Niet lang nadat ik als actievoerder voor een schoon milieu min of meer toevallig wethouder was geworden, werd ik apart genomen door een oude politieke rot. Volgens hem moest ik werken aan mijn herverkiezing over vier jaar. Hij zei dat mijn milieugedachten op de lange termijn de kiezer niet zouden aanspreken. Met jeugdige overmoed antwoordde ik dat ik niet van plan was mijn overtuigingen in de ijskast te zetten. Ik was politiek actief geworden omdat ik inhoudelijke doelen had en weigerde daaraan concessies te doen.