|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Laatste columndoor Jos van Duinen, uit Ekoland juni 2012 Het is mooi geweest. Ongeveer tien jaar heb ik het genoegen gehad om voor dit tijdschrift maandelijks een column te mogen schrijven. Dit, deze dus, is de laatste. Dank aan de verschillende redacties die Ekoland gedurende deze periode heeft gekend dat ze mij die mogelijkheid geboden hebben. Dank vooral aan u, dat u regelmatig de moeite heeft genomen om mijn hersenspinsels te lezen. Ik vind het genoeg. Veel, zo niet de meeste, onderwerpen die mij boeien heb ik de revue laten passeren. Of dat nou ging om de rouwverwerking over de kikker die van het etiket van het flesje kickbier verdween, groothandelaren die elkaar in de weg zitten, de waanzin om dierentuinzegels te sparen met biologische producten, de absurditeit van adoptiekippen en hun eieren, de onmogelijke biologische dierenliefde rond kerst, brancheorganisaties die met het vliegtuig naar Duitsland gaan om op de Biofach over duurzaamheid te discussiëren, of de klant die begint te briesen omdat haar paprika uit Israël komt, ik vond het allemaal even leuk om er in dit tijdschrift hardop over te mogen spuien. Honderd columns zijn genoeg. Ga ik door, dan moet ik terugkijken om niet in herhaling te vervallen. En dat wil ik voorkomen. Het is een verrassing wat er volgende maand op deze pagina te lezen is; mijn hoofd zal er in ieder geval niet meer boven staan. Dank voor de vele reacties die ik in de loop der jaren heb gekregen. Wij treffen elkaar wellicht een andere keer, maar niet meer hier.SGPdoor Jos van Duinen, uit Ekoland Mei 2012 Het onvermijdelijke is gebeurd. De meest rechtse coalitie die ons land gekend heeft, heeft zichzelf om zeep geholpen. Goed nieuws voor de dieren. De vrijbrieven voor de jagers van Bleker zijn minder vanzelfsprekend en de dierenwelzijnpreken van de gedogers van de SGP vinden vooralsnog veilig binnen eigen parochie plaats. De staatkundig gereformeerden namelijk kwamen vorige maand met hun nota ‘Houden van dieren’. Zij spreken hierin van een op de bijbel gebaseerde visie op een verantwoord veehouderijbeleid. Het gaat erom, zo lees ik, “dat ieder mens zijn verantwoordelijkheid verstaat voor een goede verzorging en behandeling van dieren en daarnaar handelt.” Verbaasd was ik dan ook toen ik las dat de partij een verbod op megastallen als ‘symboolpolitiek’ beschouwt. Gezond rentmeesterschap zou toch minstens tot een dergelijk verbod moeten leiden. Wanneer de biologische veehouderij in de nota ter sprake komt, is de opluchting bij mij nog groter dat dit kabinet gevallen is en de gereformeerden niet langer kunnen ruilen en gedogen. “Sommige regels voor de biologische veehouderij moeten soepeler, bijvoorbeeld het toestaan van het toucheren van kippensnavels en het loslaten van de eis van 100% biologisch voer.” Een kenmerk van de biologische sector is respect voor het dier. Ook in de bijbel wordt opgeroepen om dierwaardig met dieren om te gaan. Het toucheren van snavels echter is niets minder dan het verwijderen van het puntje van de snavel, zodat de hennen elkaar niet meer pikken. En dat kan onze lieve Heer niet zo bedoeld hebben. Niemand weet hoe het voelt, maar ik kan me voorstellen dat het geen pretje is om als kip de ingreep te ondergaan en daarna het puntje van je snavel te moeten missen. Het is een aanslag op zenuwen, zintuigen en waardigheid. Daarbij wordt het van de grond oppikken van een graankorrel een frustrerende bezigheid. Een graankorrel bovendien, die misschien niet eens meer biologisch is. Oude Testament, Spreuken 12:10: ‘Een rechtvaardige zorgt goed voor zijn vee.’Duurzaamdoor Jos van Duinen, uit Ekoland April 2012 In een restaurant van La Place bestel ik een kop koffie. Voor de kassa pronkt een grote schaal koffiebonen. Daarin een bordje, zwart met witte letters. ‘Duurzaam’ staat er met schrijfletters op gedrukt. Ik vraag de kassadame wat dat is. Duurzaam. Het hoofdkantoor van Lidl krijgt LED-verlichting. McDonald’s voert zijn eigen rotzooi af als geen ander, is koploper daarin. Tegelijkertijd loopt, zo lees ik, de omzet bij wereldwinkels terug. Terwijl ze daar toch prachtig van afval gemaakt speelgoed uit armere landen verkopen. En geen blikjes knakworsten of dubbele burgers. AH is ondertussen begonnen met het verbannen van plastic tasjes. Hun koelingen zijn inmiddels voorzien van glazen deuren. Het scoort goed, duurzaam. Dat weten de grote jongens. Maar leiden LED-verlichting en het verbannen van plastic tot een oplossing? De grotendeels weinig duurzame landbouw en ongezonde voedingsgewoonten in ons land wijzen meer richting oorzaak. Veel voedsel is bewerkt, drie keer verpakt en voor de consument volslagen anoniem. Daardoor voelt die zich nauwelijks verantwoordelijk voor de productiewijze. Daar komt bij dat duurzaam eten voor veel mensen te duur is, ze kunnen het gewoonweg niet betalen. De vleesconsumptie stijgt nog steeds in China, India, Brazilië en Rusland. Hun economieën groeien razendsnel. Zorgwekkend. Vooral als je ziet dat elders op de aardbol een tekort aan voedsel is. De capaciteit van de aarde en de beschikbare welvaart verdelen zou eerder tot duurzaamheid leiden. Zo ver is het nog lang niet. Erger nog, ik las in de media dat een van de landbouwtechnische problemen van ontwikkelingslanden het gebrek aan kunstmest en bestrijdingsmiddelen is. Deed me denken aan een klant in de winkel, wat langer geleden. Zij vertelde dat ze had ontdekt dat haar dochter allergisch is voor insectengif. Het zal je maar gebeuren. “Gewoon”, zei de kassadame, ongemakkelijk lachend. Gewoon. Dat zou het inderdaad moeten zijn.Stingdoor Jos van Duinen, uit Ekoland Maart 2012 Met plezier lees ik de columns van Kees van Zelderen in dit tijdschrift. In februari echter trokken mijn wenkbrauwen als vanzelf omhoog tijdens het lezen van zijn bijdrage Hartverwarmend. Kees zet zich met hart en ziel in voor de BioVak, met alle positieve gevolgen van dien. Goed werk! In zijn column signaleert hij dat er steeds meer ruimte komt voor jongeren op de BioVak. Een goede zaak, we kunnen immers niet eeuwig bezig blijven. Echter, Kees spreekt de wens uit om op de volgende BioVak, in 2013, Sting uit te nodigen. We zouden dan een ‘Bio-lied’ kunnen repeteren en dat samen met hem op kunnen voeren. Hij wekt in zijn column de indruk dit serieus te menen. Daarom een reactie van mijn kant. Als 16-jarige had ik het geluk dat de vader van een vriendje van mij ons meenam naar een concert van The Police in Leiden. Het was een van mijn eerste concerten. Mijn voorste hersenkwab was op dat moment volop in ontwikkeling, en ik wist niet wat me overkwam. Wat een geweldig optreden, wat een feest was dat. Later spaarde ik alle elpees van The Police bij elkaar. Draaide ze grijs. Toen Sting echter solo ging werken, en zich meer en meer ontpopte als een goeroe, kon ik de muziek steeds moeilijker verdragen. Inmiddels heb ik een dusdanige allergie voor zijn muziek ontwikkeld dat een optreden op de BioVak mij zou verjagen uit Zwolle. Dergelijke gepolijste saaiheid zou een anticlimax vormen op de ambitieuze dynamische BioVak. Zonde van al die jongeren die er rondlopen. Niet doen, Kees. Twee weken geleden ben ik bij een concert van Rammstein geweest. Voor wie het niet kent: rauwe Duitse metal. Een enorme berg positieve energie werd over de avond uitgestort. Geweldig was het. Werken. Zweten. Ahoy was volledig uitverkocht. De jongeren verlieten na afloop opgeladen de zaal. Zou mooi zijn op de BioVak. Bobo’s, detaillisten en boeren de vloer op tussen de jongeren. Dassen af, shirts uit, helemaal los. Dansen. Lijkt me boeiender dan staren naar een boegbeeld met een gitaar. We moeten verder.SPEELVELD 2door Jos van Duinen, uit Ekoland Februari 2012 En net als de BioVak is losgebarsten rolt er een persbericht uit de computer waarin een grote samenwerking tussen Natudis/Wessanen en Deli XL aangekondigd wordt. Datzelfde Deli XL, een grote leverancier binnen de horecasector, debuteerde dit jaar op de BioVak en pakte groots uit. Hun website roept: “Biologisch is niet meer weg te denken uit de wereld van voedsel en dranken.” En zo is het maar net. Fijn dat steeds meer bedrijven dat gaan inzien. Inmiddels zijn dat allang niet meer alleen bedrijven waar verkopers en directieleden werken die eten verkopen. Nee, het aantal categorie- en businessunit managers, sale- en unitleiders dat ‘food’ verkoopt neemt fors toe. Vergaderingen heten steeds vaker meetings. Het gaat hard. Als columnist geniet je veel vrijheden. Zolang je op persoonlijke titel spreekt, ben je vrij om de grootst mogelijke onzin te verkondigen. De column van afgelopen maand ging echter te ver. ‘Natudis ontbreekt dit jaar op de BioVak’, schreef ik, en, of dat nog niet genoeg was, ‘ze onderscheidt zich dit jaar door te schitteren als afwezige’. Velen hebben mij hun verbazing gemaild en verzekerd dat Natudis wel degelijk op de BioVak vertegenwoordigd zou zijn. En dat bleek te kloppen. Goedgemutst bemande ze er een stand - ik heb het zelf mogen aanschouwen - en prees daar haar waar aan. Wellicht is een verklaring mijnerzijds op zijn plaats. Natudis bezocht in december onze winkel, en vertelde mij onder andere dat ze niet naar de BioVak kwam dit jaar. Door het late besluit van Natudis om alsnog naar de beurs te komen enerzijds, en een miscommunicatie binnen onze redactie anderzijds, belandde de column, inmiddels gebaseerd op onjuistheden, toch in Ekoland. Excuses. Wel durf ik nu al te beweren dat de grootgrutter naar alle waarschijnlijkheid in 2013 op de BioVak aanwezig zal zijn. Ik houd u op de hoogte!DUURZAAMdoor Jos van Duinen, uit Ekoland december 2011 Als het aan staatssecretaris Henk Bleker en zijn voorgestelde Natuurwet ligt, verliezen vele dier- en plantsoorten hun beschermde status. Het gaat dan bijvoorbeeld om dassen, zeehonden en orchideeën. Zestig natuurgebieden worden in het voorstel niet langer wettelijk beschermd. Bleker heeft de lijst van dieren die aan de jacht ten prooi mogen vallen uitgebreid met onder andere damhert, wild zwijn, ree en grauwe gans. Hij wil immers de boel in balans houden. Boswachters en milieuorganisaties tonen zich verbijsterd en spreken van desastreuze plannen. Dezelfde Henk Bleker kreeg in oktober tijdens het eindcongres Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw een erepenning voor tien jaar ondersteuning biologische landbouw. Biologisch is namelijk heel belangrijk, vindt Bleker. Hij noemde onze branche op het congres ‘volwassen’ en sprak van een ‘sterke innovatieve robuuste sector’. Tegelijkertijd benadrukte hij dat de overheid innovatie en duurzaamheid financieel wil blijven ondersteunen. Het gaat hier dan ook om het bedrijfsleven, niet om de natuur. En, zo weten we, economische belangen wegen zwaar. Het levert geld en werk op, ook in onze branche. Terwijl Bleker, met zijn erepenning op zak, de laatste stukjes natuur in ons land vogelvrij heeft verklaard, tijgen wij halverwege januari weer met opgeheven hoofd richting BioVak. We gaan ondanks alles gewoon door met het produceren en vermarkten van duurzame waar, het is ons werk geworden. Gelukkig vinden steeds meer mensen het nuttig wat we met z’n allen doen, getuige de marktontwikkelingen binnen onze branche. 18 en 19 januari is het weer tijd voor de jaarlijkse evaluatie in Zwolle. Ben benieuwd of Bleker daar ook is.VLEESdoor Jos van Duinen, uit Ekoland november 2011 ‘Hoe biologisch het varken ook geleefd had, dood wilde hij niet’. Elders in dit blad vertelt Jaap Korteweg, directeur van de Vegetarische Slager, dat deze zin (die hij las op een poster van Loesje) hem heeft doen besluiten om te stoppen met het eten van vlees. Biologisch vlees blijft inderdaad een vreemd verschijnsel. Natuurlijk biedt ahet de dieren een dierwaardiger bestaan dan de intensieve veeteelt, en is er daarmee een grote en belangrijke stap gezet. Tegelijkertijd is het het toppunt van decadentie, een dier fokken om het te doden, en dat dan biologisch doen. Een nette dood. Elk jaar, als de decembermaand dreigt, worden de schappen weer gevuld met stukken dier. Het assortiment is schrikbarend breed en desgewenst biologisch. Opgeleukt met biologische cranberry’s en vergezeld van een eko-wijntje een vrijbrief voor een even heerlijke als eerlijke kerst. Vrede op aarde. Kringloopservetten om de vette bekken af te deppen en verder te lachen. Draadjes vlees tussen de tanden. Er zijn er velen die terecht beweren dat mensen van nature vleeseters zijn. We zijn echter de enige diersoort die vlees niet vangt, maar grotendeels koopt. In deeltjes. Verpakt zelfs. We vinden het vanzelfsprekend. Een biologische webslager – zo ver is het al – heeft een treffende slogan bedacht, zo vond ik op het internet. “Biologisch vlees met hart en ziel”. Vlees met een ziel, dat zal smaken. Zeker met kerst. Vooralsnog eerst het Sinterklaasfeest. Ik hoop van de Sint een marsepeinen biologisch varken in mijn schoen te krijgen.NORMAALdoor Jos van Duinen, uit Ekoland oktober 2011 Het gaat hard in Nederland. Terwijl er op hoog niveau verzocht wordt om eens normaal te doen, iets wat trouwens door onze branche al heel lang geroepen wordt – “biologisch, eigenlijk heel logisch” –, wordt het ondertussen allemaal steeds gekker. Het asielbeleid, de kraakwet versus de leegstand, de btw-verhoging op kunst, het ‘ruimen’ van dieren, het zijn zomaar wat voorbeelden van gekkenwerk die we maar normaal moeten vinden.Gelukkig is er ook goed nieuws. De vegetarische slager heeft de Hart-Hoofdprijs van de Triodosbank gewonnen. Dat levert hem, behalve een berg publiciteit, 10.000 euro op, die hij deels wil gebruiken om een vegetarische rookworst te ontwikkelen. Het geheim van de slager is onder andere de biologische lupine, een van de ingrediënten van zijn producten. De plant, die bij velen van ons gewoon in de tuin groeit, geeft bonen waar verrassend mee getoverd kan worden. Combineer dat met het offensief dat de slager op radio, tv en in de kranten voerde, het groeiende bewustzijn over dierenwelzijn onder jongeren en de beroemde topkoks die lyrisch zijn: dan kan het niet anders dan dat het een nog groter succes wordt. Een dergelijke ontwikkeling is niet normaal, maar wel mooi in een tijd als deze.Soms zie ik naar buiten verbannen rokers aangekeken worden alsof het melaatse zonderlingen zijn. Het wachten is op de dag dat het besef dat vlees eten uit de intensieve veeteelt niet normaal is, beklijft. Moet je buiten eten als je per se vlees wilt, zodat je de eetlust van anderen niet bederft. Als vanzelfsprekend.BIOWINKELSdoor Jos van Duinen, uit Ekoland september 2011 Vorige maand stond in Trouw een opvallend krantenbericht over de plunderingen van winkels in Londen. Een van mijn dochters vierde pasgeleden haar achtste verjaardag. Oma kwam met een cadeau waarvan ik het bestaan niet wist. Een groep plunderaars had in een complete winkelstraat in de wijk Clapham huisgehouden. Alle winkels in deze straat waren geplunderd, alleen een boekwinkel en een biologische winkel waren ontzien. Ik was verbaasd. Mijn dochter haalde een immense doos Playmobil uit de cadeauverpakking. En niet zomaar een, het was een heuse biowinkel. Om precies te zijn: een boerderij met een biowinkel. Een samenloop van omstandigheden? Of zijn de plunderaars misschien gebruikers van biologische voeding en hebben ze de winkel uit sympathie ontzien? Of denken zij dat er in een biologische winkel niets te halen valt en hebben zij hem daarom links laten liggen? Er stond niets over in de krant geschreven. Uitgerekend de overbekende appelboom en kip blijken in de doos te zitten. Om zelf te adopteren. Appels kunnen geplukt, een vrije uitloop voor de kippen is meegeleverd. En, zo lees ik in de folder: “In de Playmobil biologische winkel worden uitsluitend biologische producten verkocht. Bij de productie is rekening gehouden met het welzijn van de Playmobil mensen en dieren”. De doos telt onder veel meer de winkelier, de boer, groente, fruit, eieren en boerderijdieren. Geen krasje. “Alsof er een verdelgingsmiddel omheen gespoten is,” zei een bewoonster van Lavender Hill in Londen. “Die winkel komt gewoon niet op hun radar”, zo stelde ze vast.GATENdoor Jos van Duinen, uit Ekoland juli/augustus 2011 Onlangs kwam een vrouw verhaal halen over een stronk broccoli die tijdens het eten een woongroep voor rupsen bleek te zijn. Maaltijd verknald, en zoonlief eet voorlopig geen broccoli meer. “Tja mevrouw, u had zelf ook even op inspectie kunnen gaan voordat u de groente onder water dompelde. Ik hoef u niet uit te leggen dat rupsen biologische teelt overleven. En broccoli is hun favoriete groente.” Mevrouw is een uitzondering. Over rupsen wordt doorgaans niet moeilijk gedaan. Voordeel is dat de diertjes een schutkleur hebben. Deze behouden ze na het koken zodat ze meestal met huid en haar verorberd worden. Anders wordt het wanneer het om raapsteel met ‘schade’ gaat. Het wil wel eens gebeuren dat er een verse kist binnenkomt met gaten in het gebladerte. Dat word je geacht zo mooi mogelijk uit te stallen. Pellen heeft weinig zin, het blad eronder ziet er net zo melaats uit. Vier van de vijf klanten die zo’n bos grijpen, leggen hem na bestudering weer terug. Een enkeling durft te vragen wat die gaten zijn. “Jachtschade”, zeg ik dan, en refereer aan de steeds populairder wordende vossenjacht. Pikken ze niet. “Gebruik je geen bestrijdingsmiddelen, dan krijgt de aardvlo vrij spel. U kunt de gaatjes eigenlijk als EKO-keurmerk beschouwen.” Pikken ze vaak ook niet. Uiteindelijk peins je er niet over om op korte termijn raapsteel te bestellen. Want hoe biologisch we allemaal ook denken, het oog wil ook wat. Dat van de consument beslist.STOPKOSTENdoor Jos van Duinen, uit Ekoland juni 2011 De biologische taal is een nieuw woord rijker; ‘stopkosten’. Inmiddels hanteren meerdere leveranciers in natuurvoedingsland dit begrip. Anders dan de term doet vermoeden gaat het hier niet om de kosten die gemaakt worden om te stoppen, integendeel, het zijn de kosten die gemaakt worden om te rijden. Omdat de groothandels de laatste tijd te maken hebben gekregen met hogere brandstofprijzen, zijn sommige van hen ‘stopkosten’ gaan hanteren. De klant – ik dus ook – vindt dan een vast aantal euro’s per levering terug onder het kopje ‘stopkosten’. Het maakt niet uit of je tien rolcontainers of twee rolcontainers met spullen laat bezorgen, we moeten in principe allemaal evenveel stopkosten per levering betalen. Het zou net zoiets zijn als wanneer de NS besluit om iedereen, ongeacht het af te leggen traject, evenveel voor een treinkaartje te laten betalen. Wanneer je als winkel meerdere malen per week beleverd krijgt, loopt dit flink in de papieren en praat je met de huidige brandstofprijzen over een slordige duizend euro per jaar. Voor kleinere winkels is dat een aanzienlijk percentage van de winst, voor grote winkels een fractie. Er zijn ook leveranciers die de brandstofprijs blijven doorberekenen in de prijzen van de producten. Voor mij blijft dat logischer klinken; een winkelier die tien containers bestelt, doet een groter beroep op de ruimte in de vrachtwagen en op de brandstof dan zijn collega die twee containers bestelt. Daarnaast is het voor de winkelier op deze manier eenvoudiger om de ‘stopkosten’ op haar beurt door te bereken aan hun klanten. De brandstof lost dan op in de margemix van de winkelier.‘Stopkosten’. Ik heb gevraagd of het mogelijk is om ons vanuit een rijdende vrachtauto te beleveren. Vooralsnog blijkt dit niet haalbaar te zijn. 6 mei jl.door Jos van Duinen, uit Ekoland mei 2011 Komt een man de winkel binnen. Vrij klein, licht kalend, begin 40, dikke brillenglazen, uiterst correct gekleed. Nooit eerder had ik hem in de winkel gezien. Vastberaden loopt hij richting koeling. Hij neemt de tijd om ons assortiment vegetarische burgers grondig te bestuderen. Vervolgens ijsbeert hij wat door de winkel. Na een tijdje loopt hij even vastberaden als daarvoor richting koeling en grijpt een pakje Japanse braadfilets en een pakje broccoliburgers. Direct komt hij naar de kassa en betaalt gepast. Het blijkt een vriendelijke man te zijn zonder vreemde trekjes, geen aanstalten voor een praatje. Hij loopt naar buiten en gaat voor de winkel naast zijn fiets staan. Met beide handen scheurt hij een van de pakjes burgers open. Hij staat met zijn rug naar zijn fiets zodat alleen wij kunnen zien wat hij daar eet. Het blijken de broccoliburgers te zijn. In razend tempo schuift hij ze in grote stukken naar binnen. Nog kauwend scheurt hij ook het andere pakje, de braadfilets, open. In nog geen minuut zijn de vier burgers (er zitten er twee in een pakje) verdwenen. Het heeft iets primitiefs, alsof hij de burgers zelf gevangen heeft. Hij tovert een rode zakdoek uit zijn broekzak linksvoor, veegt zijn mond ermee af en loopt opnieuw de winkel binnen. Nog resoluter als net loopt hij richting koeling om als vanzelfsprekend een pakje linzensticks te pakken. Gepast legt hij twee euro veertig neer. Buiten herhaalt het ritueel zich, met zijn gezicht naar de winkel gericht verorbert hij de burgers. Weer de rode zakdoek, dan de fiets op.Het is zonnig en vrijdag als ik aan het eind van de dag naar huis fiets, de terrassen zitten dan vol. Ook bij McDonald’s. Een enorme bult mensen lurkt aan milkshakes en doet zich tegoed aan allerlei vormen van hamburgers. Ze lachen er zelfs bij. Het is een sociaal gebeuren, vaak met meer mensen aan een tafeltje. Het zijn er zorgwekkend veel. De man van vanmiddag stond er alleen voor. Ik vraag me af wie hier nou gek is. Eekhoorntjesbrooddoor Jos van Duinen, uit Ekoland april 2011 Knabbel en Babbel waren partners in noten. Babbel hield zich met verse noten bezig, Knabbel beheerde de wintervoorraad; de droogwaren. Allebei hadden ze hun eigen zoekplek, regelmatig ontmoetten ze elkaar in hun gemeenschappelijke boom. Daar genoten ze samen van de noten en spaarden ze hun wintervoorraad op. Heel gezellig was het daar. Samen brachten ze de winterslaap door. Het ging al jaren goed. En ook de bomen waren tevreden. Tot die ene dag. Er had zich een nieuwe eekhoorn op hun terrein gemeld. Deze hield zich al langere tijd elders met verse noten bezig maar wilde nu een wintervoorraad inslaan en vroeg Knabbels hulp daarbij. Babbel had daar geen problemen mee. De samenwerking tussen Knabbel en de nieuwe eekhoorn werd echter hechter. Zij werden zelfs partners. Babbel zag het met argusogen aan. Behalve alleen om de droogwaren ging vriend Knabbel zich nu ook om de verse noten bekommeren. En die vielen ook uit de bomen van Babbel. Babbel vond dat niet leuk. Hij besloot om het gebied van Knabbel te verkennen en zich in droogwaren te verdiepen. Zo ontstond de situatie dat het gehele werkterrein van allebei was. De bomen keken toe. Hadden zij iets te zeggen over wie hun noten mocht hebben? Gezonde concurrentie ontstond. Bomen zijn ook niet gek. Zij roken hun kans. En daar zitten ze dan, de eekhoorntjes. De een op rozen, de ander met gebakken peren. Beide in een andere boom, beide hun eigen wintervoorraad en verswaren te beheren. Het haalde zelfs de krant. Niks oude jongens eekhoorntjesbrood. Wie de pit wil hebben, moet eerst de noot kraken.Voetafdrukdoor Jos van Duinen, uit Ekoland maart 2011 Velen van ons hebben mogen genieten van al het moois op de BioVak in Zwolle. Voor de echte bio-bobo’s was het slechts een voorprogramma van ’s werelds grootste biologische beurs; de BioFach in Duitsland. Daar kun je op internationaal niveau netwerken, vriend en vijand tegenkomen en spijkers met koppen slaan. Dé plek om duurzame visitekaartjes uit te delen. De ijskappen smelten en de gangbare branche heeft EKO ontdekt, dus er is haast geboden. Op 16 februari om 7.45 uur vertrok vanuit Rotterdam een Boeing 737 met 148 Nederlandse bio-bobo’s aan boord om ze vervolgens bij de beurs in Neurenberg af te leveren. Dit was overigens een geheel vrijwillige keuze van de passagiers. 's Avonds bezorgde het vliegtuig deze beursgangers voldaan terug in Rotterdam. Tel uit je kerosine. Tel uit je duurzaamheid. Je voetafdruk. Waarschijnlijk eten ze biologisch, bankieren ze groen en vermijden ze chloor in hun toiletten. Maar om de kerosineboost teneinde op de beurs te geraken te compenseren, is meer, veel meer nodig. Een hand in eigen boezem bijvoorbeeld. Zes uur doet hij erover, de trein van Utrecht naar de BioFach. Toegegeven, dat is lang, maar doe het groepsgewijs en je kunt onderweg uitgebreid netwerken. WiFi aanwezig. IJskapvriendelijk. Bovendien hotelletjes te over. De auto dan, of met z’n allen met de bus? Altijd nog een stuk milieuvriendelijker dan met het vliegtuig. Wekker op vier uur zetten, naar de opstapplaats, en gaan. Nog even wegdommelen. Vijf uur en 57 minuten volgens de routeplanner. Een bus doet er wat langer over, maar in de loop van de ochtend ben je er wel. Tien kilometer voor de finish nostalgisch ‘We zijn er bijna’ zingen met collega’s. Dat is pas netwerken. En op de terugweg ervaringen uitwisselen of in slaap vallen om ‘s nachts volkomen geradbraakt thuis te komen. Maar dan heb je ook echt wat. Houten kistjesdoor Jos van Duinen, uit Ekoland februari 2011 Zuiver Zuivel heeft klimaatneutrale dopjes op haar melkpakken laten monteren. Complimenten. Ik heb afgelopen wintermaanden honderden houten, zogeheten sinaasappelkistjes mogen platstampen. Franse slasoorten, andijvie, spinazie, bloemkolen, Italiaanse sinaasappels, mandarijntjes, courgettes, Spaanse broccoli, de rij valt nog veel langer te maken. Allemaal kwam het de winkel binnen in houten kistjes. De vuilnismannen laten ze doodleuk staan, terecht, maar dat betekent wel dat we ze persoonlijk moeten vermorzelen. Buiten (binnen geeft zo’n bende) gaan we er dan als een bezetene op springen om vervolgens het resultaat in vuilniszakken te proppen. Voorzichtig, zonder dat de zakken scheuren. Dat is niet grappig met zulke hoeveelheden hardnekkige kistjes. Voor onze schoenen en broek niet en voor het milieu niet. Ik heb me laten vertellen dat dit soort kistjes uit populierenhout vervaardigd zijn. Prachtige bomen. Zouden ze die er speciaal voor kappen? De kistjes kunnen gerecycled worden als sloophout krijg ik te horen. Maar wat is sloophout? Een meubel kun je er niet van maken, het hoogst haalbare in een sinaasappelkistjesloopbaan is eindigen als zaagsel, weet een sloophoutbedrijf me te vertellen. “En er is al heel veel zaagsel.” De kistjes zijn vaak voorzien van tientallen nietjes die allemaal net even anders aangebracht zijn. Elk kistje is anders. Handwerk. Is hier sprake van een ambachtelijk timmerbedrijf of van goedkope loonarbeid? De rechtopstaande hoeken hebben veelal een driehoekige binnenkant en lijken in verstek gezaagd. Ingenieus, dat moet je maar kunnen. Kunstwerken zijn het. Desondanks dreigt geen hoog btw-tarief, nee, de kistjes verdienen geeneens statiegeld. En stevig dat ze zijn! Maar met die paar klanten die een houtkachel hebben redden we het niet. Is dit niet anders te regelen in een branche als de onze? Dat zou toch moeten kunnen? Waarom de kistjes niet afschaffen en omschakelen naar een bestaand Europees statiegeldsysteem? Zolang we acht kroppen sla in een prachtige houten wegwerpkist binnenkrijgen, staan de klimaatneutrale dopjes op onze melkpakken voor schut. Dizzy en Dilldoor Jos van Duinen, uit Ekoland januari 2011 Rob, vader van drie kleine kinderen, kwam vandaag naar de winkel om boodschappen te halen. Twee pakken melk, een fles yoghurt, prei, knolselderij, appeldiksap, brood, een fruitpakket en een pak hagelslag. “Wat is dit nou? Gaan jullie dit soort dingen verkopen?” Hij heeft een pakje ‘Dizzy & Dill’ slurpfruit uit de schappen getrokken en op de toonbank neergelegd. Hij lacht erbij, maar verwacht duidelijk een antwoord. Ik had dit moeten zien aankomen tijdens het inruimen, maar heb geen antwoord paraat. “Dat is om het ouders met jonge kinderen makkelijker te maken”, vlucht ik. Rob kent ons, wij kennen Rob. “Het moet niet veel gekker worden.” Dizzy & Dill is een nieuwe ‘kidslijn’ uit Harderwijk welke in september is geïntroduceerd. Dizzy is de lieve giraffe, Dill de stoere krokodil. Beide staan op het etiket getekend, trekken gekke bekken, leuken het op met kindergrollen en vertellen tussen de regels door hoe belangrijk gezond eten is. Op deze manier wil het merk jonge en bewuste ouders aanspreken. Ouders die het belangrijk vinden om op een verantwoorde manier met voeding om te gaan. Ik heb een doosje slurpfruit mee naar huis genomen. Er zitten vier knijpverpakkingen in die het midden houden tussen aluminium en plastic en voorzien zijn van een groen draaidopje. In een zo’n verpakking zit 85 gram fruit, mango en passievrucht. Dat is ongeveer twee derde van één appel of één banaan. Dill de krokodil op de verpakking bij een prullenbak: “Houden we het nog wel schoon?” Dat kun je je inderdaad afvragen als de kinderen van onze klanten zulke pakjes mee naar school sleuren. En Dizzy die een passievrucht op haar giraffenkop krijgt: “Wauw! Ik voel de passie al!” Het moet niet veel gekker worden. Verwoestdoor Jos van Duinen, uit Ekoland juni 2010 Inmiddels maken wij thuis ruim twintig jaar onze wc schoon met Ecover. Dat betekent dat er hier in die tijd zo'n 120 liter van dit biologisch afbreekbare schoonmaakmiddel het riool in is verdwenen. Dit doen we omdat we vermoeden dat zowel onze wc als de leefomgeving alleen maar smeriger worden van de 'gewone' schoonmaakmiddelen. Bovendien is het lekker spul. En het voelt goed; je doet tenslotte wat je kunt doen en houdt rekening met volgende generaties. Als er weer een vliegtuig opstijgt en een stoot kerosine de lucht in blaast, kun je je afvragen waar je mee bezig bent; ik troost me dan telkens met de gedachte dat alle kleine beetjes helpen. Maar ik begin hier nu ernstig aan te twijfelen. Bizar is het. Schandalig. Waar wij met z'n allen al jaren hard aan werken, is in een klap doodgeslagen door BP. Miljoenen liters olie die elke dag de oceaan in spuiten. Als een meters dikke kraan die continu voluit open staat. Onmogelijk om te vatten, laat staan te beschrijven. De milieuramp wordt benoemd, Obama is boos, het leven gaat gewoon verder. Voor ons. Want wat hebben de slimmeriken gedaan? Ze hebben Corexit gebruikt. Een zeer giftig goedje wat de oceaan in is gegoten. Waarom? Dan zie je de olielagen niet meer zo goed. En wat blijkt? Het spul roeit minstens de helft van het zeeleven uit. De petroleumjongens hebben kilometers moerasland en een groot deel van het marineleven verwoest. Dat poets ik in de rest van mijn leven niet meer schoon in mijn wc. En u ook niet. Corexit heeft ondertussen ruim 40 miljoen verdiend aan de Golf van Mexico. We zijn veel te lief voor deze wereld. Witte Eierendoor Jos van Duinen, uit Ekoland mei 2010 Recent belandde ik, overigens geheel buiten mijn schuld om, aan een buffet in een Chinees restaurant. Negen euro per persoon. We mochten zoveel eten als we wilden. En we waren niet de enigen. Druk was het er. Ook bij de afhaal. Er stonden continu tientallen mensen te wachten die enkele minuten later met volle witte plastic hemdtasjes het restaurant verlieten en zich door anderen lieten aflossen. Ik keek mijn ogen uit. Opgesteld stonden zilveren schalen met rijst, bami, eiergerechten, ondefinieerbare vleesgerechten, loempiaatjes, gebakken bananen, slijmerige rode soep, haaienvinnensoep en iets met gefrituurde tofu. Als vreemde eend hief ik mijn schouders en sloot achteraan in de rij bij het buffet. Dapper ging ik voor het eiergerecht in de rode saus en deed er wat onschuldige witte rijst en scheuten paksoi bij. Tevergeefs. Het lukte me gewoon niet een tweede hap te nemen. Er stond ook wat frites voor de kinderen en ik heb me daar maar aan bezondigd. Er was ook een diepe schaal waarin gebakken glimmende eieren als dode vissen in heet water dreven. Ik vroeg een van de koks wat voor eieren het waren. 'Goede witte eieren' was het antwoord. Geen idee wat daar mee bedoeld werd. Ondertussen stonden er handenvol nieuwe mensen bij de afhaal. Vrijwillig. Waarom bleef het zo druk daar? Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als al de ingrediënten nou eens allemaal biologisch zouden zijn. Hoe duur het zou zijn. Hoe het zou smaken. Hoe druk het zou zijn. Wat voor mensen er op af zouden komen. Nee, utopie. Witte eieren. €9 per persoon. Er moet nog veel gebeuren… Kromdoor Jos van Duinen, uit Ekoland april 2010 De laatste maanden worden er steeds vaker Demeter-bananen aangeboden. De prijs is nagenoeg dezelfde als die van Eko-bananen, net als de doos die er omheen zit. Ze zijn net zo geel en eveneens krom. Regelmatig vragen klanten wat het verschil is tussen Eko en Demeter. Ik leg ze dan uit dat Eko staat voor onbespoten en zonder kunstmest en dat Demeter een stap verder gaat; dat er een samenhang en harmonie bestaat tussen plant, dier, bodem en kosmos. En dat bodemvruchtbaarheid en versterking van de natuurlijke groei een belangrijke rol spelen. Demeter-bananen in een Nederlandse natuurvoedingswinkel is eigenlijk net zo krom als de bananen zelf. Wie goed de uitgangspunten van Steiner bestudeert, kan niet anders dan concluderen dat een dergelijke banaan niet in Nederland thuishoort. De balans tussen plant, dier en kosmos wordt dusdanig verstoord dat hier geen sprake kan zijn van een biologisch dynamisch product. Want hoe deze vruchten dan ook vervoerd worden, het belast de kosmos in ruime mate. Er mag best Eko op staan, maar Demeter is dan te hoog gegrepen. Zo lang we op deze aardbol bezig blijven om onder de evenaar voedsel te produceren voor meer welvarende landen boven de evenaar klopt er iets niet. Is er geen sprake van een natuurlijke groei. De balans tussen plant, dier, kosmos en aarde is inderdaad een hele belangrijke. Maar Demeter-bananen zijn hier, hoe geïntegreerd bananen zelf ook zijn, niet recht te praten. Tjolkdoor Jos van Duinen, uit Ekoland maart 2010 Heeft u het al gehoord? Tjolk komt terug. Tjolk. Ik wed dat het gros van ons ze nog kent. Die kleurrijke mini-drinkpakjes uit de jaren zeventig en tachtig. Er was een gele bananendrink, bruine chocodrink, witte melkdrink en roze aarbeiendrink. Geweldig was dat. Ik kreeg vroeger zo'n pakje mee naar school. Volgens mij stond het bol van de kleurstoffen en stijf van de smaakstoffen maar ik wist niet beter, vond het lekker. Bovendien was het stoer om zo'n pakje uit je schooltas te toveren. De roze was bij ons thuis altijd het eerst op. Daar stond een konijn op, weet ik nog. En de witte bleef altijd als laatste over. Met de koe. Bruin had een beer en geel een aap. Geweldig. En dan die reclame, weet u nog? "Ik tjolk altijd op het schoolplein. Ik tjolk altijd op de achterbank. Tjolken kun je altijd en overal." Blijkbaar een goede reclame, hij is blijven hangen. Sterker nog, Tjolk heeft aangekondigd dezelfde slogan weer te gaan gebruiken. Volgende maand moeten de retropakjes samen met een aantal nieuwe smaken op de markt komen. Wat Tjolk betreft weer overal, in ieder geval bij Jumbo, Albert Heijn en op stations, zo lees ik in de levensmiddelenkrant. Maar dat is niet alles. Tjolk wordt biologisch! Met echt fruit! Wat een fantastisch nieuws. Lang leve de nostalgie. Het is grandioos als iets wat je stiekem nooit vergeten bent en wat al dertig jaar uit je leven is verdwenen, zomaar in biologische vorm terugkeert. Alsof het logisch is waar je mee bezig bent. Maakt het cirkeltje rond. Ik sta te popelen om te proeven. Soepfabriekdoor Jos van Duinen, uit Ekoland februari 2010 Alles klopt. De timing, de naam, de marketing, het potje, het etiket, alles. Een geniaal concept. Waar andere producenten krampachtig bezig zijn om tomaten, kippen en preistengels op een treffende manier op het etiket te doen verschijnen, pakt De Kleinste Soepfabriek het anders aan. Gewoon, recht voor zijn raap. Een zandgeel etiket met zwarte vette letters waarop de soepsoort staat vermeld. Het werkt. Nodigt uit. Ook over de vorm van de potten is nagedacht. Ze zijn bovenin net iets breder dan de rest van de pot, wat verleidt om zo'n pot te grijpen. Zo'n pot pakken we allemaal graag vast. En dan die namen. Toscaanse Herdersoep. Pittige Groninger Mosterdsoep. Wieringer Langoustineroomsoep. Dusdanig tot de verbeelding sprekend dat nieuwsgierigheid uiteindelijk wint. Erwtensoep heet geen erwtensoep, maar snert. Alsof het aan een granieten aanrecht is bereid. En dan die marketing. Perfect geregeld. Wie krijgt het nog voor elkaar om in het felbegeerde Volkskrant Magazine pagina's lang al soep kokend full colour naast een grote ketel te pronken? De Kleinste Soepfabriek. Alsof de potten allemaal direct vanuit de ketel worden gevuld. Heerlijk. En niet alleen De Volkskrant dook erbovenop, ook NRC en Libelle pakten breed uit. Televisieprogramma's besteedden er meerdere malen aandacht aan. Televisiekok Pierre Wind was lyrisch. En telkens na een dergelijke publicatie volgt er steevast een hoos vragen in de winkel. Knap gedaan, Kleinste Soepfabriek. Het doet er eigenlijk allemaal niet toe. Wie de soep geproefd heeft moet, of hij wil of niet, toegeven dat hier sprake is van een ernstig smakelijk resultaat. En dan zijn de gevolgen even voorspelbaar als groot. Complimenten. Transparantiedoor Jos van Duinen, uit Ekoland januari 2010 Binnen de branche is een discussie over prijstransparantie ontstaan. Men vraagt zich hardop af waarom biologische producten in natuurvoedingswinkels duurder zijn dan in de supermarkt, en wat een sociaal eerlijke prijs is voor een product. De vraag rijst dan wie de grootste happen uit de biologische taart nemen en of dit wel nodig is. Of producenten een eerlijke prijs krijgen. Krijgt de boer genoeg voor zijn melk? En wordt de mangoteler uit Afrika goed betaald? Worden de chocoladefabrikanten niet uitgebuit? Het is heel nobel, zo'n discussie. Het vraagt echter om een hand in eigen boezem. Wat door Fair Trade in gang is gezet, lijkt op een groei van een markteconomie naar een verdragseconomie. Hogere prijzen voor de producenten worden op basis van wederzijdse overeenstemming vastgesteld. Consumenten zijn bereid iets meer te betalen omdat ze de producent een goed inkomen gunnen. De realiteit in bio-land is echter ook dat idealistische groothandels grote winkels beleveren, die een huur betalen waar bijna niet tegenop te werken valt. Allemaal voor de makelaar. Wie zal dat betalen? En dan zijn er de spelers in de branche die onderdeel zijn van beursgenoteerde bedrijven. Tel uit je winst. Managers achter grote winkels roepen vaak dat we af moeten van de kleine winkeltjes. Ze zouden nog te veel een geitenwollen sfeer uitademen. Vergeten wordt dan dat zonder die geitenwollentypes van toen, er nu geen hond in die megawinkels had rondgelopen. Ik was er zelf niet bij, maar moet toegeven dat het dappere dodo's waren die tegen de stroom in durfden te roeien. Zonder zekerheid, en volkomen transparant. Beestachtigdoor Jos van Duinen, uit Ekoland december 2009 Op 1 januari 2010 zullen meer dan 1¬Ýmiljard mensen permanent honger lijden, zo las ik recent in de krant. Op nota bene dezelfde pagina was te lezen dat 80% van het landbouwareaal in de wereld wordt gebruikt voor begrazing en de productie van veevoer. Beestachtig. Beestachtig is ook dat we de komende dagen weer allerlei wilde dieren naast de kerstboom verorberen teneinde samen te zijn, terwijl elke 4 seconden iemand dood gaat van de honger in de wereld. Lekker, biologische kalkoendijbenen. Precies goed gaar, kaarsje op tafel, biologisch cranberrysausje erbij. Ervan uitgaande dat je er 20 minuten over doet om een dergelijk lichaamsdeel naar binnen te werken, sterven er gedurende het nuttigen 20 x 15 = 300 mensen. We moeten ons doodschamen. Waar gaan we in godsnaam naar toe? Naar de kerk, juist in deze dagen. Want we bedoelen het allemaal zo goed en kunnen er ook niks aan doen. 'Biologisch, eigenlijk heel logisch' is een bekende slagzin in onze branche. Tuurlijk, we leven in een welvarend land en dus in een andere context. Gevolg daarvan is dat we kunnen kiezen voor biologisch. Maar logisch? Logischer zou het zijn om de boel wat evenrediger met z'n allen te delen. Het is een clich© rond deze dagen voor Kerst. De krantenjongen komt niet voor niets juist rond deze dagen langs. En de goede doelen varen er wel bij. Maar er wat mee doen? Het aantal mensen dat permanent honger lijdt, zal alleen maar verder stijgen, zo voorspellen deskundigen. Een kentering is noodzakelijk. Tijd voor beestachtig vuurwerk. Met de beste wensen voor iedereen. Lichaam van Christusdoor Jos van Duinen, uit Ekoland november 2009 Paus Benedictus XVI eet biologisch en heeft een biologische volkstuin. Hij wil met respect omgaan met wat hem door zijn God is gegeven. Logisch. Wie oogst, moet zaaien; liefde voor God uit zich in liefde voor wat Deze gecreëerd heeft. Milieuvervuiling wordt door het Vaticaan expliciet benoemd als 1 van de 7 hoofdzonden. Hier in Nederland worden ondertussen klauwen met geld gepompt in het biologisch voor een breder publiek toegankelijker maken. Winkels moeten gelikter, drempels lager, campagnes zijn talrijk en het aantal oogstfeesten loopt uit de hand. De Paus geeft een voorzet om op een simpele manier, zonder al te veel kosten veel zieltjes te winnen. Van de katholieken deze keer. Biologica publiceerde dat alleen al de grootste Nederlandse hostiebakker in St. Michielsgestel 60 miljoen hosties per jaar bakt. Niet biologisch. Als we de Nederlandse bisschoppen nou eens wijzen op Canon 924 van de katholieke kerkwet die stelt dat hosties alleen uit tarwe en water mogen bestaan. Dan zou er minstens 60 miljoen keer per jaar op zondagochtend door iemand, terwijl deze een hostie tegen zijn gehemelte drukt, geconcludeerd kunnen worden dat biologisch eigenlijk heel logisch is. Een intiem moment voor deze persoon, de hostie wordt dan namelijk omgezet naar het lichaam van Christus. Het heiligste sacrament. Het lijkt me voor het verloop van dat proces gewenst dat daar dan geen resten van bestrijdingsmiddelen in worden aangetroffen. En dat heeft vast allejezus veel impact. Kikbierdoor Jos van Duinen, uit Ekoland oktober 2009 Opeens was ie weg. Die kikker. Zomaar verdwenen. Het kwam als een onaangename verrassing. Wat overbleef was kilte. Een koud flesje bier op tafel. Mijn vriend van het etiket geveegd. Bruut. Tientallen jaren Nederlandse biologische huiskamers opgevrolijkt, trouw aan iedereen. Altijd lachen, een opgeheven glas bier in zijn hand. Een gangmaker. Mijn kikker ingeruild voor een modern etiket. Stank voor dank. Een flesje kikbier zonder kikker. Dat komt hard aan. Waar is hij gebleven? Hoe zou het met hem zijn? Hij moet verdriet hebben. Dat kan niet anders. Een geweldige maat was het. Ons kikbier is uiteindelijk ten prooi gevallen aan de lijn der gladde etiketten. De strakke eenheidsworst. Wie de schappen van natuurvoedingswinkels bekijkt, moet een ander gevoel krijgen dan tien jaar geleden. Het is allemaal een stuk gelikter geworden. Overal 'natuurlijke' kleuren met moderne letters. Geen mooie plaatjes meer. Wie bepaalt dat? Ik kan me niet voorstellen dat de omzet hierdoor zal stijgen. Is er iemand die het kan stoppen? De enige die tot voor kort trouw bleef aan zichzelf was het kikbier. Het etiket maakte het tot een stoer flesje. Bier met gevoel. Waar je mee aan kunt komen. De kikker, een eigenwijs kwakend beest dat in de natuur leeft, voor de nodige portie zelfreflectie. Kikbier, de pionier uit de kraakkroeg. De nieuwe flesjes zien er leeg uit. Ik krijg er een unheimisch gevoel bij. Ik wil bij deze een dringend beroep op de brouwer doen om als de donder die kikker weer terug te halen. |
|






