze gemaakt: of aansluiten bij De Groene Weg of alleen nog vlees afnemen en dan zelfstandig verder gaan. Vijf ondernemers stapten uit de organisatie.
De Groene Weg kende vorig jaar een gemiddelde autonome groei van 8% terwijl de reguliere markt daalde met 3%. Ondernemers die hun winkel helemaal in de Groene Weg stijl hadden verbouwd kenden zelfs een omzetgroei tot 25%.
Bron: SlagersWereld - p. 24
30 maart 2006 De EVD heeft een marktschets laten opstellen met betrekking tot verpakte biologische voedingsmiddelen in Itali?. De marktschets besteedt onder andere aandacht aan de marktomvang, import en export, belangrijkste spelers, distributiekanalen, wetgeving.
In Europa is Itali? na Duitsland de tweede producent van biologische voedingsmiddelen.
Het marktaandeel van biologische voedingsmiddelen in de totale voedingsmiddelenconsumptie in Itali? lag in 2002 op 1,2 procent. De verwachting voor 2005 is een marktaandeel van 3,3 procent. De verwachting is dat in 2010 een marktaandeel van rond de 5 procent bereikt wordt. De groei van de markt is ook te zien in de toename van het aantal biologische landbouwbedrijven in Itali? en het aantal hectare dat voor biologische landbouw gebruikt wordt.
Informatie via EVD website: http://www.evd.nl/info/zoeken/ShowBouwsteen.asp?bstnum=155223&location=/info/landen/land.asp?land=ita
29 maart 2006 Uit de resultaten van een onderzoek van het praktijknetwerk Biom blijkt dat het aantal uren handmatig onkruidwieden per hectare de laatste jaren sterk is afgenomen. Door Biom werd zeven jaar bijgehouden hoeveel arbeidsuren er op de deelnemende bedrijven nodig waren voor handmatige onkruidverwijdering. Gedurende de jaren vond deze registratie plaats op gemiddeld 27 biologische akker- en tuinbouwbedrijven. De gemiddelde arbeidsbehoefte voor handwiedwerk in het gewas uien daalde van circa 200 uur per hectare naar 120 uur. De winst is vooral behaald doordat telers meer gespitst zijn op de tijdige inzet van mechanisatie. Onkruidbrander en wiedeg worden ? veel meer dan voorheen ? in een vroegtijdig stadium ingezet. Ook hebben veel bedrijven ge?nvesteerd in effici?nte machines. Toch wordt er nagestreefd de wied uren per hectare nog meer te reduceren. Handwiedwerk is voor de bedrijven immers een grote kostenpost, terwijl het vaak moeilijk is om tijdig voldoende personeel beschikbaar te hebben. De uitdaging voor de komende acht jaar is daarom: verdere verlaging van het aantal handwieduren met 90%!
Voor meer informatie: Biom http://www.syscope.nl/home/project_item.asp?ph_id=72&titel=programma
29 maart 2006 In Memoriam Ria Beckers ? de Bruijn
2 november 1938 ? 22 maart 2006
Ria Beckers heeft twee jaar geleden officieel afscheid genomen van de biologische sector. In een speciaal geproduceerde videoproductie voor het EKO-congres hebben vrienden en bekenden uit de sector bij haar aftreden als voorzitter geprobeerd haar betekenis te duiden en haar te danken voor haar inzet voor de biologische sector. Die was veel breder dan puur het voorzitterschap van Biologica. Ook in haar functies als lid van de Raad van Toezicht van Wageningen Universiteit en Researchcentrum en haar voorzittersrol bij Stichting Natuur en Milieu werkte ze continue aan een breder draagvlak van biologische landbouw in de samenleving.
Het was niet toevallig dat Minister Veerman en ex-minister Van Aartsen van LNV en vele andere prominenten waarmee ze nauw heeft samengewerkt per ommegaande hun medewerking aan deze afscheidsvideo toezegden. En overal was de rode draad: Ria was een bruggenbouwer. Iemand met een heel sterke visie, die - gedragen door een schat aan kennis- kon overtuigen. Mede omdat ze ook als mens duurzaam handelde, nooit opportunistisch, wel altijd strijdbaar, maar met een goed onderscheid tussen de mens en zijn/haar mening. Dat maakte dat ze heeft bijgedragen aan het beleid van Van Aartsen, die als eerste LNV minister kwam met een duidelijk pakket aan stimulerende maatregelen, en zo zorgde voor een bredere erkenning van het belang van biologische landbouw, ook als duurzame voortrekker naar de gangbare landbouw toe.
Toen Ria twee?neenhalf jaar geleden ziek werd, is ze bewust in de anonimiteit verdwenen. Maar daar waar ze de energie kon opbrengen, sprak ze met ons en gaf adviezen die getuigden van een groot analytisch vermogen. Ria wist altijd feilloos wanneer ergens de tijd rijp voor was. En bij wie je dan moest aankloppen. Zo trok ze - in bezit van een groot netwerk uit haar politieke verleden- met telefoontjes en handgeschreven kaarten aan vele belangrijke touwtjes. En met korte slagzinnen waarom we als biologische sector steun verdienden: ?Een jonge veelbelovende peuter zet je niet alleen in een buggy op een druk verkeersplein? Of: ?Biologisch is veel meer dan een truc zonder kunstmest en chemie? en de boodschap voor Wageningen: ?We zoeken nieuwsgierige, onbevooroordeelde wetenschappers?.
Veel werk deed Ria achter de schermen met overleg tot laat in de avond met telers, onderzoekers, bestuurders en andere betrokkenen. Zo heeft ze ook aan de wieg gestaan van de benoeming van Edith Lammerts van Bueren als hoogleraar Biologische plantenveredeling. Onzichtbaar en met een lange adem. Het ging niet om haar, maar om de zaak. Natuurlijk ging het ook Ria niet hard genoeg. Maar ze is er in haar ruim 10 jarige voorzittersperiode van 1994 tot 2004 nooit bitter of cynisch van geworden. Er altijd op vertrouwend dat eerlijk nu eenmaal het langst duurt. Dankjewel Ria. Het is ontzettend jammer dat je nu al uit ons midden bent!
26 maart 2006 Wanneer men dierlijke mest gebruikt, dan geldt met ingang van 1 april a.s. het volgende:
- gebruikt men minder dan 35 kg stikstof per hectare per jaar dan moet alle dierlijke mest van biologische oorsprong zijn;
- is het gebruik meer dan 35 kg stikstof per hectare per jaar dan moet tenminste 35 kg hiervan afkomstig zijn van biologische dierlijke mest. Het overige deel mag van gangbare oorsprong zijn.
Het bestuur van Skal heeft dit op 8 maart jl. op advies van het Overlegorgaan Biologische Regelgeving besloten. De Skalcertificatiegrondslagen zijn hiertoe inmiddels aangepast.
Meer informatie: www.skal.nl
25 maart 2006 De leden van LTO, de Nederlandse Vereniging voor de Ekologische landbouw(NVEL) en de Vereniging van Biologische-Dynamische Boeren (VBDB) hebben
Martin Wiersema verkozen tot nieuwe voorzitter van de vakgroep Biologische Land-en Tuinbouw LTO/Biologica. Wiersema volgt per direct
Anton van Vilsteren op die vorig najaar als vakgroepvoorzitter opstapte.
Martin Wiersema (37) heeft een gemengd bedrijf in in het Groningse Godlinze. Het bedrijf is 72 ha groot met 40 stuks melkvee, akkerbouw en
groenteteelt. Hij heeft een maatschap met zijn broer en schoonzus. Hij is bestuurlijk actief in EKO Impuls en in de commissie Internationale
samenwerking van LTO Noord. Vanuit de vakgroep, waarin alle sectoren zich hebben gebundeld, wil Wiersema zich vooral inzetten op de versterking van de marktpositie van de biologische landbouw.
De nieuwe voorzitter ziet daarbij voor georganiseerde biologische boeren en tuinders een belangrijke rol weggelegd zoals het samen met andere ketenpartijen werken aan een evenwichtige groei van de biologische markt. Ook hecht Wiersema veel waarde aan de rol van biologische boeren en tuinders als ambassadeurs op bijvoorbeeld via open dagen. Alle
mogelijkheden moeten worden aangegrepen biologische producten te
promoten.
Wiersema vindt dat een betere verhouding nodig is tussen gangbare en
biologische boeren nodig. Respect voor elkaars opvattingen en bereidheid
tot een open dialoog zijn voor hem uitgangspunten om voortgang te boeken
op dossiers als de aanpak van valse meeldauw in uienteelt. Hij wil en
impuls geven aan de discussie tussen gangbare en biologische teelten en
LTO is daar een uitstekend platform voor, vindt Wiersma.
Bron: Biologica
04 maart 2006 Tijdens de Biofach is de nieuwe publicatie van IFOAM, ism SOL en Fibl gepresenteerd. Daarin staan de meest recente gegevens over de biologische sector.
Deze laten zien dat 31 miljoen ha landbouwgrond wereldwijd biologisch is, een toename van 5 miljoen ha biologisch areaal ten opzichte van vorig jaar. De grootste toename was in China met 3 miljoen ha landbouwgrond die recent gecertificeerd is. Koploper is nog steeds Australi? met een biologisch areaal van 12.1 ha, gevolgd door China met 3,5 ha en Argentini? met 2,8 ha. In verhouding met het totale landbouwareaal is het aandeel biologisch in Oostenrijk, Zwitserland en Scandinavi? het grootst. In Zwitserland is dat meer dan 10 %. Naast informatie per land, zijn er ook statistieken van een aantal producten opgenomen, waaronder katoen, koffie, cacao, citrusvruchten en rijst. Ook is er een hoofdstuk geweid aan de marktgegevens van voedsel en drankverkoop wereldwijd. In 2004 was de marktwaarde van biologische producten wereldwijd 23,5 miljard euro. Europa en Noord-Amerika zijn voor het belangrijkste deel hiervan verantwoordelijk. In deze landen groeit de markt voor biologische producten met gemiddeld 5% groei per jaar. Verwacht wordt dat een verdere groei ook plaats zal vinden in Brazili?, Thailand en India.
Meer info: en www.soel.de www.fibl.org www.ifoam.org
Bijna 1 op de 2 Fransen koopt biologische producten.In 2005 is het percentage Fransen dat ten minste ??n biologisch product per maand koopt gestegen tot 47% (2003: 37%, 2004: 44%). Dit volgt uit marktonderzoek voor het Franse promotieorgaan Agence Bio.
De meest verkochte biologische producten in 2005 zijn eieren, groente, fruit, brood, gevogelte, wijnen en kruidenierswaren. De belangrijkste verkoopkanalen zijn super- en hypermarkten. Andere verkooppunten zijn markten, speciaalzaken, detailhandels en boerderijen. Meer dan acht op de tien Fransen heeft een positief beeld van biologische voedingsmiddelen en ??n op de twee voelt zich verbonden met de waarden van biologische landbouw. De belangrijkste consumentengroep met betrekking tot omvang is vrouw en ouder dan 35 jaar, wonend in de grotere steden, veelal in de regio Parijs en rondom de Middelandse Zee.
03 maart 2006 De lidstaten van de EU hebben ingestemd met een voorstel om preventieve vaccinatie van hobbydieren en buitenuitloopkippen toe te staan. Dit besluit volgt op een Nederlands en een Frans voorstel om dit mogelijk te maken. Het Nederlandse voorstel is door het ministerie van LNV voorbereid in nauwe samenwerking met onder andere Biologica en de Biologische Pluimveehouders Vereniging (BPV).
Op dit moment worden de randvoorwaarden verder ingevuld waarna naar verwachting in de eerste helft van maart met vaccineren gestart kan worden. Pluimveehouders kunnen vervolgens vrijwillig hun pluimvee vaccineren. Gevaccineerd pluimvee hoeft niet langer opgehokt te worden. De praktische uitvoerbaarheid van vaccinatie wordt momenteel verder onderzocht, door de BPV en Biologica. Zo moeten er ?verklikkerkippen? in de stal komen die de af/aanwezigheid van het virus kunnen aantonen.
Bacheloropleiding Biologische Productiewetenschappen stopt
Wageningen Universitiet stopt met de de zelfstandige bacheloropleiding in Biologische productiewetenschappen. Er blijkt daarvoor te weinig belangstelling om het programma in stand te houden. Het zal voor studenten nog wel mogelijk blijven de vakken van het huidige programma te volgen. Rector prof. Martin Kropff heeft dat op 8 februari gezegd in reactie op vragen uit de studentenraad.
De werving voor het bachelorprogramma voor 2006 gaat ook nog wel door. Er wordt gewerkt aan een goed alternatief, waarbij de studenten mogelijk bij een andere bachelor worden ingeschreven. Vanaf volgend jaar stopt de inschrijving wel. De masteropleiding Organic agriculture blijft wel bestaan
Onder welke voorwaarden en bij welke prijs kopen consumenten biologische producten? Om hier inzicht in te krijgen laat minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een praktijkonderzoek uitvoeren. Vanaf begin april is gedurende vier maanden in tien kleine gemeenten een aantal biologische producten goedkoper. Het ministerie werkt hierbij nauw samen met de betrokken winkeliers.
Hoe reageren consumenten op prijsverlagingen van de biologische producten? Waar ligt voor de consument het punt waarop biologisch gekocht wordt? Ook worden consumenten in de winkels in de tien gemeenten ondervraagd over hun aankoopgedrag om mogelijke andere factoren voor de aankoop (of juist niet) van biologische producten te achterhalen.
Het prijsexperiment vindt plaats in de gemeenten Berkel-Enschot, Brielle, Coevorden, 's-Heerenberg, Houten, Huissen, Maassluis, Uden, Uithuizen, en Zaltbommel. Deze gemeenten zijn gekozen omdat spreiding over het land en noodzakelijk is voor een representatief beeld van de Nederlandse consument.
De biologische producten die in prijs worden verlaagd zijn appels, aardappelen, champignons, melk, eieren, potjes babyvoeding, muesli, rundergehakt en varkensvlees. Van deze producten zijn in de schappen gangbare alternatieven voorhanden. Daarnaast zijn de biologische producten al een tijdje op de markt zodat historische gegevens beschikbaar zijn. De kortingspercentages voor dezelfde producten verschillen per gemeente. Dit om te kunnen vergelijken op welk moment consumenten het prijsverschil tussen biologische en gangbare producten aanvaardbaar vinden.
Het onderzoeksbudget is 1 miljoen euro, waarvan het grootste gedeelte besteed wordt aan de kortingen. Het experiment is voorbereid in nauw overleg met het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Het CBL is ??n van de deelnemers aan de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw. De resultaten van het onderzoek worden naar verwachting eind 2006 bekend gemaakt.
Het praktijkonderzoek is onderdeel van het Tweede Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw. De convenantpartijen streven onder andere naar 5% marktaandeel biologisch in de consumentenbestedingen aan voeding in 2007. Om te weten wat de invloed van de prijs is in het bereiken van deze doelstelling, is inzicht nodig in onderliggende motieven van consumenten om al dan niet biologische producten te kopen.
Bron: Min LNV
Voor meer informatie over de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw zie www.biologischconvenant.nl.
02 februari 2006 Locatie praktijk experiment LNV
In een brief van minister Veerman aan de Tweede Kamer staat dat de minister ? 1 miljoen ter beschikking wil stellen voor het praktijk experiment ?biologisch consumeren?. Als belangrijke voorwaarde noemt minister Veerman dat dit bedrag ook daadwerkelijk bij de consument terecht komt. Dit betekent dat de besluitvorming over locatiekeuze, formule, productie en afzetkanaal in samenhang plaats moet vinden en er op dit moment uitgegaan wordt van een praktijk experiment in meerdere kleine gemeenten in plaats van ??n middelgrote gemeente, zoals eerder geopperd. De voorbereidingen voor het experiment zijn in volle gang, naar verwachrting wordt er binnen enkele weken besloten over de locaties, producten, het afzetkanaal en de verder uitvoering.
Bron: minsterie van LNV www.minlnv.nl
01 februari 2006 Vakgroep wil gelijke concurrentiepositie
Het verzoek van de Vakgroep Biologische Land- en Tuinbouw van LTO en Biologica aan LNV voor onafhankelijk LEI-onderzoek naar de mate van steun door nationale overheden in de EU aan biologische boeren en tuinders, is door LNV afgewezen. De vakgroep wil een onafhankelijk onderzoek omdat ze denkt dat in onze buurlanden de steun voor biologische boeren en tuinders veel forser is dan in Nederland. Zo ligt in Belgi? het steunbedrag voor permanente biologische groenteteelt (na 5 jaar) op ? 380 per ha. Glastuinders krijgen (na 5 jaar) ? 790 per ha. Voor akkerbouw geldt een vaste premie van ? 240,-. In Duitsland ligt de steun op een vergelijkbaar niveau, waarbij bedrijven ??k compensatie krijgen voor controlekosten. In Nederland is er vanaf 2006 alleen sprake van een compensatie van de basistarieven van Skal (? 650,- per bedrijf).
De vakgroep wil dat Nederland haar steun aan biologische boeren en tuinder gelijk trekt met die elders in de EU, omdat wij nu eenmaal opereren in een open EU-markt. Ha-steun is gerechtvaardigd omdat, zoals de Europese Commissie zelf constateert, de biologische land- en tuinbouw voor milieu, biodiversiteit en dierwelzijn het hoogste scoort van alle landbouwsystemen. Een compensatie voor groene en blauwe diensten zou dus gerechtvaardigd zijn in de ogen van Brussel. De vakgroep wil gaat nu op zoek naar andere mogelijke geldschieters die een onafhankelijk onderzoek zouden willen betalen.
31 januari 2006 Eieren van biologisch gehouden leghennen houden hun status na een verplichte ophokperiode van de dieren van meer dan twaalf weken bij een dreiging van een besmettelijke dierziekte. Dat heeft de Europese Commissie besloten. Bij de regelgeving die tot nog toe van kracht was zouden de biologische eiren hun status verliezen als de dieren verplicht langer dan twaalf weken in de stal moeten blijven, in tegenstelling tot de eieren, va Feiloop kippen, waar wel een regeling voor getroffen was.
29 januari 2006 Met ingang van 1 juli 2005 is het ook voor bedrijven die verpakte biologische producten opslaan of verhandelen verplicht geworden zich hiervoor te laten certificeren. Dit als gevolg van uitbreiding van Europese regelgeving.Distributiecentra, opslag- en handelsbedrijven die biologische producten opslaan of verhandelen moeten zich daarom aanmelden bij Skal, de organisatie voor het toezicht op de biologische productie in Nederland. Dit geldt ook voor de groothandel, de commissiehandel en in geval men het product niet onder eigen handelsnaam verhandelt.Uitgezonderd van deze certificatieplicht zijn marktdeelnemers die biologische producten direct aan de eindconsument of eindgebruiker verkopen. Grootwinkelbedrijven en (web)winkels die uitsluitend aan deze groep verkopen hoeven zich dus niet aan te melden.
Om uw bedrijf aan te melden kunt u telefonisch bij Skal een informatiepakket aanvragen: 038-426 81 00. Voor meer informatie kunt u terecht bij www.skal.nl (Publicaties, Informatiebladen regelgeving, Handel en Opslag) Mirjam de Wit, tel. 038 ? 426 8134 of - Jolanda Bergsma-Krediet, tel. 038 ? 426 8106
09 januari 2006 Minister Veerman van LNV heeft Wageningen UR gevraagd de uitvoering van het co-innovatieprogramma biologische afzetketens op zich te nemen.Het programma wordt gefinancierd door overheid en bedrijfsleven en moet ervoor
zorgen dat biologische producten in 2007 een aandeel hebben van 5% in de consumentenbestedingen.Naast het stimuleren van de consumentenvraag naar biologische producten, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van producten met een duidelijke meerwaarde en verlaging van de meerprijs door een grotere productie-effici?ntie, is het programma gericht op innovatieve, biologische ketenprojecten en de vorming van duurzame samenwerking binnen en tussen bedrijven en kennisinstellingen. De opgedane kennis
moet doorwerken naar andere, niet direct betrokken bedrijven in de biologische
afzetketen.
Bij de uitvoering van het programma, dat tot eind 2007 doorloopt, werkt Wageningen
UR nauw samen met AKK en de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw.
Wageningen UR AKK
06 januari 2006 Herziening biologische regelgeving
De Europese Commissie heeft eind december 2005 haar eerste voorstellen gepubliceerd voor een volledige herziening van de Europese regelgeving voor biologische landbouw. Biologica, de Nederlandse ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding, heeft het document bekeken en de eerste indrukken zijn positief.
Als Nederlandse vertegenwoordiger in de Europese koepel voor biologische landbouw, de IFOAM EU Groep, heeft Biologica nauw meegewerkt aan een Europese reactie op de voorstellen van de Commissie.
Met de herziening van de biologische regelgeving kan de sector een belangrijke stap zetten in de komende jaren. Biologica neemt de taak op zich om de nationale discussie over de voorstellen van de Commissie in gang te zetten. In samenwerking met het ministerie van LNV en de IFOAM EU Groep zal Biologica ervoor zorgen dat het Nederlandse belang goed wordt gehoord in de discussie op Europees niveau.
Biologica werkt aan actieplan preventieve vaccinatie pluimvee
05 januari 2006 Het nieuwe jaar is voor de biologische kippen goed begonnen. Vanaf 1 januari 2006 is de ophokplicht eindelijk opgeheven. Alle biologisch kippen kunnen weer naar buiten. Ondertussen werkt Biologica aan een actieplan voor preventieve vaccinatie van pluimvee.
Biologica is blij dat de biologische kippen weer naar buiten kunnen. Om ophokplicht in de toekomst te voorkomen, werkt Biologica samen met de Biologische Pluimveehouders Vereniging, Dierenbescherming, PVE, NOP, Stichting Biologische Pluimveehouderij en het Ministerie van LNV aan plannen om preventieve vaccinatie tegen vogelgriep mogelijk te maken. Een actieplan is in de maak en moet daarna voor goedkeuring naar Brussel. Op deze wijze wil Biologica bevorderen dat bij nieuwe dreigingen van het vogelgriepvirus de kippen beschermd zijn tegen het vogelgriepvirus en dus gewoon buiten kunnen blijven scharrelen.
Bron: Biologica
16 december 2005 De markt voor producten uit de biologische landbouw groeit gestaag terwijl de totale foodmarkt krimpt. Ten opzichte van het derde kwartaal in 2004 groeide de omzet van 'biologisch' met 2,1% naar 112,5 miljoen
euro. De totale levensmiddelenomzet daalde met 3,5% naar 5,6 miljard euro. Hierdoor steeg het marktaandeel biologisch naar 2%. Met name
natuurvoedingswinkels deden het goed met een omzetgroei van 6%.Vernieuwde winkels met meer vloeroppervlak laten vrijwel direct
omzetstijging zien.
Marktaandeel AGF, Zuivel en Vlees stijgt
Het marktaandeel van de biologische AGF is gestegen van 3,9% naar 4,1%.De omzet steeg met ruim 1%. Dit komt vooral voor rekening van biologisch fruit. Het marktaandeel van biologisch fruit steeg van 1,8% naar 2,1%.Het marktaandeel biologische groente blijft stabiel boven de 5%. Door de lage aardappelprijzen daalde de omzet van biologische aardappelen met 7%. Het marktaandeel bleef constant met 5,9%.
Biologische zuivel deed het eveneens goed in het derde kwartaal. Vooral de omzet van biologische yoghurt en boter is gestegen. Het marktaandeel
kwam uit op 3% tegen 2,8% in 2004.Biologische vleeswaren deden het zeer goed met bijna 19% omzetstijging.De totale omzet van biologisch vlees daalde licht met -0,5%. Het marktaandeel steeg van 1,8% naar 1,9%.
Biologisch brood schiet omhoog
De omzet van biologisch brood is tussen het derde kwartaal van 2004 en 2005 met ruim 17,5% gestegen. Het marktaandeel nam fors toe van 2,4%
naar 3,0%. Circa 70% van bet biologische brood wordt verkocht in natuurvoedingszaken en op boerenmarkten e.d. De sterke stijging in het
derde kwartaal is toe te schrijven aan omzetstijging binnen supermarkten, waar bijna 75% meer omzet werd behaald voor biologisch
brood.Het marktaandeel van de biologische eieren bleef constant met 5,7%. De
omzet daalde licht (-1%) ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2004.Biologische maaltijden laten een vergelijkbare omzetdaling zien.
Nieuwe verkoopkanalen winnen terrein
In het derde kwartaal werd 48% van de biologische producten in supermarkten gekocht. De natuurvoedingszaken zijn een goede tweede met
40%. De overige verkoopkanalen (huis- en internetverkoop, boerenmarkten
e.d.) zijn in opkomst met 12%.
14 december 2005 Sinds kort zijn de Ekoland artikelen vanaf 1996 als complete tekst op te vragen via de Ekoland website en via de Kennisbank van het Innovatiecentrum Biologische landbouw (IBL). Marian Blom, van het IBL, is heel blij met de bijdrage van Ekoland aan de Kennisbank. ?De Kennisbank is zo?n twee jaar geleden opgezet om kennis uit onderzoek in de biologische landbouw beter te ontsluiten. We willen iets betekenen voor een veel breder publiek dan alleen voor een wetenschappelijk publiek en Ekoland is geschikt voor iedere serieus ge?nteresseerde in de biologische landbouw. Voor het MBO en HBO onderwijs kunnen de artikelen bijvoorbeeld worden gebruikt als onderwijsmateriaal over biologische landbouw. De studenten vormen op hun beurt ook een nieuw lezerspubliek voor Ekoland, denkt Marian. Er staan op dit moment 16500 records in de Kennisbank, waarvan bijna 3000 met de complete tekst. Ekoland heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd.
13 december 2005 Het areaal biologische landbouw is in 2004 met 6 procent toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. Hiermee beslaat de biologische landbouw bijna 40 duizend hectare. Deze oppervlakte is vergelijkbaar met het totale landbouwareaal in de Noordoostpolder. Ook het aantal bedrijven in de biologische landbouw neemt nog iets toe. Dit waren er 1 201 in 2004, tegen 1 185 een jaar eerder.
Biologisch groeit tegen de trend in
In 2004 is het aantal bedrijven met een biologische productiewijze 1 procent groter dan een jaar eerder. Het totaal aantal boerenbedrijven is met 2 procent verminderd. In de voorafgaande vijf jaar is het aantal biologische bedrijven toegenomen met ongeveer 10 procent per jaar, tegen een jaarlijkse daling van bijna 4 procent binnen de totale landbouw. Dit betekent dat er tegen de trend in steeds meer biologische bedrijven zijn, maar de groei is wel kleiner dan voorheen.
Biologische boeren zijn jonger
De bedrijfshoofden van biologische bedrijven zijn gemiddeld jonger dan die van de gangbare bedrijven. Bijna de helft van de bedrijfshoofden in de gangbare landbouw is 55-plusser, terwijl binnen de biologische landbouw de meerderheid van middelbare leeftijd is. Een kwart van de biologische boeren was in 1998 jonger dan veertig jaar. Ondertussen is dit aandeel gedaald naar het gebruikelijke niveau binnen de gangbare landbouw: net onder de 15 procent.
Bijna 40 duizend hectare biologisch
Het biologisch areaal landbouwgrond in Nederland komt in 2004 uit op 39,7 duizend hectare. Dit is 2,3 duizend hectare meer dan een jaar eerder. Ondanks deze toename, schakelen sinds 2000 steeds minder bedrijven om van gangbaar naar biologisch. Vanaf 1999 was het areaal in omschakeling ongeveer 5 duizend hectare, waarna het inzakte naar ruim 3 duizend hectare in 2003 en onder de 2 duizend hectare in 2004.
Bon:CBS www.cbs.nl
12 december 2005 Zwitserland heeft eind november in een referendum Ja gezegd tegen een verbod van 5 jaar op transgene landbouwgewassen. Tot nu toe was in Zwitserland een aantal genetisch gemanipuleerde planten toegelaten, net als in de EU. De EU heeft haar de facto moratorium in 2004 opgeheven.Terwijl EU-landen niet mogen afwijken van dit beleid, mag Zwitserland als niet-EU lid dit wel. Weliswaar had de EU tot nu toe ook tweemaal een gentech-moratorium (van 1998 tot 2004 op teelt en voedsel en sinds juli 2005 op teelt), maar in beide gevallen ging het slechts om nieuwe gentech-gewassen: de reeds toegelaten gewassen bleven toegelaten. Zwitserland heeft nu alle gentech-gewassen verboden, dus ook de ma?s, soja en het koolzaad die er tot nu toe wel waren toegelaten. Overigens werden deze gewassen nog niet feitelijk geteeld in het land. Het Zwitserse moratorium verbiedt ook veldproeven en schept tijd om onderzoek naar de risico's van gentech-voedsel te doen.
Meer informatie: www.gentech.nl
Al geruime tijd bestaat bij de overheid en een deel van de sector de wens om meer marktconforme tarieven in rekening te brengen. Het afgelopen jaar heeft een speciale commissie daarom een nieuw tariefsysteem voorbereid dat onlangs door het ministerie van LNV is goedgekeurd.
In het nieuwe tarievenblad kondigt Skal een systeem aan waarin de werkelijke kosten voor controle en certificering in rekening zullen worden gebracht, terwijl tot nu toe de handel en verwerking een groot deel van de kosten voor de primaire sector heeft gedragen. Voor veel bedrijven betekent de wijziging een verlaging, kleinere bedrijven gaan over het algemeen meer betalen. Zo gaan de kosten voor een klein landbouwbedrijf omhoog van ca. 300 naar 650 Euro. Met deze tariefswijziging valt de totale opbrengst uit de tarieven lager uit. Skal voert daarom een krimpoperatie uit die tot een besparing van 20% moet leiden.
Met het nieuwe tariefsysteem krijgen bedrijven die zich onvoldoende aan de regels houden of die hun zaken niet goed op orde hebben wel te maken met extra inspectie- en afhandelingskosten. De kosten per 2006 bedragen voor een exportbedrijf ?1800,-, voor een importbedrijf of industrieel bereider ?1250, en voor een dienstverlenend bereider ?600,-. De wijzigingen zullen per 1 januari 2006 worden doorgevoerd. Voor het volledige tarievenoverzicht kunt u op de website van Skal het nieuwe Skal-tarievenblad 2006 downloaden Skal tarieven
10 december 2005 Dankzij een landelijke spaaractie van biologische merkproducten in een groot aantal supermarkten hebben tot 16 november ruim 4.500 gezinnen een gratis abonnement op een tijdschrift naar keuze bijeengespaard. Zij ontvingen deze gratis abonnementen omdat zij zegels spaarden op biologische producten zoals; vlees, zuivel, kaas, eieren, diepvriesproducten, aardappelschijfjes,
rijst, macaroni, jams en tussendoortjes. De omzet van de betreffende biologische merkproducten in de supermarkt is in sommige gevallen toegenomen
tot wel 45% en is daarmee een groot succes. De actie loopt nog door tot 31 december.
De spaaractie, die 15 september startte, heeft veel ondersteuning gehad van maatschappelijke organisaties. Deze organisaties, waaronder Greenpeace, Natuurmonumenten, Kerk in Actie (onderdeel van de Protestantse Kerk
Nederland), Dierenbescherming, Milieudefensie, Natuur en Milieu, IVN, Vegetari?rsbond, de Kleine Aarde, de Vrouwenraad, Biologica, de 12
provinciale Milieufederaties, waterleidingbedrijven en de Rabobank hebben
hun achterban opgeroepen mee te sparen. De merkfabrikanten ?De Groene Koe?,Bio+ (vlees/eieren), Zonnatura, C?laV?ta en Oerlemans zijn blij met het succes en roepen consumenten op zegels te blijven sparen. Wie 20 zegels
spaart, heeft al een volle spaarkaart en krijgt 3 of 6 keer een gratis tijdschrift toegestuurd, bijvoorbeeld Grasduinen, TIP culinair, Top Sant? of het blad ZIN.
Op kunt u meer informatie vinden www.biologischespaaractie.nl
Samenwerking tussen natuurbeheerder en paardenhouders.
01 december 2005 Tijdens de manifestatie ?Samen voor Natuur? op 1 december a.s. in Velp presenteren SBNL, organisatie voor particulier en agrarisch natuurbeheer, en KNHS (Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie) een gezamenlijk initiatief ?Zorg voor paard en landschap?. Via deze twee organisaties zijn de sector paardenhouderij en de sector natuur reeds geruime tijd met elkaar in gesprek en hebben onlangs besloten tot strategische samenwerking.
100.000 grondgebruikers met paarden
Het initiatief richt zich op cultuurgrondbezitters die paarden houden. In Nederland zijn 850.000 mensen actief met paardrijden. Er zijn tussen de 250.000 en 300.000 paarden in Nederland, deels op professionele bedrijven en deels bij particuliere eigenaren. Naar schatting gaat het om meer dan 100.000 grondgebruikers.
Invloed op het landschap
Met hun grondgebruik heeft deze groep een toenemende invloed op de kwaliteit van natuur en landschap. Door het vaak kleinschalige grondgebruik wordt nogal eens gewezen op het gevaar van ?verrommeling? in het landschap. SBNL ziet samen met de paardensector juist kansen om natuur en landschap te versterken. Doel van het initiatief is de paardenhouders te stimuleren om natuurbeheer in te passen op het eigen terrein. Met kleine maatregelen als heggen, bomen, erfbeplanting en houtwallen kan veel bereikt worden. Heggen zijn een alternatief voor perceelafscheiding en veekering. Ook kunnen ze dienen als visuele afscherming zodat rust wordt geboden aan paarden, zijnde vluchtdieren. Een bijdrage aan een aantrekkelijk landschap kan o.a. door meer aandacht te geven aan erfbeplanting rond stallen en andere voorzieningen (buitenbak of springweide). Gezien de omvang van de doelgroep, die nog steeds groeit, levert dit een aanzienlijke bijdrage aan het realiseren van natuurdoelstellingen.
Voor het programma of verder informatie zie www.sbnl.nl of bel 0343-591.593
29 november 2005 Het ministerie van LNV heeft de omschakeling naar een meer duurzame landbouw hoog op de agenda staan. Het heeft veel informatie aangedragen voor een maatschappelijk debat en interne discussies over wat in ambtelijke taal heet 'het transitieproces',maar nu dreigt de energie weg te zakken. Om het proces nieuwe impulsen te geven,
moet er iets met de informatie worden gedaan, zowel binnen LNV als daarbuiten.
Voorwaarde voor een succesvol vervolg is dat het ministerie de transitie als een zelfstandig project behandelt, onafhankelijk van de bestaande lijnorganisatie, en daarvoor mensen met de juiste competenties vrijstelt of aantrekt. Tot die conclusie komen onderzoekers van het LEI en van de Universiteit van Amsterdam in een rapport
in opdracht van LNV.
Het ministerie zoekt nieuwe wegen om samen met de sector de maatschappelijke problemen aan te pakken waar de landbouw mee worstelt. Het wil een 'transitie', een drastische verandering waarbij bestaande structuren en manieren van denken worden doorbroken. De in 2003 georganiseerde debatten over de toekomst van intensieve veehouderij moesten daarvoor een aanzet geven. De onderzoekers zijn positief over de manier waarop de debatten zijn georganiseerd, maar niet over de verwerking van de
resultaten. Daarvan is niet zoveel terecht gekomen. Wat het begin had moeten worden
van een doorlopend leerproces, dreigt nu in de inventarisatiefase te blijven steken
doordat nieuwe impulsen uitblijven. Die impulsen zouden van alle partijen moeten komen, zowel van de overheid als van het bedrijfsleven.
De verticale organisatie van de overheid vormt een belangrijke barri?re voor het gewenste veranderingsproces. De overheid moet daarom 'kantelen': ruimte scheppen voor horizontale initiatieven en continue leerprocessen, samen met betrokkenen uit
de samenleving. De debatten over de intensieve veehouderij hebben binnen LNV weliswaar de discussie gestimuleerd, maar ook het gevoel versterkt dat er nog een groot gat zit tussen de wil om te veranderen en de aanpassingen die dat vraagt in organisatie en cultuur.
Een onafhankelijk binnen het ministerie opererende procesgroep, met een vrijgestelde
'zware' co?rdinator die direct onder de minister valt, zou een belangrijke rol kunnen vervullen om de organisatie meer 'transitie-bewust' te maken. In nauwe samenwerking met de betrokkenen buiten LNV kan dat leiden tot nieuwe initiatieven in
het omschakelingsproces naar een duurzame landbouw. E?n van de vele aanbevelingen
uit het rapport luidt dat het aanwijzen van koplopers in de sector die dit proces willen helpen aanjagen daarbij van groot belang is.
Het rapport EEN KANTELENDE OVERHEID; DEBAT INTENSIEVE VEEHOUDERIJ EN DE TRANSITIE
NAAR DUURZAME LANDBOUW is te vinden op de website van het LEI. Via de site kunt u
het bestellen of gratis downloaden
page=nl/content/rapporten/rapport.php&id=648
Meer informatie over dit onderzoek bij drs. Trond Selnes (trond.selnes@wur.nl,
070-3358234) www.lei.nl
29 november 2005 Naar aanleiding van de begrotingsbehandeling in de Tweede kamer heeft minister Veerman 30 miljoen extra beschikbaar gesteld voor areaaluitbreiding van het agrarisch natuurbeheer. De minister heeft hierbij aangegeven de kwaliteit van de pakketten voorop te stellen. Op 1 december wordt de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN) opengesteld waarbij de lichtste nestbeschermingspakketen van de SAN niet worden opengesteld. Voor nieuw aanvragen is 29 miljoen beschikbaar. Voor de zwaardere nestbeschermingspakketten is een apart budget beschikbaar van 1 miljoen.
Aanvragen
De aanvraagperiode voor de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN) en de subsidieregeling natuurbeheer 2000 (SN) is door de minister vastgesteld op 1 december 2005 tot en met 31 januari 2006. Eerder was er sprake van dat de aanvragen vanaf 1 november 2005 ingediend konden worden. Hiervan heeft de minister dus afgezien. Aanvragen die v??r 1 december zijn ingediend moeten opnieuw worden ingediend. De aanvrager ontvangt hierover een brief met bijlage. Met deze bijlage kan de aanvrager de aanvraag nogmaals insturen. De bijlage mag niet eerder dan op 1 december bij Dienst Regelingen binnen zijn.
Bij overschrijding van het budget geldt het principe van 'wie het eerst komt, het eerst maalt'. Dit betekent dat de volgorde van binnenkomst van de aanvragen en/of de vervangende bijlage bepalend is voor de subsidietoekenning
Meer informatie via www.minlnv.nl
Minister Veerman heeft besloten om de maatregelen die genomen zijn om insleep van vogelgriep te voorkomen in beginsel per 1 januari 2006 te versoepelen. De minister laat de afschermplicht dan vervallen. De afschermplicht geldt voor dieren van commerci?le pluimveebedrijven, hobbydieren en het pluimvee van dierentuinen in hoog risico gebieden, buiten de bebouwde kom. De piek van de vogeltrek is half december achter de rug, bovendien zijn er bij de monitoring van wilde vogels geen besmettingen gevonden. Voordat hij definitief tot versoepeling op 1 januari besluit zal de minister de situatie eind december opnieuw beoordelen.
Het importverbod van siervogels, het verzamel- of tentoonstellingsverbod voor vogels en pluimvee en de extra reinigings- en ontsmettingsmaatregelen van pluimveetransporten uit besmette landen blijven van kracht. De maatregelen hangen immers samen met de risico's die voortvloeien uit contacten met vogels en pluimvee uit besmette landen.
De Europese Commissie heeft vorige week besloten dat lidstaten zelf mogen bepalen of zij maatregelen ter voorkoming van insleep van vogelgriep voortzetten. Achtergrond hiervan is dat er binnen de Europese Unie grote verschillen in omstandigheden ten aanzien van de vogeltrek kunnen bestaan, die tot een andere risicobeoordeling kunnen leiden.
Op donderdag 17 november 2005 heeft Manpro een kontrakt met ING getekend voor de opening van een tweede EkoPlaza, de grootste biologische supermarkt van Nederland.
In de hofstad, aan de Spuimarkt, zal daarmee de tweede, extra grote winkel verrijzen, die drempels voor natuurvoeding weg moet halen. EkoPlaza vormt een fris en eigentijds antwoord op de groeiende behoefte aan natuurvoeding.
EkoPlaza Den Haag zaleind 2006-begin 2007 open gaan.
31 oktober 2005 De situatie in het Verre Oosten blijft onrustig. Uitbraken zijn vastgesteld in Indonesi?, China, Thailand en Myanmar. In Rusland zijn nieuwe uitbraken vastgesteld in de omgeving van Novosibirsk en Tula. In Roemeni? en Turkije hebben zich afgelopen weken geen nieuwe uitbraken voorgedaan. Zoals eerder meegedeeld, is in Kroati? wel een uitbraak vastgesteld. Bij al deze uitbraken gaat het om het subtype H5N1.
In de pers is verder melding gemaakt van mogelijke uitbraken in Zweden en Duitsland. In Zweden betrof het een dode eend die besmet bleek met het laag pathogene H5N3-virus terwijl de dode vogels in Duitsland zijn gestorven aan rattengif.
Het minsterie heeft diverse maatregelen afgekondigd, waaronder een importverbod voor in het wild gevangen vogels, een vaccinatieplan voor dierntuin dierne en hobbypluimvee.
Een volgende stap is het eventueel vaccineren van biologisch pluimvee. In de Tweede Kamer is gevraagd het vaccineren van biologisch pluimvee als een pilotproef op te pakken. De Dierenbescherming heeft voorgesteld om te beginnen met het maken van een plan voor deze proef. Het ministerie van LNV wil daar aan meewerken maar waarschuwt er uitdrukkelijk voor te hoge verwachtingen. In dat kader merkte de Chief Veterinary Officer op dat Nederland bij alle te nemen maatregelen steeds een stap voor Europa uitloopt. In Europa zijn tot dusver slechts weinig lidstaten zijn die het vaccineren van bedrijfsmatig gehouden pluimvee een goed idee vinden. Alleen Luxemburg en Sloveni? steunen het vaccineren van bedrijfsmatig gehouden pluimvee.
BEWIJS DAT BIOLOGISCHE PRODUCTEN GEZONDER ZIJN LIGT VOOR HET GRIJPEN
31 oktober 2005 Het bewijs dat biologische producten gezonder zijn, ligt nu voor het grijpen, aldus Goede Waar en Co. Uit een onderzoek van levensmiddelentechnologen van de Universiteit Wageningen blijkt onder meer dat gewassen die meer ?lijden? meer gezonde stoffen aanmaken. Ook blijken ze beter te scoren als ze minder worden bemest. Beide aspecten zijn inherent aan de biologische landbouw.
Consumentenvereniging Goede Waar & Co ziet dan ook mogelijkheden voor de biologische landbouw om hard te kunnen maken dat bepaalde biologische producten, bij juiste rassenkeuze, gezonder zijn. Dit zou de verkoop van producten uit de milieu-, mens- en diervriendelijke landbouw stimuleren.
Het stond afgelopen zaterdag in de Volkskrant: uit onderzoek van levensmiddelentechnologen van de Universiteit van Wageningen blijkt dat de ene broccolisoort veel meer gezonde stoffen, tot wel 30 keer toe, bevat dan de andere. De gezondheidsstoffen in deze turbokool worden in relatie gebracht met een verminderd risico op bijvoorbeeld dikkedarmkanker. Dit risico zou met maar liefst 45% verlaagd kunnen worden. Het zelfde geldt voor koolsoorten (witte, boeren, rode, spits), appels, worteltjes en tomaten. Het gehalte aan gezonde stoffen kan nog verder verhoogd worden, door ze minder te bemesten en door ze een beetje te laten ?lijden?.
Volgens voedingskundige van Goede Waar & Co Sytske de Waart wordt het hier interessant. ?In de biologische landbouw worden de gewassen minder uitbundig bemest, en je zou kunnen zeggen dat ze verder ook wat meer ?lijden? omdat ze vaker doelwit zijn van plaaggeesten (die worden immers niet weggespoten). Zodra een kool wordt aangevreten, begint hij als een idioot stoffen aan te maken. Schadelijk voor het plaaginsect, maar supergezond voor de mens. Met de juiste raskeuze komt op die manier de felbegeerde gezondheidsclaim voor biologische producten een stuk dichterbij. Biologische tuinbouwsector, neem de uitdaging aan!?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nico de leeuw, woordvoerder Goede Waar & co. Of kijk op www.goedewaar.nl
AgroFair Europe BV wint stimuleringsprijs maatschappelijk verantwoord ondernemen
31 oktober 2005
AgroFair Europe B.V. is winnaar van de stimuleringsprijs maatschappelijk verantwoord ondernemen 2005. De prijs werd uitgereikt door juryvoorzitter Pieter Winsemius tijdens een televisieopname van het programma 'Nederland in Bedrijf' van RTL7. De uitzending van het programma vindt plaats op zondagavond 30 oktober.
AgroFair Europe B.V. is importeur en distributeur van (biologisch) tropisch Fairtrade fruit. Het bedrijf vertegenwoordigt Fairtrade fruitproducenten uit ontwikkelingslanden op de Europese markt en geeft hen bovendien een aandeel in het bedrijf. Als mede-eigenaren van AgroFair hebben deze producenten een beslissende stem in het beleid van het bedrijf. De producten worden op een sociaal verantwoorde wijze geproduceerd (ziektekostenverzekering, zwangerschapsverlof, geen kinderarbeid). Het bedrijf communiceert over zijn werkwijze breed met consumenten en supermarktketens.
De jury bestond naast Pieter Winsemius, oud-minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en momenteel raadslid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, uit Jos? van Eijndhoven, voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam, Jan Maris, directeur Cumela als vertegenwoordiger van de Koninklijke Vereniging MKB Nederland, en Klaske de Jonge, directeur van de Consumentenbond.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen betekent dat bedrijven, meer dan de wet van hen vereist, rekening houden met de gevolgen van hun bedrijfsactiviteiten voor 'people', 'planet' en 'profit'. Sleutelwoorden daarbij zijn vrijwilligheid, transparantie en dialoog met belanghebbenden.
De mvo-stimuleringsprijs is een initiatief van het ministerie van LNV, LTO Nederland en Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). De prijs is voor de derde keer uitgeloofd. De jury nomineerde de volgende vijf bedrijven:
Veldleeuwerik, een samenwerkingsverband tussen Heineken en tien kwaliteitsbewuste akkerbouwbedrijven,
Bouman Anthurium, 's werelds grootste snij-anthurium bedrijf,
AgroFair Europe B.V., importeur en distributeur van (biologisch) tropisch Fairtrade fruit,
Ecomel, de business unit van Campina Nederland voor biologische zuivel,
Ben & Jerry's, ontwikkelt, produceert, vermarkt en distribueert ijs.
Ter gelegenheid van de mvo-stimuleringsprijs 2005 is de publicatie 'MVO in bedrijf' uitgereikt.
Voor meer informatie over maatschappelijk verantwoord ondernemen en de publicatie 'MVO in bedrijf'
20 oktober 2005 Minister Veerman wil met van ingang van 2006 alle biologische boeren en boeren in omschakeling jaarlijks gedurende een periode van vijf jaar een vast bedrag geven ter dekking van een deel van de kosten die voorvloeien uit het aangesloten zijn bij Skal. Hiermee wil Veerman de maatschappelijke waardering uitdrukken voor de bijdrage die biologische boeren leveren aan een goede kwaliteit
van het milieu, dierenwelzijn en landelijk gebied.
Veerman schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer.
De minister had in de Beleidsnota Biologische
Landbouw 2005-2007 al een voortzettingssubsidie voor biologische boeren aangekondigd. Een subsidie gerelateerd aan het oppervlak waarop gewassen worden geteeld levert hoge administratieve lasten op. Om die reden heeft
Veerman gekozen voor een alternatieve invulling van de subsidie. Veerman wil met van ingang van 2006 alle biologische boeren en boeren in omschakeling jaarlijks gedurende een periode van vijf jaar een vast bedrag geven ter dekking van een deel van de kosten die voorvloeien
uit het aangesloten zijn bij Skal. Voordeel van een dergelijke maatregel is dat alle biologische boeren en boeren in omschakeling daarmee in principe gelijkelijk worden beloond voor de bijdrage die zij leveren aan milieu, het landelijk gebied en dierenwelzijn. Een
hectaretoeslag zou vooral gunstig uitpakken voor biologische boeren met veel grond.
bron: Ministerie van LNV,
Tijdens het IDFA filmfestival aandacht voor landbouw en milieu
19 oktober 2005 Dit jaar vindt het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA)plaats van 24 november t/m 4 december. E?n van de hoofdthema's van deze festivaleditie is 'Green Screen': documentaires waarin het landbouw en milieu centraal staan.
In het Green Screen-programma draait een tiental films die stuk voor stuk zicht geven op de spanningen tussen de mens en zijn leefomgeving, die afwisselend uitgebuit en gekoesterd wordt. Een aantal films gaat over het oudste verbond tussen mens en grond: de landbouw. Documentaires als Our Daily Bread Nicolas Geyrhalter en het met de Sundance-publieksprijs bekroonde The Real Dirt on Farmer John van Taggart Siegel laten zien hoe
traditionele landbouwtechnieken steeds meer plaatsmaken voor moderne productiemethodes, terwijl daarnaast de ecologische landbouw bezig is aan een opmars.
Een ander zwaartepunt in het programma is de relatie tussen multinationals en het milieu. Op winst beluste ondernemingen zijn de grootste vervuilers,maar veel internationale bedrijven nemen inmiddels hun verantwoordelijkheid. Wat zijn de gevolgen voor mens en milieu als het
kapitalisme zijn wereldwijde opmars doorzet? De rol van de moderne multinational wordt onderzocht in documentaires als The Pipeline Next Door
van Nino Kirtadze en Bullshit van Peo Holmquist.
11 oktober 2005 Sinds kort is er verantwoorde vis in het natuurvoedingskanaal verkrijgbaar, ge?ntroduceerd door Odin. De harder wordt gevangen in de Waddenzee en vervolgens gerookt. De smaak is vergelijkbaar met paling, zacht en vol. In Frankrijk en Engeland heeft deze vis al veel eerder zijn intrede gedaan, en wordt vooral gewaardeerd om z?n stevige vlees en fijne smaak.
De Nederlandse harder is een typische Waddenvis die zich graag ophoudt in ondiep water, waar hij de algen van de bodem graast. De vangstmethode is er opgericht om zo min mogelijk schade aan de vis en aan het wad toe te brengen. De visvangst is zeer kleinschalig en de vangstmethode levert vrijwel geen bijvangst op, de bodem wordt niet omgewoeld en er wordt bijzonder weinig brandstof gebruikt. De harder is een seizoensgebonden vis en zal daarom niet onbeperkt beschikbaar zijn.
De introductie van deze gecertificeerde vis uit de waddenregio is het resultaat van het project ?naar gecertificeerde duurzame visserij op het wad, dat in 2004 is opgestart door de Waddengroep, Stichting de Noordzee en Agro Eco. Certificering vindt plaats onder de vlag van het streekmerk ?Waddengoud?. De Waddengroep heeft een certificeringsysteem opgezet, om de vissers en verwerker Eurofisch te certificeren. Er is een overeenkomst tussen Natuurvoedingsgroothandel Odin, Visgroothandel Eurofisch en de Waddengroep, om het Waddengoud vis-assortiment te introduceren in de natuurvoeding. In de loop van 2006 zullen ook andere onbedreigde vissoorten en schaal en schelpdieren ge?ntroduceerd worden.
04 oktober 2005 Op 4 oktober zijn 4 verschillende merken biologisch opgefokte jonge leghennen in proefstal P4 van "Het Spelderholt" geplaatst. Het betreft hier drie bekende merken, LSL, Lohmann Tradition, H&N Silver Nick. Het vierde merk is een primeur in Europa: Lohmann Sandy, een witte hen die cr?mekleurige eieren legt. Van elk merk worden in totaal 986 hennen geplaatst, verdeeld over twee subafdelingen. Voor deze proef zullen de hennen twee verschillende soorten 100% biologisch voer krijgen. Onderzoeksvraag is daarbij met name gericht op de methioninebehoefte van de leghennen en hoe dit met 100% biologisch voer gerealiseerd kan worden. Met betrekking tot de merken hennen is de vraag hoe deze het doen in alternatieve huisvesting en meer specifiek onder biologische omstandigheden, met overdekte uitloop en buitenuitloop.
Hiermee wordt de stal voor het eerst in gebruik genomen voor leghennen. Verder vormt deze proef een primeur, omdat het een unieke samenwerking betreft tussen overheid en bedrijfsleven. LNV is hoofdfinancier van dit onderzoek en heeft de inhoudelijke begeleiding van het project in handen gelegd van de Productwerkgroep Pluimveevlees en Eieren van Biologica. Daarnaast financieren Lohmann Tierzucht, voerfabrikant ABCTA, Broederij Verbeek en Eierhandelaar Gebr. Van Beek mee aan dit onderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Praktijkonderzoek van de Animal Sciences Group van WUR.
21 september 2005 De rode draad in het beleid van minister Veerman kan het beste worden omschreven met de term duurzame ontwikkeling van ecologie, economie, en een sociale dimensie. Duurzame ontwikkeling vereist dat alle aspecten onderling in evenwicht zijn. Dat betekent ook dat de keuzes recht doen aan de verschillende belangen en voortkomen uit open dialoog en vertrouwen tussen alle betrokkenen.Dit sluit ook aan bij de onlangs gepresenteerde Toekomstvisie landbouw: Kiezen voor landbouw. Ondernemers moeten keuzes maken voor hun toekomst; de overheid steunt en stelt maatschappelijke grenzen vast.
Ten opzichte van de begroting 2005 nemen de uitgaven in de begroting van 2006 per saldo met EUR 159 miljoen toe. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door intensiveringen uit het Hoofdlijnenakkoord 2003. T.o.v. 2005 is in 2006 EUR 155 miljoen meer beschikbaar voor reconstructie en voor het realiseren van de EHS, inclusief particulier en agrarisch natuurbeheer. Verder is sprake van een verhoging in verband met het verlenen van vergunningen, ontheffingen en het opstellen van beheersplannen in het kader van de gewijzigde Natuurbeschermingswet ?n de tegemoetkomingen in schade in het kader van de Flora- en Faunawet (+ EUR 19 miljoen), de bijdrage van de overheid aan de destructiekosten van kadavers (+ EUR 16 miljoen), de overtekening van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (+ EUR 10 miljoen) en de bijdrage van de EU aan van de Subsidieregeling voor investeringen door jonge boeren (+ EUR 6 miljoen).
Hiertegenover staan verlagingen in verband met de fasering in het budget voor robuuste verbindingen door de later dan geplande totstandkoming ervan (- EUR 12 miljoen), een besparing als gevolg van een additioneel beroep op de leningconstructie grondverwerving EHS (- EUR 13 miljoen), de taakstelling Professioneel inkopen en aanbesteden (- EUR 7 miljoen) en de maatregelen uit de motie Verhagen (- EUR 16 miljoen). Dit laatste betekent een verlaging van de apparaatsbudgetten i.v.m. efficiencytaakstelling en een ombuiging op het verwervingsbudget van de EHS wegens een veronderstelde lagere grondprijs.
20 september 2005 Op 20 september krijgt biologisch fruitteler William Pouw uit Schalkwijk de eerste van een serie klassen uit Houten op bezoek. De scholieren gaan op zoek naar informatie over de biologische fruitteelt voor het project ?Scholen adopteren appelbomen?. En niet te vergeten?. ze mogen ook hun eigen appels oogsten!
In aansluiting op het landelijk project van Biologica, waarin consumenten een biologische appelboom kunnen adopteren, is in Houten een project gestart dat zich speciaal op de basisscholen richt. Klassen kunnen hun eigen boom adopteren. Voor de hoogste groepen (7 en 8) houdt het project nog meer in. Via een ICT-programma met lesmateriaal leren de kinderen van alles over de biologische landbouw. Om nog meer informatie te verzamelen gaan ze bij de fruitteler op bezoek.
Met alle kennis die de leerlingen opdoen, maken ze hun eigen folder over biologische fruitteelt. Zo kunnen ook ouders, grootouders, buren etc. kennis maken met biologische fruitteelt. Wie weet gaan ook zij een eigen boom adopteren. Want dat is ook ??n van de doelen van het project: dat jong en oud zich weer verbonden gaan voelen met hun omgeving, de landbouw en het milieu. Voor de biologische teler is dit een goede manier om zijn producten onder de aandacht te brengen.
Basisschool De Stek was de eerste school die ?ja? zei tegen dit project. Zij krijgen dan ook de primeur. Op 20 september om 10.30 uur staat groep 8 in de startblokken in de appelboomgaard van William Pouw aan de Pothuizerweg (helemaal achteraan, de laatste boomgaard v??r het spoor) in Schalkwijk.
Projectinfo:
Het project ?Scholen adopteren appelbomen? wordt geco?rdineerd door stichting LaMi.
Bij de uitvoering zijn verder betrokken: De Eemlandhoeve, Christelijke Hogeschool Ede, gemeente Houten, Biologica en fruitteler William Pouw.
Voor meer informatie:
Joke Janse, projectco?rdinator LaMi,
tel 030-6345499 of e-mail: jjanse-lami@ltonoord.nl, website www.lami.nl
Voor meer informatie over het landelijk project ?Adopteer een appelboom?: www.adopteereenappelboom.nl
Tijdens de open dag op 18 september lanceerden beide Udea directeuren Erik Does en Erik Jan van den Brink de oprichting van Stichting View of Nature. Deze nieuwe stichting wil landschapswaarde en biodiversiteit op het biologische landbouwbedrijf bevorderen. Biologische boeren en tuinders kunnen op basis van een landschapsplan financi?le steun aanvragen voor invulling op het bedrijf. Gedacht wordt aan aanleg van paddepoelen, nestkasten voor vogels, houtwallen, natuurlijke slootkanten en wandelpaden.
Behalve via de smaak van biologische producten wil View of Nature burgers laten genieten van natuurlijke landschappen die zonder inzet van boeren zullen verdwijnen.
Via acties met merkartikelen ontstaat er een budget waarvan biologische boeren gebruik kunnen maken. Het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers uit Bakkerij Verbeek, De Zaaister, Natudis, DLV biologische landbouw, Biologica en Udea. De communicatie wordt vormgegeven door Hemels van der Hart.
Consumenten kunnen bij zes grotere biologische supermarktmerken zegels sparen voor gratis tijdschriften. Deelnemende merken zijn De Groene Koe, Bio+ (vlees, eieren), Zonnatura, Biorganic, Oerlemans en C?l?Vita . Doel is om een breder assortiment producten onder de aandacht te brengen bij af-en-toe kopers van biologische producten. De actie is een initiatief van Stichting Natuur en Milieu, namens de maatschappelijke organisaties die het convenant hebben ondertekend, en wordt ondersteund door Task Force en Rabobank. De spaaractie loopt tot 15 december. Meer info op www.biologischespaaractie.nl
07 september 2005 De dagvaarding van het kort geding voor opheffing van de ophokplicht is bij de rechtbank in Den Haag afgeleverd. De behandelingsdatum wordt deze week bekend gemaakt. Biologica doet als belangenorganisatie voor de biologische landbouw mee met dieren- en milieuorganisaties als Wakker Dier, Dierenbescherming en Milieudefensie, omdat de toekomst van de buitenuitloop in het geding is. Ondertussen dringt de tijd voor de biologische pluimveesector.
In 2003 - tijdens het hoogtepunt van de vogelpestcrisis en terwijl het hoogpathogene virus hier aanwezig was - is maar een heel korte tijd een stand-still geweest waarbij alle kippen binnen moesten blijven. Verder werd alleen de Gelderse vallei afgesloten en later nog een gebied in Limburg en Brabant. Verder liepen de kippen gewoon overal buiten. Er waren geen uitbraken als gevolg van verspreiding van het virus door wilde vogels
Nu is het virus duizenden kilometers ver weg en zitten alle kippen binnen, alleen in Nederland. Als trekvogels het al mee zouden kunnen nemen, is dat het laagpathogeen virus dat altijd al aanwezig is geweest onder wilde (water)vogels. Bovendien is er een uitvoerig monitoring systeem opgezet in de biologsiche pluimveehouderij om dit virus vroegtijdig op te sporen.
Vanwege de onzorgvuldigheid van dit besluit, het ontbreken van een Europees draagvlak en afstemming, het ontbreken van effectieve maatregelen gericht op transport naar en van besmette gebieden, de schade die de biologische pluimveehouders ondervinden en het imago en de toekomst van de biologische sector heeft Biologica zich met steun van de Vereniging van Biologische Pluimveehouders bij deze gelegenheidscoalitie aangesloten. De ophokplicht is kortom een disproportionele maatregel. Ondertussen dringt de tijd voor de sector die volgens de voorzitter van de Biologische Pluimveehouderij Vereniging Chris Borren 'dreigt door de ophokplicht te worden ge?limineerd'. Het kort geding gaat overigens uitsluitend over opheffing van de ophokplicht en niet over de status van het biologische ei, daarover kan alleen in Brussel worden besloten.
Vorige week is Biologica ook gestart met een radiocampagne om in ieder geval voor de Nederlandse afzetmarkt solidariteit te vragen met de biologische pluimveehouders en het publiek te vragen biologische eieren te blijven kopen. Biologica roept daarbij op om mee te doen aan de actie adopteereenkip
EU - Commissie zet licht op groen voor invoer GGO-koolzaad
05 september 2005 De Europese Commissie heeft woensdag het licht op groen gezet voor de invoer en verwerking van het genetisch gemanipuleerde koolzaad GT73 in de Europese Unie. Volgens de Commissie heeft het gebruik van GT73 in de Verenigde Staten aangetoond dat het product van het bedrijf Monsanto geen schadelijke effecten op de gezondheid en het milieu heeft.
De 25 lidstaten van de Unie raakten het niet eens over de invoer van het genetisch gemanipuleerde koolzaad. Omdat noch de voorstanders, noch de tegenstanders van het product de noodzakelijke meerderheid hadden, was het andermaal aan de Europese Commissie om de knoop door te hakken.
Net zoals bij eerdere gelegenheden besloot ze het product toe te laten. Wel moet Monsanto een aantal maatregelen in acht nemen voor het geval dat het product per ongeluk in het milieu zou terechtkomen. Het genetisch gemanipuleerde koolzaad van Monsanto is resistent tegen een bepaalde onkruidverdelger van het agroconcern. Het product mag voor een periode van tien jaar geimporteerd worden en verwerkt worden in veevoeder en in de industrie. Het olie van de gemodificeerde koolzaad wordt reeds sinds 1997 toegelaten als voedingsmiddel in de Unie.
Hoewel de Commissie haar beslissing stoelt op een wetenschappelijk advies, hebben milieuverenigingen protest aangetekend. De organisatie Friends of the Earth trekt de wetenschappelijke basis van het besluit in twijfel en roept de lidstaten op nationale verbodsmaatregelen in te voeren.
01 september 2005 HAARLEM - Noord-Holland beleeft in september van dit jaar de primeur van een
Biologische Oogstweek. De week biedt tal van activiteiten rondom biologische
landbouw in het algemeen en biologische landbouwproducten van
Noord-Hollandse grond in het bijzonder.
Doelstelling is om de biologische landbouw meer bekend te maken bij de
inwoners van de provincie Noord-Holland en hen te stimuleren vaker
biologisch te kopen. In Noord-Holland worden relatief veel biologische
landbouwproducten geteeld. Biologisch is daarom voor de Noord-Hollandse
burger extra dichtbij. De afgelopen jaren is de omzet van biologische producten jaarlijks tussen de vijf en tien procent gegroeid tot een ruime ? 400 miljoen in 2004.
Biologisch proeven in de winkel
Voor deze eerste Oogstweek hebben al een aantal ?groene? organisaties in
Noord-Holland hun medewerking toegezegd. Zo komen er overal demonstraties en proeverijen van biologische producten in de Noord-Hollandse regionale supermarkten, worden biologische wandelingen en fietsroutes extra onder de aandacht gebracht, komen er biologische menu?s in restaurants en is er een Oogstweek-fotowedstrijd uitgeschreven.
Open Consumentendag Koningshoeve
Op zondag 11 september begint de week met een Biologische Consumentendag op de Koningshoeve in recreatiegebied Spaarnwoude. Bij de biologische veehouderij staat dan een grote tent met infostands, demonstraties en proeverijen. Ook zijn er rondleidingen, onder meer langs de 450 markante Limousin runderen van de hoeve. Gedeputeerde Hans Schipper van de provincie maakt tussen 13 en 16 uur in goed gezelschap een wandeling door het gebied en eindigt zijn tocht bij de Koningshoeve.
Biologische barbecue
Op maandag 12 september wordt op dezelfde Koningshoeve een feestelijke Biologische Barbecue gehouden. Naast tal van genodigden uit de breed geschakeerde Noord-Hollandse biologische wereld zijn ook de 148 biologische boeren van Noord-Holland genodigd.
Na een week van proeverijen, wandelingen, fietstochten, biologisch dineren en extra informatie over biologisch in de media wordt de Oogstweek op zondag 18 september afgesloten met een Adopteer een Appelboom PlukDag in de Olmenhorst in Lisserbroek, in samenwerking met Biologica.
Voor de Oogstweek is een speciale actiesite ontwikkeld met informatie over biologische landbouw, Noord-Hollandse biologische producten en de activiteiten van de Oogstweek: www.oogstweeknh.nl
De Biologische Oogstweek Noord-Holland is een initiatief van de Provincie Noord-Holland in het kader van de promotie en stimulering van de biologische landbouw in Noord-Holland.
29 augustus 2005 Op grond van eerdere uitlatingen van de Europese Commissie zal Skal het gedwongen binnenhouden van pluimvee niet beschouwen als overtreding van de biologische productievoorschriften. Dientengevolge kunnen vlees en eieren van biologische pluimveebedrijven ondanks de ophokplicht als biologisch op de markt worden gebracht.
Het ministerie van LNV heeft de Europese Commissie wel verzocht het eerdere standpunt nogmaals, specifiek voor de huidige ophoksituatie, te bevestigen.
Bron: www.skal.nl
Greenpeace: zuivelindustrie moet stoppen met gmo's in voedselketen
24 augustus 2005 Seelow, Duitsland, 23 augustus 2005 * Greenpeace eist vandaag dat twee van de grotere Europese zuivelbedrijven niet langer melk aankopen
bij melkveehouders die gmo-ma?s telen. Dit om mogelijke besmetting van de voedselketen te vermijden. Om dit risico te illustreren, plaatsten
actievoerders een levensgroot beeld van een koe met een doorschijnende maag gevuld met dierenvoeder in een veld waar het gmo-gewas geteeld wordt in Seelow, Brandenburg, nabij de Poolse grens. Verschillende landbouwers in Brandenburg die gmo-ma?s telen, leveren melk aan Campina en Mueller, die deze rechtstreeks aan consumenten verkopen.
Europese consumenten verwerpen genetisch gemanipuleerde voeding. Hierdoor zijn er nauwelijks gmo-ge?tiketteerde voedselproducten te
vinden op de Europese markt. Maar de EU-etiketteringswetgeving heeft een achterpoortje: melk, eieren, vlees en andere voedselproducten die
afkomstig zijn van dieren, hoeven niet ge?tiketteerd te worden als de dieren gevoederd worden met genetisch gemanipuleerde organismen (gmo's). Zonder deze informatie kunnen Europese consumenten geen bewuste keuze maken en consumeren ze zonder het te weten producten die afkomstig zijn van dieren die gevoederd werden met gmo's, zoals melk.
"Ondanks enorme tegenstand tegen gmo's in de voedselketen door Europese consumenten, weigeren zuivelproducenten Mueller en Campina tot op heden om te garanderen dat hun vee met gmo-vrije gewassen wordt gevoederd", zei Jeroen Scharroo, gmo-campaigner bij Greenpeace Nederland. "Door hun producten aan te prijzen als puur en natuurlijk, misleiden ze hun consumenten."
Andere Europese landen hebben stappen ondernomen om te verzekeren dat hun producten helemaal gmo-vrij zijn. Bijvoorbeeld in Zwitserland en
Zweden wordt geen gmo-diervoeder gebruikt. In Oostenrijk heeft een groot zuivelbedrijf zich ervan verzekerd dat haar hele assortiment verse
melkproducten afkomstig is van dieren die gmo-vrij zijn gevoederd.
Het VS-biotechnologiebedrijf Monsanto produceert de gmo-ma?s (MON 810)die in de velden van Seelow gezaaid wordt. De Europese Commissie keurde
de teelt van de gmo-ma?s goed in Europa in 2004, maar het debat over de gevolgen van dit gewas voor het milieu is nog niet ten einde. Ten
gevolge hiervan hebben de regeringen van Oostenrijk, Griekenland,Hongarije en Polen de ma?s verboden. Op dit moment is dit specifieke
gmo-ma?sgewas de enige gmo- plant die geteeld mag worden in de hele EU.Andere gmo-ma?s en - sojavari?teiten die buiten de EU gekweekt worden,
mogen wel ingevoerd worden als diervoeder. Greenpeace wil geen verspreiding van genetisch gemanipuleerde gewassen omdat ze een
bedreiging vormen voor het milieu en de biodiversiteit.
Greenpeace eist dat de Europese zuivelindustrie stappen onderneemt om de teelt van gmo-ma?s in de EU tegen te houden en dat ze stopt met de
import van gmo-ma?s, gmo-soja en andere gmo-planten die buiten de EU geteeld worden voor gebruik in dierenvoeder. Bedrijven zoals Campina en Mueller kunnen een belangrijke bijdrage leveren om het gebruik van gmo-
dierenvoeder een halt toe te roepen door hun veehouders te vragen hun dieren niet meer met gmo-gewassen te voederen.
Ophokken pluimvee vanaf maandag 22 augustus verplicht
19 augustus 2005 Vanaf maandag 22 augustus zijn commerci?le pluimveehouders verplicht hun pluimvee op te hokken.Minister Veerman maakte dinsdag al bekend maatregelen te zullen nemen naar aanleiding van het advies van de commissie van deskundigen. De regeling is vrijdag 19 aug. in de staatscourant gepubliceerd.Pluimveehouders kunnen kiezen tussen ophokken ?f het aanbrengen van een constructie die contact met wilde vogels onmogelijk maakt. Daarmee wordt de mogelijkheid gecre?erd om beperkte uitloop te houden waardoor problemen op welzijnsgebied kunnen worden voorkomen.
Op 10 augustus 2005 heeft minister Veerman de deskundigencommissie verzocht met spoed een advies uit te brengen over de ophokplicht voor pluimvee. De verplichting pluimvee binnen te houden vermindert de kans op besmetting met vogelpest door trekvogels. De deskundigencommissie bestaat uit onafhankelijke wetenschappers uit diverse veterinaire en biologische disciplines en praktijkdeskundigen.
Het vogelgriepvirus (aviaire-influenzavirus) kan binnen gehaald worden door import van levende vogels, consumptie-eieren en eiproducten, pluimveevlees en pluimveeproducten en via reizigers. Import van levende vogels is verreweg het grootste risico voor insleep. Import uit Rusland, Kazachstan en Aziatische landen is reeds verboden. Volgens de commissie kunnen echter ook trekvogels de ziekte overbrengen.
De economische gevolgen van deze maatregelen voor de pluimveehouderijsector betreffen met name de prijzen voor scharreleieren en biologische eieren, die hoger liggen dan conventionele eieren. Om de eieren van scharrelkippen, die opgehokt worden, toch als zodanig te kunnen verkopen, kan er nationaal een ontheffing worden verleend. Voor biologische eieren is echter de goedkeuring van de Europese Commissie vereist. Hierover is op dit moment dus nog geen duidelijkheid.
Momenteel wordt ge?nventariseerd wat de positie van de andere EU-lidstaten t.a.v. het nemen van maatregelen ter preventie van de mogelijke insleep
van HPAI is. Nederland heeft tot nu als enige lidstaat maatregelen aangekondigd. De redenen waarom Nederland hierin het voortouw neemt zijn
evident:de Nederlandse pluimveehouderij kenmerkt zich door hoge concentratiegebieden met zeer grote dichtheden pluimvee (Gelderse
Vallei,Zuid-Oost Brabant, Noord- en Midden-Limburg), waarvan sommige dicht bij uitgestrekte fourageer- en rustgebieden van trekvogels liggen;- Nederland heeft een harde les geleerd na de HPAI uitbraak in 2003: de uitbraak begon in free range bedrijven en was zeer moeilijk onder controle
te krijgen. Een tweede grootschalige AI uitbraak zou fataal kunnen zijn voor de sector;
10 augustus 2005 Stichting Wakker Dier heeft in een brief aan het Landbouwministerie opgeroepen de deze week via Postbus 51 gestarte campagne ?Biologisch, dat proef je, dat merk je? terug te trekken en serieus werk te gaan maken van de promotie van de biologische landbouw. In de lopende campagne wordt de consument met tal van feitelijke onjuistheden misleidt, vaak ten nadele van de diervriendelijkere biologische landbouw. Zo wordt in de campagnebrochure bij een foto van een scharrelstal (voli?re, met zitstokken, legnesten en stro) aangegeven dat het een legbatterij zou zijn. Wakker Dier ziet in de biologische overheidscampagne een nieuw signaal voor het feit dat er broddelwerk wordt geleverd waarbij de bio-industrie angstvallig uit de wind wordt gehouden. Blijkbaar ziet de overheid wel de voordelen van biologische landbouw maar durft zij bij de promotie ervan niemand tegen de schenen te schoppen waardoor een nietszeggende en weinig overtuigende campagne wordt gevoerd (oa. ?Biologisch, heel logisch?). Het ontbreekt het ministerie kennelijk aan moed om duidelijk te kiezen voor een biologisch product. Wakker Dier pleit voor een overheidscampagne waarin duidelijk wordt aangegeven dat consumenten door het kopen van biologische producten niet meewerken aan onverdoofd staartknippen, tandenknippen, koeien die nooit meer de wei in kunnen, zeugen die tussen hekken vastliggen, kippen in legbatterijen en (witvlees)kalveren met bloedarmoede. Door de verschillen tussen biologische landbouw en de dieronwaardige werkwijze in de bio-industrie te laten zien zullen consumenten gemotiveerder zijn iets meer te betalen voor een fatsoenlijk biologisch product.
Bron: www.wakkerdier.nl
08 augustus 2005 Biologische akkerbouw- en groentebedrijven moesten de laatste jaren ten opzichte van de tweede helft van de jaren negentig flink aan inkomen inboeten, met name vanwege tegenvallende groenteprijzen. Ook ten opzichte van gangbare bedrijven scoren de biologische bedrijven minder goed. Dit heeft vooral te maken met de hoge productiekosten.
Voor meer informatie,
08 augustus 2005 Vanaf juni 2005 is er een wijziging ingevoerd in de regelgeving voor ruwvoer uit natuurgebieden.
Tot voor kort mochten biologische boeren slechts ruwvoer uit natuurgebieden voederen, als dit ruwvoer als biologisch was gecertificeerd. Uit praktisch oogpunt hanteert Skal, die alle biologische bedrijven in Nederland certificeert, nu de volgende werkwijze. Ruwvoer van natuurpercelen mag worden gevoerd aan biologische dieren. Een biologische boer moet dan w?l aantonen dat het ruwvoer afkomstig is van natuurpercelen die al minimaal 3 jaar niet zijn behandeld met kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen.
Deze aanpassing in de regelgeving biedt nieuwe kansen voor samenwerking tussen natuurbeherende organisaties en de biologische landbouw. Maaien en afvoeren van maaisel wordt zo makkelijker gemaakt en biologische boeren kunnen beter aan ruwvoer komen.
08 augustus 2005 op 8 augustus is de nieuwe mediacampagne gestart: 'Biologisch. Dat proef je, dat merk je'. Deze campagne moet duidelijk maken dat je met het kiezen voor biologische produkten een bijdrage levert aan een beter milieu en aan dierenwelzijn. Biologische landbouw is volop in ontwikkeling. Het aanbod en de verkoop van biologische producten groeit ieder jaar. De overheid vindt dit belangrijk, omdat biologische landbouw goed is voor de natuur en dieren. Om de groei vast te houden is het van belang dat meer consumenten kiezen voor biologische producten. In de campagne 'Biologisch. Dat proef je, dat merk je' vertellen boer, winkelier en kok waarom ze voor biologisch kiezen. Maar al werken alle partijen mee, uiteindelijk is het toch de consument die met zijn aankoopgedrag in belangrijke mate bepaalt hoe snel de biologische landbouw zich in de toekomst ontwikkelt. Daarom staat de consument centraal in de campagne. De Postbus 51 campagne start op maandag 8 augustus en loopt door tot half september. Behalve de TV-spotjes zijn er ook radiospots (start 22 augustus) en is informatie op internet beschikbaar. Daarnaast krijgt biologisch voedsel de komende jaren extra aandacht door (onder andere) artikelen in dag- en weekbladen en promotie acties. De campagne is een onderdeel van afspraken tussen supermarkten, levensmiddelenfabrikanten, cateraars, overheid, banken en maatschappelijke organisaties om de biologische productie te stimuleren. Dit convenant loopt tot eind 2007
01 augustus 2005 Begin dit jaar kochten de Belgische gezinnen duidelijk meer biologische versproducten dan vorig jaar. Dat blijkt uit onderzoek dat het marktbureau GfK Panel Services uitvoerde voor het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Resultaat is een omzetgroei van 5,3 procent. Opmerkelijk is vooral dat deze forse groei plaatsvindt terwijl de omzet van de totale versmarkt met 3,3 procent daalt. BioForum Vlaanderen, de koepelorganisatie van biologische landbouw en voeding in Vlaanderen, zal deze positieve trend blijven stimuleren.
Het thuisverbruik van biologische versproducten kende in de eerste drie maanden van dit jaar een opmerkelijke omzetgroei van 5,3 procent, terwijl de totale versmarkt in dezelfde periode een omzetdaling kende van 3,3 procent. Bio verstevigt dus zijn positie.
De Belgen kochten de eerste drie maanden van 2005 vooral meer biologisch vlees (37%), vleeswaren (10%) en brood (26%). De positieve keuze voor vlees is belangrijk omdat de sterke terugval van biovlees en gevogelte van de afgelopen jaren verantwoordelijk was voor de algemene omzetdaling in de biomarkt. De biologische versies van deze producten scoorden in 2001 en 2002 overdreven goed door de verschillende voedselcrisissen, maar intussen is het vertrouwen van de consument in gangbaar vlees opnieuw hersteld en neemt dit effect af.
Meer bio, minder gangbaar
De biologische versproducten haalden in het eerste trimester van 2005 een marktaandeel van 1,61 procent tegenover 1,48 procent in het eerste trimester van 2004. Dat is een procentuele stijging van 9 procent. Twee oorzaken liggen hiervan aan de basis: Eerst en vooral besteden de Belgen meer aan bioproducten. Daarnaast geven ze minder uit aan gangbare producten.
Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. Als consumenten kiezen voor bio, willen ze vooral bio-eieren (8,3%) en -groenten (3,6%). Het aandeel van biobrood groeide van 2,06 procent naar 2,61 procent.
Markten hebben succes
Belgische gezinnen kopen vooral bio in de supermarkten, die een marktaandeel van 55 procent hebben. De kleinhandel blijft stabiel. Opvallend is dat tussen april 2004 en maart 2005 steeds meer mensen de weg vonden naar de markt. Bijna 8 procent van de aankopen gebeuren nu daar, tegenover 5 procent het jaar voordien. Volgens Jacques Cochez van FV BioBoulevard, de vereniging van biologische boeren, verwerkers en verkopers, die biomarkten organiseert in de omgeving van Antwerpen, blijft de vraag stijgen. De organisatie moet zelfs markten weigeren omdat er te weinig boeren, verwerkers en verkopers zijn om ze te bemannen
28 juli 2005 Het kabinet overweegt vanaf volgend jaar met een lagere accijns het gebruik van biobrand- stoffen aantrekkelijk te maken. Dat heeft een woordvoerder van het ministerie van Landbouw gemeld.Welke accijnsverlaging het Rijk wil doorvoeren, moet op Prinsjesdag bij de presentatie van het Belastingplan 2006 blijken. Biobrandstoffen zijn meestal wat duurder per liter dan gewone diesel of benzine. Biodiesel is diesel vermengd met koolzaadolie. Die vermenging maakt de brandstof duurder. De (deels) natuurlijke brandstoffen zijn aantrekkelijk omdat een auto die op biodiesel rijdt minder zwavel en roet uitstoot. In de Tweede Kamer gingen al stemmen op om minder belasting te heffen op biodiesel en bio-ethanol. Een lagere accijns zou deze brandstoffen ondanks de hogere productieprijs toch aantrekkelijk kunnen maken voor de autorijder. Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Itali?, Polen, Belgi? en Zweden stimuleren natuurlijke diesel en benzine al op deze manier.
Hoger gehalte aan phyto-oestrogeen in biologische melk
13 juli 2005 Uit Deens ori?nterend onderzoek blijkt de hoeveelheid phyto-oestrogeen in biologische melk 3 tot 5 maal hoger dan in gangbare. De resultaten van 17 bedrijven geven deze significante verschillen aan. Aan phyto-oestrogeen worden in vele wetenschappelijke studies positieve gezondheidseffecten toegeschreven. Zo kan het een rol spelen in het voorkomen van vormen van kanker (o.a. borstkanker) en andere ziekten. Phyto-oestrogeen komt van nature voor in leguminosen, zoals klaver en lupine. Het hogere aandeel klaver in het voer van koeien op een biologisch melkveebedrijf verklaart (deels) de gevonden verschillen. www.darcof.dk/enews/jun05
12 juli 2005 Het bedrijf Odin in Geldermalsen levert via abonnementen biologische groenten, fruit en soms ook vers vlees aan 20.000 gezinnen of alleenstaanden. Vijf dagen per week worden pakketten samengesteld. Producten worden verpakt in papieren zakken die op 360 afhaalpunten worden bezorgd. Een klant ontvangt wekelijks een pakket. De inhoud is telkens een verrassing. Wat vrijdags wordt afgehaald, is in principe op woensdag of donderdag geoogst.
Zestig Nederlandse boeren met een biologisch of biologisch-dynamisch bedrijf leveren producten aan Odin. Gezamenlijk telen de bedrijven zo'n 400 hectare aan biologische groenten en fruit. Daarnaast heeft Odin afspraken met 40 co?peraties in Itali?, Frankrijk en Spanje. Die zorgen voor sinaasappelen, kiwi's en broccoli.
Van het bedrag dat via abonnementen binnenkomt, komt 43% bij de telers terecht.
12 juli 2005 Het IBL van de WUR heeft vier nieuwe BOBs (Biologisch Onderzoeks Bericht) gepubliceerd over appels, ziekten en plagen,robuuste rassen en onderscheidende zuivel.
BOB 22: Hoge appelproductie door systeemaanpak.
Door verschillende maatregelen te combineren is het mogelijk om met minder gewasbeschermingsmiddelen lastige ziekten als schurft in de appelteelt te verminderen. Welke maatregelen dat zijn en dat dit ook nog leidt tot goede appelopbrengsten is te lezen in Biologisch OnderzoekBericht over het onderzoek ten behoeve van de biologische fruitteelt. In deze BOB 22 aandacht voor de zoektocht naar (schurft)resistente rassen, naar alternatieve middelen tegen ziekten als schurft zoals celkalk en lokstoffen om de appelbloesemkever weg te lokken. Ook komen de stappen die nodig zijn voor de marktintroductie van een nieuw perenras in beeld.
BOB 23: Nieuwe maatregelen houden ziekten en plagen in bedwang
Een houtwal rondom het perceel, een speciale trekker om onkruid te verwijderen, bloemstroken tussen de percelen en natuurlijke vijanden tegen plagen. Dit zijn maatregelen tegen ziekten en plagen die niet gebruikelijk zijn voor de praktijk van de biologische boomkwekerij en zomerbloementeelt. Meer over de resultaten van de vierjarige test met deze maatregelen in BOB 23. Daarin ook aandacht voor de mogelijkheden om de afzet van biologische bomen bij gemeenten te vergroten. Ondernemers doen er goed aan hun potenti?le afnemers beter te informeren over de voordelen van hun producten zoals de betere kwaliteit en minder uitval bij het plantmateriaal.
BOB 24: Op zoek naar robuuste rassen
Biologische telers hebben behoefte aan rassen die weerbaar zijn tegen ziekten en plagen omdat ze geen gebruik maken van chemische gewasbescherming. In onderzoek wordt daarom gekeken naar rassen met genetische resistentie en ook gunstige morfologische en fysiologische eigenschappen. Bij tarwe gaan onderzoekers bijvoorbeeld kijken of de compactheid van de aar de weerstand tegen de schimmel fusarium verhoogt. Of ze zoeken naar peenrassen die verlost zijn van zwarte vlekken. Onderzoekers hebben peenrassen gevonden die redelijk bestand zijn tegen de schimmels die zwarte vlekkenziekte veroorzaken. Het gaat om primitieve rassen die een witte peen opleveren. Door te kruisen met een oranje peen en vervolgens nakomelingen hiervan weer terug te kruisen, kan uiteindelijk een ras ontstaan dat geschikt is voor de praktijk. Meer over dit verdelingsonderzoek in BOB 24.
BOB 25: Potentie voor onderscheidende zuivel
In BOB 25 staat het overzicht van onderzoek op het terrein van biologische veehouderij. Voor de verschillende veehouderijtakken, melkvee, varkens, pluimvee en geiten vindt er in nauw overleg met het bedrijfsleven onderzoek plaats. Zoals het onderzoek hoe je met een veelbelovend biologisch zuivelproduct kunt toewerken naar een succesvolle introductie en vermarkting. Dit sluit aan bij de wens van melkveehouders om meer te doen met (onderbouwde) onderscheidende kwaliteit van biologische zuivel als basis voor een hogere prijs.
12 juli 2005 KLM Catering Services serveert sinds juni dit jaar 100% biologische
zuivel. De exclusieve levering ligt hierbij in handen van Vecozuivel.
Het is met name de kwaliteit van biologische zuivel die ervoor gezorgd
heeft dat KLM exclusief voor bio heeft gekozen.
Daarnaast heeft de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties het
Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw ondertekend. Door over
te stappen op bio-zuivel zorgt de KLM er mede voor dat haar branche
organisatie de uitgesproken intenties kan waarmaken. Ook deze
overwegingen hebben een rol gespeeld.
Vecozuivel heeft als leverancier van zuivel de afgelopen 5 jaar een
sterke groei doorgemaakt. Momenteel is het in grootte de derde
aanbieder van biologische zuivel in Nederland. In 2004 werd door
Vecozuivel circa 10 miljoen liter biologische melk verwerkt.
Bron: www.biologisch.nl
12 juli 2005 Ook hennepolie staat in de belangstelling vanwege het zeer hoge gehalte
(76%) aan gezonde onverzadigde vetzuren. De olie wordt geperst uit
hennepzaden en heeft een zeer gunstige verhouding (3 op 1) tussen de
Omega-6 en Omega-3 vetzuren.
Enkele boeren in Nederland en Belgi? zijn dit jaar gestart met het
telen van biologische hennep voor olie. Voorlopig wordt nog slechts 10
hectare geteeld. Maar dit kan sterk worden uitgebreid als de teelt een
succes is.
Hennep is een ideaal gewas voor de biologische teelt omdat het goed
concurreert met onkruid en zeer weinig last heeft van plagen en
gewasziekten. Bovendien is er weinig bemesting nodig. Naast productie
voor voedingsdoeleinden wordt hennepolie ook vaak gebruikt voor
huidverzorgings-producten.
Bron: www.biologisch.nl
12 juli 2005 De ministerraad heeft op voorstel van minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ingestemd met een voorstel om ook het opslaan en het in de handel brengen van biologische producten onder controle van de Stichting Skal te brengen. Hiermee wordt voldaan aan de Europese verplichting bedrijven die biologische producten opslaan of in de handel brengen te controleren.
Productie en invoer van biologische gewassen werden al langer door deze stichting gecontroleerd. Om nu de mogelijkheid van verontreiniging te voorkomen, wordt ook de opslag ondergebracht bij Skal. Het gaat om ongeveer 60 op- en overslagbedrijven.
bron: www.skal.nl/
12 juli 2005 Het bio-areaal in Duitsland is in 2004 met 4,4% gedaald naar 760.000 ha. De consumentenomzet van biologische levensmiddelen is in 2004 echter met 13% naar ? 3,5 mld. gestegen. In 2003 lag de omzet op ? 3,1 mld. Volgens de universiteit van Kassel kan men afleiden dat in de retail de omzet met 17% naar ? 1,28 mld. gestegen is. Het marktaandeel van het bio-segment steeg daarmee tot 3,7%. Ook de natuurvoedingssector profiteerde: de omzet steeg tot 900 miljoen euro in 2004, een stijging van 15 procent. De groei in dit segment wordt vrijwel uitsluitend veroorzaakt door de bio-supermarkten.
Bron: agf.nl
08 juli 2005 Vanaf 25 augustus a.s. is het toegestane aandeel gangbare diervoeders in de biologische veehouderij verlaagd. Met ingang van 2008 en 2012 zijn voor resp. herbivoren en overige diersoorten gangbare diervoeders in het geheel niet meer toegestaan.
Het gebruik van een beperkt percentage gangbare diervoeders van agrarische oorsprong is toegestaan wanneer onvoldoende biologisch geproduceerde voeders beschikbaar zijn.
Het maximale percentage is:
a) voor herbivoren (rundvee, schapen, geiten, paarden):
- 5% van 25-08-2005 tot en met 31-12-2007;
- 0% vanaf 01-01-2008;
b) voor overige diersoorten (varkens, pluimvee):
- 15% van 25-08-2005 tot en met 31-12-2007;
- 10% van 01-01-2008 tot en met 31-12-2009;
- 5% van 01-01-2010 tot en met 31-12-2011;
- 0% vanaf 01-01-2012.
Het percentage betreft de droge stof van diervoeders van agrarische oorsprong per periode van 12 maanden.
In het dagrantsoen is maximaal 25% gangbaar diervoeder toegestaan.
Omdat de wijziging ingaat op 25 augustus a.s. is over geheel 2005 gemiddeld als maximum percentage toegestaan:
? voor herbivoren 9%;
? voor overige diersoorten 19%.
Meer informatie is verkrijgbaar bij woordvoerder Chris Maan of bij Mirjam de Wit, beleidsmedewerker van Skal, tel. 038 ? 426 8181
05 juli 2005 Inspecteurs van Skal hebben in mei en juni jl. tijdens onaangekondigde inspecties bij biologische bedrijven enkele zeer ernstige afwijkingen geconstateerd.
Op vier bedrijven is gebruik gemaakt van niet toegestane chemische onkruidbestrijdingsmiddelen. Bij twee bedrijven is gangbaar ontsmet ma?szaad gebruikt.
Skal heeft de certificatie van de betreffende percelen ingetrokken en de betrokken landbouwers een tuchtrechtelijke verklaring aangezegd. Daarnaast is in ??n geval zelfs het volledige certificaat voor een jaar opgeschort.
Wanneer Skal op deze bedrijven opnieuw een ernstige afwijking constateert, worden alle certificaties ingetrokken en alle lopende aanvragen voor certificatie afgewezen.
Meer informatie is verkrijgbaar bij woordvoerder Chris Maan of Richard Nijenstein, certificeerder bij Skal, tel. 038 ? 426 8181
Kom kijken naar natuur bij de biologische boer en tuinder
25 juni 2005 Op zaterdag 25 en zondag 26 juni organiseert Biologica voor de achtste keer de landelijke Open Dagen bij de biologische boer en tuinder. In het hele land zullen ruim 200 biologische bedrijven hun deuren openzetten voor het publiek. Met speciale aandacht voor natuur op het boerenbedrijf. Milieudefensie organiseert fietstochten langs deelnemende boerderijen.
De deelnemende bedrijven staan vanaf eind mei op: www.biologica.nl, of bel: 030-2339970.
Neem een biologisch kijkje op Droevendaal
25 en 26 juni Open Dagen bij biologische boer en tuinder
In het weekend van 25 en 26 juni organiseert Biologisch Proef- en Leerbedrijf Droevendaal, onderdeel van Wageningen UR, haar jaarlijkse open dagen op het bedrijf aan de Kielekampsteeg 32 in Wageningen (gebouwnummer 114) van 10.00-16.00 uur. Iedereen is welkom op het bedrijf waar onderzoek wordt verricht en onderwijs wordt gegeven in de biologische landbouw en voeding.
De activiteiten van Droevendaal in dit weekend zijn onderdeel van de landelijke Open Dagen bij de Biologische Boer en Tuinder, die georganiseerd worden door Biologica.
Op Droevendaal worden rondleidingen verzorgd en vinden diverse onderzoekspresentaties plaats over biologische plantenteelt, dierhouderij en natuur. U kunt ook biologisch ijs, popcorn, friet en koffie proeven. Daarnaast is er veel aandacht voor het 20 jarig bestaan van Agro Eco (uit Bennekom), adviesbureau voor de biologische landbouw in binnen- en buitenland. In een expositie laat Agro Eco een variatie aan projecten over biologische producten zien, van biologische koffie en thee tot vis, eieren, noten en zuidvruchten. Op zaterdag is er om 14.00 uur een modeshow met kleding gemaakt van biologische katoen en barkcloth.
Naast onderzoek en onderwijs wordt op Droevendaal ook voorlichting gegeven aan een breed publiek. Zo is er de nieuw ingerichte voorlichtingsschuur, die op 19 mei officieel geopend is. In deze ruimte vindt u tastbare informatie die ook voor kinderen zeer begrijpelijk is.
Onlangs heeft Droevendaal voor kinderen ook het VoetenVoelVeld aangelegd. Op deze 26-meter lange ?stormbaan? kunnen kinderen met blote voeten de natuur beleven via het thema: ?Maak je voeten blij, maak je voeten vrij?.
Droevendaal is 50 ha groot, waarvan 32 ha als akkerbouwpercelen in gebruik zijn, de rest is permanent grasland. Droevendaal is gelegen aan de noordkant van Wageningen, in de ecologische verbindingszone tussen Eng en Binnenveld. Op Droevendaal is ruimte voor dieren en natuur. Zo zijn er pony?s, ganzen, schapen en stieren aanwezig. Ook zijn er amfibie?npoelen, een boomgaard, een ooievaarsnest, natuurlijke kruidstroken, houtwallen en vlechtheggen. Droevendaal is in 2004 SKAL-gecertificeerd.
Droevendaal is onderdeel van een fietsroute langs biologische bedrijven in de regio, die door AgroEco is uitgezet. Meer informatie kunt u vinden op:
24 juni 2005 Leerlingen onderzoeken kringloop: van mest tot korrel tot brood.
In het kader van de week van het platteland organiseert RINGadvies 24 juni een excursie voor leerlingen uit Groningen en Drenthe naar het biologisch akkerbouwbedrijf van Piet en Vera van Zanten in Garmerwolde. Doel is leerlingen op een praktische wijze kennis te laten maken met de kringloop van voedingsstoffen op het boerenbedrijf. Ze leren verschillende soorten mest kennen, bestuderen graangewassen op het land en maken van graan brood.
De mogelijkheid om mineralen met behulp van kunstmest en in de vorm van krachtvoer van ver aan te voeren heeft er in de vorige eeuw voor gezorgd dat de bedrijven in de gangbare landbouw zich gingen ontmengen. Arbeidstechnisch en productietechnisch bood deze ontmenging veel voordelen: men kon zich binnen het bedrijf specialiseren op wat het meeste perspectief bood.
In de biologische landbouw wordt de directe inbreng van mineralen met behulp van kunstmest niet toegestaan. Maar om de omschakeling van de verspreid liggende bedrijven niet te moeilijk te maken is een beperkte aanvoer van mest en stro uit de gangbare veehouderij wel toegestaan. Hierdoor zijn veel biologische bedrijven indirect afhankelijk geworden van het gebruik van kunstmest en dit druist in tegen de filosofie dat er in de biologische landbouw een kringloop van mineralen binnen de sector zou moeten zijn.
Een samenwerkingsverband tussen biologische veehouderij- en akkerbouwbedrijven, waarbij een gemengd bedrijf op afstand ontstaat, is een goede oplossing om de kringlopen te sluiten en tegelijkertijd het voordeel van specialisatie te behouden. Een koppeling houdt in dat veehouderijbedrijven mest leveren en daarvoor in ruil stro en/of voer ontvangen.
Het koppelproject Noord Nederland gefinancierd door de Noordelijke provincies en uitgevoerd door RINGadvies, vervult daarin een belangrijke bemiddelende en stimulerende rol.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Harm de Vries; 06 20443225
15 juni 2005 Praktijkmiddag met onderzoeksresultaten functionele biodiversiteit
Woensdag 15 juni, PPO-agv Proefbedrijf OBS, Havenweg 2 in Nagele, Tijdstip: 13.45 ? 17.00 uur.
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving in Lelystad heeft de afgelopen jaren veel onderzoek besteed aan het ontwikkelen van betaalbare, goed inpasbare akkerranden die met eenvoudig beheer optimale ondersteuning geven aan de natuurlijke beheersing van plagen. Onderzoek met leuke en opvallende resultaten.
Graag nemen wij u en andere bezoekers deze middag mee het veld in om u live een akkerrand te laten beleven. Kunt u de 150 loopkevers en 50 spinnetjes die wij gemiddeld per vierkante meter tellen zelf ook vinden?
De praktijkmiddag telt mee voor verlenging van de spuitlicentie.
Programma
? veldexcursie / demonstraties
vanaf 14.00 uur vertrekt er elk half uur een wagen naar het veld. De wagen van 14.30 uur is speciaal voor biologische telers.
? lezingen
om 14.00 ?n 16.00 uur verzorgen onderzoeker Frans van Alebeek en agrarisch ondernemer Peter de Koeijer een inleidingover respectievelijk de resultaten van het biodiversiteitsonderzoek op PPO-OBS en de praktijkervaringen met akkerranden.
? onderzoek- en bedrijvenmarkt
doorlopend van 13.45 - 17.00 uur
Achtergronden functionele biodiversiteit
Door een slim beheer van landschapselementen (vooral akkerranden) kan de aanwezigheid van natuurlijke vijanden worden gestimuleerd. Deze kunnen vervolgens bijdragen aan de beheersing van plagen. Dit noemen we functionele
(agro-) biodiversiteit. Weet u bijvoorbeeld dat natuurlijke vijanden uit akkerranden
in ??n week tijd 50-70% van een bladluisinfectie in graan kunnen wegvreten?!
Daarnaast combineren akkerranden veel andere functies. Ze dienen als teeltvrije zone en dragen zo bij aan de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Soortenrijke akkerranden zorgen ook voor het behoud van biodiversiteit. Akkerranden kunnen ook toegankelijk gemaakt worden voor wandelaars. Hierdoor worden de wandelmogelijkheden op boerenland vergroot. Dit alles samen zorgt voor een mooier platteland en een positief imago voor het landelijk gebied
15 juni 2005 Praktijkmiddag met onderzoeksresultaten functionele biodiversiteit
Woensdag 15 juni, PPO-agv Proefbedrijf OBS, Havenweg 2 in Nagele, Tijdstip: 13.45 ? 17.00 uur.
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving in Lelystad heeft de afgelopen jaren veel onderzoek besteed aan het ontwikkelen van betaalbare, goed inpasbare akkerranden die met eenvoudig beheer optimale ondersteuning geven aan de natuurlijke beheersing van plagen. Onderzoek met leuke en opvallende resultaten.
voor meer info, zie nieuwsberichten
Vlaamse Overheid wil opvang op zorgboerderijen verdubbelen.
13 juni 2005 VZW Landwijzer reageert enthousiast op de recente beslissing van de ministers Inge Vervotte en Yves Leterme om de zorgboerderijen in Vlaanderen financieel te ondersteunen. Het financi?le schouderklopje is meteen ook de daadwerkelijke erkenning van de maatschappelijke relevantie van de zorgboerderijen. De boerderij, met het dagelijkse, zinvolle werk in contact met de aarde, is nu eenmaal vaak de plek bij uitstek om mensen met een specifieke zorgvraag op te vangen.
Uiteraard volstaan ?erkenning?, een passend kader en zelfs voldoende materi?le middelen niet om de kwaliteit van de zorgverstrekking te garanderen. Minstens even belangrijk is de vorming van mensen die de zorgvragers op de zorgboerderijen willen bijstaan en begeleiden. Gelukkig is op dat vlak reeds heel wat verwezenlijkt en starten nog dit jaar twee kwaliteitsvolle opleidingen:
- de ??njarige opleiding ?Landbouw en sociale zorg? van VZW Landwijzer
- de kortlopende meerdaagse dagcursus van Steunpunt Groene Zorg.Het Steunpunt Groene Zorg pakt vanaf het najaar 2005 uit met een vormingsaanbod landbouw en zorg. Deze cursus wordt een meerdaagse kortlopende dagcursus in de winterperiode. De cursus richt zich enkel op ge?nteresseerde land- en tuinbouw(st)ers die reeds actief bezig zijn met Groene Zorg of hiermee wensen te starten. Het is vooral de bedoeling een basispakket mee te geven. Zo besteden de lesgevers aandacht aan: zelfzorg, omgaan met diverse doelgroepen cli?nten, EHBO, veiligheid op een zorgboerderij, opmaken van activiteitenplannen, verzekeringen, overeenkomst en samenwerking met zorgvoorzieningen.
Meer weten?
Landwijzer:
Voor contact met deelnemers uit vorige sessies of met zorgboerderij, voor meer info of een sprekende foto uit ons digitaal archief, ?
contacteer Mark Pauwels: 03 281 56 00 - 0475 69 62 92 e-mail: landwijzer@belgacom.net
www.landwijzer.be
Bio-boer Joris opent groen winkelcentrum in Alkmaar
05 juni 2005 Joris Kollewijn, bekend van het populaire tv-programma 'Boer zoekt vrouw', zal op zondag 5 juni om 14.30 uur de feestelijke opening verrichten van het Alkmaarse groene winkelcentrum 'De Groenhof Passage'. Naast een Natuurwinkel van 700 m2 omvat het project een Groene Weg slagerij en een natuurdrogist (G & W). Het gezamenlijke vloeroppervlak bedraagt ruim 1000 m2.
De Groenhof Passage is gevestigd in een prestigieus appartementencomplex, waarvan de organische architectuur voortreffelijk aansluit bij de natuurlijke uitstraling van de 'groene' winkels. Het gebouw vormt bovendien een nieuw markeringspunt in de Alkmaarse binnenstad.
De Groenhof Passage is een initiatief van vijftal Alkmaarse ondernemers, die door het concentreren van hun bestaande winkels op ??n aansprekende locatie, natuurlijke levensmiddelen en drogisterijartikelen toegankelijk willen maken voor een groter publiek. Met dit initiatief komt het totale winkeloppervlak van natuurvoedingszaken in Alkmaar op ruim 2000 m2! De provinciestad is hiermee onbetwist koploper van Nederland.
Op 5 juni zullen een dertigtal leveranciers hun natuurlijke waren promoten in kraampjes in en rond De Groenhof Passage. De openingsdag valt samen met de maandelijkse Alkmaarse koopzondag.
De Groenhof Passage
Hofplein 3 (Natuurwinkel)
Hofplein 7 (Drogisterij G&W)
Hofplein 9 (slagerij De Groene Weg)
1811 IE ALKMAAR
31 mei 2005 The Seminar focus on Globalization, WTO, increasing consumer concerns about food scares and health issues, aspects of fair trade or organic farming lead to an unprecedented growth of rules and regulations on how to produce, how to process and how to sell or even consume. Certification, tracing and tracking systems become more refined, e.g. GAP, EurepGAP, ISO, HACCP and other rules. They have proved to be effective for strong players in saving time and effort in terms of obtaining and securing a market share, while potentially reducing waste and increasing consumer value. The flip-side is that well-meant rules and regulations turn dark for new groups that want to enter the market, they can be used for (unfair) non-tariff trade barriers, they are relatively expensive especially for the shorter chains, they are counterproductive for situations that are not 'well' organized and they can lead to expensive re-calls and ?waste? of product. Moreover, even certification systems that are meant to include feed-back can become very rigid, and adjustments turn out to be difficult. Further draw-backs are the risks of over-certification, development of unsuitable rules and large scale evasion of the rules. Different models exist to overcome some of these drawbacks, e.g. group certification, staff-training and motivation, exceptions etcetera. Speakers from the private and the public sector in this seminar will address sense and nonsense in these approaches, aiming to suggest further action (and reduction of effort) in the development of these systems.
Programme
13.15 Registration , coffee/tea
13.45 Opening by the chairman and introduction of the topic: Frank Joosten IAC
14.00 Loretta Sonn - FAO: Good Agriculture Practices and related regulations from an international perspective.
14.25 Olga van der Valk ? LEI: EurepGAP certification: safer food or new trade-barriers 14.50 Albert Swinkels ? Nutreco: Quality assurance in the meat chain: problems and opportunities
15.15 Break for tea / coffee
15.45 Janice Jiggins - consultant: Organic and Fair Trade, pitfalls and hopeful developments 16.10 Andr? de Jager ? LEI: Making sense out of the confusion, an economist?s interpretation of today?s presentations16.30 Panel discussion with the speakers
17.00 Closure, thanks, and drinks
Further information Information on the seminar is available on www.iac.wur.nl,
or from Arend Jan Nell tel 0317 -495230) and Hans Schiere
31 mei 2005 Steeds vaker wisselt bio controle-organisatie Skal informatie uit met andere inspectie-organisaties. Hierdoor kan Skal bij overtredingen effici?nter en effectiever optreden. Zo zijn de afgelopen maanden samen met de Voedsel- en Warenautoriteit en met de AID monsters genomen bij een importeur en bij enkele telers. Uit het onderzoek zijn overigens geen afwijkingen gebleken. Verder loopt nog een gezamenlijk onderzoek van Skal met het Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten.
Het is voor Skal bijzonder leerzaam om met andere organisaties samen te werken. Zo is men met de VWA in contact over de vraag hoe effectief toezicht te houden.
Skal wil niet alleen blijvend samenwerken met inspectie-organisaties in Nederland, maar ook in Europa.
Hieronder volgt een overzicht van organisaties waarmee Skal informatie uitwisselt.
Voedsel Waren Autoriteit (VWA)
Skal informeert de VWA wanneer een analyseresultaat de MRL (Maximum Residue Limit) overschrijdt. Daarnaast informeert Skal de VWA over bedrijven die niet bij Skal zijn aangesloten, maar w?l producten als biologisch verhandelen. Skal ontvangt van de VWA analyseresultaten van biologische producten.
Algemene Inspectie Dienst (AID)
Skal informeert de AID als niet-toegestane gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt. Wanneer Skal aanwijzingen van fraude heeft, doet de AID onderzoek omdat deze dienst opsporingsbevoegdheden heeft.
Douane Nederland
De Douane krijgt ondersteuning van Skal bij vragen over importen van biologische producten van buiten de Europese Unie. Skal ontvangt van de Douane kwartaalrapportages van alle biologische importen in Nederland.
Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten (CPE)
Skal informeert het CPE wanneer eieren niet of onjuist zijn gestempeld.
European Organic Certifiers Council (EOCC)
Europese biocontrole-organisaties wisselen informatie uit over inspecties, interpretaties van wetgeving en ook over incidenten met gewasbeschermingsmiddelen. Skal is de co?rdinator van het EOCC-platform.
De genoemde inspectie-organisaties bepalen zelf wat zij met de door Skal geleverde informatie doen en hoe zij de inspecties uitvoeren.
Nadere informatie is te verkrijgen bij:
Jan Wicher Krol, certificeerder bij Skal, tel. 06 53 47 47 66
30 mei 2005 Graag nodig ik u uit de starthappening van het innovatieproject 'De Smaak van Morgen' bij te wonen (zie bijgevoegde uitnodiging <> ). Deze happening vindt plaats op dinsdag 7 juni a.s. tussen 14.30 en 17.45 uur. Het offici?le gedeelte start om 15.00 uur. De offici?le starthandeling vindt plaats rond de klok van 16.00 uur en bestaat o.a. uit het onthullen van een projectbord waaraan is meegewerkt door een groep basisschoolkinderen (6-7 jaar) van Jenaplanschool De Klimboom uit Dronten. Geheel passend binnen de projectdoelstellingen hebben wij in aanloop naar de starthappening met deze kinderen een projectje gedaan waarin zij grafisch hun idee?n weergeven over de huidige en toekomstige landbouw. Wij vonden het aardig dit projectje juist met een groep kinderen te doen aangezien het belangrijk is dat zij als consumenten van de toekomst blijvend weten waar en op welke manier een deel van hun voedselpakket tot stand komt. De middag wordt besloten met een warm buffet, zodat u wat ons betreft thuis niet meer hoeft aan te schuiven.
Aangezien ik mij kan voorstellen dat de ins en outs van het project 'De Smaak van Morgen' u nog onvoldoende bekend zijn, zet ik in bijgevoegde factsheet <> alvast enige informatie op een rijtje. Ik hoop en ga er ook vanuit dat u de gelegenheid te baat neemt zich 7 juni verder in het project te komen verdiepen. Mocht u niet in de gelegenheid zijn, dan hoor ik dat graag even per email ronald.spigt@wur.nl
23 mei 2005 Skal voert de komende tijd extra inspecties uit om na te gaan of biologisch legpluimvee de uitloop wel volledig gebruikt. Deze extra inspecties zijn het gevolg van signalen uit de praktijk dat dit op sommige bedrijven niet het geval is.
De inspecteurs zullen niet alleen gecertificeerde bedrijven bezoeken maar ook bedrijven die nog in omschakeling zijn.
De EU-Verordening voor de biologische productiemethode schrijft voor dat pluimvee toegang moet hebben tot een uitloop in de open lucht. Deze uitloop moet een minimumoppervlakte van 4m2 per leghen hebben, grotendeels begroeid zijn, schuilmogelijkheden en voldoende drink- en voederbakken bieden.
Bij de beoordeling hanteren de inspecteurs de volgende interpretatie: leghennen moeten de minimumoppervlakte aan buitenruimte aantoonbaar volledig gebruiken.
Zo niet dan moet men de bedrijfsvoering dusdanig aanpassen dat de leghennen dit wel doen.
Nadere informatie is te verkrijgen bij:
Richard Nijenstein, certificeerder bij Skal, tel. 038 ? 426 8181
23 mei 2005 Het Deense ministerie voor Voeding, Landbouw en Visserij heeft uit de totaal 22,7 miljoen euro van het Deense biologische onderzoeksprogramma F?JO III 9,7 miljoen vrijgemaakt voor zes nieuwe onderzoeksprojecten. De projecten focussen op voedselkwalteit, aandacht voor het milieu en de omstandigheden voor boeren in de derde wereld.
Het effect van een bouwplan op productie en milieu wordt onderzocht
Daarnaast de duurzaamheid van de biologische landbouw in de wereldwijde voedingsketen
Onderzoek naar hoe de kwaliteit van biologisch zaad voor granen, peulvruchten en witte klaver verbeterd worden? Welk bouwplan voor biologische kool, sla en wortelen heeft de geringste negatieve gevolgen voor het milieu. Aandacht voor het verhogen van de kwaliteit van biologische melk en biologische zuivelproducten waarbij andere veevoeders, verwerkingstechnieken en nieuwe pasteurisatie technieken toegepast worden. Onderzoek naar het belang van de biologische landbouw voor de samenleving, waarbij ook de hoogte van de vraag naar biologische voedingsmiddelen en het niveau van de vraag over een langere termijn bekeken worden.
Bron: Agriholland
16 mei 2005 Vakantie is ook in de agrarische wereld steeds normaler geworden. Boer zijn is een beroep, compleet met vakantiedagen. Steeds meer boeren gaan er een aantal keer per jaar tussenuit. Niet gelijk 3 weken, maar meestal een lang weekeinde of een weekje. Vervanging wordt geregeld in de familie, maar steeds vaker wordt AB Oost, Bedrijfsverzorging ingeschakeld. Een gekwalificeerde bedrijfsverzorger van AB Oost houdt het bedrijf draaiende terwijl de ondernemer van zijn welverdiende vakantie geniet. Het aantal hulpaanvragen tijdens vakantieperiodes is in de afgelopen jaren toegenomen.
Het belangrijkste voordeel van het inschakelen van AB Oost tijdens vakantie is het garanderen van zekerheid. Zo wordt een hulpaanvraag die ruim van te voren is gedaan, met 100% zekerheid ingevuld. Daarnaast biedt AB Oost zekerheid op het gebied van kennis en ervaring. Agrarische bedrijven worden immers steeds specialistischer waardoor familie of vrienden niet meer zo eenvoudig het bedrijf draaiende kunnen houden tijdens afwezigheid van de ondernemer. De bedrijfsverzorgers van AB Oost hebben kennis van de nieuwste technieken en kunnen het bedrijf zo zonder problemen draaiende houden. Mede door het bieden van deze zekerheden doen steeds meer boeren een beroep op AB Oost wanneer zij op vakantie willen. Daarmee worden onnodige risico?s vermeden.
Een paar dagen voor de vakantie komt de bedrijfsverzorger langs op het bedrijf om samen met de ondernemer de belangrijkste zaken door te spreken. Onze bedrijfsverzorgers hebben zelf ruime ervaring in de agrarische sector, waardoor kwaliteit en professionaliteit gewaarborgd zijn. Bij terugkerende hulpaanvragen tijdens vakantie proberen wij bovendien steeds dezelfde bedrijfsverzorger op een bedrijf te plaatsen. Zo weet de ondernemer wat hij kan verwachten en leert de bedrijfsverzorger het bedrijf steeds beter kennen.
Lidmaatschap geeft korting
Agrari?rs kunnen lid worden van AB Oost. Het lidmaatschap geeft tijdens vakantie recht op korting op het tarief voor een bedrijfsverzorger. Niet-leden betalen dus meer. Naast vervanging tijdens vakantie, zorgt AB Oost ook voor vervanging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid.
De voordelen van vakantievervanging door AB Oost
? AB Oost biedt zekerheid van hulp tijdens vakantie
? AB Oost garandeert tijdens vakantie continu?teit van bedrijfsvoering.
? AB Oost hanteert vaste uurtarieven.
? AB Oost levert professionaliteit door ervaren en goed opgeleide bedrijfsverzorgers.
? Door opleiding en training zijn de bedrijfsverzorgers van AB Oost op de hoogte van de laatste ontwikkelingen binnen uw vakgebied.
AB Oost (voorheen Agrarische Bedrijfsverzorging Oost-Nederland) is een intermediair voor vakkundig en ervaren personeel. We zijn vooral actief in de agrarische sector, maar de laatste jaren hebben we onze dienstverlening ook uitgebreid naar aanverwante sectoren zoals de bouw, transport, grond-, weg- en waterbouw, groenvoorziening etc. We zijn actief in de provincies Drenthe, Flevoland, Overijssel en Gelderland.
Het EU-parlement neemt de voorstellen van het EU-actieplan over voor ecologische landbouw en verdiept in een paper van 14 pagina's verschillende punten van het plan van de commissie. Zo worden bijvoorbeeld de geplande stimuleringsmaatregelen voor de afzet bij grootverbruikers genoemd. Grootverbruikers moeten zich volgens dit plan vooral op de schoolkantines richten. Verder wordt benadrukt dat de commissie verzuimt om de benodigde middelen voor de realisering van dit plan ter beschikking te stellen. De aanbeveling van het EU-parlement is om voor 2006 een eigen budget voor dit plan in het leven te roepen op basis van de behoeften van de lidstaten.
Oproep aan de heer Herman Wijffels om consumenten weer inspraak te geven
23 april 2005 De politieke partij De Groenen wil dat consumenten weer inspraak krijgen binnen SKAL de controleorganisatie van het EKO keurmerk. Tot 2002 waren consumenten - en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigt binnen een Raad van Advies van SKAL. Na reorganisatie is deze Raad opgeheven waardoor de consument niet langer vertegenwoordigd is. Hiervoor kwam in de plaats het ministerie van LNV. Daardoor zijn consumenten niet betrokken bij de afspraken over co?xistentie. (het naast elkaar telen van genetische gemanipuleerde naast niet genetische gemanipuleerde gewassen) Minister Veerman vindt dit ook niet nodig, zoals blijkt uit zijn brief aan de Tweede Kamer van 7 april. Partij De Groenen waar biologische landbouw sinds het begin van haar bestaan hoog in het vaandel staat, is er ongenoegen ontstaan bij de achterban.
Op het congres van De Groenen van zaterdag 16 april jongstleden is besloten met een open brief een beroep te doen op de heer H. Wijffels voorzitter van Natuurmonumenten, om zijn invloed aan te wenden om consumenten van biologische producten weer een formele positie binnen SKAL te geven. In de bijlage een pdf bestand met de volledige brief. Gemakshalve geven wij u onderstaand de platte tekst.
Voor nadere informatie, niet voor publicatie:
R.A. Verlinden. Telefoon: 010- 4363641 of 06-22110234
20 april 2005 In het Amsterdamse Hilton Hotel namen 50 smaakbewuste consumenten deel
aan een aardappelproeverij van Vereniging Slow Food Nederland. Twee verschillende rassen werden vergeleken (Agria en Ditta), in combinatie met drie verschillende teeltmethoden (gangbaar, biologisch en biologisch-dynamisch). De proeverij werd op statistisch verantwoorde wijze uitgevoerd met medewerking van het Centrum voor Smaakonderzoek (CSO) uit Wageningen.
Een opvallende uitkomst van de proef was dat de teeltmethode een grotere invloed op de smaak heeft dan het verschil in ras. De biologisch geteelde aardappels werden het hoogst gewaardeerd, daarna de biologisch-dynamische en tot slot de gangbare.
Dit soort onderzoek is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van biologische voeding. Smaak is immers een belangrijk argument om te
kiezen voor biologische producten.
Met meer onderzoek kunnen kwaliteitsclaims op het gebied van smaak worden onderbouwd. Bovendien kunnen dan de oorzaken van smaakverschillen worden ontrafeld.
Het Centrum voor Smaakonderzoek is er klaar voor. Zij zijn ge?nteresseerd in verder onderzoek naar de smaak van bio. Nu is het wachten op de financiers.
20 april 2005 Onder de titel 'Koe zoekt wei' hebben Stichting Natuur en Milieu, Natuurmonumenten, Milieudefensie en Wakker Dier een manifest gepubliceerd voor het behoud van weidegang van melkvee. In het manifest stellen ze dat 17% van de huidige melkveestapel in Nederland geen weidegang meer krijgt terwijl meer dan 50% van de consumenten vindt dat koeien ook weidegang moeten krijgen. Boeren zouden een premie moeten ontvangen van 1 cent per liter voor weidemelk. Wie die premie moet opbrengen is nog onduidelijk.
Ook de politiek komt steeds meer op voor de koe in de wei. CDA-kamerlid Joop Atsma: 'Als er geld is voor ganzenopvang en weidevogelbeheer moet het ook mogelijk zijn geld vrij te maken om koeien in de wei te houden'.
Bron: Het Land-en Tuinbouwblad 16-4-05
20 april 2005 Stichting Agro Keten Kennis heeft het co-innovatieprogramma 'Professionalisering van Biologische Afzetketens, het beste van twee werelden' afgerond. De afgelopen vier jaar zijn in totaal 24 ketenprojecten uitgevoerd in de biologische sector. E?n van de vele resultaten is dat er meer inzicht verkregen is in de consumentenvoorkeuren. Ook blijkt het mogelijk de meerprijs van biologische producten ten opzichte van gangbare producten te verminderen door kostprijsverlaging, bijvoorbeeld door het terug dringen van derving van biologisch varkensvlees. Daarnaast is de kwaliteit van biologische appels en bloemen aanzienlijk verbeterd. Binnen de projecten zijn kansen gecre?erd die nu verzilverd moeten worden. Ook voor de periode 2005-2007 maakt co-innovatie deel uit van het stimuleringsprogramma van de overheid.
Bij de start van het programma in 2001 was in de biologische sector nog sprake van een aanbodgerichte benadering. De vraaggestuurde aanpak in het co-innovatieprogramma 'Professionalisering van Biologische Afzetketens' - in combinatie met de op de consument gerichte activiteiten van de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw - heeft daarin verandering gebracht. Binnen biologische ketens is niet langer het aanbod leidend, maar staan juist de markt en de consument centraal in het denken en doen van ketenpartijen, die bovendien veel meer zijn gaan
samenwerken.
Ketenprojecten hebben uitstraling naar gehele sector.
De 24 projecten hadden tot doel praktijk- en ketengericht kennis te ontwikkelen over opschaling van de afzet, consument en marketing, ketenvorming, kwaliteit en kostprijs. Niet alleen de deelnemende bedrijven en kennisinstellingen hebben hierdoor een innovatieve kennisimpuls gekregen. De projecten hebben door hun voorbeeldfunctie en bredere relevantie een invloedrijke uitstraling naar de gehele sector. De ketenprojecten vormen daarmee een verbindende schakel tussen collectieve onderzoeksprojecten en competitieve activiteiten van ketens.
De ketenprojecten zijn in diverse deelgebieden van de biologische sector uitgevoerd. De nadruk lag daarbij vooral op de sectoren aardappelen, groente en fruit (AGF) en vlees. Daarnaast hebben enkele projecten plaatsgevonden in de sectoren zuivel en sierteelt. Er zijn verschillende afzetkanalen bij de uitvoering betrokken: supermarkten (met name Albert Heijn die vier projecten mede heeft ge?nitieerd), natuurvoedingswinkels, catering (Sodexho heeft in drie projecten deelgenomen), internet, abonnementen en huisverkoop.
Consumentenvoorkeuren bekend.
E?n van de programmaresultaten is het verkregen inzicht in (toekomstige) consumentenvoorkeuren. Zo blijkt uit het project "Dynamische Ketenscenario's in de Biologische AGF" dat de consumptie van verse groente - al dan niet biologisch- de komende jaren verder onder druk komt te staan. Positionering van biologische producten met uitsluitend 'biologisch' als uitgangspunt is in de toekomst onvoldoende. Het product moet een duidelijke positie weten te bemachtigen met toegevoegde waarden als gemak, smaak en veiligheid.
Verlagen van de meerprijs mogelijk
In het project "BIO-VARKEN" zijn mogelijkheden onderzocht om derving van biologisch varkensvlees in de schappen terug te dringen. Het resultaat is een verlenging van de houdbaarheid met een volledige dag van een deel van het biologische varkensvleesassortiment, zonder gevolgen voor de kwaliteit en voedselveiligheid. Deze verlenging geeft daadwerkelijk een verlaging van derving op winkelniveau. De kostenbesparing die dit oplevert, kan de consument ten goede komen door verlaging van de verkoopprijs.
Bloem'rijk'
De projectbetrokkenen van 'Biobloem' hebben gezocht naar rassen die geschikt zijn voor de biologische teelt, om zo het biologische bloemenassortiment uit te breiden. Ook schakelde een aantal telers om van gangbare naar biologische teelt. Daarnaast werden er voor de biologische bloemen geschikte behandelingsmiddelen ontwikkeld ter verbetering van de kwaliteit. Deze middelen bieden de mogelijkheid de beschikbaarheid van gewassen en het assortiment te vergroten, waardoor de consument de keuze heeft uit een aantrekkelijk, gemengd boeket.
Slagkracht door co-innovatie
Bij co-innovatie organiseren en financieren belanghebbenden tezamen innovatieprocessen.
Het afgeronde co-innovatieprogramma ging van start in 2001 en is uitgevoerd door Stichting Agro Keten Kennis (AKK) in opdracht van het ministerie van LNV. De activiteiten binnen het programma vonden plaats in het kader van de beleidsnota biologische landbouw 2001-2004: 'Een biologische markt te winnen'. Het ministerie van LNV stelde 2 miljoen euro beschikbaar. Het bedrijfsleven investeerde bijna 4 miljoen euro in de projecten, grotendeels door inzet in natura zoals arbeidsuren en het ter beschikking stellen van producten en locaties. Kennisinstellingen leverden een inzet ter hoogte van totaal 1,7 miljoen euro.
Ook voor de periode 2005-2007 maakt co-innovatie deel uit van het stimuleringsprogramma van de overheid. Het programma heeft een totale omvang van ongeveer 5 miljoen euro. Voor vragen of projectidee?n kan contact opgenomen worden met AKK. De eindrapporten van het afgeronde programma zijn voor iedereen toegankelijk via de website van AKK. Tevens biedt de afrondingsbrochure voor alle bedrijven in de biologische ketens een overzicht van de resultaten. De brochure is gratis aan te vragen: www.akk.nl.
Zuivelboerderij Sint Donatus zondag 17 april op televisie.
17 april 2005 Het RTL5 programma ?Mijn platteland? is te gast geweest bij Zuivelboerderij Sint Donatus. Tijdens de uitzending van zondag 17 april, geheel besteed aan Texel, zal een item gewijd zijn aan het in Den Hoorn gevestigde zuivelbedrijf. Het programma wordt uitgezonden op RTL 5 op zondag 17 april om 13.00 uur. De opnames zijn gemaakt op 5 april j.l. Edwin van Straten en Kasper van Kraaij hebben als boer en bedrijfsleider laten zien wat er op Donatus allemaal gebeurt. De biologisch-dynamische manier van boeren is aan de orde gekomen en de bijzondere manier waarop Donatus haar producten produceert en vermarkt.
Presentatrice Madeleen Driessen, gaat in deze RTL5 serie kijken naar het leven op het platteland. Dit doet ze samen met diverse bekende Nederlanders. Ze worden verrast door de natuur en de rustieke en romantische uitstraling van het buitenleven. Verder wordt er een kijkje genomen in de buitenhuizen van de BN'ers in de provincie.
Naast Donatus zijn er opnamen gemaakt bij Maarten Brugge, jutter en strandkunstenaar, de schapenboerderij van de familie Witte in Oudeschild, Strandpaviljoen Paal 28, de Slufter en bij weerman Peter Timofeeff, die als bekende Nederlander Madeleen het eiland laat zien.
Voor meer informatie:
Zuivelboerderij Sint Donatus
Kasper van Kraaij
Tel. 0222-319426
Fax 0222-319367
E kasper@sintdonatus.nl
W www.sintdonatus.nl
Groeicijfers bepalen goede stemming op Eko-congres 2005
08 april 2005 Het prachtige landgoed Rhederoord, mooi weer en een optimistische sfeer vormden de entourage van het Eko-congres 2005. De jaarlijkse uitgave van de Eko-monitor, cijfers en trends van de biologische sector, gaf positieve ontwikkelingen weer. Onderzoek wijst uit dat eko vooral met de gezondheidsclaim aan de weg moet timmeren en volgens Herman Wijffels is de tijd rijp voor samenwerking en dialoog. En passent werd ook nog eens het Deelconvenant Maatschappelijke Organisaties getekend.
Het jaarlijkse Eko-congres, met als thema ?Biologisch, op uw gezondheid?, werd dit jaar georganiseerd door Biologica, in samenwerking met de Triodosbank en de Task Force. Mede door sponsoring door het bedrijfsleven is het congres toegankelijker dan voorheen. ?De organisatie wil er een jaarlijkse dag van ontmoeting voor de brede biologische familie en aanverwanten van maken,? aldus Arie van den Brand, voorzitter van Biologica. Hij opperde het idee om een ?Nationale Raad voor de biologische sector? op te richten, een idee dat later die ochtend herhaald zou worden door Herman Wijffels. Dagvoorzitter Ilona Hofstra wist met humor en prikkelende vragen een prettige sfeer te cre?ren.
Groeicijfers
De omzet in biologische producten is in 2004 met 6,1% gegroeid, ondanks economische recessie, een dalende besteding in de voedingsmarkt als geheel en de voortwoekerende prijzenoorlog. Daarmee stijgt het aandeel van 1,6 naar 1,8% van de totale consumptie (zie ook tabel 1). De doelstelling van LNV om 5% marktaandeel in 2007 te realiseren komt weliswaar dichterbij, maar er is nog een lange weg te gaan. In harde omzetcijfers uitgedrukt is er 419 miljoen Euro uitgegeven aan biologische voeding, 24 miljoen Euro meer dan in 2003. Bijna de helft (46,3%) van de omzet werd in supermarkten gerealiseerd, de natuurvoedingswinkels zitten daar met 41% vlak onder. Als we kijken naar de verschillende productgroepen dan valt vooral de groei in de productgroep eieren (14%) en vlees (12,7%) op. Zuivel heeft een omzetgroei van 7% laten zien. AGF is gestegen tot een marktaandeel van 3,9 %. Daarmee is het, ten opzichte van wat er gangbaar aan AGF wordt uitgegeven, de productgroep die de doelstelling van 5% het dichtst benaderd.
Bijna 80% van de Nederlandse huishoudens heeft wel eens een biologisch product gekocht. Een belangrijk opkomende groep consumenten is het gezin met kinderen onder de 5 jaar.
Opvallend is ook de stijging in areaal biologische landbouwgrond van 41.865 ha. in 2003 naar 48.155 ha. in 2004. Daarmee heeft 2,5% van de totale land- en tuinbouw een biologische bedrijfsvoering. De stijging is voornamelijk veroorzaakt door de aanmelding van 4000 ha. grasland, met name in Overijssel en Noord-Brabant. Zowel in Nederland als in Europa als wereldwijd is uitbreiding van biologisch areaal de tendens. Toch is ook hierbij nog een grote afstand tot de overkoepelende doelstelling ?10% van het totale areaal biologisch in 2010?. .
In 2004 kwamen er 53 nieuw gecertificeerde bedrijven bij en vertrokken er 104, per saldo een afname. Dit heeft onder meer te maken met bedrijfsbe?indiging van een aantal varkenshouders. Het totaal aantal gecertificeerde bedrijven (inclusief bedrijven ?in omschakeling?) ligt nu op 1383.
Hectaretoeslag
Anton van Vilsteren verraste het publiek door met een aantal ballonnen het podium op te lopen. Door ofwel een ballon leeg te prikken of uit te reiken wilde hij aandacht vestigen op het op peil houden van de inkomens van de biologische boeren. ?De grondprijzen zijn te hoog en de arbeidskrachten in Nederland te duur?. Ook moeten de boeren worden beloond voor hun groene (landschap) en blauwe (water) diensten. ?De hectare-toeslag wordt in 2006 ingevoerd?, verzekerde Mevrouw Ren?e Bergkamp, directeur-generaal van het ministerie van LNV. Zij bracht daarnaast het nieuws dat er een grootschalig onderzoek komt naar het effect van biologische voeding op de weerstand van kippen. De uitkomsten daarvan zouden vertaald kunnen worden naar het effect op mensen. Met dit onderzoek is 2 miljoen Euro gemoeid.
Holistische visie of Nieuw bewustzijn
Gastspreker Herman Wijffels, voorzitter van de SER en van Natuurmonumenten, boeide het publiek met zijn meer holistische visie op consumentengedrag en de ontwikkeling van de sector. De maatschappij en de individuen maken een overgang naar een nieuwe fase. Het inzicht dat het universum een samenhangend systeem is, waar de mens een onderdeel van uitmaakt zal leiden tot nieuwe principes. Als reactie op de industrialisatie komt er een mondiaal bewustzijn, waar de biologische sector een voorhoede van is. Volgens Wijffels is de toekomst van de landbouw duurzaam, of helemaal niet. ?Vanuit een zeker isolement heeft de sector een doeltreffende pioniersrol vervuld, en is met een werkbaar en levensvatbaar alternatief gekomen.? De exclusiviteit van milieuvriendelijke landbouw zal echter verdwijnen. De sector zal zich moeten blijven onderscheiden, bijvoorbeeld door goed onderbouwde gezondheidsclaims. Ook door voortdurende innovatie van producten en afzetstructuren kan de voorsprong behouden blijven. ?Door verbindingen aan te gaan met andere partijen kan delen vermenigvuldigen worden,? adviseerde Wijffels. ?De sector gaat een nieuwe fase in, neem samenhang in de natuur en samenwerking in de keten als uitgangspunt.?
De consument is de beslissende factor, het nieuwe bewustzijn moet indalen tot actie en feitelijk handelen. De consument moet inzien wat het effect is van zijn koopbeslissing.
Dat afzetorganisaties in het verleden eigen verkoopkanalen hebben opgezet is een verstandige keuze en vernieuwende methode geweest. Nu is echter samenwerking met de gevestigde retail onontbeerlijk. De afzet via supermarkten is het grootst. Samenwerking met deze ketens zal volgens Wijffels niet ten koste gaan van de speciaalzaken.
Boeren en tuinders zouden meer moeten samenwerken en hun kennis en ervaring moeten delen. ?Door contacten aan te gaan hoef je je eigen inzichten niet te verliezen.? De gangbare landbouw staat niet stil en ontwikkelt steeds meer milieuvriendelijke systemen.
De wetenschap zou de wijsheid van de natuur die is opgeslagen in ?levensinformatie? beter moeten leren begrijpen. Deze informatie kan verder worden benut in plaats van gemanipuleerd. De 20ste eeuwse benadering van industri?le omgang met de natuur moet plaats maken voor een 21ste eeuwse organische benadering.
Ten slotte de overheid. De overheid heeft een codificerende rol, zij vat de maatschappelijke veranderingen in regels en loopt daarmee altijd enigszins achter op de ontwikkelingen. Echter, ze doet wat binnen haar mogelijkheden ligt, aldus Wijffels. ?De overheid helpt, maar bepaalt niet de markt,? vulde Ren?e Bergkamp aan.
Wijffels beloofde dat hij vanuit zijn functies alles zal doen wat binnen zijn vermogen ligt om de sector te helpen bevorderen.
Gezondheidsaspecten
Door vooral te ?tamboereren? op het gezondheidsaspect wil de biologische branche zich verder onderscheiden en ontwikkelen. Meer dan 60% van de mensen koopt eko vanwege de eigen gezondheid. Het Louis Bolk Instituut heeft onlangs een onderzoek naar de gezondheidsverschillen tussen reguliere en biologische melk afgerond. Ook het effect op de moedermelk van biologisch etende vrouwen is onderzocht. De uitkomsten zijn unaniem gunstig voor biologisch. Biologische melk bevat gemiddeld meer gezondheidsbevorderende stoffen, zoals meervoudig onverzadigde vetzuren (CLA?s). CLA?s en omega-3 en omega-6 vetzuren lijken een gunstige rol te spelen bij de versterking van het immuunsysteem, het voorkomen van astma en allergie en het voorkomen van hart- en vaatziekten. Bij biologisch etende vrouwen werd een hogere concentratie CLA?s geconstateerd dan bij vrouwen die reguliere zuivel gebruiken. Tevens werd aangetoond dat Demeter melk (biologisch dynamisch) nog beter scoorde wat betreft CLA gehalte dan biologische melk. In het meinummer van Ekoland zullen we verder ingaan op dit onderzoek en de gezondheidsaspecten.
10 maart 2005 Belbior, de Vlaamse beroepsvereniging van biologische boeren heeft maandag 28 februari een nieuwe voorzitter verkozen: Marcel de Jong. Hij is sinds vorig jaar biologisch teler van kleinfruit en groenten in Geetbets. Hij is van mening dat Biologische boeren in de toekomst nog meer dan voorheen de biologische sector in Vlaanderen mee moeten aansturen. Deze aansturing vindt plaats op verschillende niveaus en Belbior is hier telkens aanwezig en zal haar stem telkens laten horen indien het de bioboer en de Vlaamse bio belangt. Om sterk te staan is het noodzakelijk dat de biologische boeren met ??n stem spreken om goede resultaten te behalen en daar heeft elke biogezinde boer iets aan, aldus de nieuwe voorzitter. Marcel De Jong volgt Johan Broekx op, die Belbior 3 jaar heeft geleid.
10 maart 2005 Op 25 februari jl. is deze aparte website voor het EKO-keurmerk in het leven geroepen. Het is de bedoeling dat de site uitgroeit tot een vraagbaak voor consumenten. Deze website is ??n van de activiteiten van de Stichting Skal in het kader van profilering van het EKO-keurmerk.
10 maart 2005 Vanaf 24 augustus 2005 zou het voer voor 100% uit biologische grondstoffen moeten bestaan. In de huidige situatie bestaat biologisch voer voor 80% uit biologische grondstoffen. Waarschijnlijk is 100% niet haalbaar in de EU en zal de grens op 95% blijven steken. Uit een scenariostudie, uitgevoerd door Praktijkonderzoek ASG in opdracht van LNV blijkt dat 100% biologisch voeren op basis van huidige prijzen leidt tot een 5-15% hogere kostprijs bij pluimvee en varkens. De kostprijs bij overgang van 80 naar 95% biologisch voer stijgt met 1-10%.
De overstap naar rantsoenen met 95% of 100% biologisch kan op twee manieren van invloed zijn op de kostprijs: a) de voerkosten stijgen door het gebruik van andere, relatief duurdere, biologische grondstoffen en b) de technische resultaten kunnen veranderen doordat veel 100% biologische rantsoenen tot nu tekorten tonen aan essenti?le aminozuren (o.a. methionine). De tekorten kunnen leiden tot groeivertragingen of gezondheidsproblemen bij de dieren waardoor uiteindelijk de kostprijs stijgt.
Voor zowel pluimvee als varkens verschijnt binnenkort een rapport over deze scenariostudie. Deze worden in de biobieb op www.biologischeveehouderij.nl geplaatst. Bron: ir. Izak Vermeij, Animal Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad
"Lokale producten nog heilzamer voor milieu dan bio"
10 maart 2005 Biologische landbouwproducten zijn waardevol, maar de consument helpt het milieu nog meer door voedsel te kopen dat werd geproduceerd in de nabije omgeving. Voor het Verenigd Koninkrijk is dat twintig kilometer, zegt een rapport in het internationale vakblad Food Policy. Het rapport pleit voor meer lokale productie en consumptie. "De boodschap is dat het niet genoeg is voedsel te kopen uit eigen land, nog beter is dat het uit de eigen streek komt", zeggen de auteurs.
Jules Pretty van de universiteit van Essex en zijn collega Tim Lang van City University berekenden dat het over lange afstanden vervoeren van voedsel meer schade aanricht aan het milieu dan het bedrijven van niet-biologische landbouw op zich. Ze stootten daarbij op een aantal verrassende resultaten. Zo blijkt het wegtransport nog schadelijker te zijn dan het vliegtuig. Vandaar hun advies om niet alleen voedsel te kopen uit het Verenigd Koninkrijk, maar daarbovenop ook uit de eigen regio. Al geven de auteurs toe dat de belabberde labeling van voedingsproducten die bewuste keuze vaak niet toelaat.
Bron: De Tijd/BBC
Helpt biologische landbouw het broeikaseffect tegengaan?
10 maart 2005 Onlangs trad het Protocol van Kyoto in werking, het klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet verminderen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Kan biologische landbouw bijdragen aan het halen van de Kyoto-normen? Eerder werd al aangetoond dat bij sommige biologische landbouwmethoden minder CO2 vrijkomt dan bij gangbare technieken. Een langlopend Amerikaans veldonderzoek suggereert nu dat biologische landbouw ook kan dienen als opslagplaats voor CO2 en zo aanzienlijk kan bijdragen tot de vermindering van het broeikaseffect. De opslagcapaciteit van koolstofdioxyde in de bodem zou bij biologische akkerbouw vier keer zo groot zijn als bij gangbare, intensieve akkerbouw.Het Nederlandse onderzoeks- en adviesbureau CE onderzoekt of dit klopt, het eindrapport wordt ten vroegste eind maart verwacht.
Bron: de Biotheek, 21/02/2005
10 maart 2005 Een team van Italiaanse onderzoekers stelt dat pesticiden in conventionele producten een serieuze bedreiging vormen voor de gezondheid en het milieu, terwijl sommige studies suggereren dat biologische voeding door afwezigheid van pesticidengebruik vaker schadelijke natuurlijke toxinen bevatten. Het Italiaanse onderzoeksteam heeft een nieuwe methode ontwikkeld om te testen welke potenti?le gevaren - de chemische toxinen of natuurlijke toxinen - de grootste gezondheidsrisico's met zich meebrengen.
Deze methode vergelijkt het effect van de consumptie van conventionele en biologische graan op de lymfeklieren en lever bij ratten. De ratten werden verdeeld in vier groepen, waarbij twee groepen volwaardige voeding kregen en twee groepen onvolwaardige voeding, waardoor stress, honger en ziekteverschijnselen ontstaan. In beide groepen kreeg ??n groep conventionele graan (met pesticide residuen) en de ander biologische graan (met natuurlijke micotoxines) te eten. Uit de vergelijking bleek dat conventioneel geteeld graan een groter risico vormt voor het slecht functioneren van de lymfeklieren, dan biologisch geteeld graan, vooral in dieren die stressvol en zwak zijn door ondervoeding. De onderzoekers benadrukken dat het gehalte aan micotoxines in het biologische graan 3x hoger was dan gangbaar. Zij veronderstellen dat de synthetische stoffen en andere gifstoffen in gangbare voeding een grotere biologische respons veroorzaken dan micotoxines in biologische graan.
Meer informatie: www.organic-center.org
02 maart 2005 Het bedrijf Versexpresse gaat landelijk een ruim assortiment biologisch fruit leveren aan kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Dit in samenwerking met de Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie (GLTO).
De producten zijn afkomstig van Biofruit. Dit is een samenwerkingsverband van Nederlandse biologische fruittelers die ook fruit voorleveren aan Albert Heijn.
Al in 2003 startte consumentenorganisatie Goede Waar & Co het project 'Goed Fruit' om kinderopvang-instellingen te stimuleren over te schakelen op biologisch fruit. Het door het ministerie van VROM ondersteunde project begint nu dus zijn eerste vruchten af te werpen.
Kinderdagverblijven met interesse kunnen zich aanmelden via versexpresse@zonnet.nl of telefonisch via Piet Beumer: 06-41562511.
Skal International gaat verder onder de naam Control Union Certifications
02 maart 2005 Control Union heeft het resterende 40% belang in Skal International overgenomen van Stichting Skal. Hierdoor is Control Union 100% eigenaar van Skal International, deze is actief op het gebied van certificering in de landbouw en verwerkende industrie.
Het van oorsprong Nederlandse familiebedrijf Control Union verricht hoeveelheden- en kwaliteitscontroles over de gehele wereld en heeft vestigingen in meer dan 40 landen. De activiteiten van Skal International sluiten goed aan bij die van Control Union. Hierdoor is het bedrijf in staat om klanten ??n loket te bieden voor zowel proces- als productcertificering, inclusief chemische analyses, over de hele wereld.
In overleg met de Stichting Skal zal Skal International, maar nu onder de naam Control Union certifications, tot en met 2007 het merendeel van de inspecties op biologische bedrijven verrichten. Ook gaat Skal al dit jaar inspecties uitbesteden aan andere controleorganisaties. Deze organisaties kunnen door hun specifieke deskundigheid meerwaarde bieden. Op deze wijze is een belangrijke aanzet gegeven tot een meer open EKO-inspectiemarkt.
21 februari 2005 Waddenzuivel heeft alweer een jaar lang een gouden randje. Op de etiketten prijkt een bijzonder logo: het Waddengoudlogo. De Demeter producten van Waddenzuivel worden al meer dan 25 jaar geproduceerd op Zuivelboerderij Sint Donatus op Texel. Het biologisch-dynamische bedrijf maakte in de beginjaren alle producten zelf. Van karnemelk tot kwark en witschimmelkaasjes.
De vele trouwe toeristen die de producten op het eiland proefden, begonnen ook thuis bij de Natuurwinkels te vragen naar de zuivel van Donatus. De vraag naar producten van Donatus oversteeg daardoor al snel het aanbod. Daarom is ongeveer 15 jaar geleden besloten om samen te gaan werken met andere boerenbedrijven uit de Waddenregio. Deze maakten namelijk ook al diverse streekproducten. Zo werd het Waddenzuivel en Waddendelicatessenmerk opgestart. Onder deze merken kunnen nu meerdere boeren bedrijven hun producten produceren en verkopen, onder de voorwaarde dat deze producten echt uit de Waddenregio komen en duurzaam geproduceerd worden.
Tot voor kort, was er geen instantie die controleerde of het predikaat ?streekproduct van de Wadden? wel terecht op het etiket stond. Daarom heeft De Stichting Waddengroep een keurmerk in het leven geroepen, dat garant staat voor duurzame en eerlijke productie in de Waddenregio: het Waddengoud keurmerk. Alle producenten die zijn aangesloten voldoen aan de landelijke criteria voor streekproducten (www.erkendstreekproduct.nl). De Waddengroep heeft een onafhankelijke controle daarop.
14 februari 2005 Supermarktketen Albert Heijn verlaagt in het kader van haar Biologische
Actieweken, van 14 tot en met 26 februari, de prijs van alle biologische
versproducten met 25%. Daarnaast worden de prijzen van 25 biologische
producten, waaronder AH Biologische melk, aardbeienjam en
sinaasappelsap, met 5 tot 35% blijvend verlaagd.
Albert Heijn heeft met de biologische versgroepen groente, vlees en
zuivel inmiddels een marktaandeel van 70% en biedt haar klanten ruim 250
biologische producten. De supermarktketen wil haar klanten stimuleren om
vaker voor biologische versproducten te kiezen. Onlangs is de verpakking
van alle biologische producten aangepast. Door de groene kleur wordt het
volgens Albert Heijn voor klanten makkelijker om de producten in de
winkel terug te vinden.
10 februari 2005 Prijsexperiment met biologische producten
09-02-2006 - Onder welke voorwaarden en bij welke prijs kopen consumenten biologische producten? Om hier inzicht in te krijgen laat minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een praktijkonderzoek uitvoeren. Vanaf begin april is gedurende vier maanden in tien kleine gemeenten een aantal biologische producten goedkoper. Het ministerie werkt hierbij nauw samen met de betrokken winkeliers.
Hoe reageren consumenten op prijsverlagingen van de biologische producten? Waar ligt voor de consument het punt waarop biologisch gekocht wordt? Ook worden consumenten in de winkels in de tien gemeenten ondervraagd over hun aankoopgedrag om mogelijke andere factoren voor de aankoop (of juist niet) van biologische producten te achterhalen.
Het prijsexperiment vindt plaats in de gemeenten Berkel-Enschot, Brielle, Coevorden, 's-Heerenberg, Houten, Huissen, Maassluis, Uden, Uithuizen, en Zaltbommel. Deze gemeenten zijn gekozen omdat spreiding over het land en noodzakelijk is voor een representatief beeld van de Nederlandse consument.
De biologische producten die in prijs worden verlaagd zijn appels, aardappelen, champignons, melk, eieren, potjes babyvoeding, muesli, rundergehakt en varkensvlees. Van deze producten zijn in de schappen gangbare alternatieven voorhanden. Daarnaast zijn de biologische producten al een tijdje op de markt zodat historische gegevens beschikbaar zijn. De kortingspercentages voor dezelfde producten verschillen per gemeente. Dit om te kunnen vergelijken op welk moment consumenten het prijsverschil tussen biologische en gangbare producten aanvaardbaar vinden.
Het onderzoeksbudget is 1 miljoen euro, waarvan het grootste gedeelte besteed wordt aan de kortingen. Het experiment is voorbereid in nauw overleg met het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Het CBL is ??n van de deelnemers aan de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw. De resultaten van het onderzoek worden naar verwachting eind 2006 bekend gemaakt.
Het praktijkonderzoek is onderdeel van het Tweede Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw. De convenantpartijen streven onder andere naar 5% marktaandeel biologisch in de consumentenbestedingen aan voeding in 2007. Om te weten wat de invloed van de prijs is in het bereiken van deze doelstelling, is inzicht nodig in onderliggende motieven van consumenten om al dan niet biologische producten te kopen.
Zie voor de beleidsnota Biologische Landbouw 2005 - 2007 dossier 'Biologische landbouw'.
Voor meer informatie over de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw zie www.biologischconvenant.nl.
cursus levensenergie van bodems,bomen en boomgaarden
02 februari 2005 Uitstraling en levensenergie van bodems, bomen en boomgaarden waarnemen interpreteren en verbeteren.
Tien cursusdagen verspreid over het jaar met Hans Andeweg en Jaap Vermue naar het gelijknamige boek met als thema: uitstraling en levensenergie in de natuur waarnemen, interpreteren en verbeteren. Veel oefeningen en praktische toepassingen afgewisseld met theorie.
De cursus is 10 dagen van febr. t/m dec. 2005, steeds op dinsdag van 9.30 tot 16.00 uur. In totaal zijn er tien cursusdagen. Cursusdagen zijn 22.2, 22.3, 29.3, 10.5, 24.5, 28.6, 27.9, 25.10, 22.11 en 20.12.05. Het aantal deelnemers is min. 10 en max. 16. Voorkennis is niet vereist. Iedereen met een warme belangstelling voor het werken met de levende natuur is van harte welkom!
Gemiste cursusdagen kunnen in een andere cursus 'In resonantie met de natuur-I' worden ingehaald. Woensdag op het Landgoed Stoutenburg bij Amersfoort en op de Voorde bij Zwolle en op vrijdag in het Liesbos bij Breda. Voor data en locaties: www.ecotherapie.org
De cursus wordt gegeven in leslokaal van het BD fruitbedrijf van Wil Sturkenboom, aan de Knooplaan 6 te Dronten. Dit bedrijf ligt midden in een modern fruitgebied met zowel veel biologische- en gangbare fruitteelt. Omdat de vele waarnemingsoefeningen en praktijkopdrachten plaatsvinden in boomgaarden is deze cursus extra aantrekkelijk voor fruittelers. Om die reden zijn ook geen cursusdagen gepland rond de bloeitijd.
De cursus is zeker ook aantrekkelijk voor cursisten buiten de fruitteelt. De cursus loopt grotendeels parallel met de andere cursussen 'In resonantie met de natuur-I'.
Positieve ontwikkeling: steun voor jonge boeren eerder dan verwacht!
20 januari 2005 Minister Veerman heeft vandaag bekend gemaakt dat de steunmaatregel voor jonge boeren eerder als verwacht van start gaat. Jonge boeren die het bedrijf net hebben overgenomen, kunnen rekenen op een maximale steun van ?20.000,- euro voor een investering in hun bedrijf, zodat zij in de toekomst sterker staan.
Het NAJK benadrukte vorige week nog in een gesprek met de minister het belang van zo vroeg mogelijke inwerkstelling van de steunmaatregel, liefst voor half 2005. Nu worden er op het ministerie van LNV gelijk spijkers met koppen geslagen en gaat de eerste aanvraag periode waarschijnlijk al in april 2005 open. Na jarenlang onderhandelen door het NAJK, om deze belofte van jaren geleden uit te voeren, heeft het ministerie en de minister van LNV nu laten zien waar zij voor staat!
voorwaarden
Mensen die in aanmerking willen komen, moeten jonger zijn als 40 jaar, het bedrijf in de afgelopen 3 jaar hebben overgenomen en niet meer als 60% balanswaarde eigen vermogen hebben. Ook moet men duidelijk aangeven waarom men deze investering doet in een investeringsplan en er moet sprake te zijn van een lening die is afgesloten met het oog op de investering. Verder kunnen alleen investeringen die nog moeten worden uitgevoerd in aanmerking komen voor de steun, met een maximum bedrag bij de aanvraag van ?100.000,- euro, hiervoor krijgt men dan 20% als steun. Waarneer de regeling wordt overschreven, zal er een loting plaatsvinden.
Het NAJK kan zich goed vinden in de invulling van de steunmaatregel. Het is vooral van belang dat startende boeren, die veelal zwaar gefinancierd zijn, een stimulans krijgen om te investeren, zodat er ontwikkelde bedrijven met toekomstperspectief blijven bestaan, waarbij de ruimte aanwezig is om in te spelen op eventuele wensen van de markt. Belangrijk is de mogelijkheid tot investeringen in de drie bedrijfsrichtingen die de minister voorziet in de toekomst, namelijk groter, beter of anders.
Het NAJK zit achter in deze maand samen met het ministerie van LNV om tafel om de puntjes op de ?i? te zetten.
Voor meer informatie:
Dirk Bruins (voorzitter NAJK) Mobiel: 06 304 98 678 dbruins@najk.nl
Erik Smelt (DB bedrijfsovername)
Mobiel: 06 551 07 949 fesmelt@najk.nl
Ook dit jaar organiseert het Centrum Biologische Landbouw in Lelystad-Noord in samenwerking met het Groenhorst College een orientatie cursus biologische akkerbouw en vollegrondsgroententeelt. Uniek hierbij is dat nu ook DLV participeert in de samenwerking waardoor wij u tijdens de cursus nog beter kunnen helpen met het beantwoorden van al uw vragen over biologisch.De cursussen zijn bedoeld voor agrarische ondernemers die in een vijftal studiebijeenkomsten en bedrijfsbezoeken een helder beeld willen krijgen van de mogelijkheden van biologische landbouw voor het eigen bedrijf. De cursus is ook geschikt voor boeren die al in omschakeling zijn naar biologisch, personeel van biologische bedrijven, onderzoekers en mensen uit het bedrijfsleven die meer feeling met de primaire sector willen ontwikkelen. Bij de cursus hoort een uitgebreide cursusmap met achtergrondinformatie, adressen etc.
Lezingen worden afgewisseld met bedrijfsbezoeken waardoor duidelijk wordt wat er bij omschakeling naar biologische landbouw kijken komt. Naast de technische kant, komt ook de sociale en economische kant aan de orde. De sprekers zijn veelal afkomstig uit de praktijk en benaderen de diverse onderwerpen vanuit hun achtergrond als biologisch boer, onderzoeker, controleur, adviseur, handelaar of financier. U krijgt zo een compleet beeld van zowel theoretische als practische aspecten. Naast ondernemers, is de cursus ook voor (nieuwe) medewerkers van biologische bedrijven goed geschikt en biedt de cursus een mooie gelegenheid om in korte tijd veel te weten te komen over de biologische landbouwmethode en alles wat daarmee samenhangt.
Te behandelen onderdelen zijn o.a.: Principes en ontstaan biologische landbouw, regelgeving & controle, bodemvruchtbaarheid, kringlopen; onkruidbeheersing; marktontwikkelingen; bedrijfseconomie, personeelsmanagement en diverse bedrijfsexcursies.
Data (onder voorbehoud van voldoende deelnemers): dinsdag 1, 8, 15, 22 februari en 1 maart 2005 van 9.30 - 16.00. In het groeiseizoen volgen nog een aantal bedrijfsbezoeken.
Plaats: Centrum voor Biologische Landbouw in Lelystad.
Kosten: ?630,= p.p. inclusief cursusmap, koffie/thee en biologische lunches.
Voor meer informatie en/of aanmelding: Centrum Biologische Landbouw Flevoland, tel. 0320-281222
17 januari 2005 Bedrijfsleven en overheid moeten eerst toewerken naar minder castraties van biggen om uiteindelijk deze onverdoofde handeling helemaal te verbieden. Een verbod van onverdoofd castreren is alleen haalbaar als dit in alle EU-landen wordt doorgevoerd. Ook is een zodanige aanpassing van de Europese richtlijn nodig dat geen afzetbelemmeringen meer mogelijk zijn.
Dit zijn enkele conclusies uit het rapport ?Meer beren op de weg? van een gezamenlijke werkgroep van de Dierenbescherming en LTO Nederland, dat vanmiddag in Den Haag is gepresenteerd. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan directeur generaal
mr. R.M. Bergkamp van het ministerie van LNV. In de werkgroep zaten daarnaast - op persoonijle titel - vertegenwoordigers van de organisaties van dierenartsen (KNMvD), de vleesindustrie (COV) en Varkens in Nood.
Bij het verhitten van vlees van ongecastreerde beren komt in een beperkt aantal gevallen een penetrante berengeur vrij. Dat is de reden waarom de markt op dit moment vrijwel geen berenvlees accepteert. Om die onaangename geur te voorkomen worden in Nederland en de meeste andere EU-landen beertjes enkele dagen na de geboorte onverdoofd gecastreerd. Vanuit de samenleving wordt daar al lang heel kritisch naar gekeken. Ook de varkenshouders willen daar liever van af omdat ze het een rotklus vinden.
De werkgroep pleit in EU-verband voor maatregelen en harde garanties waardoor bij de bereiding van vers vlees van beren geen berengeur meer vrij kan komen. De verwachting is dat er in 2009 een technisch en economisch haalbaar alternatief is voor het castreren, dat ook door de markt wordt geaccepteerd.
De werkgroep wil voorkomen dat dit nieuwe initiatief vastloopt en stelt de overheid voor om het mogelijk te maken dat vanaf 1 januari a.s. onder plaatselijke verdoving wordt gecastreerd. Die datum lijkt haalbaar op voorwaarde dat dit op vrijwillige basis gebeurt en minstens ??n verdovingsmiddel wordt toegelaten. Een proef in de praktijk moet uitwijzen of verdoofd uitzicht biedt op een tijdelijke oplossing en haalbaar is in de praktijk.
Bepalend voor oplossing van het castratievraagstuk zijn nu en ook in de toekomst de garanties voor de markt dat de berengeur tot het verleden behoort. De werkgroep noemt in het rapport drie strategie?n die tot verzachting, afbouw en uiteindelijke be?indiging van castratie van biggen moet leiden. Een combinatie van (fok)technische maatregelen en onderzoek aan de slachtlijn zou op termijn castratie overbodig maken. Ook de methode van ?immunoneutralisatie?, waarbij de dieren twee keer worden gevaccineerd, kan leiden tot het stoppen van castratie.
Castratie onder plaatselijke verdoving kan een tussenoplossing zijn voor zover en zolang castratie nog niet te vermijden is. De werkgroep tekent aan, dat voor alle strategie?n praktijkproeven en nader onderzoek noodzakelijk zijn.
Al jaren wordt er in binnen- en buitenland gezocht naar wegen om castratie overbodig te maken. De meeste initiatieven hiertoe stranden omdat de garantie op uitsluiting van berengeur onvoldoende werd bevonden en niet alle betrokkenen het met de voorgestelde oplossing eens waren. De castratieproblematiek lijkt daarmee in een patstelling te verkeren. Met haar aanbevelingen wil de werkgroep deze patstelling doorbreken.
Noot voor de redactie:
Het advies en de aanbevelingen in het rapport ?meer beren op de weg? is gedaan door een werkgroep ?Alternatieven voor het castreren van varkens?, die heeft gerapporteerd in opdracht van de Dierenbescherming en LTO Nederland. Deze organisaties zullen binnenkort aan de hand van de conclusies hun standpunt bepalen.
Albert Heijn breidt assortiment uit EKO ?n Max Havelaar
17 januari 2005 Vanaf vandaag kunnen klanten in de grotere Albert Heijn-winkels handsinaasappels en witte, pitloze druiven met het EKO ?n Max Havelaar Keurmerk kopen. Deze producten volgen na de succesvolle introductie van bananen, avocado's en mango's: producten met zowel een biologisch als sociaal keurmerk.
Met deze uitbreiding van het assortiment hebben de grotere Albert Heijn-winkels een lijn van vijf AH- Biologische Max Havelaarproducten. De producten zijn met extra aandacht en zorg voor het milieu geteeld. Zonder kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen, toevoegingen of conserveringsmiddelen. Bovendien krijgen de telers garanties voor een eerlijk loon en goede arbeidsomstandigheden. Albert Heijn komt hiermee tegemoet aan de vraag van klanten naar verantwoorde producten. Een groeiende groep consumenten maakt steeds vaker een bewuste keuze voor deze mens- en milieuvriendelijke fruitsoorten.
Egypte en Zuid Afrika
De producten zijn seizoensgebonden en daardoor niet het hele jaar verkrijgbaar. De witte druiven zijn afkomstig uit Zuid-Afrika en zijn tot begin maart verkrijgbaar. De sinaasappels komen uit Egypte en liggen tot en met eind april in de winkels.
De handsinaasappels komen van de plantage 'Al Shams' ten noordoosten van Ca?ro. Dankzij de biologische teelt en de voorwaarden van Max Havelaar kunnen hier de plukkers veilig werken tegen een eerlijk loon en wordt er ook ge?nvesteerd in verbetering van hun woonomstandigheden.
De druiven komen van de Rossouw en Valentines-plantages in Zuid Afrika, waar de handelsvoorwaarden van Max Havelaar garanderen dat de voornamelijk zwarte arbeiders goed behandeld worden. De druiven zijn biologisch, dus zonder gebruik van chemicali?n of onkruidverdelgers. Tevens wordt ge?nvesteerd in een gemeenschapsruimte, huisvesting en verbetering van de leefomstandigheden voor de arbeiders. Heel belangrijk in een land dat nog steeds de sporen draagt van het apartheidsregime en waar de zwarte arbeiders het vaak heel moeilijk hebben. Voormalig president Nelson Mandela beschreef dit fairtrade-initiatief als visionair en inspirerend: "dit geeft ownership aan de zwarte afrikanen en draagt bij aan verlichting van hun armoede".
17 januari 2005 Vanuit het akkerbouw en vollegrondsgronte project BIOM wordt op 27 januari een Landelijke dag georganiseerd in Wageningen. Het thema is Kiezen voor keuzes! De biologische landbouw staat op een driesprong: kiezen voor kostprijs? kiezen voor productinnovatie? of kiezen voor toegevoegde waarde? onder de sprekers onder meer Harm Evert Waalkens (tweedekamerlid, PvdA), Uli Schnier (voorzitter Task Force), Anton van Vilsteren (voorzitter vakgroep Biologische Landbouw). Na de lunch zijn een aantal workshops gepland.
De BIOMdag zal plaats vinden op de Wageinge berg, Generaal Foulkusweg 96, Wageningen.
Voor meer informatie over de landelijke BIOMdag Kiezen voor Keuzes! kunt u bellen met Steven van Passen , DLV Communicatie, tel 06 53 265 693
20 december 2004 Op 31 maart 2005 organiseert Biologica i.s.m. Triodos Bank en Task Force het EKO Congres nieuwe stijl. Een compact congres dat meer dan vroeger op de buitenwereld is geori?nteerd met als doel om publiciteit te genereren en belangrijke externe doelgroepen voor de biologische beweging te interesseren.
Het EKO Congres wordt direct gevolgd door een EKO Branchedag, waarin het hoofdaccent ligt op de sociale interactie tussen bedrijven in de biologische keten, van boer tot en met retail, horeca en catering.
Het wordt een inspirerend ochtendcongres (9.30 tot 13.30) met een afsluitende biologische lunch op een toplocatie, die aansluit bij de profilering van biologische kwaliteitsvoeding: Landgoed Rhederoord van Eric van Veluwen.
Met een programma dat klinkt als een klok:
o Herman Wijffels: kansen biologische sector in de EU
o Nieuwe onderzoeksresultaten over de relatie tussen Biologisch en Gezondheid;
o Presentatie cijfers EKO Monitor 2004;
o Biologische lunch van topkok Eric van Veluwen.
De inschrijfkosten zijn ? 65,-.
Het aantal plaatsen is beperkt.
EKO-branchedag: Samen geven wij inhoud aan biologisch
Aansluitend op de lunch van het EKO Congres gaat de EKO Branchedag van start. Primaire doel van dit branchefeest is het vergroten van het wij-gevoel. Ontspannen sfeer en ruimte voor het sociale contact staan voorop. Biologica heeft de ambitie om alle geledingen van de biologische sector, van boer tot natuurvoedingswinkels, bij elkaar te brengen en de onderlinge samenwerking te versterken.
Het programma start vanaf ca. 13.45 uur:
o Korte lezing over Gezondheid en Biologisch;
o Presentatie cijfers EKO Monitor 2004;
o Workshopprogramma (vari?rend van proeverijen en noviteitenpresentaties tot ketendiscussies en informatieonderwerpen);
o Biologisch feestbuffet van Eric van Veluwen.
Deze middag kunnen wij dankzij onze sponsors aanbieden voor ?40,- en voor leden van LTO/Biologica, Vakgroep Biologische Landbouw, VBP en Vakcentrumsectie N&R) slechts ? 25,- p.p. Zo stellen we zoveel mogelijk branchegenoten (telers, winkeliers, handel&verwerking) van betrokken brancheorganisaties in de gelegenheid om te komen.
15 december 2004 Op 31 december 2004 verstrijkt de mogelijkheid om gangbare jonge dieren aan te voeren op biologische veehouderijbedrijven wanneer niet voldoende biologische dieren beschikbaar zijn.
Omdat nog niet in alle gevallen voldoende biologische jonge dieren beschikbaar zijn, heeft de Europese Commissie begin december ingestemd met een verlenging van deze mogelijkheid.
W?l zijn de voorschriften enigszins aangescherpt.
1. Voor aanvulling of vernieuwing van de veestapel mogen:
? gangbare eendagskuikens (jonger dan 3 dagen) worden aangevoerd.
Dit geldt voor de eier- en de vleesproductie. Als het Ministerie van LNV toestemming geeft, mogen ook gangbare jonge leghennen van ten hoogste 18 weken worden aangevoerd. Deze jonge hennen moeten met ingang van 31 december 2005 tijdens de opfok volgens de biologische voorschriften worden gevoederd en tegen ziekten worden behandeld.
? tot 31 juli 2006 gangbare biggen voor de fokkerij worden aangevoerd, zodra deze gespeend zijn en minder dan 35 kg wegen.
2. Wanneer een veestapel voor het eerst wordt samengesteld (nieuw bedrijf of bedrijfstak) mogen onder voorwaarden gangbare jonge dieren worden aangevoerd.
Voor de pluimveehouderij is nu echter toestemming van het Ministerie van LNV nodig om ook gangbare jonge leghennen van ten hoogste 18 weken aan te voeren. Deze jonge hennen moeten met ingang van 31 december 2005 tijdens de opfok volgens de biologische voorschriften worden gevoederd en tegen ziekten worden behandeld.
Skal is in overleg met het Ministerie van LNV over deze toestemming.
zie ook www.skal.nl
12 december 2004 Aardappeltelers hebben de belasting van het milieu bij bestrijding van de schimmelziekte Phytophthora tot een minimum teruggebracht. De milieubelasting nam in de periode 2001 -2003 per hectare spectaculair af met maar liefst 92 procent ten opzichte van de periode 1996 - 1998. Dit resultaat is bereikt met preventieve maatregelen en gerichte bestrijding van de bij verre belangrijkste aardappelziekte met minder chemische middelen die bovendien milieuvriendelijker zijn.?De strategie voor bestrijding van Phytophthora is gericht op preventie en combineert alle kennis over de schimmel en over de aardappelteelt. Met een praktische aanpak halen aardappeltelers op eigen kracht nu al de milieudoelstelling van 2010 uit het convenant gewasbescherming?, verklaart Jaap Haanstra, voorzitter van de stuurgroep Masterplan Phytophthora.Het Masterplan is een initiatief van LTO Nederland. Het plan ging met financiering van een extra heffing van het Hoofdproductschap Akkerbouw op het areaal aardappelen in 1998 van start. Sindsdien scoort het Landbouw-Economisch Instituut de milieubelasting op basis van gemiddelden van alle landbouwbedrijven die aardappelen telen.
Voor meer informatie: www.lto.nl
10 december 2004 Het nieuwste gezamenlijke initiatief van ontwikkelingsorganisatie Agriterra en reisorganisatie Agro Reizen is een wel heel bijzondere. Zonder winstoogmerk hebben zij een aantal avontuurlijke rondreizen ontwikkeld. Het bijzondere van deze reizen is, dat een groot gedeelte van het programma bestaat uit excursies naar het platteland. De directe betrokkenheid van boerenorganisaties zorgt ervoor dat de lokale bevolking de ontwikkeling van het toerisme in eigen hand heeft en houdt.
In Nederland is agro-toerisme een enorm succes. De formule ?kamperen bij de boer? is wijd en zijd bekend. Ook krijgen Nederlanders steeds meer interesse in het boerenleven in het buitenland. Hoewel de omstandigheden vaak heel anders zijn, lopen boeren daar tegen dezelfde problemen aan als in Nederland. De reizen van Agriterra bieden uitgebreid de mogelijkheid om kennis te maken met de lokale plattelandsbevolking en hun dagelijks leven, tradities en landbouwtechnieken.
Het aanbod bestaat uit rondreizen naar avontuurlijk Costa Rica en Nicaragua, Verrassend Peru en Uganda: het andere Afrika. Uiteraard worden tijdens deze reizen bezoeken gebracht aan de bekende toeristische attracties. Daarnaast is volop de gelegenheid om uitgebreid kennis te maken met de lokale plattelandsbevolking en hun manier van leven. Zo worden dus rechtstreeks de boeren, tuinders en hun bedrijven in deze ontwikkelingslanden ondersteund. En zij kunnen een extra inkomstenbron verkennen. Ook krijgen de deelnemers de mogelijkheid om kennis te maken met het werk van Agriterra. En omdat deze reizen zonder winstoogmerk worden aangeboden, zijn ze nog betaalbaar ook!
Meer informatie vindt u op de speciale internetsite www.agrotours.nl, waar u ook een brochure aan kunt vragen. Ook kunt u bellen met Agro Reizen: 026-3512087 www.agrotours.nl
07 december 2004 A.s. vrijdag 10 december zullen acht partijen hun handtekening zetten onder een nieuw convenant ter bevordering van de markt van biologische producten. Supermarkten, merkfabrikanten, overheid, banken, maatschappelijke organisaties, boeren- en belangenorganisaties gaan nog eens drie jaar intensief samenwerken. Nieuw is dat ook de cateringsector zich gaat aansluiten. De doelstelling blijft op 5% van de levensmiddelenomzet. De inspanningen van elk van de partijen zijn duidelijk concreter geformuleerd dan in het eerste convenant.
meer informatie www.biologischconvenant.nl/
06 december 2004 Ook in een derde uitspraak van de rechtbank is een beroep tegen de afkeuring van biologische rozijnen door Skal ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de aanwezigheid van een controle-certificaat slechts een noodzakelijke voorwaarde voor import van producten uit een derde land is en op geen enkele wijze de importeur een garantie biedt dat een product zonder meer als biologisch op de markt kan worden gebracht.
Daarnaast is de rechtbank van mening dat op grond van de Verordening de volstrekt heldere en kenbare norm geldt dat bepaalde stoffen niet in het biologische productieproces mogen worden gebruikt en derhalve niet in biologische producten dienen voor te komen. De Verordening bevat aldus een zogenaamde nul-norm
Bron: www.skal.nl
01 december 2004 De natuurweide wil u uitnodigen voor een perspresentatie van het Praktijkrapport:
De presentatie vind plaats aansluitend aan onze ledenvergadering op donderdag 2 december in ?De Keet van Heerde?(afslag 28 Heerde-zuid langs de A50). Aanvang 14.45 uur.
Na 5 jaar is er weer behoefte om de kostprijsverschillen tussen gangbaar en biologisch geproduceerde melk te berekenen. Bovendien is in deze studie specifiek ook aandacht voor BD-melk.
Het onderzoek is uitgevoerd door Animal Sciences Group in opdracht van de Natuurweide.
De kostprijsverschillen worden modelmatig vergeleken, om het managementeffect zoveel mogelijk uit te schakelen.
Voor de toekomst is gekeken naar de effecten van 100 % biologische krachtvoer en het nieuwe mestbeleid 2006. Tevens is er gekeken naar de invloed van beperkt weiden bij gangbaar en een lagere N-gift op het kostprijsverschil.
De uitkomsten zijn belangrijk om de toeslag van Eko-en BD-melk te bepalen. Ook biedt het rapport inzicht om binnen de biologische bedrijfsvoering de kosten te verlagen.
Bij de presentatie is ook aanwezig Michel de Haan (ASG/Praktijkonderzoek) een van opstellers van het rapport.
Voor meer informatie Kees van Zelderen (voorzitter Natuurweide). Tel 0485-382126 of 06-51032426.
28 november 2004 De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw wil zich in gaan zetten voor de promotie van biologische suiker. Voorzitter Uli Schnier van de Task Force heeft daarover gesproken met telers van biologische suikerbieten en met Suiker Unie. Hoe de campagne er uit zou kunnen gaan zien is nog niet duidelijk.
Suiker Unie en de Vereniging van Biologische Bietsuikerproducenten hebben eerder deze maand besloten volgend jaar geen biologische suiker te produceren. Volgens Suiker Unie is er zoveel EKO-bietsuiker geproduceerd dat er een voorraad voor minimaal twee jaar is aangelegd. Eind 2005 willen ze pas weer kijken of er voor 2006 wel bieten worden afgenomen. Volgend jaar worden de biologische bieten in de normale campagne afgenomen.
De biologische bietentelers waren zeer verontwaardigd, ze hadden van de suikerverwerker een betere lange termijnvisie en planning verwacht. De teelt van biologische bieten loopt op schema maar de vraag blijft achter, aldus Okke Jan Bosker, voorzitter van de producentenvereniging. De biologische suikerbietenteelt is een arbeidsintensieve teelt, waarbij de meerprijs van 27 euro per hectare helemaal opgaat aan de extra arbeid. Inmiddels staat er in Nederland 600 hectare biologische bieten. De biologische bietentelers kunnen niet een jaar overschakelen op gangbare suiker en vervolgens weer terug. Ook in 2005 moet er weer volop worden gewied om een goede opbrengst te krijgen.
Verkoop van biologische appelras Santana onverwacht groot succes
28 november 2004 Nederlandse biologische fruittelers telen in toenemende mate schurftresistente appelrassen. Van het ras Santana wordt jaarlijks al bijna 300 ton biologisch geteeld die voor een zeer groot deel via de telersafzetgroep Biofruit wordt verhandeld. Na een aanvankelijke vlotte afzet in de eerste jaren verliep de afzet van Santana in het seizoen 2003/04 opeens veel stroever. Supermarktketen Albert Heijn overwoog als belangrijke afnemer begin dit jaar nog sterk het ras uit het biologische assortiment te nemen omdat de afzet tegenover het andere biologische hoofdras Elstar tegen viel. Aan het begin van het vorige afzetseizoen waren de verkoopverwachtingen door het niet langer meer op schaaltjes maar los tegen een scherpe prijs verkopen nog hooggespannen. Als onbedoeld neveneffect van het los aanbieden ontstonden er echter eerder kwaliteitsproblemen doordat vruchten te lang in de winkels bleven liggen. Mede op nadrukkelijk verzoek van de telers is AH toch in dit seizoen weer met Santana gestart maar dan weer gelegd op schaaltjes. Kwaliteitsproblemen van betekenis deden zich niet langer meer voor.
Daarnaast heeft Biofruit in samenwerking met exporteurs nadrukkelijk Santana veel meer als exportproduct in de markt gezet. Ook richting andere Nederlandse supermarkten wint Santana als goedogende appel tegen een wat scherpere prijs volop terrein. De situatie begin december 2004 is dat alle Santana van Biofruit onverwacht snel verkocht zijn, er nieuwe markten bediend worden en de afnemers erg tevreden zijn. Biofruit had graag nog tot in januari doorgegaan met Santana maar het ontbreekt simpelweg aan product. Dit in schrille tegenstelling tot andere hoofdrassen waarvan in de komende maanden na een zeer grote oogst nog veel verkoopbare appels in de bewaarcellen resteren. (Verkoper Harmen Peters van Biofruit spreekt daarom inmiddels weer over Santana als ?een appelras dat zichzelf verkoopt?).
Meeldauwverordening ter discussie in Vakgroep Biologische Landbouw
25 november 2004
Voorzitter Huib Bor van de LTO-vakgroep Biologische Landbouw vindt het niet terecht dat bij een uitbraak van valse meeldauw naar biologische telers wordt gewezen. Hen wordt vaak verweten dat ze de haard in hun gewas onvoldoende aanpakken. Volgens de vakgroepvoorzitter ligt de bron voor de ziekte echter meestal bij gangbare winteruien en tweedejaars platuien. Die teelten zouden verboden moeten worden. De nadruk in de verordening ligt op het bestrijden van de schimmelziekte en niet op het voorkomen ervan.
Het Hoofproductschap Akkerbouw (HPA) heeft de verordening ingesteld maar deze moet nog worden bekrachtigd door de Sociaal Economische Raad (SER). De vakgroep Biologische Landbouw hoopt dat het voorstel van het Hoofdproductschap daar wordt verworpen.
De provincie Overijssel participeert met een eenmalige bijdrage van ruim 15.000 Euro in 'Eko-schoolmelk', een promotieproject gericht op alle basisscholen in Overijssel, dat de Stichting Natuur en Milieu Overijssel uitvoert in samenwerking met VecoZuivel.
Het streven is om met dit project de afzet van biologische zuivel in Overijssel te vergroten. Afzetvergroting van biologische zuivel is noodzakelijk voor de verdere groei van de biologische melkveehouderij. Dit is ook ??n van de speerpunten in het huidige provinciale plan van aanpak Biologische Landbouw. De provincie streeft daarbij naar een toename van het aantal biologische bedrijven in Overijssel. Hiermee geeft de provincie onder andere uitvoering aan haar beleid gericht op een leefbaar platteland en op een vitale en duurzame agrarische sector. Door biologische schoolmelk te promoten wordt de biologische productiemethode bij een breed en jong publiek onder de aandacht gebracht. En ook hierbij geldt: jong geleerd, oud gedaan.
Tot voor kort konden scholen alleen gebruik maken van gangbare zuivel. Sinds kort is het voor scholen ook mogelijk om biologische zuivel te schenken en dat voor dezelfde prijs.
Alle basisscholen in Overijssel zijn inmiddels aangeschreven en ge?nformeerd over de mogelijkheden van biologische schoolmelk. Scholen die interesse hebben kunnen gedurende een maand de biologische zuivel uit proberen. Besluit de school na de proefperiode om definitief over te gaan op biologische schoolmelk, dan zal voor de leerlingen van groep 7 en 8 een excursie naar een biologische melkveehouderij in de buurt worden georganiseerd. Tijdens het bezoek aan een melkveehouderij kunnen kinderen zelf ontdekken hoe de biologische zuivel wordt geproduceerd.
Het bedrijf dat de zuivel aan de scholen levert, betrekt zijn melk onder andere van een biologisch melkveebedrijf uit de gemeente Ommen. Indien meerdere scholen biologische melk gaan schenken kunnen mogelijk ook andere biologische melkveehouders in Overijssel hun zuivel aan het bedrijf leveren. Met biologische schoolmelk dragen scholen op concrete wijze bij aan de stimulering van biologische landbouw in Overijssel. Behalve in Overijssel is het project ook van start gegaan in de provincie Utrecht. Ook Noord-Brabant, Gelderland en de drie noordelijke provincies zijn ge?nteresseerd in het project.
bron: www.overijssel.nl
Biologische sector geeft gentechvrije productie niet prijs
23 november 2004 Het akkoord over co?xistentie in de primaire sector dat vorige week aan de minister van landbouw is aangeboden heeft veel ophef veroorzaakt. Het zou de weg vrijmaken voor de teelt van gentech gewassen in Nederland en dit zelfs met instemming van de biologische sector. Niets is minder waar vindt Maaike Raaijmakers van Biologica,co?rdinator gentechnologie bij Biologica en was lid van de commissie co?xistentie primaire sector
Of gentechteelt in Nederland maatschappelijk gewenst is, was in de commissie co?xistentie niet aan de orde. Dit is iets waar de hele maatschappij over moet beslissen. Gelukkig komt het maatschappelijke debat over co?xistentie mede door dit akkoord eindelijk op gang. Daarnaast zal er begin volgend jaar een debat plaatsvinden in de Tweede Kamer. Biologica zal hier opnieuw stelling nemen tegen gentechnologie en pleiten voor een duurzame voedselproductie.
Of co?xistentie mogelijk is in een klein land als Nederland, was wel onderwerp van discussie in de commissie co?xistentie. Dit hangt in de eerste plaats af van de eigenschappen van het betreffende gewas; is het een wind of insecten bestuiver, komen er soortgenoten voor in het wild en kunnen de zaden of knollen overleven in de bodem. Op grond van die gegevens valt een gewas als koolzaad snel af. De commissie heeft zich dan ook beperkt tot aardappelen, suikerbieten en ma?s.
In de tweede plaats hangt dit af van de schaal van de ggo-teelt en de manier waarop deze over Nederland verspreid wordt. Clustering van ggo-teelt ligt daarom voor de hand. Daarnaast kunnen gemeenten hierin een belangrijk rol spelen door gentechvrije gebieden aan te wijzen in hun bestemmingsplan.
Om co?xistentie mogelijk te maken zijn verder maatregelen nodig in de hele voedselketen. Aangezien de commissie zich alleen bezig heeft gehouden met de primaire productie zullen er nog regels moeten komen voor de rest van de keten, te beginnen bij de zaadteelt. Zonder ggo vrije zaden is co?xistentie natuurlijk onmogelijk.
Opinieartikel Agrarisch Dagblad 13 november 2004
Voor het uitgbreide artikel, zie
22 november 2004 Florganic ondersteunt verkoopkanalen bij de afzet van biologische sierteeltproducten. Florganic is ontstaan uit een jointventure tussen Intergreen B.V. en EOSTA B.V. Eosta is marktleider in biologisch geteelde groenten en fruit, Intergreen is toonaangevend in het leveren van bloemen en planten in retail ketens in Europa. De doelstelling van Florganic is om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en gedurende het hele jaar een interessant assortiment aan biologische sierteeltproducten aan te bieden. In de Sectorcommissie voor bloemkwekerijproducten van het Productschap Tuinbouw (PT) is vastgesteld dat het wenselijk is dat er meer balans komt in de markt van van biologische bloemen en steunt dit plan met een bijdrage van 231.000 euro.
Het plan is in samenwerking met Florganic, de biologische tak van handelsbedrijf Intergreen, gemaakt en heeft als hoofddoelen: schaalvergroting, betere spreiding van het aanbod en het vergroten van de internationale afzetmarkt. Eind volgend jaar wil de commissie een evaluatie. Daarna wordt besloten of ook in 2006 een financi?le bijdrage wordt verstrekt.
Verkoop biologische producten in UK groeit 10% dit jaar.
16 november 2004 De biologische consumenten kopen hun producten steeds meer rechtstreeks van de boerderij, via boerenmarkten en boerderijwinkels. Daarnaast is de sterke groei in afzet van babyvoeding opmerkelijk. De verkoop van biologische producten in het Verenigd Koninkrijk is met 10 % gegroeid in het laatste jaar. De sector vertegenwoordigt inmiddels een waarde van ongeveer 1,6 miljard euro en groeit wekelijks met bijna 3 miljoen euro. Deze cijfers zijn afkomstig uit het Organic Food and Farming Report 2004 van de Soil Association, de belangrijkste promotie- en certificeringsorganisatie voor biologische producten in Groot-Brittanni?.
Het aandeel biologische producten dat in het VK via supermarkten wordt afgezet is voor het tweede achtereenvolgende jaar met een procentpunt gedaald. Consumenten betrekken hun producten vaker rechtstreeks van de boerderij, via boerenmarkten en boerderijwinkels. Hun aandeel nam met 16% toe en bedraagt inmiddels 154 miljoen euro. Binnen de biologische productie in het Verenigd Koninkrijk komt meer dan de helft uit Schotland. Daarnaast is ongeveer 20% van alle biologische landbouw- en voedingsbedrijven in het zuidwesten van Engeland te vinden.
Opmerkelijk is de sterke groei in afzet van biologische babyvoeding. De omzet daarin groeide met 6%, terwijl in gangbare producten van een lichte daling sprake was. Bijna de helft van alle babyvoeding die in Groot-Brittanni? wordt verkocht bestaat uit biologische producten. Er was eveneens een sterke groei in de afzet van biologisch pluimveevlees. Er werden het afgelopen jaar 4,5 miljoen biologische vleeskuikens geproduceerd en afgezet. Een toename van 30%. Gangbaar pluimveevlees komt voor 10% uit het buitenland terwijl biologische producten vrijwel volledig in eigen land geproduceerd worden.
Het Verenigd Koninkrijk importeert veel biologische producten. Deze nemen gemiddeld 56% in van de totale omzet. Voor vlees ligt het aandeel ingevoerde producten op circa 20%. Grote Britse retailers halen hun biologische aardappelen, wortelen, uien, appels en peren echter vrijwel volledig uit het buitenland. De overheid heeft zich tot doel gesteld in 2010 voor biologische producten nog maar voor 30% afhankelijk te zijn van producten die buiten de eigen landsgrenzen zijn geproduceerd.
Betrek consument bij ontwerp nieuwe veehouderijsystemen
15 november 2004 De ontwikkeling van nieuwe diervriendelijke veehouderijsystemen is gebaat bij een actieve inbreng door consumenten en andere belanghebbenden, zoals de verschillende handelsschakels in de keten. Zo'n inbreng is ook praktisch realiseerbaar. Onderzoekers van Wageningen Universiteit en Researchcentrum ontwikkelden hiervoor een stappenplan. Zij baseren hun aanbevelingen onder meer op een enqu?te onder consumenten naar hun opvattingen over dierenwelzijn in de varkenshouderij en de viskwekerij. Bij wijze van proef probeerden ze het stappenplan uit in een ontwerpproces voor diervriendelijke kweeksystemen voor meerval en paling. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van LNV.
Consument en vertrouwen
Consumenten brengen dierenwelzijn vooral in verband met de gezondheid en de leefomgeving van het dier. Zij hebben daarover globale denkbeelden zonder diepgaande kennis. Zij vinden het belangrijk dat zij kunnen vertrouwen op instanties die het dierenwelzijn in de gaten houden. De agrarische producent scoort daarbij voor de consument hoger dan de overheid en de andere partijen in de keten. Bij onderzoek in de varkensketen bleek dat alle partijen van producent tot consument behoefte hebben aan een eenvoudig en betrouwbaar systeem voor het monitoren van dierenwelzijn en een daarop gebaseerde certificatie. In het rapport worden een aantal praktische stappen besproken om tot zo'n systeem te komen. De betrokken partijen maken zich vooral zorgen over de kosten van de verbetering van het dierenwelzijn en van het in stand houden van een aparte lijn voor gecertificeerde producten.
Samen werken aan nieuwe systemen
Behalve suggesties voor een monitoringsysteem bevat het rapport ook een stappenplan voor het interactief ontwerpen van diervriendelijker veehouderijsystemen. 'Interactief' betekent de instelling van een ontwerpteam waarin zowel belanghebbenden uit de keten zitten als beleidsmedewerkers, wetenschappers en creatieve 'vrije geesten' uit de samenleving. Het plan bestaat uit tien stappen, vanaf de vorming van het team, via het stimuleren en selecteren van idee?n tot het in de praktijk testen van voorgestelde oplossingen. Experimenten met het stappenplan in de sfeer van de viskwekerij leidden tot een aantal idee?n voor een meer diervriendelijke aanpak, zoals het bedwelmen van de vissen in het water of de ontwikkeling van soortspecifieke systemen met meer ruimte voor natuurlijk gedrag.
Als een vis in het water; Maatschappelijke acceptatie van ontwerpen voor nieuwe diervriendelijke veehouderijsystemen. U vindt dit rapport 7.04.11 op de website van het LEI. U kunt het vandaar ook bestellen of gratis downloaden bij www.lei.nl/index.php3?page=nl/content/rapporten/rapport.php&id=539
LNV gaat ontheffingen uitgangsmateriaal afgeven via Skal
12 november 2004 Skal verleent ontheffingen uitgangsmateriaal biologische landbouw. Het ministerie van LNV heeft controle-organisatie Skal gevraagd om vanaf
1 januari 2005 ontheffingen af te geven voor het gebruik van gangbaar uitgangsmateriaal in de biologische landbouw. Hierdoor vermindert de administratieve lastendruk en ontstaat effici?ncywinst bij zowel de ondernemer als de overheid. De Landbouwkwaliteitsregeling wordt dienovereenkomstig aangepast. Tot nu toe verleende Dienst Regelingen van het ministerie van LNV de ontheffingen. Dit gebeurde op basis van beoordeling en advisering door Skal. www.skal.nl
10 november 2004 Diverse onderzoeken laten zien dat biologische landbouw de klimaatveranderingen door CO2 uitstoot temperen.
Biologiscge bodems presteren beter bij extreem natte en droge periodes. Ze zijn robuuster dan gangbare bodems in hun reactie op extreme afwijkingen ten opzichte van het
normale klimaat.
De verklaring wordt gevonden in het waterbergend vermogen van de bodem. Op het land van biologische boeren is dit zeker twee maal zo hoog als bij een gangbare bedrijfsvoering. Door het gebruik van louter organische meststoffen bevatten de bio-bodems namelijk meer organische
stof. Ook vertonen ze hierdoor een betere en diepere bodemstructuur. Dit draagt eveneens bij aan een groter waterbergend vermogen.
De kans op extreem hoge waterstanden bij hevige regenval wordt kleiner door een biologisch beheer van landbouwgrond. Dit komt doordat de bodem
als waterbuffer optreedt. En, zoals vermeld, is het waterbergend vermogen van bio-bodems zeker twee maal zo hoog als bij gangbare bedrijfsvoering.
Het broeikaseffect kan worden verminderd door een groter areaal biologische landbouw. Een EU-rapport stelt namelijk vast dat bij bio-boeren 13% tot 57% minder kooldioxide wordt uitgestoten. Tevens wordt er minder energie verbruikt dan bij de reguliere landbouw het geval is.
Tot slot wordt er op de bio-boerderij ook meer CO2 in de bodem opgeslagen als organisch materiaal.
Naast een hogere score op gezondheid, dierenwelzijn, biodiversiteit, natuur en landschap blijkt de biologische landbouw nu dus ook beter te presteren bij klimaatsveranderingen
10 november 2004 De biologische slager Ton Molenaar van Dynamic Meat in Wageningen heeft na de eerdere beker voor zijn rookworst, dinsdag tijdens de Nationale Slagers Vakbeurs te Amsterdam ook de beker voor de Gekookte Biologische Boeren Achterham ontvangen, waar tevens het Nationale biologisch kampioenschap voor gehaald werd. De climax van deze wedstrijd werd bereikt toen ook het Algemeen Kampioenschap Biologische worstmakerij aan hem uitgereikt werd.
Ambachtelijke slagers uit het hele land streden met elkaar om de titel, het totale aantal inzendingen was meer dan 1000 producten. De jury waarin naast deskundigen uit het slagersvakonderwijs ook consumenten zitting hadden, beoordeelde Biologische gekookte worst, biologische Gekookte boerenachterham, biologische Saksische leverworst en de biologische Ossebraad, en deze kwamen daarbij als Gouden prijswinnaars uit de bus.
De biologische slager Ton Molenaar maakt al vele jaren zijn eigen vleeswaren. Om deze unieke kwaliteit te maken gebruikt hij zijn eigen (geheime) recepten en methode?s. Dat geeft de gemaakte ambachtelijke biologische vleeswaren hun bijzondere smaak.
Een biologische slager kan precies vertellen over zijn geproduceerde vleeswaren hoe en waarvan ze gemaakt zijn. Omdat deze slager werkt met natuurlijke grondstoffen en producten is het mogelijk dat niet elke ham of worst precies dezelfde vorm heeft.
Het maken van ambachtelijke producten is en blijft tenslotte handwerk.
Voor meer informatie: www.dynamicmeat.nl
10 november 2004 Minister Veerman laat onderzoek doen naar de vraag of biologishe producten gezonder en diervriendelijker zijn dan gangbare producten. Dat antwoordde de minister op vragen van de Tweede Kamer. Begin volgend jaar meldt de minister meer over de precieze opzet en reikwijdte van het onderzoek. De laatste tijd is er veel discussie over met name de veiligheid van biologische producten. Zo zou de biologisch vlees op grote schaal besmet zijn met toxoplasmose.
09 november 2004 Consumenten willen wel biologisch eten, maar vinden het te duur. GroenLinks
en de gemeente Nijmegen willen graag meedoen aan een experiment om dat prijsverschil weg te nemen.
Het prijsverschil is inderdaad groot. Minister Veerman van Landbouw wil daarom als proef een deel van het prijsverschil compenseren. De minister wil dit testen in een middelgrote stad in Nederland. GroenLinks heeft de gemeente Nijmegen bereid gevonden aan het experiment mee te werken.
Groenlinks kamerlid Vos wil de minister graag op weg helpen. Daarom heeft zij het gemeentebestuur van Nijmegen gevraagd om aan het experiment mee te
werken. Nijmegen heeft enthousiast gereageerd. In een brief aan de minister zegt het gemeentebestuur hierover graag met de minister te overleggen.
GroenLinks is blij met de reactie van Nijmegen en hoopt dat de minister positief op de brief zal reageren. GroenLnks hoopt ook dat het niet bij ??n
gemeente hoeft te blijven. Als meer gemeenten enthousiast zijn, zouden ook zij de kans moeten krijgen om mee te doen. Het extra geld dat dat kost, kan de minister verdienen met een algemene heffing op vleesproducten.
Voorstellen daartoe zal GroenLinks vandaag aan de minister voorleggen.
09 november 2004 In overleg met zaadbedrijven, vermeerderaars en handelshuizen heeft de biologische land- en tuinbouw vorige week een lijst (?annex?) vastgesteld van gewassen waarvoor in 2005 verplicht biologisch uitgangsmateriaal gebruikt moet worden. Hiervoor wordt door SKAL geen ontheffing afgegeven. Het gaat in de akkerbouw en veehouderij om: aardappelen voor consumptie en friet/verwerking, , snij- en korrelma?s, luzerne, bladrammenas, gele mosterd, rode en witte klaver, Engels raaigras, Italiaans raaigras en alle granen behalve zomerrogge, spelt durumtarwe, teff en zomertriticale.
In de glastuinbouw gaat het om komkommer voor zomer en herfstteelt, minikomkommer, groen/rode paprika, cocktail losse tomaat (30-80 gram), medium losse tomaat (80-120 gram), postelein (zomer en winter), tuinkers, rucola, witte koolrabi, stokslabonen en stoksnijbonen. En in de vollegrondsgroente geldt een verplichting voor: oranje pompoen voor herfst en bewaring, gladde andijvie, krulandijvie, groen- en bleekselderij (groen), zomer- en winterpostelein, raapstelen, alle slatypen behalve babyleaf, groenlof, rucola, witte koolrabi, radijs, radicchio rosso, meiraap, gele plantui en winterui, knoflook, stokslaboon/spekboon, stoksnijboon, pronkboon, capucijners, peultjes, bruine bonen en de volgende kruiden: dille, koriander, marjolein, oregano, kervel en thijm.
Voor de volgende vollegrondsgroentegewassen is voor 2005 een minimum percentage biologisch afgesproken: 25% voor gele en rode zaaiui, bewaar witte kool, bewaar en industriekroten, en 50% voor alle spinazieteelten. Dit kan in 2006 met 25% verhoogd worden. De vakgroep verbindt de hoogte en toename van het percentage echter aan een toename van biologisch uitgangsmateriaal in andere EU-lidstaten.
Algemene ontheffing voor een aantal gewassen
Voor de volgende gewassen hoeft in 2005 geen ontheffing te worden aangevraagd omdat er op dit moment nauwelijks of geen aanbod van biologisch uitgangsmateriaal is: asperge, zilverui, schorseneren, paksoi, Parijse wortel, roodlof, suikerma?s, cichorei, artichok, stambonen (bruine bonen, witte bonen en kievitsbonen), vlas, hennep, karwij, koolzaad, blauwmaanzaad, Phacelia, lupinen, bladkool, stoppelknollen, aardbei, siergewassen, laan- en plantsoenbomen, Alexandrijnse klaver, durumtarwe, kropaar, Perzische klaver, rietzwenkgras, spelt, veldbonen, voederwikke, zomerrogge en zomertricicale.
Voor de overige gewassen is het voorlopig nog ?business as usual?: u gebruikt biologisch zaad, tenzij u kan aantonen dat voor uw teelt, grondsoort en/of markt geen geschikt uitgangsmateriaal bestaat. U kunt dan een ontheffing aanvragen bij SKAL.
Bron: NLTO
09 november 2004 Onderzoek of de scheiding van biologische varkensdrijfmest, zoals dat ook in tijden van hoge mestafzetkosten met reguliere drijfmest gebeurt, rendabel kan worden uitgevoerd. De conclusie is dat scheiding van biologische varkensmest aantrekkelijk kan zijn, afhankelijk van de prijzen voor de verschillende vormen van mest. Verder is het scheidingsrendement bij de scheiding van biologische varkensmest lager dan bij reguliere drijfmest. Waarschijnlijk doordat er stro gebruikt wordt waardoor al een gedeelte van de af te scheiden dikke fractie in het stro achter blijft, en daarmee een soort voorscheiding ontstaat. Los van de huidige verhouding tussen de afzetprijzen voor drijfmest, en dikke en dunne fractie, is in deze proef duidelijk geworden met welke cijfers t.a.v. het scheidingsrendement gerekend moet worden om in de toekomst bij andere marktverhoudingen te bepalen of scheiden van biologische varkensmest interessant is.
09 november 2004 Vervang de plastic fabriekskaas in het verzorgingshuis voor een eerlijke boerenkaas, zorg voor een ander BTW-tarief voor biologisch vlees en de minister mag best een beetje extra uittrekken voor de biologische boer. Dan wordt het vast nog beter met de biologische landbouw. Het zijn wensen van Arie van den Brand uit Hensbroek, de ambassadeur van de biologische landbouw.
Na een hartinfarct moest Van den Brand als kamerlid van GroenLinks de Haagse politiek vaarwel zeggen. ,,Tachtig uur per week werd gewoon te gek. Het is prachtwerk, maar het werd gewoon te zwaar.'' Inmiddels treedt Van den Brand in de voetsporen van Ria Beckers als voorzitter van Biologica. Een platform waar producenten, verwerkers, winkels van biologische producten en onderwijs en onderzoek in samenwerken.
Kraamkamer
Van den Brand heeft wortels in de gangbare landbouw en bij In Natura, de koepelorganisatie voor agrarisch natuurbeheer van de Westelijk Land- en Tuinbouw Organisatie (WLTO). ,,De biologische landbouw is de kraamkamer voor het duurzaam maken van de gangbare landbouw. Twintig jaar geleden was de biologische boer een idealist op geitenharen sokken en was er een groot verschil met de gangbare boer. Nu heb je jonge boeren die in de biologische landbouw beginnen omdat ze daar meer brood in zien. Want tien jaar geleden kon je biologisch alleen maar in natuurvoedingswinkels kopen. Tegenwoordig heeft iedere zichzelf respecterende supermarkt zo'n pakket. De biologische landbouw is een serieuze tak van sport geworden.''
Landbouwminister Veerman streeft naar vijf procent biologische landbouw in 2007. Van den Brand: ,,Bij de ene bedrijfstak gaat dat makkelijker dan bij de andere. Als je in de aardappelen, groente en fruithoek bij Albert Heijn kijkt, zie je daar al tien procent biologisch. Maar in de vleessector is dat anders. Het biologisch varkensvlees blijft wat achter, maar dat is ook veel ingewikkelder in de bedrijfsvoering waardoor de prijs hoog is.''
Veerman wil in de nieuwe nota biologische landbouw de vraag stimuleren en kennis ontwikkelen. Daarnaast komt er een hectaresteun voor boeren die omschakelen. ,,Een voortzettingpremie heet dat. Nou wil Veerman met maatregelen steeds in de pas lopen met de rest van Europa, maar bij die hectarepremie betalen wij veel minder dan andere landen. Daar mag best wat meer budget voor worden uitgetrokken'', zegt Van den Brand. En om de consument meer te stimuleren is er volgens hem een fiscale maatregel nodig om biologisch geproduceerd vlees goedkoper te maken. ,,Het ministerie heeft plannen voor een proef met goedkoper biologisch vlees in een stad in Nederland. Benieuwd wat dat op gaat leveren.''
Biologische catering
Om het goede voorbeeld te geven, gaat het ministerie zelf binnen twee jaar tijd over op honderd procent biologische catering in de kantines. ,,Dat is een mooie voorbeeldfunctie en ook de andere departementen worden bewerkt.''
Van den Brand zou nog wat verder willen gaan. ,,Je zou alle instellingen en bejaardenhuizen moeten stimuleren over te schakelen op biologisch. Als je ziet wat voor magnetrondozen er bij sommige huizen worden binnengesjouwd. Familie van mij krijgt er smakeloze fabriekskaas tussen stukjes plastic. Op die manier zorgen we het slechtst voor de zwakste groep mensen. De maaltijd is voor veel ouderen in tehuizen een van de weinige afleidingen. En dan krijgen ze een magnetrondoos voorgeschoteld. Dieptriest vind ik dat. Zorg dat er een lekker stuk boerenkaas op tafel komt en een ouderwets biologisch stoofpeertje. Steek daar eens wat belastinggeld in.''
Bron: Noord Hollands Dagblad 5-11-04
09 november 2004 Suiker Unie zit voor volgend jaar niet te wachten op biologische suiker. In een brief aan biologische suikerbietentelers heeft het concern laten weten dat zoveel EKO bietsuiker is geproduceerd, dat er een voorraad voor minimaal twee jaar is aangelegd. Voor 2005 worden er geen leveringsovereenkomsten afgesloten voor biologische bieten. Eind 2005 wordt gekeken of er voor 2006 w?l biologische suikerbieten worden afgenomen.
De biologische suikerbietenteelt is een arbeidsintensieve teelt, waarbij de meerprijs van 27 euro per hectare helemaal opgaat aan de extra arbeid. Inmiddels staat er in Nederland 600 hectare bieten.
Enkele jaren geleden werden bietentelers door dezelfde Suiker Unie opgeroepen om op biologische suiker over te stappen. Ook Suiker Unie zelf erkent in de brief dat ze zich de laatste jaren enorm hebben ingespannen om het areaal te laten groeien.
Volgend jaar mogen de biologische bietentelers hun bieten wel aan Suiker Unie leveren, echter onder dezelfde leveringsvoorwaarden als gangbaar geteelde bieten. De bieten worden ook in de normale campagne afgenomen.
Volgens Suiker Unie is over deze stap overleg geweest met de Vereniging van Biologische Bietsuikerproductie. Deze laatste club van suikerbietenproducenten heeft hiermee niet ingestemd. De biologische bietentelers kunnen niet een jaar overschakelen op gangbare suiker en vervolgens weer terug. Ook in 2005 moet er weer volop worden gewied om een goede opbrengst te krijgen.
De biologische bietentelers zijn woedend over de brief. Eerst bedelt Suiker Unie dat ze overschakelen en nu deze landbouwbedrijven helemaal op biologische suikerproductie zijn ingesteld, heeft Suiker Unie ze niet nodig. Ze hadden van de suikerverwerker een betere lange termijnvisie en planning verwacht.
Bron: Landbouwblad 1-11-04
09 november 2004 De gangbare en biologische melkveehouderij moeten samenwerken bij de aanpak van mastitis, klauwproblemen en zo?nosen. ,,We streven naar een integrale aanpak van deze dierziekten waarvan ook de biologische sector deel moet uitmaken. Het volgen van een apart traject door de biologische melkveehouderij is niet gewenst??, aldus LTO-vakgroepvoorzitter Siem Jan Schenk donderdag tijdens het symposium van Bioveem in Zwolle.
In Bioveem werken biologische melkveehouders samen met onderzoekers en adviseurs samen aan oplossingen voor knelpunten in de biologische melkveehouderij. Deze aanpak van onderop, die ook door het "gangbare" project "Koeien en Kansen" wordt toegepast, verdient navolging, vindt Schenk. ,,Er is veel bestaande kennis en dat moet verspreid worden. Daarvoor kun je groepen boeren inzetten en bij kennisleemtes het onderzoek inschakelen.??
Praktijkonderzoek kan in zijn ogen ook beter bij de boer zelf plaatsvinden in plaats van op specifieke praktijkbedrijven ,,Het hebben van gebouwen is geen garantie van goed onderzoek. Belangrijker is het hebben van groepen ondernemers die aangeven wat ze willen weten en hun kennis kunnen uitwisselen. Boeren hebben geen behoefte aan proefbedrijven, ze willen met kennis aan de slag.??
Bioveem wordt vaak aangeduid als de kraamkamer voor de gangbare melkveehouderij. Maar, stelt Schenk, het kan ook andersom. Beide sectoren kunnen van elkaar leren en daarbij is het belangrijk dat de bestaande kennis ook goed wordt uitgewisseld en gebruikt.
Bron: Het Landbouwblad 1-11-04
02 november 2004 Een halvering van het budget voor bio in 2005. Dat was de boodschap die het kabinet Landbouw deze week had voor BioForum, de koepelorganisatie van de biologische landbouw- en voedinssector. De 'nieuwe' beleidslijnen voor biolandbouw in de komende regeerperiode komen hard aan.
Het Vlaams Actieplan Biologische Landbouw, opgestart onder impuls van voormalig minister van Landbouw Vera Dua, vormt voor het nieuwe kabinet Landbouw nog steeds de basis van het beleid biologische landbouw. Maar de halvering van het budget voor bio tot slechts 1 miljoen euro binnen het totale landbouwbudget heeft nare gevolgen voor de uitvoering van tal van acties op korte en middellange termijn en betekent een zware klap voor de ector.
Een van de grote knelpunten voor de biologische sector is nog steeds de kloof tussen vraag en aanbod. De afzetstructuur is onvoldoende uitgebouwd. Marktspelers vinden elkaar moeilijk terug en weten vaak niet waar ze aan bepaalde grondstoffen kunnen komen of welke afzetmogelijkheden er zijn. De afzetstructuur verbeteren is een van de acties uit het Vlaams Actieplan Biologische Landbouw. Via korteketenprojecten en het ketenmanagementproject probeert de sector de ontbrekende schakels in de afzetketens te ontwikkelen en de transparantie van de markt te verhogen. En dit vraagt de nodige ondersteuning. Deze belangrijke actie is gesneuveld bij de opmaak van de begroting voor 2005.
De organisatie van de biosector werd de voorbije jaren sterk verbeterd met de oprichting en operationalisering van de koepelorganisatie BioForum. Hoewel de Vlaamse biosector betrekkelijk jong is, zijn er tal van organisaties actief om zowel de consumenten als de professionelen te sensibiliseren, en op te komen voor de sector. Dit leidde in het verleden tot een grote versnippering en een gebrekkige informatiedoorstroming. BioForum heeft een transparante en effici?nte structuur opgezet die ook in de toekomst haar rol naar de overheid moet kunnen blijven vervullen. De beperkte financi?le ondersteuning brengt het bestaan van dit platform in de toekomst in het gedrang.
Ook voor het consumentenluik heeft dit gevolgen. Om de vraag naar bioproducten te doen stijgen, is sensibilisering over de meerwaarde van de biologische landbouw uitermate belangrijk. Alleen als de vraag naar bioproducten stijgt, daalt de prijs, uitgerekend het belangrijkste struikelblok voor de meeste consumenten. Om bio uit de nichemarkt van progressieve consumenten te kunnen halen, wil BioForum degelijke communicatie en informatie bieden. Een professioneel uitgewerkte sensibiliseringscampagne is een van de prioriteiten binnen het forum en zal in het voorjaar van 2005 starten. Daarnaast heeft de koepelorganisatie de Biotheek opgericht. De Biotheek wil zich profileren als het Vlaamse kennis- en informatiecentrum over bio. Op tal van vragen van opinievormers, leraars, huisartsen en journalisten geeft de Biotheek een helder antwoord. Via eigen website, kwartaalblad BIOvisie en artikels in verschillende media verspreidt de Biotheek informatie en kennis over biologische landbouw en voeding. De Biotheek is een essentieel instrument om de consument degelijk te informeren.
De beslissing van het kabinet ondergraaft de toekomst van BioForum.
In buurlanden zoals Nederland en Duitsland erkent de regering dat biologische landbouw maatschappelijk wensbaar is om de duurzaamheid van landbouw en milieu in de toekomst te garanderen. Dat vertaalt er zich ook in een duidelijk engagement om biologische landbouw sterk te ondersteunen vanuit het beleid. De Nederlandse minister van Landbouw Veerman bijvoorbeeld heeft zich duidelijk ge?ngageerd om ervoor te zorgen dat 5% van de consumentenuitgaven aan voeding in 2007 biologisch zijn. Dat staat in de Nota Biologische Landbouw 2005-2007. Zo wil het beleid de vraag naar biologische producten stimuleren en het prijsverschil tussen biologische en gangbare producten terugbrengen. Ook wordt extra aandacht en budget besteed aan de ontwikkeling en verspreiding van kennis en informatie over de biologische landbouw om de consument meer te sensibiliseren.
Vlaanderen was al de slechtste leerling van de Europese bioklas. Maar met de huidige beleidskeuzes voor bio zal het geen betere punten halen.
02 november 2004 Biologica is principieel tegen het gebruik van gentech omdat deze techniek op een fundamenteel niveau ingrijpt op natuurlijke processen en volgens de biologische sector ook geen structurele oplossingen biedt voor een duurzame landbouw waarbij ziekten en plagen op systeemniveau moeten worden aangepakt. Omdat de teelt van bepaalde ggo-gewassen in Nederland wettelijk is toegelaten, zag Biologica zich genoodzaakt mee te praten over de randvoorwaarden en praktische maatregelen die nodig zijn om de huidige ggo-vrije conventionele en biologische landbouw naast de ggo-landbouw te laten voortbestaan. De biologische sector heeft daarom vandaag een uiterst zware beslissing genomen door zich te verbinden aan de overeenkomst over voorwaarden voor co?xistentie in de primaire sector.
Biologica heeft in de Commissie Co?xistentie plaatsgenomen omdat de politiek in Nederland de keuzevrijheid voor consumenten en producenten onvoldoende waarborgt door regelgeving. Een ketenbreed wettelijk kader om een gentech-vrije keten en aansprakelijkheid te garanderen zou volgens Biologica de beste regeling zijn die tegemoet komt aan de wens van een meerderheid van de Nederlandse bevolking.
Biologica heeft totnogtoe juridische gevechten geleverd over veldproeven met gentech-gewassen tot aan de Hoge Raad maar ziet in dat dit op termijn financieel onhaalbaar is en voorkomen moet worden dat straks boeren en tuinders in een continue juridische strijd verwikkeld raken. Een introductie van ggo-teelt zonder duidelijke reglementen is voor de biologische sector het ?worst-case? scenario.
Volgens Biologica is de overeenkomst geenszins een instemming met de introductie van gentech-gewassen, en daarom zal zij blijven participeren in coalities die de introductie van gentech in de voedselketen tegengaan. Biologica ziet bovendien op dit moment geen maatschappelijk draagvlak voor grootschalige introductie van gentech-gewassen. Biologica is tevreden dat de overeenkomst uitgaat van een pakket van maatregelen, waaronder isolatieafstanden, die ervoor kunnen en moeten zorgen dat er geen structurele vervuiling met ggo?s plaatsvindt in de primaire sector bij de teelt van ma?s, suikerbieten en aardappelen; de enige toepassingen die in de commissie zijn besproken. Ook de maatregelen voor registratie, monitoren en evaluatie helpen een gentech-vrije-keten te behouden. Het rapport maakt verder duidelijk dat de ggo-telers schade kunnen toebrengen aan de ggo-vrije teelt en daarom de plicht hebben om maatregelen te nemen om contaminatie te voorkomen. De Commissie erkent de wens van biologische en andere telers om geheel ggo-vrij te blijven telen. Daarnaast stelt de Commissie vast dat markteisen en dus de wensen van consumenten in belangrijke mate zullen bepalen hoe de markt van ggo-vrije producten zich zal ontwikkelen.
Voor voorkomen van vermenging en voor aansprakelijkheid in de rest van de keten moeten volgens Biologica nog afspraken worden gemaakt. Hiervoor heeft deze commissie echter geen mandaat gekregen. Gezien het mandaat van deze Commissie voor de primaire sector hebben ook twee biologische boeren aan het overleg deelgenomen en teruggekoppeld naar hun achterban. Hun uiteindelijke oordeel was voor Biologica zwaarwegend, ook voor de vorming van het schadefonds waaraan de hele keten zal moeten meebetalen, inclusief de biologische boeren die genoemde teelten verbouwen. Dit was het moeilijkste compromispunt. In de uitwerking zal wel moeten blijken dat hier volgens het profijtbeginsel aan wordt bijgedragen.
Veel van het welslagen van deze overeenkomst op hoofdlijnen hangt af van de uitwerking van de voorstellen.En verder van noodzakelijke bijstellingen die voortkomen uit nieuwe onderzoeksgegevens en evaluaties.
Het rapport is te vinden op: www.hpa.nl, via actueel, publicaties
29 oktober 2004 Subsidie aan detailhandel beste stimulans voor consumptie biologische producten
Het kabinet wil dat in 2010 op 10% van het land- en tuinbouwareaal biologisch wordt geproduceerd. De afzet van biologische producten stijgt hiervoor echter nog onvoldoende. Een kleiner prijsverschil tussen biologische en gangbare producten zou de consument wellicht over de streep kunnen trekken. Het Ministerie van LNV vroeg het LEI (onderdeel van Wageningen UR) om een verkenning van de economische effecten en milieueffecten van een aantal mogelijke maatregelen in die richting. Het LEI concludeert dat een subsidie aan de detailhandel het meest effectief zou zijn. Het vraagt zich echter tegelijk af of bevordering van biologische landbouw wel het beste aangrijpingspunt is om de achterliggende milieudoelstellingen te realiseren.
Subsidi?ring kan de biologische consumptie aanzienlijk verhogen, mits die subsidie terechtkomt bij de Nederlandse consument. Dat laatste is niet vanzelfsprekend; verwerkende industrie en detailhandel geven lang niet elke verandering in de inkoopprijs door aan de consument. Van de onderzochte subsidiemaatregelen is een prijssubsidie via de detailhandel het meest effectief en haalbaar. Subsidies via de verwerkende industrie kunnen de consumptie eveneens bevorderen, maar zij hebben als nadeel dat ook buitenlandse bedrijven daarvan op grond van Brusselse voorschriften kunnen profiteren. Een differentiatie in BTW is minder effectief.
Het rapport van het LEI begint met een essay over de vraag welke rol overheid en markt hebben bij het stimuleren van biologische consumptie. Landbouw gaat met maatschappelijke kosten en baten gepaard die niet in de prijs van de producten tot uitdrukking komen (zogenaamde externe effecten). Op het gebied van milieu, biodiversiteit en dierenwelzijn zijn de effecten van biologische landbouw gunstiger dan van gangbare landbouw. Het bedrijfsleven (de markt) kan hierop inspelen door de verkoop van biologische producten te stimuleren door middel van productdifferentiatie, koppelverkoop en tweeledige tarieven. De overheid kan de prijsverhouding tussen biologische en niet-biologische producten verbeteren door heffingen op niet-biologische producten of subsidies op biologische producten, of door het gebruik van het milieu te koppelen aan gebruiksrechten. Biologische productie vormt echter maar ??n van de aangrijpingspunten om iets te doen aan de externe (milieu-)effecten van de landbouw. De overheid zou die effecten wellicht ook op een minder dure manier kunnen opvangen dan door een subsidi?ring van de biologische consumptie.
In de markt geprijsd; Een analyse van beleidsmaatregelen gericht op prijsvorming van biologische producten. U vindt dit rapport 6.04.16 op onze website. U kunt het vandaar ook bestellen of gratis downloaden. http://www.lei.nl/index.php3?page=nl/content/rapporten/rapport.php&id=534
29 oktober 2004 Ieder jaar weer wordt Sint Maarten in Borger en omstreken herdacht. Honderden kinderen lopen met hun lampionnen en liedjes door de dorpen. De kleintjes worden door hun vader of moeder begeleid. Oudere kinderen trekken er zelf op uit, met een zak op de rug.
Het valt de laatste jaren op dat in Borger de woonwijken amper nog worden aangedaan. Vooral het winkelcentrum is favoriet. Daar bevindt zich ook de natuurvoedingswinkel De Ieme. De medewerkers van de Ieme kijken met verbijstering toe. Veel kinderen komen in drommen de winkel binnen, raffelen hun liedje af, doen een graai in de snoeptrommel en verdwijnen weer met een voller wordende rugzak. Op naar de volgende winkel.
De Ieme zocht naar een alternatief voor dit snelle bezoek. Oorspronkelijk waren het alleen arme kinderen die met hun uitgeholde pompoen of suikerbiet als lampion, aangestoken bij het Sint-Maartens vuur, langs de huizen trokken. Zij kregen noten of appels, producten van de herfstoogst. Zo werd er gedeeld, zoals Sint Maarten zijn mantel met een arme bedelaar deelde.
Dit jaar worden de kinderen bij De Ieme vanaf vijf uur opgewacht door twee accordeonspelers. Zij worden geflankeerd door uitgeholde pompoenen en bieten met kaarsjes. Om de liedjes wat meer tot hun recht te laten komen worden ze door muziek begeleid. Voor een presentje heeft De Ieme gekozen voor een product van de plaatselijke wereldwinkel. De kinderen krijgen een hartvormig vel met een geluksolifantje. Het papier is gemaakt van olifantenmest. De kinderen krijgen informatie over de olifanten in Sri Lanka, die met hun mest voor de productie van dit papier zorgen. Door de aankoop van het papier worden oudere en gehandicapte olifanten beschermd. De inkomsten van de geluksolifantjes worden gebruikt voor de bouw van scholen in Sri Lanka. Ouders van de zingende kinderen kunnen hier een bijdrage aan leveren. Met deze gift aan de kinderen in Borger wil de Ieme het aspect van delen beter tot uiting laten komen.
29 oktober 2004 In tegenstelling tot de recente berichtgeving in de media, vormt de consumptie van biologisch varkensvlees geen risico op toxoplasmosebesmetting mits het vlees niet rauw gegeten wordt. Als het varkensvlees gebakken, gekookt of ingevroren is geweest, is een eventuele kans op besmetting uitgesloten. Dat bevestigen de voedingsexperts van het Voedingscentrum, het Voorlichtingsbureau voor Vlees en de Voedsel Waren Autoriteit.
Biologica is teleurgesteld dat enkele dagbladen afgelopen week de berichtgeving over toxoplasmose bij varkens uit z'n verband heeft getrokken. Hierdoor is de consumptie van biologisch varkensvlees ten onrechte in een negatief daglicht geplaatst. De berichtgeving is eenzijdig en zet consumenten op het verkeerde been, waardoor ze wellicht onnodig afzien van de aankoop van biologisch vlees. Daarmee dreigen de biologische varkens, die op een diervriendelijke manier gehouden worden, de dupe te worden. Varkens die buiten lopen en in de grond kunnen wroeten, hebben ? net als mensen die met blote handen in de tuin werken ? een zeer kleine kans om besmet te raken met de toxoplasmose-parasiet.
Het onderzoek
De aanleiding van de berichtgeving is het onderzoek van de Animal Sciences Group van Wageningen UR, Divisie Dier en Omgeving. Zij hebben onderzoek gedaan naar toxoplasma besmetting bij 16 biologische vleesvarkensbedrijven, 17 scharrelbedrijven en 30 reguliere bedrijven. Uit het onderzoek blijkt dat op scharrelbedrijven 4,7% van de varkens en op biologische bedrijven 1,2 % van de varkens besmet is, op reguliere bedrijven is dat 0 %. Op scharrel- en biologische varkensbedrijven worden vaker katten gebruikt voor ongedierte bestrijding; op reguliere bedrijven wordt gif en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Katten kunnen, als ze ge?nfecteerd zijn met toxoplasma, eitjes verspreiden die een besmettingsbron vormen voor de varkens. Het varken zelf wordt niet ziek maar de mens kan besmet worden indien dit vlees rauw gegeten wordt. In de praktijk zal dit echter geen risico voor de gezondheid vormen, omdat varkensvlees altijd gekookt of gebakken wordt.
Een verslag van dit onderzoek stond al een maand op een wetenschappelijke website; nu hebben enkele kranten het overgenomen, met sensatie-koppen erboven waardoor consumenten nodeloos ongerust worden gemaakt als ze alleen 'koppen-snellen'.
De feiten op een rij
In de betreffende artikelen lijkt het alsof toxoplasmose alleen een risico is voor scharrelvarkens en biologische varkens. Het risico ligt veel breder en begint bij het werken in de tuin en het verschonen van de kattenbak. Hieronder de feiten op een rij:
De toxoplasma parasiet komt voor in rauw vlees, maar ook op rauwe groente en in ontlasting van katten (niet in de ontlasting van andere huisdieren).
Verhitten van vlees en groente neemt het risico weg, ook invriezen (minstens tot -20?C) is afdoende. Het wassen van groente vermindert het risico, maar sluit het niet helemaal uit.
Het verschonen van de kattenbak en het werken in de tuin met blote handen vormt een significant risico voor besmetting met de toxoplasmose-parasiet.
Voor gezonde mensen zal een besmetting met de toxoplasmose-parasiet niet erger zijn dan een griepje. Als zwangere vrouwen besmet raken, kan dit ernstige gevolgen hebben voor het ongeboren kind; zoals zwakbegaafdheid en oogklachten.
In de loop van hun leven lopen de meeste mensen een besmetting op en merken daar niets van. Mensen die toxoplasmose hebben gehad, zijn er daarna immuun voor. Als vrouwen de besmetting hebben doorgemaakt voor zij zwanger zijn, dan loopt hun kind geen risico meer.
Eind jaren zestig was meer dan de helft van de vleesvarkens in Nederland ge?nfecteerd met de toxoplasma-parasiet. In de jaren tachtig was dit bij varkens in de intensieve veehouderij teruggedrongen tot onder de 1%.
Meer algemene informatie over toxoplasmose: www.voedingscentrum.nl
29 oktober 2004 Meer dan 200 genodigden uit meer dan 15 landen waren getuige van de overgang van het bedrijfseigen kwaliteitsmerk van Eosta naar de onafhankelijke stichting Nature & More. In het licht van het eerste internationale Nature & More bio-handelscongres gaf Volkert Engelsman, directeur van Eosta en initiator van het Nature & More systeem officieel het roer over van de nieuw opgerichte stichting Nature & More aan de voormalige projectmanager en nieuwe directeur van de stichting, Hugo Skoppek.
Dit unieke communicatiesysteem, dat zowel kwaliteitsontwikkeling als traceerbaarheid van produkten toont, wordt hiermee toegankelijk voor de gehele branche. ?Hiermee wordt de basis gelegd voor een slagkrachtige en internationaal herkenbare spreekbuis voor producenten en daarmee een informatiebron voor consumenten,? verklaarde Engelsman, ? Nature & More zal in de toekomst naast groente en fruit ook biologische thee, muesli, vruchtensappen, kruiden, enz. van haar keurmerk voorzien. De Nature & More stichting is een platform, waarmee samen met andere licentienemers het systeem uitgebouwd kan worden en een grotere bekendheid gegenereerd kan worden.
?Sinds de introductie van het systeem door landbouwminister Veerman op de BioFach 2004 in Duitsland is de interesse van ondernemers sterk toegenomen?, volgens Skoppek. ?We hebben een selectie kunnen maken uit ondernemers die gelijkwaardige idealen en doelen stellen als Nature & More.? Als eerste zal de Nederlandse Natuurvoedings Winkel Organisatie NWO met meer dan 100 winkels, Nature & More toepassen op haar huismerk. Hiermee wil zij de maatschappelijke meerwaarde van haar produkten aan de markt kenbaar maken. Door de waardering van de produkt-, ecologische- en sociale kwaliteit van een produkt inzichtelijk te maken, kunnen consumenten en handel zelf de echte waarde van Nature & More produkten vaststellen. De op het produkt aangebrachte code geeft via de website www.natureandmore.com direct toegang tot de producent en de waardering op de drie kwaliteiten. Hieruit blijkt in welke mate de producent zich naast de productkwaliteit inzet voor het milieu en de medemens.
Zo voert bijvoorbeeld de code 250 u naar Amval Farms in Zuid Afrika, de winnaar van de eerste ?Nature & More Grower Award?. Met code 137 krijgt u toegang tot de Nederlandse kasteler De Koning, die zich specialiseert in wilde tomaten. Nature & More maakt het mogelijk om de door de teler toegevoegde maatschappelijke meerwaarde aan de markt en de consument kenbaar te maken. Hierdoor komt het produkt uit de anonimiteit en kan de producent de aangetoonde meerwaarde verzilveren.
In Duitsland werkt de firma Lebensbaum sinds de BioFach 2004 samen met Nature & More, om het concept op de veelvoud van produkten van Lebensbaum (thee, kruiden, etc.) toe te spitsen. In het Verenigd Koninkrijk zal Organic Farm Food dit jaar al produkten met het Nature & More keurmerk op de markt brengen. Zowel Sekem uit Egypte en Aarstiderne uit Denemarken hebben tevens hun interesse kenbaar gemaakt.
Eosta B.V.
Import en export van biologisch groente en fruit sinds 1990. Medewerkers: 60.
Postbus 348 ; 2740 AH Waddinxveen
29 oktober 2004 Oorspronkelijke waarden van de biologische landbouw moeten meer aandacht krijgen. Dit was de uitkomst van het 1ste internationale ?Nature & More? biologische handelscongres, dat afgelopen vrijdag in Waddinxveen heeft plaatsgevonden.Meer dan 200 gasten uit 17 landen waren toehoorders van een gezelschap van vooraanstaande persoonlijkheden uit de wereld van de biologische landbouw. Zij spraken over consumenten trends, detailhandel, levensmiddelenkwaliteit, ecologie en sociale verantwoordelijkheid in de hedendaagse en toekomstige wereldhandel.
Doel van de conferentie was om een impuls te geven aan het opnieuw defini?ren van de kwaliteiten van biologische produkten. De sprekers waren het er unaniem over eens dat een herdefinitie wenselijk is en dat kwaliteit niet alleen door de huidige meetbare parameters vastgesteld kan worden. Zij riepen op tot een een nieuwe bewustzijnshouding, die de wederkerige afhankelijkheid van produktkwaliteit, menselijke relaties en een gezond milieu herkent en respecteert. Om biologische produkten in de toekomst succesvol in de markt te zetten, is het belangrijk de impliciete waarden te benadrukken, zoals de verbetering van lucht- en waterkwaliteit, landschapsinrichting, toename van plant- en diersoorten, etc.. Hierdoor kunnen consumenten zich met de initiatieven verbinden, die zich aktief inzetten voor de realisatie hiervan. Tijdens de conferentie werden twee prijzen uitgereikt aan een producent en een handelsonderneming, die zich binnen hun be?nvloedingsgebied sterk hebben gemaakt voor gezonde produkten, een gezonde menselijke verhoudingen en een gezond milieu.
De eerste ?Nature & More Grower Award? ging naar Attie Valentin uit Zuid Afrika voor zijn onvermoeibare inzet in biologische landbouw en voor zijn sterke betrokkenheid en omgang met zijn medewerkers. Door zijn sociale engagement is hij als eerste biologische producent in Zuid Afrika door de Fair Trade Labelling Organizations International gecertificeerd.
Weiling Naturkost GmbH heeft de eerste ?Nature & More Trade Award? ontvangen voor haar
bijdrage aan het kwaliteitsimago van biologische levensmiddelen. Daarnaast ondersteunt dit bedrijf zelf projecten in ontwikkelingslanden, zoals met de ?bioladen*-Fair? bananen.
Prof. G?tz Werner (CEO dm-drogeriemarkt in Duitsland) stelde, dat het met name belangrijk is om stil te staan bij hoe wij met onze medemensen omgaan, zowel binnen het bedrijf als de omgang met klanten van het bedrijf. Net zoals biologische producenten gangbare landbouwmethoden tegen het licht houden, moeten gangbare management methoden ook bekeken worden. Hierdoor kan een vruchtbare samenwerking met gezamenlijke en individuele verantwoordelijkheid binnen het bedrijf tot stand komen. Werner introduceerde ?management door vragen?, om het verantwoordingsbewustzijn van de medewerker aan te spreken in tegenstelling tot het gebruikelijke ?management door antwoorden?, waarbij de medewerker gezegd wordt wat te doen. Het ontwikkelen van eigen verantwoordelijkheid is volgens Werner de hedendaagse uitdaging.
Prof. Hardy Vogtmann (President Bundesamt f?r Natursch?tz in Duitsland) bekritiseerde de Bio-beweging met het gebruiken van de negatieve aspecten van gangbare landbouw (chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest, andere schadelijke toevoegingen, etc.) voor het positioneren van biologische produkten, in plaats van zich te richten op de positieve kwaliteiten van biologische landbouw. Vogtmann stelt voor om de maatschappelijke meerwaarde van biologische landbouw over het voetlicht te brengen. Uit wetenschappelijke studies blijkt, dat biologische landbouw bijdraagt aan een verbetering van de lucht- en waterkwaliteit. Daarnaast is aangetoond dat het aantal dier- en plantensoorten aanzienlijk groter is op biologische landbouwbedrijven dan op gangbare boerderijen. Tevens maakte Vogtmann duidelijk dat biologische landbouw bijdraagt aan een betere en mooiere landschapsinrichting, daarmee het toerisme bevorderend.
Dr. Thilo Bode (President Foodwatch, Duitsland) maakte het publiek bekend met de schandalen en misstanden in de Duitse levensmiddelenbranche. Hij wil de consument verklaren hoe de huidige massaproductie van levensmiddelen een kwaliteitsafname in zich draagt. Consumenten worden vaak door advertentiecampagnes misleid, zodat ze eigenlijk geen verantwoorde koopbeslissing meer kunnen nemen. Bode is ervan overtuigd dat er kritische consumenten nodig zijn, om de levensmiddelenkwaliteit structureel te verbeteren. Door het inzichtelijk maken van de kwaliteitsniveau?s (of het gebrek daarvan) door foodwatch, krijgen biologische produkten de gelegenheid hun impliciete waarde kenbaar te maken, namelijk gezonde, duurzame produkten met de juiste prijs/kwaliteitverhouding. Het scheppen van marktruimte, o.a. door foodwatch, kan met biologische produkten ingevuld worden, dit heeft de BSE crisis al bewezen.
Prof. Dr. Angelika Meier-Ploeger (Universiteit van Kassel, Duitsland) sprak over de mogelijkheden van nieuwe methoden om de kwaliteit van levensmiddelen inzichtelijk te maken. Hiermee kunnen de bijzondere eigenschappen van biologische produkten onderzocht en getoond worden. De diskussie over levensmiddelenkwaliteit is meervoudig en behelst de samenhang tussen waarde, struktuur en strategie met betrekking tot de gezondheid van het individu, de maatschappij en het milieu. Meier-Ploeger werkt in het internationale wetenschappelijk samenwerkingsverband FQH (Food, Quality & Health) aan de validering van holistische kwaliteitsbeoordelingen van levensmiddelen. De reproduceerbaarheid en herhaalbaarheid van zogenaamde beeldende methoden herbergt een zeer groot potentieel voor een betere positionering van biologische levensmiddelen.
Helmy Abouleish (Sekem Initiatief, Egypte) sprak over de sociale ontwikkeling binnen de biologische wereldmarkt. Daadwerkelijke duurzaamheid kan alleen door de samenwerking van culturele, economische en sociale ontwikkeling tot stand komen. Dit is met name belangrijk in relatie tot de idealen van de biologische beweging. Abouleish riep ondernemers op om langdurige partnerships aan te gaan met zuidelijke leveranciers om daardoor biologische kolonialisatie te bedrijven. In dit perspektief ziet hij Sekem als een model voor lokale ontwikkeling in een internationale wereld. De mens moet weer in het middelpunt gesteld worden, om bij te dragen aan begrip tussen verschillende culturen.
In drie verhitte forumdiscussies werden alle bovenstaande onderwerpen behandeld, waarbij tegenstellingen niet uit de weg werden gegaan. Dit geheel in het licht van Nature & More, aangezien dit systeem een dialoog tussen alle betrokkenen in de handelsketen wil bevorderen. Hiermee wil Nature & More op alle niveau?s aan kwaliteitsverbetering bijdragen en dit met een uniek ?Trace & Tell? systeem op haar website inzichtelijk maken.
De consument ?n de handel kan zich door een waardering op drie aspecten: produkt-, ecologische- en sociale kwaliteit diepgaand informeren over elk Nature & More produkt. De op het produkt aangebrachte code geeft via de website www.natureandmore.com direct toegang tot de producent en de waardering op de drie kwaliteiten. Hieruit blijkt in welke mate de producent zich naast de productkwaliteit inzet voor het milieu en de medemens.
Zo voert bijvoorbeeld de code 250 u naar Amval Farms in Zuid Afrika, de winnaar van de eerste ?Nature & More Grower Award?. Met code 137 krijgt u toegang tot de Nederlandse kasteler De Koning, die zich specialiseert in wilde tomaten. Nature & More maakt het mogelijk om de door de teler toegevoegde maatschappelijke meerwaarde aan de markt en de consument kenbaar te maken. Hierdoor komt het produkt uit de anonimiteit en kan de producent de aangetoonde meerwaarde verzilveren.
Geheel in het licht van dit vooruitstrevende bio-handelscongres gaf Volkert Engelsman, directeur van Eosta en initiator van het Nature & More systeem officieel het roer over van de nieuw opgerichte stichting Nature & More aan de voormalige projectmanager en nieuwe directeur van de stichting, Hugo Skoppek. ?Hiermee wordt de basis gelegd voor een slagkrachtige en internationaal herkenbare spreekbuis voor producenten en daarmee een informatiebron voor consumenten,? verklaarde Engelsman, ? Nature & More zal in de toekomst naast groente en fruit ook biologische thee, muesli, vruchtensappen, kruiden, enz. van haar keurmerk voorzien.
Nature & More Foundation
Postbus 348 ; 2740 AH Waddinxveen
25 oktober 2004 De ministers van landbouw van de EU-lidstaten hebben vandaag unaniem ingestemd met het 'Europees actieplan voor biologisch voedsel en biologische landbouw'. Het plan was opgesteld door de Europese Commissie. De landbouwministers zijn in Luxemburg bijeen voor de Landbouw- en Visserijraad onder voorzitterschap van minister Veerman van LNV. Het actieplan bevat 21 punten, gericht op ontwikkeling van de biologische markt door voorlichting, een doeltreffender overheidsbeleid voor de biologische landbouw en het verbeteren van normen en controle.
De lidstaten beschouwen het Europees actieplan als een belangrijke stap voorwaarts. Er is steun voor alle actiepunten, maar als belangrijkste worden genoemd:
het verbeteren van de verzameling en analyse van statistische gegevens over de biologische sector;
het optimaliseren van de integratie van biologische landbouw in de programma's voor plattelandsontwikkeling;
het versterken van onderzoek op het gebied van biologische landbouw;
het defini?ren van de basisprincipes van de biologische landbouw;
het vervolledigen en verder harmoniseren van de normen voor de biologische landbouw;
het verduidelijken van ggo-gerelateerde zaken;
het aanpassen van controle-regels en het verbeteren van de samenwerking tussen controle-instanties;
het implementeren van maatregelen om de handel te faciliteren, waaronder het verbeteren van de mogelijkheden voor handel in biologische producten met derde landen op basis van gelijkwaardigheid, met name door de markttoegang voor ontwikkelingslanden te faciliteren.
het verhogen van het consumentenbewustzijn door voorlichtings- en afzetbevorderingscampagnes, waaronder ook het gebruik van het EU-logo;
De ministers vroegen aan de Europese Commissie vaart te zetten achter de uitvoering van het plan. Minister Veerman gaf aan dat het Europese plan goed aansluit op zijn eigen stimuleringsbeleid voor de biologische landbouw. Afgelopen vrijdag zond hij de Nota Biologische Landbouw 2005-2007 naar de Tweede Kamer.
Bron: Min. van LNV
25 oktober 2004 Onlangs is in Amsterdam de 1e biologisch vegetarische eetwinkel geopend op
de hoek van de Prins Hendrikkade/Singel
Healthy Harry is zonder twijfel de lekkerste eetwinkel van Amsterdam. Bij ons kunt u de versbereide producten meenemen of ter plekke proefen. Of het nu gaat om de heerlijk belegde broodjes, de pat?'s, quiches, soepen, sappen of salades, alle ingredi?nten zijn 100% biologisch en vegetarisch. Zes dagen per week kunt u bij ons terecht voor uw ontbijt, lunch, koffie met versgebakken appeltaart of voor een licht of stevig tussendoortje. Natuurlijk kunt u bij ons ook een maaltijd samenstellen: u kunt eenvoudig een keuze maken uit ons uitgebreide assortiment.
Wat zijn de pijlers van Healthy Harry?
Bewust - heerlijke producten die geen belasting vormen voor het milieu
Gezond - bij de poductie van onze ingredi?nten is geen gebruik gemaakt van kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen of gentechnologie
Lekker - het gaat ons gewoon om lekker eten, want gezond hoeft niet anti-bourgondisch te zijn
Kijk op www.healthyharry.nl
25 oktober 2004 Op Wereldeierdag heeft PVE-voorzitter Jos Ramekers de aftrap gegeven voor een communicatie-aanpak waarmee de stempels op consumptie-eieren onder de aandacht worden gebracht bij de consument. Deze voorlichting maakt duidelijk, dat met deze stempelcode herleid kan worden uit welk land, van welk bedrijf en welk soort houderij de eieren komen. Op een Wereldeierdag bijeenkomst in Abcoude zijn nieuwe communicatie-uitingen gepresenteerd.
De gestempelde code op de consumptie-eieren is in eerste instantie bedoeld voor controlerende instanties, die mede de voedselveiligheid bewaken. Voor de consument schept de code helderheid over productieomstandigheden. Steeds meer mensen willen hierover immers steeds meer weten. De code op de eieren voorziet in deze consumentenbehoefte.
Het eerste cijfer duidt het pluimveehouderijsysteem aan. Zo staat een (0) v oor biologisch, een (1) voor vrije uitloop, een (2) voor scharrelei en een (3) voor een kooi-ei. Daarna volgen twee letters (zoals NL) voor het land van herkomst. De code wordt afgesloten met een serie cijfers. Elk pluimveebedrijf in Europa heeft een eigen code. In Nederland zijn dit vijf cijfers, mogelijk met twee extra cijfers voor de verschillende pluimveestallen.
Toepassing van de code wordt van producent tot winkel streng gecontroleerd.
Met extra voorlichting dienen de stempels op eieren onder de aandacht te worden gebracht van de Nederlandse consument en wordt meegefinancierd door de EU. In het kader van deze Europese financieringsmogelijkheid werkt overigens ook de Stichting Blij met een Ei actief aan gerichte consumenten-voorlichting.
25 oktober 2004 Oproep aan het kabinet:
Investeer in onderzoek naar de relatie gezondheid en biologische voeding
De deelnemers aan de actie Nederland gaat biologisch beogen een groei van de verkoop van biologisch voedsel in Nederland. Deze groei komt nog niet echt op gang. Voor consumenten is gezondheid het belangrijkste aankoopargument voor biologische producten. Wij denken dan ook dat wanneer dit argument vaker gebruikt kan en mag worden, de verkoop van biologisch voedsel veel sneller zal stijgen.
Momenteel maken noch de overheid (in de reclamecampagne ?Biologisch, eigenlijk heel logisch?) noch het bedrijfsleven gebruik van het gezondheidsargument van biologische producten. Toch blijkt uit steeds meer wetenschappelijke onderzoeken dat er significante chemische en andere verschillen zijn tussen biologisch en gangbaar voedsel, die duiden op positieve gezondheidsaspecten (zie bijvoorbeeld Organic farming, food quality and human health; a review of the evidence, 2003, www.soilassociation.org). Ook blijkt uit dierproeven dat dieren die biologisch voer krijgen, gezonder zijn. Toch kan nog niet geclaimd worden dat een biologisch eetpatroon de gezondheid bevordert, omdat dit nooit of nauwelijks is onderzocht in epidemiologisch onderzoek. Er zou bijvoorbeeld 3 jaar lang een geselecteerde groep mensen gevolgd moeten worden, waarbij hun gezondheid gerelateerd wordt aan hun al dan niet biologische eetpatroon. Ook het algemeen welbevinden, het voork?men van ziekten, huisartsbezoek en claims bij ziektekostenverzekeraars zou onderzocht moeten worden.
Omdat de gezondheid consumentenbelang nummer ??n is, verdient dit soort onderzoek meer prioriteit, ook al is dit kostbaar en komen resultaten pas over enkele jaren naar buiten. Dit kan in het kader van het Beleidsplan Biologische Landbouw 2005-2007 en preventief gezondheidsonderzoek.
Wij roepen de overheid, het bedrijfsleven, verzekeraars en universiteiten, wellicht samen met EU-partners, dan ook op de komende 3 jaren tenminste ? 3 miljoen te reserveren voor dit soort onderzoek.
Daarnaast roepen wij het ministerie van LNV op, om met de Voedsel en Waren Autoriteit snel te komen met praktische richtlijnen voor reclames op het gebied van biologische producten en gezondheidsclaims die in de zeer nabije toekomst worden toegestaan op basis van reeds wetenschappelijk vastgestelde feiten in de internationale literatuur. Voorbeelden zijn het gemiddeld lagere residu-gehalte aan bestrijdingsmiddelen in groenten en fruit, lagere nitraatgehalten in groenten, lagere gehalten medicijnresiduen en antibiotica in vlees, hogere gehalten vitaminen en sporenelementen in groenten en fruit, gezondere melk van koeien die weidegang hebben gehad (dus ook bij biologische koeien), gezondere moedermelk van vrouwen die veel biologisch eten etc.
De volgende organisaties onderschrijven deze oproep:
Stichting Natuur en Milieu, Vogelbescherming Nederland, Biologica, De 12 Provinciale Milieufederaties, Greenpeace Nederland, Vegetari?rsbond, Wakker Dier, Landelijk Hoge School & Universitair Milieu Platform, Dierenbescherming, Consumentenvereniging Goede Waar & Co
25 oktober 2004 Reeds jaren staat Biobest garant voor een optimale hommelbestuiving in de tuinbouw onder bescherming. Omwille van het feit dat vanuit de buitenteelt van zacht- en hardfruit steeds meer vraag komt naar hommelbestuiving, heeft Biobest de ?Multi-Hive?, een speciale onderhoudsvrije hommel-nest voor bestuiving van fruitteeltgewassen in openlucht, ontworpen. De Multi-Hive bestaat uit 3 hommelvolken die zijn ondergebracht in ??n grote behuizing en telt in totaal een 250 tot 300 hommelwerksters bij aanvang. De activiteitsduur bedraagt minimum 4 tot 6 weken. De dikwandige en stevige behuizing is opgemaakt uit polystyreen en biedt de hommelvolken de nodige bescherming tegen extreme en grillige weersomstandigheden.
Voor een geslaagde bestuiving zijn er gemiddeld 2 ? 3 Multi-Hives per hectare vereist.
Multi-Hives kunnen gebruikt worden voor de bestuiving van aardbei, blauwe bes, rode bes, zwarte bes, braambes, veenbes, kruisbes, framboos, appel, peer, pruim, kers, abrikoos, perzik, kiwi, amandel en andere teelten.
Voor meer info betreffende de Multi-Hive, kan u steeds terecht bij uw Biobest verdeler of bij Biobest N.V. op het nr. +32 (0)14 25 79 80.
25 oktober 2004 De vakgroep Biologische land- en tuinbouw van LTO en Biologica is tevreden met de steunmaatregelen voor marktontwikkeling van biologische producten in de EU. Die steun vloeit voort uit het ?Actieplan biologische voedsel en biologische landbouw?, dat vandaag door de Raad van Landbouwministers in Luxemburg is vastgesteld. ?Samen met de nationale aanpak die het kabinet vorige week presenteerde, biedt dit onze leden meer perspectief op de groeiende markt?, zegt vakgroepvoorzitter Huib Bor.
LTO ziet de marktontwikkeling als belangrijk uitgangspunt voor verdere groei van de biologische sector. Daarnaast is van belang dat binnen de EU de lidstaten dezelfde steun verlenen aan de biologische land- en tuinbouw. Zo dient de directe steun voor biologische boeren en tuinders hetzelfde te zijn. Veel EU-lidstaten geven een vaste hectaresteun aan boeren en compensatie voor kosten van controle en certificering. Afgelopen vrijdag besloot het kabinet om hier in Nederland vanaf 2006 een voorzichtige start mee te maken en er vier miljoen euro voor te reserveren. Dit is omgerekend 30 euro per ha per jaar. Bor: ?Dit kan Nederland nog verder uitwerken, nu Brussel mogelijkheden biedt om onder meer via de plattelandsontwikkelingsprogramma?s de biologische landbouw meer te ondersteunen.?
De vakgroep wil ook kringlopen in de biologische land- en tuinbouw sluiten. Dat betekent onder meer 100 procent biologisch zaad, pootgoed, voer, mest en stalstrooisel. ?Dit moet in EU-verband worden geregeld, opdat de concurrentiepositie van onze leden niet verslechtert?, aldus Bor.
Uit het EU-actieplan blijkt dat de Europese Commissie concrete voorstellen opstelt voor verdere harmonisatie van de regelgeving en controle. Er komt een consumentenpromotie voor het EU-logo voor biologische producten en de EU wil daar ook aan meebetalen. De vakgroep is hier positief over. E?n Europees logo kan in de EU tot meer duidelijkheid leiden over de aard en productiewijze van biologische producten.
De vakgroep zal in eigen land met volle kracht blijven bijdragen aan het werk van de Task Force marktontwikkeling biologische producten, zowel landelijk als regionaal. Wat dat laatste betreft: de vakgroep is reeds bezig met de organisatie van verkoopdemonstraties in Noord-Nederland, om zo het LNV plan voor een ?Bio-proeftuin in het noorden? inhoud te geven.
18 oktober 2004 Afgelopen zomer is Groot-Brittanni? met een afzet van 1,1 miljard Britse pond de grootste afzetmarkt voor biologische producten binnen de EU geworden. Dit blijkt uit cijfers van het Britse marktonderzoeksbureau Organic Monitor. Hiermee is de afzet voor het eerst groter geworden dan de afzet in Duitsland. Naar verwachting zal in vijf jaar de afzet groeien naar circa 3,5 miljard pond. In Groot-Brittanni? wordt de afzet met name gedreven door de ruime
verkrijgbaarheid van biologische producten in de supermarkten. Vooral in de sector babyvoeding is de groei spectaculair. Inmiddels eet 4 van de 5 Britse baby's en peuters biologisch.
bron: Biologisch Nieuws, 11/10/2004
_______________________
18 oktober 2004 In Groot-Brittanni? streeft de regering al geruime tijd actief naar meer regionale zelfvoorziening voor wat betreft biologische producten.
De zelfvoorzieningsgraad is in twee jaar gestegen van 30% naar 44%. Het streven is om in 2010 70% van de biologische producten van eigen bodem te laten komen.
In de afgelopen tien jaar is het Britse areaal biologische landbouw meer dan vertwintigvoudigd van 30.000 hectare naar 696.000 hectare. Circa vier procent van de Britse landbouwgrond wordt nu biologisch bewerkt.
Regionaal produceren en consumeren is een belangrijk streven binnen de biologische landbouw. Dit vanwege onder andere de positieve effecten voor het milieu en de meer directe band tussen producent en consument.
bron: Biologisch Nieuws, 11/10/2004
18 oktober 2004 Het kabinet wil de bijdrage versterken die de biologische landbouw kan leveren aan de verduurzaming van de Nederlandse land- en tuinbouw. Dat kan alleen als de biologische landbouw een stevige positie inneemt. Het kabinet streeft onverminderd naar groei van het areaal biologische landbouw. Dat staat in de Nota Biologische Landbouw 2005-2007, waar het kabinet op voorstel van minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) mee heeft ingestemd. 'Het zou Nederland sieren als in 2010 het areaal biologische landbouw 10 procent van het totale landbouwareaal bedraagt!' stond in de vorige nota en zo blijft het. Voorwaarde daarvoor is dat de markt voor biologische producten verder wordt ontwikkeld. Het kabinet wil daarover afspraken maken met marktpartijen en maatschappelijke organisaties, met als inzet dat in 2007 5 procent van de consumentenbestedingen aan voeding biologisch is.
Het kabinet wil sterker dan in de afgelopen periode inzetten op het stimuleren van de marktvraag naar biologische producten. Dat gebeurt vooral door het Convenant marktontwikkeling biologische landbouw, dat dit jaar afloopt, de komende jaren voort te zetten.
Alle deelnemende partijen onderschrijven deze intentie. Dat convenant omvat een 'taskforce' en instrumenten als ketenmanagers, meerjarige opschalingsplannen en een voorlichtingscampagne. Het ministerie van LNV wil het aandeel van biologische producten in de eigen catering van 50 procent uitbreiden naar 100 procent in 2007, om het goede voorbeeld te geven. Ook andere ministeries zullen het aandeel van biologische producten in hun catering trachten te vergroten.
Het prijsverschil tussen biologische en gangbare producten blijft een belemmering voor de ontwikkeling van de markt. De mogelijkheden voor de overheid om daar iets aan te doen zijn beperkt. Het ministerie van LNV wil in samenwerking met betrokken partijen een praktijkonderzoek in een middelgrote stad uitvoeren om na te gaan of verlaging van de meerprijs van biologische producten ten opzichte van gangbare producten door bijvoorbeeld een consumentenkorting daadwerkelijk leidt tot een grotere afzet. Realisering is afhankelijk van goedkeuring door de Europese Commissie. Het kabinet verwacht ook een belangrijke bijdrage vanuit het bedrijfsleven aan het aanpakken van het prijsverschil.
Voor de versterking van de voorloperfunctie van de biologische landbouw op het gebied van duurzaamheid en de groei van het areaal en de consumptie is de ontwikkeling en verspreiding van kennis cruciaal. De betrokkenheid van de keten bij de agendering van onderzoeksvragen, onderwijs en voorlichting, het begeleiden van onderzoek en de verspreiding van kennis krijgt extra aandacht. Het kennisnetwerk biologische landbouw en voedsel wordt verbeterd in samenwerking met de nieuw in te stellen Commissie Kennis voor biologische landbouw en voeding en Wageningen Universiteit en Researchcentrum.
Alle biologische boeren en tuinders komen vanaf 2006 in aanmerking voor een subsidie per hectare met een looptijd van vijf jaar om de voortzetting van hun biologische bedrijfsvoering te stimuleren.
Daarmee wordt de maatschappelijke waardering uitgedrukt voor de bijdrage die biologische boeren leveren aan een goede kwaliteit van het milieu en het landelijk gebied, zij leveren een 'groene dienst'. Andere landen in de Europese Unie geven ook een dergelijke subsidie. De omschakelingssubsidie vervalt, hiervoor in de plaats komt een voortzettingssubsidie. Om de mogelijkheden voor een regionale aanpak bij het stimuleren van de biologische landbouw te verkennen, zal het ministerie van LNV een project ondersteunen in de drie Noordelijke provincies, een 'proeftuin regionale stimulering'.
Voor het stimuleren van de biologische landbouw heeft het ministerie van LNV de komende jaren in totaal 60,9 miljoen euro beschikbaar.
Bron: Min LNV
15 oktober 2004 De heren Sjraar van Beek, Bert Loseman, Jan Robben en Anton van Vilsteren hebben de verkiezingen gewonnen voor het voorzitterschap van vier LTO-vakgroepen. Het gaat om respectievelijk de vakgroep Schapen en geitenhouderij, de vakgroep Vleeskalverhouderij, de vakgroep Vollegrondsgroenteteelt en de vakgroep Biologische land- en tuinbouw.
Voorzitter Gerard Doornbos van LTO Nederland maakte de uitslag vanmiddag in Den Haag bekend. De gekozenen worden met ingang van het nieuwe jaar voorzitter van de vakgroep en daarmee tevens lid van het bestuur van LTO Nederland.
Per vakgroep zijn in totaal tien stemmen uitgebracht. Bij alle vier verkiezingen haalden de winnaars minstens zeven of acht van de tien mogelijke stemmen. De benoeming van de nieuwe voorzitters zal binnenkort in het bestuur van LTO Nederland formeel worden bekrachtigd. Zij zullen de komende vier jaar leiding geven aan de vakgroepen.
Het is de derde keer dat in LTO-verband verkiezingen zijn gehouden. In tegenstelling tot voorheen ging het nu om getrapte verkiezingen, waarbij vertegenwoordigers van de vijf regionale organisaties in LTO-verband (NLTO, GLTO, WLTO, ZLTO en LLTB) per vakgroep hun stemmen hebben uitgebracht. De stemverhouding was vastgesteld aan de hand met het aantal standaard bedrijfseenheden per sector in de verschillende regio?s.
Uitslag van de verkiezingen voor de LTO-vakgroepen:
Wilt u hierop reageren? E-mail dan naar info@lto.nl.
11 oktober 2004 Stichting Natuur en Milieu, initiatiefnemer van 'Nederland gaat biologisch', is bijzonder tevreden met de resultaten van deze actie die tot september liep. Met free publicity via eigen ledenbladen zijn 4 miljoen leden van 32 maatschappelijke organisaties bereikt met de boodschap om meer biologische producten te kopen. Dit najaar komen er vervolgacties. Zo roepen 15 maatschappelijke organisaties een miljoen leden op om een biologische appelboom of kip te adopteren. Ook voor klanten van supermarkten zijn acties in voorbereiding. Het CBL, de koepelorganisatie van alle supermarkten in Nederland, verwacht dat de groei van biologisch nog meer zal gaan stijgen als de betrokken achterban van de maatschappelijke organisaties meer biologisch gaan kopen. Biologica neemt vanaf dit najaar de co?rdinatie rond de maatschappelijke organisaties over van Stichting Natuur en Milieu.
04 oktober 2004 De effectieve zorgboerderij is primair een boerenbedrijf
Voor mensen met een verstandelijke beperking die meewerken op een zorgboerderij, is het beter wanneer de boerderij bedrijfsmatig werkt. De bedrijfsmatige zorgboerderij biedt in tegenstelling tot de zorgboerderijen waar het accent meer op zorg ligt dan op agrarische productie, een goede opstap voor het doorstromen van cli?nten naar een regulier landbouwbedrijf. Dat staat in het rapport Boer, zorg dat je boer blijft!, dat minister Cees Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 28 september uit handen van Kees van Ast van Wageningen Universiteit en Researchcentrum krijgt aangeboden.
Het onderzoek dat door ir. Marjolein Elings voor de Wetenschapswinkel van Wageningen UR is uitgevoerd gaat in op de rol van de boer, de effecten van een bedrijfsmatige aanpak, het sociale netwerk waarin cli?nten verkeren, de begeleiding en de waarde van ?echt werk?. De landbouw en zorgwereld gaat er vanuit dat een bedrijfsmatige sfeer op de zorgboerderij, waarvan er meer dan 400 zijn, van waarde is voor hulpboeren. Het idee daarbij is dat een boerderij, in vergelijking met een activiteitencentrum, een regulier bedrijf is waarin ?echt? of noodzakelijk werk wordt aangeboden dat meer of andere voordelen biedt dan gecre?erd of hobby-achtig werk.
Voor cli?nten met een verstandelijke handicap, maar ook voor mensen met een burn-out die ?bijkomen?, blijkt de boer op de bedrijfsmatige zorgboerderij een rolmodel. De boer heeft niet alleen de kennis en kunde van de landbouw in huis, hij is ook de baas op de boerderij en hij is ondernemer die gewend is bepaalde risico?s te nemen. De boer straalt autoriteit uit, anders dan een therapeut of hulpverlener, en verschaft de cli?nten de noodzakelijke duidelijkheid. Hierdoor identificeren de cli?nten zich met de boer, voor wie zij een volwaardige hulpboer kunnen zijn.
De zakelijke bedrijfsvoering geeft de cli?nten waardering en voldoening, omdat zij noodzakelijke en nuttige werkzaamheden verrichten om een kwaliteitsproduct, zoals eieren, vleesvarkens of verse groenten tot stand te brengen. De cli?nten voelen daardoor verantwoordelijkheid, ook al omdat slecht beheer of nalatigheid veelal directe gevolgen heeft, zoals slaphangende bladeren of luidruchtige varkens. Bovendien merken de cli?nten dat hun werk financi?le gevolgen heeft voor het bedrijf.
Door de kleinschaligheid is er veel aandacht voor het individu, leert de cli?nt het boerengezin en andere werklieden kennen en komen de cli?nten met alle aspecten van het boerenbedrijf in aanraking. Het samenwerken met de boer, werknemers en begeleiders bevordert de saamhorigheid. Doordat een cli?nt op een bedrijfsmatige zorgboerderij wordt aangesproken op zijn mogelijkheden - en niet op zijn beperkingen - ervaren veel cli?nten werkdruk tot op zekere hoogte als uitdagend en prettig.
Onderzoekster Marjolein Elings die het onderzoek in opdracht van het Landelijk Steunpunt voor Landbouw en Zorg in Barneveld, en Omslag in Dronten uitvoerde, doet een aantal aanbevelingen voor het verbeteren van de functionaliteit van zorgboerderijen. Zo stelt zij de sector voor te stimuleren bedrijfsmatige elementen in een niet bedrijfsmatige zorgboerderijen in te bouwen en beveelt ze aan dat zorgboerderijen vooral beschikken over een echte boer. Ook beveelt ze ministeries en zorgverzekeraars aan mogelijkheden te cre?ren voor zorgdiensten waar AWBZ-financiering en ondernemerschap samengaan.
Nieuw convenant biologisch: 5% in 2007 i.p.v. 2005
04 oktober 2004 Er komt een nieuw convenant voor de stimulering van de afzet van biologische voedingsmiddelen. Daarin staat dat het streven naar een marktaandeel van 5% voor biologische producten twee jaar wordt opgeschoven naar 2007.
Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) bepleit verlenging van het huidige Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw tot 2007. Zowel Biologica als de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw hebben hier wel oren naar.
04 oktober 2004 De gemiddelde leeftijd van de biologische melkkoe is 5 jaar. Dat blijkt uit een steekproef onder 95 biologische melkveebedrijven met in totaal 6.919 koeien uitgevoerd door Animal Sciences Group - Praktijkonderzoek (ASG-PO). Uit de NRS-statistieken van 2003 blijkt dat gangbare koeien in de periode september 2002 t/m augustus 2003 gemiddeld 4 jaar en 8 maanden zijn. Biologische koeien zijn dus gemiddeld 4 maanden ouder. Daarmee lijkt de biologische melkveehouderij het streven naar een duurzame en gezonde koe daadwerkelijk in praktijk te brengen.
04 oktober 2004 De biologische praktijk heeft de afgelopen jaren een sterke professionaliseringsslag doorgemaakt. Tegelijkertijd is het onderzoek voor de biologische productiewijze in omvang gegroeid en heeft de biologische advisering zich ontwikkeld tot een volwaardige tak van de agrarische bedrijfsadvisering. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een vergroting van de (ervarings)kennis over de biologische teelt.
Dit is voor het BIOM-project aanleiding geweest om een actuele versie van teelthandleidingen voor biologisch geteelde gewassen uit te brengen. Hiervoor zijn de huidige kennis en ervaringen vanuit onderzoek, advisering en praktijk voor zeven teelten gebundeld. Bij het opstellen van deze uitgave is niet gestreefd naar volledigheid, gekozen is voor een handzame teeltbeschrijving van akkerbouw- en groenteteeltgewassen met een relatief grote teeltomvang of groeipotentie. De behandelde gewassen zijn: consumptieaardappelen, granen, ijsbergsla, peen, prei, sluitkool, en spruitkool. Ook richt deze bundel teelthandleidingen zich vooral op die praktisch bruikbare teeltaspecten die onderscheidend zijn voor de biologische teelt. Het boekje ?Zeven teelten in praktijk? is in de eerste plaats bedoeld voor gebruikers die nog weinig ervaring hebben met de biologische teelt van een bepaald gewas. Maar ook voor de meer ervaren telers en adviseurs vormt deze uitgave een handzaam naslagwerk.
Bestellen:
?Zeven teelten in praktijk? is voor ?20,- per stuk te bestellen door overmaking van het totaalbedrag op bankrekeningnummer 37.70.17.369 t.n.v. Praktijkoverzoek Plant & Omgeving ? Publicatieverkoop Lelystad, onder vermelding van bestelcode 321, het gewenste aantal exemplaren en uw volledige adres.
?Zeven teelten in praktijk? is een product van BIOM, een project van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving B.V. en DLV Plant B.V.
Biologisch blijft groeien in krimpende voedingsmarkt
30 september 2004 De verkoop van biologische producten heeft in het tweede kwartaal een groei van 4,5% gerealiseerd. Zowel supermarkten als speciaalzaken dragen bij aan deze groei. De omzet steeg met 4,5 miljoen naar 105 miljoen euro. Dat blijkt uit de cijfers van de nieuwe kwartaal EKO-Monitor, een uitgave van Biologica.
Dit resultaat is opmerkelijk te noemen gezien de daling van de levensmiddelenomzet in dit kwartaal. De omzetgroei van biologische producten is vooral te danken aan de gestegen verkoop van zuivel en vlees, het bio-ei spant echter de kroon met een stijging van 33%.
Daarnaast is het aantal bedrijven dat is omgeschakeld naar biologisch is met 26% gestegen.
De actie "Nederland gaat biologisch" van Stichting Natuur en Milieu heeft mogelijk in deze hele groeiontwikkeling een positieve rol gespeeld.
Uitgebreidere informatie kun u vinden in het volledige bericht op de site van Biologica vanwaar ook de Ekomonitor is te downloaden
30 september 2004 Het gebruik van groeilicht (assimilatiebelichting) in de glastuinbouw is de afgelopen jaren flink toegenomen. Daarmee is ook de hinder die dit gebruik veroorzaakt gegroeid en vormt het licht een probleem voor mens en natuur. LTO Nederland en de Stichting Natuur en Milieu vinden dat dit moet worden aangepakt en hebben een plan opgesteld met concrete doelstellingen en afspraken om de lichthinder terug te dringen. Op dinsdagmiddag 5 oktober zal dit plan in Den Haag worden gepresenteerd. Meer informatie over dit plan is te verkrijgen bij de genoemde organisaties.
24 september 2004 Op het symposium "Dilemma's samen opgelost" worden op 28 oktober in het Ecodrome in Zwolle resultaten van het project Bioveem gepresenteerd.
Bioveem is een vernieuwend netwerk van 17 melkveehouders, die samen met onderzoekers en adviseurs werken aan oplossingen voor knelpunten in de biologische melkveehouderij.
Veehouders, onderzoekers en adviseurs laten U zien wat er op de Bioveembedrijven bereikt is. Geen lange verhalen of dikke rapporten, maar concrete oplossingsrichtingen. In een dagvullend programma worden resultaten gepresenteerd, waarna u in de middag zelf aan de slag gaat. In vier workshops worden verschillende thema?s uitgediept en is er veel ruimte voor het uitwisselen van ervaringen tussen Bioveemveehouders en uzelf.
Deze dag is bij uitstek een dag voor de biologische melkveehouders en hun adviseurs. Andere belangstellenden zijn uiteraard ook van harte welkom. Toegang is gratis.
Vooraf aanmelden is verplicht vanwege beperkt aantal plaatsen. Na aanmelding ontvangt u een ontvangstbevestiging en een routebeschrijving.
Opgave en meer informatie over het programma via www.bioveem.nl of telefonisch op 0320 ? 293 276
24 september 2004 Ecologische kwaliteit, evenals kwaliteit van produkt en sociale kwaliteit staan centraal op de eerste Bio-Trade-conferentie die op 15 oktober wordt gehouden in Waddinxveen.
De ondertitel van deze bijeenkomst luidt: Transparantheid en Solidariteit in de Biologische Voedselketen.
Het is een groots opgezette bijeenkomst met als doel het uitwisselen van meningen en van nieuwe onderzoeksresultaten. Diverse internationale kopstukken uit de biologische wereld zullen spreken op deze conferentie; daarnaast zijn er diverse forums. In samenwerking met de Soil Association (Engeland) en Demeter International (Duitsland) is de organisatie in handen van "Nature & More" en op hun site kunt u meer informatie vinden over deze dag. De toegang is gratis, aanmelding voor 30 september is wel verplicht.www.natureandmore.nl
20 september 2004 Simon Vinkenoog heeft speciaal voor zijn appelboom een gedicht geschreven en het op 15 september voorgedragen aan zijn geadopteerde boom op De Olmenhorst.
ADOPTEER EEN APPELBOOM, 15 SEPTEMBER 2004
Voel je thuis in deze wereld, o appelboom,
wij heten je welkom, boom
in de boomgaard van het leven.
Ook wij zijn aan het ontkiemen, o appelboom,
ook de mens leert zich ontwikkelen,
op zijn huisplaneet geworteld,
en ??n met Moeder Aarde.
O appelboom, eerste en laatste boom
in de schepping - van heel lang geleden
komt het eeuwig te herhalen lied
van verlangen naar vrede,
dat gebed heet, of een aanroeping
van natuurkrachten,
als een sprank van licht
in duistere tijden.
?Mogen de winden zoet waaien!
Mogen de rivieren zoet vloeien!
Moge het gras zoet voor ons zijn!
Mogen de dagen en nachten vol geluk voor ons zijn!
Moge het stof der aarde ons vreugde verschaffen!
Mogen de bomen met zoete vruchten ons geluk geven!
Moge de zon ons zegenen met geluk!
Mogen alle wegen ons geluk brengen!?
(uit de Rig Veda)
O appelboom, ik adopteer je, niet zonder schroom -
Wil je mij wel als metgezel?
Mag ik wel van je vruchten plukken?
Wij volgen de wetten van de biologica, de logica van het leven zelf,
zoals ook wij steeds helderder beseffen
hoe hoogst noodzakelijk de ommezwaai:
duizenden jaren is gebeden om vrede,
duizenden jaren is ons de weg gewezen -
terug naar het hart - terug naar de natuur -
terug naar het goede, het ware, het schone?
O jonge appelboom,
je komt in zo?n wezensvreemde wereld terecht,
overal het gevecht tussen recht en onrecht,
overal worden met wapens conflicten beslecht
en het is niet echt en het is niet echt.
Hoe Moeder Aarde wordt vergiftigd,
en zo ook water en lucht, planten en bomen.
Wij hebben jullie zo nodig, o bomen,
jullie zijn onze longen,
ons onvervangbaar onderdak,
onze transformator, zuurstofmakers.
O Adem! O ogen!
Wie heeft de wereld bedrogen?
Waar blijft ons mededogen?
O bomen, o boom, hoe dankbaar dat je leeft
en leven geeft, moed en vertrouwen:
Jij leert ons aan de toekomst bouwen
en daarom vieren wij nu het Appelplukfeest.
Kun je nog plukken, pluk dan mee!
Leef mee, doe mee, proef mee,
adopteer een Appelboom!
Een uitstekend idee!
20 september 2004 Terwijl het ministerie van LNV in 2005 en 2006 in totaal 2,3 miljoen euro aan de stimulering van de biologische landbouw in het Noorden wil besteden overweegt de provincie Groningen haar steun, jaarlijks 75.000 euro, in te trekken. De provincie wil niet langer aan een dood paard trekken. Dat zegt de Groningse gedeputeerde Henk Bleker. Bleker denkt dat het verstandiger is geld in andere takken van duurzame landbouw te steken omdat het aantal biologische boeren in Groningen al vijf jaar blijft steken op 50 op een areaal van 2000 hectare.
Ook de PvdA in Groningen wil de steun voor de biologische sector heroverwegen. De fractie broedt al maanden op een eigen landbouwnotitie en overweegt het geld voor biologische landbouw voortaan te steken in duurzame landbouw in de landschappelijk waardevolle gebieden Westerwolde, Middag-Humsterland en het Westerkwartier.
20 september 2004 De promotie van biologische producten heeft bij supermartketen Albert Heijn niet langer de hoogste prioriteit. Albert Heijn wil zijn aandacht richten op prijsverlagingen en op het aantrekken van gezinsklanten.
Volgens een woordvoerder van Albert heijn heeft de consument op dit moment vooral aandacht voor de prijs van een product. Dan heeft het geen zin om hem te bestoken met bio-campagnes, aldus de woordvoerder.
20 september 2004 Na jaren van daling komen weer meer restanten van pesticiden voor in Belgische voedingsmiddelen. Zo'n 40% van Belgisch fruit, Belgische groente en granen bevatten resten van bestrijdingsmiddelen. Hiervan zat in 2002 5,4% boven de wettelijk toegestane grens. Ook in de rest van de Europese Unie neemt het aantal overschrijdingen onrustbarend toe. In 2002 steeg het aantal monsters dat boven het wettelijk maximum ligt met 66%. In sommige gevallen kunnen groente, fruit en granen zodanig besmet zijn "dat in een aantal gevallen een gezondheidsrisico niet uitgesloten kan worden, in het bijzonder voor bepaalde risicogroepen", aldus het jaarlijkse Europese overzicht.
20 september 2004 Albert Heijn ziet af van het plan om uitsluitend groente en fruit zonder bestrijdingsmiddelen te verkopen. Deze belofte werd in 1999 gedaan en moest in 2005 gerealiseerd worden. Albert Heijn concludeert nu dat het streven onhaalbaar is. Vanwege de hoeveelheden die AH nodig heeft, zou de kwaliteit van de productie in gevaar komen en er zou oogst verloren gaan. Milieudefensie heeft teleurgesteld gereageerd. Wouter van Eck wijst erop dat twee grote supermarktketens in Engeland wel vrijwel volledig residuvrije producten aanbieden. Ook LTO-Nederland is ervan overtuigd dat een volledig residuvrij aanbod van groente en fruit mogelijk is. Maar de vraag is wat de consument ervoor wil betalen.
20 september 2004 Het LEI berekent de kostprijs van biologisch varkensvlees. Voor 2003 kwam het LEI uit op ? 2.56 per kg geslacht gewicht. Dit jaar komt het LEI zes cent lager uit. De kostprijs voor een big ligt onverandert op ? 96.- per big.
Hoewel de kostprijs daalt blijven de kosten hoger dan de uitbetaalprijs. Deze lag in 2003 op ? 2.37 en begin dit jaar daalde deze prijs naar ? 2.22 per kg geslacht gewicht.
De omzet van varkensvlees in de supermarkt steeg tussen het eerste kwartaal van 2003 en 2004 met 9% en de totale omzet van biologisch vlees met 4%.
Bron: Oogst 17-9-04
20 september 2004 Huib Bor legt per 31 december zijn voorzittershamer neer bij de LTO/Biologica vakgroep Biologische Landbouw. Op 13 oktober zijn er verkiezingen. Leden kunnen kiezen uit:
Eric Ormel, 36 jaar, melkveehouder in De Heurne (Gld). Eric vindt bewustwording van de consument erg belangrijk; daar ligt de sleutel voor een gezonde groei van onze sector.
Gerjan Slingenbergh, 49 jaar, pluimveehouder in Ane, Overijsel. Gerjan wil zich inzetten voor financiele duurzaamheid van de sector en een gezonde markt
Kees van Zelderen, 47 jaar, melkveehouder in Westerbeek. Kees wil dat de biologische sector zich duidelijk positioneert en duidelijk aangeeft wat ons onderscheidt van gangbare landbouw
Anton van Vilsteren: 50 jaar, akkerbouwer en vollegrondsgroenteteler, Marknesse. Anton wil streven naar vergoedingen voor maatschappelijke dienstverlening door biologische boeren en harmonisering van de Europese regelgeving.
Op 7 oktober vanaf 13.30 uur, is er een landelijke verkiezingsbijeenkomst in Antropia op het landgoed Reehorst in Driebergen.
20 september 2004 De actie ?Adopteer een Kip?, die Biologica vorig jaar september begon, mocht in augustus de 25.000ste adoptant verwelkomen. De vogelpest vorige zomer was voor initiatiefnemer Biologica de directe aanleiding om met de actie te beginnen. Met het adopteren van een kip kunnen mensen een positieve daad stellen en zich uitspreken v??r biologische landbouw. De afzet van biologische eieren in de natuurvoedingswinkel is als gevolg van de campagne met meer dan 21% gestegen. Het broertje van Adopteer een Kip ?Adopteer een appelboom? is afgelopen juni officieel begonnen maar zal in september vol van start gaan met de eerste plukdagen en oogstfeesten. Eind augustus zijn er 590 bomen geadopteerd. Biologica heeft voor de appel gekozen omdat het typisch Hollands fruit is en veel biologische fruittelers aan agrarisch natuurbeheer doen. De appel heeft daardoor volop mogelijkheden om het natuurvriendelijke karakter van de biologisch teelt voor het voetlicht te plaatsen. Biologica verwacht twintig- tot dertigduizend nieuwe biologische consumenten erbij te krijgen. Maatschappelijke organisaties zullen de adoptie-actie bij leden onder de aandacht brengen en er wordt gedacht aan een radiocampagne. (zie www.platformbiologica.nl)
Adopteer een koe loopt al sinds april 2001 en wordt geco?rdineerd door Stichting Milieubewustzijn. 2100 dieren hebben een adoptieouder. Het merendeel van de dieren staat op biologische bedrijven (zie www.adopteereenkoe.nl)
20 september 2004 In augustus startte Milieudefensie in een filiaal van Albert Heijn in Gouda de zevende EKO-telling, het jaarlijkse onderzoek naar het biologische aanbod in de supermarkt. Enkele weken lang tellen vrijwilligers van Milieudefensie in honderden supermarkten door het hele land het aanbod van het biologische assortiment. De supermarkt met het grootste aanbod aan biologische producten wordt op dinsdag 2 november bekroond met de EKO-award 2004. Met de EKO-tellingen brengt Milieudefensie in kaart welke supermarkt goed presteert en welke achterloopt. Nieuw is dit jaar de samenwerking met de Koffiecoalitie, een samenwerkingsverband van onder meer Novib, Pax Christi en Solidaridad. Er wordt daarbij gekeken of de koffie in supermarktschappen op een verantwoorde manier is geproduceerd. Koffie waarbij de zorg voor mens en milieu wordt gewaarborgd, is eenvoudig te herkennen aan het keurmerk van Max Havelaar of Utz Kapeh.
In 2003 won Co?p Dunnink in De Wijk (Drenthe) met 375 biologische producten. In de meeste supermarkten vormt het aanbod van biologische producten minder dan ??n procent van het totale aanbod. Nederland loopt dan ook ver achter bij andere Europese landen zoals Duitsland en Engeland waar het aanbod vele malen groter is. Milieudefensie streeft naar een forse stijging in het aanbod van biologische producten in de supermarkt.
15 september 2004 Loop mee in de voetsporen van de das op de Hemelrijksche Hoeve.
Aan de rand van biologische melkveebedrijf de Hemelrijksche Hoeve in Biezenmortel woont sinds kort een dassenfamilie. Het is geen toeval dat de das hier is komen wonen. Dat is te danken aan de inspanningen van de boer. Voor deze inzet ontvangt melkveehouder Johan Martens dit jaar de ANNA-natuurprijs van Biologica en CLM .
Biologische landbouw en natuur horen bij elkaar. Op een biologisch bedrijf worden geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Om ziekten en plagen te voorkomen werken biologische boeren en tuinders zoveel mogelijk samen met de natuur. Wat betekent deze werkwijze voor de boer, voor de natuur, en voor een ieder die van het boerenlandschap wil genieten? Het antwoord op deze vragen brengt Biologica, CLM en de Koninklijke Nederlandse Heidemij Maatschappij (KNHM) in woord en beeld met het tweejarig ANNA-project. In het eerste jaar zijn op negentig biologische bedrijven de natuurmaatregelen in kaart gebracht. Hiervan zijn zes bedrijven, die qua inzet en innovatie uitspringen boven de groep, genomineerd voor de ANNA-natuurprijs; een bedrag van 2.000 euro. Op 23 september a.s. zal op de Hemelrijksche Hoeve de winnaar officieel bekend gemaakt en gehuldigd worden.
Winnaar ANNA natuurprijs 2004
De winnaar van de ANNA-natuurprijs 2004 is biologische melkveehouder Johan Martens van De Hemelrijksche Hoeve in Biezenmortel. Uit het juryrapport: "Als je het erf van de Hemelrijksche Hoeve opkomt, beland je direct in een prachtige bloementuin. Opvallend zijn de brede hagen waarin de hele zomer struiken bloeien. Later worden dit bessen waar vogels zich te goed aan kunnen doen. De familie Martens zorgt voor een flink stuk natuurgrasland, deels samen met Brabants Landschap." Verder zijn door de jury een aantal kenmerken benoemt die eruit springen op de Hemelrijksche Hoeve: aanwezigheid van veel bijzondere soorten zoals das, boomkikker, kerkuil en moerashertshooi, aandacht voor cultuurhistorie, overdracht van (natuur)kennis door excursies over bedrijf en in aangrenzend natuurgebied.
In de voetsporen van de das
Waarom is de das bij de Hemelrijksche Hoeve komen wonen? Na de prijsuitreiking neemt Johan Martens u mee over zijn bedrijf, letterlijk in de voetsporen van de das, zodat u zelf kunt ruiken en voelen waarom de das hier een veilig thuis heeft gevonden.
De verrassende natuur op biologische bedrijven
Na het eerste projectjaar hebben Biologica, CLM en KNHM een brochure gemaakt om in woord en beeld aan consumenten, beleidsmakers en agrari?rs te laten zien wat biologische boeren doen voor de natuur op hun bedrijf. Het eerste exemplaar van "De verrassende natuur op biologische bedrijven" zal door de vice-voorzitter van Biologica, Hans Levelt, uitgereikt worden aan een vertegenwoordiger van Natuurmonumenten.
14 september 2004 De Nederlandse Vegetari?rsbond (NVB) heeft
vandaag op een persconferentie in Den Haag haar plannen uiteengezet voor een meerjarige campagne die op 25 september in Utrecht van start gaat.
Die dag organiseert 'Leven', het tijdschrift van de Nederlandse Vegetariersbond, op de Mariaplaats van 11.30 tot 18.00 uur de eerste Nederlandse 'V-day'. Onder het motto 'smullen zonder vlees' laten
producenten dan zien wat er voor breed scala aan alternatieven voor vlees en vis beschikbaar is. Bezoekers kunnen proeven van allerhande culinaire
hoogstandjes en verder onder meer luisteren naar twee bands. Op een infomarkt zijn tientallen stands van belangenorganisaties te bezoeken.
Ook is er een kooktheater waar onder leiding van een chef-kok een wereldreis door de vegetarische wereld wordt gemaakt. V-day wordt mede
mogelijk gemaakt door VROM, de Dierenbescherming en Honig.
Dolf Jansen, Loretta Schrijver, Belinda Meuldijk, Jort Kelder, Georgina Verbaan, Paul Cliteur, Yvonne Kronenberg, Joost Eerdmans (LPF), Krista
van Velzen (SP) en Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) zullen in de aanloop naar V-day in de week van 20 tot en met 25 september geen vlees
en vis eten. Van Velzen en Thieme, die vegetari?r zijn gaan de uitdaging aan om veganistisch te eten. 'Met de V-day wil de NVB laten zien dat
vegetarisch eten werkelijk smullen zonder vlees en vis is', aldus directeur Bernd Timmerman van de NVB.
Met als campagnenaam: Plantaardig? Waarom? Daarom! gaat de NVB volgend jaar in maart een maatschappelijk debat organiseren. Centraal in de
campagne staan 'De vier V's': Verminderen & Vervangen van Vlees- en visconsumptie en Verfijnen & Verbeteren van vlees- visalternatieven. De NVB organiseert in het kader van deze campagne verder een jaarlijks
terugkerende V-week, activiteiten rondom 1 en 2 oktober in het kader van World Vegetarian Day en World Animal Farm Day. Via een interactieve
website, regionale bijeenkomsten en een publiekscampagne zal de NVB voorts de voordelen van vegetarisch eten onder de aandacht brengen.
'Ons streven is 1 en 2 oktober uit te laten groeien tot landelijke activiteiten.1 Oktober is World Vegetarian Day. Dat is een dag van en
voor vegetari?rs waarbij we ons bewust zijn, en dat willen laten blijken, van de ethische, milieu-technische, gezondheids en humane voordelen van
een vegetarische voedingspatroon', stelt Bernd Timmerman. '2 Oktober is de dag van het landbouwhuisdier. Per jaar produceert Nederland maar liefst 450 miljoen landbouwhuisdieren die het slachtoffer zijn van onze behoefte aan een goedkoop stuk vlees. De NVB nodigt mensen uit om in ieder geval op 1 en 2 oktober geen vlees en vis te eten. De organisatie vraagt vegetari?rs om familie, vrienden en kennissen uit te nodigen om
thuis of buitenshuis vegetarisch te gaan eten. De NVB gaat van 1 en 2 oktober vlees- en visloze dagen maken'.
De NVB wil verder trends en ontwikkelingen in de markt gaan aangeven en alle actoren met elkaar in contact brengen. Er zullen vier deelstudies
verschijnen over de vier pijlers: dierenwelzijn, milieu, gezondheid en wereldvoedselverdeling in relatie tot consumptie van vlees en plantaardig
voedsel. De NVB kiest onder aanvoering van directeur Bernd Timmerman voor een actief plantaardig offensief waarbij consumenten informatie wordt gegeven over de grote voordelen van vegetarisch eten.
14 september 2004 Oerlemans Foods, fabrikant van vriesverse produkten verwacht veel van biologische vriesversprodukten. Oerlemans is daar al sinds eind jaren tachtig mee bezig op verzoek van een Duitse afnemer. Het bleek aanvankelijk een flinke worsteling. Marketing directeur Korsten: 'Wij wilden vanaf het begin met dezelfde kwaliteit werken als met gangbare produkten en daar ontbrak het nogal aan bij biologische groenten. Bovendien waren de volumes toen zo klein. Toch deden we dat, hoewel de kosten hoog waren. We hebben zo wel veel expertise opgebouwd. Nu biologisch echt een trend is hebben we een voorsprong op onze concurrenten'.
Dat de prijs een drempel is voor de groei van de biologische sector, zoals de laatste tijd regelmatig is te horen, wil er bij de Oerlemans-leiding niet in. Korsten: 'Wij kunnen biologisch voor dezelfde prijs leveren als gangbare versvriesproducten. Hoe? De inkoop en de verwerking zijn inderdaad duurder, dus nemen wij genoegen met een lagere marge. Als de consument dan toch meer betaalt in de winkel ligt dat toch echt aan de supermarkt'.
Bron: Trouw, 13-9-04
14 september 2004 Het heeft erom gespannen maar kinderdagverblijven en peuterspeelzalen kunnen vanaf nu overschakelen op biologisch fruit. Vorig jaar is het project Goed Fruit opgezet door consumentenvereniging Goede Waar & Co en Biofruit zodat kinderdagverblijven vers biologisch fruit kunnen verstrekken. Omdat er geen distributeur kon worden gevonden, dreigde het project in schoonheid te sterven ondanks vol-doende animo. Nu op de valreep het Haagsche Nedtexpresse de levering voor zijn rekening neemt, kunnen alle dagverblijven biologische appels, peren, kiwi?s en bananen bestellen.
De twintig dagverblijven die zich reeds hebben aangemeld om mee te doen krijgen een brief en een aanmeldingsformulier waarin ook een regeling wordt getroffen voor de bezorgkosten. Volgens woordvoerder Nico de Leeuw wil Goede Waar & Co met dit project kinderopvanginstellingen stimuleren om over te schakelen op fruit van biologische teelt. Het project is gericht op kinderdagverblijven en peuterspeelzalen waar kinderen worden opgevangen van 0 tot 4 jaar. Jonge kinderen zijn extra gevoelig voor gifresten en hebben dus baat bij schone voeding. Ook kan deze ontwikkeling ouders aansporen om vaker biologisch voedsel te kopen.
Biofruit is een samenwerkingsverband van biologische fruittelers verspreid over heel Nederland, en levert ook biologisch fruit aan Albert Heijn. De biologische telers hebben ook het initiatief genomen om consumenten appelbomen te laten adopteren (www.adopteereenappelboom.nl) en organiseren landelijke plukdagen voor het hele gezin.
Biologisch fruit is onder zo natuurlijk mogelijke omstandigheden geprodu-ceerd, er komt geen kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen of gentech-nologie aan te pas. Voor babyvoeding uit een potje stelt de overheid al strikte normen maar voor vers fruit gelden dergelijke normen nog niet.
Goede Waar & Co is een consumentenvereniging die staat voor mens-, dier- en milieuvriendelijk consumeren. Nico de Leeuw: ?We testen voeding en kleding op deze aspecten en de onderzoeksresultaten worden in ons tweemaandelijks magazine gepubliceerd. Daarnaast organiseren we regelmatig consumentenacties en campagnes. Het project Goed Fruit is daar een voorbeeld van.? Verder benadrukt hij dat een dergelijk initiatief in andere landen al wordt uitgevoerd. ?In Belgi? is het project Biofruit van start gegaan en in Itali? is het voor instanties verplicht om kinderen tussen de drie maanden en 10 jaar biologische voeding te geven.?
Ook kinderdagverblijven die alsnog interesse hebben, kunnen zich aanmelden via info@nedtexpresse.nl of 070-3555115.
Ouders kunnen met vragen over voeding terecht bij het informatiecentrum van Goede Waar & Co op 020-6878552 of www.weetwatjeeet.nl
13 september 2004 In 10 jaar tijd heeft de Forest Stewardship Council (FSC) de bosbouwwereld veranderd. FSC is een levensvatbare, wereldwijde organisatie geworden, leidend in het ontwikkelen van instrumenten om duurzaam gebruik van de bossen in de wereld te stimuleren. Het heeft bewezen een van de weinige instrumenten te zijn, voortgekomen uit de Rio Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling, die een levensvatbare basis heeft. Het heeft een enorm potentieel om het verlies van biodiversiteit te verminderen, de levens van mensen die in, en van bossen leven te verbeteren en om degradatie van het milieu te keren.
FSC heeft al invloed gehad op de wijze waarop vooraanstaande bedrijven omgaan met verschillende belangen. ?Wat er ook zal gebeuren, we hebben de bosbouwwereld veranderd, omdat nu mensen met elkaar praten die eerst niet met elkaar praatten. Als FSC morgen zou stoppen, zouden ze nog steeds met elkaar blijven spreken?, zegt Timothy Synnott, FSC?s eerste directeur.
FSC heeft een systeem gecre?erd waarin een participatieve aanpak door alle belangenhebbende partijen op het gebied van beleidsontwikkeling -en uitvoering wordt gestimuleerd. De waardes van de organisatie combineren economische groei, sociale ontwikkeling en milieubescherming als elementen van duurzame ontwikkeling. Daarbij wordt de kennis gebruikt van alle sociale, milieu en economische groepen die zich betrokken voelen bij de toekomst van de wereld.
In tien jaar tijd is 45 miljoen ha bos, in meer dan 60 landen, gecertificeerd volgens de FSC-standaards. FSC heeft internationale en nationale standaards van hoge kwaliteit goedgekeurd voor certificering van bosbeheer. De standaards zijn tot stand gekomen met een goed uitgebalanceerde participatie van sociale, milieu en economische belangen.
Meer dan tienduizend gecertificeerde bosproducten, met een geschatte waarde van $3 miljard USD, dragen het FSC-keurmerk. Grote retailers in Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Azi? vragen naar FSC-gecertificeerde producten. FSC heeft de bosindustrie een alternatief geboden voor bosdegradatie
Op www.fscnl.org treft u achtergrondinformatie over het FSC- keurmerk
Biologische landbouw presteert beter bij klimaatverandering
13 september 2004 In een wereld met een veranderd klimaat is de voedselvoorziening een kwetsbaar punt. Wat is de invloed van langdurige droogte of hevige neerslag op de landbouw? Uit recente onderzoeken blijkt dat biologische landbouw in dergelijke omstandigheden beter presteert. De bodemkwaliteit is hierbij de grootste troef, concludeert Biologica.
Hoewel er nog steeds wetenschappers zijn die beweren dat het wel meevalt met de klimaatverandering, liggen de harde feiten wereldwijd op tafel. Meetgegevens uit het ijs van Antarctica tonen aan dat het CO2-gehalte in de atmosfeer in de afgelopen 400.000 jaar nog nooit zo hoog geweest is als nu, en bovendien nog nooit zo snel gestegen is. Wereldwijd hebben boeren te maken met weersomstandigheden die onberekenbaar zijn geworden. Niet alleen in derdewereldlanden, maar ook in Nederland zijn de effecten te zien. Voor de landbouw is vooral van belang dat er meer (erg) natte en (erg) droge periodes komen. De variabiliteit van het weer wordt groter. Dat biologische landbouw in dergelijke omstandigheden veel beter presteert, is dit jaar aangetoond in onderzoek van het Rodale Instituut uit Pennsylvania (VS), de Universiteit van Navarra (Spanje) en Bundesforschungs-anstalt f?r Landwirtschaft in Braunschweig (Duitsland).
De crux is telkens weer de kwaliteit van de bodem, concludeert Biologica uit deze drie onderzoeken. Biologische bodems bevatten veel meer leven. Dit komt doordat er natuurlijke bemesting wordt gebruikt of groenbemesting. De ondergeploegde mest of plantenresten worden geleidelijk afgebroken door microscopisch leven. Al die activiteit zorgt voor een betere structuur, waardoor onder andere de plantenwortels en daardoor ook het regenwater dieper kunnen doordringen. Bij droogte wordt het schaarse water beter benut en bij overstromingen wordt er meer water opgeslagen en is er minder erosie. Kijkend naar de huidige klimaatomstandigheden in derdewereldlanden is dit een belangrijk argument voor de toepassing van biologische landbouw. De gevolgen van erosie en droogte in derdewereldlanden zijn vaak dramatisch, ook zonder verder klimaatsveranderingen.
Afgezien van de gevolgen voor gezondheid, dierenwelzijn, biodiversiteit, natuur en landschap, blijken er weer nieuwe argumenten te zijn die pleiten voor biologische landbouw: de waterhuishouding van de grond wordt een stuk beter en erosie krijgt minder kans. Deze voordelen vloeien voort uit de achterliggende gedachten van biologische landbouw. Zij kijkt niet alleen naar onderdeeltjes, maar naar het hele natuurlijke systeem dat de landbouw omgeeft. De voordelen blijken keer op keer opnieuw.
Biologica heeft de resultaten van de onderzoeken samengevat en gepubliceerd in het blad Smaakmakend, dat sinds deze week o.a. via de natuurvoedingswinkels verspreid wordt. Het artikel staat vanaf volgende week ook integraal op www.smaakmakend.nl onder ?actuele zaken?.
13 september 2004 Vanaf oktober 2004 zullen een 3000-tal leerlingen van 20 Leuvense scholen ??n keer per week kunnen genieten van een biologische appel, peer, banaan of kiwi. De scholen doen mee aan de actie "Biofruit op school" die door Vredeseilanden werd opgezet in het kader van de campagne "10/10 voor de biologische landbouw". Het project loopt in samenwerking met IGO Leuven (logistiek), Veiling Brava en de keten-managers. Naar alle waarschijnlijkheid zal ook de stad Leuven haar steentje bijdragen door financieel tegemoet te komen in de kostprijs voor de leerlingen.
De Leuvense dynamiek is al dadelijk doorgedrongen tot in Limburg waar De Wroeter samen met de ketenmanagers een gelijkaardig project lanceren.
Wie meer informatie wenst over deze actie kan terecht op de website www.biofruitopschool.be
13 september 2004 De Natuurvoedingswinkelorganisatie (NWO) weerlegt de constatering van Stichting Natuur en Milieu dat de verkoop van EKO-producten nauwelijks is gegroeid.
Dit voorjaar startte de campagne 'Nederland gaat biologisch', waarbij dertig maatschappelijke organisaties, waaronder Natuurmonumenten en Biologica, hun leden opriepen meer biologisch voedsel te kopen bij Natuurwinkels. Via televisie- en radiospotjes plus advertenties in de ledenbladen werd de actie gepromoot. Het idee was dat, wanneer de helft van de leden voor 2,50 euro per week biologisch kocht, de vraag naar biologische voeding zou verdubbelen. Door middel van een strippenkaart konden klanten sparen voor reductie op toegangskaartjes voor Dierenpark Emmen, Naturalis en het Museon. Voglens NWO-directeur Maarten Rijniks heeft de actie extra omzet gegenereerd. Dit is volgens hem af te leiden van de omzetstijging van 9 procent die de Nederlandse Natuurwinkels het afgelopen half jaar hebben gerealiseerd. Er zijn inmiddels 36 duizend strippenkaarten ingezonden door consumenten, wat er volgens Rijniks op duidt dat de actie boven verwachting liep. Hij denkt dat de campagne 'Nederland gaat biologisch' ertoe heeft geleid dat er een klantengroep bij is gekomen. "Een aantal Natuurwinkels is in staat geweest nieuwe klanten aan zich te binden. "
Bron: Biofood online
13 september 2004 De Nederlandse biotelers verwachten ten opzichte van de twee voorafgaande jaren een grotere oogst aan biologische appels en een redelijk vergelijkbare oogst aan biologische peren. Een eerste schatting is dat er circa 15 tot 20 procent meer appels geplukt gaan worden (en dat is weer ongeveer 500 ? 750 ton meer bio-appels dan in de twee laatste jaren). Ook de oogstverwachting bij peren ligt wat hoger dan in de laatste twee jaar. Binnen telersvereniging Prisma wordt er jaarlijks een gedetailleerde oogstraming gehouden waarvan de eindresultaten begin augustus bekend zijn.
Wat betreft kwaliteit is het nog moeilijk om een precies beeld te krijgen. Verruwing is een veel kleiner probleem dan in de voorgaande jaren. Schurft speelt in dit wat nattere jaar wat meer (maar in het algemeen blijft de aantasting beperkt). De vruchtmaat lijkt in het algemeen wat minder grof dan in de laatste twee jaren en dat is zeker voor grootvruchtige rassen als Jonagold een voordeel.
Wat betreft rassen is de verwachting dat er vooral meer Elstar komt. Ook Topaz groeit wat betreft productievolume vrij hard met het in productie komen van de jonge bomen. Bij Santana is beperkt meer productie te verwachten.
13 september 2004 Alle natuurvoedingsgroothandels, Stichting Natuur & Milieu, Stichting PBS en Biologica hebben dit najaar de handen ineengeslagen voor een gezamenlijk najaarsoffensief rond de nieuwe appeladoptie actie. Dat samenwerking werkt, gaat de najaarscampagne rond de appeladoptie bewijzen. De eerste resultaten spreken boekdelen:
- In ruim 1 week hebben zich al meer dan 125 winkels aangemeld als deelnemer bij Biologica: vrijwel iedereen neemt alle promotiematerialen op, inclusief de verkoop van appelboomcheques in de gratis display. Het doel van 200 deelnemende winkels zal volgens verwachting gehaald worden.
- De deelnamebereidheid van de maatschappelijke organisaties is groot met een voorlopige totaaloplage van ruim 600.000 magazines (o.a. Bondgenoten Magazine van FNV, De Kleine Aarde, Ode, St. Natuur&Milieu, etc.), waarin een halve pagina redactie en invulbon voor de appeladoptie zal worden opgenomen. Een oplage van ca. 200.000 magazines zal redactie en de invulbon voor de kipadoptie bevatten. En in diverse andere tijdschriften verschijnen algemeen redactionele artikelen over biologisch, onder andere in Buitenleven (140.000 oplage). Verder wordt informatie op diverse websites opgenomen.
- Alle groothandels en winkelorganisaties trekken mee aan de adoptiekar en bieden aanvullende najaarsacties om de winkels verder te ondersteunen.
Mediacampagne Appelboomadoptie
Rond Plukfeest op 15 september
Biologica heeft inmiddels zijn mediaplanning bekend gemaakt:
- week 37/38: radiospots
- 15 september Plukfeest op de fruitteeltbedrijven met optreden van Dichter des Vaderlands Simon Vinkenoog (en dus mediaandacht)
- 18 september Licht op Groen pagina Appeladoptie in Volkskrant, Trouw en NRC
- begin oktober een PR-offensief rond de leukste december verrassing: de appelboomcheque of kipkadobon
Met de media-aanpak van Biologica, de aandacht voor de appelboomadoptie in de tijdschriften en op websites van de maatschappelijke organisaties, ?n de actieve verkoop van de appelboomcheques in 200 natuurvoedingswinkels, moet het doel van 20.000 nieuwe appelboomadoptanten binnen een half jaar gehaald kunnen worden.
13 september 2004 Het Duitse ZMP schat de totale omzetgroei van bio in Duitsland in 2003 op 4% en het bio-landbouwareaal is in 2003 met 5,3% gegroeid (?KOMARKT Forum, 30/7/04). Daarmee ligt het bio-aandeel op de totale levensmiddelenomzet op 2,4 procent. De bio-omzet steeg in 2003 zowel in de supermarkten als natuurvoedingswinkels. Door een toename aan succesvolle bio-supermarkten winnen supermarkten geen marktaandeel van de natuurvoedingswinkels meer. Er bestaat geen twijfel dat na de sterke stijging door de BSE-crisis in 2001 en de stagnatie in de afgelopen jaren er nu weer over een langdurige groeitrend te spreken is. Ook voor groenten en fruit - die niet zo?n hoge distributiegraad hebben - verwacht men dat door sterke stijging leveringen vanuit het buitenland de distributiedichtheid toeneemt en bijdraagt aan de bio-omzetgroei. Of de discounters in de toekomst meer bio-producten in hun assortiment op gaan nemen blijft een vraag.
13 september 2004 Milieudefensie heeft donderdag 9 september groente en fruit, waaronder andijvie en aardbeien, teruggebracht naar het hoofdkantoor van Albert Heijn in Zaandam. Onafhankelijke metingen hebben bij deze producten illegaal gif aangetoond. Soortgelijke gifgroenten en ?fruit zijn ook aangetroffen bij C1000 en Super de Boer, waardoor ook de directies van deze ketens desbetreffende groente en fruit retour kregen. Daarom krijgen deze drie supermarktketens een gele kaart van Milieudefensie.
'Landbouwgif is schadelijk voor gezondheid en milieu. Supermarkten moeten nu eindelijk hun verantwoordelijkheid nemen. Klanten horen weer
te kunnen vertrouwen wat er op de schappen ligt', aldus directeur Vera Dalm van Milieudefensie. Uit de nieuwste meetresultaten blijkt dat de
drie grootste supermarktketens van Nederland hun zaakjes niet op orde hebben. Naast sporen van illegaal gif in de andijvie van Albert Heijn
werd bij Super de Boer een overschrijding van de wettelijke normen voor gif in kropsla vastgesteld.
13 september 2004 Vooruitlopend op het nieuwe overheidsbeleid heeft SP-Kamerlid Krista van Velzen een tienpuntenplan uitgewerkt om de biologische landbouw te stimuleren. De biologische sector lijdt onder een imagoprobleem. Te exclusief en te duur, zegt iedereen. Dat komt echter door het beleid van supermarkten en overheid. D??r ligt dus ook de oplossing. De regering streeft naar 5% biologisch marktaandeel in 2004, maar blijft door haar passiviteit steken op 1,6%.
Van Velzen: 'De biologische landbouw doet als enige wat het marktdenken vereist: alle productiekosten doorberekenen in de prijs van het product. Andere landbouwtakken kunnen goedkoper produceren maar laten de samenleving opdraaien voor de kosten van bijvoorbeeld bodem- en waterverontreiniging. De markt faalt dus'. Ook de supermarkten krijgen een veeg uit de pan van het Kamerlid: 'Zij lanceren biologisch voedsel bewust als een luxe nicheproduct. Zij zouden de prijs gemakkelijk omlaag kunnen brengen, maar doen dat niet vanwege de winsten'.
Het SP-plan bevat tien concrete maatregelen waardoor het biologische marktaandeel zal groeien en het prijsverschil met gangbaar voedsel zal dalen. Enkele hiervan zijn:
* De overheid moet zelf meer biologische producten in haar kantines aanbieden
(bij ministeries, ziekenhuizen, politie, universiteiten, gemeentehuizen etc.)
* De keten moet oplossingen ontwikkelen voor het prijsprobleem (gezamenlijk lagere marges doorvoeren, bijvoorbeeld via introductiefondsen of marges in centen in plaats van procenten
* Verduurzaming van de landbouwsubsidies
(hogere premies voor duurzame boeren, lagere premies voor niet-duurzame boeren)
* Openbaarheid over gangbare landbouwpraktijken
(aanscherping reclame code, openbaar maken van voedseltesten, invoering van communicatiecode voor productschappen en gedegen informatieprogramma?s op scholen en TV)
* Fiscale vergroening
(duurzaam ondernemerschap wordt beloond middels extra fiscale aftrek)
07 september 2004 Van 13 september tot en met 11 oktober 2004 is de Kaderregeling kennis en advies opengesteld voor de doelgroep 'Jonge agrari?rs'.
Agrari?rs die van plan zijn een nieuw landbouwbedrijf te stichten of een bestaand landbouwbedrijf over te nemen kunnen in aanmerking komen voor subsidie, wanneer zij door deskundigen een ondernemingsplan laten opstellen.
Om in aanmerking te komen voor subsidie mag de aanvrager niet ouder zijn dan 40 jaar en niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht hebben gehad.
De minister heeft voor deze openstelling een budget van EUR 420.000,- beschikbaar gesteld. Het subsidiebedrag per aanvrager bedraagt maximaal EUR 1.500,-.
De regeling wordt uitgevoerd door LASER. Voor nadere informatie over de regeling en deze openstelling of het aanvragen van formulieren kan contact opgenomen worden met Het LNV-Loket: 0800 - 22 333 22 of de internetsite www.minlnv.nl/loket .
Op de internetsite zijn tevens de regelingstekst en het openstellingsbesluit te vinden. Oude aanvraagformulieren kunnen niet worden gebruikt.
07 september 2004 Heeft u ook wel eens vertwijfeld in de winkel bij het schap kipproducten gestaan? U vraagt zich af waarom de prijs van biologische kip toch meer dan het dubbele is ten opzichte van gangbaar geproduceerd kippenvlees.
Voor het antwoord op deze vraag heeft Wageningen UR de eerste stap gezet. Haar onderzoekers hebben de kostprijs berekend van biologisch
kippenvlees. Deze verkoopprijs van de boer ligt in Nederland op 1,85 euro per kilo. Voor gangbaar kippenvlees geldt een gehalveerde kostprijs.
Maar de kostprijs maakt slechts 10% uit van de uiteindelijke verkoopprijs. De resterende 90% wordt gevormd door kosten en marges van
verwerkers, handelaren en winkeliers. Het is dan ook niet logisch dat de prijs van biologisch pluimvee in de winkel wordt verdubbeld.
Het blad Ekoland bekeek onlangs de prijs van biologische spaghetti in de supermarkt. Zij vonden hier marges van 66% voor de groothandel en
43% voor de supermarkt zelf.
Als reactie onderzocht Groothandel De Nieuwe Band de prijsopbouw van ?eigen? spaghetti. Deze wordt verkocht in natuurvoedingswinkels. De Nieuwe Band kwam op een 15-21% marge voor de groothandel en 25-30% voor de natuurvoedingswinkel.
Door deze lagere marges kan de prijs voor de tarweboeren hoger zijn (? 0,30 i.p.v. ? 0,23). En dat terwijl de advies verkoopprijs van
spaghetti in de natuurvoedingswinkel winkel lager is dan in de
supermarkt (? 1,79 i.p.v. ? 2,38).
De rechtvaardigheid van prijsopbouw is lastig te doorgronden. Bij hoge prijzen van producten rijst al gauw het vermoeden dat de prijs onnodig
wordt opgedreven door hoge marges van tussenpersonen en winkels. Meer onderzoek en uitleg over de prijsopbouw van biologische producten is dan ook wenselijk.
07 september 2004 Tuinders hebben matig gebruik gemaakt van de Regeling stimulering biologische productiemethoden (RSBP), die voorlopig voor de laatste keer is opengesteld. Er is voor ? 1,3 miljoen aan steun toegekend terwijl er 3 miljoen beschikbaar was. In totaal dienden 94 ondernemers een verzoek in waarvan 85 werden gehonoreerd. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van landbouw.
06 september 2004 Popster Sting, nu 52 jaar oud, verkoopt in Londen bio-groenten uit eigen tuin. Volgens de 'Express' is de multi-miljonair elke donderdag in 'The Old Forge Farm Shop' in Berwick St. James, dichtbij zijn verblijf in Wilford-cum-Lake, met zijn groenten te vinden.
Bonen, tomaten en knoflook uit gegarandeerd biologische-Sting-teelt worden door een kleine transporteur bezorgd. Mensen kunnen zelf de herkomst van de producten zien. Het is allemaal vers en gezond en uit de tuin van Sting. Beter kan men eigenlijk niet kopen, want Sting (die als Gordon Sumner geboren werd) verbouwt al meer dan tien jaar biologische groenten in zijn eigen tuin.
06 september 2004 De Britse supermarktketen Sainsbury's gaat de proef die men in juli is gestart, met de verkoop van melk afkomstig van koeien die voer hebben gehad dat gegarandeerd vrij was van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's), verder uitbreiden. Tot nu toe werd deze bijzondere halfvolle gepasteuriseerde melkvariant in 105 vestigingen verkocht. Dat aantal wordt tot het eind van dit jaar uitgebreid tot 190.
Sainsbury's vraagt een iets hoger prijs voor de melk. Ook de melkveehouders ontvangen een toeslag voor hun melk vanwege de extra kosten die ze maken.
06 september 2004 Friesland wil de biologische landbouw in de provincie de komende vier jaar met ruim 200.000 euro te steunen. Het geld gaat naar de bevordering van de thuisverkoop, de kleinschalige verwerking van organisch materiaal in Dongeradeel en het verlengen van het dienstverband van de promotor voor biologische landbouw.
Voor de promotie van het vergroten van het biologisch assortiment levensmiddelen in Friese midden- en kleinbedrijven en de bouw van een mouterij bij de Sneker bierbrouwer Us Heit heeft het college vooralsnog geen geld gereserveerd. Voor deze plannen wordt eerst naar andere geldbronnen gezocht.
06 september 2004 De stierkalveren die op Praktijkcentrum Aver Heino geboren worden verdwijnen sinds april 2003 niet meer in het gangbare circuit. Op proefbedrijf Droevendaal in Wageningen worden ze opgefokt tot een leeftijd van ongeveer 15 maanden. De dieren zijn gehuisvest in een hellingstal op stro en krijgen weidegang. Inmiddels zijn de eerste vier stiertjes geslacht en beoordeeld door vleesverpakker Poel en Kamps. Met de uitkomst van de test wordt het mesttraject aangepast. Zo wordt geplet graan toegevoegd aan het rantsoen om de dieren iets vetter te krijgen en daarmee het vlees meer smaak te geven.
De experimenten op Droevendaal zijn onderdeel van het project Stierkalf Waardig van Vereniging Natuurweide, GLTO en Agro Eco. Samen met Henk van den Berg van de Betuwse Kalver Centrale (BKC) wordt gewerkt aan het opzetten van een keten voor jong biologisch rundvlees. Handelaar Van den Berg ziet een niche markt voor jong rundvlees, afkomstig van stiertjes die in 13 ? 15 maanden gemest worden tot een gewicht van 550 kilo in een systeem met weidegang en een welzijnsstal. Bekeken wordt nog in hoeverre dit gerealiseerd kan worden binnen de Eko-normen.
03 september 2004 Praktijkcentrum Aver Heino ?in de regio beter bekend als Proefboerderij Aver Heino- is uitgeroepen tot Raalter Onderneming van het Jaar 2004. Dit werd bekend gemaakt tijdens de feestelijke bedrijvenmiddag van het Sallands Oogstfeeest Stoppelhaene, het grootste en gezelligste oogstfeest in de provincie Overijssel. De verkiezing van de Raalter Onderneming van het Jaar is een initiatief van de gemeente Raalte en Stichting Stoppelhaene. Het is een onderscheiding voor een in de gemeente Raalte ?waartoe ook het dorp Heino behoort- gevestigde onderneming die door haar bedrijfsmatige activiteiten op een positieve wijze een bijdrage aan de gemeenschap heeft geleverd. Zeven bedrijven in verschillende categorie?n waren voor de prijs genomineerd, waaronder Aver Heino in de categorie land- en bosbouw.
Het juryrapport beschrijft Aver Heino als volgt:
?In de 75 jaar van haar bestaan is proefboerderij Aver Heino in de agrarische sector uitgegroeid tot een begrip en zijn er talloze onderzoekingen gedaan op het gebied van de melkveehouderij. Agrari?rs uit heel Noord- en Oost Nederland hebben er hun voordeel mee gedaan.
Enkele jaren geleden heeft het bedrijf de overstap naar de biologische melkveehouderij gemaakt. Aver Heino vindt dat melkveehouderij meer is dan melk en vlees produceren. Het bedrijf kiest dan ook voor verbreding, bijvoorbeeld in de vorm van het aanbieden van groene en blauwe diensten zoals landschaps- en natuurbeheer. Door goede communicatie is Aver Heino in staat geweest om steeds opnieuw projecten en subsidies binnen te halen.
Naast de Nederlandse melkveehouder rekent Aver Heino ook de bevolking van Raalte en omgeving nadrukkelijk tot haar doelgroep. Zo staat het bedrijf altijd open voor mensen die langs komen fietsen en ontvangt het jaarlijks veel verenigingen en basisschoolleerlingen.
De gemeente Raalte en de Stichting Stoppelhaene hebben besloten proefboerderij Aver Heino te benoemen tot Raalter onderneming van het Jaar 2004 vanwege haar sterk innovatief ondernemerschap binnen de agrarische dienstverlening, haar grote belang voor alle rundveeagrari?rs en haar promotionele waarde voor de Raalter gemeenschap.
Voorzitter van de Stichting Stoppelhaene, melkveehouder Theo Ogink, en de burgemeester van de gemeente Raalte, de heer Houben, waren bij de uitreiking aanwezig om de genomineerden te feliciteren en toe te spreken en de winnaar bekend te maken. Het bij de prijs behorend kunstwerk van de kunstenaar Marie-Louise Kersbergen en de oorkonde krijgen een speciaal plaatsje in het ontvangstgebouw.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Praktijkcentrum Aver Heino, tel. (0572) 39 12 64.
03 september 2004 Ma?s van ongeveer anderhalve meter hoog met een vergelijkbare voederwaarde-opbrengst als normale ma?s. Dat is wat Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) voor ogen heeft met het project landschapsma?s. Donderdag 26 augustus presenteerde het onderzoeksbedrijf de mogelijkheden op het demoveld in Nistelrode (NBr.).
PPO ziet mogelijkheden voor kortere ma?s. Nederlandse melkveehouders hebben een ruwvoeroverschot en ruimte voor de teelt van eigen krachtvoer. Landschapsma?s past in dit plaatje. De opbrengst ligt weliswaar lager maar het aandeel kolf is hoger waardoor deze ma?s een extreem hoge voederwaarde heeft. De VEM-opbrengst kan hetzelfde zijn als normale ma?s.
Onderzoeker Jos Groten ziet nog meer voordelen. Ma?s van anderhalve meter wordt half augustus begin september geoogst. Het kortere groeiseizoen maakt een v??r- en nateelt mogelijk. Landschapsma?s past hiermee goed in het nieuwe mestbeleid, waar een bepaalde hoeveelheid stikstof via een groenbemester voor het volgende ma?sgewas beschikbaar moet komen. Mogelijk heeft de korte ma?s ook minder stikstof nodig.
Bodemkwaliteit
Door het kortere groeiseizoen past landschapsma?s ook prima in een vruchtwisseling met andere gewassen. Vruchtwisseling en een geslaagde groenbemester hebben een positieve invloed op het organische stofgehalte van de grond. Dit heeft een positieve uitwerking op de bodemstructuur, de vochtvoorziening, het bodemleven en de stikstoflevering. De bodemkwaliteit is de komende jaren het probleem in de ma?steelt.
Vruchtwisseling heeft ook een verhoging van de opbrengst tot gevolg en onkruiden zijn beter te beheersen dan in een continuteelt. Opbrengstcompensatie bij landschapsma?s is tevens te vinden in de revenuen van de v??r- en nateelt. Groten denkt dat hiermee de opbrengst van landschapsma?s niet lager uitvalt dan die van normale ma?s.
Op het demoveld in Nistelrode staan verschillende rassen: het langste en kortste ma?s van de rassenlijst 2004, een kort oud ras (2.00 meter), nieuw gekweekte korte rassen (1.80 tot 2.00 meter) en suikerma?srassen (1.55 tot 1.80 meter). Suikerma?s heeft de juiste lengte en is hier opgenomen voor een goede beeldvorming, aldus Groten. ,,De toekomst ligt bij nieuw gekweekte rassen.? Dit betekent wel dat het nog tien jaar kan duren voordat landschapsma?s voor de praktijk beschikbaar is.
Veiliger en fraaier
Het idee om landschapsma?s te ontwikkelen komt voort uit de negatieve geluiden vanuit de maatschappij en overheden op de massale teelt van ma?s. Het zou een eentonig landschap geven, recreanten het uitzicht ontnemen en in sommige gevallen de verkeersveiligheid hinderen. Kortere ma?s heeft deze nadelen niet.
De eerste onderzoeken en het demoveld zijn tot stand gekomen in samenwerking met vereniging de Maashorstboeren, het ministerie van LNV en Landbouw Innovatie Noord-Brabant. PPO zoekt nog kweekbedrijven en financiers die deel willen nemen aan het vervolgonderzoek.
03 september 2004 Bioboerderijen hebben minder kosten en kunnen beter overleven omdat ze een goede prijs krijgen voor hun producten. Europa zou met de biobedrijven op zijn landbouwsubsidies kunnen besparen. De steun per hectare zou tussen de drie en achttien euro lager kunnen liggen.
De bioboeren doen het helemaal niet zo slecht. Ze maken gemiddeld zelfs meer winst dan hun tegenhangers in de conventionele landbouw. En dat terwijl ze in ons land gemiddeld 18 procent minder subsidie krijgen. Dat blijkt uit een eindverhandeling van Brent D'Hooge aan de Vrij Universiteit Brussel, die zich voor deze conclusies baseerde op een analyse van de Europese en Belgische landbouwcijfers. Het kleinere aandeel in de subsidiepot is wel vooral te verklaren doordat de bioboeren minder actief zijn in de sectoren die door Europa sterk gesteund worden, zoals graan en melk.
De biolandbouwers boeren vooral goed omdat ze minder kosten maken. Voor akkerbouw en melkerijen liggen die twintig procent lager. In de biologische tuinbouw zou het kostenplaatje zelfs maar de helft bedragen. Alleen veeteelt volgens de bionormen zou toch iets duurder zijn (ongeveer zeven procent). "Dat komt vooral omdat de dieren veel bewegingsruimte nodig hebben en omdat ook hun voeding van biologische teelt afkomstig moet zijn", zegt Brent D'Hooge. De bioboeren besparen op pesticiden, antibiotica en meststoffen, maar hebben ook wel een kleinere opbrengst per hectare. Zo brengt hun milieuvriendelijke teeltwijze tot veertig procent minder graan op en tot dertig procent minder melk.
Een biokip kost dan ook bijna het dubbele van een gewone en een biologische gekweekte broccoli die maar half zo groot is als zijn besproeide collega is bijna een euro duurder. De prijs van bioproducten zal altijd iets hoger moeten liggen dan die van 'gewone' groenten, fruit en vlees om het verschil in opbrengsten te compenseren. Maar op dit moment kampt de biomarkt nog met kinderziekten die de prijs abnormaal hoog houden.
"Dat komt vooral omdat de sector niet goed georganiseerd is. Onze supermarkten moeten hun bioproducten nog in grote mate in het buitenland aankopen omdat onze eigen bioboeren niet voldoende of niet constant genoeg kunnen leveren en bovendien hun producten niet ter plaatse krijgen. Op logistiek vlak hebben we nog veel te leren van onze buurlanden", zegt Geert Gommers van Velt, de Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijzen. "De meeste bioboeren zoeken daarom hun toevlucht tot plaatselijke biowinkeltjes of ze vinden hun klanten via een groenteman die biopakketjes aanbiedt."
Mede door die onzekerheid over de afzetmarkt staan de Belgische landbouwers niet te springen voor bio. De overschakeling van conventionele naar biolandbouw is daarvoor veel te riskant. "Voor veel van onze varkenskwekers en kippenboerderijen is het zo goed als onmogelijk om over te schakelen. Die bedrijven hebben de ruimte en de faciliteiten niet. Voor andere is de omschakeling gewoon niet te betalen. In de groente- en fruitsector is het de laatste jaren geen rozengeur en maneschijn geweest. Die bedrijven hebben de extra middelen niet meer om in de bionormen te investeren", zegt Gommers. "En ondernemers die vanuit het niets met een bioboerderij beginnen, zijn ontzettend zeldzaam. Daarom heeft de sector wel meer subsidies nodig om op gang te komen. Want vooral in het begin kan de omschakeling naar bio een heel zware investering zijn."
De bioveiling van Kampenhout zou de distributie van de Belgische bioproducten naar de groothandel kunnen stimuleren. Ook de federatie Bioforum doet inspanningen om vraag en aanbod met elkaar in evenwicht te brengen. "De vraag naar bio in ons land is veel groter dan het aanbod. Een op de vijftig verkochte voedingsmiddelen is al van biologische herkomst", zegt Gommers. "En met dat marktaandeel van twee procent hebben we zeker nog geen plafond bereikt. Maar als de Belgen willen meedraaien in de biolandbouw en -industrie, moeten ze zich gaan organiseren. We hebben al enkele stappen in de goede richting gezet, maar er is nog een lange weg te gaan."
De doelstelling van Europa is dat tegen 2010 een tiende van onze landbouwgewassen biologisch geteeld wordt. Belgi? hinkt zwaar achterop. Met nog geen zevenhonderd bioboeren is slechts 1,6 procent van de sector overgeschakeld op bio. Vlaanderen scoort op dit vlak nog slechter dan Walloni?, aangezien er in ons taalgebied maar op 0,6 procent van de landbouwgrond biologisch geteeld of gekweekt wordt. De belangrijkste voortrekkers binnen Europa zijn Oostenrijk, Zwitserland en Itali?.
bron: De Morgen, 28/08/2004
03 september 2004 Tijdens de voedselcrisissen van de jaren '90 kende het vleeslabel 'natuurlijk hormonenvrij' van de vzw Plattelandsontwikkeling een steile opgang. Met een actualisering van het lastenboek en de nieuwe benaming 'Platteland' proberen de veertigtal aanbieders onder het label om de idee van duurzame vleesconsumptie opnieuw aan te moedigen.
Volgens de vzw Plattelandsontwikkeling kan de consument er ondanks de oprichting van het Voedselagentschap nog steeds niet zeker van zijn dat het vleesaanbod in alle omstandigheden tegemoet komt aan alle kwaliteitseisen. "Door de industrialisering en de marktvergroting in de vleessector is de verbruiker steeds meer afhankelijk van onbekende, onzichtbare en soms duistere marktspelers", aldus voorzitter Masschelein.
Het vlees dat onder het label 'Platteland' wordt aangeboden, mag geen antibiotica, kalmeermiddelen, sulfiet, hormonen en andere groeistimulatoren bevatten. Het nieuwe label heeft daarnaast ook aandacht voor thema's als dierenwelzijn en milieuzorg. "We gaan de uitdaging aan om de criteria de komende jaren te blijven verfijnen", aldus Masschelein.
De commercialisering van het 'Platteland'-vlees langs de korte keten moet alvast de vertrouwensband tussen producent en consument versterken. Door de tussenpersonen tot een strikt minimum te beperken, kunnen boeren ook makkelijker een eerlijke prijs vangen, zo luidt het. Op termijn wil de vzw Plattelandsontwikkeling enerzijds nog meer veehouders warm maken om in het project te stappen en anderzijds wil de vereniging ook verbruikerskringen opzetten in heel Vlaanderen.
Om 'Platteland' meer naambekendheid te bezorgen, organiseren de aangesloten labelbedrijven een gezamenlijke opendeurdag. Die zal plaatsvinden op zondag 26 september.
Meer informatie: vzw Plattelandsontwikkeling, tel 09/223 51 51
03 september 2004 Op het Praktijkcentrum Raalte is de werking van een kruidenmengsel getest bij vleesvarkens die kunstmatig besmet waren met infectieuze eieren van de varkensspoelworm, Ascaris suum. Een deel van de varkens kreeg 1% of 5% kruiden in het voer. Het bleek dat de varkens die 5% kruiden kregen na besmetting geen wormeieren uitscheidden en er werden bij de slacht geen wormen in de darm aangetroffen. Deze groep had tevens een betere groei dan varkens die geen of minder kruiden kregen.
Het percentage afgekeurde levers van varkens stijgt de laatste jaren. De oorzaak van afgekeurde levers is veeal een wormbesmetting op het vleesvarkensbedrijf. Uit een recente inventarisatie bleek de varkensspoelworm (Ascaris suum) het meest frequent voor te komen. De varkensspoelworm maakt tijdens zijn levenscyclus een hele trektocht door het varken. Op de plaatsen waar de worm door de lever gaat kunnen verdikkingen ontstaan, de zogenaamde white spots. Deze white spots zijn een reden om de lever in het slachthuis af te keuren.
Vooral in de biologische varkenshouderij werd de vraag gesteld of er geen natuurlijke alternatieven zijn voor het regulier ontwormen. In een vooronderzoek in het laboratorium is gekeken naar de effectiviteit van kruiden als wormbestrijdingsmiddel. Op basis van deze proeven is een kruidenmengsel samengesteld dat het meest kansrijk was. Bij kruiden is het belangrijk rekening te houden met het moment van oogsten en wijze van verwerken, omdat dit van invloed is op de werkzaamheid van het kruid. In dit onderzoek zijn de kruiden geleverd door FlevoHerbs BV . Het kruidenmengsel bestond uit tijm, citroenmelisse en zonnehoed.
Op basis van het onderzoek op het Praktijkcentrum Raalte blijkt dat kruiden een veelbelovend alternatief zijn voor de reguliere ontwormingsmiddelen. Het is nog te vroeg om de praktijk te adviseren om kruiden te gaan gebruiken. Eerst zal gekeken moeten worden of deze behandeling ook effectief is als de varkens in een groep gehouden worden waar de wormbesmetting niet ??nmalig wordt toegediend maar waar ook kruisbesmetting op kan treden. Tevens is een percentage kruiden in het mengvoer van 5% economisch gezien niet nog haalbaar omdat de extra voerkosten bij preventief 5% kruiden in de proef neerkwam op meer dan 50 euro per dier.
Bron: www.Biofoon.nl
project 'Duurzame veehouderij in kwetsbare gebieden' gestart
30 augustus 2004 ?Verbeteren bodemkwaliteit, is investeren in de toekomst?
Stichting Stimuland Overijssel start met een nieuw tweejarig project voor melkvee-houders, gericht op het verbeteren van de bodemkwaliteit en het verlagen van het stikstofoverschot op bouwlandpercelen. ?Op lange termijn leidt dit tot een beter bedrijfseconomisch rendement?, stelt Bouwe Ruiter van Stimuland. Veehouders die mee willen doen aan het nieuwe project, kunnen zich aanmelden bij Stimuland.
?De langdurige teelt van ma?s op zandgronden in Overijssel put de bodem uit?, zegt Bouwe Ruiter, projectleider van het nieuwe Stimulandproject. ?We zien een slechte bodemstructuur en een laag gehalte aan organische stof. Daardoor wortelen gewassen minder goed, ontstaan problemen bij droogte en neemt de onkruiddruk toe. Ook spoelt stikstof sneller uit.?
Met name zandgronden is het belangrijk om de uitspoeling van stikstof te beperken om aan de Europese nitraatnorm te voldoen. Om stikstofverliezen te beperken, voert Stimuland het project ?Duurzame veehouderij in kwetsbare gebieden? uit. Dit gebeurt in samenwerking met DLV, GIBO en Praktijkonderzoek Veehouderij. De provincie Overijssel en de Europese Unie financieren het project.
Verbeteren bodemkwaliteit
Projectdeelnemers gaan de bodemkwaliteit verbeteren door bijvoorbeeld meer wisselteelt met granen en het inzaaien van groenbemesters. Het streven is om op bouwland het stikstof-overschot terug te brengen tot 50 kg per hectare in 2005.
?Het levert schoner drinkwater op, maar voor veehouders is het verbeteren van de bodem ook een investering voor de toekomst?, vindt Ruiter. ?Een betere benutting van stikstof en fosfaat uit dierlijke mest, minder droogteschade en verlaging van de onkruiddruk is economisch zeker interessant. Met name als ook de opbrengst en kwaliteit van voedergewassen vooruit gaan.?
De eerste ervaringen van Overijsselse melkveehouders met de teelt, verwerking en het voeren van granen als krachtvoer aan melkvee zijn goed. Dat blijkt uit de Praktijkgids ?Teelt eigen krachtvoer op melkveebedrijven?, onlangs uitgegeven door Stimuland. Het graan leverde in alle gevallen - met gemiddeld 1176 VEM - veel energie.
Deskundige begeleiding
Deelnemers aan het project krijgen begeleiding van deskundige adviseurs van DLV en GIBO, onder andere bij het opstellen van een individueel teeltplan en het uitvoeren en toepassen van teeltmaatregelen. De effecten van de teeltmaatregelen op het stikstofoverschot, de bodemkwaliteit en het bedrijfsresultaat worden gemeten of berekend. Ook organiseert Stimuland studiebijeenkomsten waarbij kennis en ervaring wordt uitgewisseld. Daarnaast staan excursies, onder andere naar bedrijven in Duitsland, op het programma.
Aanmelding en eigen bijdrage
Aan het project kunnen 25 melkveehouders deelnemen. Stimuland is op zoek naar gemotiveerde melkveehouders die de doelstellingen van het project onderschrijven en die nieuwe teeltmaatregelen willen testen. De kosten voor begeleiding en deelname aan de studiebijeenkomsten worden uit het project betaald. De deelnemers betalen slechts een eigen bijdrage van ? 600,- voor een periode van anderhalf jaar.
Als u belangstelling heeft voor deelname aan het project kunt u voor meer informatie en/of een aanmeldformulier terecht bij Evert Kremer van Stimuland, telefoon (0529) 45 75 95. Uw aanmelding moet v??r 15 september 2004 bij Stimuland binnen zijn. Begin oktober wordt voor de deelnemers een startbijeenkomst georganiseerd.
25 augustus 2004 DLV is op zoek naar tuinders die zich gratis willen laten begeleiden en informeren over de (on)mogelijkheden van energiebesparing en duurzame energie op het eigen bedrijf.
Om de tuinders goed van dienst te zijn zullen zij worden begeleid door zowel energieadviseurs alsook teeltadviseurs. Hierdoor zal de teelt nooit problemen ondervinden onder het energieadvies.
Voor deze begeleiding is een samenwerking aan gegaan tussen DLV Bouw, Milieu en Techniek, DLV Plant, Van Beek Ingenieurs, Priva Hortimation en Q+P Communicatie.
Behalve energiebesparing, wil deze samenwerkingsgroep vanaf heden een extra impuls geven aan kennis en innovatie. Nieuwe technieken, toepassingen, gezien op de tuin, het onderzoeksinstituut of zelfs buiten de sector. Ook overleg met de beleidsmakers behoort tot de mogelijkheden. De tuinders van de gewasgroep bepalen de invulling!
Gedurende drie jaar worden de energiegegevens van u en medetuinders vergeleken. Waar dat kan, worden mogelijkheden aangedragen ter verbetering van het verlagen van het energieverbruik en de energierekening.
Het eerste jaar worden minstens zes bijeenkomsten of excursies georganiseerd en ingevuld naar de wensen van de groep. Door stimulering vanuit het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid en het Bureau Glami is dit project Gratis voor tuinders.
DLV begeleidt een selectie van 2 tuindersgroepen sinds de pilots in 2002 en 11 groepen sinds 2003. De extra impuls in kennis en innovatie zal ook een prominente plek krijgen in deze bestaande groepen. Specifieke informatie over de groepen is te vinden op de vernieuwde site www.energiebesparingindekas.nl.
Vergelijkbaar met de groepen in 2002 en 2003 kunnen ook in 2004 tuindersgroepen starten.
Dit project is gratis voor de tuinders! De enige voorwaarden die we aan de tuinders stellen is dat hun energieverbruikgegevens maandelijks worden geregistreerd en een commitment voor drie jaar.
Voor informatie: DLV Bouw, Milieu & Techniek, Arjan van Antwerpen 06-26518700
Campagne 'Nederland gaat biologisch' slaat niet aan
25 augustus 2004 De oproep van dertig maatschappelijke organisaties aan hun leden om meer biologische producten te kopen is niet aangeslagen. In de supermarkten zijn de verkopen van EKO-producten nauwelijks gegroeid. Dat blijkt uit metingen die de Stichting Natuur en Milieu heeft gedaan. Een woordvoerder van de stichting denkt dat de actie zeer te lijden heeft gehad onder de prijzenslag tussen de supermarkten.
Stichting Natuur en Milieu is de initiatiefnemer van de actie 'Nederland gaat biologisch' die op 6 april van start is gegaan. Daarbij hebben 30 grote maatschappelijke organisaties waaronder de ANWB, Greenpeace en de Dierenbescherming met elkaar afgesproken om hun totaal van 6 miljoen leden op te roepen meer biologische producten te gaan kopen.
In de natuurvoedingswinkels die ongeveer de helft van de biologische omzet voor hun rekening nemen is sprake van een omzetstijging met 6%. De resterende omzet komt voor rekening van de supermarkten. Daarvan is tweederde in handen van Albert Heijn. Een woordvoerster van het concern meldt dat de omzet in biologische producten licht is gestegen, maar durft niet te zeggen dat het een merkbaar gevolg van de actie betreft.
Het CBL, de koepel van de supermarkten, heeft veel gepleit voor stimulering van de biologische verkopen door de maatschappelijke organisaties, omdat men daar juist de gemotiveerde kopers van biologische voeding verwacht. De organisatie toont zich dan ook teleurgesteld in het resultaat en zal op korte termijn contact opnemen met Natuur en Milieu om te kijken hoe de actie toch een vervolg kan krijgen.
Heetwaterbehandeling bij appels verhoogt houdbaarheid
24 augustus 2004 Een heetwaterbehandeling van circa 2 minuten bij 53 ?C kort na de oogst leidt tot verbetering van de houdbaarheid van biologisch geteelde appels. Dat concluderen Duitse onderzoekers van de Bundesforschungsanstalt f?r Ern?hrung (BFE) in samenwerking met Bio-Obstgut Bonhausen. De behandeling bestrijdt de schimmel Gloeosporium en heeft geen negatieve gevolgen voor de voedingswaarde en de kwaliteit van het vruchtvlees. Gloeosporium veroorzaakt bewaarrot en kan in de biologische teelt verliezen tot wel 50% veroorzaken.
De onderzoekers voerden voor hun onderzoek een reeks verbeteringen door in een bestaande installatie voor heetwaterbehandelingen. Dat leidde tot een kortere opwarmtijd, minder warmteverlies en een verbetering van de warmte-uitwisseling. De installatie werd daarnaast zo aangepast dat deze vrijwel continu in bedrijf kan zijn.
De appels van het ras Topaz werden na de behandeling in geconditioneerde omstandigheden opgeslagen. Het verlies door bewaarrot bleef beperkt tot 3%. In onbehandelde appels die onder dezelfde omstandigheden werden bewaard was het verlies door Gloeosporium-aantasting 41%.
Bij appels die na de heetwaterbehandeling in opslag gingen in normale lucht bij een temperatuur van 1 ?C bleek het verlies 17%. Zonder behandeling bleken onder deze omstandigheden 94% van de appels door de schimmel aangetast.
De onderzoekers vermoeden dat een heetwaterbehandeling ook de houdbaarheid van andere fruit en groentesoorten kan verlengen. Daarvoor moeten dan nog wel de optimale procesparameters worden vastgesteld.
24 augustus 2004 De Groene Weg, bio-slagerij, wil het aantal winkels de komende jaren uitbreiden naar 25 tot 40 slagerijen. Dat zegt Edwin de Boer, algemeen manager van De Groene Weg. Op dit moment zijn 18 slagerijen bij franchiseketen De Groene Weg aangesloten. Volgens De Boer is de consumptie van biologisch varkensvlees in 2003 met 45% gegroeid. Daarmee is 2,1% van het totale varkensvleesverbruik biologisch.
Bron Trouw 21-8-04
23 augustus 2004 Albert Heijn neemt nieuwe biologische vleeswaren in haar assortiment. Er was in veel filialen al achterham en spekreepjes te krijgen maar
hier komen nog boterhamworst, grillworst, kipfilet en gerookte
spekreepjes bij.
Bron: Wakker Dier
23 augustus 2004 De Groene Maand is een promotie-evenement van 35 organisaties die zich inzetten voor natuur, milieu, landbouw, recreatie en toerisme en wordt geco?rdineerd door het IVN Vereniging voor natuur en milieu educatie. De Natuurvoedings Winkel Organisatie (NWO) is ??n van de partners van de Groene Maand en doet mee met de landelijke supermarktketen "De Natuurwinkel" en 50 overige biologische speciaalzaken.
Deze winkels gaan op zaterdag 28 augustus al van start met de Groene Maand. Op deze speciale zaterdag kunt u Eten & Lezen in de winkel. Op de winkelvloer kunt u kaneelbrood proeven terwijl u het magazine van De Groene Maand leest. In de winkels is een speciale editie van het magazine verkrijgbaar.
Deze speciale editie bevat een wikkel waarmee u kans maakt op een productenpakket ter waarde van ? 30,-. Tevens bevat de wikkel een bon voor de campagne "Adopteer een Appelboom" van Biologica.
19 augustus 2004 'Bio: gecontroleerde kwaliteit' is de titel van een nieuw meeneemboekje voor de ge?nteresseerde consument.
Het aanbod bioproducten neemt voortdurend toe. Mensen kunnen zo kiezen voor producten die milieuvriendelijk zijn geteeld, met respect voor mens, plant en dier.
Om een gedegen keuze te maken, stijgt ook de behoefte aan informatie bij de consument. Hij stelt zich vragen over biologische producten en over de degelijkheid van de controle. Voor hem is deze brochure over controle in de biologische sector samengesteld: voor de nieuwsgierige gebruiker.
U krijgt te lezen wat de normen zijn voor bioproducten en hoe de controle van het veld tot op het bord is georganiseerd. Vervolgens illustreren 12 verschillende voorbeelden de praktijk: concreter kan het niet. Sla, appelen, kippen, brood, melk, chocolade en ander biolekkers komen aan bod. Tot slot bevat de brochure nog antwoorden op veel gestelde consumentenvragen over controle (schrikken sancties de fraudeurs wel af?), en een lijstje van moeilijke begrippen met hun verklaring.
Met zijn begrijpelijke taal en frisse vormgeving maakt Bio: gecontroleerde kwaliteit ge?nteresseerde consumenten vertrouwd met de uitvoerige controle en bijzondere kwaliteit van de biosector.
Het boekje is het tweede in de reeks meeneemboekjes van de Biotheek en volgt op het populaire boekje ?Bio in vraag. Met antwoord!?.
Iedereen kan de boekjes gratis aanvragen via 078-151 152 of biotheek@bioforum.be.
Verenigd Koninkrijk: winst voor biologische productie kroonprins
17 augustus 2004 Prince Charles? eigen merk voor biologische landbouwproducten, Duchy Originals, heeft in het financi?le jaar 2003-2004 (dat loopt tot 1 april 2004) een winst geboekt van ? 1 mln. (bijna ? 1,5 mln.). De winst komt geheel en al ten goede van de Prince?s Trust, een liefdadigheidsfonds waaruit ondernemingsactiviteiten voor jonge mensen worden gefinancierd. Het afgelopen jaar zijn via dit fonds ongeveer 58.000 jonge ondernemers op pad geholpen. Duchy Originals, dat te vinden is op de planken van een aantal supermarkten, staat voor biologische producten, geproduceerd op de ruim 57.000 ha. van het hertogdom van Cornwall. Dit grondbezit is geconcentreerd in het westelijk deel van Engeland. Maar ook prestigieuze onroerend goedbezittingen in Londen, Leeds, Dover en in Lancashire behoren tot deze
portefeuille. Het is dit jaar voor het eerst dat serieus aandacht wordt besteed aan het financi?le reilen en zeilen van de kroonprins door middel van een heuse persconferentie in Londen. Uit de financi?le verantwoording blijkt overigens de vervlechting van activiteiten van de officieuze levensgezel van de kroonprins, Camilla Parker-Bowles.
17 augustus 2004 In De Natuurwinkel liggen onder andere biologische appels van Nature and More. Op deze appels zit een stickertje met een nummertje. Dit nummertje kun je invoeren op de Engelstalige site www.natureandmore.com . Als je dit hebt gedaan verschijnt bij nummer 270 de volgende tekst: ?The Apple you are holding in your hand is a Fuji, it was grown by Huertos Organicos in Chile and has been awarded 7.7 points on the Nature & More Quality Index.? Het cijfer is een gemiddelde van product-, milieu- en sociale kwaliteit. Verder staan er nog gegevens over de producent en een aantal foto's van de locatie.
Nature and More is het traceringsysteem van Eosta, dat onlangs door het ministerie van Landbouw is genomineerd voor de stimuleringsprijs Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. De reden hiervoor is dat Nature and More serieus werk maakt van transparantie en kwaliteit van voeding in aanvulling op het EKO en Max Havelaarkeurmerk.
Appels die niet meer anoniem zijn dus, je vindt ze in de Natuurwinkel. De NWO is samen met Eosta druk bezig met het vormgeven van de Stichting Nature & More.
17 augustus 2004 Nieuw onderzoek toont aan dat sommige biologische producten een toegevoegd gezondheidsvoordeel hebben ten opzichte van traditioneel gekweekte soorten. Alyson Mitchell, voedselscheikundige aan de Universiteit van Californi? ontdekte namelijk een verschil tussen biologisch en traditioneel gekweekte tomaten. Ze constateerde in bio tomaten een hoger niveau van secondaire plantmetabolieten en deze tomaat bevatte meer vitamine C.
Ook zijn er substantieel meer flavono?den in biologisch geteelde broccoli te vinden.
Zoals het afweermechanisme van de plant vecht tegen infectie en ziekte, zijn de metabolieten in het lichaam ervoor om het risico van hartaanvallen en hartkwalen te verminderen. Flavono?den zijn metabolieten die in het lichaam als anti-oxidanten fungeren.
Het is bekend dat zeer intensieve landbouwpraktijken het natuurlijke proces van de secundaire metabolieten in het afweermechanisme van de plant kunnen verstoren. Echter, niet in alle gevallen is er een verschil te ontdekken tussen organisch en traditioneel verbouwde producten.
Het verkrijgen van goed bewijsmateriaal over de voordelen van biologische groente en fruit ten opzichte van de traditioneel gekweekte teelt is lastig door de grote verschillen in organische landbouw: van bodem- en klimaatverschillen tot het verschil in teelt, de seizoenen en de filosofie van de teler. Er zijn er meer studies nodig en een betere samenwerking tussen de onderzoekers om een bredere kijk te krijgen op de manieren van telen, vermeldt www.newswise.com.
17 augustus 2004 Prisma, de vereniging van biologische fruittelers, heeft het merk Biosanne ontwikkeld speciaal voor de betere kwaliteit appel van het ras Santana. Volgens Wouter van Teeffelen, ketenmanager biologische fruitteelt bij Prisma, is het nieuwe merk de eerste actie die voortkomt uit de besprekingen over de verbetering van de afzet van biologisch fruit. Komend najaar wordt Biosanne ge?ntroduceerd. De introductie wordt gesteund door de twee andere afzetorganisaties voor biologisch fruit, Biofruit en Smilefruit.
17 augustus 2004 De actie ?Adopteer een Kip? viert feest: 10 augustus is de 25.000ste kip geadopteerd! De gelukkige adoptieouder is de Utrechtse secretaresse Sylvia Gunn. Zij mag nu elke maand een doosje biologische eitjes afhalen bij de natuurvoedingswinkel.
De actie ?Adopteer een Kip?, die vorig jaar september van start is gegaan, mocht vandaag de 25.000ste adoptant verwelkomen. De vogelpest vorige zomer was voor initiatiefnemer Biologica de directe aanleiding om met de actie te beginnen. Met het adopteren van een kip kunnen mensen een positieve daad stellen en zich uitspreken v??r biologische landbouw.
Er zijn drie manieren om een kip te adopteren: de adoptiekip, de cadeaukip en de spaarkip (zie www.adopteereenkip.nl). Op dit moment zijn er 12.177 adoptiekippen, 12.071 cadeaukippen en 752 spaarkippen aangemeld bij Biologica. Het succes van de actie betekent dat er steeds meer kippen een dierwaardig leven kunnen leiden met een buitenuitloop, een ruime stal met daglicht, legnesten met stro, zitstokken en biologisch voer. De afzet van biologische eieren in de natuurvoedingswinkel is als gevolg van de campagne met meer dan 21% gestegen.
De 25.000ste kip is geadopteerd door de Utrechtse secretaresse Sylvia Gunn (25). Ze was al donateur van het Wereld Natuur Fonds en wilde nog een goed doel steunen. Ze heeft voor ?Adopteer een Kip? gekozen omdat het wederkerige principe van de actie haar aansprak. Sylvia: ?Ik vind het leuk dat ik wat terugkrijg voor mijn donateurgeld. Ik ben vegetari?r en kocht altijd al eieren van kippen met een vrije uitloop. Voor mij is de adoptiekip een goede manier om met biologisch te beginnen. Ik kwam af en toe al in de natuurvoedingswinkel en dit is een stimulans om er regelmatig wat te gaan kopen.? Sylvia is zo enthousiast over haar eigen adoptiekip dat ze de mensen in haar omgeving ook probeert over te halen om een kip te adopteren.
Biologica heeft het succes van de kip uitgebreid met ?Adopteer een Appelboom?. Het broertje van ?Adopteer een Kip? is afgelopen juni officieel begonnen maar zal in september vol van start gaan met de eerste plukdagen en oogstfeesten. Biologica heeft voor de appel gekozen omdat het typisch Hollands fruit is en veel biologische fruittelers aan agrarisch natuurbeheer doen. De appel heeft daardoor volop mogelijkheden om het natuurvriendelijke karakter van de biologisch teelt voor het voetlicht te plaatsen. Bij ?Adopteer een Kip? lag het zwaartepunt bij de diervriendelijkheid van de biologische sector.
De adoptieacties zijn een initiatief van Biologica en worden gesteund door Triodos Bank, Natudis, de Natuurvoedingswinkel Organisatie (NWO), Udea, Stichting DOEN, Wakker Dier e.v.a.
10 augustus 2004 Op dinsdag 10 augustus om 11.00 uur zal Nederlands eerste mobiele verpakkingslijn overgedragen worden door de importeur aan de biologische handelsco?peratie Nautilus, Bronsweg 22 te Lelystad. De importeur van de BECK verpakkingslijn is Ultrapak b.v. uit Dronten. De heer Paul van de Loo, directeur van Nautilus zal de machine in ontvangst nemen. De machine is door Nautilus aangeschaft in het kader van de Gemeenschappelijke Markt Ordening (GMO) groenten en fruit. Dit is een Europese regeling die in Nederland wordt uitgevoerd door het Productschap Tuinbouw. Nautilus stelt de machine ter beschikking aan haar leden die dagverse groenten produceren. Een vaste machinebeheerder zal met de machine van teler naar teler rijden om de oogst van die dag te verpakken voordat het product zijn reis begint naar de klant.
De verpakkingslijn kan groenten automatisch hygi?nisch in hoezen of in strakke foliefilm verpakken. Hierdoor blijft de kwaliteit beter en wordt de houdbaarheid verlengd. Tot op heden wordt dit gedaan in centrale verpakkingsstations waar de producten eerst naar toe gebracht moeten worden. Nu kan de mobiele verpakkingslijn van teler naar teler rijden om de oogst van de dag te verpakken welke dan direct naar de supermarkt vervoerd kan worden. Hierdoor wordt de keten korter en effici?nter en wordt de teler in staat gesteld om meer toegevoegde waarde aan zijn eigen product mee te geven.
De meeste biologische telers hebben een groot scala aan gewassen en geen enkel gewas is groot genoeg om een investering in een moderne automatische verpakkingslijn te rechtvaardigen. Zo?n lijn moet toch per jaar meer dan 1 miljoen stuks verpakken. Dit komt overeen met een areaal van 30 ha broccoli of bloemkool.
Uit oogpunt van hygi?ne en houdbaarheid eisen supermarkten steeds vaker dat groenten verpakt aangeleverd worden. Vaak ook wordt de verpakking gebruikt om het onderscheid te maken tussen biologische en gangbare producten. Daarnaast biedt verpakking de mogelijkheid om extra op te vallen in het winkelschap en om additionele informatie aan de consument mee te geven (waar komt het vandaan, hoe is het gegroeid, waar is het mee behandeld en hoe moet je het klaar maken).
Op de bijeenkomst op dinsdag 10 augustus om 11.00 uur aan de Bronsweg 22, zullen verpakte biologische groenten gedemonstreerd worden en zijn alle betrokken partijen aanwezig voor verdere informatie
Per 25 augustus 2005, 100% biologisch voer straks verplicht
10 augustus 2004 Per 25 augustus 2005 vervalt de vrijstelling om 20% gangbare grondstoffen te gebruiken voor biologisch veevoer. De verwachting is dat de prijs van biologisch voer hierdoor met 10-20% stijgt, waardoor de kostprijs van biologische zuivel, vlees en eieren ook zal toenemen. De kans bestaat dat de eiwitvoorziening een knelpunt wordt. De vakgroep verwacht dan ook dat nog
dit najaar een aantal EU-landen gaat sputteren nu de deadline van 24-8-2005 dichterbij komt. Het zou niet de eerste keer zijn, dat er toch weer uitzonderingen komen op de regel en, erger, dat ieder land zijn eigen uitzonderingen bedenkt.
De Vakgroep Biologische Landbouw van de (N)LTO, Federatie van Biologische Boeren en Biologica staat in principe achter het vervallen van de vrijstelling. De vakgroep wil dat de kringlopen in de biologische sector worden gesloten: voor voer, zaad, pootgoed, mest en stalstrooisel, zeker nu steeds vaker GGO's worden gevonden in gangbare importsoja en -ma?s. De consument gaat er van uit dat op biologische bedrijven de dieren biologisch voer krijgen. Daarom heeft de vakgroep ook altijd de zogenaamde koppelprojecten ondersteund, zoals in Flevoland. Hier worden bedrijven aan elkaar "gekoppeld" voor het uitwisselen van voer, stro en mest. In Noord-Nederland loopt op dit moment een koppelproject met deelname van meer
dan dan 40 boeren. De vakgroep raadt de biologische veehouders aan om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Er moet gezocht worden naar leveranciers van biologisch krachtvoer, en u kunt hierbij de samenwerking aangaan met akkerbouwers die door u (deels) betaald worden in de vorm van goede mest.
10 augustus 2004 In de tweede helft van 2004 probeert Nederland, als voorzitter van de EU, handen en voeten te geven aan het EU-actieplan voor de biologische land- en tuinbouw. Dit plan is in juni jongstleden door Franz Fischler gepresenteerd aan de EU-landbouwministers.
De Vakgroep Biologische Landbouw van LTO, Federatie van Biologische Boeren en Biologica constateert dat het plan op het eerste gezicht weinig betekenis heeft voor de biologische producent. De markt moet het immers doen, aldus de Europese Commissie. De plan gaat daarom vooral over verbetering van kennis.
Het enige concrete voorstel is om een campagne te starten voor de promotie van het EU-logo voor de biologische land- en tuinbouw. Voorgesteld wordt ook om te overleggen met derde landen over gemeenschappelijke normen, maar die gesprekken (zoals met de VS) lopen nu ook al.
Het grootste bezwaar van de vakgroep tegen het plan is dat Franz Fischler de portemonnaie niet trekt voor uitvoering van het plan: de lidstaten moeten zelf voor invulling zorgen. Hierdoor dreigt het beleid van de 25 EU-landen alleen maar meer uiteen te gaan lopen: het ene land doet een beetje van dit, het andere een beetje meer van dat. En de situatie verschilt nu al sterk per
land. Er is dan wel ??n EU-richtlijn voor biologische productie, maar veel verplichtingen gaan gepaard met uitzonderingen. Zo is er een verplichting om biologisch zaad en pootgoed te gebruiken. Nederland heeft dit voor een aantal gewassen, zoals aardappelen, onmiddellijk ingevoerd, maar andere landen nog niet. Erger is nog dat in de meeste EU-lidstaten biologische
producenten een vaste hectare-premie ontvangen, deels gefinancierd uit EU-plattelandsontwikkelingsgelden (POP). De (N)LTO pleit er voor dat Nederland dat ook gaat doen, maar in Tweede Kamerdebatten is minister Veerman nog afhoudend. Verder zijn alle lidstaten op eigen houtje bezig met het bedenken van regeltjes voor co-existentie van GGO-, GGO-vrije en biologische teelten. De kans is groot dat dat leidt tot verdere concurrentienadelen voor Nederlandse producenten.
Tot slot heeft ieder land dan nog zijn eigen controle-instantie(s) en logo's. Met andere woorden: we hebben dan wel een interne EU-markt voor biologische producten, maar die functioneert op zijn minst gebrekkig. Door de invulling van het nieuwe actieplan aande lidstaten over te laten, wordt dat er niet beter op.
E?n EU-logo voor de biologische producten zorgt op de langere termijn misschien voor een beter functionerende interne markt, maar dan moeten de consumenten het logo wel kennen en vertrouwen, en dat neemt tijd. Voorlopig wil de vakgroep in Nederland het EKO-keurmerk leidend laten zijn, omdat tweederde van de Nederlanders dit logo kent en er vertrouwen in heeft.
Meer informatie vindt u op www.nlto.nl/sectoren/biologisch/biologisch.htm.
Wilt u hierop reageren? E-mail dan naar communicatie@nlto.nl.
Toekomst biologische sector in het Verenigd Koninkrijk onzeker
10 augustus 2004 De 4.000 biologische boeren in het Verenigd Koninkrijk hebben het vertrouwen in een rooskleurige toekomst verloren. Ruim 60 procent maakt niet of nauwelijks winst, terwijl circa 10 procent met verlies draait. Experts daarentegen menen dat de biologische boeren kansen laten liggen.
Dit sombere nieuws blijkt uit een rapport van de Organic Farmers and Growers (OF&G), de organisatie die in het Verenigd Koninkrijk de biokeurmerken uitdeelt. Volgens het rapport staat de biologische melkveehouderij onder de grootste druk , omdat de productie al zeker drie tot vijf jaar de vraag overtreft. Daarbij komt dat de boeren de indruk krijgen dat zij afhankelijk zijn van de prijzen die voor hun producten geboden worden, en dat zij daar zelf geen invloed op uit kunnen oefenen.
Het rapport constateert dat de toekomst van de biologische sector in het Verenigd Koninkrijk op het spel staat. Doordat de boeren te weinig verdienen is er geen ruimte om te investeren, ook al omdat de situatie leningen onmogelijk maakt. Daardoor komt de verdere ontwikkeling van de biologische sector stil te staan.
Volgens de onderzoekers van OF&G pakt de biologische sector nieuwe marktmogelijkheden niet op. De boeren laten alle initiatief aan de vier grote supermarkten, die goed zijn voor de verkoop van driekwart van alle voedingsmiddelen. Maar voor de supermarkten is 'biologisch' maar ??n van de productiemogelijkheden. De biologische boeren zullen daarom zelf ook grotere markpartijen moeten vormen, aldus OF&G.
Toetreding nieuwe landen tot EU geen bedreiging voor Nederlandse biologische sector
10 augustus 2004 Met het toetreden van nieuwe landen tot de EU zou de concurrentie voor de NEderlandse biologische landbouw be?nvloed kunnen worden. Onderzoek van het LEI wijst uit dat de consequenties voor Nederlands nauwelijks effect zullen hebben. Daar de nieuwe landen lage productiekosten hebben, zijn zij op het gebied van marketing, logistiek, kwalitieitscontrole en garanties nog lang niet op het niveau wat de markt vraagt.
De concurrentiekracht van de biologische sector in de nieuwe landen is beoordeeld op basis van vijf concurrentiefactoren:
- land- en tuinbouwproductie (primaire productiefactoren);
- afzet en verwerking (secundaire productiefactoren);
- overheidsbeleid;
- organisatie van de kolom en samenwerking met instellingen;
- thuismarkt.
Alleen op de eerste factor kunnen de nieuwe EU-landen concurreren met de huidige EU-landen, vooral door de lage lonen en lage prijzen van landbouwgrond. Op de andere factoren schieten de nieuwe landen nog duidelijk te kort.
10 augustus 2004 Op initiatief van de Provinci?n kunnen steeds meer gemeenten via bestemmingplannen biologische landbouw in de regio stimuleren. Door de gevarieerdheid en kleinschaligheid dragen biologische bedrijven bij aan het aantrekkelijk maken van het platteland en verbeteren zij de natuur- en landschapswaarde.
Bovendien renderen deze bedrijven
over het algemeen goed en hebben ze een prima toekomstperspectief. Voor
veel overheden redenen genoeg om deze vorm van landbouw via de
ruimtelijke ordening te stimuleren.
Biologisch vlees op de barbecue, dat is toch logisch ?
06 augustus 2004 De Bio+ bus trekt er deze zomer op uit. De komende weken is de groene Volkswagenbus met ingebouwde keuken voor de ingang van tien Gelderse Plus Supermarkten te vinden en kunnen klanten vers bereid biologisch vlees proeven.
"Biologisch, da?s logisch...!" Maar zo logisch is dat nog niet voor elke consument. Het vlees dat onder diervriendelijke omstandigheden is geproduceerd, is namelijk nog lang niet bij iedereen bekend. Dat het puur smaakt mogen de klanten van Plus de komende weken zelf beoordelen bij de proeverij van de Bio+ bus. In de rijdende keuken van de groene Volkswagenbus maken twee koks biologisch rund- en varkensvlees klaar en delen ze de warme hapjes uit aan iedereen die dat wil proeven. Daarnaast geven de koks informatie over de kenmerken en pluspunten van biologisch vlees. En wie in de supermarkt twee pakjes biologisch vlees koopt van het merk Bio+, krijg er bij de Bio+ bus een pakje biologische achterham bij cadeau. Wilt u weten wanneer de Bio+ bus bij welke Plussupermarkt staat? Kijk op: www.bio-plus.nl
06 augustus 2004 Naast de proeverij van de Bio+ bus, kunnen mensen ook met eigen ogen gaan bekijken hoe een biologisch varken leeft. In de zomermaanden hebben drie biologische varkenshouders in Gelderland hun deuren opengezet voor het publiek. De boeren vertellen waarom zij gekozen hebben voor biologisch, en aan het geknor van de varkens kunt u zelf aflezen hoe prettig de dieren het vinden om op warme zomerdagen in de modderpoel te liggen, om een stal met stro te hebben en altijd vrij naar buiten te kunnen als ze daar zin in hebben.
Promotie
De proeverijen en excursies zijn georganiseerd door Biologica, de beleids- en promotieorganisatie van biologische landbouw en voeding, en door Agro Eco Consultancy met financi?le steun van Provincie Gelderland. Met deze zomeractie willen de organisaties het biologische vlees in de supermarkt onder de aandacht brengen. ?Steeds meer mensen maken kennis met het goede biologische landleven, en het blijkt dat hoe meer ze weten hoe meer ze eten!?, aldus Maurits Steverink, Ketenmanager Biologisch Vlees bij Biologica.
Te bezoeken biologische boeren (van tevoren even bellen):
EU-regels leiden tot hogere kosten opfok biologische leghen
06 augustus 2004 Op basis van 80% biologisch voer en scherpere regelgeving zullen de productiekosten voor leghennen ?6,29 gaan bedragen, dit komt neer op een toename van bijna 25%. Wanneer het aandeel biologische grondstoffen zou worden verhoogd naar 100% zal de kostprijs nog verder toenemen voor de pluimveehouders. Dat blijkt uit berekeningen van het Praktijkonderzoek Veehouderij, dat op basis van potenti?le regelgeving de productiekosten op het biologisch opfokbedrijf berekend heeft.
Momenteel verloopt de opfok van biologische leghennen nog niet volledig volgens de biologische principes. Er is echter Europese regelgeving in de maak waaraan biologische opfokbedrijven zullen moeten gaan voldoen.
De belangrijkste wijzigingen waarmee rekening gehouden is, zijn de verplichting
tot biologisch voer (nu is nog volledig gangbaar voer toegestaan), de bezettingsdichtheid van 10 hennen per m2 vanaf 10 weken leeftijd en een uitloop van 1,0 m2 per hen. Er is nog wel discussie over de uitloopoppervlakte per hen, waarbij ook 2,5 en 4,0 m2 per hen worden genoemd.
De kostprijs bedraagt, bij verscherpte regelgeving maar met gangbaar voer, ?5,52 per afgeleverde hen. Zodra wordt overgeschakeld op biologisch voer, neemt de kostprijs toe tot ?6,29. Bij een uitloop van 4,0 m2 (in plaats van 1,0 m2 ) per hen stijgt de kostprijs tot ?6,64 per hen.
Raad van State stelt biologische sector in het gelijk
04 augustus 2004 Persbericht
Raad van State stelt biologische sector in het gelijk:
Vergunningen voor veldproeven met gentech-gewassen vernietigd
Gisteren heeft de Raad van State de eerdere toekenning van veldproefvergunningen met genetisch gemanipuleerde (GGO) aardappels, appels en koolzaad vernietigd. Biologica, die vorig jaar samen met o.a. de Vakgroep Biologische Landbouw beroep tegen de vergunning had aangetekend, is blij en opgelucht met de uitspraak.
De vergunningen voor veldproeven met GGO-gewassen, die aangevraagd waren door zetmeelproducent AVEBE, Plant Research International (PRI) en Advanta, waren in eerste instantie goedgekeurd door het Ministerie van VROM. Biologica heeft samen met andere partijen beroep aangetekend tegen de vergunningen. Gisteren, anderhalf jaar na de rechtzaken, heeft De Raad van State eindelijk een uitspraak gedaan en het beroep tegen de vergunning gegrond verklaard. De Raad motiveert zijn besluit dat de verweerder niet aannemelijk kan maken dat de milieurisicobeoordeling aan de wettelijke eisen voldoet. Het Ministerie van VROM, die in eerste instantie de vergunning had afgegeven, heeft haar besluit onvoldoende gemotiveerd. Door het vernietigen van de vergunning moeten de aanvragen voor vergunningen formeel opnieuw worden beoordeeld, nu met een betere motivatie van de risicobeoordeling.
Contaminatie
Biologica vindt het jammer dat De Raad van State niet op de overige inhoudelijke bezwaren van het beroep is ingegaan. De biologische sector had onder andere als bezwaar aangedragen dat hun recht om gentech-vrij te kunnen produceren wordt bedreigd. De telers vrezen dat door uitkruising hun gentech-vrije gewassen vervuild raken met GGO?s en dat ze zelf moeten opdraaien voor de financi?le gevolgen. Vanuit overheidswege bestaat nog geen duidelijkheid over aansprakelijkheid bij contaminatie van biologische producten. De sector dreigt hiermee probleemeigenaar te worden van de introductie van een technologie waarom zij niet heeft gevraagd. De GGO's die in de proefvelden getest moesten worden, hebben nog geen offici?le toelating. Voor GGO's die niet officieel zijn toegelaten, geldt geen drempelwaarde. Dat betekent dat er nul vervuiling mag plaatsvinden.
De uitspraak van de Raad van State betekent dat de GGO-veldproeven die nog lopen, per direct gestopt moeten worden.
Itali? loopt voorop met biologische maaltijden op school
04 augustus 2004 Vanaf 2000 is het op scholen en in ziekenhuizen verplicht om een deel van de voeding van biologische afkomst te gebruiken. De wet praat niet van voedsel veiligheid of biologische issues, maar is duidelijk in het beleid: "de wet is om biologische producten te promoten en hoge kwaliteits productie in zekerheid te stellen".
Ziekenhuizen en scholen mogen dan verplicht zijn een deel van de voeding biologisch te serveren, maar wanneer de wet niet wordt nageleefd door burgemeesters worden zij niet vervolgd. Voor de ontwikkeling van de biologische sector zijn schoolmaaltijden van groot belang. Behalve de promotie van de producten is het voor de boeren een uitkomst. De teelt wordt vergemakkelijkt omdat ver van te voren duidelijk is welke hoeveelheden nodig zijn van het product.
Uiergezondheid op Bioveem-bedrijven van 2001 t/m 2003
29 juli 2004 Auteurs: Gidi Smolders, Jan van Vliet
De gemiddelde productie op de bioveem-bedrijven varieert van 4600 kg met jerseys tot 9600 kg per koe per lactatie op een bedrijf met HF koeien. Slechts enkele bedrijven kunnen voldoen aan de streefwaarde van minder dan 15% koeien met een hoog celgetal in de melkproductieregistratie. In de zomer is het percentage koeien met een hoog celgetal, net als op gangbare bedrijven, het hoogst. Een verminderde weerstand, een hogere besmettingsdruk en een indikkingseffect zorgen samen voor een verhoogd percentage subklinische mastitis.
28 juli 2004 'Biologisch vlees blijft niet gentechvrij' kopte de Volkskrant afgelopen maandag. Dit is feitelijk onjuist. Biologisch vlees is en blijft gentechvrij. De kans dat biologisch veevoer in de toekomst sporen van genetisch gemanipuleerde soja en ma?s kan bevatten, wordt echter wel steeds
groter.
Het betreffende artikel is geschreven naar aanleiding van een Wagenings onderzoek naar GGO-vrije diervoederketens. De onderzoekers concluderen dat het in de toekomst heel moeilijk en duur zal worden om veevoer te blijven produceren dat 100% vrij is van GGO-sporen. Veel gangbaar veevoer bestaat inmiddels voor een groot deel uit GGO's, met name ma?s en soja. Dat is al
jaren zo maar omdat veevoer tot voor kort niet ge?tiketteerd hoefde te worden, was het voor gangbare boeren niet te zien of er GGO-producten in het veevoer verwerkt zaten. Voor consumenten van gangbaar vlees en zuivel blijft het nog steeds onduidelijk wat de dieren gegeten hebben.
De producenten van GGO-vrij veevoer (biologisch ?n gangbaar) doen veel moeite om contaminatie met GGO's te voorkomen. Dit is echter lastig omdat de
GGO-vrije veevoederketen niet geheel gescheiden kan worden van de GGO-stromen. De grote zeecontainers bijvoorbeeld worden voor zowel GGO als GGO-vrije ma?s en soja gebruikt. Hierdoor is incidentele contaminatie niet uit te sluiten.
Voor de duidelijkheid: biologisch veevoer wordt geproduceerd zonder gebruik te maken van GGO's en de sector doet er alles aan om zijn producten ook
tijdens transport en opslag GGO-vrij te houden. Consumenten die belang hechten aan een GGO-vrije landbouw en die vinden dat ook landbouwhuisdieren
GGO-vrij voer moeten eten, kunnen dus nog steeds het beste voor biologische producten kiezen.
Op dit moment draaien de GGO-vrije producenten op voor de kosten van ketenscheiding en analyses, en als onbedoeld toch vermenging optreedt is niemand aansprakelijk te stellen. Onterecht, vindt Biologica, de vervuiler zou moeten betalen. Zolang de kosten voor het behoud van een GGO-vrije
voedselketen op de biologische sector worden afgewenteld is er sprake van oneerlijke concurrentie. Bovendien is het behoud van een GGO-vrije keten een groot maatschappelijk belang. Een meerderheid van de Europese consumenten wil geen GGO's eten en ook de overheid heeft bij herhaling aangegeven dat de keuzevrijheid voor consumenten en producenten gewaarborgd moet worden.
Maaike Raaijmakers, Co?rdinator Gentechnologie Biologica, 27 juli 2004
raaijmakers@platformbiologica.nl
Vervuiling van biologisch vlees door GGO's niet ondenkbaar
26 juli 2004 De productie van genvrij biologisch vlees lijkt onmogelijk tenzij hoge kosten worden geinvesteerd om te voorkomen dat er in veevoer sporen van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) terechtkomen. In een nog te verschijnen rapport van Wageningse onderzoekers, dat werd opgesteld in opdracht van het ministerie van Landbouw, wordt dat vermeld.
Het ministerie wilde weten of een GGO-vrije productie in de diervoedersector haalbaar is, om zo de consument de keus te kunnen bieden. De biologische sector wil helemaal geen GGO's, maar volgens het rapport zal dit steeds moeilijker te realiseren zijn. Veevoerproducten bevatten nu al vaak GGO-sporen die afkomstig zijn van commercieel op de wereldmarkt verhandelde genetisch veranderde gewassen, bijvoorbeeld soja en mais.
GGO-sporen kunnen via kruisbestuiving bij de teelt of tijdens het transport en opslag in partijen GGO-diervrij diervoeder terechtkomen. Zulke onbedoelde vermenging is alleen te voorkomen via kostbare 'ketensystemen' die GGO en GGO-vrije productie strikt kunnen scheiden.
26 juli 2004 De Vomar-supermarkt aan het Burgplein in
Purmerend is volgens de Dierenbescherming de diervriendelijkste supermarkt van 2004. Dinsdag 20 juli, overhandigde directeur Wijnand van de Giessen van de Dierenbescherming een oorkonde aan het Vomar-filiaal in Purmerend. Ruim honderd vrijwilligers van 24 afdelingen van de Dierenbescherming namen de afgelopen maanden 281 supermarkten van 20 supermarktketens in 81 steden en dorpen de maat door hun aanbod diervriendelijke producten te
tellen. Het gaat dan om vlees, zuivel, vleesvervangers en eieren.
Albert Heijn doet het in heel Nederland goed wat het aanbod diervriendelijke producten betreft. In de top-10 komen maar liefst acht AH-filialen voor. Wanneer het gemiddeld aantal diervriendelijke producten per keten
als uitgangspunt wordt genomen luidt de top-tien van diervriendelijke supermarkten in Nederland:
1. Albert Heijn (74 producten)
2. Vomar (70)
3. Konmar (67)
4. Jumbo (48)
5. Hoogvliet (35)
6. Super de Boer (31) en Deen (31)
8. Plus (28)
9. Dekamarkt (27)
10. Bas v.d. Heijden (23)
Opvallende stijger is Hoogvliet, die vorig jaar met gemiddeld 19 diervriendelijke producten nog niet in de top-tien voorkwam. De supermarktketens Aldi en Lidl scoren ook dit jaar ruim onder de maat met gemiddeld nog minder dan ??n diervriendelijk product per filiaal.
Het gemiddelde aanbod van diervriendelijke producten in Nederlandse
supermarkten is gestegen van 23,6 naar 27,2. Zo zijn er meer supermarktketens biologisch varkensvlees gaan verkopen, zijn ook de laatste supermarktketens die nog batterijeieren verkochten overgestapt op scharreleieren en is het aanbod aan vleesvervangers fors toegenomen.
Opnieuw bleek dat supermarkten nauwelijks kalfsvlees verkopen. Het aanbod aan diervriendelijker geproduceerd pluimveevlees is daarentegen nog altijd bedroevend laag.
12 juli 2004 Agrifirm gaat een toeslag geven van ? 16 per ton aan bio-tarwetelers als het eiwitgehalte hoger is dan 11.5%.
Nu mengt Agrifirm nederlandse baktarwe vaak met buitenlandse tarwe om te voldoen aan de eisen die molenaars stellen voor goede baktarwe. De kwaliteit van de nederlandse baktarwe moet omhoog. Samen met PPO, DLV en het Louis Bolk Instituut wil Agrifirm telers bewegen om kritischer naar de stikstofbemesting te kijken.
Bron: Boerderij 6 juli 2004
12 juli 2004 Alsa is een natuurlijk gewasbeschermingsmiddel op basis van knoflook. Volgens fabrikant Deruned in Bleiswijk weert het middel tal van plagen, zoals kevers, muggen en luizen uit vollegrondgroentegewassen. Bovendien houdt het minimaal een week lang de duiven uit het gewas omdat ze de geur en smaak van knoflook uiterst onaantrekkelijk vinden.
Bron: Boerderij 15 juni 2004
12 juli 2004 Uiergezondheid is te be?nvloeden! Dat is de conclusie van Leonie Jelsma en Christien Kloeze van het Van Hall instituut in hun onderzoeksverslag in opdracht van de Animal Sciences Group van Wageningen UR. In hun afstudeerproject met als titel ?Effect van bedrijfsvoering op uiergezondheid in de biologische melkveehouderij? geven ze op grond van een enqu?te onder 77 biologische melkveebedrijven aan welke factoren verhoogde risico's teweegbrengen. Met de toepassing van de door hen genoemde managementfactoren is de biologische veehouder in staat het celgetal op een zelfde streefnorm te brengen als de gangbare veehouderij. Het percentage koeien met een te hoog celgetal ligt nu na omschakeling van gangbaar naar biologisch nog gemiddeld op 30 %, twee keer zo veel als de norm van 15 % die voor de gangbare veehouderij in Nederland wordt gehanteerd.
Het gehele rapport kunt u lezen op www.biofoon.nl
07 juli 2004 Eind mei plantte gedeputeerde Janse de Jonge symbolisch 175 bio-eiken en 8000 bio-beuken
door deze bomen op te leveren bij rotonde Wagenberg. Hiermee zet de provincie een volgende stap in haar in 2001 geformuleerde streven naar 20% aankoop biologisch plantmateriaal in het openbaar groen binnen 10 jaar. Belangrijk naast de biologische opkweekmethoden is het gebruik van verantwoord en streekeigen materiaal waardoor de provincie een sterker en duurzamer eindresultaat verwacht en minder beheerkosten.
De bomen hebben het eko-keurmerk. De provincie Noord-Brabant is voornemens het beleid verder te concretiseren.
(Bron: Provincie Noord-Brabant, 24 mei 2004)
07 juli 2004 De biologische en duurzame landbouw in Nederland hebben meer steun van de overheid nodig om zich te ontwikkelen en een plek op de consumentenmarkt te veroveren. Tweede-Kamerlid Waalkens (PvdA) heeft minister Veerman van Landbouw opgeroepen bij de verdeling van de Europese gelden nadrukkelijker deze milieu- en diervriendelijke boerenbedrijven te steunen.
De biologische landbouw moet volgens de PvdA'er een steuntje in de rug krijgen via de zogeheten hectaretoeslag. Op die manier daalt de kostprijs voor het produceren van biologische groenten, fruit en vlees en wordt het prijsverschil met de producten van de reguliere landbouw kleiner. Consumenten, die in de supermarkt vaak kiezen voor de goedkopere producten, zullen zo volgens Waalkens makkelijker en vaker kiezen voor de biologische producten.
Kostprijs biologisch kuikenvlees bedraagt circa ? 1,85 per kilo
07 juli 2004 De berekende kostprijs van biologisch kuikenvlees bedraagt ? 1,83 per kg bij een productieperiode van 70 dagen en ? 1,87 per kg als een productieperiode van 81 dagen wordt aangehouden. De helft van de primaire productiekosten worden bepaald door de voerkosten. De Animal Science Group in Lelystad heeft dat berekend via een modelmatige aanpak waarin zoveel mogelijk gegevens uit de praktijk zijn ingebracht. Uitgangspunt was een bedrijf met 9600 dieren verdeeld over twee stallen.
Voorlopig zijn er weinig mogelijkheden voor kostprijsverlaging, zo stellen de onderzoekers vast. Er zou een positief effect op de kostprijs ontstaan wanneer de eendagskuikens afkomstig zijn van Nederlandse moederdieren van traaggroeiende merken. Dat zou kunnen wanneer er op wat langere termijn grotere hoeveelheden van dit type eendagskuikens nodig zijn. Een ruimer aanbod van grondstoffen kan in de toekomst een positief effect hebben op de voerprijs. Het voer dient in de toekomst echter een hoger percentage biologische grondstoffen te bevatten. Ook aan de teelt van grondstoffen worden strengere eisen gesteld. Dat alles kan juist leiden tot een hogere voerprijs.
De kritieke opbrengstprijs voor een kilo biologisch kuikenvlees bedraagt ? 1,55 en ? 1,58 bij een productieperiode van respectievelijk 70 en 81 dagen. De opbrengstprijs van het kuikenvlees dient minimaal zo hoog te zijn, om aan de
liquiditeitsverplichtingen te kunnen blijven voldoen. Door de productie af te blijven stemmen op de vraag, kan worden voorkomen dat de opbrengstprijzen gaan dalen. Ondanks de hoge kostprijs, kan het Nederlandse kuiken gemakkelijk concurreren in de markten in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
De ASG-onderzoekers zien vanuit kostenoogpunt en concurrentiepositie wel perspectief voor de biologische vleespluimveehouderij in Nederland. Voorwaarde is wel dat bedrijven voor ze beginnen te produceren de afzet van het vlees geregeld hebben. De groei van het aanbod moet volgen op de groei van de vraag naar biologisch kuikenvlees. De productiekosten liggen op een zodanig hoog niveau dat het van groot belang is om een goede opbrengstprijs te kunnen realiseren. Daarnaast moeten bij het opstellen van de regels voor biologische productie de waarde van biologische principes en de effecten daarvan op kostprijs goed tegen elkaar worden afgewogen. Men moet vermijden dat er vanwege de regelgeving nauwelijks pluimveehouders om kunnen schakelen.
Het rapport 'Primaire productiekosten biologisch kuikenvlees' is te vinden op de website van Biofoon
07 juli 2004 In Denemarken is een machine ontwikkeld die kweek en distels mechanisch bestrijd. Het principe is dat woelers de grond 100% horizontaal doorsnijden, waarna een draaiende pennenfreesde wortels op de grond legt.
De driemeterversie van deze onkruidbestrijder is getoond op een onkruid demo dag op het bedrijf van Emiel van de Vijver in Graauw, Zeeland.
Meer info bij DLV biologisch 06-26544106 en http://www.ekoforsk.dk/projekt/i08/stat03.pdf
28 juni 2004 Themato C.V. uit Berkel en Rodenrijs is de winnaar van de juryprijs maatschappelijk verantwoord ondernemen 2004. De publieksprijs is gewonnen door de handelsonderneming in biologische groenten en fruit Eosta B.V. uit Waddinxveen.
De prijzen werden uitgereikt door minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en door Gerard Doornbos, voorzitter van LTO Nederland.
Themato C.V. is het eerste bedrijf in Nederland dat volgens de meest energiezuinige manier pruimtomaten teelt in een gesloten kas. Daarnaast streeft het bedrijf er naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met 80% te verminderen. Een van de speerpunten van Themato is het optimaliseren van de arbeidsomstandigheden, zoveel mogelijk samen met het personeel. Er is een apart communicatietraject ontwikkeld om zoveel mogelijk collega-telers te informeren over de ontwikkelingen op dit bedrijf. Minister Veerman roemde Themato om zijn openheid, want de gesloten kas is meteen ook een demonstratieproject. 'Dit bedrijf is niet bang om zijn kennis te delen, maar vertrouwt erop dat de hele sector op den duur profiteert van een gezamenlijke innovatiekracht', aldus Veerman bij de uitreiking van de prijs.
Eosta B.V. is Europees marktleider in gecertificeerde biologische en 'fair trade' groenten en fruit met een eigen certificeringsysteem 'Nature and More'. Met 'Nature and More' geeft Eosta op unieke wijze inhoud aan ketenregie en kwaliteitsborging op het gebied van productkwaliteit, ecologische - en sociale kwaliteit. Dit systeem vormt de basis waarmee de financi?le winstgevendheid van de onderneming wordt behaald. Idealisme en commercieel realisme gaan hand in hand.
De prijsuitreiking vond plaats tijdens de derde conferentie over maatschappelijk verantwoord ondernemen in het agrocomplex. Het thema van de conferentie was 'Samen werken aan winst'. Behalve een motivatie van de jury en een presentatie door de genomineerden vonden er ook workshops plaats. De aanwezigen konden via een stemming de winnaar van de publieksprijs aanwijzen.
Voor meer informatie zie:
Stimuleringsprijs voor maatschappelijk verantwoord ondernemen 2004
28 juni 2004 Uit een smaaktest in het juli/augustusnummer van het maandblad Jonas blijkt dat bio-dynamische producten (Demeter) lekkerder zijn dan gangbare en/of biologische. Vijf fijnproevers (Jaap Westerbos (kok), Merle Koomans van den Dries (BD-Vereniging), Nicolien Eckelboom (Albert Heijn), Anne van der Wal (Albert Heijn), Rya Ypma (di?tiste) en Bob Cramwinckel (instituut voor Smaakonderzoek) testten en proefden tomaten, spinazie, aardappels, komkommers, ijsbergsla, aardbeien, kiwi's, eieren, brood, boter en vanillevla. Vijf maal scoorde de bd-variant als beste, 4 maal de gangbare variant en 3 maal de eko-variant.
Lees meer over de smaaktest in het artikel in de bijlage, dat in het zomernummer van Jonas te lezen is.
Waarom de Biologische Landbouw tegen Gentechnologie is
28 juni 2004 Sinds 1993 neemt de Biologische Landbouw stelling tegen het gebruik van genetisch gemanipuleerde organismen (GGOs) in de landbouw. Henk Verhoog (bioethicus) is op zoek gegaan naar de redenen achter deze stellingname. Deze publicatie is het resultaat.
De auteur is van mening dat Biologische Landbouw meer is dan een productiemethode, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van pesticiden en GGOs, omdat die slecht zouden zijn voor de gezondheid van de mens en van het milieu. De Biologische Landbouw wordt ge?nspireerd door een ecologische levensbeschouwing. Daarin is de mens een deel van de natuur en worden planten en dieren als partners in het agro-ecosysteem beschouwd. Biologische Landbouw maakt een principi?le keuze voor een andere vorm van landbouw, een landbouw die recht wil doen aan de integriteit van plant, dier, boer, consument en landschap. Vervuiling met GGOs vormt daar een bedreiging voor.
Deze publicatie kost 10 Euro inclusief portokosten. Bij afname van 5 stuks of meer zijn de kosten 5 Euro per stuk. U kunt de publicaties bestellen door te bellen met 0343-523860 of een email naar info@louisbolk.nl.
Gelijke opbrengsten met minder mest bij het GPS rijpadensysteem?
28 juni 2004 Met het nieuwe mestbeleid zullen in de toekomst ook plantaardige biologische bedrijven aanlopen tegen de nieuwe fosfaatgebruiksnormen. Het GPS
rijpadensysteem kan mogelijk een hulpmiddel zijn om in de toekomst met lagere hoeveelheden mest uit de voeten te kunnen. Dit bleek in een
studiebijeenkomst met biologische telers op het bedrijf van Jaap Korteweg op 21 juni. In een spinazieproef van het Louis Bolk Instituut, uitgevoerd in het kader van het project 'Bijzondere Bemesting', waren verschillen in spinazieproductie tussen gangbare grondbewerking en het GPS-rijpadensysteem
duidelijk zichtbaar. Het GPS- rijpadensysteem, waarbij een satelliet gestuurde trekker vaste rijpaden op het veld volgt, toonde een opmerkelijk gezond groeiend gewas dat duidelijk beter presteerde dan bij de gangbare
grondbewerking.
Marleen Zanen van het Louis Bolk Instituut lichte toe dat de eerste resultaten erop duiden dat in het rijpadensysteem met een veel lagere
drijfmestgift van 14 ton kon worden volstaan om de spinazieproductie te halen, vergelijkbaar met een 40 ton drijfmestgift bij gangbare
grondbewerking. In de spinazieteelt lijkt dus een reductie in mestgift haalbaar van 65procent zonder directe gevolgen voor de spinazieproductie.
Voortzetting van het nu gestarte onderzoek moet uitwijzen of de behaalde resultaten ook in komende jaren en bij andere gewassen gevonden worden. De ervaring uit de praktijk dat een betere bodemkwaliteit een gunstige
uitwerking heeft op de stikstofbeschikbaarheid in de bodem en daarmee op de groei van het gewas lijkt hiermee bevestigd te worden.
Voor meer informatie over deze proef of over het project 'Bijzondere
Bemesting':
Marleen Zanen,
Louis Bolk Insituut
Tel: 0343-523860
E-mail: m.zanen@louisbolk.nl
21 juni 2004 De Europese Commissie wil vaker reclame laten maken voor biologische landbouw. Het publiek moet zo meer van deze producten kopen, wat het milieu en dierenwelzijn ten goede komt.
Dit is het belangrijkste punt in een actieplan voor biologische landbouw, dat de Europese Commissie donderdag heeft voorgesteld aan de ministers van landbouw. Die bespreken het eind juni.
Brussel is bereid de Europa-brede informatiecampagne te betalen. "Europeanen zijn niet goed ge?nformeerd over de voordelen van biologische landbouw", vindt de commissie.
Een Europees labeltje moet de producten in heel Europa herkenbaar maken. Het is een rondje met zes graankorreltjes en twaalf EU-sterretjes. Dat komt naast de nationale symbolen voor biologische producten.
"Om zeker te zijn dat de producten echt biologisch zijn, komt er extra controle van de productie", zei een woordvoerder van Europees commissaris Fischler (Landbouw).
Tegelijk moeten gewone boeren meer subsidie krijgen om over te stappen op biolandbouw. Ook universiteiten zouden meer onderzoek en lessen geven in deze vorm van landbouw.
De biologische teelt maakt nu 2 procent uit van de landbouwproductie in Europa.
21 juni 2004 Nederlandse supermarkten lopen achter op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, vergeleken met supermarkten in andere EU-landen. De prijzenoorlog heeft deze achterstand vergroot. Verantwoord geproduceerde producten worden weggedrukt door andere veel goedkopere producten. Het kan ook anders. Het rapport ?People, Planet, Profit in de supermarkt?, dat Stichting Natuur en Milieu vandaag heeft aangeboden aan vertegenwoordigers van supermarkten, staat vol met inspirerende voorbeelden en aanbevelingen voor verantwoord ondernemen in de supermarkt. Uit het rapport blijkt dat Albert Heijn, Konmar, Super de Boer en C1000 de Nederlandse koplopers maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn. Het aandeel van verantwoorde producten is bij vergelijkbare supermarkten in andere EU-landen echter vaak twee keer zo groot. Onder meer dankzij het veel grotere assortiment. Elf onderzochte buitenlandse supermarkten verkopen gemiddeld zevenhonderd biologische artikelen, tegen Albert Heijn 250.Buitenlandse supermarkten hanteren vaak gedragscodes voor mensenrechten, eisen dat zuivel- en vleesproducten veevoer gebruiken dat vrij is van genetisch gemanipuleerde organismen, werken vaker zichtbaar samen met maatschappelijke organisaties, zijn open over informatie en verkopen veel verantwoord geproduceerde producten, waaronder ook streekproducten. Nederlandse supermarkten scoren beter op het gebied van vleesvervangers en verantwoord geproduceerde koffie, en verkopen geen legbatterij-eieren.Uit het rapport van Natuur en Milieu blijkt dat de consument ??n duidelijke wens heeft: het prijsverschil van meer dan vijftig procent tussen verantwoorde en gangbare producten moet snel omlaag.Van de afspraken tussen supermarkten en maatschappelijke organisaties (waaronder Natuur en Milieu) om prijsverschillen in 2004 te verkleinen is niets terecht gekomen. De prijzenoorlog heeft de prijsverschillen juist met 10 tot 15 procent vergroot. Een jaarlijkse monitor duurzame voeding, gefinancierd door de overheid, zou een goed middel zijn om uitvoering van de afspraken op de rails te krijgen.
Bron: Stichting Natuur en Milieu, Utrecht
17 juni 2004 Het huidig beleidsplan voor biologische landbouw van het ministerie van LNV loopt eind 2004 af. Om te zorgen dat de ervaringen en wensen van de biologische sector meegenomen worden in het nieuwe beleidsplan, heeft Biologica onder de titel "De verduurzaming van de boodschappentas" een eigen beleidsplan biologische landbouw opgesteld. Op 1 juni j.l. is dit namens 20 organisaties aan minister Veerman gestuurd.
Daarnaast hebben ook alle landbouwwoordvoerders van de politieke partijen het beleidsplan toegestuurd gekregen als voorbereiding op het Algemeen Overleg biologische landbouw, dat binnenkort zal plaatshebben in de Tweede Kamer. Het ministerie van LNV heeft informeel laten weten dat het beleidsplan ?zeer bruikbaar? is.
De centrale boodschap in het beleidsplan is dat de biologische landbouw om twee redenen steun verdient. Ten eerste levert het vele maatschappelijk gewenste diensten, zoals hoger dierenwelzijn, minder milieubelasting, meer natuur, enz. Ten tweede dient het als kraamkamer voor innovaties die de gangbare landbouw kan helpen verder te verduurzamen. Denk aan klaver in grasland en mechanische onkruidbestrijding.
Voor de komende drie jaar stelt Biologica in het beleidsplan voor om vooral nadruk te leggen op de verdere ontwikkeling van de vraag middels verdieping van consumentenvoorlichting, voortzetting van ketenactiviteiten en professionalisering van de retail. Een goede organisatiegraad blijft cruciaal voor de sector; hiervoor is steun voor Biologica, sectorwerkgroepen, studiegroepen e.d. nodig. Tot slot blijft kennisontwikkeling van groot belang. Van het onderzoeksgeld moet dan ook 10% voor de innovatie van biologisch ingezet worden, stelt Biologica voor.
Pas op Prinsjesdag in september zal duidelijk zijn wat het definitieve beleidsplan van het ministerie wordt en de daarbij behorende begroting. In de aanloop daartoe zal Biologica zorgen dat de voorstellen van de sector duidelijk in het Haagse vizier blijven. Zo zal biologische landbouw ??n van de onderwerpen zijn voor het koffertje dat op Duurzame Dinsdag, de eerste dinsdag in september, aan alle 2e Kamerleden wordt gegeven.
"De verduurzaming van de boodschappentas" en de lijst van ondertekenaars is via www.platformbiologica.nl te downloaden.
17 juni 2004 Ruim zestig schoolkinderen onthullen samen met kinderboekenschrijver Robbert Jan Swiers het eerste boerderijbord ?Wij maken de lekkerste producten ? Biologische eigenlijk heel logisch? bij het biologisch akkerbouwbedrijf van de familie Steendijk in Kamperland. In Zeeland komt in totaal bij zo?n 15 biologische bedrijven een boerderijbord te staan. De borden zijn een actie van de landelijke Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw. Het eerste bord wordt onthuld daags voor de start van de open dagen biologische landbouw.
De boerderijborden zijn een landelijk initiatief van de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw. In Nederland komen in totaal zo?n 200 borden te staan bij biologisch werkende bedrijven.
17 juni 2004 Prijsvechter Aldi heeft besloten alleen nog biologische druiven aan te bieden. Dit om te voorkomen dat de druiven meer giftige resten bevatten dan de wettelijke norm.
Uit onderzoek van Stichting Natuur en Milieu, Consumentenvereniging Goede Waar & Co en Milieudefensie was eerder gebleken dat in 2001, 2002 en 2003 de wettelijke normen herhaaldelijk werden overscheden, met name bij de prijsvechters Aldi en Lidl. Bij 60 tot 75% van de druiven werden te hoge gifgehaltes waargenomen. Na dreiging met een rechtszaak stopten Aldi en Lidl vorig jaar met de verkoop van druiven.
Lidl is nu in overleg met genoemde organisaties om meer biologische producten in de schappen te krijgen. Verder is overeengekomen dat Lidl gedurende het komende halfjaar al het citrusfruit iedere drie weken laat controleren op resten van bestrijdingsmiddelen.
15 juni 2004 Voor een appel en een ei kunnen consumenten hun eigen virtuele biologische boerderijtje beginnen. De campagne "Adopteer een kip" krijgt een broertje dat "Adopteer een appelboom" zal heten. Op 19 juni, tijdens de landelijke Open Dagen bij de biologische boer en tuinder, vindt de feestelijke aftrap plaats in de biologische appelboomgaarden van De Olmenhorst, Lisserweg 481, in Lisserbroek (NH). Biologica is initiatiefnemer van de adoptieprojecten.
De actie ?Adopteer een Kip? heeft als een frisse wind door Nederland gewaaid en een brede groep consumenten enthousiast gemaakt voor de biologische landbouw. Ruim 24.000 mensen hebben een kip geadopteerd en nog elke dag krijgt Biologica aanmeldingen binnen. De actie heeft veel positieve media-aandacht voor biologische landbouw en voeding gegenereerd en de omzetstijging van biologische eieren steeg in de winkels in de eerste maanden met ruim 20%. Last but not least: ruim 70% van de deelnemende winkeliers meldde nieuwe klanten in de winkel. Biologica gaat het succes van de kip nu uitbreiden met ?Adopteer een Appelboom?. Een appel is typisch Hollands fruit, een appelboom is een entiteit en veel biologische fruittelers doen aan agrarisch natuurbeheer. Kortom, de appel heeft volop mogelijkheden om het natuurvriendelijke karakter van de biologisch teelt voor het voetlicht te plaatsen. Bij ?Adopteer een Kip? ligt het zwaartepunt bij de diervriendelijkheid van de biologische sector.
Je eigen boom leegplukken
'Adopteer een Appelboom' is leuk voor gezinnen, klassen of andere groepen. Naast de symbolische adoptie kunnen mensen namelijk een echte biologische appelboom adopteren, die dan een keer per jaar met de hele familie ? of met de hele klas ? leeggeplukt kan worden. Als je met manden vol biologische appels naar huis teruggaat, kun je het rijke gevoel van een goede oogst ervaren. Verder wordt de actie ge?nt op ?Adopteer een Kip?: alle succesvolle elementen zoals de website (www.adopteereenappelboom.nl), halfjaarlijkse nieuwsbrief, cadeaubon en dergelijke zullen weer terugkomen. De consument die symbolisch een appelboom adopteert, kan maandelijks 5 appels ophalen in de natuurvoedingswinkel met een appelbon en mag in de oogsttijd een keer appels plukken bij de teler. Bovendien wordt een deel van de opbrengst ingezet voor de promotie en ontwikkeling van de biologische landbouw in Nederland. Met de adoptieactie steun je de dus de hele biologische sector en pluk je er ook nog zelf de vruchten van.
Besmettelijke darmbacterie verdwijnt sneller uit een biologische zandgrond
15 juni 2004 De bij de mens ernstige diarree veroorzakende bacterie Escherichia coli afkomstig van rundermest blijkt sneller te verdwijnen in biologische zandgrond dan in kleigrond en gangbaar beheerde gronden. De bacterie, die via koemest op het land kan komen, blijkt korter te overleven in mest van koeien die vezelrijk, ingekuild gras eten dan koeien die op een maisdieet staan. Dit zijn de voorlopige resultaten van onderzoek aan de leerstoelgroep Biologische Bedrijfssystemen van Wageningen Universiteit naar de risico's van ziekteverwekkers in de plantaardige voedselketen. Het onderzoek is gefinancierd door de Technologiestichting STW.
Escherichia coli (E. coli) van het type O157:H7 kan via het maag- en darmkanaal van de koe in de mest komen die op bouwland wordt uitgereden. Als de bacterie ook in de gewassen terecht komt kan ze bij de mens een gevaarlijke uitwerking hebben. Deze pathogene stam van E. coli kan bij de mens reeds in een lage dosis bloederige diarree en in het ernstigste geval blijvende nierschade of zelfs de dood tot gevolg hebben. Voedselvergiftiging met deze bacterie wordt voornamelijk geassocieerd met producten van dierlijke oorsprong, maar de laatste jaren ook steeds vaker met rauwe groenten en fruit. Mest wordt gezien als de belangrijkste besmettingsbron. Zowel in de biologische als in de gangbare groenteteelt wordt gebruikgemaakt van dierlijke mest.
De Wageningese onderzoekers voegden kunstmatig met E. coli besmette mest toe aan biologische en gangbare klei- en zandgronden. De bacterie bleek vijfmaal sneller te verdwijnen uit de biologische zandgrond dan uit de andere gronden.
Onderzoek naar de oorzaak van deze snelle afsterving in biologische zandgrond heeft nu plaats. Vervolgonderzoek zal zich ook richten op besmettingskansen van sla geteeld op bemeste grond. Tot nu toe zijn er geen ziekteverwekkende E.coli-bacterien aangetroffen in op deze gronden geteelde slaplantjes, zodat er voorlopig geen aanwijzingen zijn voor een verhoogd gezondheidsrisico.
(Bron: www.wau.nl, 7 juni 2004)
Biologische bedrijven genomineerd voor de ANNA-prijs
14 juni 2004 In 2004 nemen 90 biologische bedrijven deel aan het project EKO-Natuurmonitor. De bedrijven die het best scoren op gebied van natuur en landschap komen in aanmerking voor de ANNA-prijs van ? 2000,-. Op basis van de natuurscore van de deelnemende bedrijven zijn 6 bedrijven genomineerd. In september wordt de prijswinnaar bekend gemaakt.
Biologische bedrijven produceren duurzaam door geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken; alles wordt minder intensief en met zo min mogelijk kunst- en hulpstoffen geproduceerd. Daarom gaan biologische landbouw en natuur heel goed samen. Met het EKO-Natuurmonitorproject willen Biologica en CLM de natuurprestaties van de biologische sector aan een breed publiek te laten zien. In 2004 nemen negentig biologische bedrijven verspreid over de verschillende sectoren en provincies deel aan het project. Deze bedrijven hebben met behulp van ANNA in kaart gebracht wat er aan natuur - en landschapselementen op hun bedrijf aanwezig is en welke beheersmaatregelen zij uitvoeren. ANNA staat voor Agrarische NatuurNorm Analyse. Dit is een instrument waarmee boeren zelfstandig de natuurwaarde op hun bedrijf vast kunnen stellen.
Tussentijdse resultaten
Onder de 90 deelnemers zijn de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant het best vertegenwoordigd. De verschillen tussen de sectoren zijn klein. De bedrijven met melkvee scoren ongeveer even hoog op het gebied van natuur als bedrijven met akkerbouw. Veel bedrijven hebben ook verschillende bedrijfstakken. Uit de tussentijdse resultaten blijkt dat de torenvalk, boerenzwaluw, kievit en scholekster op het merendeel van de deelnemende bedrijven te zien is. Maar ook meer bijzondere soorten als de veldleeuwerik, kerkuil en patrijs komen voor op respectievelijk 47, 42 en 38 procent van de deelnemende bedrijven. De vogels profiteren van de grote variatie aan gewassen die op biologische bedrijven groeien en het rijke insectenleven.
Opvallende plantensoorten als kattestaart, pinksterbloem, vergeetmijnietje, duizendblad en veldzuring komen op meer dan de helft van de deelnemende bedrijven voor; deze planten zijn aantrekkelijk zijn voor mens en dier, er komen veel insecten op af, die weer dieren aantrekken. Op sommige bedrijven zijn soorten waargenomendie op de rode lijst staan: rietorchis, moerashertshooi en kievitsbloem.
De resultaten worden in september in de EKO-Natuurmonitor gepubliceerd. Dit is een boekje dat de prestaties op het gebied van natuur en landschap op biologische bedrijven in beeld brengt met foto?s en beschrijvingen van de bedrijven.
Nominaties voor de ANNA-Prijs
De deelnemende bedrijven schetsen gezamenlijk een beeld van de prestaties van de biologische sector in natuur - en landschapsbeheer. De genomineerde bedrijven komen uit verschillende sectoren en provincies en scoren het hoogst op natuur - en landschapselementen.
De volgende bedrijven zijn genomineerd en komen dus in aanmerking voor de ANNA-prijs van ?2000,- (in willekeurige volgorde):
Bedrijf Hemelrijksche Hoeve in Biezenmortel (N.B.) van Johan en Gerrie Martens, zie voor bedrijfsgegevens ook www.hemelrijkschehoeve.nl;
Bedrijf Cinquant te Haps (N.B.) van Paul van der Groes, zie www.cinquant.nl
Vleesveebedrijf Buist-Koudijs in Eelde-Paterswolde in Drenthe van Dhr. Buist en mw. Koudijs;
Maatschap Kwekerij de Bierkreek in IJzendijke in Zeeuws Vlaanderen, www.bierkreek.nl, mw. G. van de Krogt;
Landgoed de Hoevens in Alphen (NB) van de familie Lande-Vogels, www.dehoevens.nl;
Bedrijf van Gert-Jan Kool in Heij en Boeicop, Zuid-Holland.
In de bijlage vindt u beschrijvingen van de genomineerde bedrijven, die een levendig beeld geven van de prestatie de biologische sector aan natuur- en landschapsbeheer.
Meer informatie en foto?s zijn op te vragen bij:
Biologica: Marre Loefs 030-2339970
CLM: Henk Kloen en Harri?t de Ruiter 0345 470700
14 juni 2004 Onderzoekers van de Universiteit van Kassel zeggen een methode te hebben ontwikkeld waarmee ze met zekerheid kunnen vaststellen of een product afkomstig is uit de biologische landbouw of uit de gangbare landbouw. Daarover publiceren zij in het Duitse meinummer van National Geographic. Het blijkt dat uit chemische verbindingen in de producten verschillende kristalstructuren worden gevormd die zijn terug te voeren op de teeltmethode. In een laboratorium zijn de wetenschappers in staat om deze structuren via spectraalanalyse en elektrochemie op te sporen.
14 juni 2004 Op 11 mei is de Organic Retailers Association (ORA) opgericht en het bestuur aangesteld. ORA is een internationale paraplu-organisatie voor nationale biologische retailorganisaties en natuurvoedingswinkels. De missie van ORA is consumenten voorzien van biologische producten in hoog gekwalificeerde en gecertificeerde natuurvoedingswinkels. ORA gaat op internationaal niveau de algemene belangen van de speciaalzaken behartigen, de speciaalzaakbranche promoten en ondersteunen en verantwoordelijkheid nemen voor de integriteit en consistentie van biologische kwaliteit door de ontwikkeling van standaarden op het gebied van assortiment, bewerking, opslag en labelling van biologische producten en het kwaliteitsniveau van winkeliers.
Minister weigert bekendmaking van supermarkten die gifnormen overtreden
14 juni 2004 Minister Veerman (LNV) weigert openbaarmaking van de namen van supermarkten die groenten en fruit verkopen met teveel bestrijdingsmiddelen. Stichting Natuur en Milieu, Milieudefensie en Goede Waar & Co hadden, samen met zevenduizend burgers, daarom gevraagd op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De organisaties en de 7.000 burgers gaan bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de minister.
Supermarkten verkopen vaak producten met teveel restanten bestrijdingsmiddelen. Uit steekproeven van de Keuringsdienst van Waren blijkt dat de wettelijke normen steeds vaker worden overschreden. Dat is schadelijk voor de gezondheid en voor het milieu. De organisaties vinden dat de namen van bedrijven bekend moeten worden gemaakt waar de Keuringsdienst van Waren pesticiden op groenten en fruit heeft aangetroffen. Dan kan de consument een bewuste keuze maken en worden de supermarkten gestimuleerd om maatregelen te nemen. In Engeland is openbaarheid van de gegevens al jaren de praktijk. Dat heeft er toe geleid dat supermarkten beter hun best doen gif op voedsel te voorkomen.
De minister heeft het verzoek op grond van de Wob afgewezen met de volgende argumenten:
- "Het verzoek is buitengewoon bewerkelijk."
- "Het gaat om gegevens over bedrijven die opereren in concurrentie en die in bedrijfseconomisch opzicht gevoelig van aard zijn (...). Openbaarmaking van de betrokken gegevens zou met name ondernemingen waarover kritiek is opgenomen, kunnen benadelen."
De organisaties zijn het hier niet mee eens. De minister vindt de reputatie van bedrijven belangrijker dan het recht van consumenten om te weten hoe supermarkten presteren op een wezenlijk punt: gezonde waar. De milieu- en consumentenorganisaties en de 7.000 burgers zullen bezwaar aantekenen tegen de beslissing. Indien de minister dan opnieuw weigert, dan zal de rechter om een oordeel gevraagd worden
Meer informatie op www.weetwatjeeet.nl en www.milieudefensie.nl/voedsel.
13 juni 2004 Een goede stikstofvoorziening is ??n van de lastigste opgaven voor de biologische bloembollenteler, want de beschikbaarheid van stikstof uit organische mest is moeilijk te sturen. De vraag is dan ook welke gevolgen dit heeft voor de kwaliteit van bollen bestemd voor de broeierij. Bekend is dat stikstof een goede graadmeter is voor de te verwachten bloemkwaliteit en invloed heeft op de zwaarte van de snijbloemen. Om na te gaan hoe bollen en bloemen zich houden in het traject van teelt tot afzetkanaal volgden onderzoekers van PPO bloembollen samen met DLV een aantal partijen van twee BIOM-deelnemers met bloembollen in het bouwplan. Dit gebeurde aan de hand van een checklist, met het doel de traceerbaarheid van de bollen in de keten te verbeteren en de kwaliteit te volgen.
13 juni 2004 De Europese Commissie (EC) heeft donderdag een actieplan voor de biologische landbouw gelanceerd. Veel reclame en een Europees logo voor biologische producten zijn de speerpunten. Platform Biologica is enthousiast over de aandacht voor de sector, maar vindt het keurmerk geen goed idee. Een belangrijk onderdeel van het Europese actieplan is het informeren van consumenten. Volgens de Europese commissie weten Europeanen te weinig over biologische producten en kopen ze deze daarom niet vaak genoeg. Een Europa-brede informatiecampagne moet hierin verandering brengen. ?Het promoten van milieuvriendelijke kwaliteitsproducten is een kernpunt van het nieuwe, hervormde landbouwbeleid?, zegt Franz Fischler, Commissaris voor Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij. Winkels, scholen en bedrijfskantines zullen worden bestookt met informatie over de milieuvoordelen van het gifvrije appeltje en de biologische boterham. Verder moet de consument ook bekend worden gemaakt met een Europees keurmerk voor biologische producten. Platform Biologica, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw in Nederland, ziet op zich de informatiecampagne wel zitten. Al ziet Joost Guijt van deze organisatie liever meer diepgaande informatie, zoals welke claims biologische landbouw hard kan maken. De promotie van het EU-keurmerk vindt hij weggegooid geld. Consumenten van biologische producten hebben veel meer binding met regionale keurmerken, meent hij. ?Het zou beter zijn als de verschillende nationale keurmerken elkaar beter zouden erkennen, dan nog een logo te introduceren.? Controle Omdat het vertrouwen van de consument in biologische producten is gebaseerd op de productiestandaarden moet volgens Brussel de controle daarop nog scherper. Twijfel aan de ?echtheid? van een biologisch product kan een reden zijn het niet te kopen. Ook het Platform Biologica vindt controle een goede zaak. Het vertrouwen van de consument in de biologische sector is al groot. Een betere afstemming van de regionale standaarden en het uitwisselen van vermoedelijke fraudegegevens, zullen dit vertrouwen verder versterken. De financi?le ondersteuning voor de biologische sector vanuit Brussel richt zich tot nu toe vooral op de productie. Nu verschuift de aandacht meer richting vraag. De drempel bij de consument blijft het prijsverschil met de niet-biologische artikelen. Hierdoor zal het marktsegment van de biologische producten altijd beperkt blijven. Volgens Guijt valt er nog wel wat met die prijzen te schuiven binnen de bestaande belastingschijven, zodat prijzen van biologische en niet-biologische artikelen wat meer naar elkaar toe komen. ?Maar een prijsverschil zal er altijd blijven, want kwaliteit heeft een prijs.? Offici?le erkenning Het plan van de EC stelt dat de biologische landbouw inmiddels volledig ge?ntegreerd is in het Europese landbouwbeleid. Zover wil Guijt niet gaan. In de laatste tussentijdse herziening van het Europese landbouwbeleid was er nog geen aparte aandacht voor biologische landbouw. Dit actieplan betekent dan ook een beleidsomslag. De voordelen van de biologische sector als erkend duurzame vorm van landbouw met een hoge standaard van dierwelzijn en bijdrage aan natuurontwikkeling, worden nu eindelijk door de EC officieel onderschreven, aldus Guijt. Toch zijn er in het actieplan geen concrete doelstellingen voor de biologische sector te vinden. Het blijft slechts bij het scheppen van voorwaarden. Wel hebben de meeste Europese lidstaten op nationaal niveau doelen voor de biologische productie vastgesteld. Gemiddeld liggen die rond de 10 procent van de totale landbouw in 2010. Momenteel ligt het percentage biologische landbouw op Europees niveau zo rond de 3,5 procent.
13 juni 2004 Veel mensen kennen het prettige effect van een wandeling door een park of het uitzicht op bomen. Uiteenlopend wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat verblijf in een groene omgeving een gunstige invloed heeft op onze gezondheid en ons welbevinden. Hoe dit komt is niet altijd aan te tonen, daarvoor is meer onderzoek nodig. Dit schrijven de Gezondheidsraad en de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek in een gister uitgebracht advies.
In een beperkt aantal onderzoeken is er een direct verband gevonden tussen natuur en gezondheid. Veel vaker zijn er indirecte aanwijzingen. De natuur be?nvloed namelijk de gedragingen van de mens en die gedragingen kunnen de gezondheid gunstig be?nvloeden. Voorbeelden daarvan zijn fietsen of wandelen door park of bos.
Ook zijn er aanwijzingen dat verblijf in een natuurlijke omgeving of uitzicht op groenvoorzieningen in de stad, helpt herstellen van stress en vermoeidheid. Verblijf in de natuur zet aan tot reflectie en vergemakkelijkt sociale contacten.
Tot slot bevordert een vertrouwde maar rommelige groene omgeving de ontwikkeling van kinderen, zo schrijven de onderzoekers.
11 juni 2004 Het eerste kwartaal van 2004 laat een groeiende markt zien ten opzichte van 2003. Vooral de versgroepen AGF, zuivel (kaas!) en vlees doen het goed, net als eieren. Speciaalzaken en supermarkten dragen ongeveer gelijk bij aan de groei. Achterblijver is brood, een sector waarin producenten en supermarkten zeer passief zijn.
Bron: Task Force
08 juni 2004 De chemische zaadontsmetting van ma?s werkt erg goed tegen vogelvraat maar is op biologische bedrijven taboe. Daarom wordt binnen Bioveem een poging gedaan een effectieve biologische zaadontsmetting te vinden. Op een viertal percelen zijn proefstroken aangelegd.
Al jaren wordt op veel biologische snijma?spercelen strijd gevoerd tegen kraaien, roeken en kauwen. Deze vogels blijken in staat om het plantgetal op ma?spercelen met tientallen procenten te verminderen. Biologische ma?s in gebieden met veel roekenkolonies heeft daarom een groot risico. Het Faunafonds vergoed weliswaar faunaschade, maar deze vergoeding is niet dekkend. Bovendien leveren zowel de schade als het aanvragen van de vergoeding de nodige ergernis op. De open plekken groeien, nadat het schoffelen niet meer mogelijk is, vol met onkruid.
Sommige boeren zijn zeer actief met verjagen en bejagen. Alleen bij een zeer planmatige aanpak, waarbij er voor de vogels een continu veranderende en bedreigende omgeving wordt gecre?erd, zet dit zoden aan de dijk.
De roeken komen eerst om te foerageren op bodemdiertjes, maar gaan daarna ma?szaad opgraven en opvreten. Het is niet moeilijk om de zaadjes op te sporen want ze liggen op een vaste diepte en afstand. Zodra de ma?s opkomt is het helemaal gemakkelijk om de zaadjes te vinden. Groepen van tientallen tot honderden vogels kunnen in enkele dagen gigantisch veel zaden opvreten. Als de plantjes een bepaalde grootte hebben beginnen de vogels aan de plantjes te trekken. Het is niet duidelijk wat de functie van deze activiteit is, maar het lijkt op training van de nekspieren.
Binnen Bioveem is een pilotproef aangelegd met biologische zaadbehandeling. Het zaad is "ontsmet" met een natuurlijke stoffen van plantaardige oorsprong, die na verloop van tijd zal afbreken. De proef ligt op vier praktijkpercelen, nl. bij de deelnemers Boons en Frijns en bij een biologische teler in Coevorden en in Langezwaag. Op deze percelen zijn stroken met behandeld zaad ingezaaid. De vogels zullen niet verjaagd of bejaagd worden, omdat we juist willen zien of er op de stroken met behandeld zaad evenveel wordt gevreten als op de rest van het perceel.
Bron: www.bioveem.nl
Belgische supermarkten weigeren GGO's aan te bieden
02 juni 2004 De supermarktketens Delhaize, Colruyt en Carrefour zullen in hun winkelrekken nagenoeg geen producten met genetisch gewijzigde organismen aanbieden. Dat blijkt uit een rondvraag van De Morgen.
In hun eigen assortiment worden geen genetisch gewijzigde producten verwerkt. De huismerken van die supermarkten blijven dus volledig GGO-vrij. "Onze andere leveranciers zijn wel vrij om de wettelijk toegelaten ggo's te gebruiken", zegt Genevi?ve Bruynseels van Carrefour. "Zolang ze maar van de juiste etiketten voorzien zijn".
Maar ook Europese voedingsproducenten als Campina, Heinz, Kraft, Unilever en Interbrew hebben zich in een verdrag van de milieuorganisatie Greenpeace ertoe verbonden om geen GGO's aan te bieden. In Europa is slechts een kwart van de bevolking enthousiast over genetisch gemodificeerde landbouwproducten. De rest is veeleer weigerachtig of ronduit tegen.
(Bron: www.vilt.be)
'Duurzaamheidsprestaties van de biologische landbouw' verschenen
02 juni 2004 Verondersteld wordt dat de biologische sector qua milieu, dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden beter scoort dan de gangbare sector.
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) en Animal Sciences Group - Praktijkonderzoek (ASG-PO) hebben onderzocht of deze aanname met literatuurstudie en bureaustudie naar resultaten van praktijk- en proefbedrijven is te onderbouwen. Daaruit blijkt dat over milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen veel bekend is en van andere aspecten juist weinig.
Biologische landbouw heeft een geringere milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen en een lager energieverbruik en daarmee gepaard gaande CO2-uitstoot. Ook voor dierenwelzijn scoort de biologische veehouderij beter. Verder is de milieubelasting door mineralen in de biologische open teelten en melkveehouderij geringer of vergelijkbaar met gangbaar. Het werk geeft over het algemeen meer voldoening voor de biologische ondernemer.
Minpunten zijn de kans op hoge mineralenuitspoeling bij uitloop van dieren en in de glastuinbouw door het telen in de grond. Bij varkens en pluimvee kan een te hoge ammoniakemissie ontstaan. Bovendien zijn er enkele specifieke minpunten met betrekking tot dierenwelzijn. In meerdere sectoren is de fysieke belasting voor de biologische ondernemer hoger en in de biologische fruitteelt wordt het werken met zwavel als nadelig ervaren.
(Bron: IBL)
02 juni 2004 Duitsland: Bio-Certificaat voor Ikea-Gastronomie
Sedert half mei is Ikea de eerste bio gecertificeerde onderneming uit de grootkeukengastronomie. Dit wordt ons medegedeeld door de ?kologische Gro?k?chen Service uit Frankfurt/ Main. Het certificaat laat het bedrijf toe over het hele land bio menu's aan te bieden in alle Ikea restaurants.
De eerste controle volgens de Richtlijn van het EU milieudecreet werd uitgevoerd door de zelfstandige Kontrollstelle Gesellschaft f?r Ressourcenschutz (GfRS).
Zodoende bevestigt Ikea zijn plaats als biologische voorloper in de grootkeukengastronomie. Dagelijks biedt Ikea aan de bezoekers van zijn 34 dochterbedrijven in Duitsland een bio dagschotel en een bio kindermenu. Volgens de onderneming werden reeds in de laatste acht maanden van afgelopen jaar ongeveer 410.000 biologische gerechten verkocht, en de tendens is duidelijk aan het stijgen. Het bedrijf is dus van plan zijn aanbod verder uit te bouwen.
(Bron: probila newsflash nr. 10, 2004)
01 juni 2004 Skal betaalt een deel van de betaalde kosten terug aan alle biologische bedrijven die in 2003 onder controle stonden.
Het Bestuur van Stichting Skal heeft hiertoe besloten nu uit de jaarrekening blijkt dat in 2003 meer inkomsten zijn gegenereerd dan was voorzien. Bovendien zijn als gevolg van effici?ncymaatregelen de exploitatiekosten lager uitgevallen.
Met deze teruggave is een totaal bedrag gemoeid van 274.000 Euro. Het betreft een ??nmalige teruggave.
Toelichting
Al vanaf 1997 brengen biologische ondernemers in Nederland de controlekosten zelf volledig bijeen. Dit gebeurt volgens het profijtbeginsel: bedrijven die meer biologisch produceren dragen meer af aan de controle-organisatie Skal dan bedrijven met een kleine omzet in biologische producten.
In de afgelopen jaren is het aantal biologische ondernemers en tevens hun omzet flink gegroeid. Door het schaaleffect hiervan konden de tarieven ondanks hogere kosten vanaf 1999 gelijk blijven. Door professionalisering en automatisering is het Skal nu bovendien gelukt om de uitvoeringskosten ??nmalig te verminderen. De in 2003 aangesloten bedrijven ontvangen hierdoor een deel van de controlekosten terug.
Het resterende positieve resultaat voegt Skal aan het Eigen Vermogen toe dat als buffer dient voor onvoorziene kosten en de effecten van een mogelijk gewijzigd tariefsysteem in de toekomst op kan vangen.
Tariefstelling is bij controle-instellingen een regelmatig terugkerend agendapunt. Het gaat daarbij vooral om de verdeling van de gemaakte kosten over de gecontroleerde bedrijven. Gelet op de ontwikkelingen van de laatste jaren acht het Bestuur van Skal de tijd momenteel rijp om het tariefsysteem te moderniseren. Naast bijdragen voor inspectie en certificering waarbij Skal het principe ?controlevrager wordt controledrager? nastreeft, zijn bijdragen nodig voor de algehele garantie en betrouwbaarheid van het biologische product.
Nadere informatie is te verkrijgen bij:
Chris Maan, woordvoerder Skal,
Tel. 038 ? 426 8181 www.skal.nl
24 mei 2004 Stichting Wakker Dier geeft een subsidie van totaal ? 5.000,- om boeren over de streep te trekken om te kiezen voor een diervriendelijk mobiel kippenhok. Op vrijdag 21 mei heeft Wakker Dier een eerste subsidie van 2.000 euro uitgereikt aan de eerste koper van het hok;
Abdij Mariatoevlucht in Zundert. De volgende drie kopers krijgen van Wakker Dier een subsidie van ? 1000.- per koper. Het mobiel kippenhok is ontwikkeld door Ringadvies (www.ringadvies.nl). In het hok kunnen ca 150 leghennen. Vooral voor bedrijven met huisverkoop en zorgboerderijen is dit hok een uitstekende mogelijkheid om kippen te houden.
24 mei 2004 GroenLinks vindt dat de overheid het prijsverschil tussen EKO en gangbaar moet verkleinen. GroenLinks wil een 'EKO-tax' op vlees invoeren. Met de opbrengst maken we ecologische producten goedkoper, net als groente en fruit. Zo stimuleren we lekker, eerlijk, gezond en verantwoord eten.
Marijke Vos stelt dit voor op het eerste Landbouwcongres van GroenLinks dat zaterdag 15 mei in Zeist plaatsvindt. De prijzen van EKO- en gewoon voedsel liggen te ver uiteen. Daardoor stagneert de verkoop van dier- en milieuvriendelijk voedsel. Verantwoorde consumenten worden gestraft in de portemonnee. De kiloknaller en de gifpieper zijn gewoonweg veel goedkoper dan een scharrelkip en een bio-bintje. Door de prijzen bij elkaar te brengen (vlees en zuivel) of zelfs gelijk te trekken (groente en fruit) wil GroenLinks de EKO-markt een enorme impuls geven.
In verschillende delen van Nederland zijn al experimenten gaande waarbij kopers van EKO elektronisch geld kunnen sparen. GroenLinks vindt dit systeem van 'EKO-miles' rijp voor landelijke invoering. Voor vlees, zuivel en andere biologische producten kan 30% van het aankoopbedrag worden teruggekregen via het spaarsysteem. Voor groente en fruit wil GroenLinks het prijsverschil helemaal opheffen. Hierdoor zullen de prijzen voor EKO-groente en fruit ?n het 'gewone' groente en fruit dalen. Dit is goed voor de omzet, de koopkracht en de volksgezondheid. Ook kan voorkomen worden dat biologische boeren weer moeten terugschakelen naar gangbaar, zoals nu bij varkensboeren gebeurt. Al met al een enorme winst voor dier, milieu en consument.
De EKO-subsidie wordt bekostigd door een 'EKO-tax' op vlees in te voeren. Vlees zit al jaren in het lage BTW-tarief (6%). Door dit naar 19% te tillen, ontvangt de staat jaarlijks circa 600 miljoen euro aan extra inkomsten. Dit geld kan worden ingezet om EKO goedkoper te maken. Daarmee worden EKO-producten ook betaalbaar voor de kleine beurs. Dit systeem levert een belangrijke bijdrage aan een dier- en milieuvriendelijke landbouw ?n aan gezond en lekker eten.
19 mei 2004 Hoe creatief de Bioveem deelnemers met knelpunten omgaan blijkt uit de oplossing die Jan Vis, biologisch melkveehouder in Sijbekarspel, heeft bedacht om weidevogels op zijn percelen te beschermen.
Hij hanteert een alternatieve manier van maaien die weidevogels de gelegenheid biedt om te vluchten.
Eind april is een 8 meter brede strook gemaaid midden in een perceel. Een paar weken later, als er een voldoende zware snede staat, maait Jan de rest. Vogels en andere dieren kunnen dan vluchten in de middenstrook (de vluchtheuvel) waar inmiddels al weer voldoende gras staat. Het idee is om daarop vervolgens de kalveren te weiden.
Oorspronkelijk was het de bedoeling van de weidevogelbeschermingsgroep waar Jan aan deelneemt om tijdens de eerste keer maaien de middenstrook te laten staan voor de vogels. Jan vindt dat systeem echter nadelig voor de kwaliteit van het gras. Onder het melken, wat altijd weer een bron van inspiratie blijkt te zijn, kreeg hij het idee om het vluchtheuvelprincipe om te draaien. Hij maait nu een strook in een heel vroeg stadium. Dit wordt ingekuild samen met enkele andere stukken die gemaaid worden om groeitrappen aan te leggen. De voederwaarde hiervan is super. Over deze eerste laag heen komt de volgende snede die meer opbrengst, maar ook de benodigde structuur levert. Een deel van die volgende snede kuil Jan weer apart in. Daarbovenop komt dan in de herfst weer een lichte snede herfstgras met veel eiwit uit klaver ?Zo combineer ik goede constante kwaliteit kuil met een goede opbrengst en bescherming van de weidevogels?, aldus een enthousiaste Jan Vis die hoge verwachtingen heeft van zijn aangepaste vluchtheuvelbeheer.
Voor meer informatie: Secretariaat Bioveem tel 0320 ? 293 324
Openstellingen subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw
19 mei 2004 Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt vanaf 1 juni 2004 tot en met 28 juli 2004 de Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw, reguliere tender open. Deze regeling is ontworpen om aanpassingen en vernieuwingen op land- en bosbouwbedrijven te stimuleren die uit oogpunt van milieu- of natuurbeleid, maar ook met het oog op verbetering van de concurrentiekracht noodzakelijk zijn. Het is van belang dat het ingediende project de toepassing van nieuwe kennis of technologie?n bevordert, die verder gaat dan de wettelijke minimumnormen. Het moet gaat om een vernieuwing die het experimentele stadium voorbij is en derhalve rijp voor navolging door andere ondernemingen.
Thema's
Deze openstelling heeft meerdere thema's. De (sub)thema's en de budgetten voor deze openstelling zijn:
- biologische landbouw EUR 400.000,-
- mechanische onkruidbestrijding EUR 500.000,-
- marktgericht ondernemen EUR 830.000,-
- verticale samenwerking in de intensieve veehouderij EUR 830.000,-
Beoordeling
Een ingediend project concurreert met andere projecten om het beschikbare budget. Het projectvoorstel wordt beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie. Zij wordt hierin ondersteund door deskundigen vanuit de sector. De beoordelingscommissie rangschikt de projecten. De best beoordeelde projecten krijgen voorrang.
Een project scoort hoger naarmate:
? het project meer bijdraagt aan het bevorderen van de toepassing van nieuwe kennis of technologie?n in de gehele sector;
? de vernieuwing waarop het project betrekking heeft meer perspectief heeft voor toepassing op bedrijfsniveau;
? de vernieuwing zich in een meer vergevorderd stadium van ontwikkeling bevindt;
? het voor het project uit te werken communicatieplan aantoont dat de relevante doelgroepen op de juiste wijze worden benaderd;
het draagvlak bij relevante vaktechnische-, dienstverlenende-, branche-, of standsorganisaties, groter is.
Deze openstelling wordt gepubliceerd in de Staatscourant van 19 mei 2004.
Meer informatie, aanvraagformulieren en brochures zijn vanaf de datum openstelling aan te vragen bij Het LNV-Loket, 0800 - 22 333 22. De aanvraagformulieren en brochures zijn vanaf dan ook te downloaden via www.minlnv.nl/loket.
19 mei 2004 De Kaderregeling kennis en advies van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt in 2004 drie maal opengesteld voor verschillende doelgroepen. De regeling geeft financi?le ondersteuning aan agrarische ondernemers voor het inzetten van deskundigen bij bedrijfsontwikkeling of bedrijfsbe?indiging. De activiteiten die gesubsidieerd kunnen worden vari?ren van bedrijfsdoorlichtingen, het laten opstellen van plannen voor bedrijfsontwikkeling of bedrijfsbe?indiging, tot het volgen van opleidingen.
Openstelling biologische landbouw: van 15 juni tot en met 28 juli 2004.
Voor deze openstelling is een budget beschikbaar van EUR 350.000,- voor agrarische ondernemers die overwegen te starten met de biologische productiemethode of die reeds zijn omgeschakeld. Door deze openstelling kan financi?le ondersteuning worden verkregen bij het inwinnen van deskundig advies over het omschakelen naar de biologische productiemethode en de consequenties hiervan voor het bedrijf.In tegenstelling tot de openstelling van 2002 kunnen nu ook ondernemers die al zijn omgeschakeld in aanmerking komen voor subsidie, als ze bijvoorbeeld hun bedrijf willen uitbreiden met een andere biologische tak of de mogelijkheden van alternatieve inkomsten willen onderzoeken zodat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden gecontinueerd. Het maximum subsidiebedrag is voor deze openstelling EUR 8.000,- per aanvrager.
Openstelling jonge agrari?rs: van 13 september tot en met 11 oktober 2004
De minister heeft voor deze openstelling EUR 420.000,- beschikbaar gesteld voor agrari?rs jonger dan veertig jaar, die van plan zijn een agrarisch bedrijf te starten, en die nog niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht hebben gehad. Deze openstelling geeft financi?le ondersteuning bij het door deskundigen laten opstellen van een ondernemingsplan. Het maximum subsidiebedrag in deze aanvraagperiode is EUR 1.500,- per aanvrager.
Openstelling akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt: van 12 oktober tot en met 9 november 2004
Het budget voor de openstelling akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt bedraagt EUR 1.160.000,- voor agrarische ondernemers die als hoofdactiviteit akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt bedrijven. Deze openstelling is vooral gericht op financi?le ondersteuning bij het inwinnen van deskundig advies bij het maken van keuzes gericht op bedrijfsontwikkeling of bedrijfsbe?indiging. Het maximumsubsidiebedrag in deze aanvraagperiode is EUR 8.000,- per aanvrager. De regeling wordt uitgevoerd door LASER.
Voor nadere informatie over de Kaderregeling kennis en advies kunt u terecht bij Het LNV-Loket: 0800 - 22 333 22 of www.minlnv.nl/loket. Deze openstelling wordt gepubliceerd in de Staatscourant van 19 mei 2004. Voor de openstelling voor biologische landbouw zal het aanvraagformulier ongeveer twee weken voor het begin van de aanvraagperiode beschikbaar zijn. De aanvraagformulieren voor de beide andere openstellingen zullen ongeveer vier weken voor de start van de aanvraagperiode beschikbaar zijn. Op internet zijn dan tevens de regelingstekst en het openstellingsbesluit te vinden. Oude formulieren kunnen niet worden gebruikt.
18 mei 2004 De Regeling stimulering biologische productiemethode (RSBP) gaat dit jaar voor het laatst open. Een aanvraag kan in de periode van 24 mei tot en met 24 augustus 2004 worden ingediend. Voor deze aanvraagperiode heeft het ministerie van LNV drie miljoen euro beschikbaar. De RSBP richt zich op financi?le ondersteuning van agrarische ondernemers die de biologische productiemethode gaan toepassen. Juist in de periode van omschakeling is een financi?le ondersteuning gewenst. De producten mogen immers tijdens de omschakelingsperiode nog niet onder het keurmerk van de biologische landbouw aangeboden worden.
De subsidieregeling is bedoeld voor twee categorie?n ondernemers: ondernemers die uiterlijk met ingang van 31 mei 2005 hun bedrijf helemaal of gedeeltelijk willen omschakelen naar de biologische landbouw (hierbij moet minimaal een gehele productierichting omgeschakeld worden) en ondernemers die al geheel of gedeeltelijk biologisch produceren en die daarmee verder willen gaan. Subsidie wordt alleen verleend voor een of meer van de volgende drie productierichtingen:
- akkerbouw/vollegrondstuinbouw (inclusief de
teelt van veevoedergewassen),
- glastuinbouw en
- fruitteelt.
Voor omschakeling naar de biologische productiemethode zijn de subsidiebedragen per hectare:
EUR 737,39 per hectare per vijf jaar voor akkerbouwgewassen, hazelaars en akkerbouwmatige groente;
EUR 3.686,96 per hectare per vijf jaar voor zwarte bes, zure kers en tuinbouwgewassen (vollegronds- en glastuinbouw), met uitzondering van akkerbouwmatige groente;
EUR 4.424,36 per hectare per vijf jaar voor fruitteelt, met uitzondering van hazelaars, zwarte bes en zure kers.
De subsidie voor omschakeling bedraagt maximaal EUR 181.512,09. Vanaf een bedrag van EUR 90.756,04 vindt een trapsgewijze korting plaats. Geen subsidie wordt verleend als het subsidiebedrag minder dan EUR 4.537,80 per aanvraag bedraagt.
Voor de voortzetting van de biologische productiemethode, inclusief de teelt van veevoedergewassen (voortzetting ?n omschakeling!) geldt een bijdrage van EUR 680,67 per hectare per vijf jaar tot een maximum subsidie van EUR 22.689,01. Dit maximum is inclusief reeds eerder verleende subsidie voor voortzetting en/of veevoedergewassen.
Deze openstelling wordt gepubliceerd in de Staatscourant van 19 mei 2004.
Aanvraagformulieren, brochures en bedrijfskaarten zijn verkrijgbaar bij Het LNV-Loket: 0800-22 333 22 of www.minlnv.nl/loket.
18 mei 2004 Koe Bertha brengt basisschoolkinderen biologische melk!
Donderdag 27 mei om 9.45 uur komt biologische Koe Bertha naar de Leusdense basisschool Loysder Hoek om daar alle kinderen te voorzien van een lekker bekertje biologische schoolmelk. Schooldirecteur Eelco van Dam zal daarbij uit de doeken doen waarom hij meteen positief reageerde op het ?biologische schoolmelk-initiatief?. Hij ondersteunt het project en gaat zich binnen zijn school sterk maken om de kinderen melk van biologische koeien te laten drinken! Ook de Leusdense milieuwethouder De Kruijf ziet graag dat scholen biologische schoolmelk afnemen en zal bij de start aanwezig zijn. Arie van de Brand, voorzitter van Biologica, is bij deze feestelijke happening aanwezig omdat hij dit initiatief van harte ondersteunt! Een start in de provincie Utrecht, hopelijk snel opgevolgd in de rest van Nederland?!
Project ?Biologische schoolmelk?
Stichting LaMi (Landbouw en Milieu), Vecozuivel en de Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) hebben de handen ineen geslagen om van start te gaan met invoering van biologische schoolmelk op basisscholen. Alle 547 Utrechtse scholen ontvingen vandaag een traytje met 10 schoolmelkbekertjes en een uitnodigende brief om over te schalen op biologische schoolmelk. De directeur van de Loysder Hoek heeft te kennen gegeven zeker ge?nteresseerd te zijn en het binnen zijn school te gaan bespreken. Hopelijk wordt deze school ??n van de trendsetters in Nederland.
Vecozuivel is een zuivelverwerkend bedrijf uit Leusden, dat zijn melk haalt van biologische melkveehouders uit de buurt van Leusden. Zij timmert hard aan de weg om de afzet van het biologische product te vergroten. Speciaal voor de basisscholen ontwikkelde Vecozuivel een breed assortiment: halfvolle melk, karnemelk, chocolade melk en twee soorten drinkyoghurt. Tijdens de eerste week van juni wordt de actie op de Libelle Zomerweek ook onder de aandacht gebracht van 70.000 bezoekers.
Waarom biologische zuivel?
Biologische producten zijn geproduceerd met respect voor dier, natuur en milieu. Biologische koeien lopen in de wei en eten biologisch voer en krijgen niet preventief antibiotica toegediend. Recent Wagenings en Deens onderzoek laat zien dat biologisch zuivel gezonder is dan gangbare zuivel. Koeien die buiten lopen en vers gras eten, produceren melk die meer meervoudig onverzadigde vetzuren bevat, die goed zijn voor hart en bloedvaten. Ook bevat de melk meer CLA dat de kans op kanker verkleint.
Het project heeft ook een educatief aspect: scholen die overschakelen op biologische schoolmelk gaan op excursie bij een biologische boer in de buurt. Het gebruik van biologische schoolmelk is een goede mogelijkheid voor basisscholen om mee te werken aan een beter milieu.
?Biologische schoolmelk? is een project van NMU, gefinancierd door LaMi / provincie Utrecht.
(zie ook agenda 27 mei 2004)
Nieuwe Openstellingen subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw
18 mei 2004 Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt vanaf 1 juni 2004 tot en met 28 juli 2004 de Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw, reguliere tender open. Deze regeling is ontworpen om aanpassingen en vernieuwingen op land- en bosbouwbedrijven te stimuleren die uit oogpunt van milieu- of natuurbeleid, maar ook met het oog op verbetering van de concurrentiekracht noodzakelijk zijn. Het is van belang dat het ingediende project de toepassing van nieuwe kennis of technologie?n bevordert, die verder gaat dan de wettelijke minimumnormen. Het moet gaat om een vernieuwing die het experimentele stadium voorbij is en derhalve rijp voor navolging door andere ondernemingen.
Thema's
Deze openstelling heeft meerdere thema's. De (sub)thema's en de budgetten voor deze openstelling zijn:
- biologische landbouw EUR 400.000,-
- mechanische onkruidbestrijding EUR 500.000,-
- marktgericht ondernemen EUR 830.000,-
- verticale samenwerking in de intensieve veehouderij EUR 830.000,-
Beoordeling
Een ingediend project concurreert met andere projecten om het beschikbare budget. Het projectvoorstel wordt beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie. Zij wordt hierin ondersteund door deskundigen vanuit de sector. De beoordelingscommissie rangschikt de projecten. De best beoordeelde projecten krijgen voorrang.
Een project scoort hoger naarmate:
? het project meer bijdraagt aan het bevorderen van de toepassing van nieuwe kennis of technologie?n in de gehele sector;
? de vernieuwing waarop het project betrekking heeft meer perspectief heeft voor toepassing op bedrijfsniveau;
? de vernieuwing zich in een meer vergevorderd stadium van ontwikkeling bevindt;
? het voor het project uit te werken communicatieplan aantoont dat de relevante doelgroepen op de juiste wijze worden benaderd;
het draagvlak bij relevante vaktechnische-, dienstverlenende-, branche-, of standsorganisaties, groter is.
Deze openstelling wordt gepubliceerd in de Staatscourant van 19 mei 2004.
Meer informatie, aanvraagformulieren en brochures zijn vanaf de datum openstelling aan te vragen bij Het LNV-Loket, 0800 - 22 333 22. De aanvraagformulieren en brochures zijn vanaf dan ook te downloaden via www.minlnv.nl/loket
17 mei 2004 Gedeputeerde Staten van Noord Holland stemden op 13 mei in met het Uitvoeringsprogramma Biologische en duurzame land- en tuinbouw Noord-Holland 2004-2007. Het dagelijks bestuur van de provincie wil hiervoor per jaar een bedrag van ? 1 miljoen uittrekken. Voor dit jaar is het geld beschikbaar. Voor de komende jaren 2005-2007 worden de bedragen hiervoor afgewogen in de provinciale begroting. Provinciale Staten moeten nog hun fiat aan het plan geven.
De provincie Noord-Holland wil het milieuvriendelijk ondernemen in de land- en tuinbouw actief stimuleren, zo staat in het collegeprogramma. Haar doelstelling is ambitieus. Het streven is 6% biologische teelt in 2007 en verdere vermindering van de milieubelasting van de reguliere bollenteelt en de glastuinbouw. Om dit te bereiken is door Land & Co een uitvoeringsplan opgesteld. Daarin werd ge?nventariseerd waar de knelpunten zitten bij de biologische en duurzame teelt. Land & Co organiseerde daartoe in opdracht van de provincie zes panelbijeenkomsten met boeren, tuinders, handelspartijen, onderzoekers, maatschappelijke organisaties en projectuitvoerders. Tijdens die werkbijeenkomsten kwamen de knelpunten, kansen en projectsuggesties uit de praktijk op tafel.
De knelpunten bij de biologische teelt blijken vooral te zitten bij de afzet, die stagneert. Projecten die de afzet kunnen vergroten, maken dus kans op subsidie. Te denken valt aan regionale supermarkten die acties ontwikkelen om biologische producten te promoten. Of bijvoorbeeld aan organisaties die op scholen jonge consumenten biologische producten laten proeven. Ook de biologisch melkveehouderij en de akkerbouw (die een belangrijk Noord-Hollands product als kool verbouwt) kunnen projecten met verzoek om subsidie indienen. Verder denken Gedeputeerde Staten aan innovatieve projecten die bijvoorbeeld problemen bij het bewaren van producten oplossen. Nieuwe ide?en zijn van harte welkom.
Bij de reguliere bollenteelt en glastuinbouw gaat het om verder terugdringen van de milieubelasting.Te denken valt aan projecten gericht op energiebesparing, vermindering van CO2-uitstoot, vermindering van lichthinder en vermindering van gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen
Op 2 juni a.s. bespreekt de adhoc werkgroep ?Duurzame landbouw? van Provinciale Staten het uitvoeringsplan van Gedeputeerde Staten met een aantal betrokken partijen. Aan de hand daarvan adviseert de werkgroep Provinciale Staten.
Na de zomer zullen Provinciale Staten al dan niet hun goedkeuring geven aan het plan. Zijn zij het er mee eens dan kan de subsidieregeling half oktober in werking treden. Meer informatie over de voorwaarden rond de subsidieregeling zijn tegen die tijd te vinden op het speciale subsidieloket van www.noord-holland.nl.
12 mei 2004 Gedeputeerde Staten van Groningen hebben begin mei de voortgangsrapportage 2003-2004 van het Project stimulering biologische landbouw in Noord-Nederland vastgesteld. De biologische landbouw heeft het moeilijk en de oplossing lijkt te zitten in een verbetering van de afzetmogelijkheden en ketenontwikkeling, aldus GS. De clustervorming rond de Kollumerwaard is een van de positieve ontwikkelingen in de biologische landbouw in de provincie Groningen. De samenwerking van partijen in een keten heeft ondermeer geleid tot het project Waddenzuivel, het project EkoNoordNederland (met verkoop via internet) en het project EkoImpuls (met promotie op de winkelvloer).
Het areaal biologische landbouw is licht afgenomen. In 2001 werd nog 2.302 hectare gebruikt voor biologische producten, in 2002 was dit 2.024 hectare. Het aantal biologische bedrijven steeg van 57 naar 59 in die jaren. Ten opzichte van de landelijke ontwikkeling blijft de provincie Groningen daarmee een middenmoter. Volgens de rapportage van de drie Noordelijke provincies en de NLTO is het slechte afzetperspectief van met name zuivel daar de oorzaak van. Andere knelpunten zijn de moeizame ontwikkeling van biologische akker- en tuinbouw op zandgronden door de onkruiddruk en kwaliteitsproblemen. Daarnaast geeft de zware grond in het Oldambt weer problemen voor knol- en wortelgewassen. De promotoren voor de biologische landbouw voor de drie Noordelijke provincies (werkzaam vanuit het Landbouwhuis in Drachten) zullen zich in het komende jaar met name toeleggen op de regionale afzetbevordering. Hun inzet zal gericht zijn op PR buiten de winkels om de vraag naar biologische producten te vergroten. Ook ketenontwikkeling, het verbeteren van de mechanisatie en de verkrijgbaarheid en uitwisseling van mest, stro en voer zijn belangrijke aandachtspunten. Hoewel de groei van de vraag naar biologische producten op Europees niveau afneemt, is er in Nederland nog steeds sprake van een omzetgroei. De prijzenslag in supermarkten (waar de helft van het aanbod aan biologische producten wordt verkocht) en de economische teruggang hebben wel een negatieve invloed: in 2002 en 2003 bleef de groei onder de 10%, terwijl er in de jaren ervoor nog sprake was van 20% groei. Positieve ontwikkelingen zijn volgens de provincie Groningen de innovatie, zoals mechanische onkruidbestrijding in de akkerbouw, waar ook de gangbare landbouw van profiteert.
Bron: Persburo Noordoost
Grote interesse Utrechtse horeca voor diervriendelijk eten
03 mei 2004 240 van de ruim 400 horeca-ondernemers in de regio Utrecht hebben interesse om diervriendelijker te gaan serveren. Zij hebben aangegeven zich te willen laten informeren door Stichting Wakker Dier over scharrel-, biologisch vlees en vegetarische producten. De horeca reageert massaal op het initiatief van de stichting om dierenleed in de horeca tegen te gaan en geeft aan bewust te zijn dat met scharrel- en biologisch vlees op de menukaart veel onnodig dierenleed wordt voorkomen. In juni wordt in samenwerking met het openbaar vervoer met reclameborden bekend gemaakt waar men diervriendelijk uit eten kan in de utrechtse regio, tevens worden er zesduizend folders verspreid met een lijst van diervriendelijke restaurants.
Campagne ?Uitbreiding diervriendelijke restaurants?
Stichting Wakker Dier is in 2002 een landelijke campagne gestart ter promotie van diervriendelijke restaurants. In aansluiting hierop heeft de regiogroep Utrecht in het najaar van 2003 duizenden lijsten met diervriendelijke restaurants van Nederland in de regio Utrecht verspreid.
De animo om diervriendelijk uit eten te gaan is in de regio dusdanig groot, dat de stichting als antwoord per 1 maart de campagne ?Uitbreiding diervriendelijke restaurants? is gestart. Tijdens de informatieve acties in Utrecht, Zeist en Bilthoven reageerde het publiek weer overwegend enthousiast op de mogelijkheid om diervriendelijk uit eten te kunnen gaan.
Ruim 400 restaurants in 20 gemeenten in de regio Utrecht zijn benadert om over te gaan op het serveren van diervriendelijkere producten; biologisch vlees en vegetarische alternatieven.
Met deze campagne wil de stichting bereiken dat het publiek in de utrechtse regio in eigen gemeente diervriendelijk uit eten kan gaan. Supermarkten spelen goed in op de wens van de consument voor een beter dierenwelzijn met een breed aanbod van scharrel-, biologisch vlees en vegetarische producten. Maar de horeca blijft tot nog toe hierin achter.
Diervriendelijk uit eten hoeft niet duurder te zijn, diervriendelijke restaurants in de regio hanteren gangbare prijzen maar werken ?bewust? niet mee aan dierenleed.
Voor een lijst van diervriendelijke restaurants in de regio kunt u terecht op www.diervriendelijkuiteten.nl.
27 april 2004 Een schat aan kennis en jaren van ervaring uit de projecten 'Klaverslag' en 'Koppelbedrijven' van het Louis Bolk Instituut zijn nu samengevat in twee handboeken. De belangrijkste bevindingen worden op 29 juni gepresenteerd in een aantal interactieve workshops. De dag wordt feestelijk afgesloten met een borrel waarbij de handboeken aan de deelnemers worden uitgedeeld.
De diverse workshops hebben onder andere als thema: 'het gericht sturen van het klaveraandeel onder verschillende omstandigheden', 'wat is er nodig om tot koppelen te komen' en 'het effici?nter omgaan met biologische mest'.
Klaver heeft de toekomst voor een duurzame landbouw. Het gewas is al bekend
als binder van stikstof en als eiwitvoorziening voor herkauwers, minder bekend is klaver als binder van het tot stand brengen van koppelingen tussen bedrijven. Grasklaver kan bij koppels van samenwerkende bedrijven een belangrijk uitwisselingsproduct zijn. Binnen de biologische landbouw speelt klaver een cruciale rol bij het werken aan het sluiten van de kringlopen, zowel wat betreft voer als mest.
Op een studiedag van het Louis Bolk Instituut en Biologica worden de resultaten gepresenteerd. De studiedag is op 29 juni van 10.00 tot circa 16.00 uur op het Louis Bolk Instituut te Driebergen.
Voor informatie over het programma en aanmeldingen: zie www.louisbolk.nl >
Organisatie > Agenda
(eventueel bellen: 0343 - 523860).
Twee biologische bedrijven genomineerd voor MVO-stimuleringsprijs
26 april 2004 Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), LTO Nederland en de Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie VAI reiken in 2004 voor de tweede keer de prijs ter stimulering van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) uit. De vijf genomineerden zijn nu bekend. Minister Veerman van LNV zal de prijs op woensdagmiddag 23 juni 2004 in 't Spant in Bussum aan de winnaar uitreiken. De jury heeft meer dan 35 inzendingen beoordeeld. De volgende bedrijven zijn doorgedrongen tot de eindronde:
Dierenpark Amersfoort, een dierentuin die heel bewust activiteiten onderneemt op het gebied van people, planet en profit en een MVO-co?rdinator in dienst heeft. Het dierenpark laat graag zien dat de gekozen bedrijfsvoering veel toegevoegde waarde heeft voor de maatschappij zonder dat dit grootse investeringen vraagt. Ondanks haar commerci?le basis heeft de onderneming een idealistische doelstelling: natuur - en soortbehoud van in het bijzonder bedreigde dieren. Gebr. C.P. en C.J. Stolk B.V., glastuinbouwbedrijf gespecialiseerd in teelt van kamerplanten. Mag zich Top Tuinder MPS noemen, wat betekent dat deze onderneming gecertificeerd is voor milieukeur MPS-A, MPS-GAP (retail eisen) en MPS Socially Qualified. Veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu worden gezien als integraal onderdeel van de activiteiten van de onderneming. Coolen B.V., een kalkoenbroederij die biologische kalkoenkuikens broedt en vermarkt en zich ondanks ziektes als AI en Blackhead staande weet te houden. Zij ontwikkelt alternatieve houderijsystemen, waarbij gestreefd wordt naar een diervriendelijk, eerlijk product. Eosta B.V., Europees marktleider in gecertificeerde biologische en fair trade groenten en fruit met een eigen certificeringsysteem dat verder gaat dan het biologische Eko-keurmerk. Themato C.V., het eerste bedrijf in Nederland dat volgens de meest energiezuinige manier pruimtomaten teelt in een gesloten kas en een communicatietraject heeft ontwikkeld om kennis te delen met zoveel mogelijk collega-ondernemers. Themato C.V. is een voorloper in de tuinbouwsector en een innovator op het gebied van MVO.
De jury bestaat uit voorzitter Pieter Winsemius (oud-minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en tegenwoordig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), Jos? van Eijndhoven (voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam), Jan Meerman (vice-voorzitter van de Koninklijke Vereniging MKB Nederland) en Klaske de Jonge (algemeen directeur van de Consumentenbond). De jury is verrast over het uiteenlopende karakter van de inzendingen. Bij de beoordeling is vooral gelet op de toegevoegde waarde voor de 'drie p's' van MVO, het draagvlak binnen de organisatie, de dialoog met belanghebbenden, het innovatieve karakter en de mogelijke voorbeeldfunctie die uitgaat van de inzending.
De prijsuitreiking vindt plaats op woensdagmiddag 23 juni 2004 tijdens een conferentie over maatschappelijk verantwoord ondernemen. De genomineerden presenteren daar hun voorstel aan de aanwezigen, waarna deze hun stem kunnen uitbrengen voor de publieksprijs. Na bekendmaking door de jury van de winnaar reikt minister Veerman de juryprijs uit. Gerard Doornbos, voorzitter van LTO Nederland, reikt de publieksprijs uit. Tijdens workshops, een informatiemarkt en een afsluitende borrel hebben bezoekers van de conferentie uitgebreid de gelegenheid elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren.
Belangstellenden voor de conferentie, die plaatsvindt in 't Spant in Bussum, kunnen vanaf 20 mei 2004 een aanmeldingsformulier en het conceptprogramma van de conferentie downloaden via www.minlnv.nl.
Flinke groei voor Max Havelaar in het consumentenkanaal
21 april 2004 De verkoop van koffie met het Max Havelaar Keurmerk in het consumentenkanaal is in 2003 gegroeid met 3%. Daarmee blijft Max Havelaar recht overeind in een sterk competitieve markt. De verkoop van bananen met Max Havelaar Keurmerk is zelfs met 30% gestegen.
In 2003 is de Nederlandse filterkoffiemarkt naar verwachting met ongeveer 10% gedaald. In de grootverbruikmarkt volgt de Max Havelaar koffie deze trend met een daling van 6%, maar het totale volume is slechts 2% achteruit gegaan door de goede verkoopresultaten in het supermarktkanaal.
Stichting Max Havelaar is tevreden met dit resultaat in een jaar dat bijzonder lastig genoemd mag worden voor duurzame koffie. De extreem lage koffieprijzen op de wereldmarkt hebben, in combinatie met een verbeten supermarktoorlog, gezorgd voor een verdere vergroting van de prijsafstand tussen reguliere koffie en koffie met het Max Havelaar Keurmerk.
Stephan Peijnenburg, directeur Max Havelaar:" Het is verheugend te zien dat een flinke groep consumenten belang blijft hechten aan duurzaam geproduceerde koffie. De vernieuwde positionering van Max Havelaar blijkt consumenten dan ook goed aan te spreken."
In het grootverbruik waren er ook vorig jaar weer enkele grote, toonaangevende bedrijven die bewust overgingen op koffie met het Max Havelaar Keurmerk zoals Vodafone en Fortis.
In totaal zorgen de verkopen van Max Havelaar-producten in Nederland in 2003 voor ruim ? 5 miljoen extra inkomsten voor producenten in ontwikkelingslanden, boven op de prijs die ze via de reguliere handel zouden hebben ontvangen. Het fairtrade-model van Max Havelaar stelt door onder andere het betalen van een faire prijs, producenten in ontwikkelingslanden in staat op een duurzame manier te produceren, onder aanvaardbare arbeidsomstandigheden en tegen een prijs die de werkelijk gemaakte kosten voor arbeid en milieuzorg dekt.
Ook internationaal is fairtrade-koffie het segment met flinke groei. De totale verkopen in koffie stegen met bijna 20% en de verkopen van alle fairtrade-producten onder ons internationale Keurmerk stegen met 20%. De aanhoudende koffiecrisis, achteruitgang van de productkwaliteit en het milieu ?n de schrijnende situatie van koffieboeren doen het besef groeien dat faitrade-koffie het beste alternatief is.
Max Havelaar
Het Max Havelaar Keurmerk is de enige onafhankelijke garantie dat boeren in ontwikkelingslanden een prijs krijgen voor hun producten waarvoor zij duurzaam kunnen produceren. Het Max Havelaar Keurmerk bestaat sinds 1988 en wordt inmiddels gebruikt voor koffie, bananen, thee, cacao, sinaasappelsap en honing.
Bron: jaarverslag 2003 Max Havelaar
21 april 2004 Het Centraal Buro voor Levensmiddelen (CBL) is blij met het initiatief van een groot aantal maatschappelijke organisaties om hun leden en donateurs op te roepen biologische producten te kopen. De maatschappelijke organisaties gaven 14 april het startschot voor deze actie door de ?grootste biologische taart ooit? aan te snijden op het Beursplein in Amsterdam.
Supermarkten zijn de afgelopen jaren actief om meer biologische producten aan de consument aan te bieden. Ook worden biologische producten meer gepromoot via speciale schapkaarten, winkelbladen, internetsites van supermarkten en advertentiecampagnes op radio en TV. Hoe meer consumenten biologische producten kopen, hoe beter het met de biologische sector zal gaan. ?Hopelijk is dit Moreel App?l van de maatschappelijke organisaties aan hun achterban net dat duwtje in de rug dat wij nodig hebben om een echte biologische doorbraak te krijgen. Duurzame marktontwikkeling loopt in onze ogen altijd via de consument, maar wij kunnen en willen de consument niet dwingen bepaalde producten te kopen. Met deze oproep hopen wij op een substanti?le en structurele vraagimpuls?, aldus Marc Jansen, Hoofd Consument en Kwaliteit van het CBL.
In 2001 is het Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw ondertekend door ketenpartijen, maatschappelijke organisaties en overheid. Doelstelling van het Convenant is om in 2004 de consumentenbestedingen aan biologisch op 5% te krijgen.
19 april 2004 Kardinaal Simonis is op zoek naar de menselijke maat in de Landbouw. De schaal waarop bijvoorbeeld de veeteelt nu gebeurd, is te groot en te intensief geworden. Kardinaal Simonis ziet het dier uitdrukkelijk als medeschepsel. Het dier is onze partner. 'Ik stel het christelijke motief van rentmeesterschap voorop. Ook dieren kunnen lijden', stelt Simonis.
Biotechnologie wijst Simonis radicaal af. 'Je moet niet aan de ordening van de schepping komen. Daarin ligt de wijsheid Gods verankerd. Daar moet je met je vingers vanaf blijven'. Bovendien, zo vreest Simonis, zal de natuur toch sterker blijken te zijn. 'Biotechnologie? Begin daar in godsnaam niet aan, anders straft het kwaad zichzelf. Net zoals dat het geval geweest is met BSE, vogelpest en andere dierziekte. Wat zal biotechnologie ons allemaal nog voor ziekten brengen? De mens doet dat zichzelf aan, omdat hij tegen de natuur ingaat', zo betoogt kardinaal Simonis in Oogst.
19 april 2004 Uitnodiging voor Links zaaien, Groen oogsten, een congres over progressieve landbouw- en plattelandsontwikkeling in Europa, op 15 mei 2004 in Conferentiecentrum Woudschoten te Zeist.
Een jaarlijks landbouwcongres was in de jaren ?50 een door Sicco Mansholt ge?nspireerde, linkse traditie. GroenLinks wil deze traditie nieuw leven inblazen. Graag nodigen wij u daarom uit voor Links zaaien, Groen oogsten, het congres dat GroenLinks op 15 mei a.s. organiseert in het conferentiecentrum Woudschoten te Zeist.
Wij vragen alvast uw speciale aandacht voor de toespraken van
? Renate K?nast, minister voor consumentenbescherming, voedsel en landbouw in Duitsland
? Marijke Vos, woordvoerder landbouw, natuur en voedselveiligheid voor GroenLinks in de Tweede Kamer.
Kom en laat u inspireren en informeren op de congresmarkt met rurale kunst en (agri)cultuur. Daarnaast kunt u het ?veld? in om ?veldwerk? te verrichten rond de volgende thema?s.
1. PIanet: ?Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laag/and gaan? Onder ?de laag hangende lucht? in veld 1 gaat het om ordening van de Groene Ruimte in Nederland en om de waarde en financiering van natuur-, water- en landschapsbeheer.
2. Process: Het platteland als kraamkamer voor democratische vernieuwing. Deze veldwerksessie haakt in op de ontbrekende vraag in het debat over deregulering: ?Hoe organiseer je duurzame zelfregulering??
3. Profit: Groene grondslagen voor internationaal voedselbeleid. In dit internationale veld (voertaal Engels) gaan we op zoek naar de grote verbanden tussen handelsliberalisering, agrarische overproductie, honger en lage voedselprijzen in de wereld.
4. People: Voedsel: goedkoop of goed kopen? Hoe kunnen consumenten worden bewogen tot duurzame consumptie? GroenLinks zoekt naar oplossingen aan de hand van een aanbod model (duurzame verleiding) en een poldermodel (duurzame deals en meals).
Het congres is bedoeld voor professionals en liefhebbers van landbouw en plattelandsontwikkeling in Europa. De kosten zijn 5 euro exclusief biologische lunch en 10 euro inclusief. Vanwege het beperkte aantal plaatsen is inschrijving verplicht via www.groenlinks.nl
19 april 2004 Een reddingsplan voor behoud van de blaarkop in het Nederlandse landschap? Of een spaarsysteem voor consumenten dat tevens leidt tot een meer duurzame voedselproductie?
De jury van de prijsvraag ?Kijk op een nieuwe horizon?, georganiseerd door advies-
bureau CLM, heeft de vijf beste idee?n gekozen uit 75 projectvoorstellen. De prijsvraag is uitgeschreven ter gelegenheid van de opening van het nieuwe kantoor van CLM in Culemborg, op woensdag 21 april aanstaande.
CLM vroeg om idee?n die inspireren tot nieuwe ontwikkelingen op het platteland. Er zijn meer dan 75 voorstellen binnengekomen. Groepen boeren, verenigingen, natuurorganisaties, individuele plattelandsbewoners; er is massaal gereageerd op de oproep. Het blijkt dat er genoeg idee?n zijn voor innovatieve veranderingen in het buitengebied.
De winnaar van de prijsvraag wordt bekendgemaakt tijdens de feestelijke opening van het nieuwe CLM-gebouw. Het adviesbureau voert het winnende onderzoeksvoorstel op korte termijn uit.
De vijf genomineerden zijn:
Red de blaarkop
De blaarkop is een prachtige koe die hoort in het Nederlandse landschap, maar het ras is bijna uitgestorven. Voorstel voor de opzet van een reddingsplan.Ingediend door de Landelijke Blaarkopcommissie, contactpersoon Jan Wieringa te Doorwerth
Meer groene lijnen in het landschap
De functies van lineaire landschapselementen zijn in veel gebieden verdwenen. Nederland is kaler geworden, en daardoor saaier. Dit idee onderzoekt nieuwe functies van beplantingen in het landelijk gebied. Ingediend door ES Consulting, contactpersoon Henk Swaagstra te Babberich.
Op weg naar een landbouw met minder hulpbronnen
Het debat over duurzame veranderingen in de Nederlandse land- en tuinbouw is voorspelbaar. Dit plan behelst een gedachte-experiment om, buiten de gebaande wegen, op zoek te gaan naar werkelijke vernieuwing, naar een landbouw met een beperkte input van techniek en hulpbronnen. Ingediend door Jan Buys te Breukelen.
Consumenten sparen voor duurzame landbouw
Sparen voor jezelf of sparen voor een duurzame landbouwproductie? Dit voorstel kiest voor het laatste. In de noordelijke provincies bestaat al een dergelijke systeem, Greensmiles geheten. Wat zijn de mogelijkheden om het systeem in het hele land te introduceren? Ingediend door Greenmiles, contactpersoon Ben Stoop en H.J. Redczus te Groningen.
Meer natuur langs de Brunninkhuis-beek
De Brunninkhuis-beek is een prachtige beek in Twente. Dit plan omvat een nieuwe bedrijfsopzet en een speurtocht naar sponsors voor het beheer van het mooie stroomgebied van deze beek. Dit marktonderzoek moet perspectief bieden aan grondgebruikers ?n aan de natuur. Ingediend door Annette Brunninkhuis te Hezingen.
Tijdstip uitreiking: 21 april 2004 om 11.30 uur
Locatie: Godfried Bomansstraat 8, Culemborg
CLM werkt samen met boeren, burgers, ondernemers en beleidsmakers om tegenstellingen tussen landbouw, platteland en samenleving te overbruggen. CLM staat voor een gedreven, praktijkgerichte aanpak van vernieuwende projecten voor de horizon van morgen.
Noot voor de pers
Voorafgaand aan de offici?le opening vindt een debat plaats over het thema
?Van wie is het platteland??. Voor meer informatie over de activiteiten op deze dag kunt u contact opnemen met G? Pak, directeur van CLM, telefoon: 0345 - 470 700.
Zie ook www.clm.nl.
Meer informatie over de voorstellen van de genomineerden kunt u verkrijgen bij
Erik van Well en Harri?t de Ruiter, medewerkers van CLM, telefoon: 0345 - 470 700.
18 april 2004 De 72 Natuurwinkels in Nederland verlagen in het najaar de prijzen van de meest verkochte producten, zoals brood, zuivel, eieren en enkele groenten en fruit. De prijs sluit dan aan bij die van producten van AH Biologisch.
Dat meldt NRC Handelsblad. De actie is een voorbode van een hevige concurrentiestrijd, nu het experiment met Ekoplaza in Alkmaar is geslaagd. Initiatiefnemer Jos Kamphuys van die biologische supermarkt wil dit jaar nog vier van die winkels met acht- tot tienduizend artikelen openen.
Veel kleine winkels in natuurvoeding ondervinden grote hinder van die concurrent. De opmars van biologisch stokt volgens veel onderzoeken op de prijs van de producten. De prijzenslag moet dus duidelijk maken wat de positie is van biologisch. Daar komt bij dat het ministerie van landbouw een experiment begint om te bekijken of lagere prijzen inderdaad tot meer aankopen leiden. De proef heeft bij tientallen winkels plaats, onder meer bij twaalf vestigingen van Albert Heijn.
Bron: Agrarisch Dagblad
15 april 2004 Schatteneiland is een cr?che te Leuven waar de kleintjes biologische voeding krijgen. Ook in Nederland leeft dit item. Daar start de organisatie Goede Waar & Co dit jaar met een actie voor biologisch fruit in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. In twee steden wordt een proefproject opgestart. Als dat slaagt, wil goede Waar & Co een landelijke campagne starten. Actuele info over dit project Goed Fruit-vind je op www.goedewaar.nl.
Annita De Snijder, gediplomeerd kinderverzorgster, leidt de kindercr?che Schatteneiland te Leuven. Bij haar krijgen de ukjes biologische hapjes en papjes en worden ze verzorgd met natuurlijke producten. Voor bewaarmiddelen en pesticiden is hier geen plaats, want alle producten zijn puur natuur en worden zoveel mogelijk vers bereid. Hier vind je geen microgolfoven.
Hoe is het Schatteneiland ontstaan?
De vzw is in '97 opgestart en in '98 zijn we voor het eerst begonnen met kinderopvang. Ik wou een cr?che opstarten die los staat van het klassieke model. Voordien had ik ook al in de kinderopvangsector gewerkt en daar had ik toch dingen gezien die mij niet echt aanstonden. Ik wil ze niet allemaal over dezelfde kam scheren, maar het personeel leek niet altijd even gemotiveerd.
Waarom is het Schatteneiland een vzw?
Het is niet zo dat wij winst willen maken. Wij krijgen geen subsidies en moeten rondkomen met wat we krijgen van de ouders. Ik vind dat we de ouders gerust het gevoel mogen geven dat het niet onze bedoeling is winst te maken. Bovendien kunnen we als vzw bedrijven aanspreken voor ondersteuning en kunnen we ook sponsoring krijgen.
Waarom kozen jullie voor bio?
Ik kook zelf al twintig jaar biologisch. Vandaar kwam eigenlijk het idee om met een ander soort kinderopvang te starten. We hebben van in het begin biologische voeding aan de kinderen gegeven.
Bio-producten zijn duurder dan gangbare producten. Betalen de ouders dat verschil in prijs?
Het blijft een feit dat biovoeding duurder is dan andere voeding, maar voor mij vormt dat echter geen probleem. Ik geef heel weinig geld uit aan voeding. Ik koop dan wel biologische voeding, maar geen koeken, geen kant-en-klare producten en ik geef geen koemelkproducten. Al die yoghurtjes vormen een grote kost in andere cr?ches. Onze boterhammen beleg ik vaak met zelfgemaakte producten zoals wortelpuree. Ik geef vegetarische voeding, maar zorg er wel voor dat de kinderen de nodige voedingsstoffen op een andere manier krijgen.
Waar kopen jullie je bioproducten?
Wij hebben een overeenkomst met de natuurwinkel De Karwij. Zij bezorgen ons elke dinsdag een pakket verse biologisch geteelde groenten
Is er veel vraag naar kinderopvang waar biologische voeding wordt gegeten?
Ik denk het wel. Het personeel van de biowinkels vertelt me dat steeds meer ouders vragen naar cr?ches waar de kinderen biologisch kunnen eten. Op dit moment zijn er nog geen wachtlijsten, maar ik verwacht die nog wel.
Jullie hebben nog niet zo lang geleden verbouwingen gedaan. Hielden jullie daarbij rekening met ecologie?
Bij de verbouwing hebben we zeker rekening gehouden met ecologische materialen. We hebben bijvoorbeeld een kurkvloer gelegd. Dat is veel natuurlijker en ook warmer en aangenamer voor de kinderen. Voor een goede isolatie hebben we ramen gekozen met driedubbel glas, maar het prijskaartje lag te hoog om uitsluitend ecologische materialen te kunnen gebruiken.
Vindt u dat cr?ches een Biogarantie?label moeten kunnen krijgen?
Wel, eigenlijk zou dat wel mogen, ja. Dan zouden ouders bewuster voor een biologische cr?che kunnen kiezen, want dan kunnen ze er honderd procent zeker van zijn dat hun kinderen biologisch eten.
Hoe ziet u de toekomst van het Schatteneiland?
Op dit moment willen we het kleinschalig houden. Ik ben het enige personeelslid, al komt er af en toe ook een vrijwilliger. Dat betekent dat ik al mijn energie in de kinderen steek. De informatie- en ontmoetingsmomenten hebben we nog niet echt kunnen uitbouwen, maar we zijn wel net begonnen met de ontwikkeling van een website.
15 april 2004 Biologische producten hebben vorig jaar voor het eerst terrein verloren ten opzichte van conventionele voeding. Consumenten nemen vaker hun toevlucht tot conventionele producten, die dankzij certificering en ketenbewaking aan steeds hogere eisen voldoen.
Supermarktketen Delhaize heeft vorig jaar voor het eerst in negentien jaar het marktaandeel van de bioproducten zien teruglopen. De bio-omzet bleef steken op 79 miljoen euro, terwijl de totale omzet vorig jaar met 7,4 procent steeg tot 3,7 miljard euro. De stagnatie van de bio-omzet is opmerkelijk, omdat in dit segment jarenlang stevige groei is opgetekend. In 2002 bedroeg die groei 12 procent en in 2001 zelfs 50 procent. Sinds Delhaize in 1985 voor het eerst biologisch brood in zijn winkels introduceerde, is de omzet altijd gestegen.
Binnen het bio-gamma nam de omzet van biologisch fruit en groenten nog wel toe, maar daar staat tegenover dat er duidelijk minder biologisch vlees en zuivel werd gekocht. ,,De biosector is jarenlang sterk gegroeid door de opeenvolgende voedselcrises'', zegt Xavier Ury, binnen Delhaize verantwoordelijk voor het biogamma. ,,Dat effect is nu wegge?bd. Bovendien zijn de lastenboeken voor gecertificeerde conventionele producten steeds strenger geworden. Labels als certus of meritus geven de consument ook informatie over de manier waarop het product tot stand is gekomen. Ze zijn wel minder gedetailleerd dan het offici?le Biogarantielabel, maar blijkbaar bieden ze voor veel consumenten toch voldoende zekerheid''. Delhaize heeft 650 producten onder het eigen biologische huismerk.
De afnemende belangstelling voor biologisch vlees en zuivel is een Europees fenomeen dat al tot overproductie heeft geleid. Sommige producenten van biologische melk zijn gedwongen hun product als gewone melk aan te bieden omdat er anders onvoldoende vraag naar is.
Ook bij Carrefour-Belgi? is de omzet in het biogamma vorig jaar gestagneerd, terwijl de totale omzet met 3,8 procent steeg. Ook hier moest biovoeding dus terrein prijsgeven.
Woordvoerster Genevi?ve Bruynseels wijst ook op de kwaliteitsgaranties bij de conventionele producten, die de consument voldoende zekerheid bieden over ingredi?nten, milieuzorg en dierenwelzijn. ,,We zien ook een daling in de omzet van producten waarvoor de meerwaarde van bio niet onmiddellijk duidelijk is, zoals koffie. In dat geval zal de klant eerder voor fair trade kiezen''. Carrefour heeft 200 bioproducten in zijn assortiment opgenomen.
Zowel Delhaize als Carrefour blijven investeren in nieuwe bio-producten. Maar grootschalige uitbreidingen van het gamma, zoals in de afgelopen jaren, zitten er niet meer in. Bruynseels: ,,Er zal altijd een publiek blijven voor bioproducten. Maar de spectaculaire stijgingen zijn duidelijk verleden tijd''.
15 april 2004 Met het aansnijden van een reusachtige biologische taart ging woensdag op het Damrak in Amsterdam de campagne 'Nederland gaat biologisch' van start. Met de actie hopen dertig verschillende maatschappelijke organisaties de verkoop van biologische
producten te stimuleren.
Stichting Natuur en Milieu beet het spits af in de campagne met het uitdelen van biologische taart aan toevallige passanten op het Damrak. Directeur A. van den Biggelaar legde uit waarom de organisaties de campagne nu voeren. ?In 2001 hebben verschillende instanties uitgesproken dat de Nederlanders in 2004 voor 5 procent biologische producten zouden consumeren. De realiteit is dat we pas op 1,6 procent zitten."
Van den Biggelaar hoopt met deze campagne de eko-consumptie op te schroeven en hij staat niet alleen. Organisaties als Natuurmonumenten, Wakker Dier, Dierenbescherming en zo nog dertig anderen roepen de aankomende weken hun achterban op meer biologische producten
te kopen. Wanneer drie miljoen leden voor 2 euro 50 extra per week biologisch kopen, verdubbelt de biologische landbouw, aldus Natuur en Milieu.
(Bron: ANP, 14 april 2004)
Dioxine, cholesterol en salmonella in biologische eieren.
15 april 2004 Wat fout is aan eieren weet iedereen. Inderdaad, de salmonella. Volgens de Keuringsdienst van Waren worden jaarlijks 150 duizend mensen ziek van salmonella. De voornaamste besmettingsbron is echter niet het ei, maar het kippenvlees. Volgens cijfers van het RIVM is slechts 0,3 procent van de eieren besmet.
Dat de man met de zeis toch geregeld in een verleidelijke vermomming van een bavarois het
bejaardentehuis kan binnenstappen, komt doordat bij dat soort instellingen in het groot wordt gekookt. En als er een besmet ei in het doosje zit, kan die de hele partij aansteken.
Maar na duizenden salmonella-doden kwam vorig jaar eindelijk het goede nieuws, een verbod op de verkoop van salmonella-eieren. Daarmee lijken de luchtige, maar dodelijke desserts tot het verleden.
En dan nog iets dat de reputatie van het ei weinig goeds heeft gedaan, de cholesterol. Jarenlang is dat er door de voedselvoorlichters ingehamerd.
Maar onderzoekers zijn teruggekomen van eerdere beweringen. Eieren bevatten weliswaar veel cholesterol, maar dat komt lang niet allemaal in het bloed terecht. Bovendien is er goed en slecht cholesterol, weet de wetenschap inmiddels. Daarom heeft het eierenproductschap (PVE) een bericht doen rondgaan waarin beleefd doch dringend bekend werd gemaakt dat het ei geen kwaad meer doet. Een ei per dag doet zelfs goed, 'kan met recht een uitstekend voedingsmiddel worden genoemd, de functional food van de natuur zelf', schrijft het PVE triomfantelijk.
Maar nieuwe gevaren liggen op de loer. Vooral voor degenen die adoptie-ouder van een biologische kip zijn geworden (www. adopteereenkip.nl). De eieren van het beest zitten namelijk vol met het kankerverwekkende dioxine.
Sinds het begin van dit jaar mag het dioxinegehalte in eieren de Europese norm van drie picogram (3 miljardste milligram) per gram vet niet overschrijden. Eieren van kippen met vrije uitloop, zoals biologische eieren, hebben een jaar respijt gekregen en moeten per 1 januari 2005 aan die eis voldoen. Maar uit het onderzoek van het voedselveiligheidsinstituut Rikilt blijkt dat dat niet zal lukken. Alle door het Rikilt gescreende biologische bedrijven zitten ruim tot zeer ruim (in enkele gevallen vijfmaal) boven EU-norm. En dat kan nare gevolgen hebben voor onze
gezondheid.
Zowel de wereldgezondheidsorganisatie WHO als de wetenschappelijk adviesraad van de Europese Unie heeft er in het verledenvoor geijverd dat de norm voor de dagelijkse inname van dioxinen en dioxineachtige stoffen door de mens werd gesteld op 1 picogram per kilogram lichaamsgewicht. Uit metingen in 1998 en 1999 bleek evenwel dat die grens door 80 procent van de Nederlandse bevolking werd overschreden. Vandaar dat de norm iets is opgerekt tot 2 picogram.
Als we nu een biologische eitje met 10 picogram dioxine per gram vet naar binnen werken bij het paasontbijt hebben we de helft van onze dagelijkse portie dioxine al binnen. Dan blijft er voor de rest van ons voedsel (andere belangrijke gifbronnen zijn vis, vlees, melk, yoghurt, kaas, groenten en zelfs de lucht die we dagelijks inademen), niet veel ruimte meer over.
Biologische eieren af te zweren vindt Hoogenboom te 'pijnlijk', zowel voor boer als kip. Vandaar dat naarstig is gezocht naar de bronnen van besmetting. Weliswaar zorgt het biologisch voer reeds voor een lage basiswaarde aan dioxine in eieren, maar die is te laag om een verklaring te
kunnen zijn voor het hoge dioxinegehalte. Zouden de regenwormen mogelijk de daders zijn van de dioxinebesmetting? Of misschien de grond die de kippen naar binnen werken?
Het Rikilt en het onderzoeksinstituut RIVM hebben inmiddels hun onderzoek afgerond en wat blijkt, de pieren gaan vrijuit. 'Ze bevatten veel te weinig vet', zegt professor Ron Hoogenboom van het Rikilt. 'We nemen nu aan dat toch de grond de boosdoener is. Specialisten zeggen dat een kip makkelijk 30 gram per dag naar binnen kan werken.' Bovendien speelt de graasdichtheid van de buitenkippen een rol en mogelijk de lagere legfrequentie van biologische kippen. En zo komen dan de biologische kankereitjes in het schap van de super.
Dan toch maar een scharrel-of batterij-ei met Pasen? Dat is toch iets te voorbarig, want die eieren deugen niet. Ze worden gelegd door kippen die geen leven hebben. Ze zitten opgesloten in bedompte schuren, zonder een streepje daglicht en kunnen hun kont niet keren. Daarom past een goedvoornemen: Eet alleen die eieren waar ook kippen beter van worden.
Maar dan moeten we wel het advies van Ron Hoogenboom opvolgen en geregeld voor eieren van een andere producenten kiezen. Zo verkleinen we de kans op een overdosis dioxine. De verschillen in besmetting van biologische eieren zijn namelijk groot.
09 april 2004 In het Algemeen Dagblad van 7 april schreef Wim Meij in zijn column dat 'biologische eieren vol zitten met dioxine' en dat met name adoptieouders van biologische kippen voor hun gezondheid moeten oppassen. Wim Meij gooit met deze uitspraak de knuppel in het hoenderhok.
Volgens Platform Biologica is dioxine inderdaad een serieus probleem, maar voor ons allemaal en niet alleen voor mensen die een kip geadopteerd hebben. Dioxine zit namelijk in onze totale voedselketen. Onderzoek van het RIVM wees uit dat van alle dioxines die we dagelijks binnen krijgen bij gemiddeld gebruik 23% via vlees komt, 27% via zuivel, 16% via vis, 17% via oli?n en vetten, 13% via groenten en 4% via eieren!
Ten opzichte van eieren van binnenkippen, hebben de eieren van kippen die buiten lopen een verhoogde kans op dioxinebesmetting. Van de onderzochte biologische eieren zit echter 90% onder de wettelijke norm voor dioxine. Voor de biologische pluimveebedrijven die nog wel boven de norm zitten, wordt hard gewerkt aan een oplossing.
De dioxinevervuiling van onze voedselketen toont aan dat gezond voedsel begint bij een schone leefomgeving. Een oplossing voor een schoon milieu is een duurzame landbouwmethode, zoals de biologische landbouwmethode, en die wordt door deelnemers aan Adopteer een Kip gesteund. Bron: www.adopteereenkip.nl
Kabinet: zet schouders onder de biologische landbouw
08 april 2004 Het is hard nodig dat het kabinet snel extra impulsen geeft aan de biologische landbouw. Anders wordt de doelstelling ?in 2010 is tien procent van het landbouwareaal biologisch? nooit gehaald. De oproep komt van Stichting Natuur en Milieu, mede namens Platform Biologica en een aantal andere maatschappelijke organisaties*). Nodig is een premiestelsel om het prijsverschil tussen de duurdere biologische en gangbare producten te verkleinen. Dat kost vijftig miljoen euro per jaar. Verder moet het kabinet snel zijn belofte nakomen om de biologische boeren een financieel voordeel van 160 euro per hectare toe te kennen, in de vorm van een vaste premie per hectare.
Natuur en Milieu en het Platform Biologica trekken aan de bel omdat de groei van de biologische landbouw lang niet snel genoeg gaat. Momenteel wordt biologisch geboerd op twee procent (40.000 ha.) van het totale landbouwareaal. In het regeerakkoord ligt vast dat het in 2010 tien procent moet zijn. Om dat te halen, zijn extra inspanningen nodig, evenals tussendoelstellingen en een goede bewaking van de voortgang. Minister Veerman van Landbouw komt voor Prinsjesdag met een beleidsplan voor 2005-2007. Daarin zouden in elk geval tussendoelstellingen moeten worden opgenomen.
Voor groei van het areaal is vooral een actiever koopgedrag van de consument belangrijk.
Een groot aantal maatschappelijke organisaties gaat daartoe hun leden oproepen meer biologische producten te kopen. De actie ?Nederland gaat biologisch? start op 14 april met een manifestatie op het Beursplein, Amsterdam.
De relatief hoge prijs van biologische producten is nu vaak een hinderpaal voor de consument. De organisaties pleiten voor een (tijdelijke) premie op biologische producten (vergelijkbaar met de succesvolle premies op bijvoorbeeld energiezuinige apparaten), om de meerprijs met zo?n twintig procent te verlagen.
De vaste hectarepremies die de organisaties bepleiten, hoeven de schatkist overigens niets te kosten. Die kunnen worden betaald uit de vergroening van de EU-subsidies, wat mogelijk is met nieuwe Europese landbouwbeleid.
*) de 12 provinciale Milieufederaties, Centrum Vrouw en Milieu, de Dierenbescherming, consumentenvereniging Goede Waar & Co, en het Landelijk Hogeschool en Universitair Milieu Platform
Nautilus en Greenery Naturelle combineren verkoop biologisch product
08 april 2004 Op vrijdag 2 april j.l. is door de besturen en management van Co?peratie Nautilus en VTN/ Greenery Naturelle een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. De samenwerking houdt in dat de totale vermarkting van dagverse biologische vollegrondsgroenten van de aangesloten leden en toeleveranciers van Nautilus en Naturelle gezamenlijk wordt opgepakt en geco?rdineerd vanuit Greenery Naturelle in Barendrecht. Co?peratie Nautilus is de grootste verkooporganisatie van biologisch geproduceerde groenten in Nederland. Zij beschikt over de productie van ruim 120 professionele volledig biologisch producerende leden met een gezamenlijk oppervlak van ruim 8000 ha. Deze leden voldoen alle aan EUREP GAP en National Organic Program (USA) vereisten. Naturelle heeft in de laatste jaren een bijzonder sterke groei gerealiseerd in de commercialisatie van een breed assortiment biologisch product uit zowel binnen- als buitenland. Naturelle is leverancier bij een groot aantal nationale en internationale retailers en groothandels. Afgelopen jaar heeft Naturelle de beschikking gekregen over een modern pak-/verlaadstation welke ingericht is volgens de hoogste eisen van BRC/HACCP en werkt met effici?nte logistieke systemen in Barendrecht. Beide partijen verwachten veel van de voorgenomen samenwerking.
08 april 2004 Vandaag is het startschot gegeven voor de oprichting van het telerscollectief "GROWGANICS". Het collectief vertegenwoordigt meer dan 75% van de Nederlandse biologische glasgroententeelt. Het doel van GROWGANICS is de krachten beter te bundelen, zowel in productie als in afzet. Door als collectief te opereren kunnen de betrokken telers een grotere gezamenlijke inspanning leveren in de juiste marketing van hun product. Eosta B.V. is de marketingpartner van GROWGANICS. De oprichting van het collectief is een verdere formalisatie van een samenwerking die zijn oorsprong had in 2001. De groep is inmiddels groter geworden en de samenwerking is verder ge?ntensiveerd. Het collectief zal een rol hebben in het behartigen van gezamenlijke belangen binnen de biologische sector op promotioneel, maatschappelijk en teelttechnisch gebied.
06 april 2004 Het kabinet heeft op voorstel van minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten dat vanaf 1 april 2004 de zwarte kraai en kauw op de landelijke vrijstellinglijst komen te staan. Deze vrijstelling houdt in dat de grondgebruiker beide diersoorten gedurende het gehele jaar op zijn gronden mag bestrijden om belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren te voorkomen. De grondgebruiker kan ook een derde toestemming geven de dieren te bestrijden.
Om belangrijke schade te voorkomen mogen de zwarte kraai en kauw onder andere opzettelijk verontrust, gedood of gevangen worden. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van diverse middelen, zoals de kastval en vangkooi. Het geweer kan gebruikt worden bij de bestrijding als de grondgebruiker, of degene die van de grondgebruiker toestemming heeft gekregen, beschikt over een jachtakte.
Opening Biologische Boerenmarkt Nieuwegein groot succes
05 april 2004 De eerste Biologische Boerenmarkt in Vreeswijk was een groot succes. De kramen waren de hele dag druk bezet met nieuwsgierigen en fanatieke kopers die met boodschappentassen vol met biologische producten naar huis gingen. Maar voor deze eerste marktdag was door de organisatie meer uit de kast gehaald.
Nadat de burgemeester de markt had geopend door een bokje met zich mee te trekken en daarmee een vlag te ontvouwen, barstte het feestgedruis op de markt los. Rijen dik stonden de mensen voor de kramen. De Oude Sluis in Vreeswijk was feestelijk versierd met tenten, vlaggen en een kinderhoek.
In de tenten konden klanten genieten van een gratis biologisch kopje koffie of thee en een biologische bonbon. Ook tijdens de proeverij konden klanten van de markt het zich goed laten smaken met schitterend opgemaakte amuses en bijzondere hapjes. Natuurlijk allemaal biologisch.
De mensen achter de kramen konden hun eerste marktdag niet beter beginnen. Mark en Els Villerius, aanbieders van brood en banket: ?Al ons brood is op. Het liep storm bij onze kraam. Voor de zekerheid hadden we meer ingekocht voor de opening, maar dat we alles kwijt zouden raken, dat hadden we niet verwacht.?
De winkeliers van Vreeswijk hadden er ook werk van gemaakt. Kapper Nel?s Haarmode had een frisse aanbieding: een gratis hoofdmassage met natuurlijke haarverzorgingsproducten. Wijnhandelaar Le Vin had een proeverij van zijn biologische wijnen. Keurslager Peter Post had met zijn biologische vlees de hele dag een winkel vol met klanten. ?Zo druk heb ik het nog nooit gezien?, was zijn uitgelaten reactie.
De markt zal elke zaterdag gehouden worden aan de Oude Sluis in Vreeswijk. ?Ik kom zeker volgende week weer?, was de enthousiaste uitroep van een klant. ?Eindelijk hoef ik niet meer naar omliggende steden en kan ik gewoon in Nieuwegein mijn biologische boodschappen doen.?
De organisatie van de markt, een groep vrijwilligers uit Vreeswijk, is tevreden. Monique de Beer, voorzitter van de werkgroep: ?Ik sta te genieten. Dit was wat we ons het afgelopen jaar voorgesteld hadden van deze dag. Ik hoop dat we nog lang van deze markt kunnen profiteren?.
Heeft u vragen, dan kunt u contact opnemen met de werkgroep Biologische Boerenmarkt Vreeswijk, voorzitter Monique de Beer 030 6018600 of secretaris Jan Monster 030 6018434. Of kijk op www.biologische-markt.nl.
Albert Heijn vergroot assortiment bio-versproducten
01 april 2004 Albert Heijn gaat meer biologische versproducten in het assortiment opnemen Zo introduceert de Zaanse supermarktketen halverwege 2004 biologische bloemkool en biologische kipfilet van het eigen merk. Momenteel heeft AH al 275 verschillende biologische producten in de schappen liggen. Uit onderzoek onder AH-klanten is gebleken dat de consument overigens niet bij iedere productgroep om een biologische variant staat te springen. Zo is biologisch snoep geen succes gebleken, terwijl biologische versproducten weer wel aanslaan.Volgens de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw hebben veel servicesupermarkten lange tijd een achterstand op Albert Heijn gehad, qua aanbod van biologische producten. Deze achterstand wordt echter snel ingelopen. Konmar en Super De Boer hebben inmiddels ruim 300 bioproducten in hun assortiment. Vooral biologisch varkensvlees wordt goed verkocht. Bij AH is de biologische pizza veruit het beste verkochte bioproduct, en ook de biologische bruine pistoletjes vinden gretig aftrek. Klanten komen zelfs speciaal voor de smaak van deze producten naar Albert Heijn.
Biologische grond beschermt twee keer beter tegen hoog water
31 maart 2004
Biologische grond heeft een twee keer beter vermogen in waterdoorlatendheid en waterbergend vermogen dan gangbare landbouwgronden. Dat concluderen twee instituten van het Bundesforschungsanstalt f?r Landwirtschaft (FAL) in Duitsland.
De onderzoekers hebben verschillende fysieke, chemische en biologische parameters van de bodem bij gangbare en biologische landbouw vergeleken. Daarbij werd de waterdoorlatendheid en het waterbergend vermogen van de bodem onderzocht.
Het humusgehalte van de bodem is in de biologische landbouw vaak hoger doordat veel organische mest wordt gebruikt en veel met groenbemesters wordt gewerkt. De activiteit van het bodemleven zorgt voor scheuren en gangen (biopori?n) waardoor de waterdoorlatendheid en het waterbergend vermogen van de bodem ongeveer twee maal beter is dan binnen de gangbare landbouw.
Omdat het water beter wordt vastgehouden hebben de biologisch beteelde akkers een extra functie in periodes met hoog water, stellen de Duitse onderzoekers.
Vlugschriften Veehouderij van Louis Bolk Instituut
31 maart 2004 Vlugschriften veehouderij
De Vlugschriften Veehouderij bevatten beknopte, thematisch ingedeelde informatie afkomstig van de veehouderijsectie van het Louis Bolk Instituut of van derden. Ze zijn bedoeld als bron van (actuele) informatie en inspiratie voor veehouders. Ze zijn oorspronkelijk geschreven voor leden van De Natuurweide.
Thema's zijn:
- Voeding en voederwinning
- Voederbouw en Weidebouw
- Gezondheid en dierenwelzijn
- Bodem en bemesting
- Fokkerij en opfok
- Algemeen
Alle vlugschriften zijn gratis down te loaden vanaf de website van het Louis Bolk Instituut .
29 maart 2004 Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu
willen dat gemeenten en provincies het verbouwen van genetisch
gemanipuleerde gewassen tegengaan. De milieuorganisaties roepen hen op
zich 'gentechvrij' te verklaren. Met dit initiatief sluit Nederland aan
bij soortgelijke acties elders in Europa.
Het verbouwen van gentechgewassen kan tot ecologische problemen leiden.
Zo blijkt dat door genetische manipulatie het gebruik van chemische
bestrijdingsmiddelen in de landbouw wordt verhoogd. Ook is er groeiende
wetenschappelijke zorg over de langetermijneffecten van genetisch
gemanipuleerd voedsel op de gezondheid. Uitkruising en menging van
verschillende gewassen kan schade veroorzaken voor producenten die
zonder gentechnologie willen produceren. Dit bedreigt met name de
biologische landbouwsector. Het is duidelijk dat het verbouwen van
gentechgewassen de boeren en burgers benadeelt die hun landbouw en
voedsel gentechvrij willen houden.
'Gentechvrij' verklaring
Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu hebben nu in een brief aan
alle gemeenten en provincies in Nederland verzocht om zich 'gentechvrij'
te verklaren. Op de eerste plaats kan dit door het uitsluiten van
verbouw van genetisch gemanipuleerde gewassen op grond in bezit van de
lokale overheid. Verder kunnen zij in bestemmingsplannen en
streekplannen juridisch vastleggen dat op alle grond met agrarische
bestemming geen gentechgewassen zijn toegestaan.
Met dit initiatief kunnen gemeenten en provincies in Nederland
aansluiten bij activiteiten in andere landen. Zo is een aantal Europese
regio's een netwerk gestart van gentechvrije regio's. Daartoe behoren
onder meer Toscane, Salzburg, Wales, Sleeswijk-Holstein en Limousin. Ook
hebben in andere Europese landen al veel gemeenten zich gentechvrij
verklaard, zoals bijvoorbeeld een op de drie Belgische gemeenten.
Bron: Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu
26 maart 2004 Op dinsdag 6 april organiseert Aurelia! in samenwerking met Biologica het zevende EKO-Congres. Onder de titel "Biologisch, een markt zonder grenzen!?" zullen prominente sprekers de kansen en dilemma?s van de biologische voedselmarkt onder de loep nemen. Biologica zal op het congres het EKO-Monitor Jaarrapport 2003 presenteren, met daarin de cijfers en trends van de biologische markt en primaire sector van het afgelopen jaar.
In het regeerakkoord van het huidige kabinet Balkenende staat een doelstelling van 10% biologisch areaal in 2010 genoemd. De Task Force Marktontwikkeling Biologische landbouw werkt met een convenant voor 5% marktaandeel biologisch in 2005; een doelstelling die in het teken staat van de areaaldoelstelling. Tijdens het congres zal Uli Schnier, voorzitter van de Taskforce, een overzicht geven van wat de Task Force het afgelopen jaar bereikt heeft en wat er komend jaar op de agenda staat om zo dicht mogelijk bij de doelstelling te komen. Het CBL, de koepelorganisatie van de Nederlandse supermarkten, heeft ook zijn handtekening onder het convenant gezet. Klaas van den Doel, voorzitter van het CBL, zal op het congres de visie van de supermarkten op de groeipotenties van biologisch geven.
Groeimarkt
Wereldwijd groeide biologisch in 2002 en 2003 met zo?n 10%. In de Verenigde Staten is biologisch met 15% groei een speerpunt voor de food industry. Maar hoe deed de biologische sector het in Nederland in 2003, een jaar dat er bij ons sprake was van een recessie en onrust in de supermarktwereld? Bert van Ruitenbeek, directeur van Biologica, presenteert tijdens het EKO-Congres de cijfers en trends uit het EKO-Monitor Jaarrapport 2003. Tevens zal Van Ruitenbeek ingaan op de kansen voor biologisch in 2004 en verder.
Emotie
?Lekker? is overal ter wereld een doorslaggevend verkoopargument: op authentieke wijze en met zorg geteelde en bereide voeding wordt uiteindelijk overal gewaardeerd. De prijs wordt misschien te vaak beschouwd als h?t struikelblok voor de consument. De consument is bereid meer te betalen voor een ?cht product met een verhaal. Emotie speelt een grote rol. Niko Koffeman, marketeer en strateeg achter veel groene promotieacties, zal ingaan op dit thema en het geheim achter het succes van de actie ?Adopteer een Kip? uit de doeken doen.
Afscheid Ria Beckers
Tijdens het EKO-Congres zal Ria Beckers na tien jaar haar bestuursfunctie bij Biologica publiekelijk overdragen aan Arie van den Brand. Tijdens het middagprogramma zal op passende wijze afscheid van haar genomen worden.
Aanmelden
Wilt u deelnemen aan het EKO-Congres? Vraag dan een aanmeldingsformulier op bij het Secretariaat 7e EKO-Congres, tel. 030-2819965, of e-mail: ekocongres@sminkenco.nl.. Kijk voor het programma en de entreeprijs op: www.platformbiologica.nl/agenda.
26 maart 2004 Het bemestingsvraagstuk is de komende jaren voor de biologische sector een
cruciaal thema. De gewenste omzetgroei vraagt om verlaging van de
productiekosten, terwijl de bemestingskosten juist zullen toenemen doordat
een hoger percentage van biologische oorsprong moet zijn. Met dit project
wil het Louis Bolk Instituut, na het succesvolle project 'Mest als Kans',
strategie?n voor duurzaam bodemmanagement in de akkerbouw verder
ontwikkelen. Bijzonder aan het project Bijzondere Bemesting is het gebruiken
van de ervaringskennis van boeren die op dit gebied al veel bereikt hebben.
Wat zijn de succesfactoren en wat kunnen andere bedrijven hiervan leren?
Verder zal er aandacht besteed worden aan de mogelijkheden van
niet-dierlijke meststoffen. Er zullen twee proefvelden aangelegd worden
waarop de onderzoekers de effecten van verschillende factoren op de
opbrengst en kwaliteit van het gewas en structuur en kwaliteit van de bodem
zullen bekijken. Het gaat hierbij om verschillende mestsoorten en
bemestingsniveaus en het wel of niet gebruiken van rijpadensystemen. Deze
proeven vinden plaats bij bedrijven in Zeeuws Vlaanderen en West Brabant
(zware zavel).
Het project loopt tot eind 2007. Voor meer informatie kunt u contact opnemen
met Marleen Zanen (M.Zanen@louisbolk.nl) of Chris Koopmans
(C.Koopmans@louisbolk.nl).
Overige informatie: financiering door LNV en Rabobank. Uitvoering Louis Bolk
Instituut, Hoofdstraat 24, 3972 LA Driebergen, tel: 0343 - 523860
Noordelijke biologische boeren starten internetwinkel ?www.ekonn.nl?
22 maart 2004 Biologische boeren uit Noord Nederland hebben het initiatief genomen een internetwinkel te openen (EkoNoordNederland). De noordelijke consument kan vanaf nu beschikken over een breed pakket super verse biologische producten uit de regio.
Ekonn is een webwinkel met een zeer compleet assortiment biologische versproducten uit de regio. Consumenten maar ook de horeca e.d. kunnen wekelijks via de website van Ekonn, www.ekonn.nl, uit dit assortiment zelf een bestelling samenstellen. Heerlijke verse producten als groente, fruit en zuivelproducten worden zoveel mogelijk geleverd door producenten uit de noordelijke provincies. De klant van eko nn is zo verzekerd van een super vers biologisch product uit de regio. Naast deze (h)eerlijke versproducten worden ook biologische droogwaar producten aangeboden. De consument kan bij eko nn dus terecht voor een breed assortiment biologische producten.
Elke week kan men van vrijdag tot en met dinsdag op de website een bestelling plaatsen. Woensdag en donderdag worden de versproducten geoogst en vervoert naar het centrale verdeelcentrum in Leek. Vandaar uit gaan de producten op vrijdag naar ??n van de vele afhaalpunten in Noord Nederland. Een aantal van deze afhaalpunten zal in de toekomst ook thuis gaan bezorgen. Deze werkwijze garandeert dat producten supervers bij de klant komen. Door zo veel mogelijk gebruik te maken van regionale producten weet de klant wat hij eet en wordt onnodige gesleep met voedsel voorkomen. Bestellen bij eko nn is zo een lekkere, leuke en gemakkelijke manier om duurzame ontwikkeling te stimuleren. Afhankelijk van het aanbod wordt het assortiment wekelijks aangepast. Op de site is ook achtergrond informatie te vinden over de producten en de telers.
Eko nn is een initiatief van noordelijke biologische boeren die de consumenten wil voorzien van een breed pakket kwalitatief hoogwaardig biologische voedingsproducten. Door de vele afhaalpunten zijn nu regionale biologische producten binnen ieders handbereik. Belangrijk uitgangspunt is dan ook dat consumenten kunnen beschikken over super verse producten uit de eigen regio voor een eerlijke prijs.
Het motto van eko nn is dan ook: eko nn het gemak van Gezond & Lekker ?.. !
16 maart 2004 Het bestuur van Biologica heeft gisteren de heer Arie van den Brand benoemd tot voorzitter van Biologica. Hij volgt hiermee Ria Beckers op, die er de afgelopen 10 jaar als voorzitter aan heeft gewerkt om de biologische sector een duidelijke positie te geven als een professionele, innovatieve en herkenbare beweging in de landbouw.
Arie van den Brand (53) neemt vandaag met een receptie afscheid als Tweede Kamerlid van Groen Links, een functie die hij vanaf 2002 vervulde. Deze functie was om gezondheidsredenen te zwaar. Met zijn afscheid als kamerlid is er tijd vrij gekomen voor andere activiteiten. Met Arie van den Brand komt er in navolging van Ria Beckers weer een bruggenbouwer aan het roer van Biologica, die naast de duurzame groei van de sector de rol van de biologische sector als kraamkamer voor de verduurzaming van de totale landbouw centraal zal stellen.
Arie van den Brand is voor zijn kamerlidmaatschap o.a. voorzitter geweest van het Centrum Landbouw en Milieu (CLM) en was als directeur verbonden aan In Natura. Hij heeft cultuurtechniek en voorlichtingskunde gestudeerd aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen en vervult momenteel met name een aantal internationale bestuurs- en adviseursfuncties, die gericht zijn op verduurzaming en vermaatschappelijking van de landbouw. Biologica is verguld met de toetreding van Arie van den Brand als nieuwe voorzitter. De biologische sector wil zich naast de verbreding met name op innovaties en vermaatschappelijking verder profileren.
Tijdens het EKO-congres op 6 april a.s. (zie: www.platformbiologica.nl/agenda) zal op passende wijze afscheid worden genomen van Ria Beckers. Ria Beckers laat Biologica achter als een krachtige spreekbuis voor de biologische sector, waar boeren en tuinders, handelaren, en retailers op het gebied van onderzoeksco?rdinatie, regelgeving, gentech-vrije productie en promotie samenwerken.
Bron: Platform Biologica
Consumenten reiken eerste Pluim uit aan Biologische bloemen van Florganic
16 maart 2004 Op ?de Dag van de Consument? reikt de consumentenvereniging Goede Waar & Co een Pluim uit aan het leukste mens-, dier- en milieuvriendelijke product of initiatief van 2003/2004. Het is de eerste keer dat deze Pluim wordt uitgereikt. Consumenten konden hun stem uitbrengen op zes genomineerde producten en initiatieven. Florganic met het project BioFlora heeft de pluim gewonnen.
Eindelijk een grote marktpartij die met biologische bloemen aan de slag gaat. Mede door de brede steun van diverse organisaties krijgen biologische bloemen nu de kans om door te breken. Dit was voor de vereniging Goede Waar & Co de reden om Florganic te nomineren voor de Pluim 2004. En consumenten zijn het daar blijkbaar helemaal mee eens. Want zij zorgden ervoor dat Florganic met het project BioFlora de Pluim heeft gewonnen. Marco van Zijverden, van de Raad van Bestuur van de Dutch Flower Group (het moederbedrijf) nam de Pluim trots in ontvangst. Hij zei te verwachten dat over 10 jaar het niet meer bijzonder is dat een bedrijf als de Dutch Flower Group met biologische bloemen aan de gang gaat. Ook de biologische bloemen zullen dan veel vanzelfsprekender in allerlei winkels te vinden zijn. Nu is het echter nog een nieuwe en kleine markt. Om het pionieren van het bedrijf Florganic te ondersteunen, heeft Stichting Natuur en Milieu samen met Florganic het project 'Bio Flora' ontwikkeld. Met dit project wil de biologische bloemensector doorbreken naar een breder publiek. De bloemen zijn al te koop bij de Natuurwinkel (zie voor de vestigingen: www.denatuurwinkel.com) en per internet bij Flori?nt Express www.florient.nl. Later dit jaar zijn ook verkopen gepland bij Intratuin en Shell.
Het initiatief wordt gefinancierd door de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw van het ministerie van LNV, het Ministerie van VROM, Stichting Doen en de Rabobank.
Meer informatie
Meer informatie over Vereniging Goede waar & Co, een consumentenvereniging
die zich inzet voor duurzaam consumeren en verantwoord produceren, is te
vinden op www.goedewaar.nl
Meer informatie over het project Bioflora is te verkrijgen bij Jolanda Kuilboer, ketenmanager BioFlora, tel. 0613154645/ email j.kuilboer@bioflora.nl of bij Arend Zeelenberg, projectleiding, tel. 0321-339530 / email arend@buro-az.nl
09 maart 2004 De Vereniging Brede Overleggroep Kleine Dorpen (BOKD) in Drenthe en Stichting Steunpunt Biologische Boomteelt (SSBB) in Driebergen hebben samen een themaproject gerealiseerd: ?Voorbeeldbeplanting Biologische Boomteelt?. Met dit project is voor het eerst in Nederland de biologische teeltwijze van het plantmateriaal in een landschapsproject centraal gesteld. Ook is een bijdrage geleverd aan de marktontwikkeling voor de biologische boomteelt. In het kader van de regeling Demonstratieprojecten Markt en Concurrentiekracht (LNV Laser) is een subsidiebijdrage verkregen. De gemeenten De Wolden, Middenveld en Aa en Hunze hebben meegefinancierd evenals Stichting Doen. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van de landschapsverzorgingbijdrage (LVZ).
Tijdens de uitvoering van het project hebben 51 deelnemers 121 beplantingen (fruitgaarden, hagen, laanbomen, singels en struwelen) aangelegd in 3 dorpen. Er hebben 12 kwekers plantmateriaal geleverd, waarvan 2 bedrijven ge?ntegreerd telen (registratie MPS) en de overige 10 biologisch werken (EKOkeur). Voor het samenstellen van de beplantingslijst is uitgegaan van door de eigenaren gewenste en binnen de projectdoelstelling passende boom- en struiksoorten. Over de plantsoenlevering, het planten en de achtergronden van het project is een videofilm gemaakt. Het aantal boomteeltbedrijven dat gedeeltelijk of helemaal omschakelde naar biologisch, is in de projectperiode met 60 % toegenomen. Ook de vraag naar biologisch plantmateriaal is duidelijk toegenomen. Een moeilijk punt blijft de afstemming tussen vraag en aanbod.
Diverse potenti?le afnemers als Gemeenten, Landschapsbeherende organisaties, Waterschappen, Milieufederaties, Hoveniersbedrijven hebben in het kader van het project kennis kunnen maken met de mogelijkheden en verkrijgbaarheid van biologisch geteeld plantmateriaal. Dat wil nog niet zeggen dat zij sindsdien uitsluitend biologisch plantmateriaal aankopen. Zaken als regelgeving, beschikbaarheid van bepaalde soorten, hoeveelheden en prijs zijn mede bepalend. Afspraken met vaste leveranciers kunnen eveneens belemmerend werken om de stap te zetten naar aankoop van biologisch plantmateriaal. Een omschakelingsperiode, zoals we die kennen voor telers is ook voor afnemers wenselijk. De BOKD heeft te kennen gegeven jaarlijks biologisch plantgoed aan te willen kopen.
Per 1 maart 2004 is Steunpunt Biologische Boomteelt als bedrijfsactiviteit ondergebracht bij Adviesbureau Mens en Bos te Driebergen-Rijsenburg. Dit bureau heeft de afgelopen jaren ook de co?rdinatie voor de Stichting verzorgd. Voor informatie en advies: Ing Francis Schennink tel 0343 531945, e-mail: mens.en.bos@planet.nl.
De projectresultaten zijn ten behoeve van de financierders, deelnemers en overige ge?nteresseerden in een rapport uitgebracht (ISBN 90-808510-1-9).
Te verkrijgen bij Adviesbureau Mens en Bos door overmaking van ?25 op girorekening 4524945 o.v.v VBB Democ/98/052.
Niet-biologisch vlees net zo gezond als biologisch vlees
09 maart 2004
Volgens het Voedingscentrum is Biologisch vlees net zo gezond als niet-biologisch vlees. Het verschil is dat bij de productie van biologisch vlees meer rekening is gehouden met dier en milieu. In het algemeen is niet aangetoond dat biologisch voedsel gezonder of veiliger is dan ?gewoon? voedsel. Ook is er geen verschil in het gehalte aan voedingsstoffen.
Duidelijk is wel dat biologische landbouw diervriendelijker is dan de gangbare. De keuze voor biologisch staat voor een mening over de manier waarop dieren voor de vleesproductie worden gehouden. Dat is prima, maar de gezondheid van biologische producten voor de mens is daarbij geen argument.
Gebruik antibiotica
Net als bij de biologische vleesproductie geldt er bij de gangbare veeteelt een wachttijd na het toedienen van antibiotica waarbinnen er geen dieren of producten van de behandelde dieren voor de slacht of consumptie mogen worden aangeboden.. Na deze wachttijd zijn er praktisch geen resten antibiotica meer te vinden in het vlees of de melk van het dier. De gehaltes antibiotica die normaal gesproken voor kunnen komen in producten, zijn zo laag dat de mens er geen nadelige gevolgen van ondervindt.
Wat het voedingscentrum niet vermeld in het bericht is dat volgens SKAL deze wachttijd in de biologische landbouw twee keer zo lang is. Hierdoor is de kans op residuen in biologische producten veel kleiner dan in gangbare producten.
Bron: www.voedingscentrum.nl, 9-3-04
Beperkte invloed extreme grasvari?teiten op droge stofopbrengst grasklaver
09 maart 2004 Beperkte invloed extreme grasvari?teiten op droge stofopbrengst grasklaver
In de periode 1999-2002 is onderzocht of de graskeuze in een grasklavermengsel invloed heeft op klaveropbrengst en op een evenwichtige klaverontwikkeling gedurende het jaar.
Het gebruik van verschillende raaigrastypen in mengsels met klaver (ras Alice) had maar beperkte effecten op totale droge-stofopbrengst en klaveropbrengst. Mengsels met vroeg doorschietende raaigrastypen gaven op zavel een hogere totale droge stofopbrengst en klaveropbrengst; er was geen belangrijk verschil tussen diplo?de en tetraplo?de vari?teiten.
Mengsels met late grastypen leken een hoger klaveraandeel te geven dan in de mengsels met vroege typen.Tussen diplo?de en tetraplo?de rassen was er geen verschil in klaveraandeel.
De gemeten opbrengsten op matige zandgrond (6,2 ? 8,7 ton ds/ha) en goede zavelgrond (8,5 ? 13,6 ton ds/ha) worden gezien als goede indicaties voor de te verwachten productieniveaus van grasklaver onder maai/weidebeheer.
Het onderzoek is uitgevoerd op twee praktijkbedrijven, waarvan ??n op zavel (NH) en ??n op zand (Dr). De droge stofopbrengst en klaveropbrengst van 4 grasrassen (vroeg of laat doorschieten in combinatie met tetraplo?de/diplo?de) zijn met elkaar vergeleken. De witte klavercomponent was in alle mengsels Alice.
De resultaten van dit praktijkonderzoek zijn nu beschikbaar gekomen in Bioveem Rapport 4: Teelt Grasproef Vis/Bisschop (2000-2002).
Het rapport is te bestellen via het secretariaat van Bioveem, tel. 0320-293324
08 maart 2004 De eerste nieuwsbrief van de Biologische Pluimveehouders Vereniging i.o. is uit.
Deze nieuwsbrief wordt verzonden aan alle betrokkenen bij de biologische pluimveehouderij en is daarnaast voor iedereen te lezen op de website van de BPV: www.biologischpluimvee.nl
Bron: Agro Eco
Biologische landbouw omvat wereldwijd 24 miljoen hectare
08 maart 2004 Drie organisaties die zich bezighouden met biologische landbouw, het Zwitserse instituut FiBL, de Duitse stichting S?L en de internationale organisatie IFOAM, hebben op 20 februari tijdens de BioFach in Neurenberg de gezamenlijke studie 'The World of Organic Agriculture - Statistics and Emerging Trends 2004' gepresenteerd. Uit de studie blijkt dat wereldwijd ongeveer 24 miljoen hectare voor biologische landbouw wordt aangewend.
Van het totale areaal is circa 10 miljoen hectare te vinden in Australi?. In Argentini? heeft 3 miljoen hectare een biologische bestemming. Itali? is koploper in de Europese Unie. Daar wordt 1 miljoen hectare gebruikt voor biologische landbouw. Gekeken naar het aandeel biologisch in het totale areaal zijn Oostenrijk, Zwitserland en de Scandinavische landen koploper. In Zwitserland wordt 10% van het totale oppervlak aan landbouwgrond gebruikt voor biologische productie.
In 2002 vertegenwoordigde de markt van biologische producten een totale waarde van 23 miljard dollar. Het aandeel van biologische producten in de consumentenbestedingen is het grootst in Europa en Noord-Amerika. Voor de komende jaren voorzien de opstellers van het rapport een voortzetting van de groei in de bestedingen.
Het rapport 'The World of Organic Agriculture - Statistics and Emerging Trends' dat inmiddels voor de vijfde keer is opgesteld is te vinden op de site van FiBL.
Reguleren van het aanbod biologische vleesvarkens is rond
08 maart 2004 De regulering van de biologische varkenshouderij is rond: 35 biologische varkensboeren zullen met hun bedrijf stoppen of terugschakelen naar de gangbare bedrijfsvoering. De bedrijven hebben zich vrijwillig aangemeld en ontvangen een uitkoopsom. De vergoeding wordt betaald door de supermarkten, De Groene Weg en door de overblijvende 57 varkensboeren zelf via een reguleringsfonds.
De regulering is een pijnlijke hobbel in de ontwikkeling van de biologische varkenshouderij en werpt een schaduw over de goede groeicijfers. De afzet van de biologische vleessector groeit namelijk nog steeds met tientallen procenten per jaar. Individuele winkels ? waaronder enkele filialen van Albert Heijn en Plus ? halen zelfs al een omzet van 10%. De regulering is echter nodig om het productieoverschot van biologisch varkensvlees weg te werken. Dit productieoverschot is ontstaan doordat de economische recessie de marktsituatie heeft veranderd. De prognoses voor de markt ? op basis waarvan er afgelopen jaar veel gangbare varkenshouders zijn omgeschakeld naar biologisch ? waren gemaakt in 2001 in tijden van hoogconjunctuur en vlak na de BSE- en MKZ?crisis.
De 35 biologische varkenshouders die zich laten uitkopen, zijn grotendeels de relatief kleinere bedrijven. Ze hebben zich vrijwillig aangemeld. Om te voorkomen dat er ook bedrijven gedwongen moeten stoppen, heeft De Groene Weg de markt voor 2004 ingeschat en besloten om de productie niet verder af te bouwen maar in stand te houden via een aanpassing van de uitbetaalprijs naar de boeren. Als de varkens niet biologisch vermarkt kunnen worden, ontvangen de boeren een reguliere uitbetaalprijs in plaats van een biologische opbrengstprijs. Hiermee wordt er ruimte gelaten voor een verdere groei van de markt. Om de marktontwikkeling te stimuleren, zal er de komende tijd veel energie gestoken worden in promotie. De Groene Weg verwacht met name afzetgroei van het biologisch vlees en vleeswaren onder het nieuwe merk Bio+ dat samen met Dumeco Retail en Encebe Vleeswaren op de markt wordt gebracht.
Biologica en de Vakgroep Biologische Landbouw LTO/Biologica betreuren het zeer dat de biologische varkenshouderij zo?n grote stap terug heeft moeten zetten. De volgende stap moet weer vooruit. Daarom zullen de partijen zich intensief richten op het verder uitbouwen van de afzetmarkt in 2004 in samenwerking met de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw. De supermarktorganisaties zoals Laurus en Schuitema hebben toegezegd om concreet actie te ondernemen en te investeren in de afzet van biologisch vlees. Ook Albert Heijn en Plus blijven zich actief inzetten onder andere door reclamespotjes op tv. De maatschappelijke organisaties waaronder Stichting Natuur en Milieu en de Dierenbescherming hebben toegezegd hun leden aan te spreken om ook via de boodschappentas steun te geven aan de biologische varkenshouderij.
Biologica was samen met Stichting Natuur en Milieu initiatiefnemer van het opschalingproject biologisch varkensvlees waarbij uiteindelijk het convenant biologische varkenshouderij is gesloten met supermarkten, slachterijen en maatschappelijke organisaties. Biologisch varkensvlees is hoe dan ook niet meer weg te denken uit de schappen. Ondanks de uiterst vervelende situatie voor een aantal individuele bedrijven, zijn de stappen die nu worden genomen voor zowel de regulering als de promotie toch een goed voorbeeld van hoe partijen bij tegenslagen een collectieve verantwoordelijkheid nemen voor de ontwikkeling van duurzame vleesproductie.
06 maart 2004 Maandag 8 maart aanstaande verlaagt Albert Heijn haar prijzen van een
breed pakket populaire vleesproducten. Het gaat om varianten die onder
het Albert Heijn-huismerk worden aangeboden, zoals kalfs-, kip-, rund- en
varkensvlees. Ook diverse biologische vlees- en kipproducten worden in
prijs verlaagd. Tevens wordt onder het eigen AH huismerk een aantal
nieuwe vleesproducten ge?ntroduceerd.
Prijsverlaging
Een breed pakket vlees- en kipvarianten wordt tot maximaal 27% in prijs
verlaagd. Ook de prijzen van biologische vleesproducten als hamlappen,
kipfilet en gehakt worden blijvend verlaagd. De kilogramprijzen van een
kleine verpakking worden voortaan gelijk aan die van een grootverpakking.
Albert Heijn komt hiermee tegemoet aan het groeiend aantal ??n- en
tweepersoonshuishoudens.
Nieuwe vleesproducten
De nieuwe vleesproducten onder het eigen AH huismerk bestaat met name uit
rundvleesvarianten, waaronder biefstuk, runder- en sucadelappen. De
producten hebben een vaste lage prijs en worden gekenmerkt door een zeer
goede prijs/kwaliteitverhouding. Door de introductie van deze scherp
geprijsde producten en de prijsverlaging, verdwijnt het Euro Shopper
vleesassortiment.
In de afgelopen jaren is de vraag naar Greenfields-vlees toegenomen.
Greenfields-vlees staat bekend om zijn volle smaak en malse structuur.
Door het succes van Greenfields is de vraag naar Argentijns vlees bij
Albert Heijn sterk afgenomen. Dit product verdwijnt dan ook uit de
schappen. Door deze aanpassing in het vleesassortiment, wordt het aanbod
rundvlees voor de consument overzichtelijker. Klanten kunnen vanaf
maandag kiezen uit drie varianten rundvlees: AH Greenfields, het eigen AH
huismerk en AH Biologisch.
Kwaliteit
Albert Heijn stelt al jaren zeer hoge eisen aan de productie en kwaliteit
van haar versproducten. Door langdurige samenwerking met gecertificeerde
leveranciers en strenge kwaliteitseisen hebben de versproducten een
constante hoge kwaliteit. Klanten komen in de eerste plaats naar Albert
Heijn voor kwaliteit, service en een ruime keus. Prijs is voor klanten nu
ook belangrijk geworden.
Sinds vorig jaar zijn ruim 2000 artikelen sterk in prijs verlaagd. Met de
prijsverlaging van het vleesassortiment wil Albert Heijn nu ook haar
kwaliteitsvlees voor een breder publiek toegankelijk maken.
Weerribben Zuivel, ambachtelijk biologisch streekproduct in heel Nederland te koop
02 maart 2004 De Studiekring Biologische Landbouw van het KLV houdt op 23 april 2004 de jaarlijkse ledenvergadering van 13.00 tot 14.00 uur. De ALV wordt afgesloten met een excursie naar Weerribben Zuivel van 14.00 tot 16.00 uur.
Klaas de Lange, biologisch melkveehouder in en rondom natuurgebied de Weerribben, neemt u mee op zijn moderne bedrijf met 260 stuks melkvee, 200 stuks jongvee, melkrobot en ambachtelijke verwerking. De producten van Weeribben Zuivel worden direct na het melken op de eigen boerderij van de familie De Lange verwerkt. Melkveehouders Klaas en Annie de Lange kiezen bij al hun producten voor smaak en vullen de zuivel niet te "schraal" af, maar laten de romigheid in de producten. En met productinnovaties zoals echt gekarnde boerenboter of bekers romige yoghurt zijn Klaas en Annie in staat om een goed inkomen te halen in een kwetsbaar gebied als de Weerribben. U kunt tijdens de excursie zelf komen kijken waar de Weerribben Zuivel slogan "smaakt volmaakt" vandaan komt!
Voor de excursie kunt u zich aanmelden door het verschuldigde bedrag over te maken (studenten euro 2,50, KLV leden euro 5,-- , niet KLV leden euro 7,50) op giro 93 48 956 t.n.v. Studiekring Biologische Landbouw, Carvonestraat 27, 4041 AN Kesteren o.v.v. "excursie Weerribben Zuivel". U kunt ook contact opnemen met Robert Berkelmans, telefoon 0317 452094 of e-mail: robert.berkelmans@wur.nl of kijken op de website van de Studiekring op www.klv.nl/studiekringen/sbl
Inkomens biologische melkveebedrijven extra onder druk
28 februari 2004 De inkomens van de biologische melkveehouderijbedrijven staan in vergelijking met de gangbare bedrijven de laatste jaren extra onder druk. Achterblijvende opbrengsten en sterker stijgende kosten zijn de belangrijkste oorzaken. Dat meldt het LEI, onderdeel van Wageningen UR, in de Agri-monitor.
De biologische melkveehouderij in Nederland kenmerkt zich door in oppervlakte iets grotere, maar extensieve bedrijven. Specifieke kenmerken vormen de lage veebezetting, niet gericht op een hoge productie (lagere krachtvoerkosten, lagere melkproductie per koe) en een lagere totale melkproductie. Biologische melkveebedrijven zijn ook minder gefixeerd op bedrijfsuitbreiding dan de gangbare veehouderij.
Dit is terug te vinden in de kosten van de immateriele activa, zoals quota en dergelijke. Op de biologische bedrijven wordt zelfs meer melkquotum verhuurd. De kosten van materi?le activa (grond, gebouwen, machines en werktuigen) liggen op biologische bedrijven hoger dan op de gangbare bedrijven, met name vanwege de grotere bedrijfsomvang.
De opbrengsten bij de biologische melkveehouderij blijken ruim ? 10.000,- lager. Dit is een duidelijk verschil met de situatie in de tweede helft van de jaren negentig, waar de opbrengsten op biologische melkveebedrijven rond ? 15.000,- boven die van de gangbare bedrijven uitkwamen. De meerprijs uit melk en zuivelproducten neemt af doordat niet alle melk als biologische melk afgezet kan worden. Zo wordt in Nederland 10% van de biologische melk in het gangbare circuit afgezet. In Denemarken is dit zelfs opgelopen tot 50%.
Extra opbrengsten
Extra opbrengsten worden nog verkregen door het verrichten van werk voor derden en de verhuur van melkquotum. Daarnaast zorgen beheersvergoedingen, vergoedingen voor productie binnen grondwaterbeschermingsgebieden en uitkeringen van de omschakelingspremie voor extra inkomsten. Het gezinsinkomen uit bedrijf is op de biologische bedrijven in 2001 gelijk aan dat van de gangbare bedrijven. Aan het eind van de jaren negentig was nog sprake van een verschil van ? 8.000,- in het voordeel van de biologische bedrijven.
Hogere kostprijs
De kostprijs is op de biologische bedrijven duidelijk hoger dan op gangbare bedrijven. In de tweede helft van de jaren negentig bedroeg dit verschil ongeveer ? 1,50. Bij de kostprijsberekening zijn de zelfzuivelaars niet in het gemiddelde meegenomen omdat deze relatief veel voorkomen onder de biologische bedrijven en nauwelijks onder de gangbare. De vergelijking is daarmee zuiverder. De hogere kostprijs wordt veroorzaakt door een lagere melkproductie per koe en een geringere melkproductie per bedrijf.
Ondanks de lagere krachtvoeraankopen zijn de voerkosten op de biologische bedrijven hoger. Dit heeft met name te maken met de hogere prijs van biologisch krachtvoer. De bewerkingskosten (kosten voor arbeid en loonwerk) zijn hoog door onder andere eigen teelt van krachtvoer, en de grotere oppervlakte. Ook de kosten van de materi?le activa (afschrijving onderhoud, brandstof) zijn hoger. De totale kosten zijn op biologische bedrijven gemiddeld ? 8,50 per 100 kg melk hoger. Het verschil in nettokostprijs is gemiddeld ruim ? 3,60 euro per 100 kg melk.
Afzet van biologische eieren in speciaalzaken met 23% gegroeid
26 februari 2004 De actie Adopteer een Kip, die in september 2003 van start is gegaan, kan opnieuw victorie kraaien. Er zijn inmiddels al bijna 20.000 kippen geadopteerd en dankzij de actie hebben de natuurvoedingswinkels 23% meer biologische eieren verkocht.
De actie Adopteer een Kip van Biologica heeft een mooie impuls gegeven aan de afzet van biologische eieren. De natuurvoedingsspeciaalzaken hebben afgelopen november en december 20% meer biologische eieren verkocht dan in dezelfde maanden van 2002. In januari lag de eierverkoop zelfs 23% hoger. Daarnaast geeft 70% van de deelnemende winkeliers aan dat ze nieuwe klanten hebben gekregen door de actie. De actie stimuleert zo niet alleen de vraag naar biologische eieren, maar ook naar andere biologische producten.
Meer kippen in de wei
De actie heeft een afzetgarantie van 20.000 doosjes biologische eieren per maand gecre?erd. Naast de afzetgarantie hebben de biologische kippenhouders ook een vaste prijsgarantie. Om in de toegenomen vraag naar biologische eieren te kunnen voorzien, heeft De Grote Kamp, het eierpakstation dat aan de natuurvoedingswinkels levert, nieuwe leveranciers van biologische eieren kunnen opnemen. De kippen worden onder de best mogelijke omstandigheden gehouden. Met behoud van snavel en veren, in de aanwezigheid van hanen, met biologische voer dat bij ze past, en met een vrije uitloop naar het weiland en legnesten met stro.
Meer info over de actie: www.adopteereenkip.nl
Bron: Biologica
Omzet biologische producten Albert Heijn relatief laag
25 februari 2004 In vergelijking met andere marktleidende supermarkten in Europa is de omzet van biologische producten van Albert Heijn (AH) relatief laag. Dat blijkt uit onderzoek door het Zwitserse Forschungsinstitut f?r biologischen Landbau (FiBL). De resultaten werden gepresenteerd op de BioFach 2004 in Neurenberg in Duitsland.
AH maakt de omzet van biologische producten zelf niet bekend. Het geschatte biologische omzetaandeel van AH over het jaar 2002 komt uit op 2,2 procent. In 2003 is er volgens de supermarktketen een stagnatie geweest in de verkopen. Daarmee is AH door FiBL op de laatste plaats gezet in de ranglijst van de elf Europese marktleiders.
Over de andere marktleidende Europese supermarkten zijn wel cijfers over 2003 bekend. De Duitse supermarktketen Tegut scoort met negen procent het hoogste omzetaandeel van biologische producten. Op tweede plaats staat Coop Zweden met 7,5 procent en derde is Coop Zwitserland met 7,0 procent. Het Britse Waitrose scoorde zes procent en ook de Belgische supermarktketen Delhaize bleef AH voor met 3,0 procent.
In het aantal biologische producten blijft Albert Heijn ook achter. De marktleidende Europese supermarkten hebben 750 tot 1300 biologische producten in het assortiment, terwijl AH er 250 verkoopt. De supermarktketen heeft het aantal biologische producten teruggebracht, omdat sommige producten te weinig werden verkocht. Er wordt gekeken naar de omzet per artikel.
Nederlandse supermarkten hadden in 2002 een aandeel van 41 procent in de afzet van biologische voeding, zo blijkt uit het onderzoek van FiBL. Datzelfde marktaandeel geldt voor Belgische supermarkten. In Duitsland hebben supermarkten een marktaandeel van 33 procent; Duitsland heeft relatief veel natuurvoedingswinkels. Deense supermarkten hebben een marktaandeel van 86 procent in de afzet van biologische producten.
25 februari 2004 December 2001 lanceerde AKK een nieuwe programma genaamd: ?Duurzame Agro Food Ketens?. Op initiatief van Center Parcs deden een flink aantal organisaties mee aan het eerste ketenproject in dit programma: Jumbo Supermarkten, Groentehof, Jac van den Oord, Telersco?peratie FresQ, Productschap Tuinbouw en Stichting Milieukeur.
De kennisinstellingen LEI en A&F leverden kennis en expertise en deden onderzoek. Nu, twee jaar later, is het
project afgesloten en kijken de bedrijven tevreden terug.
Jaarrond leveren van duurzame groenten
Er is een internationaal certificatieschema ontwikkeld waarmee bedrijven in geheel Europa onder Milieukeureisen kunnen produceren voor de Nederlandse markt. De eisen voor producten geteeld in het buitenland zijn vergelijkbaar aan de eisen die gesteld worden aan producten geteeld in Nederland. Daarmee is het mogelijk om Milieukeurproducten jaarrond aan de consument aan te bieden. Een belangrijk onderdeel bij de invulling van de eisen was de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen. Er is binnen het project een methode ontwikkeld om per gewas te beoordelen wat verantwoord is om toe te staan.
Instrumenten voor samenwerking
Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de samenwerking van verschillende schakels in de keten van duurzame groenten met het keurmerk Milieukeur. De knelpunten resulteerden in een flink aantal punten ter verbetering. Het idee van een ?AGF inkoopmonitor? is door A&F (voormalig ATO) voor Center Parcs en Jumbo verder uitgewerkt. Het doel van de inkoopmonitor is om de mate van duurzaamheid van de groente-inkoop te bepalen en om vraag en aanbod van groenten onder Milieukeur samen te brengen.
Bedienen van de consument
Consumentenonderzoek van het LEI maakte duidelijk dat smaak, gezondheid en kennis over het product een belangrijke rol spelen bij de aankoop van duurzame (milieuvriendelijkere) groenten. Met de onderzoeksresultaten in de hand zijn aanbevelingen uitgewerkt voor consumentencommunicatie. Hierin worden zowel op corporate niveau, filiaalniveau en productniveau adviezen gegeven voor het communiceren over ?duurzaamheid?, met de focus op ?duurzame groenten?. Zowel Center Parcs als Jumbo kunnen het aanbod van milieuvriendelijkere groenten motiveren vanuit de betekenis van smaak en gezondheid voor de consument. Center Parcs kan dit koppelen aan het genieten en ontspannen in een gezonde omgeving. Jumbo kan de producteigenschappen in relatie brengen met zijn milieuvriendelijke imago.
Uit het onderzoek blijkt ook dat consumenten inhoudelijk nog onvoldoende weten over het begrip duurzaamheid, duurzame groenten en het keurmerk Milieukeur. Uit het onderzoek naar ketenknelpunten blijkt dit voor de retail een drempel op te leveren om duurzame groenten (met Milieukeur) in te kopen en daarover te gaan communiceren. De aanbeveling richting de overheid is gedaan om meer te doen aan het vergroten van kennis over duurzaamheid en duurzame groenten en daarmee duurzaam consumentengedrag te be?nvloeden.
De eerste stap is gezet
Het project heeft voor de deelnemende bedrijven veel kennis en instrumenten opgeleverd om aansprekende resultaten te boeken met de inkoop en verkoop van duurzame groenten onder Milieukeur. Om succesvol te zijn is goede samenwerking en afstemming in de keten en tussen bedrijven hard nodig. De overheid kan initiatieven nemen door het vergroten van kennis over duurzaamheid bij consumenten, om deze consumenten te verleiden tot de aankoop van duurzame groenten. Kennisinstellingen hebben een belangrijke meerwaarde om vernieuwende instrumenten en kennis aan te dragen. De deelnemende organisaties blijven hun inspanningen en acties afstemmen en ze blijven samenwerken om het aanbod en de afzet van duurzame Milieukeur-groenten nog verder te verhogen.
Rapporten:
? Consumentengedrag Duurzame Groente. Verkrijgbaar bij LEI
? Duurzaamheid in Europese groente- en aardappelketens. Verkrijgbaar bij LEI
? AGF inkoopmonitor, duurzame groenteketens. Verkrijgbaar bij ATO
Overig:
? Certificatieschema agrarische producten en voedingsmiddelen. ?Programma akkerbouwgewassen en vollegrondgroenten voor Europees grondgebied?, Stichting Milieukeur, www.milieukeur.nl
? Milieukeur gaat internationaal. Groenten & Fruit, 39, 2003. pp.57.
? AKK & Milieukeur gaan ervoor. Samenwerken aan opschaling en marktbenadering. www.akk.nl
24 februari 2004 Gehele Plant Silage (GPS) is geen vervanger van snijma?s, maar kan geteeld worden in situaties waarin snijma?s niet voldoet. Op zwaardere en slecht ontwaterde gronden is zomergerst vanwege de flexibele zaaiperiode en de snelle groei een goede keuze. Valt de keuze op een wintergraan, dan is triticale vanwege de goede opbrengst en het lagere teeltrisico een goede optie.
Tussen 1998 en 2002 was het Louis Bolk Instituut betrokken bij meerdere projecten rond de teelt van Gehele Plant Silage (GPS). De verzamelde ervaringen en kennis zijn eind 2003 gebundeld tot een boekje.
?Gehele Plant Silage (GPS), ervaringen uit de praktijk? is de derde publicatie van het Louis Bolk Instituut rondom graanteelt door veehouders. De belangrijkste ervaringen en conclusies met betrekking tot de teelt van GPS worden duidelijk en bondig op een rijtje gezet. Ervaringen en idee?n van deelnemers aan projecten komen ruim aan bod.
Telefonisch te bestellen bij het Louis Bolk Instituut, tel. 0343-523860
De volgende publicaties rond het telen en voeren van graan kunnen bij het Louis Bolk Instituut telefonisch besteld worden (Telefoon: 0343-523860):
Gehele Plant Silage (GPS), inventarisatie van ervaringen in binnen- en buitenland, N. van Eekeren, 1998
Publicatienummer LVE038, Prijs ?11,-
Graan voeren, de mogelijkheden op een rij, N. van Eekeren, 2001
Publicatienummer LVE042, Prijs ?11,-
Gehele Plant Silage (GPS), ervaringen uit de praktijk, J.P. Wagenaar en J. De Wit, 2003
Publicatienummer LV51, Prijs ?12,-
16 februari 2004 De ggo-vrije status van biologische voeding wordt bedreigd, en daarmee ook de keuzevrijheid van consumenten. Hoewel de biologische landbouw geen gebruik maakt van ggo's, blijken biologische voedingsmiddelen er toch mee gecontamineerd te worden. Dat heeft Brits onderzoek vorige week uitgewezen. Biologica luidt de noodklok. Als we een ggo-vrije voedselketen willen blijven waarborgen, moeten er drastische maatregelen getroffen worden.
Begin vorige week werden de resultaten van een Brits onderzoek naar ggo's in biologische voeding bekend gemaakt. Hieruit blijkt dat 10 van de 25 onderzochte, biologische en reform, voedingsproducten sporen van genetisch gewijzigde soja bevatten. De gevonden waarden lagen tussen de 0,1 en 0,7%. Volgens de Europese regelgeving mogen de onderzochte producten officieel nog ggo-vrij genoemd worden, Brussel hanteert namelijk een grenswaarde van 0,9%. Voor de biologische sector zijn deze contaminaties echter onacceptabel. Biologica, de beleids- en promotieorganisatie voor biologische landbouw en voeding, is geschokt over de uitslag van het onderzoek. De biologische landbouwmethode maakt principieel geen gebruik van genetisch gemanipuleerd materiaal maar wordt er ongewenst toch mee opgezadeld.
Soja
De controleorganisatie Skal bevestigt dat het besmettingsgevaar van biologische producten ook in Nederland een groeiend probleem is. Op dit moment speelt het contaminatieprobleem vooral bij soja, en dan met name bij veevoer. Het merendeel van soja, dat wereldwijd geproduceerd wordt, is nu al genetisch gemanipuleerd. Hierdoor komt er steeds meer ggo-soja in de voedsel- en transportketens terecht.
Omdat de biologische keten niet volledig gescheiden is van de gangbare keten (gebruik van dezelfde containers, fabrieken en vrachtwagens) is er altijd een risico op besmetting tijdens transport en opslag. Daarnaast is het in beperkte mate toegestaan om gangbare, ggo-vrije ingredi?nten te gebruiken binnen de biologische landbouw. Op dit moment mag biologisch veevoer nog voor maximaal 20% uit gangbare ingredi?nten bestaan.
Een ander knelpunt vormen de ingredi?nten van niet-agrarische oorsprong en de technische hulpstoffen (bijvoorbeeld citroenzuur, lecithine en vitaminen). Deze ingredi?nten zijn per definitie niet biologisch. Sommige van deze stoffen, met name sojalecithine, zijn steeds moeilijker ggo-vrij te verkrijgen.
Extra controle
De biologische sector gooit de handdoek niet in de ring en werkt hard aan oplossingen om gentechvrij te blijven. Zo moeten biologische producenten van al het gangbaar uitgangsmateriaal en alle gangbare hulp- en grondstoffen gentechnologievrijverklaringen bezitten en producenten moeten maatregelen nemen om insleep van ggo's te voorkomen. Skal controleert hierop. Daarnaast werkt de biologische sector aan gesloten kringlopen en gescheiden transport en verwerking. Zo komt waarschijnlijk augustus volgend jaar de ontheffing voor het gebruik van gangbaar veevoer te vervallen en moet vanaf 2008 de verwerking van biologisch veevoer volledig gescheiden zijn van gangbare verwerking. Biologica pleit er verder voor dat Skal ook analyses gaat uitvoeren op consumenten- producten. Tot nu toe wordt dat alleen gedaan bij veevoer.
Vervuiler moet betalen
Het gentechvrij houden van de biologische productieketen brengt extra kosten met zich mee, die ten onrechte op het bordje van de biologische sector terechtkomen. Biologica vindt dat de vervuiler moet betalen. Alle kosten die te maken hebben met de introductie van ggo's, moeten gedragen worden door de gentech-industrie en ggo-telers. Omdat ggo-schade niet te verzekeren valt, moet er bovendien een aansprakelijkheidsregeling komen, bijvoorbeeld een door de industrie betaald schadefonds.
Biologica heeft bovengenoemde punten ook politiek bij herhaling aangekaart. Minister Veerman heeft tot nog toe alleen een werkgroep mogelijk gemaakt om te kijken in hoeverre de biologische telers en degenen die ggo's willen introduceren zelf op vrijwillige basis tot afspraken kunnen komen. Volgens Biologica wijst het Britse onderzoek echter uit dat de ggo-contaminatie veel sneller dreigt te verlopen dan eerder werd gedacht. Dit vraagt zowel nationaal als Europees om drastische maatregelen waarmee een strikte scheiding van ggo en ggo-vrije voedselstromen wordt doorgevoerd. Alleen op die manier kan de keuzevrijheid gegarandeerd worden voor de biologische telers, en voor de grote groep consumenten die ggo-vrij voedsel wil eten.
Bron: Biologica
10 februari 2004 Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) is verhuisd en wil bij de opening van het nieuwe kantoor de samenleving een inspirerend project cadeau doen. Daarvoor heeft ze een prijsvraag uitgeschreven 'Kijk op een nieuwe Horizon'. CLM gaat voor de winnaar aan het werk: 25 dagen worden aan het project besteed.
Iedereen kan een projectvoorstel op het gebied van landbouw, platteland en maatschappij indienen; boeren en tuinders en andere plattelandsondernemers, adviesbureaus, onderzoeksinstellingen, maar ook individuele burgers. Belangrijk is dat het project innovatief en origineel is en bijdraagt aan nieuwe perspectieven voor een duurzame landbouw en een aantrekkelijk platteland.
De voorstellen moeten voor 20 februari ingeleverd zijn. Tijdens de
offici?le opening van het nieuwe kantoor op 21 april zal het winnende
voorstel bekend gemaakt worden. De inhoud van alle voorstellen wordt
bekendgemaakt.
10 februari 2004 Wil je iets met natuurvoeding?
Het Groenhorst College Dronten start met een tweetal nieuwe MBO-opleidingen voor winkelmedewerker natuurvoeding.
? Verkoopmedewerker natuurvoeding (niveau 2)
? Allround medewerker natuurvoeding (niveau 3)
Steeds meer consumenten geven de voorkeur aan milieuvriendelijk geproduceerde producten. Er komen ook steeds meer verkooppunten waar deze producten worden verkocht, zoals natuurvoedingswinkels, reformzaken, biologische speciaalzaken, supermarkten, boerderijwinkels en de markt. En dus zijn er ook steeds meer mensen nodig die deze producten op een professionele manier kunnen verkopen.
Meer info op: www.groenhorstdronten.nl/warmhof/medewerkernatuurvoeding.htm
26 januari 2004 De organisatie van biologische melkveehouders Vereniging Natuurweide is teleurgesteld door de lagere melkprijs die marktleider Campina sinds 1 januari betaalt voor biologische melk.
In plaats van de extra vergoeding van 6.13 eurocent uit het vorige contract betaalt Campina nu 5.63 cent per kilo melk. Voorzitter Kees van Zelderen van Natuurweide is bang dat ook andere zuivelverwerkers dat voorbeeld zullen volgen. Van de 300 leden van Natuurweide leveren 120 boeren aan Campina. De meerprijs die zuivelbedrijven betaalden, was gestoeld op onderzoek naar de kostprijs. Natuurweide wilde graag opnieuw zo'n studie doen, maar voor 2004 wilde Campina dat niet meer. Wel gebruikt de zuivelaar die halve eurocent voor extra promotie van biologische zuivel. Bij FCDF loopt het biocontract nog. Wim van Beusekom van Campina bevestigt de lagere melkprijs, al is er volgens hem van onderlinge wrevel geen sprake. Eind deze maand spreken melkveehouders en de directie misschien over een nieuwe studie. Daaruit moet dan een kostprijs rollen die als basis dient voor uitbetaling in de jaren 2005 en 2006.
Bron: Oogst 23-1-04
20 januari 2004 Het ministerie van LNV gaat het biologische groentehandelsbedrijf Eosta ondersteunen bij de ontwikkeling van ouderwetse groenten. Het gaat met name om oude tomaten- en komkommerrassen. Door een afwijkende vorm en smaak verwachten onderzoekers de groenten een grotere concurrentiekracht te kunnen geven.
De ondersteuning van LNV zal worden gebruikt voor consumentenonderzoek en onderzoek naar verpakkingen. Bij het project zijn de Belgische supermarktketen Delhaize en biologische kwekerij De Koning betrokken. De oude rassen zullen op een paar duizend vierkante meter worden verbouwd. De producten worden verkocht in Delhaizewinkels in Belgi?, maar ook in Nederlandse natuurvoedingswinkels. Eosta wil zich met de oude groenterassen op de hele Europese markt richten.
Agrarisch Dagblad, 17/01/04
20 januari 2004 Op 20 januari reikt het Louis Bolk Instituut het 'Handboek Biologische Appels en Peren' uit aan Bert van Ruitenbeek, directeur van Biologica. Het boek is tot stand gekomen op basis van jarenlange samenwerking tussen fruittelers, onderzoekers en adviseurs en is bedoeld voor iedereen die ge?nteresseerd is in een milieuvriendelijke productie van appels en peren.
Biologische fruittelers mogen geen gebruik maken van chemisch-synthetische hulpstoffen. Ook in de gangbare teelt neemt het aantal beschikbare middelen af. Het alternatief, om toch hoge opbrengstgemiddelden en de best mogelijk vruchtkwaliteit te bereiken, is om te denken in samenhangende teeltsystemen. Hierin zijn bodemkwaliteit, groei, dracht en vruchtkwaliteit nauw met elkaar verweven en wordt met teeltmaatregelen bijgestuurd. De biologische sector heeft verfijnde regulatietechnieken voor groeikracht, voor vruchtdracht en voor de opname van water en voedingsstoffen weten te ontwikkelen. In de reguliere fruitteelt kan men verschillende chemische middelen inzetten. Voorbeelden daarvan zijn fertigatie, bloem- en vruchtdunningsmiddelen, groeistoffen om de vruchtzetting te initieren, middelen om bijna rijpe vruchten vast te spuiten en middelen om de bladval versneld te laten verlopen. Biologische telers doen dat niet en passen andere maatregelen toe. Ze kiezen bewust voor een ruimer plantverband, een iets lager groeiniveau en meer risicospreiding. Het handboek bevat veel tips die ook van waarde zijn voor de reguliere fruitteler. Zo wordt informatie gegeven over een effici?nte handdunstrategie, groeibeheersing, bemesting met organische mest en beoordeling van het optimale drachtniveau voor een smakelijke vrucht. De biologische fruitteelt vraagt extra oplettendheid en extra arbeid. Dat leidt niet alleen tot kostprijsverhoging maar vraagt ook extra organisatie. In praktijk blijken er in het management van de arbeid grote verschillen te bestaan. De sector heeft nog veel kansen zich op dit punt te verbeteren. Het handboek Biologische Appels en Peren is verkrijgbaar bij het secretariaat van het Louis Bolk Instituut (tel. 0343-523860) voor 25 euro, exclusief verzendkosten. Het is boek is ook via internet te raadplegen op site van het Louis Bolk Instituut. Louis Bolk Instituut, januari 2004
20 januari 2004 Slachterij De Groene Weg heeft de biologische varkenshouders voorgesteld om een quotum in te stellen voor biologische varkens. Daarmee moet de overproductie worden tegengegaan. Daarnaast wil de slachterij de varkensprijs verlagen. De voorstellen van De Groene Weg werden vorige week donderdagavond besproken door de Vereniging Biologische Varkenshouders (VBV).
De Groene Weg wil volgens voorzitter Willy Veltmaat van de VBV de varkensprijs verlagen naar 2,20 euro per kilo geslacht gewicht. Dat betekent dat onder de kostprijs zal moeten worden geproduceerd. Deze bedraagt volgens Veltmaat 2,56 euro. In december 2003 werd nog een opbrengstprijs van 2,37 euro afgesproken. Bij het voorstel van een quotum is het aantal geleverde varkens in 2003 als uitgangspunt genomen. Dat moet worden verminderd met 25 procent. Daardoor zullen 23 knelgevallen ontstaan die moeten worden opgelost met 1 miljoen euro extra bovenop het saneringspotje van 3,75 miljoen euro, aldus Veltmaat. De Groene Weg wil volgens hem toe naar 850 slachtingen per week in plaats van de huidige 1.120. Het bestuur van de VBV heeft een plan voor een solidariteitsheffing van zeven cent per kilo geslacht gewicht gedurende anderhalf jaar voorgelegd aan de leden. Daarmee kan 750.000 euro worden opgebracht. Veltmaat hoopt dat ook andere supermarkten meer biologisch varkensvlees gaan verkopen. Volgens hem is de sector dan gered.
Agrarisch Dagblad, 17/01/04
Zwarte kraai en kauw op landelijke vrijstellingslijst
20 januari 2004 12 januari 2004 - De zwarte kraai en de kauw komen op de landelijke vrijstellingslijst van het Besluit beheer en schadebestrijding. Dit heeft de ministerraad op voorstel van minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie-Schreijer-Pierik. Plaatsing op de landelijke vrijstellingslijst houdt in dat grondgebruikers in het hele land deze vogels op hun grond kunnen bestrijden ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren.
De vos wordt voorlopig niet op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst. Er zal eerst nader onderzoek worden afgewacht naar de invloed van de vos op het teruglopen van de weidevogelstand. Daarnaast wordt het voor Gedeputeerde Staten mogelijk om, met het oog op populatiebeheer, ontheffing te verlenen op grond van de Flora- en Faunawet voor het beheer van grote hoefdieren. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie-Geluk en aan de afspraken die in het Beleidskader Faunabeheer zijn gemaakt met de provincies, vogelbescherming, Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, LTO Nederland en de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.
Het gewijzigde Besluit beheer en schadebestrijding zal binnenkort aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
RVD, 09.01.2004
Sanering in biologische varkenshouderij door tegenvallende verkoop vlees
12 januari 2004 Zo'n twintig biologische varkenshouders die via slachterij De Groene Weg (Dumeco) varkensvlees produceren voor de supermarkten van Albert Heijn en de Sperwer Groep moeten waarschijnlijk terugschakelen naar de gangbare productie. Het aanbod van het biologische vlees is namelijk veel sterker gestegen dan de vraag. Voor de boeren die moeten terugschakelen is een fonds gevormd met 2 miljoen euro door Albert Heijn en Sperwer, slachterij Dumeco en het ministerie van LNV.
Het Agrarisch Dagblad meldt dat supermarktketen Laurus (Super De Boer, Konmar) juist meer biologisch varkensvlees wil gaan afzetten. De Hendrix Meat Group levert al biologisch vlees aan Laurus, maar de aanvoer is te klein om de verkoop te kunnen vergroten. Daarom worden gesprekken gevoerd met De Groene Weg, wat positief zou kunnen uitpakken voor een aantal leveranciers van deze slachterij. Met het convenant 'Opschaling Biologische Varkenshouderij' dat een aantal jaren geleden door meerdere partijen is getekend, was het de bedoeling om varkenshouders te stimuleren biologisch te produceren. Voor het omschakelen kregen zij subsidie en drie?nhalf jaar lang een gegarandeerde afzetprijs voor hun vlees. In totaal hebben zestig boeren van deze regeling gebruik gemaakt, waardoor er nu zo'n honderd biologische varkenshouders zijn. Het aanbod van biologisch varkensvlees is nu echter teveel. Volgens woordvoerster Mes van Albert Heijn stijgt de vraag naar biologisch varkensvlees nog steeds, maar blijft deze achter bij het aanbod. Wanneer ook andere supermarkten biologisch vlees gaan verkopen en promoten zal de sanering in de biologische varkenshouderij kunnen worden beperkt, aldus de woordvoerster.
Nederlands Dagblad/Agrarisch Dagblad, 09/01/04
Sanering in biologische varkenshouderij door tegenvallende verkoop vlees
12 januari 2004 Zo'n twintig biologische varkenshouders die via slachterij De Groene Weg (Dumeco) varkensvlees produceren voor de supermarkten van Albert Heijn en de Sperwer Groep moeten waarschijnlijk terugschakelen naar de gangbare productie. Het aanbod van het biologische vlees is namelijk veel sterker gestegen dan de vraag. Voor de boeren die moeten terugschakelen is een fonds gevormd met 2 miljoen euro door Albert Heijn en Sperwer, slachterij Dumeco en het ministerie van LNV.
Het Agrarisch Dagblad meldt dat supermarktketen Laurus (Super De Boer, Konmar) juist meer biologisch varkensvlees wil gaan afzetten. De Hendrix Meat Group levert al biologisch vlees aan Laurus, maar de aanvoer is te klein om de verkoop te kunnen vergroten. Daarom worden gesprekken gevoerd met De Groene Weg, wat positief zou kunnen uitpakken voor een aantal leveranciers van deze slachterij. Met het convenant 'Opschaling Biologische Varkenshouderij' dat een aantal jaren geleden door meerdere partijen is getekend, was het de bedoeling om varkenshouders te stimuleren biologisch te produceren. Voor het omschakelen kregen zij subsidie en drie?nhalf jaar lang een gegarandeerde afzetprijs voor hun vlees. In totaal hebben zestig boeren van deze regeling gebruik gemaakt, waardoor er nu zo'n honderd biologische varkenshouders zijn. Het aanbod van biologisch varkensvlees is nu echter teveel. Volgens woordvoerster Mes van Albert Heijn stijgt de vraag naar biologisch varkensvlees nog steeds, maar blijft deze achter bij het aanbod. Wanneer ook andere supermarkten biologisch vlees gaan verkopen en promoten zal de sanering in de biologische varkenshouderij kunnen worden beperkt, aldus de woordvoerster.
Nederlands Dagblad/Agrarisch Dagblad, 09/01/04
12 januari 2004 Vaste klanten van biologische producten kopen gemiddeld 50% van hun levensmiddelen in de biologische variant. Het gaat dan voornamelijk om basisproducten als aardappelen, eieren, groente, fruit en zuivelproducten. De goede invloed op de gezondheid is voor de ondervraagden de hoofdreden om voor biologische voeding te kiezen.
Dat blijkt uit marktonderzoek van Biologica, de beleids- en promotieorganisatie voor biologische landbouw en voeding. Afgelopen zomer heeft Biologica voor de derde keer een onderzoek laten uitvoeren naar het profiel van de betrokken biologische consument. Hiervoor zijn enquetes gehouden onder klanten van de natuurvoedingswinkels en abonnees van biologische groenten- en fruitpakketten. Er is gevraagd naar demografische gegevens, aankoopgedrag, aankoopmotieven, en meningen over kwesties uit de biologische sector.
De typische biologische consument is een hoogopgeleide vrouw van middelbare leeftijd, samenwonend of getrouwd en met een hoog inkomen. Zij koopt 51% van de voedingsmiddelen in de biologische variant en geeft gemiddeld ? 39,- per week uit in de natuurvoedingswinkel en ? 14,- per week in de supermarkt. Producten die vaak in de biologische variant worden gekocht zijn aardappelen, eieren, groente, fruit en zuivelproducten. De redenen die genoemd werden voor het kopen van biologische producten zijn: de goede invloed op de gezondheid (60%), het feit dat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt (50%) en omdat de productiemethode beter is voor het milieu (49%).
De gezondheid stond net als in 2002 op de eerste plaats. De lekkere smaak en het steunen van de biologische landbouw vond men iets minder belangrijk dan voorgaande jaren.De ondervraagden gaven aan meer te zijn gaan kopen vergeleken bij 2002. Met name de light en medium users zijn meer gaan kopen, dat deden ze vooral in de supermarkt. Ze kochten meer in de supermarkt omdat daar veel aanbiedingen waren met biologische producten. De heavy users lieten geen verandering zien, ze kochten net zoveel biologisch als voorgaand jaar.
Het rapport 'Hoe zit de vork aan de steel?', een onderzoek naar de biologische consument kunt u gratis downloaden van internet: www.platformbiologica.nl/nieuws. U kunt het rapport ook voor 7,50 euro per exemplaar bestellen bij Biologica, e-mail: info@platformbiologica.nl, telefoon: 030-2339970.
08 januari 2004 Het risico op verspreiding van para-tuberculose is binnen een biologisch melkveebedrijf groter dan op een gangbaar bedrijf. Ook is het risico van insleep van deze ziekte van buiten het bedrijf is groter bij biologische bedrijven. De verhoogde risico's hebben te maken met de bedrijfsvoering.
Dat concludeert onderzoeker Aize Kijlstra van de Animal Sciences Group op basis van een enqu?te onder 83 bedrijven naar de risicofactoren voor para-tuberculose. De eerste resultaten presenteerde hij gisteren op het symposium Gezondheid Biologisch Melkvee in Lelystad. Para-tbc wordt meestal overgebracht via de mest van besmette dieren. Runderen zijn vooral in het eerste levensjaar gevoelig voor een besmetting. Desondanks laat bijna de helft van de biologische boeren de koeien niet in een aparte stal afkalven, terwijl driekwart van de gangbare veehouders dat wel doet. Uit de enqu?te blijkt verder dat maar 20 procent van de biologische veehouders het kalf direct na de geboorte bij de moeder weghaalt; ruim veertig procent van de gangbare veehouders doet dat. Daarnaast gaf het merendeel van de ge?nqu?teerde biologische boeren de kalveren na de biestperiode rauwe melk. Daar zitten altijd kleine mestresten in, aldus Kijlstra. Slechts twee biologische boeren gaven aan kunstmelk te voeren; 50 procent van de gangbare veehouders zei dat te doen. De voerverstekking op de biologische bedrijven werd positief bevonden. 90 procent van de boeren gebruikt een ruif, waardoor het voer niet in aanraking komt met mest. Para-tuberculose Para-tuberculose is een darminfectie bij herkauwers. Runderen die in hun eerste levensjaar besmet zijn met deze bacterie ontwikkelen een ongeneeslijke darminfectie. Dit gaat heel langzaam, waardoor meestal pas op een leeftijd van twee tot zes jaar ziekteverschijnselen waarneembaar zijn. Para-tbc is niet te genezen. Bestrijding van para-tbc bestaat dan ook uit het nemen van maatregelen tegen insleep en verspreiding van de ziekte en het opsporen en afvoeren van besmette dieren.
Zie voor meer informatie de website van de Gezondheidsdienst voor Dieren.
Agrarisch Dagblad / GD, 19/12/03
De eerste generatie biologische boeren geven hun stokje door. Dit vraagt om opvolgers en vers bloed. Biovak 2012 staat in het teken van “jong”. Het is dan ook aan de nieuwe generatie om Biovak 2012 officieel te openen. Aan enthousiasme ontbreekt het niet bij de kersverse jonge dynamische boer op de Zonnehoeve. Zijn naam is Teka Kappers en vanaf 2012 neemt Teka de akkerbouw en veehouderijtak op de Zonnehoeve voor zijn rekening. In 2004 kwam hij op de Zonnehoeve terecht, het biologisch dynamische bedrijf in Zeewolde dat door pioniers Piet van IJzendoorn en Marja Molenaar is opgebouwd.
De Zonnehoeve zoekt uitdrukkelijk direct contact met de burger en is ontwikkeld tot een multifunctioneel bedrijf (www.zonnehoeve.net) . Volgens Teka is het noodzakelijk om een eigen markt tot creëren en de verbinding met burgers aan te gaan. Anders ben je als landbouwer overgeleverd aan de markt die dan de prijs bepaald. Het samen vormgeven en verbinden van de verschillende bedrijfsonderdelen op de Zonnehoeve ziet hij als grote uitdaging. Daar hoort ook een nieuw bedrijfstructuur bij, ook daarin willen we vernieuwend zijn.